Bijlage 8 - Notitie – Onderzochte alternatieven vaststelling
Tekst van het document
Notitie ZAAKNUMMER : 2022048765 VAN
: Team Ruimte, taakveld Ruimtelijke ontwikkeling en team Advies & Ondersteuning, taakveld Juridische Zaken
DATUM
: 16 december 2025
ONDERWERP
: Onderzochte alternatieven vaststelling bestemmingsplan 'Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022'
1. Inleiding Om een bestemmingsplan vast te kunnen stellen moet het bestemmingsplan niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Met het oog op de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat van de voorziene woningen, wat een onderdeel is van een goede ruimtelijke ordening, is de geurbelasting onderzocht. Uit het geuronderzoek blijkt dat de geurbelasting voor de achtergrondbelasting binnen het plangebied circa maximaal 8 ouE/m3 en voor de voorgrondbelasting circa maximaal 7,7 ouE/m3 bedraagt. De voorgrondbelasting is in dit geval meer dan de helft van de achtergrondbelasting. Hierdoor is de voorgrondbelasting bepalend bij de vraag of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op de voorziene woningen. In deze notitie wordt ingegaan op de twee andere scenario’s die zijn onderzocht in aanloop naar de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022’ en waarom deze scenario’s niet aan de raad worden voorgelegd als alternatief.
2. Onderzochte scenario’s De volgende twee andere scenario’s zijn onderzocht in het kader van de geurbelasting voor de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022’, te weten: a. het vaststellen van het bestemmingsplan zonder bouwregel voor geur in afwijking van de geurgebiedsvisie; en b. het vaststellen van het bestemmingsplan zonder bouwregel voor geur, waarbij niet wordt afgeweken van de geurgebiedsvisie en de luchtwasser gerealiseerd wordt. De twee scenario’s zijn geen alternatieven, omdat deze scenario’s niet voldoen aan de juridische voorwaarden om het bestemmingsplan op die manier vast te stellen. De reden hiervoor wordt hieronder per scenario toegelicht.
1/6
2.1 Samenvatting scenario ‘vaststellen bestemmingsplan zonder bouwregel geur en afwijken van de geurgebiedsvisie’ In dit scenario hebben we onderzocht of het bestemmingsplan kan worden vastgesteld in afwijking van de geurgebiedsvisie1. De raad heeft eerder het standpunt ingenomen dat voor de voorgrondbelasting een geurhinderpercentage van maximaal 12% aanvaardbaar is. Dit staat gelijk aan een maximale voorgrondbelasting voor geur van 5,0 ouE/m3. Het plan voldoet niet aan deze norm. Om van het eerder ingenomen standpunt af te wijken moet de raad op basis van locatiespecifieke omstandigheden motiveren waarom in dit geval van het standpunt moet worden afgeweken. De volgende omstandigheden kunnen van belang zijn voor de motivering: Het karakter van het gebied Overgangsgebied Geurbelasting kan niet toenemen
2.2 Samenvatting scenario ‘vaststellen bestemmingsplan zonder bouwregel geur waarbij niet wordt afgeweken van de geurgebiedsvisie en de luchtwasser wordt gerealiseerd De ontwikkelaar CRA heeft het voorstel om het bestemmingsplan vast te stellen zonder bouwregel voor geur waarbij de luchtwasser wordt gerealiseerd middels afspraken tussen CRA, de veehouderij en de gemeente. CRA geeft daarbij aan dat er maar kort een risico is dat de geurnorm wordt overschreden, omdat later een luchtwasser wordt geplaatst. Wij hebben onderzocht of dit kan, maar dit is niet haalbaar. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022’ is de geurnorm van 5,0 ouE/m3 noodzakelijk uit het oogpunt van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee een goede ruimtelijke ordening. CRA geeft aan dat de luchtwasser wordt gerealiseerd omdat er anterieur afspraken zijn gemaakt tussen de veehouderij, de gemeente en CRA. Volgens een uitspraak van de Afdeling moeten maatregelen die noodzakelijk zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening in de planregels worden opgenomen. Een afspraak in een anterieure overeenkomst is dus onvoldoende. Daarom moet het bestemmingsplan een regel bevatten waarmee de geurnorm van 5,0 ouE/m3 wordt geborgd. Dit scenario voorziet daar niet in, waardoor dit scenario niet voldoet en in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
1
Zie asten.nl/fileadmin/Asten/PDF-formulieren_producten/Beleid/Milieu_en_water/Gebiedsvisie_en_Geurverordening.pdf
3. Scenario’s 3.1 Scenario ‘vaststellen bestemmingsplan zonder bouwregel geur en afwijken van de geurgebiedsvisie’ In dit scenario hebben we onderzocht of het bestemmingsplan kan worden vastgesteld in afwijking van de geurgebiedsvisie2. De raad heeft in de geurgebiedsvisie het standpunt ingenomen dat voor de achtergrondbelasting een geurhinderpercentage van maximaal 12% aanvaardbaar is. Dit staat gelijk aan een maximale achtergrondbelasting voor geur van 10,0 ouE/m3. Uit het geuronderzoek blijkt dat hieraan wordt voldaan, omdat de maximale achtergrondbelasting voor geur 8,0 ouE/m3 bedraagt. Voor de voorgrondbelasting voor geur heeft de raad ook het standpunt ingenomen dat een geurhinderpercentage van maximaal 12% aanvaardbaar is.3 Dit staat gelijk aan een maximale voorgrondbelasting voor geur van 5,0 ouE/m3. De voorgrondbelasting voldoet met 7,7 ouE/m3 niet aan deze norm. De norm wordt met circa 2,7 ouE/m3 overschreden. Doordat de raad eerder voor de voorgrondbelasting de geurgebiedsvisie als uitgangspunt heeft genomen kan de raad alleen van de geurgebiedsvisie afwijken indien dit deugdelijk wordt gemotiveerd. De raad moet op basis van locatiespecifieke omstandigheden motiveren waarom in dit geval van het uitgangspunt uit de geurgebiedsvisie wordt afgeweken.
Uit de rechtspraak kunnen relevante omstandigheden worden gedestilleerd die van belang zijn voor een deugdelijke motivering om van de geurgebiedsvisie af te wijken. Voor het plangebied zouden de volgende omstandigheden van belang kunnen zijn: Het karakter van het gebied Mogelijk kan worden onderbouwd dat Ommel, en meer specifiek het gebied rondom het plangebied, van oudsher een agrarisch gebied is en dat een hogere geurbelasting inherent is aan het gebied en daarmee aanvaardbaar. Overgangsgebied Mogelijk vormt het plangebied een overgangsgebied tussen de bebouwde kom van Ommel en het buitengebied. Dit zal nader onderbouwd moeten worden. Geurbelasting kan niet toenemen Vastgesteld moet worden of de geurbelasting op de geplande woningen kan toenemen. Daarvoor is van belang of de veehouderijen in de omgeving van de woningbouwlocatie uitbreidingsmogelijkheden hebben.
2 3
Zie asten.nl/fileadmin/Asten/PDF-formulieren_producten/Beleid/Milieu_en_water/Gebiedsvisie_en_Geurverordening.pdf Zie hiervoor ABRvS 24 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:620, r.o. 5.9 (bestemingsplan “ Ommel Kloosterstraat 8 2019”).
3/6
Ambtelijk zien wij onvoldoende argumenten om deugdelijk te motiveren waarom in dit geval op basis van locatiespecifieke omstandigheden afgeweken moet worden van de geurgebiedsvisie.
3.1.1 Conclusie Dit scenario is niet mogelijk. Het bestemmingsplan kan niet zonder meer worden vastgesteld in afwijking van de geurgebiedsvisie. Hoewel de achtergrondbelasting voldoet aan de norm (8,0 ouE/m³), overschrijdt de voorgrondbelasting de vastgestelde norm aanzienlijk (7,7 ouE/m³). Omdat de raad eerder de geurgebiedsvisie als uitgangspunt heeft genomen, is een afwijking alleen mogelijk met een deugdelijke motivering op basis van locatiespecifieke omstandigheden. De genoemde omstandigheden (agrarisch karakter, overgangsgebied, geen toename van geurbelasting) bieden op dit moment onvoldoende onderbouwing. Daarom is er juridisch gezien onvoldoende basis om af te wijken, wat een groot risico op vernietiging in bezwaar of beroep oplevert.
3.2 Scenario ‘vaststellen bestemmingsplan zonder bouwregel geur waarbij niet wordt afgeweken van de geurgebiedsvisie en de luchtwasser wordt gerealiseerd Dit scenario is door CRA Vastgoed, de ontwikkelaar van het plangebied, ingebracht bij de commissievergadering van 21 oktober 2025. CRA stelt voor om het bestemmingsplan vast te stellen zonder bouwregel voor geur, waarbij de luchtwasser wel wordt gerealiseerd. CRA geeft dat er slechts sprake is van een beperkt risico op een tijdelijke periode dat de geurnormen uit de geurgebiedsvisie binnen het plangebied worden overschreden. Nadat de vereiste vergunningen zijn verleend en de luchtwasser is gerealiseerd wordt het geurniveau namelijk verbeterd. Voor meer informatie over dit scenario wordt verwezen naar document 2024226372. We hebben onderzocht of dit scenario haalbaar is en dat is niet het geval. Dit lichten wij hieronder toe. Bij dit scenario vindt er geen (juridische) borging in de planregels plaats van: de toepassing van de luchtwassers/geurreducerende technieken binnen de veehouderij; en de geurnorm van 5,0 ouE/m3.
Dit scenario heeft daarmee tot gevolg dat er in de tijd tussen de vaststelling van het bestemmingsplan en de daadwerkelijke realisatie van de luchtwasser de voorziene woningen kunnen worden gebouwd én in gebruik kunnen worden genomen. Gedurende die periode is het een gegeven dat niet kan worden voldaan aan een geurnorm van 5,0 ouE/m3, terwijl deze norm wel het kader is voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Voor deze tijdelijke periode waarin niet wordt voldaan aan de geurgebiedsvisie dient in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan – via een toets van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen – (alsnog) gemotiveerd te worden waarom wordt afgeweken van deze geurnorm én waarom dat naar het oordeel van de gemeenteraad (nog steeds) in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) 9 juli 2025 volgt dat er een nieuwe en strenge lijn is ten aanzien van de planologische borging van maatregelen die met het oog op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een bestemmingsplan noodzakelijk zijn.4 Deze lijn houdt in dat de maatregelen die noodzakelijk zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening in de planregels moeten worden geborgd. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022’ is de geurnorm van 5,0 ouE/m3 noodzakelijk om te kunnen voldoen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee dus een goede ruimtelijke ordening. Om de geurreductie te bereiken is het nodig dat een biologische luchtwasser wordt geplaatst bij de veehouderij aan de Ommelsbroek 12 te Ommel.
Om die reden moet in de planregels van het bestemmingsplan ‘Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022’ een voorwaardelijke verplichting (of bouwregel) worden opgenomen dat de luchtwasser gerealiseerd moet zijn en dat middels een geuronderzoek moet zijn aangetoond dat de geurnorm niet meer bedraagt dan 5,0 ouE/m3 ter plaatse van de voorziene woningen. Het scenario van CRA voldoet hier niet aan. Bij dit scenario wordt namelijk geen bouwregel voor geur opgenomen. De borging wordt geregeld via een anterieure overeenkomst, maar dat is – zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 9 juli 2025 – niet toegestaan. Daarnaast is nog onzeker en onbepaald wanneer de luchtwasser kan worden gerealiseerd. Het gevolg hiervan is dat onduidelijk is hoe lang de beoogde tijdelijke overschrijving van de geurnorm zal voortduren. Bovendien is niet gewaarborgd dat in de tussentijd een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd bij de voorziene woningen. Als het bestemmingsplan op deze wijze wordt vastgesteld, dan is dat in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en daarmee is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.
3.2.1 Conclusie Dit scenario is niet mogelijk. Als het bestemmingsplan op deze wijze wordt vastgesteld, dan is het bestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De geurnorm van 5,0 ouE/m3 is belangrijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarom moet in het bestemmingsplan worden geborgd dat de luchtwasser gerealiseerd moet worden
4
ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076, r.o. 27.4.
5/6
zodat de geurnorm wordt gehaald. Het borgen van deze maatregel in alleen een anterieure overeenkomst is onvoldoende.