BU21.04.05A (informerend) Commissievoorstel Opstellen van woonwagen- en standplaatsenbeleid.docx
Tekst van het document
COMMISSIEVOORSTEL Informerend BIJ ZAAKNUMMER: 2021017425 Voorstel voor de vergadering van 26 april 2021 Agendanummer:
05
Onderwerp:
Opstellen van woonwagen- en standplaatsenbeleid
Opsteller:
F.W.A. van Tulden, Team Ruimte
Portefeuillehouder:
mevrouw J.P. Spoor
Datum:
22 maart 2021
Voorstel:
Kennis nemen van informatie over woonwagen- en standplaatsenbeleid Nee
Presentatie:
Samenvatting Overal in Nederland moeten gemeenten aan de slag met het uitvoeren van een behoefteonderzoek en het opstellen van woonwagen- en standplaatsenbeleid. Via dit voorstel leggen we uit hoe we dit als gemeente Asten oppakken. Aanleiding In 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken en het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. Met het intrekken van de Woonwagenwet werd de ‘normalisatie’ van het huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners een feit. De zorg voor de overheid in het voorzien in passende woonruimte behelsde vanaf dat moment dezelfde als voor burgers die niet in een woonwagen wonen, namelijk: “het treffen van de benodigde maatregelen ten behoeve van een goede huisvesting voor hun ingezetenen, ongeacht of zij in een woning of woonwagen willen wonen.’’ In de memorie van toelichting bij de intrekking van de Woonwagenwet stond dat “deze verantwoordelijkheid ook inhoudt dat een wettelijke verplichting voor een gemeente om een woonwagencentrum in stand te houden niet meer noodzakelijk is.” Inmiddels is door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; het College voor de Rechten van de Mens; de Nationale ombudsman en bewonersorganisaties meerdere keren aangegeven dat het beleidskader dat ontwikkeld is bij de intrekking van de Woonwagenwet niet meer voldoet.
Het landelijk beleidskader en het op lokaal niveau gevoerde standplaatsenbeleid dienen in overeenstemming te worden gebracht met de geldende mensenrechtelijke kaders. Als Europese lidstaat is Nederland namelijk verplicht de culturele woonvorm van Sinti, Roma en andere woonwagenbewoners voldoende te faciliteren. Vanuit mensenrechtelijke en grondrechtelijke standaarden betekent dit concreet:
De gemeente heeft een zorgplicht om een beleid te ontwikkelen dat het woonwagenleven voldoende faciliteert en beschermt. Om die reden dient de lokale overheid te voorzien in voldoende woonwagenstandplaatsen.
Om de rechten van woonwagenbewoners ‘praktisch en effectief’ te laten zijn, dient een woningzoekende woonwagenbewoner binnen afzienbare tijd kans te maken op een standplaats.
Bij het bepalen of iemand als woonwagenbewoner kan worden aangemerkt dient ook rekening gehouden te worden met ‘spijtoptanten1’. Voor de bescherming van de rechten is het niet van belang of een woonwagenbewoner tijdelijk in een reguliere woning heeft gewoond. Zolang hij of zij de intentie had om terug te keren naar het woonwagenleven, moet rekening gehouden worden met zijn of haar woonbehoefte.
Als dit niet gebeurt, schendt Nederland internationaal beschermde mensenrechten en dreigt een rechtelijke veroordeling door het Europees Hof. In 1998 wees toenmalig staatssecretaris Johan Remkes van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 46 gemeenten erop dat ze een substantieel tekort aan standplaatsen voor woonwagens hadden. In totaal ging het toen om een achterstand van 1710 plaatsen. Uit onderzoek van het platform van omroep KRO-NCRV blijkt dat het tekort twintig jaar later slechts met ongeveer 20 procent teruggedrongen is, terwijl de behoefte aan standplaatsen juist toegenomen is2. Overal in Nederland moeten gemeenten aan de slag. Om er achter te komen wat de behoefte aan woonwagen- en standplaatsen in de gemeente Asten is, starten we dit jaar met een onderzoek. Onderzoek Om een eerste beeld te krijgen van de vraag naar standplaatsen starten we met een kwantitatief behoefteonderzoek. Het kwantitatieve onderzoek betreft een inventarisatie van de behoefte op basis van gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie voor persoonsgegevens (GBA). Aan de hand van die gegevens wordt een theoretische prognose gemaakt van de vijfjaarlijkse behoefte aan standplaatsen voor de jaren 2022 t/m 2032.
Er wordt per periode van vijf jaar een inschatting gegeven op basis van spijtoptanten en leeftijd waarbij rekening wordt gehouden met een correctie op basis van de gemiddelde leeftijd van overlijden. Om tot een volledige inventarisatie van de behoefte aan woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente Asten te komen moet er naast een kwantitatief onderzoek ook een kwalitatief onderzoek worden uitgevoerd. Het kwalitatief onderzoek gaat zich richten op het inventariseren van de daadwerkelijke behoefte onder de inwoners die een rechtmatige claim op een woonwagenstandplaats binnen de gemeente Asten zouden kunnen maken. Het kwalitatief onderzoek gebeurt op basis van bewonersgesprekken. De daadwerkelijke behoefte en de kwantitatieve behoefte kunnen verschillen. Als blijkt dat vraag en aanbod niet goed zijn afgestemd, wordt onderzocht hoe we dat kunnen verbeteren. Beleid Zodra we weten wat de behoefte aan woonwagen- en standplaatsen is starten we met het opstellen van beleid. In het te maken beleid moet een aanpak komen te staan om in een bepaalde tijdsperiode de vraag naar en het aanbod van woonwagens en standplaatsen op elkaar af te stemmen. Dit proces zullen we samen met u en andere stakeholders zoals woningbouwvereniging Bergopwaarts en woonwagenbewoners doorlopen door vooraf wensen, bedenkingen en kaders op te halen.
Het te maken woonwagen- en standplaatsenbeleid beleid heeft raakvlakken met beleidsterreinen zoals het sociaal domein, leefbaarheid en handhaving en veiligheid. Vanuit die beleidsterreinen zijn we al een geruime tijd integraal bezig met onze huidige twee woonwagenlocaties de Bovist en het Haakske. De integrale aanpak heeft al goede Een spijtoptant is in het algemeen iemand die een keuze heeft gemaakt en daar later van terug wil komen omdat hij of zij er spijt van heeft. 2 https://www.ad.nl/binnenland/gemeenten-pakken-tekort-woonwagenstandplaatsen-nauwelijksaan~a841e699/ 1
2/3
resultaten opgeleverd, namelijk: een afname van huurschulden en overige structurele schulden, geen hennepkwekerijen in de afgelopen jaren, meer zicht op integrale problematiek en samenwerking tussen verschillende stakeholders zoals onderwijspartijen. We zijn goed op weg, maar we weten ook dat we nog stappen moeten maken op het gebied van onder andere: leerplicht en doorlopende leerlijn, werk/uitkering tegenover inkomen/uitgaven en schulden, de openbare ruimte en afvalstromen, gezondheid, overgewicht (obesitas), langer thuis wonen en minder zorgafhankelijkheid. We zien het moment dat we starten met het opstellen van beleid als een kans om de genoemde verbeterpunten hierin mee te nemen. We willen daarom integraal te werk gaan bij het opstellen van het beleid. Dit houdt in dat we de opdracht breder trekken dan alleen het zo goed mogelijk op elkaar afstemmen van de vraag naar en het aanbod van woonwagens en standplaatsen.
Financiën Voor de uitvoering van het onderzoek en het opstellen van het beleid is externe expertise nodig. Dit kost voor het jaar 2021: €29.920 en voor het jaar 2022 eveneens €29.920. Het hiervoor benodigde budget zal meegenomen worden in de tussentijdse rapportage voorjaar 2021. Tijdlijn
We starten met het uitvoeren van een onderzoek naar de huidige en toekomstige woonbehoefte. Als blijkt dat vraag en aanbod niet goed zijn afgestemd, wordt onderzocht hoe we dat kunnen verbeteren. Dit doen we middels een locatieonderzoek. Zodra we de onderzoeksfase hebben doorlopen, presenteren we u de onderzoeksresultaten en halen we wensen, bedenkingen en kaders bij u en andere stakeholders op voor het op te stellen beleid.
Opsteller: f.vantulden@asten.nl
3/3