CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024

Raadscommissie Ruimte 10 september 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Intrekkingsbesluit van de Beleidsnotitie arbeidsmigranten gemeente Asten 2020 (adviserend)6.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente lste Beleidsregei ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024 ZAAKNUMMER: 07431008397

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat; •

het college een Toekomstbeeld huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten (juni 2024) heeft opgesteld;

•

dit Toekomstbeeld de wensbeelden bevat op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten (de huisvesting zelf, veiligheid, registratie en participatie);

•

het voor realisatie van het wensbeeld voor de huisvesting zelf nodig is om nieuwe aanvragen aan dit Toekomstbeeld te toetsen;

•

hiertoe het ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten (juni 2024) is opgesteld voor het toetsen van aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het huisvesten van arbeidsmigranten;

•

dit ruimtelijk toetsingskader is behandeld in de commissie Ruimte op 4 juni 2024;

•

het gewenst is dit ruimtelijk toetsingskader nu vast te stellen als beleidsregel, zodat het ruimtelijk toetsingskader daadwerkelijk kan worden toegepast bij het beoordelen van aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het huisvesten van arbeidsmigranten;

besluit:

vast te stellen de Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024.

n

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder: •

• • • •

aandachtsgroepen: mensen voor wie het lastig is een passende woning te vinden, zoals spoedzoekers, statushouders, arbeidsmigranten, mensen met een sociale of medische urgentie; arbeidsmigrant: een arbeidsmigrant als bedoeld in artikel 1 van de Wet goed verhuurderschap; huisvestingsiocatie: perceel waar arbeidsmigranten gehuisvest worden, al dan niet gecombineerd met een andere functie zoals bedrijvigheid; kamergewijze verhuur: het al dan niet bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van wooneenheden binnen een reguliere woning; solitaire huisvestigings/ocatie: locatie voor het huisvesten van arbeidsmigranten waar op het perceel alleen de functie huisvesting van arbeidsmigranten aanwezig is.

Artikel 2. Beoordeling via checklist De Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024 bestaat uit een toelichting en een checklist. Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het huisvesten van arbeidsmigranten wordt beoordeeld aan de hand van deze toelichting en de checklist. De checklist is als bijlage A opgenomen bij deze beleidsregel.

Artikel 3. Toekomstbeeld De Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gerneente Asten 2024 vloeit voort uit het Toekomstbeeld huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten (juni 2024). In dit Toekomstbeeld is aangegeven dat er een ruimtelijk toetsingskader moet worden opgesteld. Deze beleidsregel geeft hier invulling aan. Het Toekomstbeeld ligt daarmee aan deze beleidsregel ten grondslag en is als bijlage B opgenomen.

Artikel 4. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 5. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten van 20 augustus 2024,

College van burgemeester en wethouders van Asten,

Extel-van Katwijk secretaris=

emeester

Toelichting Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024 1. Algemeen Deze beleidsregel betreft een ruimtelijk toetsingskader, waarbij vanuit de Omgevingswetgedachte ja, mits aan de hand van een checklist met 20 stellingen getoetst kan worden of huisvesting van arbeidsmigranten wenselijk is. Het toetsingskader geldt voor aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het toetsingskader kan daarnaast, voor zover dit wettelijk kan, ook gebruikt worden als denkkader voor aanvragen voor het huisvesten van arbeidsmigranten die op grond van een andere procedure gerealiseerd moeten worden.

2. Begrippen • • • • •

aandachtsgroepen: mensen voor wie het lastig is een passende woning te vinden, zoals spoedzoekers, statushouders, arbeidsmigranten, mensen met een sociale of medische urgentie; arbeidsmigrant: een arbeidsmigrant als bedoeld in artikel 1 van de Wet goed verhuurderschap; huisvestingslocatie: perceel waar arbeidsmigranten gehuisvest worden, al dan niet gecombineerd met een andere functie zoals bedrijvigheid; kamergewijze verhuur: het ai dan niet bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van wooneenheden binnen een reguliere woning; so/itaire huisvestigings/ocatie: locatie voor het huisvesten van arbeidsmigranten waar op het perceel alleen de functie huisvesting van arbeidsmigranten aanwezig is.

3. Toelichting op de checklist In artikel 2 van deze Beleidsregel wordt verwezen naar de checklist (zie bijlage A) op basis waarvan een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het huisvesten van arbeidsmigranten wordt beoordeeld. Eind 2023 is er na gesprekken met diverse belanghebbenden een Toekomstbeeld opgesteld. Hoe wil de gemeente Asten de komende jaren omgaan met het huisvestingsvraagstuk van arbeidsmigranten? Het Toekomstbeeld is vertaald in dit ruimtelijk toetsingskader. Wij hebben getracht om dit ruimtelijk toetsingskader zo handzaam mogelijk te maken door te werken met stellingen. Het doorlopen van de stellingen geeft een beeld of een initiatief bijdraagt aan het realiseren van het gewenste toekomstbeeld. De stellingen treft u in de checklist die als bijlage aan deze beleidsregel is toegevoegd aan. Voor het doorlopen van de checklist is het belangrijk dat gestart wordt met vraag 1. Na elke vraag volgt een verwijzing naar de relevante volgende vraag of een beoordeling. Voor zover er na een vraag gesteld wordt dat de aanvraag niet voldoet aan het Toekomstbeeld betekent dit dat de BOPA in zijn huidige vorm niet verleend kan worden. De checklist is opgenorrien in Bijlage A. Hieronder volgt een toelichting per stelling/vraag van de checklist.

Vraag 1 Checklist: ontvankelijkheid Bij ontvangst van de aanvraag wordt getoetst of alle noodzakelijke documenten aanwezig zijn om de aanvraag te kunnen toetsen. Artikel 16.55 Omgevingswet is overeenkomstig van toepassing. Bij de aanvraag is in ieder geval een omgevingsdialoog, zoals bedoeld in het beleidskader participatie gemeente Asten 2024, bijgesloten. Ter informatie wordt aan aanvrager ook medegedeeld dat hij een verhuurvergunning en bij huisvesting van een op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (APV) van de gemeente Asten benoemd aantal arbeidsmigranten, ook een exploitatievergunning nodig heeft voor de huisvestingslocatie. NB: ingeval verhuurvergunning en BOPA gelijktijdig zijn aangevraagd geldt er een aanhouding voor de verhuurvergunning op basis van artikel 6, tweede lid, van de Wet goed verhuurderschap.

Vraag 2 Checklist: Locatie Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen huisvestingslocaties binnen de bebouwde kom, het buitengebied en op een bedrijventerrein. Er wordt onderscheid gemaakt omdat de wenselijke ontwikkeling en de ruimtelijke impact per gebied anders is. Voor zover er onduidelijkheid bestaat of er sprake is van huisvesting binnen de bebouwde kom of in het buitengebied is in eerste instantie het planologisch regime - het omgevingsplan - bepalend. Aanvullend hierop moet volgens de gangbare jurisprudentie gekeken worden of er sprake is van een concentratie van bebouwing en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon- of verblijffunctie heeft.

Vraaci 3 Checklist: Kamercjewilze verhuur (bebouwde kom) Het omgevingsplan laat bewoning van een woning alleen toe als er sprake is van een huishouden. Dit betekent dat bewoning toegestaan is als er sprake is van één of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij er sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. Als er sprake is van meerdere huishoudens in een woning dan is er sprake van kamergewijze verhuur. Meerdere individuen zonder enige band wonen dan ¡n een woning op een eigen slaapkamer en delen al dan niet de voorzieningen. Omdat hier sprake is van strijdigheid met het omgevingsplan kan hier alleen met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit medewerking aan verleend worden.

Vraag 4 Checklist: Maximaal vier personen (bebouwde kom) Personen die in kamers wonen hebben vaak een ander dagritme. Dit geldt niet alleen voor arbeidsmigranten maar ook voor studenten of alleenstaanden. Omwille van de leefbaarheid en om overlast te voorkomen beperken wij het aantal bewoners van reguliere woningen in de bebouwde kom tot vier personen. We sluiten bij het aantal bewoners aan bij de samenstelling van een traditioneel gezin. Hierbij is er al enigszins sprake van een verruiming daar er, in tegenstelling tot een traditioneel gezin, in het geval van kamergewijze bewoning sprake zal zijn van vier volwassenen.

Vraag 5 Checklist: Solitaire huisvestincisvoorzieninci in bebouwde kom Naast kamergewijze bewoning van een reguliere woning is het ook mogelijk dat er een bestaand gebouw, niet zijnde een woning, wordt omgebouwd tot grotere huisvestingslocatie of dat op gronden, al dan niet na sloop van de aanwezige bebouwing, een grotere huisvestingslocatie wordt opgericht. In dat geval kan er maximaal sprake zijn van huisvesting van 200 personen. Omdat er sprake is van huisvesting binnen de bebouwde kom kan het omwille van de leefbaarheid en het voorkomen van overlast mogelijk zijn dat een lager aantal meer wenselijk is. Bij een solitaire locatie kan er gehuisvest worden voor meerdere bedrijven.

Vraaci 6 Checklist: Agrarische bedrilfswoninci (buitenciebied) Planologisch uitgangspunt is dat huisvesting bij een agrarisch bedrijf moet plaatsvinden in de agrarische bedrijfswoning. Daarvoor heeft de gemeenteraad ook expliciet gekozen bij het opstellen van het omgevingsplan.

Vraaci 7 Checklist: Maximaal zes arbeidsmiciranten in een acirarische bedrilfswoning (buitenciebied) Het aantal arbeidsmigranten dat gehuisvest mag worden in een agrarische bedrijfswoning is beperkt tot zes personen. Dit aantal is groter dan binnen de bebouwde kom omdat de bebouwingsdichtheid in het buitengebied en daarmee de kans op overlast beperkter is. Wij zijn er ons van bewust dat woningen in het buitengebied wellicht groter zijn en dat er de mogelijkheid bestaat om meer dan zes personen te huisvesten. Het huisvesten van

arbeidsmigranten in agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied wordt door dit aantal wellicht onaantrekkelijker. Dit is positief voor de transitie van het buitengebied waarbij het noodzakelijk is om voormalige agrarische bedrijfslocaties aan te wenden voor nieuwe economische dragers. Hiermee waarborgen we immers de leefbaarheid van het buitengebied op de lange termijn. Omwille van deze leefbaarheid is het huisvesten van arbeidsmigranten in een reguliere woning in het buitengebied niet wenselijk.

Vraaci 8 Checklist: Acirarisch bedrijfsgebouw of o

te richten gebouw (buitengebied)

Om meerdere redenen kan er ook sprake zijn van huisvesting in een ander gebouw dan de agrarische bedrijfswoning, zoals een agrarisch bedrijfsgebouw of een op te richten bijgebouw. Natuurlijk kan de reden hierin gelegen zijn dat er geen agrarische bedrijfswoning aanwezig is, maar ook kan de noodzaak bestaan om meer dan zes arbeidsmigranten te huisvesten. In het kader van zuinig ruimtegebruik dient altijd bekeken te worden of een bestaand gebouw hiervoor gebruikt kan worden alvorens een nieuw gebouw wordt opgericht. Mocht een bestaand leegstaand gebouw - om welke reden dan ook - niet gebruikt kunnen worden als huisvestingslocatie dan kan sloop verlangd worden ten behoeve van de nieuwbouw.

Vraag 9 Checklist: Bewoning agrarisch bedrijfswoning (buitengebied) In navolging van het gestelde onder 8 geldt als extra voorwaarde dat indien huisvesting plaatsvindt in een bijgebouw of een daartoe op te richten gebouw de bedrijfswoning, voor zover aanwezig, wel bewoond moet zijn door de eigenaar dan wel de beheerder. Hiermee wordt zoveel mogelijk het planmatig gebruik van het perceel en daarmee de woning gewaarborgd. Een bijkomend voordeel is dat er hierdoor toezicht is op het perceel.

Vraag 10 Checklist: Ter

laatse gevestigd bedriif (buitengebied)

Huisvesting is alleen mogelijk voor het ter plaatse gevestigd bedrijf of voor een nevenvestiging daarvan. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk vervoersbewegingen worden voorkomen.

Vraag 11 Checklist: Omliggende bedrijven (buitengebied) Naast huisvesting voor het eigen bedrijf kan de huisvestingslocatie ook gebruikt worden voor huisvesting van omliggende bedrijven. Hierbij kan maximaal gehuisvest worden voor bedrijven uit omliggende regiogemeenten. Dit kan bijvoorbeeld gaan om gelijktijdige huisvesting maar ook om volgtijdelijke huisvesting omdat er bijvoorbeeld sprake is van seizoenswerk. In dat laatste geval zou een huisvestingslocatie anders buiten het seizoen niet in gebruik zijn. Door gezamenlijk te huisvesten worden locaties efficiënt gebruikt. Voorwaarde is dat er gezamenlijk tot maximaal 50 personen gehuisvest mag worden.

Vraag 12 Checklist: Maximaal 200 personen (buitengebied) Als er alleen sprake is van huisvesting voor het eigen bedrijf dan is het maximaal aantal te huisvesten arbeidsmigranten 200 personen.

Vraag 13 Checklist: Solitaire huisvestingsvoorziening in het buitengebied Naast kamergewijze bewoning van een agrarische bedrijfswoning, huisvesting in een bijgebouw bij of in een op te richten gebouw bij een agrarisch bedrijf is het ook mogelijk om een zelfstandige huisvestingslocatie te realiseren. Op het perceel zijn dan geen andere functies (meer) aanwezig. Realisatie kan doordat een bestaand gebouw wordt omgebouwd tot grotere huisvestingslocatie of dat op gronden, al dan niet na sioop van de aanwezige bebouwing, een grotere huisvestingslocatie wordt opgericht. In dat geval kan er maximaal sprake zijn van huisvesting van 200 personen. Bij een solitaire locatie kan er gehuisvest worden voor meerdere bedrijven.

Vraag 14 Checklist: Huisvesting in een bedriifswoning (bedrilventerrein) Net als in een woning in de bebouwde kom en een agrarische bedrijfswoning is het ook mogelijk om een bedrijfswoning op een bedrijventerrein te gebruiken voor huisvesting van arbeidsmigranten. Ook hier gaat het net als in het buitengebied om kamergewijze verhuur ten behoeve van maximaal zes personen.

Vraag 15 Checklist: Voor het ter plaatse gevestigd bedrilf (bedriiventerrein) Het huisvesten van arbeidsmigranten op een bedrijventerrein kan alleen voor het ter plaatse gevestigde bedrijf. Belangrijk is dus dat de werknemers een duidelijke binding hebben met het ter plaatse gevestigde bedrijf. Voor de uitleg van het begrip binding wordt aangesloten bij de definitie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De afdeling heeft in de uitspraak van 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1937, bepaald dat er sprake is van binding als de arbeidsmigranten feitelijk en hoofdzakelijk werken voor een bedrijf op het bedrijventerrein. Indien een arbeidsmigrant een nul-urencontract heeft voor een bedrijf op het bedrijventerrein maar feitelijk en hoofdzakeiijk werkt voor een bedrijf buiten het bedrijventerrein is er geen sprake van de noodzakelijke binding.

Vraag 16 Checklist: Solïtaire huisvestincislocatie op een bedriiventerrein Ook op een bedrijventerrein is het mogelijk om een solitaire huisvestingslocatie te realiseren ten behoeve van 200 arbeidsmigranten. Ook hier kan er sprake zijn van de ombouw van eer bestaand bedrijfspand of het oprichten van een nieuw gebouw, al dan niet na sioop. Voorwaarde is dat er geen andere functies op het perceel aanwezig zijn. Bij een solitaire locatie kan er gehuisvest worden voor meerdere bedrijven.

Vraag 17 Checklist: Evenwichtige toedeling van functies aan de locaties (ruimteliike toetsing) De realisatie van de huisvestingslocatie kan alleen als er sprake is van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie. Inherent hieraan is dat de nieuwe functie geen nadelige gevolgen mag hebben voor de fysieke leefomgeving. Niet alleen moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van de huisvestingslocatie maar daarnaast mogen omliggende bedrijven geen onaanvaardbare (milieu-)hinder ondervinden naar aanleiding van de realisatie van de huisvesting van arbeidsmigranten. Ook omwonenden van een huisvestingslocatie moeten gevrijwaard blijven van onaanvaardbare hinder. Als voorbeeld hiervan, dus niet uitsluitend, noemen we hier dat het plan moet voldoen aan de eisen zoals deze gesteld zijn in de gemeentelijke Nota Parkeernorm.

Vraag 18 Checklist: SNF en Wet goed verhuurderschap (kwaliteit huisvesting) De huisvestingslocatie voldoet aan de verschillende eisen die gesteld worden, zoals branden constructieve veiligheid. De huisvestingslocatie, indien reeds bestaand, heeft het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen en voldoet aan de bepalingen van de Wet goed verhuurderschap. Indien de huisvestingslocatie nog gerealiseerd moet worden voldoet de te realiseren huisvestingslocatie aan de SNF-normen op het moment van aanvraag en wordt het keurmerk behaald zodra de huisvestingslocatie daadwerkelijk gerealiseerd is.

Vraag 19 Checklist: Eigen slaapvertrek (kwaliteit huisvesting) In aanvulling op het bepaalde onder 18 wordt in 19 uitgelicht dat de Wet goed verhuurderschap als eis stelt dat iedere arbeidsmigrant een eigen slaapvertrek heeft. De enige uitzondering hierop betreft in het geval er sprake is van een relatie tussen twee arbeidsmigranten. In dit geval zijn twee arbeidsmigranten in een slaapvertrek toegestaan.

Vraag 20 Checklist: Gecombineerde groepen Naast arbeidsmigranten zijn er meerdere aandachtsgroepen die geen of slechts beperkt een woning kunnen vinden op de reguliere woningmarkt. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld spoedzoekers, jongeren en statushouders (NB: geen vluchtelingen). Het is denkbaar dat een huisvestingslocatie opgericht wordt om meerdere aandachtsgroepen te huisvesten. In dit geval is er sprake van een gecombineerde groep. Dit kan ook zijn een situatie waarbij een aanvraag ziet op de huisvesting van arbeidsmigranten bij een reeds bestaande huisvesting voor een of meerdere aandachtsgroepen. Uitgangspunt is daarom dat indien er na realisatie sprake zal zijn van huisvesting van meerdere aandachtsgroepen, waaronder ook arbeidsmigranten, dat dit toetsingskader wel richting geeft maar er dient dan een eigenstandige afweging plaats te vinden via een wijziging van het omgevingsplan.

Procedure

Na het doorlopen van de vragen uit de checklist en aangekomen bij 21 bestaan er in beginsel geen bezwaren tegen verlening van de BOPA voor de huisvesting van de arbeidsmigranten. In voorkomende gevallen kan het wenselijk zijn maatwerk toe te passen. Dit zal in alle gevallen goed onderbouwd moeten worden voordat hierover kan worden beslist. Voor zover er sprake ¡s van huisvesting van meer dan 50 personen heeft de gemeenteraad een adviesrecht. Zoals hierboven reeds opgemerkt als er sprake is van huisvesting van meerdere aandachtsgroepen dan leent deze ontwikkeling zich niet voor een BOPA. Hieraan kan alleen medewerking worden verleend door middel van een wijziging van het omgevingsplan.

Bijlage A Beoordeling via checklist Deze bijiage A bevat de checklist, zoals bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024

Ontvankelijkheid Voldoet het initiatief aan de vereiste aanvraagvereisten van de aanvraag om een Bopa (onder andere omgevingsdialoog, locatie, tekening, onderbouwing etc.)? • Ja, ga verder naar 2. • Nee, verzoeken om aanvullende gegevens en start opnieuw met de checklist.

Locatie 2.

Voor de verdere beantwoording ¡s de locatie van de beoogde huisvesting relevant. Waar is de locatie gelegen? • Binnen de bebouwde kom. Ga verder naar 3. • In het buitengebied. Ga verder naar 6. • Op een bedrijventerrein. Ga verder naar 14.

Bebouwde kom 3. Is sprake van huisvesting waarbij er sprake is van kamergewijze verhuur in een woning? • Ja, ga verder naar 4. • Nee, ga verder naar 5. 4. Is de kamergewijze verhuur voor maximaal vier personen in de woning? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, de aanvraag past niet in het Toekomstbeeld. 5. Is er sprake van een solitaire huisvestingsvoorziening voor maximaal 200 arbeidsmigranten? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, de aanvraag past niet in het Toekomstbeeld.

Buitengebied 6. Is de huisvesting voor het agrarisch bedrijf gelegeri in een agrarische bedrijfswoning? • Ja, ga verder met 7 • Nee, ga verder met 8. 7. Is er sprake van het kamergewijs huisvesten van maximaal zes arbeidsmigranten in de agrarische bedrijfswoning? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld. 8. Is de huisvesting gelegen in een agrarisch bedrijfsgebouw of een tijdelijk op te richten bijgebouw op het perceel? • Ja, ga verder naar 9. • Nee, ga verder naar 13. 9. Wordt een agrarische bedrijfswoning, voor zover deze aanwezig ¡s, bewoond door de eigenaar of beheerder van het bedrijf? • Ja of de agrarische bedrijfswoning is niet aanwezig, ga verder naar 10. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld. 10. Is de huisvesting voor het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf en/of een andere vestiging daarvan? • Ja, ga verder naar 11. • Nee, ga verder naar 13. 11. Is de huisvesting bij het agrarisch bedrijf gedeeltelijk bedoeld voor omliggende bedrijven? • Ja, er is sprake van maximaal 50 arbeidsmigranten, ga verder naar 17 • Ja, er is sprake van meer dan 50 arbeidsmigranten à de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld. • Nee, ga verder naar 12. 12. Is er sprake van het huisvesten van maximaal 200 arbeidsmigranten bij het agrarisch bedrijf? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld. 13.

Is er sprake van een solitaire huisvestingslocatie locatie in het buitengebied voor maximaal 200 arbeidsmigranten? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld.

Bedrijventerreinen 14. Is er sprake van kamergewijze huisvesting voor maximaal zes personen in een bedrijfswoning op een bedrijventerrein. • Ja, ga verder naar 15. • Nee, ga verder naar 16. 15. Is de huisvesting voor het ter plaatse gevestigde bedrijf? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld. 16. Is er sprake van een solitaire huisvestingsvoorziening voor maximaal 200 arbeidsmigranten? • Ja, ga verder naar 17. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld.

Ruimtelijke toetsing 17. Is bij de realisatie van de huisvestingslocatie sprake van een evenwichtige toedeling van een functie aan een locatie en er treden geen onaanvaardbare nadelige gevolgen op voor de fysieke leefomgeving? • ]a, ga verder naar 18. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld.

kwaiiteit huisvesting 18. Voldoet de huisvesting aan de eisen gesteld in de Wet goed verhuurderschap én aan de SNF-normen op het moment van aanvraag? • Ja, ga verder naar vraag 19. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld. 19. Heeft elke arbeidsmigrant (of twee arbeidsmigranten in geval van partnerschap) een eigen slaapvertrek? • Ja, ga verder naar vraag 20. • Nee, de aanvraag voldoet niet aan het Toekomstbeeld.

Combinatie van aandachtsgroepen 20. Betreft de huisvesting een combinatie van aandachtsgroepen waaronder arbeidsmigranten? • Nee, alleen arbeidsmigranten. Ga verder naar 21. • ]a, de aanvraag kan niet verleend worden met een BOPA. 21. Hier aangekomen bestaan er vanuit dit toetsingskader in beginsel geen bezwaren om de BOPA te verlenen.

Conclusie Op basis van bovenstaande beantwoording van vragen is duidelijk geworden of er bezwaren bestaan tegen het verlenen van de BOPA. Het college is, ai dan niet met advies van de gemeenteraad, bevoegd. Als er sprake is van huisvesting van arbeidsmigranten in combinatie met andere aandachtsgroepen (vraag 20) dan is het niet wenselijk om de functie te realiseren via een BOPA. Eventueel is dit dan wel mogelijk door middel van een wijziging van het omgevingsplan.

Bijlage B Toekomstbeeld huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten

Deze bijiage B bevat het Toekomstbeeld zoais bedoeld in artikel 3 van de Beleidsregel ruimtelijk toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten gemeente Asten 2024 Introductie Dit toekomstbeeld is een schets van de wensen voor het huisvestingsbeleid arbeidsmigranten in de gemeente Asten en is daarmee nog geen definitief beeld. Dit beeld komt voort uit een trendanalyse waarin we al ingingen op de ontwikkelingen op dit thema zoals bijvoorbeeld de rapporten van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer). En daarnaast voerden we gesprekken met belanghebbenden, zoals werkgevers, uitzendbureaus, welzijnsorganisaties en arbeidsmigranten. Daarnaast is inmiddels de Wet goed verhuurderschap in werking getreden welke ook een belangrijk kader vormt voor het toekomstig beleid. Het doel van dit toekomstbeeld is om een stip op de horizon te zetten om naartoe te werken; als we weten wat we willen, moeten we er alleen nog heen. Dit toekomstbeeld vormt de basis voor ambtelijke en bestuurlijke goedkeuring en vormt de basis voor doorwerking naar een ruimtelijk toetsingskader. Hieronder nemen wij u mee in een aantal wensbeelden op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten. We doen dit aan de hand van een aantal themas.

De arbeidsmigrant In dit toekomstbeeld duiden wij de personen die in ons land tijdelijk verblijven en hier arbeid verrichten aan als arbeidsmigranten (vergelijk artikel 1 Wet goed verhuurderschap). Wij beseffen dat er diverse begrippen zijn waarmee dezelfde groep personen worden aangeduid. Een heel enkele keer wordt deze groep aangeduid als gastarbeiders (verouderd), maar de termen internationale werknemers of expats worden vaker gebruikt. Ten aanzien van deze laatste merken wij op dat zij hoogopgeleide werkzaamheden verrichten en dat de problematieken voor deze groep niet vergelijkbaar zijn met die van de arbeidsmigranten waar dit toekomstbeeld op ziet. Bij de trendanalyse kwam al naar voren dat de longstay arbeidsmigranten veelal zelf voor hun huisvesting zorgen, dit past bij de verwachting van de gemeente. En dit sluit ook aan bij het bestaande beleid van de gemeente waarin arbeidsmigranten die de intentie hebben om zich (voor langere tijd) te vestigen in onze gemeente kunnen wenden tot de reguliere woningmarkt. Dit beeld is nog steeds onveranderd en vormt dan ook een uitgangspunt voor het nieuwe huisvestingsbeleid. Dit betekent dat zij meedraaien in de sociale en particuliere huursector in de gemeente. Zij ziin dan ook meegenomen ¡n de Woonvisie. Voor wat betreft participatie in de maatschappij besteden wij hier in deze toekomstvisie wel extra aandacht aan.

Het voorgaande betekent dat wij ons in het huisvestingsbeleid alleen richten op arbeidsmigranten die kortere tijd ¡n onze gemeente verblijven. Wat een kortere tijd is, is lastig te bepalen. Dit is immers zeer sterk afhankelijk van de intentie van de arbeidsmigrant. Uit de gesprekken met de belanghebbenden is gebleken dat deze intenties gedurende het verblijf kunnen verschuiven. Na ongeveer één maand wordt het in ieder geval duidelijk of

een arbeidsmigrant langer wenst te blijven. Dit betekent overigens nog niet dat zij/hij dan ook direct de intentie heeft om zich hier permanent te vestigen. In de verdere tekst van dit Toekomstbeeld spreken we over de arbeidsmigrant. Wij maken hieronder geen onderscheid meer in short-, mid- of longstay, tenzij dit omwille van de inhoud noodzakelijk is. Gelet op hetgeen is opgenomen in de vorige alineas wordt in hoofdzaak met de arbeidsmigrant bedoeld de arbeidsmigrant die tijdelijk in Nederland wenst te verblijven.

Huisvesting In het bestaande beleid wordt onderscheid gemaakt in huisvesting naar verschillende arbeidsmigranten en hieraan worden verschillende voorwaarden verbonden. Te denken valt hier in verschillen in oppervlakten, aantal personen en locaties. Uit de interne en externe gesprekken is gebleken dat dit niet werkbaar is. Duidelijk is geworden dat huisvesting in de agrarische sector primair bij het bedrijf moet plaatsvinden. Dit zorgt voor verschillende voordelen, zoals bijvoorbeeld meer toezicht en een verminderd aantal vervoersbewegingen. Opvallend hierbij is dat alle belanghebbenden deze vorm van huisvesting in de gesprekken onderschreven. Hoewel het seizoenswerk in de gemeente Asten beperkt is, is het voorstelbaar dat een huisvestingsvoorziening bij een agrarisch bedrijf wel jaarrond ten behoeve van andere bedrijven gebruikt wordt. In afwijking van het huidige beleid is daar nu al een goed voorbeeld van in de gemeente gerealiseerd. Voorwaarde voor het delen van een huisvestingslocatie is dat het andere bedrijf bij voorkeur in onze gemeente ligt of hooguit in een aangrenzende (Peel-)gemeente is gelegen. Voor zowel de agrarische sector als voor de andere sectoren bestaat de wens om alleen huisvesting te realiseren voor de Astense bedrijven. Wettelijk is een dergelijk onderscheid niet toegestaan.

Omwille van de mobiliteit is het echter niet wenselijk om te huisvesten voor bedrijven die verder weg gelegen zijn dan een aangrenzende gemeente. Voor de overige sectoren geldt dat - over het algemeen - huisvesting niet mogelijk is bij het bedrijf. (Een uitzondering hierop vormt wellicht huisvesting ten behoeve van de zorg, maar dat zal bij een eventuele vraag zelfstandig beoordeeld moeten worden). Huisvesting vindt daarom plaats in woningen en bedrijfswoningen. Hierbij worden meerdere arbeidsmigranten zonder familiaire band gehuisvest in één woning. Doordat er planologisch sprake is van huisvesting van meer dan één huishouden is in deze gevallen sprake van strijd met het bestemmingsplan. Het andere leefritme van de arbeidsmigranten maakt dat er, ondanks de inspanningen van huisvesters en/of uitzendbureaus, sneller sprake kan zijn van overlast. Huisvesting van arbeidsmigranten in woningen in de kern waarbij er sprake is van meerdere huishoudens, blijft daarom ook in de toekomst in beginsel niet wenselijk maar niet onmogelijk. Om de overlast zoveel mogelijk te beperken sluiten in maximaal aantal te huisvesten personen aan bij een (in onze ogen) traditionele gezinssamenstelling, te weten: vier personen. Dit maakt huisvesting in reguliere woningen minder aantrekkelijk.

Om de druk op de woningvoorraad te verminderen en wellicht zelfs huizen weer vrij te maken voor reguliere bewoning moeten daarom alternatieve verblijfsruimtes gefaciliteerd worden. Naast arbeidsmigranten zijn er nog andere groepen in de Astense samenleving waarvoor op dit moment een tekort aan huisvesting is, denk hierbij aan jongeren, statushouders, ouderen, spoedzoekers en andere kleine huishoudens. De gemeente Asten staat open voor

innovatieve woonconcepten waar huisvesting van deze groepen gecombineerd wordt. Omdat er sprake zal zijn van innovatieve concepten zal hier sprake zijn van maatwerk en een daarbij behorende beoordeling. Dit betekent dat hier op voorhand geen kaders voor te stellen zijn zoals hieronder genoemd. Wel zal bij een dergelijk concept altijd de gemeenteraad betrokken worden. Uit het onderzoek en de gesprekken is gebleken dat de kwaliteit van de huisvestingsvoorziening in het algemeen belangrijker is dan de kwantiteit van het aantal arbeidsmigranten. Als de kwaliteit van de huisvesting gewaarborgd kan worden dan is er geen probleem om te denken aan het huisvesten van grotere groepen arbeidsmigranten. Eén of meerdere grootschalige voorzieningen worden hiermee dus niet uitgesloten. Uit de gesprekken is wel gebleken dat de bovengrens gesteld wordt op maximaal 200 arbeidsmigranten. Reden hiervoor ligt in de beheersbaarheid van de locatie en het draagvlak richting de omgeving. Voor wat betreft het draagvlak en de draagkracht zoeken we naar een evenredige verdeling van huisvestingslocaties over de gemeente. ln beginsel is het wenselijk dat arbeidsmigranten gehuisvest worden op of in de directe nabijheid van het bedrijf waar ze werken. Voor zover dat niet mogelijk is zoeken we naar een wijze van huisvesten waardoor er een goede mix ontstaat in de wijken.

De kwaliteit van de huisvesting wordt in de basis bepaald door de eisen die in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gesteld worden aan woningen. De verblijfsruimte beschikt daarnaast over voidoende voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voedsel, wasruimte en doucheruimte. Voor wat betreft deze eisen aan de voorzieningen wordt aangesloten bij het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (SNF). Verder merken we op dat we aansluiten bij de eis die in de Wet goed verhuurderschap is opgenomen ten aanzien van het maximaal aantal arbeidsmigranten per verblijfsruimte. De wet stelt dat per kamer slechts één huishouden gehuisvest mag worden. Dit geldt per direct voor nog te realiseren verblijfsruimten. Reeds legaal gerealiseerde verblijfsruimten hebben tot drie jaar na het vaststellen van de verhuurverordening, conform de Wet goed verhuurderschap, om de verblijfsruimten aan te passen aan de eis van één huishouden per verblijfsruimte. In de gevoerde gesprekken met de belanghebbenden is naar voren gekomen dat veelal de arbeidsmigranten ook de wens hebben voor een grotere zelfstandige ruimte boven grote gezamenlijke ruimte. Bij nieuw te realiseren huisvestingslocaties is dit dan ook een aandachtspunt. We beseffen terdege dat het voorgaande betekent dat door de één-huishouden-perverblijfsruimte eis het financieel lastiger kan worden om huisvesting te realiseren.

Doordat in het huidige beleid een tijdelijke omgevingsvergunning wordt verleend is de terugverdientijd hieraan gekoppeld. Deze betreft op dit moment 10 jaar. In het nieuwe beleid laten we deze 10 jaar Ios. Het uitgangspunt is echter nog wel het realiseren van een tijdelijke voorziening maar de termijn kán ook 15 jaar bedragen. In situaties waarbij er (ruimtelijk) geen bezwaren bestaan kunnen permanente woonvoorzieningen gerealiseerd worden.

Registratie

Om het inzicht te vergroten waar de arbeidsmigranten zijn gevestigd, kan worden gekeken naar hun registratie in de bestaande systemen van de gemeente. Uit de trendanalyse komt naar voren dat er grofweg drie categorieën te onderscheiden zijn in arbeidsmigranten in Nederland, namelijk: Shortstay arbeidsmigranten: Verblijven enkele weken tot vier maanden binnen de gemeente; Midstay arbeidsmigranten: Verblijven vier maanden tot drie jaar binnen de gemeente; Longstay arbeidsmigranten: Verblijven langer dan drie jaar binnen de gemeente of vestigen zich permanent.

Zoals eerder opgemerkt, richten wij ons in deze toekomstvisie en in het toekomstige beleid alleen op short- en midstay. Op het gebied van registratie valt dan de volgende tweedeling te maken. Voor een verblijf langer dan vier maanden (midstay en longstay) is men verplicht zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente waar wordt verbleven. Voor een verbiijf korter dan vier maanden (shortstay), maar Ianger dan een paar nachten is het mogelijk om in te schrijven in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Deze registratie is niet verplicht, maar is wel nodig voor onder andere het aanvragen van een Burgerservicenummer. De inschrijving bij het RNI kan overigens slechts bij een beperkt aantal gemeenten in Nederland en geeft dus geen helder inzicht in het aantal internationale arbeidskrachten in de gemeente.

Artikel 438 uit het Wetboek van Strafrecht heeft aanvullende werking op het RNI. Voor zover personen niet in Nederland woonachtig zijn en dus hun hoofdverblijf elders hebben, is er sprake van recreatief verblijf. Artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht verplicht bij het aanbieden van recreatief nachtverblijf tot het bijhouden van een nachtregister. In het nachtregister moet naam, woonplaats, dag van aankomst en dag van vertrek in geregistreerd worden. Over dit verblijf wordt dan ook toeristenbelasting afgedragen.

Om een goed beeld te krijgen van de arbeidsmigranten die zich in de gemeente bevinden is het noodzakelijk om de voornoemde registers adequaat bij te houden en te handhaven als er niet wordt ingeschreven. Dit betekent niet alleen dat tijdig en correct wordt ingeschreven maar dat bij een vertrek ook direct wordt uitgeschreven. Uit de gesprekken is gebleken dat vooral het uitschrijven weleens tot problemen Ieidt. Arbeidsmigranten vertrekken zonder zich uit te schrijven waardoor het systeem vervuild raakt. We onderzoeken daarom of er een mogelijkheid bestaat om op een pragmatische wijze samen met de huisvesters, uitzendbureaus en/of werkgevers invulling te geven aan het actueel en accuraat houden van de registers.

Veiligheid

Eerder merkten we bij huisvesting al op dat huisvesting altijd moet voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de SNF-normen. Hiermee garanderen we niet alleen kwalitatief goede huisvesting maar ook brandveilige en gezonde huisvesting.

Conform het bepaalde in de al eerder aangehaaide Wet goed verhuurderschap ziet de gemeente erop toe dat ook daadwerkelijk kwalitatief goede huisvesting gerealiseerd wordt en houden we er actief toezicht op dat deze kwaliteit behouden blijft. Voor de gemeente ziet de kwaliteit van de huisvestingslocatie niet alleen op de interne kwaliteit maar ook op de uitstraling naar buiten toe. Huisvestingslocaties moeten goed onderhouden worden. Om een goed beeld te krijgen van de verhuurders in de gemeente is het noodzakelijk dat de gemeenteraad een verordening vaststelt op basis waarvan een verhuurvergunning benodigd is voor het huisvesten van arbeidsmigranten. De huidige regeling in de APV waarbij een exploitatievergunning moet worden aangevraagd bij het huisvesten van arbeidsmigranten komt hiermee niet te vervallen. Deze laatste vergunning ziet namelijk, anders dan de verhuurvergunning, op het voorkomen van overlast in de omgeving van de huisvestingslocatie.

Met het instellen van de voornoemde verordening benut de gemeente de mogelijkheid om verhuurders vooraf te toetsen en op te treden bij misstanden. Toezicht op huisvesting van arbeidsmigranten zal de komende jaren dan ook geprioriteerd worden. Bij misstanden maakt de gemeente gebruik van haar bestuursrechtelijk handhavingsinstrumentarium, zoals de bestuurlijke boete, de last onder dwangsom of de Iast onder bestuursdwang. In het uiterste geval en bij het herhaaldelijk overtreden van de regels neemt de gemeente het beheer van een huisvestingslocatie over. Daarnaast werken we samen met onze partners, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Om het herhaaldelijk overtreden van regels te voorkomen zowel in de eigen gemeente als in andere gemeenten communiceert de gemeente, conform het bepaalde in de Wet goed verhuurderschap, actief over het opieggen van bestuursrechtelijke maatregelen.

Participatie Het te ontwikkelen beleid ziet toe op het huisvesten van arbeidsmigranten. Hoe arbeidsmigranten gehuisvest worden draagt bij aan de participatie in de maatschappij, maar een programma gericht op participatie is geen onderdeel van huisvestingsbeleid. Toch zien we dat op een aantal vlakken aanbevelingen zijn te doen. Deze zijn wellicht ten overvloede en zullen ook niet opgenomen worden in het opstellen ruimtelijk kader voor huisvesting van arbeidsmigranten. De aanbevelingen zullen dan ook in het staande beleid een plaats moeten krijgen.

Voor het huisvesten van arbeidsmigranten richten wij ons, zoals onder de kop De arbeidsmigrant is aangeven, met name op de arbeidsmigranten die korte tijd in Nederland zijn. Voor wat betreft het participeren in de maatschappij geldt dat we alle arbeidsmigranten

willen bereiken. In beginsel kan worden verondersteld dat arbeidsmigranten die de intentie hebben om kort in Nederland te zijn slechts beperkt wensen te participeren in onze maatschappij. Zij zullen zich met name richten op het werk en waar nodig op het leren van Nederlandse woorden die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het werk.

Voor de arbeidsmigranten die langere tijd in Nederland blijven of wellicht zelfs de intentie hebben om zich hier permanent te vestigen is het wenselijk om een kennismakingsprogramma te ontwikkelen. Te denken valt aan een aantal stappen waarin zii mee worden genomen ¡n de Nederlandse maatschappij. Vanuit de Wet goed verhuurderschap zijn de werkgevers verplicht om arbeidsmigranten ¡nformatie ter hand te stellen waarin zij wegwijs gemaakt worden in onze samenleving. Dit zal in hoofdzaak werkgerelateerde ¡nformatie, zoals bijvoorbeeld de CAO, ziin. Geadviseerd wordt daarom om te onderzoeken of het mogelijk is om samen met de werkgevers één informatiepakket te ontwikkelen. Hierin is dan zowel werkgerelateerde informatie opgenomen als informatie over Asten en het participeren in onze maatschappij. Onderdeel hiervan kan het verwijzen naar bijvoorbeeld taalcursussen zijn.

Zoals hierboven onder Registratie al is aangegeven, moet een arbeidsmigrant die de intentie heeft om zich voor langere tijd te vestigen in Nederland zich registreren in de Basisregistratie Personen (BRP). Dit registreren moet persoonlijk. Dit kan het moment zijn om het gesprek met de arbeidsmigrant aan te gaan om hem verder bekend te maken en de kans op participatie te vergroten.

Voor wat betreft het al eerder opgemerkte taalonderwijs is het raadzaam om te onderzoeken welke behoeften er zijn. Voor de kortverblijvende arbeidsmigrant zal dit vooral onderwijs zijn gericht op het werk. Voor de langerverblijvende arbeidsmigrant zal dit vooral gericht zijn op het participeren in onze maatschappij. Voor arbeidsmigranten die zich hier vestigen is het belangrijk om de taai te leren. Uit de lessons learned van eerdere arbeidsmigranten is te destilleren dat voor een volwaardige participatie het belangrijk is om de taal te kennen. Ook de lesson learned ten aanzien van andere immigranten op dit moment (zoals Oekraïners en statushouders) zijn belangrijk om te betrekken. Hiervoor kan welzijnsorganisatie Onis Welzijn betrokken worden.

Als laatste merken we op dat het om meerdere redenen (onder andere bekendheid, onderlinge verbondenheid, bereikbaarheid) wenselijk is om al dan niet regionaal activiteiten te ontwikkelen gericht op arbeidsmigranten.

Randvoorwaarden Om de huisvesting van arbeidsmigranten succesvol te maken vraagt dit van de gemeente een regisseursrol. De gemeente faciliteert en brengt actief partijen bij elkaar. De gemeente ontwikkelt niet zelf. Een regisseursrol betekent dat hiervoor capaciteit vrijgemaakt moet worden.

Zowel in de ontwikkeling als in de handhaving werken we actief samen met onze partners. Voor wat betreft de handhaving betekent dit dat we actief toezien vanuit onze bevoegdheden op grond van bijvoorbeeld de Omgevingswet, de Wet goed verhuurderschap en onze lokale verordeningen. Signalen van bijvoorbeeld uitbuiting worden direct doorgezet naar onze partners.

In het staande beleid wordt gezocht om de ontvangst en integratie van arbeidsmigranten in onze gemeente te verbeteren. Ook hiervoor geldt dat hiervoor capaciteit vrijgemaakt zal moeten worden én actief samengewerkt moet worden met onze sociale partners.

Hierboven werd eerder al gerefereerd aan het feit dat de gemeenteraad actief betrokken wordt bij innovatieve concepten waarbij meerdere doelgroepen betrokken worden. Onder de Omgevingswet heeft de gemeenteraad een adviesrecht bij bepaalde procedures. Dit adviesrecht is bij huisvesting van arbeidsmigranten reeds vastgesteld door de gemeenteraad. Vooralsnog zal hierin geen wijziging aangebracht worden. De gemeenteraad wordt betrokken bij aanvragen boven de 50 personen en bij huisvesting ¡n de recreatieve sector.

Toekomstbeeld Per thema is een voorlopig wensbeeld gedestilleerd. Deze wordt ambtelijk en bestuurlijk getoetst. Daarnaast worden ook de belanghebbenden die hun ¡nput hebben gegeven voor dit beeld geraadpleegd. Deze wensbeelden zijn daarom een eerste concept en met de reacties hierop zulien zij de basis vormen voor het verder ontwikkelen van het beieid.

Huisvesting • • • •

•

• •

Huisvesting in de agrarische sector vindt zo mogelijk bij het bedrijf zelf plaats. Het gezamenlijk huisvesten of tevens huisvesten voor omliggende bedrijven is mogelijk; uitgangspunt ¡s huisvesting voor andere lokale bedrijven of maximaal bedrijven in aangrenzende regiogemeenten. Om de druk op de woningmarkt te verlagen worden één of meerdere grotere huisvestingslocaties ontwikkeld. Huisvesting in reguliere woningen, voor zover daarbij sprake is van het huisvesten van meer dan één huishouden, wordt beperkt tot maximaal vier personen per woning. Voor bedrijfswoningen geldt een maximum van zes personen. Innovatieve woonconcepten waarbij meerdere groepen in de samenleving gezamenlijk gehuisvest worden, worden los van de op te stellen kaders beoordeeld en de gemeenteraad wordt daar altijd bij betrokken. Het Besluit bouwwerken leefomgeving en de SNF-norm zijn de norm voor de kwaliteit van de huisvesting. De Wet goed verhuurderschap wordt omarmd; dit betekent één huishouden per kamer voor nieuwe huisvestingslocaties en bestaande locaties dienen binnen drie jaar aan deze eis te voldoen.

Uitgangspunt is altijd een goede mix van woningen en bewoners ¡n onze wijken. Dit betekent dat ook arbeidsmigranten evenredig over de gemeente verspreid moeten worden. Bij de beoordeling van nieuwe ¡nitiatieven voor het huisvesten van arbeidsmigranten wordt de leefbaarheid van de buurt in ogenschouw genomen.

Registratie • • • •

Ten aanzien van de verblijfsduur in Nederland wordt er een onderscheid tussen short-, mid- en longstay. Er is zicht op het aantal arbeidsmigranten in de gemeente, waar zij verblijven en of zij binnen de gemeente werken door registratie in RNI, BRP of nachtregister. Op niet registreren wordt actief gehandhaafd. De mogelijkheden worden onderzocht om samen met werkgevers, huisvesters of uitzendbureaus afspraken te maken om de registers altijd up-to-date te houden.

Veiligheid Op grond van de Wet goed verhuurderschap stelt de gemeenteraad een verordening vast. Dit betekent dat voor alle verhuurders een verhuurvergunning verplicht wordt. De verhuurvergunning maakt het mogelijk om verhuurders aan een Bibob-toets te onderwerpen. Er wordt door de gemeente actief gecommuniceerd bij het opleggen van bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen.

Participatie • •

• • •

Er wordt ingezet op actieve participatie van arbeídsmigranten in onze maatschappij. Voor kort verblijf wordt onderzocht of samen met de werkgevers een informatiepakket ontwikkeld kan worden. Indien arbeidsmigranten langer wensen te verblijven, zetten we in op een kennismakingsprogramma vanaf het moment van inschrijven in de Basisregistratie Personen. Voor lang verblijf is taalonderwijs noodzakelijk. Onderzocht wordt of het moment van registratie in de BRP ook een moment is om het gesprek met de arbeidsmigrant over participatie aan te gaan. De mogelijkheden worden onderzocht om al dan niet regionaal een (jaarlijks) evenement te organiseren voor de arbeidsmigranten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=681f28c9-78c9-4628-b4d0-bf6e101da58f