BU22.01.09A Memo over actuele stand van zaken invoering nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022.pdf
Tekst van het document
MEMO AAN DE RAAD ZAAKNUMMER : 2021079987 AAN
: de raad, via commissie Burgers
VAN NAMENS DEZE
: College van B&W : wethouder J.P. Spoor
DATUM
: 9 november 2021
ONDERWERP
: Actuele stand van zaken invoering nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022
Met deze Raadsinformatiebrief willen wij u informeren over de actuele stand van zaken met betrekking tot de invoering van de nieuwe Wet Inburgering die vanaf 1 januari 2022 ingaat. Vanaf 1 januari 2022 voeren gemeenten de regie op het inburgeringstraject Met ingang van 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. Iedereen die vanaf 1 januari 2022 in Nederland een verblijfsstatus krijgt valt onder deze nieuwe wet. Mensen die hun verblijfsstatus ontvangen voor het eind van dit jaar vallen nog onder de huidige Wet Inburgering (2013). Het doel van de nieuwe wet is dat alle inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen asielstatushouders, gezinsmigranten en overige migranten. Asielstatushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Ook nareizigers als gevolg van een gezinshereniging vallen onder de noemer asielstatushouder. Gezinsmigranten zijn mensen die naar Nederland komen voor een al in Nederland wonende partner. Zij hebben zich voorbereid op hun komst en verplichtingen in Nederland en in veel gevallen al in land van herkomst het examen inburgering afgelegd. Onder overige migranten vallen bijvoorbeeld geestelijk bedienaren zoals imams, rabijnen en kloosterlingen. Binnen de nieuwe wet krijgen gemeenten voor de verschillende soorten migranten nieuwe taken.
Ten opzichte van de oude wet zijn er een aantal belangrijke wijzigingen: 1. Gemeenten voeren de regie over het inburgeringstraject. Nu zijn inburgeraars nog zelf verantwoordelijk voor het vormgeven van hun traject. 2. Iedereen krijgt een inburgering op maat. Dit gebeurt aan de hand van een brede intake. En het maken van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (verder: PIP) door de gemeente. 3. Er worden drie routes ingericht, zodat iedereen kan inburgeren: o De onderwijsroute; gericht op het zo snel mogelijk behalen van een schooldiploma. o De B1 route; gericht op het behalen van taalniveau B1, in combinatie met (vrijwilligers)werk. o De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 niet haalbaar is. 4. Gemeenten begeleiden ook gezinsmigranten en overige migranten. Zij betalen hun inburgering altijd zelf. De gemeente neemt een brede intake af en stelt daarmee de te volgen leerroute vast. Ook kan zij adviseren over een mogelijk passende onderwijsinstelling.
5.
Gemeenten ontzorgen asielstatushouders gedurende 6 maanden. Zij dragen zorg voor het betalen van huur, gas, water, licht en zorgverzekering, vanuit de uitkering van de statushouder.
Naast de drie leerroutes zijn gemeenten verantwoordelijk om een aanbod vorm te geven op het gebied van Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), Module Arbeidsmarkt en Participatie (hoe werkt de Nederlandse arbeidsmarkt, verder: MAP) en het Participatieverklaringstraject (gericht op Nederlandse normen en waarden, verder: PVT). De implementatie van de nieuwe Wet Inburgering bereiden we gezamenlijk voor in de arbeidsmarktregio In de aanloop naar de vaststelling van de Wet Inburgering heeft verantwoordelijk minister Koolmees uitgesproken dat gemeenten op niveau van de arbeidsmarktregio’s zoveel als mogelijk samen dienen te werken. Dit onder andere met het oog op effectiviteit en bundeling van expertise. De gemeenten blijven echter individueel verantwoordelijk voor de implementatie en uitvoering van de wet. Binnen de arbeidsmarktregio Helmond-de Peel is een regionale projectorganisatie ingericht. Vanuit deze organisatie is de implementatie van de nieuwe Wet Inburgering regionaal voorbereid. Uitgangspunt hierbij is ‘Lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Stand van zaken voorbereiding implementatie Binnen de nieuwe wet voeren gemeenten regie over het inburgeringstraject. Dit wordt praktisch uitgevoerd door een trajectregisseur Inburgering die in dienst is bij de gemeente.
Deze trajectregisseur voert de Brede intake uit en stelt een PIP op, waarin de inburgeringsroute beschreven wordt. De trajectregisseur volgt het inburgeringsproces en toetst op basis van voortgangsgesprekken of de inburgeraar op de juiste route zit en op schema is. Voor de inrichting van het inburgeringsproces werken de gemeenten samen met verschillende uitvoeringsorganisaties, zoals de welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen en Senzer. Met de welzijnsorganisaties maken we subsidieafspraken over de maatschappelijke begeleiding en het invullen van de participatie-uren, bijvoorbeeld middels vrijwilligerswerk, in de zelfredzaamheidsroute. Senzer is de aangewezen partij voor de route naar werk in de B1-route en, als mogelijk, in de zelfredzaamheidsroute. Voor het invullen van het taalaanbod in het kader van de inburgeringsroutes heeft een aanbesteding plaatsgevonden. Dit heeft twee taalaanbieders opgeleverd: het ROC ter AA geeft het taalaanbod in de B1-route vorm en Stavoor het taalaanbod in de zelfredzaamheidsroute. De onderwijsroute wordt bovenregionaal vormgegeven. Gemeente Eindhoven is trekker hiervan. Hiervoor is gekozen omdat er te weinig instroom op deze route wordt verwacht om dit specifiek voor onze arbeidsmarktregio vorm te geven. Voor de Hbo- en WO-route worden inmiddels afspraken gemaakt met de Universiteit Tilburg en Fontys.
Rondom de Mbo-route speelt momenteel nog een (landelijke) discussie over eisen en beschikbare middelen. Op basis van de uitkomst van deze discussie zullen verdere afspraken gemaakt worden over de inrichting voor onze regio. Naar verwachting is hierover eind november 2021 meer duidelijkheid. In het kader van de nieuwe wet worden de statushouders de eerste 6 maanden financieel ontzorgt. Het ontzorgen van de statushouders zal bestaan uit het betalen van de vaste lasten uit de uitkering door Senzer en het verzorgen van een budgetcursus door de welzijnsorganisaties. Zo is de statushouder na deze eerste 6 maanden ook daadwerkelijk in staat om zijn financiën goed te beheren.
Samenwerking is essentieel Het totale inburgeringsproces voor de betrokkene bestaat uit het aanbod van de uitvoeringsorganisaties gezamenlijk. Goede onderlinge afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk en bepaalt het succes. Om die reden heeft half oktober een tweedaagse werkconferentie plaatsgevonden. Alle uitvoeringsorganisaties waren hierbij aanwezig. De (regionale) afspraken die in deze dagen zijn gemaakt worden vastgelegd in een regionaal ‘Afsprakenboek’. De werkconferentie heeft ook een beeld opgeleverd van wat voor aanvang van de nieuwe wet nog verder uitgewerkt dient te worden. Vanuit de opbrengst van de werkconferentie wordt nu de lokale implementatie verder voorbereid. Voor de uitvoering van de nieuwe wet ontvangen we middelen vanuit het Rijk Er zijn verschillende geldstromen voor de uitvoering van de nieuwe wet. We ontvangen een Specifieke Uitkering (SPUK) voor de programmakosten van de leerroutes, de maatschappelijke begeleiding, het uitvoeren van de MAP, de PVT en de inzet van tolken. Deze uitkering wordt bepaald door het aantal inburgeraars dat instroomt. Daarnaast ontvangen we middelen voor de uitvoeringskosten van de gemeente zelf zoals de kosten voor de trajectregisseur, het inrichten en beheren van informatiesystemen voor onder andere monitoring en communicatie. Bij de regionale voorbereiding is uitgegaan van budgetneutrale uitvoering.
De uitvoering moet dus plaatsvinden op basis van de beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk. Om dit mogelijk te maken kijken we ook scherp naar reeds bestaande uitvoering en (subsidie)afspraken en hoe dit in te zetten is in kader van de nieuwe wet. Er spelen een aantal aandachtspunten bij de invoering van de nieuwe wet Er heeft een uitgebreide voorbereiding plaatsgevonden, waarbij we zoveel mogelijk gebruik gemaakt hebben van de bestaande kennis en expertise van de uitvoeringspartners. Pas bij de daadwerkelijke uitvoering, vanaf 1 januari 2022 zal blijken of alles klopt. De statushouders waarop de nieuwe wet van toepassing gaat zijn stromen het komend jaar druppelsgewijs in. Dit geeft ons als gemeente de ruimte daar waar nodig bij te schakelen. Per 1 januari 2022 is het basisproces inburgering ingericht. Komend jaar zullen we dit proces verder doorontwikkelen om tot een optimaal inburgeringsproces te komen. Een tweede kanttekening is dat de instroom van statushouders fluctueert. Elk halfjaar krijgen we als gemeenten een taakstelling van aantal te huisvesten statushouders. Deze taakstelling is afhankelijk van instroom in Nederland. Van de statushouders die we op basis van deze taakstelling moeten huisvesten is op voorhand niet duidelijk welke route zij gaan volgen. Dit vormt een onzekerheid als het gaat om het organiseren van groepsgewijs aanbod.
Dit tweede punt leidt ook tot onzekerheid over de financiën. Bij de regionale voorbereiding is uitgegaan van een budgetneutrale uitvoering, op basis van de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Vanuit dit uitgangspunt zijn de afspraken met de uitvoeringspartijen vormgegeven. Hierbij is ook uitgegaan van een verdeling van statushouders op de verschillende routes, op basis van de instroom afgelopen jaren. Mocht deze verdeling anders uitvallen in de praktijk, dan kan dat financiële consequenties hebben. Dit is overigens ook landelijk een punt van aandacht. Tenslotte zullen we komende jaren nog te maken hebben met mensen die vallen onder de huidige inburgeringswet uit 2013. Deze groep wordt ook wel de ‘ondertussengroep’ genoemd. Zij zijn nog zelf verantwoordelijk voor de vormgeving van hun inburgeringsproces. Dit kan mogelijk verstoord worden door de afspraken met uitvoeringspartners in kader van de nieuwe wet. De consequenties voor deze groep worden momenteel in beeld gebracht, zodat we kunnen bepalen hoe we hiermee
3/4
omgaan. Vanuit het Rijk zijn specifiek voor deze groep ook middelen ter beschikking gesteld, om ook hen komende jaren de juiste begeleiding te kunnen bieden. We ontwikkelen de uitvoering nog verder door Zoals aangegeven starten we per 1 januari 2022 met een basisuitvoering van de nieuwe Wet Inburgering. Daarbij monitoren we scherp hoe de uitvoering verloopt en wat de resultaten zijn. Waar nodig zullen we bijschakelen, dit is ook zo afgesproken met de uitvoeringspartners. In de loop van 2022 zullen we u in een regionale raadsbijeenkomst bijpraten over de uitvoering van de nieuwe wet en de ervaringen tot dan toe.