BUAZC23.05.12A 07 Jaarrapportage 2022 Gemeente Asten.pdf
Tekst van het document
Jaarrapportage 2022 Gemeente Asten
Inleiding Opbouw rapportage Deze rapportage begint met de rapportage met Sociaal Domein in beeld, waarin we de ontwikkeling van de cliëntaantallen in 2022 per regeling en categorie in beeld brengen. Vervolgens worden de zorgkosten 2022 in beeld gebracht, eerst op totaalniveau, daarna per wet. Vervolgens wordt de ontwikkeling van de kosten wordt afgezet tegen de ontwikkeling van de cliëntaantallen. We duiden daar waar er afwijkingen zijn ten opzichte van 2021, ten opzichte van de begroting 2022 en ten opzichte van de Q3 rapportage. Ook wordt een prognose afgegeven voor de kosten 2023 en 2023, waarbij de aannames zijn afgestemd met de gemeente. Vervolgens maken we de slag naar de mkba rapportage. Mkba als verantwoording van de koersagenda In de koersagenda is afgesproken om de verantwoording van de koers op basis van de mkba methodiek te laten lopen. In deze bestuursrapportage is een eerste stap gezet om te rapporteren conform de mkba methodiek. Mkba staat voor maatschappelijke Kosten en Baten Analyse. We maken hierbij een splitsing in een enge definitie en een brede definitie. De enge definitie kijkt vooral naar de kosten kant, bijv. hoe ontwikkelen de kosten per huishoudens zich en de brede definitie kijkt vooral naar de baten kant, bijv. hoe tevreden zijn de burgers over de dienstverlening.
Mkba enge definitie: maatschappelijke kosten In deze rapportage brengen we niet alleen de zorgkosten in beeld, maar we vertalen ze naar kosten per huishouden voor Wmo en bms, en naar kosten per jeugdige inwoner. Op deze manier kunnen we de gemeenten onderling met elkaar vergelijken in een benchmark. In de benchmark laten we door middel van kleuren zien welke gemeente de laagste kosten per huishouden heeft (groen) en welke gemeente de hoogste kosten per huishouden heeft (rood). Eerst op niveau van wet, daarna uitgesplitst naar de verschillende onderdelen.
Sociaal domein in beeld
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten Totaal
Kosten 2022 versus kosten 2021 De kosten 2022 van jeugd zijn gedaald en de kosten 2022 van wmo en bms zijn gestegen ten opzichte van 2021. Kosten 2022 versus begroting 2022 De kosten 2022 zijn € 1.282.000 hoger dan begroot, wat voor € 961.000 veroorzaakt wordt door de kosten van bms, inzake de energietoeslag die niet begroot was. De kosten van wmo zijn € 89.000 hoger dan begroot. De kosten van jeugd zijn € 231.000 hoger dan begroot. Prognose 2023 versus kosten 2022 De kosten van wmo stijgen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 492.000 De kosten van jeugd dalen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 100.000 De kosten van bms stijgen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 47.000 Een verdere toelichting volgt bij de betreffende onderdelen.
Jaarrapportage 2022 vs rapportage Q3 Zorgkosten Totaal
Verschillen ten opzichte van prognose Q3 rapportage De kosten 2022 en de prognose 2023 van jeugd zijn gedaald en de kosten 2022 en de prognose 2023 van wmo en bms zijn gestegen ten opzichte van de Q3 rapportage. Een verdere toelichting volgt bij de betreffende onderdelen.
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten Wmo
Zorgkosten Wmo Jaarrapportage 2022 versus Q3rapportage
Zorgkosten Wmo- Uitgangspunten prognose 2023/2024 Jaarrapportage 2022 Uitgangspunten prognose 2022 / 2023 Asten
2023
2024
Aanwas cliënten indexering (voorspel model)
Aanwas cliënten indexering (voorspel model)
Wmo Hulp bij het huishouden
10,86%
5,1%
5,00%
5,8%
Wmo Begeleiding
4,40%
4,7%
5,00%
5,5%
14,50%
-3,1%
5,00%
-3,2%
14,50%
2,0%
5,00%
2,5%
14,50%
2,2%
5,00%
2,9%
13,70%
-0,2%
5,00%
0,7%
4,40%
0,3%
3,57%
1,1%
Wmo Overige voorzieningen rolstoelen Wmo Overige voorzieningen -vervoer Wmo Overige voorzieningen - woonvoorzieningen Wmo Overige voorzieningen - collectief vervoer
Wmo medische advies/eigen bijdrage
Aanwas Op basis van het in maart 2023 geactualiseerd voorspelmodel is de aanwas bepaald. Indexering Indexering 2023 voor Wmo Hulp bij het huishouden en Begeleiding op basis van contractafspraken. Indexering 2023 voor rolstoelen, vervoer en overige voorzieningen op basis van het CPI van september 2022. Indexering 2023 voor collectief vervoer op basis van de NEA index. In verband met verwachte loonontwikkelingen is het indexeringspercentage 2024 ingeschat op 5%
Jaarrapportage 2022 Wmo-Begeleiding
Trend BG– 2022 (incl. PGB en vervoer)
Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 De kosten 2022 zijn € 105.000 hoger dan de kosten 2021 vanwege stijging van cliëntaantallen (circa 10%), in combinatie met indexering 2022(3,37%). Kosten 2022 ten opzichte van begroting 2022 De kosten 2022 zijn € 89.000 hoger dan de begrote kosten 2022. Prognose 2023 ten opzichte van kosten 2022 De prognose 2023 is € 132.000 hoger dan de kosten 2022 vanwege stijging van cliëntaantallen (aanwas), in combinatie met indexering 2023(3,57%). Prognose 2024 ten opzichte van prognose 2023 De prognose 2024 is € 162.000 hoger dan de prognose 2023 vanwege stijging van cliëntaantallen (aanwas), in combinatie met indexering 2024.
Jaarrapportage 2022 Wmo-Begeleiding
Kosten 2022 ten opzichte van prognose 2022 Q3 rapportage De Prognose 2022 Q3 rapportage was gebaseerd op +8,2% (obv voorspelmodel Wmo). De kosten 2022 zijn € 85.000 hoger vanwege iets hogere aanwas en hogere verzilvering. Prognose 2023 ten opzichte van prognose 2023 Q3 rapportage De prognose 2023 (en 2024) is € 81.000 hoger, omdat de startaantallen 2023 fors hoger zijn dan verwacht bij het opmaken van de Q3 rapportage door hogere aanwas in Q4.
Jaarrapportage 2022 Wmo-HO
Trend HO – 2022 (incl. PGB)
Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 De kosten 2022 zijn € 132.000 hoger dan de kosten 2021 vanwege stijging van cliëntaantallen (circa 11%), in combinatie met indexering 2022(3,11%). Kosten 2022 ten opzichte van begroting 2022 De kosten 2022 zijn € 20.000 lager dan de begrote kosten 2022. Prognose 2023 ten opzichte van kosten 2022 De prognose 2023 is € 300.000 hoger dan de kosten 2022 vanwege stijging van cliëntaantallen (aanwas), in combinatie met indexering 2023. Prognose 2024 ten opzichte van prognose 2023 De prognose 2024 is € 160.000 hoger dan de prognose 2023 vanwege stijging van cliëntaantallen (aanwas), in combinatie met indexering 2024. Van resultaatgerichte indicatie naar urenindicatie ho In de prognose 2023 / 2024 is geen rekening gehouden met de ontwikkelingen in het kader van resultaat gericht indiceren naar uren indicatie. Dit kan echter wel gevolgen hebben voor de totale zorgkosten 2023. Als hierover meer bekend is ten tijde van vaststellen van de definitieve jaarrapportage 2022, wordt dit verwerkt in de prognose 2023 van de definitieve jaarrapportage 2022.
Jaarrapportage 2022 Wmo-Ho
Kosten 2022 ten opzichte van prognose 2022 Q3 rapportage De kosten 2022 zijn € 27.000 lager dan de prognose op basis van de Q3 rapporrtage. De Prognose 2022 Q3 rapportage was gebaseerd op +7% (obv voorspelmodel Wmo). De kosten 2022 zijn lager vanwege iets lagere aanwas. Prognose 2023 ten opzichte van prognose 2023 Q3 rapportage De prognose 2023 (en 2024) is € 53.000 hoger, doordat de aanwas 2023 volgens voorspelmodel wmo is gestegen van 4,7% naar 5,1%.
Jaarrapportage 2022 Wmo-Overigen
Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 De kosten 2022 zijn € 54.000 hoger dan de kosten 2021 vanwege stijging van cliëntaantallen, in combinatie met indexering 2022(2,6%). Alleen het aantal voorzieningen rolstoelen is gedaald, het aantal woonvoorzieningen en (collectief) vervoersvoorzieningen is gestegen. Kosten 2022 ten opzichte van begroting 2022 De kosten 2022 zijn € 21.000 hoger dan de begroting 2022. Prognose 2023 ten opzichte van kosten 2022 De prognose 2023 is € 69.000 hoger dan de kosten 2022 vanwege stijging van cliëntaantallen (aanwas), in combinatie met indexering 2023. Prognose 2024 ten opzichte van prognose 2023 De prognose 2024 is € 44.000 hoger dan de prognose 2023 vanwege stijging van cliëntaantallen (aanwas), in combinatie met indexering 2024.
Jaarrapportage 2022 Wmo-Overigen
Kosten 2022 ten opzichte van prognose 2022 Q3 rapportage De kosten 2022 zijn € 35.000 hoger dan de prognose Q3rapportage, omdat er begin 2023 nog enkele grotere woningaanpassingen 2022 zijn uitbetaald. Prognose 2023 ten opzichte van prognose 2023 Q3 rapportage De kosten 2022 zijn € 24.000 hoger dan de prognose Q3rapportage vanwege iets hogere aanwas in Q4 2022.
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten Jeugd
Zorgkosten Jeugd- Algemene toelichting Overig jeugd Onder overig jeugd zijn opgenomen de kosten van Jeugdbescherming/jeugdreclassering, jeugdzorgplus, landelijke jeugdzorg en overige jeugd. Na de algemene toelichting worden de ksoten van overig jeugd gespecificeerd weergegeven en toegelicht. Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (JB/JR) Jeugdbescherming betreft de maatregelen Ondertoezichtstelling en voogdij die alleen mogelijk is na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en een besluit door een kinderrechter. De jeugdbeschermingsmaatregel wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI). Jeugdreclassering betreft de begeleiding voor jongeren die via een kinderrechter, OM of RvdK een strafmaatregel opgelegd gekregen hebben. De maatregel wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI). Jeugdzorgplus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving. Een verzoek tot Jeugdzorgplus kan worden ingediend door een gemeente, de Raad voor de Kinderbescherming, een gecertificeerde instelling of de Officier van Justitie. De kinderrechter beslist of een jongere Jeugdzorgplus nodig heeft. Als dat zo is, legt de rechter een civiele maatregel op en spreekt de ‘machtiging gesloten jeugdhulp’ uit.
Een kinderrechter kan ook een ‘voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp’ verlenen waarin voorwaarden staan. Als de jongere zich aan de voorwaarden houdt, hoeft hij of zij niet (terug) naar de Jeugdzorgplus instelling. Landelijke jeugdzorg betreft jeugdzorg waarvan de inkoopafspraken namens gemeenten door de VNG zijn gemaakt met landelijke aanbieders met een specialistische functie. Deze gespecialiseerde zorg wordt alleen ingezet indien er dusdanige specifieke problematiek speelt bij kinderen, waarbij zorg noodzakelijk is die niet lokaal of regionaal kan worden verleend. Het gaat vaak om kinderen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek al dan niet gecombineerd met een licht verstandelijke beperking. Soms betreft het problematiek, wat om zeer specifieke en zeer weinig voorkomende specialistische inzet vraagt, die niet per definitie heel duur hoeft te zijn, maar dus wel heel schaars. De kosten per kind zijn door deze gespecialiseerde zorg en door de zwaarte van de zorg in veel gevallen erg hoog. Dit zijn, naast de kosten voor jeugdzorgplus en verblijf, de duurste vormen van jeugdhulp. Gelukkig is het aantal kinderen dat deze zorg nodig heeft beperkt. Overige jeugd betreft de kosten van Veilig Thuis en spoedeisende zorg, dwang en proceskosten en meerkosten corona.
Via Veilig Thuis worden meldingen over, onderzoek naar en advies bij kindermishandeling en huiselijk geweld onveilige situaties opgepakt. Spoedeisende zorg betreft het meldpunt voor crisissituaties, van waaruit 24/7 spoedhulp ingezet kan worden. Dit betreft situaties waarin de veiligheid van een jeugdige acuut en ernstig bedreigd wordt.
Zorgkosten Jeugd – Algemene toelichting Segment 1 betreft hoogcomplexe jeugdzorg, die weinig voorkomend is. Deze cliënten hebben een zeer zware, meervoudige (multi-problem) problematiek die op meerdere domeinen van hun leven problemen ervaren (gezin, school, welzijn, etc.) Het gaat om intensieve en langdurige trajecten van een kleine groep cliënten waarbij maatwerk nodig is van alle betrokken partijen en waarbij een intersectorale aanpak nodig is. Het betreft met name de inzet op verblijfsproducten met een behandelcomponent (intramurale behandeling) én de verblijfsvoorkomende producten zoals MST, RGT en MDFT . Voor segment 1 zijn 10 partijen gecontracteerd (strategisch partners), welke een essentiële rol in het zorglandschap Jeugd en dan met name voor de doelgroep Hoog complexe jeugdhulp – weinig voorkomend . Het aandeel van zorginzet op segment 1 dat geleverd wordt door overige, voorheen A-variant partijen neem al fors af. De insteek is dat deze inzet bij bestaande indicaties nog wordt geleverd door de oude partij, maar dat alle nieuwe instroom op de zware verblijfsproducten en de verblijfsvoorkomende producten met ingang van 2022 wordt geleverd door de 10 strategisch partners. De financiering van 7 van de 10 strategische partner loopt via lumpsum afspraken, waardoor deze kosten in 2021 nog niet onder segment 1 verantwoord worden. Segment 2 betreft wonen.
Dit segment gaat over het woonaanbod voor jeugdigen die niet thuis kunnen wonen, omdat de thuissituatie geen passende woonomgeving is voor de jeugdige. In dat geval moet er een alternatieve woonvorm gevonden worden, zoals pleegzorg, gezinshuizen en kamertrainingen. Wonen is een vorm van verblijf waarbij er een veilige omgeving, zo dicht mogelijk bij de leefomgeving, zolang als nodig voor de jeugdige beschikbaar is. Segment 3 betreft dagbesteding en dagbehandeling voor drie doelgroepen: Kinderen die tijdelijk niet in staat zijn om regulier of passend onderwijs te volgen, kinderen die gespecialiseerde (naschoolse) opvang nodig hebben en kinderen met permanente zware ontwikkelingsstoornissen. De inzet is bedoeld ter voorkoming/verkorten van onderwijsuitval of ter gehele/gedeeltelijke vervanging van onderwijs. Segment 4 betreft specialistische, veel voorkomend zorg voor cliënten met enkelvoudige of kortdurende problematiek. Het gaat om ambulante en/of poliklinische hulp, zowel behandeling als begeleiding. Dit is het meest uitgebreide segment. In dit segment is een groot deel van de oude PDC gehandhaafd gebleven. Nieuw in deze categorie is het product Respijtzorg, diagnostiek dyslexie en instellen en controle psychofarmaca.
Omdat in dit segment ook de zorginzet begeleiding, behandeling en respijtzorg is opgenomen voegen we in de analyse aanvullend ook de grafieken met de trendlijnen van deze categorieën toe. Segment 5 betreft crisis, oftewel spoedzorg voor alle cliënten die te maken krijgen met een urgente crisissituatie waarin de veiligheid van het kind in de thuissituatie niet geborgd is. De inkoop van deze crisishulp vindt plaats op schaal van de 21 gemeenten in de regio en betreft een samenwerking tussen Een 10 voor de Jeugd en Samen voor Jeugd (regio Eindhoven e.o.). Systeemaanbieders betreft zorg die gefinancierd wordt via lumpsum financieringsafgspraken. In 2022 zijn er, via de regio een10vdjeugd, met 7 systeemaanbieders financieringsafspraken gemaakt op basis van een lumpsumfinanciering voor de segmenten 1 en 4. Voor de overige segmenten worden zij bekosteigd via pxq. Tot en met 2021 was bij deze aanbieders sprake van lumpsumfinanciering volgens de zgn. “B-variant” afspraken via de regio Eindhoven en vervolgens via een 10 vdJeugd. Vanaf 2023 worden de systeemaanbieders volledig bekostigd via pxq. Het jaar 2022 kan derhalve beschouwd worden als een overgangsjaar met een mix van beide financieringsvormen.
Zorgkosten Jeugd – Uitgangspunten prognose 2023/2024 Jaarrapportage 2022 2023 Uitgangspunten prognose 2022 / 2023 Deurne
2024
Aanwas cliënten indexering (voorspel model)
Aanwas cliënten indexering (voorspel model)
Jeugd
4,40%
jb/jr
5,35%
5,35%
Veilig Thuis (AMK)
4,29%
4,29%
Spoed4Jeugd (SEZ)
4,74%
4,74%
jeugdzorgplus
4,80%
4,80%
0,0%
5,00%
0,0%
Aanwas In de prognose 2023 en 2024 van jeugd wordt geen rekening gehouden met aanwas (stijging van cliëntaantallen). Met betrekking tot de aanwas zien we bij Asten dat met name de inzet van behandeling fors (40%) stijgt. In de voorlopige jaarrapportage zetten we toch aanwas op nul. In prognose bij definitieve jaarrapportage mogelijk aanpassen op basis van ontwikkelingen. Indexering Indexering 2023 /2024 voor Jeugd op basis van de diverse contractafspraken. De indexering heeft tot gevolg dat de prognose 2023 en 2024 verhoogd worden ten opzichte van de kosten 2022. In de navolgende sheets wordt uitgelegd welke ontwikkelingen er zijn geweest die van invloed waren op de prognose 2023 en 2024.
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten Overig jeugd
Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 JB/JR (€ 119.000) De kosten 2022 zijn lager dan de kosten 2021 vanwege daling van cliëntaantallen, met name vanwege uitstroom in het kader van het woonplaatsbeginsel. Hiertegenover staan hogere kosten in verband met eenmalige bijdrage transformatiekosten. Jeugdzorgplus (€ 174.000) De kosten van jeugdzorgplus zijn in 2022 gedaald doordat er in 2022 geen kinderen met jeugdzorgplus waren, in 2021 waren er 346 zorgdagen jeugdzorgplus. Landelijke jeugdzorg (-/- € 54.000) De kosten 2022 zijn hoger dan de kosten 2021 door inzet van duurdere producten landelijke jeugdzorg. Verschil prognose 2023 en kosten 2022 JB/JR De prognose 2023 is € 28.000 lager omdat in 2022 incidentele bijdragen zijn verstrekt in het kader van duurzame transformatie en kosten tijdelijke crisisorganisatie. Prognose 2023 i.r.t. ontwikkelingen jb/jr In de prognose 2023 is nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen die spelen inzake jb/jr. Op dit moment worden er via dvo Eindhoven voorstellen uitgewerkt met betrekking tot extra verhoging indexering en incidentele beschikbaarheidsfinanciering 2023. Op het moment dat de besluitvorming rond is, wordt e.e.a. verwerkt in de prognose 2023 van de definitieve jaarrapportage.
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten Jeugd
Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 In bovenstaand overzicht is te zien dat de totale kosten van de segmenten 1 tot en met 5 plus de systeemaanbieders met €417.000 zijn gedaald. Dit wordt voor € 153.000 veroorzaakt door een andere financieringswijze van de systeemaanbieders. Daarnaast zijn het aantal voorzieningen jeugd gedaald in 2022. Systeemaanbieders In 2021 werden 7 systeemaanbieders gefinancierd door middel van een zuivere lumpsum. In 2022 werden 7 systeemaanbieders alleen voor de segmenten 1 en 4 gefinancierd door middel van een zuivere lumpsum. De overige segmenten werden bekostigd via pxq. In onderstaande tabel is de lumpsumfinanciering 2021 afgezet tegen de lumpsumfinanciering 2022, plus de pxq bekostiging 2022. systeemaanbieders 2021 2022 verschil Segment 1 (ls) Segment 2 (pxq) Segment 3 (pxq) Segment 4 (ls) Segment 5 (pxq) lumpsum totaal
552.000 215.000 84.000 362.000 22.000
-552.000 -215.000 -84.000 -362.000 -22.000 1.388.000 1.388.000 1.388.000 1.235.000 153.000
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten Jeugd Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 In voorgaande dia is inzichtelijk gemaakt hoe de kosten van systeemaanbieders zich ontwikkelen ten opzichte van 2021. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt hoe de kosten van de overige aanbieders zich ontwikkelen ten opzichte van 2021. segment 1 systeemaanbieders ls segment 1 totaal segment 2 systeemaanbieders pxq segment 2 niet systeemaanbieders segment 2 totaal segment 3/4 systeemaanbieders pxq segment 3 systeemaanbieders ls segment 4 niet systeemaanbieders pxq segment 4 niet systeemaanbieders segment 3 totaal segment 5 systeemaanbieders pxq segment 5 niet systeemaanbieders segment 5 totaal systeemaanbieders systeemaanbieders totaal totaal systeemaanbieders totaal niet systeemaanbieders totaal
2021
2022 verschil 552.000 -552.000 353.000 1.180.000 -827.000 2021 2022 verschil 215.000 -215.000 513.000 65.000 448.000 513.000 280.000 233.000 2021 2022 verschil 84.000 -84.000 362.000 -362.000 1.608.000 1.248.000 360.000 0 270.000 -270.000 1.608.000 1.964.000 -356.000 2021 2022 verschil 22.000 -22.000 34.000 33.000 1.000 34.000 55.000 -21.000 2021 2022 verschil 1.388.000 0 1.388.000 2021 2022 verschil 1.388.000 1.235.000 153.000 2.508.000 2.244.000 264.000 3.896.000 3.479.000 417.000
Prognose 2023/2024 Zorgkosten Jeugd
Verschil prognose 2023 en kosten 2022 (€ 396.000) Indexering De indexering heeft tot gevolg dat de prognose 2023 en 2024 verhoogd worden ten opzichte van de kosten 2022. Onderstaand wordt uitgelegd welke aanvullende ontwikkelingen er zijn geweest die van invloed waren op de prognose 2023 en 2024. Systeemaanbieders van lumpsum naar pxq bekostiging De kostendaling van de kosten segment 1 tot en met 5 plus de systeemaanbieders wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de 7 systeemaanbieders in 2023 geen lumpsum meer hebben, maar pxq financiering, waardoor de daling van het aantal cliënten wordt vertaald naar lagere kosten. verschil jeugd Systeemaanbieders ls 2022 2023 verschil systeemaanbieders segment 1 552.000 409.000 143.000 systeemaanbieders segment 4 362.000 269.000 93.000 totaal 914.000 678.000 236.000
Zorgkosten Overig jeugd Jaarrapportage 2022 vs rapportage Q3
Verschil kosten 2022 jaarrapportage 2022 en prognose 2022 Q3 Jeugdzorgplus De kosten 2022 zijn € 82.000 lager dan de prognose Q3, omdat in de prognose Q3 nog rekening was gehouden met instroom in het 4e kwartaal. Die instroom heeft niet plaats gevonden.
Zorgkosten Jeugd Jaarrapportage 2022 vs rapportage Q3
Verschil kosten 2022 jaarrapportage 2022 en prognose 2022 Q3 Segmenten en systeemaanbieders In de Q3 rapportage was de lumpsum nog opgenomen onder systeemaanbieders, in de jaarrapportage zijn deze opgenomen onder de segmenten 1 en 4 (andere wijze van presenteren). Overige producten jeugd De mutatie van de kosten hangt direct samen met de ontwikkeling van het aantal cliënten per onderdeel en worden verder niet toegelicht. Verschil prognose 2023 jaarrapportage 2022 en Q3rapportage Het verschil van € 330.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door de systeemaanbieders. Daarnaast werken de mutaties van 2022 door naar 2023. verschil jeugd Systeemaanbieders ls 2023 Systeemaanbieders ls systeemaanbieders s1 systeemaanbieders s4 totaal
947.000 -409.000 -269.000 269.000
Jaarrapportage 2022 Zorgkosten BMS
Kosten 2022 ten opzichte van kosten 2021 De kosten 2022 zijn € 881.000 hoger dan de kosten 2021, wat met name veroorzaakt wordt door minimabeleid, onderdeel energietoeslag (€ 936.000). Kosten 2022 ten opzichte van begroting 2022 De kosten 2022 zijn € 961.000 hoger dan de begroting 2022, wat voornamelijk wordt veroorzaakt doordat de energietoeslag niet is begroot. De gemeente ontvangt hiervoor incidentele middelen via de algemene uitkering.
Zorgkosten BMS Jaarrapportage vs Q3rapportage
Kosten 2022 ten opzichte van prognose 2022 Q3 rapportage De kosten 2022 zijn € 48.000 hoger dan de prognose Q3rapportage vanwege hogere kosten bijzonder bijstand en Individuele Inkomens toeslag (€ 16.000) en hogere kosten minimabeleid in verband met energietoeslag (€ 32.000). Prognose 2023 ten opzichte van prognose 2023 Q3 rapportage De prognose 2023 is gelijk aan de kosten 2022, waardoor ook de prognose 2023 €50.000 hoger is dan de prognose 2023 van de Q3 rapportage.
Jaarrapportage 2022 BMS - Energietoeslag zorgkosten uitvoeringstotaal energietoeslag kosten kosten 2022 energietoeslag energietoeslag 2022 2022 Asten Deurne Gemert-Bakel Laarbeek Someren Totaal
936.000 1.830.000 1.837.000 1.163.000 942.000 6.708.000
62.000 120.000 121.000 77.000 62.000 442.000
998.000 1.950.000 1.958.000 1.240.000 1.004.000 7.150.000
middelen energietoeslag algemene uitkerking 2022 985.000 1.920.000 1.607.000 1.005.000 983.000 6.500.000
verschil 2022
-13.000 -30.000 -351.000 -235.000 -21.000 -650.000
In bovenstaand overzicht zijn het totaal aan zorgkosten energietoeslag 2022 én de uitvoeringskosten afgezet tegenover de middelen die de peelgemeenten hiervoor in 2022 hebben ontvangen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds.
Jaarrapportage 2022 BMS
Prognose 2023 ten opzichte van kosten 2022 De prognose 2023 is € 47.000 hoger dan de kosten 2022, met name doordat in de prognose 2023 rekening is gehouden met nieuwe aanvragen energietoeslag. Prognose 2024 ten opzichte van prognose 2023 De prognose 2024 is € 983.000 lager dan de prognose 2023 doordat er in 2024 geen energietoeslag is opgenomen. Maatwerkregeling energietoeslag De kosten van de maatwerkregeling zijn nog niet opgenomen in de prognose energietoeslag omdat de omvang nog lastig in te schatten is. Zodra hier meer inzicht is, zullen we deze kosten meenemen in de prognose 2023. Harmonisatie minimaregelingen Hoewel het beleid van minimaregelingen lokaal wordt bepaald, wordt door GR Peelgemeenten, samen met de lokale beleidsadviseurs BMS, bekeken hoe de minimaregelingen kunnen worden geharmoniseerd. Onderdeel hiervan is een financiële doorrekening van de beleidskeuzes. De financiële consequenties zijn nog niet verwerkt in de prognose 2023 en verder. Zodra hier definitieve besluitvorming is, zullen de financiële consequenties verwerkt worden in de op te stellen prognoses.
Afrekening zorgkosten 2022 en afloop verplichtingen 2021 Betalingen zorgkosten in 2022 gemeente Asten
Wmo Jeugd BMS Totaal Zorgkosten btw over zorgkosten balansmutaties Totaal incl. btw en balansmutaties Afloopcontrole verplichtingen 2021 Gemeente Asten
Wmo Jeugd BMS Totaal
Betalingen 2022 zorgperiode 2022 3.054.370 3.345.192 1.284.157 7.683.719 22.688 -6.238 7.700.169
Verplichting 2021
298.357 1.195.496 0 1.493.853
Betalingen 2022 zorgperiode 2021 279.033 1.039.642 0 1.318.675 0 0 1.318.675
Betalingen 2022 totaal
3.333.402 4.384.834 1.284.157 9.002.394 22.688 -6.238 9.018.844
Betalingen in Kosten Restant Resultaat 2022 over verplichting verplichting verplichting verplichting 2021 2021 2021 2021 279.033 275.406 -3.627 22.951 1.039.642 1.070.073 30.431 125.423 0 0 0 0 1.318.675 1.345.478 26.804 148.375
Totaal zorgkosten 2022 Totaal zorgkosten gemeente Asten
Wmo Jeugd BMS Totaal
Zorgkosten Resultaat zorgperiode verplichtingen 2022 2021 e.e. 3.423.391 3.972.758 1.324.557 8.720.706
22.951 125.423 0 148.375
Zorgkosten totaal 2022
Begroting 2022
Resultaat
3.400.440 3.847.334 1.324.557 8.572.332
3.423.000 3.973.000 1.324.000 8.720.000
22.560 125.666 -557 147.668
De totaal op te nemen zorgkosten 2022 bestaan uit de reguliere zorgkosten 2022 en het resultaat op de afloop verlichtingen 2021 en eerder (e.e.) Het resultaat verplichtingen 2021 is positief, waardoor de totale zorgkosten 2022 lager zijn dan de zorgkosten zorgperiode 2022. Ten opzichte van de begroting 2022 bedraagt het resultaat € 148.000.
Op te nemen verplichtingen 2022 Op te nemen verplichtingen Gemeente Asten Wmo Jeugd BMS Totaal
Verplichting zorgperiode 2022 369.021 627.566 40.300 1.036.887
Verplichting Verplichting zorgperiode totaal 2021 e.e. -3.627 365.394 30.431 657.997 0 40.300 26.804 1.063.691
MKBA Gemeente Asten Mkba als verantwoording van de koersagenda In de koersagenda is afgesproken om de verantwoording van de koers op basis van de mkba methodiek te laten lopen. In deze bestuursrapportage is een eerste stap gezet om te rapporteren conform de mkba methodiek. Mkba staat voor maatschappelijke Kosten en Baten Analyse. We maken hierbij een splitsing in een enge definitie en een brede definitie. De enge definitie kijkt vooral naar de kosten kant, bijv. hoe ontwikkelen de kosten per huishoudens zich en de brede definitie kijkt vooral naar de baten kant, bijv. hoe tevreden zijn de burgers over de dienstverlening. Mkba enge definitie: maatschappelijke kosten In deze rapportage brengen we niet alleen de zorgkosten in beeld, maar we vertalen ze naar kosten per huishouden voor Wmo en bms, en naar kosten per jeugdige inwoner. Op deze manier kunnen we de gemeenten onderling met elkaar vergelijken. Hierbij laten we door middel van kleuren zien welke gemeente de laagste kosten per huishouden heeft (groen) en welke gemeente de hoogste kosten per huishouden heeft (rood). Eerst op niveau van wet, daarna uitgesplitst naar de verschillende onderdelen Opbouw MKBA MKBA individuele gemeente Eerst vertalen we de kosten van de individuele gemeenten naar de mkba methodiek.
MKBA benchmark Peelgemeenten Vervolgens zetten we de mkba gegevens van vijf peelgemeenten langs elkaar, tot onderlinge benchmarkinformatie van de Peelgemeenten.
MKBA Gemeente Asten Vervolg proces Mkba- kosten per cliënt Voor wmo en jeugd hebben we de zorgkosten ook vertaald naar gemiddelde kosten per cliënt, echter dit is nog niet in beeld gebracht voor bms. Voor jeugd hebben we dit ook niet per onderdeel in beeld gebracht. De komende tijd gaan we hier mee aan de slag, zodat we die ook op deze wijze in beeld kunnen brengen. Mkba- duiding en analyse van verschillen In de bestuursrapportage maken we inzichtelijk welke verschillen er zijn tussen gemeenten. Om niet te snel conclusies te trekken, is het van belang om de verschillen te duiden en te analyseren. Hiermee gaan we in gezamenlijkheid met de inhoudelijke collega’s (beleidsmedewerkers) aan de slag. Mkba – collectieve voorzieningen en uitvoeringskosten Conform de mkba-methodiek moeten we niet alleen naar de zorgkosten kijken, maar ook naar de kosten van de maatschappelijke voorzieningen in het voorliggend veld en naar de uitvoeringskosten. We hebben een uitvraag bij de gemeenten gedaan naar de (collectieve) maatschappelijke voorzieningen, waarbij ook een kwalitatieve toets gedaan wordt op volledigheid en inhoud, om een goede vergelijkbaarheid tussen gemeenten te borgen. Door deze kwalitatieve toets gezamenlijk met de beleidsadviseurs te beleven, is erkenning ontstaan voor het gezamenlijke belang om de kosten van maatschappelijke voorziening juist en volledig in beeld te brengen.
Hierbij gaat kwaliteit voor snelheid. Dit betekent dat we nog niet zover zijn dat we de kosten van collectieve voorzieningen al kunnen verwerken in de voorlopige jaarrapportage. De planning is erop gericht om dit wel te verwerken in de definitieve jaarrapportage die in mei 2023 wordt opgeleverd.
MKBA Gemeente Asten Cliënten Aantal personen die in 2022 een voorziening hebben gehad. Huishoudens Aantal huishoudens die per 1-1-2022 in de gemeenten wonen. Jeugdigen Aantal jeugdigen tot en met 18 jaar die per 1-1-2022 in de gemeenten wonen. Kosten per jaar per huishouden / jeugdige In de tabel zijn de totale zorgkosten per wet gedeeld door het totaal huishoudens of jeugdigen* dat in de gemeente woont. *Bron: CBS, peildatum 1-1-22 Kosten per jaar per cliënt In de tabel zijn de totale zorgkosten per wet gedeeld door het totaal cliënten. Bij BMS kunnen we de kosten per cliënt nog niet correct inzichtelijk maken, dit is een ontwikkelonderdeel. % cliënten ten opzichte van huishoudens / jeugdigen In de tabel is het totaal aantal cliënten per wet gedeeld door het totaal aantal huishoudens of jeugdigen die in de gemeente wonen. In navolgende sheets wordt een nadere toelichting gegeven per onderdeel. Deze opzet geeft een eerste inzicht, nader onderzoek en analyse is nodig om de verschillen goed te duiden.
2022
huishoudens / jeugdigen cliënten % cliënten t.o.v. huishoudens / jeugdigen kosten per jaar per huishouden / jeugdige kosten per jaar per cliënt
Wmo 14.019 1.194
Jeugd 6.415 374
16%
11%
€ 467 € 2.867
€ 1.196 € 10.623
BMS 14.019
€ 181
MKBA 2022 Gemeente Asten Wmo Wmo 2022
huishoudens cliënten % cliënten t.o.v. huishoudens zorgkosten zorgkosten per jaar per huishouden zorgkosten per jaar per cliënt
Begeleiding 7.332 269 4% 1.491.000
Hulp bij huishouden 7.332 483 7% 1.251.000
Overige Wmo voorzieningen 7.332 840 11% 682.000
€ 203 € 5.543
€ 171 € 2.590
€ 93 € 812
Wmo 7.332 1.194 16% 3.423.000 € 467 € 2.867
Er waren in Asten in 2022 7.332 huishoudens, waarvan 16% (1.194 cliënten) een wmo voorziening ontvangt. De totale zorgkosten wmo bedragen in 2022 € 3.423.000, waarvan het grootste gedeelte begeleiding betreft. Dit wordt niet veroorzaakt doordat er veel cliënten zijn, maar doordat de kosten per cliënt het duurste is. Van de 1.194 cliënten Wmo heeft 70% een overige wmo voorziening, 40% heeft een voorziening hulp bij huishouden en 22% ontvangt begeleiding.
MKBA 2022 Gemeente Asten Jeugd Jeugd 2022
Segment 1 Hoog complex weinig voorkomend
Jeugdigen Cliënten % cliënten t.o.v. Jeugdigen Kosten per jaar kosten per jaar per jeugdige kosten per jaar per cliënt
1.180.000 € 355
Segment 2 Wonen
280.000 € 84
Segment 3 Dagbehandelingdagbesteding
354.000 € 107
Segment 4 Specialistisch veel voorkomend
1.610.000 € 485
Segment 5 Crisis
55.000 € 17
Overige Jeugdzorg JB/JR;Jeugdzorgpl us; landelijke jeugdzorg; veilig thuis, amk
494.000 € 149
In 2022 woonden er in Asten 3.322 jeugdigen (tot en met 18 jaar), waarvan 11% (374 cliënten) een vorm van jeugdzorg ontvangt. De totale zorgkosten jeugd bedragen in 2022 € 3.973.000, waarvan het grootste gedeelte segment 4, specialistisch veel voorkomend. Op dit moment kunnen we het aantal cliënten per zorg nog niet op jaarbasis presenteren, in de definitieve jaarrapportage zullen we dit wel inzichtelijk maken.
Jeugd
3.322 374 11% 3.973.000 € 1.196 € 10.623
MKBA 2022 Gemeente Asten Bms BMS 2022
Bijzondere bijstand Huishoudens Cliënten % cliënten t.o.v. Huishoudens Kosten per jaar kosten per jaar per huishouden kosten per jaar per cliënt
Energietoeslag
Minimaregeling
Schuld Dienst Verlening
BMS
7.332
329.000 € 45
936.000 € 128
51.000 €7
9.000 €1
1.325.000 € 181
In 2022 waren er in Asten 7.332 huishoudens. De totale zorgkosten BMS bedragen in 2022 € 1.325.000, waarvan het grootste gedeelte de nieuwe taak energietoeslag betreft. Op dit moment kunnen we het aantal cliënten nog niet op jaarbasis presenteren, in de definitieve jaarrapportage zullen we dit wel inzichtelijk maken.
MKBA benchmark
Kosten per jaar per huishouden / jeugdige Wmo Jeugd Asten € 467 € 1.196 Deurne € 556 € 987 Gemert-Bakel € 406 € 877 Laarbeek € 269 € 1.036 Someren € 376 € 900 Kosten per jaar per cliënt Wmo Jeugd Asten € 2.867 € 10.623 Deurne € 2.564 € 9.575 Gemert-Bakel € 2.413 € 10.148 Laarbeek € 1.690 € 8.609 Someren € 2.462 € 8.750 % cliënten ten opzichte van huishoudens of jeugdigen Wmo Jeugd Asten 16% 11% Deurne 22% 10% Gemert-Bakel 17% 9% Laarbeek 16% 16% Someren 15% 15%
BMS € 181 € 188 € 204 € 167 € 168 BMS
BMS
MKBA tabellen, toelichting vooraf: In alle MKBA-tabellen zijn de hoogste waardes in rood aangegeven en de laagste waardes in groen. Kosten per jaar per huishouden / jeugdige In de tabel zijn de totale zorgkosten per wet gedeeld door het totaal huishoudens of jeugdigen* dat in de gemeente woont. *Bron: CBS, peildatum 1-1-22 Kosten per jaar per cliënt In de tabel zijn de totale zorgkosten per wet gedeeld door het totaal cliënten. Bij BMS kunnen we de kosten per cliënt nog niet correct inzichtelijk maken, dit is een ontwikkelonderdeel. % cliënten ten opzichte van huishoudens / jeugdigen In de tabel is het totaal aantal cliënten per wet gedeeld door het totaal aantal huishoudens of jeugdigen die in de gemeente wonen*. In navolgende sheets wordt een nadere toelichting gegeven per onderdeel. Deze opzet geeft een eerste inzicht, nader onderzoek en analyse is nodig om de verschillen goed te duiden. Bestuurlijke Benchmark 2022 Voor de verdere benchmarkgegevens verwijzen we naar de bestuurlijke benchmark rapportage 2022.