BUAZC23.03.11D 03 Bijlage 2 Bijdrageverordening GR Senzer.pdf
Tekst van het document
Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Senzer; gelet op artikel 34 van de Gemeenschappelijke regeling Senzer; overwegende dat het wenselijk is om de baten en lasten die het openbaar lichaam aan de deelnemers toerekent te baseren op financiële verdeelprincipes- en sleutels op voorstel van het besluit van het dagelijks bestuur d.d. 18 januari 2023; besluit: vast te stellen de Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer.
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: deelnemer: het college van de deelnemende gemeente in de Gemeenschappelijke regeling Senzer; Gemeenschappelijke regeling: Gemeenschappelijke regeling Senzer; Wsw: Wet sociale werkvoorziening; Artikel 2 Doel en reikwijdte 1. Deze verordening regelt de grondslag en de wijze van berekening van de door elke deelnemer verschuldigde financiële bijdrage aan de Gemeenschappelijke regeling. 2. Elke deelnemer is een bijdrage verschuldigd ter uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke regeling met inachtneming van artikel 33, eerste lid, en artikel 34, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling. 3. Het algemeen bestuur besluit over de jaarlijkse bijdrage per deelnemer, overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen omtrent de besluitvorming zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke regeling. Artikel 3 Bijdragen van gemeenten 1. Gemeenten betalen een bijdrage voor de taken die in de gemeenschappelijke regeling zijn omschreven, gelijk aan de begrote netto uitgaven. De begrote netto uitgaven zijn gelijk aan het totaal van de begrote uitgaven minus de eigen inkomsten van Senzer. 2. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit: a. het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies; b. het budget dat gemeenten ontvangen voor Wsw en beschutte arbeid in de integratieuitkering Participatie; c.
een algemeen deel. Pagina 1 van 6
3. Voor het algemeen deel wordt alle gemeenten gevraagd eenzelfde percentage bij te dragen van de inkomsten die de gemeenten ontvangen binnen het cluster Participatie van de algemene uitkering in het gemeentefonds. 4. Het budget dat gemeenten ontvangen voor uitvoering en participatie in de algemene uitkering wordt bepaald door van het in de algemene uitkering opgenomen cluster Participatie het bedrag voor minimabeleid te halen. Wat resteert vormt de basis voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage voor het algemeen deel. 5. Het bedrag dat wordt toegerekend aan het minimabeleid bestaat uit: a. het bedrag per eenheid binnen het cluster Participatie maal het aantal huishoudens met laag inkomen met drempel; b. een vast bedrag maal het aantal bijstandsontvangers. 6. Zolang het definitieve budget voor bijstand en loonkostensubsidies nog niet bekend is, wordt voor de berekening van het voorlopig gemeentelijk aandeel in de gemeentelijke bijdrage aan Senzer uitgegaan van het voorlopig budget dat voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin de begroting wordt opgesteld. 7.
Zolang het voorlopig budget voor bijstand en loonkostensubsidies nog niet bekend is, wordt voor de berekening van het voorlopig gemeentelijk aandeel in de gemeentelijke bijdrage aan Senzer uitgegaan van het meest recente gemeentelijk aandeel in het budget voor bijstand en loonkostensubsidies maal het macrobudget voor bijstand en loonkostensubsidies in de meest recente meerjarenbegroting van het ministerie van SZW in de rijksbegroting. 8. De gemeentelijke bijdrage die bestaat uit het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies en het budget dat gemeenten ontvangen voor Wsw én beschutte arbeid in de integratie-uitkering Participatie, wordt jaarlijks afgerekend op basis van de definitieve bedragen bij de septembercirculaire van het lopende begrotingsjaar. 9. De gemeentelijke bijdrage die bestaat uit het algemeen deel wordt afgerekend op basis van de initiële begroting, die volgt uit de opdrachtverstrekking van de gemeenten (meerjarenplan). Indien het algemeen deel ontoereikend dreigt te worden, kan het algemeen bestuur besluiten tot een begrotingswijziging met inachtneming van artikel 31 lid 3. 10. Een eventuele uitkering van overtollige middelen aan de gemeenten, geschiedt op basis van de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage van het algemeen deel, die als laatst is gehanteerd bij de begroting waarop het resultaat ontstaat. 11.
In gevallen waarin deze bijdrageverordening niet voorziet, besluit het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen omtrent besluitvorming zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke regeling. Artikel 4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking. Artikel 5 Evaluatie Deze verordening wordt na een periode van 2 jaar (2024-2026) geëvalueerd. Artikel 6 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer.
Pagina 2 van 6
Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Senzer, Plaats: Datum:
De voorzitter: [ naam + handtekening ]
De secretaris: [ naam + handtekening ]
Pagina 3 van 6
Toelichting behorende bij de Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer I. Algemeen Deze Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer is een nadere uitwerking van artikel 34, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Senzer. II. Artikelsgewijze toelichting Artikel 3 Algemeen De gemeenten die participeren in de GR van Senzer zijn verantwoordelijk voor de financiering van de begroting. De begroting bestaat uit de kosten die worden gemaakt voor de gemeenschappelijke taken. Het gaat onder andere om de salarissen van de medewerkers, onroerend goed en ICT. Senzer heeft ook eigen inkomsten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de omzet die gerealiseerd wordt op basis van de productieactiviteiten van de medewerkers vanuit de Wsw en dienstverlening aan gemeenten voor taken die niet zijn omschreven in de GR . Het beleid dat Senzer uitvoert wordt evenals de begroting door de gemeenten gezamenlijk vastgesteld. Zowel het beleid als de uitvoering is gemeenschappelijk. Het verschil tussen de kosten en de eigen inkomsten wordt gefinancierd door de gemeentelijke bijdrage. De gemeenten hebben afgesproken om de gemeentelijke bijdrage te verdelen op basis van solidariteit.
Dat betekent dat de middelen die de gemeenten vanuit de rijksoverheid ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet-taken gelden als basis voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Gemeentelijke bijdrage Gemeenten ontvangen vanuit het Rijk via drie kanalen middelen voor de uitvoering van de Participatiewet. Uitgaand van het principe van solidariteit betekent dat het volgende voor de gemeentelijke bijdrage (in formule-vorm): (1) GB = BUIG + IUP + AD Waarbij: • GB: Gemeentelijke bijdrage. Dit bedrag wordt berekend door de begrote uitgaven te verminderen met de eigen inkomsten van Senzer. • BUIG: het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies. Het BUIGbudget gaat volledig over naar de begroting van Senzer. • IUP: het budget dat gemeenten ontvangen voor Wsw en beschutte arbeid in de integratieuitkering Participatie. De bedragen voor Wsw en beschutte arbeid in de integratie-uitkering Participatie, gaan volledig over naar de begroting van Senzer. AD: het algemeen deel dat in totaal door de deelnemende gemeenten wordt bijgedragen. Het algemeen deel is gelijk aan de gemeentelijke bijdrage minus het totaal aan BUIG-budgetten en het totaal aan budgetten voor Wsw en beschutte arbeid in de integratie-uitkering (AD = GB – BUIG – IUP).
De verdeling van het algemeen deel vindt plaats op basis van de middelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering en participatie in het cluster Participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds. We lichten hierna toe op welke wijze het gemeentelijk aandeel in het algemeen deel wordt berekend.
Pagina 4 van 6
Financiering algemeen deel De bijdrage van een individuele gemeente i aan het algemeen deel wordt (in formule-vorm) als volgt berekend: (2) AD_i = Cluster_i / Cluster_totaal x AD indien AD is kleiner of gelijk aan Cluster_totaal Dat betekent dat het aandeel dat gemeente i in het totaal van het bedrag dat gemeenten voor uitvoering en participatie ontvangen in het cluster Participatie ontvangt wordt vermenigvuldigd met het totaal van de bijdragen die gemeenten moeten betalen aan het algemeen deel. Op deze manier wordt het algemeen deel verdeeld naar rato van de middelen die gemeenten voor de betreffende taken beschikbaar hebben in het cluster Participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds. Cluster Participatie De algemene uitkering in het Gemeentefonds opgebouwd uit clusters. Clusters worden ook wel fictieve budgetten genoemd. Het gemeentefonds is kosten georiënteerd. Dat betekent dat het bedrag in een cluster de kosten representeert die gemeenten gemiddeld maken voor de taken binnen het cluster. Het cluster Participatie bestaat uit de middelen voor de uitvoering van de Participatiewet, re-integratie en begeleiding en het minimabeleid (waaronder de schuldhulpverlening). Het bedrag binnen een cluster wordt berekend op basis van een aantal maatstaven.
Het cluster Participatie bestaat uit de volgende maatstaven: bijstandsontvangers, loonkostensubsidies, inschrijvingen doelgroepenregister en huishoudens met laag inkomen. Per maatstaf is een bedrag per eenheid vastgesteld. Het totale, zogenoemde basisbedrag binnen een cluster wordt berekend door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag per eenheid en die – voor alle eenheden binnen het cluster – bij elkaar op te tellen. Het totaalbedrag binnen het cluster wordt berekend door het basisbedrag te vermenigvuldigen met de uitkeringsfactor. Middelen voor uitvoering en participatie binnen het cluster Participatie Het totale cluster Participatie is bedoeld voor uitvoering, re-integratie en begeleiding en minimabeleid. Het minimabeleid wordt niet door Senzer uitgevoerd. Daarom geldt als basis voor de verdeling, niet het totale cluster, maar het cluster Participatie, verminderd met het bedrag dat beschikbaar is voor het minimabeleid (de variabele die hiervoor werd aangeduid met Cluster_i voor een individuele gemeente en Cluster_totaal voor alle gemeenten gezamenlijk). Het bedrag voor het minimabeleid in het cluster Participatie is gelijk aan het bedrag dat behoort bij de huishoudens met laag inkomen (aantal huishoudens met laag inkomen met drempel maal het bedrag per eenheid) en een bedrag dat behoort bij de bijstandsontvangers.
Het bedrag dat behoort bij de bijstandsontvangers is in 2023 gelijk aan €1183,- per bijstandsontvanger en kan jaarlijks veranderen. Het totale bedrag voor minimabeleid in het cluster Participatie is gelijk aan het bedrag dat behoort bij de huishoudens met laag inkomen met drempel plus het bedrag dat behoort bij de bijstandsontvangers. Peilmomenten De gemeentelijke bijdrage die bestaat uit het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies en het budget dat gemeenten ontvangen voor Wsw én beschutte arbeid in de integratie-uitkering Participatie, wordt jaarlijks afgerekend op basis van de definitieve bedragen bij respectievelijk in de septembercirculaire van het lopende begrotingsjaar. De bedragen zijn opgenomen in de rekenmodellen die het ministerie van BZK beschikbaar stelt ter onderbouwing van Pagina 5 van 6
de budgetten die gemeenten ontvangen in het gemeentefonds. Voor het definitieve budget voor bijstand en loonkostensubsidies (BUIG-budget) ontvangen gemeenten een beschikking van het ministerie van SZW. Het definitieve budget voor bijstand en loonkostensubsidies wordt jaarlijks voor 1 oktober van het lopende begrotingsjaar bekend gemaakt. Zolang de budgetten in de septembercirculaire in het lopend begrotingsjaar nog niet bekend zijn worden voor het berekenen van de voorlopige bijdrage de budgetten toegepast in de meest recente gemeentefonds-circulaire dan wel het voorlopige of nader voorlopige budget voor bijstand en bijstandsontvangers. Indien het voorlopige bijstandsbudget nog niet bekend is wordt het gemeentelijk aandeel in het meest recente budget voor bijstand en loonkostensubsidies vermenigvuldigd met het in de rijksbegroting bekende macrobudget voor bijstand en loonkostensubsidies. Aanpassing bijdrage algemeen deel en uitkering Een hogere bijdrage voor het algemeen deel van de gemeentelijke bijdragen, dan opgenomen in de initiële begroting, vraagt om een begrotingswijziging met zienswijze procedure via de gemeenteraden. Voor het doen van een uitkering aan de gemeenten, van overtollige middelen is ook een verdeelsleutel noodzakelijk. Hierbij wordt aangesloten bij de laatst gehanteerde verdeelsleutel van de gemeentelijke bijdrage voor het algemeen deel.
Deze sleutel is vastgelegd bij de initiële begroting of een latere begrotingswijziging waarop de zienswijze procedure van kracht is geweest.
Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Senzer, De voorzitter: [ naam + handtekening ]
De secretaris: [ naam + handtekening ]
Pagina 6 van 6