CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.11 - Bedrijven en milieuzonering en geur

Raadscommissie Ruimte 10 februari 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerp omgevingsplan Hogeweg te Ommel (opiniërend) met presentatie11.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woningbouwontwikkeling Ommel-Noord

Onderzoek naar geur ten gevolge van veehouderijen en vleesverwerkingsindustrie, tevens toetsing aan richtafstanden uit VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’

Rapportnummer O 17282-2-RA d.d. 21 augustus 2025

Woningbouwontwikkeling Ommel-Noord

Onderzoek naar geur ten gevolge van veehouderijen en vleesverwerkingsindustrie, tevens toetsing aan richtafstanden uit VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’

Opdrachtgever: Gemeente Asten Rapportnummer: O 17282-2-RA Datum: 21 augustus 2025 Referentie: HH/EV/JMa/O 17282-2-RA Verantwoordelijke: ir. J.A. Huizer Opsteller: ir. E.C.F. Vermeer +31 85 8228 724 e.vermeer@peutz.nl

Peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon

O 17282-2-RA 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Wettelijke aspecten en grenswaarden

5

2.1

Besluit kwaliteit leefomgeving

5

2.2

Omgevingsplan gemeente Asten

6

2.3

Geurverordening “Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2021”

6

Uitgangspunten

8

3.1

Beoogde ontwikkeling

8

3.2

Bedrijven (en activiteiten) in de omgeving

8

3

4

Activiteiten en milieuzonering

10

5

Geur

12

5.1

Algemeen

12

5.2

Omgekeerde werking veehouderij Omgevingsdienst Zuidoost Brabant

13

5.3

Bestaande situatie met geurcontouren en vaste afstanden

13

5.4

Situatie Ommelse Bos 2

15

5.5

Actualisatie geurverordening

16

5.6

Geurcontour Jan van Havenstraat 21

18

5.7

Cumulatie van geur

18

Conclusie

19

6.1

Activiteiten en milieuzonering

19

6.2

Geur

19

6

De inhoud van dit document mag niet worden gewijzigd. Het document mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Peutz niet in delen worden verspreid. Peutz aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of samenhangt met het wijzigen van de inhoud van dit document.

O 17282-2-RA 3

1

Inleiding In opdracht van de gemeente Asten is onderzoek verricht naar geur ter plaatse van de beoogde ontwikkeling van Ommel-Noord. Verder is gekeken of er vanuit het aspect activiteiten en milieuzonering eventuele belemmeringen vanwege andere milieuaspecten zijn voor het planvoornemen. Hierbij wordt uitgegaan van de richtafstanden die opgenomen zijn in de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Gezien de aanwezigheid van diverse veehouderijen in de omgeving van het plangebied is geur het maatgevende milieuaspect. Het onderzoek maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing voor een omgevingsplanwijziging. Aangetoond moet worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de vereiste van een goede fysieke leefomgeving. De beoogde woningbouwontwikkeling komt te liggen aan de noordzijde van Ommel (buitengebied). In figuur f 1.1 is het plangebied van circa 6,1 hectare weergegeven. Het voornemen bestaat om daar 150 woningen te bouwen. Rondom het plangebied liggen diverse agrarische bedrijven (veehouderijen) en vleesverwerkingsindustrie.

f 1.1 Situering plangebied

O 17282-2-RA 4

2

Wettelijke aspecten en grenswaarden

2 .1 B es lui t kwa l it e it l ee fo mgeving

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) zijn regels opgenomen omtrent het milieuaspect geur. Deze regels zijn van toepassing op geur van milieubelastende activiteiten op een geurgevoelig gebouw. Onder artikel 5.92 wordt gesteld dat in het omgevingsplan rekening gehouden wordt met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen en dat de geur door deze activiteiten (op de geurgevoelige gebouwen) aanvaardbaar moet zijn. Dit houdt ook in dat er rekening gehouden moet worden met de cumulatie van geur, wat kan leiden tot strengere regels in het omgevingsplan. Het alternatief is dat de cumulatie wordt betrokken bij de omgevingsvergunning van vergunningsplichtige bedrijven op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal). In cumulatieve situaties kan de omgevingsvergunning dan strengere eisen bevatten. In dit laatste geval kan in het kader van het Bkl alsnog de geurhinder van individuele bedrijven worden beoordeeld. Als voldaan wordt aan de voorwaarden van het omgevingsplan, zal sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Gemeenten hebben sinds de Omgevingswet van kracht is meer beleidsvrijheid gekregen om het geurbeleid lokaal te regelen en vorm te geven. De gemeenten zijn hierin niet vogelvrij. In artikel 5.109 van het Bkl zijn standaardwaarden en grenswaarden opgenomen voor de toelaatbare geurconcentraties.

Deze waarden zijn afhankelijk van de locatie van het geurgevoelige object. Het omgevingsplan kan lagere of hogere waarden bevatten, mits deze waarden niet hoger zijn dan de grenswaarden. Geur wordt gemeten en berekend in odour units1. De standaardwaarden en grenswaarden voor de toelaatbare geur zijn gegeven in tabel t 2.1. t 2.1 Standaardwaarde toelaatbare geur ouE/m3 als 98-percentiel door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw Standaardwaarde in ouE/m3

Grenswaarde in ouE/m3

Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en buiten een concentratiegebied

2,0

8,0

Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en binnen een concentratiegebied

3,0

14,0

Geurgevoelig gebouw

1

Geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m³), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. Voor de geurbelasting wordt uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Hetgeen betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden.

O 17282-2-RA 5

Standaardwaarde in ouE/m3

Grenswaarde in ouE/m3

Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en buiten een concentratiegebied

8,0

20,0

Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en binnen een concentratiegebied

14,0

35,0

Geurgevoelig gebouw

Voor sommige landbouwhuisdieren zijn in bijlage V van de Omgevingsregeling geuremissiefactoren vastgelegd. Een aantal landbouwhuisdieren heeft geen geuremissiefactor. In dat geval wordt uitgegaan van de afstandseis die is vastgelegd in het omgevingsplan of een omgevingsverordening. 2 .2 O mg evingsp lan g e me en t e A st en

Het milieuaspect geur is in het omgevingsplan van de gemeente Asten geregeld in paragraaf 22.3.6. In dit geval gaat het om het toevoegen van nieuwe geurgevoelige gebouwen, wat inhoudt dat volgens artikel 22.92 de waarden en afstanden gelden op of tot de locatie waar een gevel van een geurgevoelig object mag komen. Verder is de voorrang voor een geurverordening van belang. Op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij hebben veel gemeenten in een geurverordening concentratiegebieden aangewezen of andere waarden of afstanden opgenomen voor het houden van landbouwhuisdieren, dan de waarden of afstanden in paragraaf 22.3.6.2. Er dient uitgegaan te worden van de waarden en afstanden in de geurverordening. 2 .3 G eur verord en ing “V er ord en ing geu rhind er en veehoud eri j Ast en 202 1 ”

De geurverordening van de gemeente Asten, met daarin de normen en afstanden zoals deze zijn opgenomen in de geurgebiedsvisie van 2016, is vastgesteld op 9 maart 2021. De gemeente Asten is een concentratiegebied voor de veehouderij. In tabel t 2.2 zijn geurnormen opgenomen voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor. In tabel t 2.3 zijn afstanden opgenomen tussen de stal waar (melk)rundvee wordt gehouden en een geurgevoelig object. t 2.2 Geurnormen veehouderij voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor op geurgevoelige objecten (bron: geurverordening gemeente Asten)

Gebied

Geurnorm in ouE/m3

Maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in de woonkern Asten en Ommel

1,0 - (2,0)

Maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in de woonkern Heusden (concentratiegebied)

0,5 - (3,0)

O 17282-2-RA 6

Gebied

Geurnorm in ouE/m3

Maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het buitengebied

10,0 - (8,0)

Maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het buitengebied rondom de woonkern Heusden (concentratiegebied)

5,0 - (14,0)

Deze geurnormen zijn veelal strenger dan de standaardwaarden uit het Bkl, met uitzondering van de geurbelasting op een geurgevoelig object in het buitengebied, niet zijnde een concentratiegebied. De standaardwaarden van het Bkl zijn tussen haakjes gegeven. t 2.3 Afstanden tussen een veehouderij waar (melk)rundvee worden gehouden en geurgevoelige objecten (bron: geurverordening gemeente Asten)

Geuremissie (odour units) waarop de afstanden zijn gebaseerd

Overeenkomend aantal volwassen melkkoeien (c.q. aantal stuks jongvee x2)

Standaard afstanden Wgv (n.v.t.)

Grondgebied gemeente Asten anders dan het fijnstof concentratiegebied

Fijnstof concentratiegebied Heusden en omgeving

Asten en Ommel

Buitengebied

Heusden

Buitengebied rondom Heusden

1-300

100

50

100

50

9.000

301 - 400

404

137

649

206

12.000

401 - 500

484

157

776

227

15.000

501 - 600

557

176

891

248

18.000

601 - 700

624

196

998

269

21.000

701 - 800

688

217

1098

289

24.000

801 - 900

748

237

1192

310

27.000

901 - 1.000

806

258

1283

331

30.000

1.001 - 1.100

861

280

1369

351

33.000

1.101 - 1.200

914

302

1453

372

36.000

1.201 - 1.300

966

324

1533

393

39.000

1.301 - 1.400

1016

346

1611

413

42.000

1.401 - 1.500

1064

369

1687

434

45.000

> 1500

1112

392

1761

455

O 17282-2-RA 7

3

Uitgangspunten

3 .1 B e oogd e on t wi kkel ing

De beoogde ontwikkeling is kenbaar gemaakt op de website van de gemeente Asten en heeft als naam: “Toekomstige woningbouwlocatie Hogeweg Ommel”. Het bouwplan wordt omsloten door de Kloosterstraat en de N279. De gemeente Asten zet in op een natuur inclusieve wijk door het veelvuldig toepassen van groene daken, gevelgroen en nestkasten. In totaal zijn er vooralsnog 150 woningen voorzien. Het voorlopige plan is weergegeven in figuur f 3.1.

f 3.1 Concept ontwerp woningbouwlocatie Hogeweg Ommel (bron: website gemeente Asten, door Wissing) 3 .2 B edr i jven ( en ac t ivi te i ten ) i n de o mge ving

In de omgeving van de beoogde bouwlocatie liggen diverse bedrijven, hoofdzakelijk veehouderijen. Deze bedrijven mogen niet beperkt worden in hun bedrijfsvoering. Daarom is het belangrijk om de vergunde milieuruimte van deze bedrijven in kaart te brengen. De locatie van de bedrijven zijn weergegeven in figuur f 3.2. Aan de Kloosterstraat 35, tegen het geprojecteerde plangebied aan, zit een grond-, sloopen straatwerk bedrijf. Dit bedrijf wordt echter opgeheven en maakt plaats voor een

O 17282-2-RA 8

woningbouwontwikkeling voor arbeidsmigranten. De ontwikkeling van deze locatie is geen onderdeel van dit onderzoek en zal daarom verder buiten beschouwing worden gelaten.

f 3.2 Locaties van bedrijven rondom de voorgenomen ontwikkeling

O 17282-2-RA 9

4

Activiteiten en milieuzonering Op 17 oktober 2024 is de nieuwe VNG-handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ uitgebracht. Deze nieuwe systematiek sluit beter aan bij de integratie van ruimte en milieu onder de Omgevingswet. De nieuwe systematiek gaat daarbij hoofdzakelijk in op milieuhinderlijke activiteiten op reguliere bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Daarnaast geeft de handreiking ook aanbevelingen voor gebieden met functiemenging. In dit geval gaat het echter om de milieuruimte van individuele bedrijven en de meeste van deze bedrijven zijn op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (en voorheen de Wgv) vergunningplichtig. De nieuwe systematiek (VNG-handreiking “Activiteiten en milieuzonering”) is niet wezenlijk anders dan de oude systematiek (VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’). Om die reden wordt voor de niet vergunningsplichtige bedrijven in de omgeving vooralsnog gebruik gemaakt van de oude systematiek, omdat de daarin opgenomen richtafstanden nog steeds een goed beeld geven van de milieuruimte die een bedrijf in beslag neemt bij het uitvoeren van milieubelastende activiteiten. Deze richtafstanden gelden van de perceelgrens van bedrijven/milieubelastende activiteiten tot de gevels van milieugevoelige functies voor de aspecten geur, gevaar, geluid en stof.

Indien de richtafstand wordt overschreden dient nader onderzoek plaatsvinden naar de aspecten waarvoor de richtafstand wordt overschreden. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven/activiteiten een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. In dit geval dient rekening gehouden te worden met een 2-tal bedrijven in de omgeving van de beoogde woningbouwontwikkeling dat niet vergunningplichtig is. Een lijst van deze bedrijven en de richtafstanden uit de VNG-publicatie zijn opgenomen in tabel t 4.1. De maatgevende richtafstand is vet gedrukt.

t 4.1 Richtafstanden voor bedrijven met milieubelastende activiteiten op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Richtafstand Bedrijf

Omschrijving

Geluid

Geur

Gevaar

Stof

Bouwbedrijf van Lierop (Ommelse Bos 3)

Aannemersbedrijf met werkplaats b.o. <1000m²

30

0

10

10

Garage van Deursen (Ommelse Bos 15)

Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijf

30

10

10

0

O 17282-2-RA 10

Beide bedrijven liggen aan de noordzijde van de N279 en de kortste afstand tot het plangebied is circa 150 meter. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van deze bedrijven. Voor het aspect activiteiten en milieuzonering wordt aldus voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

O 17282-2-RA 11

5

Geur

5 .1 A lg e me en

In de omgeving van het plangebied zijn verschillende veehouderijen gesitueerd. Daarnaast is er ook een vleesverwerkingsbedrijf aanwezig. Deze bedrijven zijn alle vergunningplichtig in het kader van het Bal. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijk beperkende effecten van de beoogde ontwikkeling op de bedrijfsvoering van deze bedrijven dient beoordeeld te worden of de milieuruimte (in de vigerende vergunningen van deze bedrijven) niet wordt aangetast. Met behulp van de geurnormen en vaste afstanden kunnen geurcontouren gemaakt worden. De geurcontouren worden over het plangebied geprojecteerd en geven de grens aan waarbuiten de beoogde woningbouw zonder belemmeringen kan worden gerealiseerd. Daarnaast dient bij de beoogde woningbouw sprake te zijn van een goede fysieke leefomgeving. Idealiter worden hiervoor geuremissie berekeningen uitgevoerd 2 met het model V-Stacks, wat onder andere in het rekenpakket Geomilieu beschikbaar is. Met een rekenmodel kan de daadwerkelijke geurbelasting berekend worden en getoetst worden aan de wettelijke grenswaarden. Ook in het geval een geurgevoelig gebouw binnen een geurcontour is geprojecteerd, kan dan met behulp van een berekening in sommige gevallen alsnog aangetoond worden dat sprake is van een goede fysieke leefomgeving.

Niet van alle landbouwhuisdieren zijn geuremissiefactoren bekend en de werkelijke geuremissie van stallen is sterk afhankelijk van stalemissiesystemen en eventueel toegepaste maatregelen. Het uitvoeren van gedetailleerde berekeningen is daarom niet goed (voldoende accuraat) mogelijk. Als de geurbelasting niet berekend kan worden kan binnen de dan aan te houden vaste afstand nooit beoordeeld worden of sprake is van een goede fysieke leefomgeving. Een aanvullende motivering is nodig om alsnog de aanvaardbaarheid van de fysieke leefomgeving aan te tonen. De beoogde ontwikkeling van Ommel-noord is momenteel geprojecteerd buiten de woonkern, maar zal na de realisatie wel onderdeel uitmaken van de woonkern Ommel.

2

Geurberekeningen worden uitgevoerd op basis van de NTA 9065 ‘Luchtkwaliteit – geurmetingen – meten en rekenen geur’.

O 17282-2-RA 12

Daarom is de maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in de woonkern Ommel van toepassing met een waarde van 1,0 ouE/m3. 5 .2 O mg e ke erd e wer king ve ehoud er i j O mgevingsdi ens t Zu idoos t -Br aban t

Door de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna ODZOB) is reeds een document3 opgesteld om te beoordelen of de woningbouwontwikkeling Ommel-oost mogelijk beperkende effecten zou hebben op de veehouderijen in de omgeving. De geurcontouren en afstanden uit dit onderzoek worden als startpunt gebruikt voor het voorliggende onderzoek. Het voornaamste verschil zit in het gebied dat ontwikkeld wordt. In het document van de ODZOB gaat het om de ontwikkeling Ommel-Oost, in het voorliggende onderzoek gaat het om de ontwikkeling Ommel-noord. Het onderzoek van de ODZOB is bijgevoegd als bijlage 1. 5 .3 B es ta and e si tua t ie met geur con tou ren en vas t e a fst and en

In tabel t 5.1 is een overzicht gegeven van de beschouwde bedrijven zoals deze ook zijn opgenomen in figuur f 3.2. Daarbij is het adres gegeven, het soort bedrijf en de maatgevende geurcontour of afstand zoals deze volgt uit de vigerende vergunning van de bedrijven en daarmee de conclusies van het onderzoek van de ODZOB. Voor Plukon geldt dat het bedrijf geen slachtwerkzaamheden meer uitvoert. In de vergunning zijn daarbij geen voorschriften opgenomen voor het aspect geur; verwacht kan worden dat er geen relevante geuremissie optreedt. In alle redelijkheid is daarom te verwachten dat de geurbelasting in de omgeving veel lager is dan 1,0 ouE/m3. Om toch rekening te kunnen houden met enige geurhinder wordt uitgegaan van de richtafstand voor geur zoals deze is opgenomen in de “Staat van bedrijfsactiviteiten” voor de categorie “vleeswaren- en vleesconservenfabriek: p.o. > 1000 m²”. De bijbehorende richtafstand voor geur is 100 meter (de richtafstand voor het slachten van pluimvee is overigens even groot). Aan die richtafstand wordt voldaan. Doordat voor (melk)rundvee geen geuremissiefactor bekend is, wordt uitgegaan van een richtafstand zoals volgt uit tabel t 2.3 voor het houden van minder dan 500 landbouwhuisdieren voor de woonkern Ommel. Voor de overige bedrijven is de geurcontour zoals deze berekend is door ODZOB overgenomen.

Uitgegaan is van de contour die hoort bij de maatgevende geurnorm van 1 ouE/m³.

3

Document met titel “Ommel Oost Omgekeerde werking veehouderij” van 2 februari 2024, door ODZOB.

O 17282-2-RA 13

t 5.1 Beschouwde bedrijven Adres

Soort bedrijf

Maatgevende norm geur of te hanteren minimale afstand

Busserdijk 7

Pluimveehouderij

1 ouE/m3

Busserdijk 9/10

Melkvee/loonbedrijf

484 m

Ommelse Bos 2

Varkenshouderij

1 ouE/m3

Ommelse Bos 5A

Vleesverwerkingsbedrijf

100 m*

Jan van Havenstraat 21 Varkenshouderij

1 ouE/m3

* conform Staat van bedrijfsactiviteiten

In figuur f 5.1 is de situatie weergegeven van de maatgevende geurcontouren en vaste afstanden. Het plangebied dat zonder belemmering gebruikt kan worden voor de beoogde ontwikkeling is circa 3,4 ha groot (totale plangebied is 6,1 ha groot).

f 5.1 Geurcontouren en vaste afstanden op basis van de geurverordening van de gemeente Asten

O 17282-2-RA 14

5 .4 S itu at i e O mme ls e B os 2

Volgens ODZOB is een deel van de vergunning van Ommelse Bos 2 van rechtswege vervallen, doordat is gebleken dat er geen landbouwhuisdieren meer worden gehouden. Dit lijkt echter niet helemaal correct verwoord, omdat een vergunning onder de Omgevingswet (maar ook niet onder de Wabo) op deze manier van rechtswege kan vervallen. Alleen een actief besluit door het bevoegd gezag kan een vergunning wijzigen of intrekken. Alleen onder de nog oudere Wet milieubeheer kon een vergunning van rechtswege vervallen, maar alleen een oprichtingsvergunning, waarbij bleek dat na 3 naar nog geen enkele (bouw)activiteit had plaatsgevonden. Dat zal hier niet het geval zijn geweest, omdat er wel degelijk stallen staan met (of inmiddels zonder) landbouwhuisdieren. Indien hier een actief besluit heeft plaatsgevonden zou het echter kunnen zijn dat deze stal met bijbehorende geuremissie is komen te vervallen. In figuur f 5.2 is de situatie weergegeven van de maatgevende geurcontouren en vaste afstanden, exclusief Ommelse Bos 2. Het plangebied dat zonder belemmering gebruikt kan worden voor de beoogde ontwikkeling is circa 4,4 ha groot (totale plangebied is 6,1 ha groot).

f 5.2 Geurcontouren en vaste afstanden exclusief Ommelse Bos 2

O 17282-2-RA 15

Overigens wordt het bedrijf aan Ommelse Bos 2 reeds beperkt door bestaande woningen, nieuwe woningen zullen het bedrijf niet verder beperken. Dit is onderdeel van de beschouwing van de ODZOB. 5 .5 A c tua l isa ti e g eur verord en ing

Door de gemeente Asten is aangegeven dat gewerkt wordt aan een actualisatie van de geurverordening van 2021. Momenteel geldt in het buitengebied van de gemeente Asten het tijdelijke omgevingsplan. Het opstellen van een nieuw (gebiedsdekkend) omgevingsplan is nog niet realistisch, terwijl de nieuwe geurregels voor melkveehouderijen wel al gewenst zijn. Op basis van artikel 22.4 van Omgevingswet wordt gesteld dat in de overgangsfase een bestaande geurverordening mag worden gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op de eerste paar rijen van de bestaande geurverordening, waarbij de vaste afstanden worden gereduceerd tot respectievelijk 150% en 300% van de vaste afstanden zoals deze zijn opgenomen in het Bkl. De wijziging van de geurverordening is gegeven in tabel t 5.2. t 5.2 Voorgestelde nieuwe normering melkveehouderij

Geuremissie (odour units) waarop de afstanden zijn gebaseerd

Overeenkomend aantal volwassen melkkoeien (c.q. aantal stuks jongvee x2)

Standaard afstanden Wgv (n.v.t.)

Grondgebied gemeente Asten anders dan het fijnstof concentratiegebied

Fijnstof concentratiegebied Heusden en omgeving

Asten en Ommel

Buitengebied

Heusden

Buitengebied rondom Heusden

1-300

100

50

100

50

150% Bkl

301 - 500

150

75

150

75

300% Bkl

501 - 700

300

150

300

150

Met de wijziging veranderd de vast afstand die geldt voor Busserdijk 9 en 10 van 484 meter naar 150 meter. In figuur f 5.3 is de situatie weergegeven van de maatgevende geurcontouren en nieuwe vaste afstanden op basis van de voorgestelde nieuwe normering voor melkveehouderijen. Het plangebied dat zonder belemmering gebruikt kan worden voor de beoogde ontwikkeling is circa 4,5 ha groot (totale plangebied is 6,1 ha groot).

O 17282-2-RA 16

f 5.3 Geurcontouren en vaste afstanden op basis van voorgestelde nieuwe normering voor melkveehouderijen

Uit figuur f 5.3 valt op te maken dat het effect van deze wijziging op het plangebied zeer beperkt is. Wel wordt daarbij opgemerkt dat dit vooral komt door de beperkende geurcontour van Jan van Havenstraat 21. De vaste afstand uit de huidige geurverordening loopt over een groot deel van het plangebied heen. In het kader van ETFAL is reeds gesteld dat het beoordelen van een goede fysieke leefomgeving doorgaans niet mogelijk is als een ontwikkeling binnen de vaste afstand ligt van een veehouderij waarvoor geen geuremissiefactor bekend is. Op basis van de voorgestelde nieuwe normering vormt de vaste afstand van Busserdijk 9 en 10 niet langer een belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

O 17282-2-RA 17

5 .6 G eur con tour Jan van Ha vens tra a t 21

In dit laatste scenario is alleen de geurcontour van de Jan van Havenstraat 21 een mogelijk beperkende factor voor de beoogde ontwikkeling. In de planverbeelding van de ontwikkeling Ommel-Oost van de gemeente Asten is echter te zien dat deze veehouderij misschien plaats gaat maken voor woningbouw. In dat geval zal ook deze stal met bijbehorende geuremissie komen te vervallen. De planverbeelding is opgenomen in bijlage 2 (twee versies). 5 .7 Cu mu la ti e van geur

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook iets gezegd te worden over de cumulatie van geur. De cumulatie van geur kan reeds onderdeel zijn van de geurnormen zoals deze zijn opgenomen in het omgevingsplan (of een geurverordening). In dit geval zijn de geurnormen uit de geurverordening strenger dan de standaardwaarden uit het Bkl (en het omgevingsplan), wat erop wijst dat er al rekening is gehouden met de mogelijke cumulatie van geur. In het omgevingsplan zijn verder geen voorwaarden opgenomen voor de cumulatie van geur en doordat er in het gemarkeerde gebied voldaan wordt aan een maximale geurhinder van 1 ouE/m³ voor een veehouderij op een geurgevoelig object, kan gesteld worden dat aan de voorwaarden van het omgevingsplan wordt voldaan. Hiermee is ook de gecumuleerde geurhinder aanvaardbaar. Door ODZOB is in het document “Omgekeerde werking veehouderij” ook de achtergrondbelasting berekend. In figuur 8 van dit document zijn de geurcontouren van de achtergrondbelasting afgebeeld. De achtergrondbelasting van het ontwikkelgebied Ommel-Noord ligt tussen de 3 en 7 ou E/m³. De geurbelasting op het ontwikkelgebied is minimaal gelijk aan de rest van de woonkern Ommel, waarbij Ommel-zuid zelfs een hogere gecumuleerde geurbelasting kent van tussen de 7 en 13 ouE/m³.

Ook vanuit dit perspectief kan geconcludeerd worden dat de gecumuleerde geurbelasting aanvaardbaar is.

O 17282-2-RA 18

6

Conclusie

6 .1 A c ti vit e it en en mi l ieu zon er ing

In de omgeving zijn (naast de veehouderijen) twee bedrijven gesitueerd met een maatgevende richtafstand van 30 meter voor het milieuaspect geluid. De contour van deze richtafstand komt niet in de buurt van het beoogde plangebied. Vanuit het aspect activiteiten en milieuzonering wordt ruimschoots voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 6 .2 G eur

Voor het bedrijf Plukon geldt dat deze geen geurvoorschriften heeft in de vigerende vergunning. Ter beoordeling van de mogelijk geurhinder is daarbij eveneens gekeken naar de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor Plukon geldt een richtafstand voor geur van 100 meter. Deze contour loopt niet over beoogde plangebied heen. Het bedrijf Plukon vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Voor de overige veehouderijen in de omgeving dient gekeken te worden naar een tweetal voorwaarden, zijnde: de geuremissienorm uitgedrukt in ouE/m³ en de vaste afstanden die gelden voor veehouderijen waarvoor geen geuremissiefactor bekend is. Voor Busserdijk 9 en 10 geldt dat de vaste afstand van 484 meter voor het houden van minder dan 500 landbouwhuisdieren over een groot deel van het plangebied loopt. Binnen deze afstand kan niet zonder meer sprake zijn van een goede fysieke leefomgeving. In principe dient er dan aanvullend onderzoek plaats te vinden, waarbij geuremissie berekeningen worden gemaakt op basis van de specifieke situatie ter plaatse (stalemissiesystemen, toegepaste maatregelen, aantal dieren, etc.). Met de berekening kan mogelijk alsnog aangetoond worden dat sprake is van een aanvaardbare geurbelasting in het beoogde plangebied. De gemeente Asten wil de geurverordening wijzigen en daarbij nieuwe vaste afstanden opnemen voor de categorieën tot 700 landbouwhuisdieren.

Op basis van deze nieuwe normering zou de vaste afstand voor melkveehouderijen 150 meter bedragen. Het beoogde plangebied valt in zijn geheel buiten deze afstand, waardoor de melkveehouderij geen belemmering meer vormt voor het planvoornemen na het doorvoeren van de voorgenomen wijziging in de geurverordening. Tot slot loopt de 1 ouE/m³ geurcontour van Ommelse Bos 2 en Jan van Havenstraat 21 over het beoogde plangebied. Voor Ommelse Bos 2 geldt dat bij een laatste controle is gebleken dat er geen landbouwhuisdieren meer worden gehouden. Het is onduidelijk of

O 17282-2-RA 19

de vergunning door bevoegd gezag is gewijzigd of ingetrokken. Deze wijziging kan ertoe leiden dat Ommelse Bos 2 geen belemmering meer vormt voor het planvoornemen, maar anders dient mogelijk alsnog rekening gehouden te worden met deze geurcontour. Anderzijds wordt het bedrijf aan Ommelse Bos 2 reeds beperkt door bestaande woningen (onderdeel van de beschouwing van ODZOB). Nieuwe woningen zullen dus “omgekeerd” het bedrijf niet verder beperken. Ook de 1 ouE/m³ geurcontour van Jan van Havenstraat 21 loopt over een groot deel van het beoogde plangebied heen. Deze contour loopt echter ook over een groot deel van de bestaande woonkern Ommel heen. Bij de beoogde nieuwe woningen zal de geurbelasting niet hoger zijn dan bij de bestaande woningen. De geurbelasting kan daarmee aanvaardbaar worden geacht. Ook de achtergrondbelasting, zoals berekend door de ODZOB, wijst uit dat de woonkern Ommel een hogere gecumuleerde geurbelasting kent dan het beoogde plangebied. Het is te rechtvaardigen dat er woningen worden gerealiseerd binnen de 1 ouE/m³ geurcontour van Jan van Havenstraat 21. Het bedrijf wordt in feite al beperkt door bestaande woningen in de omgeving (ook dit is onderdeel van de beschouwing van de ODZOB). De nieuwe woningen zullen dus “omgekeerd” geen nieuwe beperking opleveren voor het bedrijf aan de Jan van Havenstraat 21.

Het is mogelijk dat de Jan van Havenstraat 21 plaats gaat maken voor woningen in een toekomstige situatie, zoals te zien is op de planverbeelding van bijlage 2. Doordat voldaan wordt aan de voorwaarde van het omgevingsplan wordt ook voldaan aan een aanvaardbare gecumuleerde geurbelasting. Door strengere geurnormen te hanteren in de geurverordening is reeds rekening gehouden met de cumulatie van geur. Op basis van de bovenstaande conclusies kan gesteld worden dat voor het milieuaspect geur voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de voorwaarde van een goede fysieke leefomgeving.

Dit rapport bevat 20 pagina’s en 2 bijlagen.

O 17282-2-RA 20

Bijlage 1 Geuronderzoek ODZOB

O 17282-2-RA-BY1 1.1

OMMEL OOST Omgekeerde werking veehouderij

Ommel Oost Omgekeerde werking veehouderij

In opdracht van

Gemeente Asten Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteur

Swen Waschk

Projectnummer

305051

Datum

2 februari 2024

Status

Definitief

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en opdracht

1

2

Wettelijke milieukaders

2

2.1

Wet geurhinder en veehouderij

2

2.1.1

Geurgevoelig object........................................................................................................ 2

2.1.2

Bebouwde kom ............................................................................................................... 4

2.1.3

Geurnormen voor de maximale geurbelasting ................................................................. 4

2.1.4

Aan te houden vaste afstanden ....................................................................................... 5

2.1.5

Gemeentelijke geurbeleid: geurverordening .................................................................... 6

2.2

Interim omgevingsverordening (IOV, provincie Noord-Brabant)

8

3

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

9

3.1

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor geur

9

3.1.1

Geurbelasting en aanvaardbaar woon- en leefklimaat ...................................................... 9

3.1.2

Afstanden en aanvaardbaar woon- en leefklimaat .......................................................... 10

4

Ruimtelijke situatie en relevante veehouderijen

11

5

Toetsing omgekeerde werking

12

5.1

Geurgevoelig object en ligging bebouwde kom

12

5.2

Belangen veehouderij

13

5.3

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor geur

17

6

Samenvattende conclusies

19

Bijlage 1

Bronbestand individuele bedrijven

Bijlage 2

Bronbestand achtergrondbelasting

Bijlage 3

Inzetbaar deel onderzoeksgebied

16 juni 2023

1

Aanleiding en opdracht

De gemeente Asten is aan het onderzoeken of aansluitend op de woonkern Ommel het ontwikkelen van een plangebied voor woningen (Ommel Oost) mogelijk is. Bij het ontwikkelen van woningen moet worden bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of het plan niet in strijd is met het ruimtelijke ordeningsrecht. In de omgeving van het onderzoeksgebied Ommel Oost zijn veehouderijen aanwezig. De vraag is of de toekomstige bewoners niet zullen worden blootgesteld aan overmatige geurhinder. Tevens mogen de veehouderijen niet in de bedrijfsvoering worden belemmerd door het veranderen van de bestemming. De gemeente Asten heeft de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant verzocht om te onderzoeken of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het betreft een onderzoek naar de zogenaamde ‘omgekeerde werking’: de doorwerking van milieuregelgeving in de ruimtelijke ordening. Dit betekent dat beoordeeld wordt of de belangen van de betrokken partijen in het geding zijn. Die van: ✓

de toekomstige bewoners. In het belang van de toekomstige bewoners moet worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

✓

de omliggende veehouders. De bestemmingswijziging mag de reguliere bedrijfsvoering van de omliggende veehouderijen niet schaden, c.q. het juridisch-planologisch toegestane gebruik niet belemmeren.

De voor de omgekeerde werking relevante wettelijke milieukaders worden in hoofdstuk 2 geschetst. In hoofdstuk 3 worden uitgangspunten voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat behandeld. Hoofdstuk 4 beschrijft de ruimtelijke situatie. De beoordeling van de omgekeerde werking wordt in een aantal stappen uitgevoerd in de hoofdstuk 5. De conclusies zijn samengevat in hoofdstuk 6.

16 juni 2023

pagina 1 van 19

2

Wettelijke milieukaders

Veehouderijen emitteren diverse stoffen in de lucht, zoals geurstoffen. De bronnen van de geuremissie zijn doorgaans de stallen, mestopslag, opslag van (brij)voer en/of de mestbe- of verwerking. Een teveel aan geurstoffen in de buitenlucht kan als hinderlijk worden ervaren of leiden tot stress gerelateerde gezondheidsklachten. Voor de beoordeling van het onderzoeksgebied Ommel Oost is het aspect geur van veehouderijen van belang. Hiervoor zijn wettelijke kaders in werking welke landelijk van toepassing zijn en soms aangevuld worden door provinciale en/of gemeentelijke verordeningen. Dit hoofdstuk beschrijft de wettelijke kaders, voor zover zij relevant zijn voor het bepalen van de omgekeerde werking c.q. de doorwerking van geurregelgeving in de ruimtelijke ordening.

2.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) beschermt geurgevoelige objecten tegen geurhinder uit dierverblijven van veehouderijen. De aanvraag van een veehouderij om een omgevingsvergunning wordt getoetst aan geurnormen voor de maximale geurbelasting of aan te houden (vaste) afstanden. Afhankelijk van de uitkomst wordt de vergunning verleend dan wel geweigerd. Gemeenten mogen van de wettelijke normen en afstanden afwijken. Ter onderbouwing moet de gemeente een geurgebiedsvisie opstellen en daarbij rekening houden met de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De afwijkende normen en/of afstanden worden in een gemeentelijke verordening vastgelegd. De Wgv kent een hogere bescherming toe aan geurgevoelige objecten in de bebouwde kom dan die in het buitengebied (lagere geurnormen voor de maximale geurbelasting of grotere aan te houden afstanden). De geurnormen in concentratiegebieden voor de veehouderij (veedichte gebieden) verschillen van die in niet-concentratiegebieden (veearme gebieden). Voor de doorwerking naar de ruimtelijke ordening c.q. de omgekeerde werking zijn de volgende aspecten uit de Wgv van belang: • •

het geurgevoelige object, ligging in de bebouwde of het buitengebied, ligging in een concentratiegebied of niet; de geurnormen en (vaste) afstanden uit de Wgv en/of de gemeentelijke geurverordening.

Noot: De Wgv geldt voor vergunningplichtige bedrijven. Voor meldingsplichtige bedrijven is de Wgv integraal overgenomen in het Activiteitenbesluit (op een uitzondering na die niet relevant is voor de omgekeerde werking). 2.1.1

Geurgevoelig object

De definitie van het begrip geurgevoelig object is terug te vinden in art. 1 van de Wgv: “gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.” In verschillende uitspraken van de rechter is aangegeven dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat met “bestemd” wordt bedoeld dat het gebouw juridisch-planologisch mag worden gebruikt voor wonen of verblijf. Als het gebouw naar aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of verblijf, moet het wonen of verblijf uiteraard ook juridisch-planologisch toegestaan zijn. De bestemming van een gebouw is daarmee leidend bij het beoordelen of sprake is van een geurgevoelig object.

16 juni 2023

pagina 2 van 19

Het is niet relevant of het wonen c.q. het verblijf wordt uitgeoefend door dezelfde of steeds wisselende personen. Het aantal personen dat verblijft in het gebouw is ook niet relevant bij de beoordeling van de geurgevoeligheid. Ook wanneer er maar één persoon in het gebouw verblijft is dat voldoende. Uit de jurisprudentie blijkt dat wanneer een gebouw bestemd en geschikt is voor wonen of verblijf, de rechter er bijna vanzelfsprekend vanuit gaat dat het wonen of verblijven ook permanent of op vergelijkbare wijze van gebruik plaatsvindt. Het is soms lastig om te beoordelen wat er met “permanent of een vergelijkbare wijze van gebruik” wordt bedoeld. Uit de jurisprudentie van de laatste jaren blijkt dat het gaat om een langdurende dan wel een kortdurende blootstelling.

ABRvS, 201104200/1/H1 van 11 januari 2012: kampeerboerderij is geen geurgevoelig object: "In aanmerking genomen dat het gebruik van de in de paardenstal te vestigen kampeerboerderij is gericht op het bieden van recreatief (nacht)verblijf voor beperkte duur, te weten een vakantieperiode van maximaal enkele achtereenvolgende weken, heeft de rechtbank terecht overwogen dat van permanent of daarmee gelijk te stellen gebruik voor menselijk verblijf geen sprake is, zodat de paardenstal niet valt aan te merken als geurgevoelig object in de zin van artikel 1 van de Wgv." In ABRvS, 201111498/1/T1/R4 van 13 februari 2013 overweegt de Afdeling dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de Wet geurhinder alleen bescherming biedt aan personen tegen langdurige blootstelling aan geurhinder en merkt op daarmee terug te komen op haar eerdere jurisprudentie: "Anders dan is geoordeeld in onder meer de uitspraken van 1 september 2010 in zaaknr. 200909701/1/R1 en van 11 april 2012 in zaaknr.

201109676/1/A1 overweegt de Afdeling dat uit de wetsgeschiedenis en met name uit het aannemen van het amendement van Van der Vlies c.s, waarmee is besloten de term ‘regelmatig' uit de begripsomschrijving van het begrip geurgevoelig object weg te laten (Kamerstukken II 2005/06 30 453, nr.19), volgt dat de Wgv, gelet op de begripsomschrijving van een geurgevoelig object, alleen bescherming biedt aan personen tegen langdurige blootstelling aan geurhinder in gebouwen. Nu, zoals hiervoor is overwogen, aangenomen moet worden dat niet langdurig in de gebouwen zal worden verbleven, heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat het plan ook in zoverre niet voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten in de zin van de Wgv." Daarnaast is van belang of een object al dan niet hoort bij een (voormalige) veehouderij. Voor geurgevoelige objecten die onderdeel zijn van een veehouderij, of van een voormalige veehouderij die na 19 maart 2000 is beëindigd, gelden uitsluitend de vaste afstanden en niet de waarde voor de geurbelasting. Hetzelfde geldt voor een ‘ruimte-voor-ruimte woning/geurgevoelig object' als beschreven in artikel 14, tweede lid van de Wgv en voor een plattelandswoning zoals beschreven in de Wet plattelandswoningen.

16 juni 2023

pagina 3 van 19

2.1.2

Bebouwde kom

Het begrip ‘bebouwde kom' is niet gedefinieerd in de Wgv. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel is vermeld: "De grens van de bebouwde kom wordt niet bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur." Ook is opgenomen: "De bebouwde kom kan namelijk worden omschreven als het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven." De plaatselijke situatie zal moeten worden beoordeeld om te bepalen of wel of niet sprake is van de bebouwde kom. Uit jurisprudentie blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak naast de aard en omvang van het te beoordelen gebied mede de aard van de omgeving en de afstand tot een dorpskern bepalend laat zijn of wel of niet sprake is van bebouwde kom. 2.1.3

Geurnormen voor de maximale geurbelasting

Een geurnorm betreft de maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object. Bij de vergunningverlening wordt aan de norm getoetst. De betreffende norm vertegenwoordigt bij de omgekeerde werking de belangen van de veehouderij. Op een ‘geurkaart’ is de geurcontour rondom de veehouderij in beeld te brengen. De geurcontour komt overeen met de geldende geurnorm en kan voor iedere norm op een ‘geurkaart’ worden afgebeeld. Het belang van de veehouderij wordt niet geschaad als binnen de geurcontour al geurgevoelige objecten liggen en het nieuw geurgevoelig object niet dichterbij de veehouderij komt te staan. Bouwen binnen de geurcontour is niet mogelijk als er geen andere geurgevoelige objecten binnen de contour liggen. Bouwen binnen de contour schaadt dan de belangen van de veehouderij1. Geurnormen gelden voor diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor – in odour units - is opgenomen in de wettelijke regeling bij de wet geurhinder en veehouderij. Emissiefactor zijn er voor: vleesvarkens, zeugen, biggen, opfok- en leghennen, (groot)ouderdieren, vleeskuikens, kalkoenen, eenden, parelhoenders, vleeskalveren, vleesstieren, schapen en geiten. In de tabellen hieronder zijn de in de Wgv opgenomen standaard geurnormen weergegeven. Zoals gezegd mogen gemeenten daarvan afwijken: zie hiervoor de paragraaf over gemeentelijk geurbeleid.

In de Wgv opgenomen standaard normen voor de maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelige object in de concentratiegebieden voor de veehouderij.

In de Wgv opgenomen standaard normen voor de maximale geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelige object in de nietconcentratiegebieden voor de veehouderij.

Concentratiegebieden

1

Niet-concentratiegebieden

Bebouwde kom

3 ou

Bebouwde kom

2 ou

Buitengebied

14 ou

Buitengebied

8 ou

Als de veehouderij wil uitbreiden met dieren, zal vanwege de overschrijding van de geldende norm op het geurgevoelige object de 50%-regeling (art. 3, lid 4, Wgv) moeten worden toegepast.

16 juni 2023

pagina 4 van 19

2.1.4

Aan te houden vaste afstanden

Net als voor geurnormen kan voor de (vaste) afstanden die een veehouderij moet aanhouden de afstandscontour op een ‘geurkaart’ in beeld te brengen. Bouwen binnen de afstandscontouren is in beginsel niet mogelijk, tenzij aannemelijk gemaakt kan worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (jurisprudentie). Zie hiervoor hoofdstuk 3. Voor meerdere diercategorieën zijn tot nu toe géén emissiefactoren2 in de wettelijke regeling opgenomen. Het betreft onder andere melkkoeien en vrouwelijk jongvee, zoogkoeien, paarden, nertsen, struisvogels en andere diersoorten. Bij de vergunningverlening gelden voor deze diercategorieën vaste afstanden. De vaste afstanden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Deze gelden zowel voor concentratiegebieden als voor niet-concentratiegebieden voor de veehouderij.

In de Wgv opgenomen standaard waarden voor de aan te houden afstand van een veehouderij naar een geurgevoelige object. Vaste afstanden (meters) Melkkoeien, jongvee, zoogkoeien, paarden e.a.*

Nertsen 1-1000 dieren

1001-1500 dieren

1501-3000 dieren

3001-6000 dieren

6001-9000 dieren

Bebouwde kom

100

175

200

225

250

275

Buitengebied

50

100

125

150

175

200

* andere diercategorieën waarvoor geen emissiefactoren bekend zijn. NB. Indien de nertsen in emissiearme huisvesting worden gehouden dan worden de afstanden uit de tweede rij van de tabel (buitengebied) met 25 meter verkleind.

Voormalige veehouderijen, ruimte voor ruimte woningen en plattelandswoningen Voor geurgevoelige objecten die onderdeel zijn van een veehouderij, of van een voormalige veehouderij die na 19 maart 2000 is beëindigd, gelden uitsluitend niet de waarde voor de geurbelasting, maar de vaste afstanden zoals hiervoor besproken (100 meter en 50 meter). Hetzelfde geldt voor een ‘ruimte-voor-ruimte woning/geurgevoelig object' als beschreven in artikel 14, tweede lid van de Wgv en voor een plattelandswoning zoals beschreven in de Wet plattelandswoningen. Afstandsbepaling In alle gevallen moet worden getoetst of de afstand tussen de buitenzijde van het dierenverblijf en de geurgevoelige objecten voldoet aan de gestelde afstanden, de zogenaamde gevel tot gevelafstand.

2

Voor melkvee en nertsen is de geuremissie inmiddels wel gemeten, maar dit heeft nog niet geleid tot het opnemen van een emissiefactor in de Regeling geurhinder en veehouderij. Dit betekent dat de bij de vergunningverlening nog niet aan odour units mag worden getoetst, maar dat de vaste afstanden gelden.

16 juni 2023

pagina 5 van 19

2.1.5

Gemeentelijke geurbeleid: geurverordening

De Wgv biedt de mogelijkheid om lokaal maatwerk te leveren. De gemeente mag van de wettelijke standaard geurnormen en vaste afstanden afwijken. Andere normen en afstanden moeten worden vastgelegd in een gemeentelijke geurverordening. De wet schrijft voor dat de onderbouwing moet worden geleverd in een zogenaamde geurgebiedsvisie, waarbij rekening wordt gehouden met de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, de huidige en de toekomstige geursituatie. Wat betreft geurnormen geldt een bandbreedte waarbinnen mag worden afgeweken (zie onderstaande tabel). Voor de afstanden kent de wet geen bandbreedte, maar wel een minimale afstand van 25 meter. In tabel hieronder zijn tussen haakjes () de wettelijke standaard geurnormen vermeldt, de waarden links en rechts van de standaardnormen geven de bandbreedte aan waarbinnen de gemeenten mogen afwijken. bebouwde kom buitengebied

Concentratiegebieden 0,1 - (3) - 14 ou 3 - (14) - 35 ou

Niet-concentratiegebieden 0,1 - (2) - 8 ou 2 - (8) - 20 ou

Geurbeleid gemeente Asten De gemeente Asten ligt in een zogenaamd concentratiegebied voor de veehouderij. De gemeente heeft op 9 maart 2021 een geurverordening met andere normen en vaste afstanden vastgesteld. Dit betekent dat de volgende vastgelegde normen en afstanden van toepassing zijn: •

•

de geurnorm voor veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld is: o 1 odour unit (ouE/m3) voor de maximale geurbelasting van een veehouderij op geurgevoelige objecten gelegen in de woonkernen Asten en Ommel; o 10 odour units (ouE/m3) voor de maximale geurbelasting van een veehouderij op geurgevoelige objecten gelegen in het buitengebied. o 0,5 odour unit (ouE/m3) voor de maximale geurbelasting van een veehouderij op geurgevoelige objecten gelegen in de woonkern Heusden; o 5 odour units (ouE/m3) voor de maximale geurbelasting van een veehouderij op geurgevoelige objecten gelegen in het buitengebied rondom de woonkern Heusden; de afstand tussen een veehouderij waar (melk)rundvee worden gehouden en een geurgevoelig object bedraagt (zie tabel volgende pagina):

16 juni 2023

pagina 6 van 19

Gebied

Geuremissie (odour units) waarop de afstanden zijn gebaseerd nvt (standaardafstanden Wgv) 9.000 12.000 15.000 18.000 21.000 24.000 27.000 30.000 33.000 36.000 39.000 42.000 45.000 •

Overeenkomend aantal volwassen melkkoeien (c.q. aantal stuks jongvee x 2) 1 - 300

Grondgebied gemeente Asten anders dan het fijnstof concentratiegebied A. Woonkern B. Buitengebied Asten en Ommel

301 - 400 401 - 500 501 - 600 601 - 700 701 - 800 801 - 900 901 - 1000 1001 - 1100 1101 - 1200 1201 - 1300 1301 - 1400 1401 - 1500 1501 en >

Fijnstof concentratiegebied Heusden e.o. C. Woonkern Heusden

D. Buitengebied rondom woonkern Heusden

100

50

100

50

404 484 557 624 688 748 806 861 914 966 1.016 1.064 1.112

137 157 176 196 217 237 258 280 302 324 346 369 392

649 776 891 998 1.098 1.192 1.283 1.369 1.453 1.533 1.611 1.687 1.761

206 227 248 269 289 310 331 351 372 393 413 434 455

De afstand tussen een veehouderij waar pelsdieren worden gehouden en een geurgevoelig object bedraagt: Aantal fokteven 0-2000

Afstand tot

2001-4000

4001-6000

6001-8000

8001-

Meer dan

10000

10000

200

300

400

500

550

650

125

175

200

225

250

300

geurgevoelige objecten in de bebouwde kom (A. en C.) Afstand tot geurgevoelige objecten in het buitengebied (B. en D.)

16 juni 2023

pagina 7 van 19

2.2

Interim omgevingsverordening (IOV, provincie Noord-Brabant)

In de provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) zijn waarden opgenomen met betrekking tot de maximale hinderpercentages voor geur, zie tabel hieronder. Deze waarden worden voor het beoordelen van de omgekeerde werking gebruikt voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat (zie hoofdstuk 3 van dit rapport). De maximale hinderpercentages komen doorgaans overeen met de streefwaarden voor de maximale geurbelasting welke zijn opgenomen in geurgebiedsvisies van gemeenten. Maximale waarden voor geur in de Interim omgevingsverordening (IOV). Component

Geur

16 juni 2023

Maximale

… op geurgevoelig

Overeenkomende

Overeenkomende

hinder-

object c.q. te

voorgrond

achtergrond

percentage /

beschermen object

geurbelasting

concentratie

gelegen in …

(odour units; ouE/m )

12%

Bebouwde kom

5

10

20%

Buitengebied

10

20

geurbelasting 3

(odour units; ouE/m3)

pagina 8 van 19

3

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij bestemmingsplannen voor woonwijken, bedrijventerreinen of het buitengebied is het de vraag welk niveau voor de belasting door geur uit veehouderijen nog aanvaardbaar is.

3.1

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor geur

Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat is de geurbelasting en/of een (vaste) afstand(en) bepalend. De geurbelasting kan berekend worden voor diercategorieën waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de ministeriële regeling van de Wet geurhinder en veehouderij. Voor diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is opgenomen gelden vaste afstanden (zie paragraaf 2.1.3 en 2.1.4). 3.1.1

Geurbelasting en aanvaardbaar woon- en leefklimaat

De geur van veehouderijen verspreidt zich via de lucht en veroorzaakt een geurbelasting op de woonen leefomgeving. Onder geurbelasting wordt de hoeveelheid geur verstaan die op een geurgevoelig object - bijvoorbeeld een woning - terecht komt (uitgedrukt in odour units per volume-eenheid lucht, ouE/m3). De geurbelasting op een locatie of in een gebied is in belangrijke mate bepalend voor de kwaliteit van het woon- en verblijfklimaat. Het kenmerk van de Wgv is dat voor diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor bekend is, de geurbelasting naar de omgeving kan worden berekend (ou). Dit gebeurt met het verspreidings-model V-Stacks. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied is het nodig om de te verwachten geurhinder te evalueren. Dit betreft zowel de voorgrondbelasting3 als de achtergrondbelasting4 (zie tabel op de volgende pagina). De geurbelasting is op geurkaarten weer te geven, met contouren voor het woon- en leefklimaat rondom een veehouderij en/of door de berekende waarden voor de geurbelasting op de geurkaart te vermelden. Doordat de geurbelasting naar de omgeving kan worden berekend, is voor iedere locatie te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Hiervoor zijn de geurnormen uit de gemeentelijke geurverordening en/of de bijbehorende contouren niet van belang (vaste jurisprudentie na uitspraak Laarbeek 200900801/1/R3). Er mag binnen een contour voor de geurnormen worden gebouwd als inzichtelijk wordt gemaakt dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. NB. De contour voor de geurnorm wordt gebruikt voor het beoordelen of de veehouderij in haar belangen worden geschaad. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat wordt in deze rapportage uitgegaan van de normen uit de Interim omgevingsverordening (IOV) van de provincie (zie paragraaf 2.2).

3

De voorgrondbelasting is de geurbelasting veroorzaakt door de individuele veehouderij(en). Daarbij is sprake van een één op één relatie tussen de veehouderij en het geurgevoelige object. Het betreft de veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelig object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtbij het geurgevoelig object is gelegen. Als er in het gebied maar één veehouderij aanwezig is wordt het woon- en leefklimaat bepaald door de voorgrondbelasting van deze veehouderij. De voorgrondbelasting op een geurgevoelig object kan meerdere veehouderijen in de nabije omgeving betreffen. Voor iedere veehouderij afzonderlijk wordt de voorgrondbelasting bepaald.

4

De achtergrondbelasting is de geurbelasting als gevolg van alle veehouderijen in de wijde omgeving van het geurgevoelig object (veehouderijen in een omtrek van 2 km van het geurgevoelige object).

16 juni 2023

pagina 9 van 19

3.1.2

Afstanden en aanvaardbaar woon- en leefklimaat

Voor diercategorieën waarvoor geen emissiefactoren bekend zijn (zie paragraaf 2.1.3) gelden vaste afstanden. Net als voor de geurbelasting is ook voor de afstand die een veehouderij moet aanhouden de afstandscontour op een geurkaart in beeld te brengen. Bij veehouderijen met vaste afstanden zijn geen odour units bekend. Daarom is de geurbelasting naar de omgeving niet te bepalen en is geen beoordeling van het woon- en leefklimaat mogelijk. Daarom is binnen de afstandscontour in beginsel geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen en is woningbouw in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Van dit beginsel kan worden afgeweken als aannemelijk wordt gemaakt dat het woon- en leefklimaat binnen de afstandscontour wel aanvaardbaar is (201111498/1/T1/R4 van 13 februari 2013 en 201211840/2/R2 van 1 maart 2013 herhaald in 201107147/1/R3 van 31 oktober 2012).

16 juni 2023

pagina 10 van 19

4

Ruimtelijke situatie en relevante veehouderijen

Op onderstaande kaart is de ruimtelijke situatie weergegeven, het onderzoeksgebied Ommel Oost en de relevante veehouderijen in de omgeving. De (intensieve) veehouderijen aan de Jan van Havenstraat 21 (5724AT21), Ommelse Bos 2 (5724AZ2) alsmede aan de Busserdijk 9 (5724AM9) liggen in/in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied. Deze veehouderijen zijn in dit rapport meegenomen voor de beoordeling van de omgekeerde werking van de geurregelgeving voor veehouderijen. De overige veehouderijen liggen op een dusdanige afstand van het onderzoeksgebied dat ze niet relevant zijn voor dit onderzoek.

Figuur 1: Ruimtelijke situatie

16 juni 2023

pagina 11 van 19

5

Toetsing omgekeerde werking

Beoordeeld wordt of het onderzoeksgebied Ommel Oost voldoet aan de spelregels voor een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor wordt de omgekeerde werking van de milieuregelgeving getoetst op de volgende twee onderdelen: -

of de veehouderij niet in zijn belangen wordt geschaad; of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voorafgaand aan de toetsing moet worden vastgesteld of de betreffende locaties: -

5.1

geurgevoelige objecten zijn; of zij liggen in de bebouwde kom of in het buitengebied.

Geurgevoelig object en ligging bebouwde kom

Het plangebied wordt bestemd voor burgerbewoning. Dit zijn gebouwen bestemd en geschikt voor menselijk verblijf en wonen en worden daarvoor permanent gebruikt. Dit is in overeenstemming met de definitie voor een geurgevoelig object uit de Wgv (zie paragraaf 2.1.1). Zoals in onderstaande afbeelding zichtbaar is gemaakt leidt de realisering van het plangebied tot een uitbreiding van de bestaande bebouwde kom.

Figuur 2: Onderzoeksgebied en normen geurverordening Ondanks dat het onderzoeksgebied Ommel Oost geen onderdeel is van de verordeningszone Ommel maar na ontwikkeling van het plangebied wel gerekend moet worden tot de bebouwde kom, geldt hier de norm van 1 ouE/m3 uit de verordening.

16 juni 2023

pagina 12 van 19

5.2

Belangen veehouderij

De belangen van de veehouderij worden geschaad als het realiseren van de ontwikkelingen tot gevolg heeft dat de veehouderij haar juridisch-planologische ruimte op het bouwblok niet langer kan benutten. Deze regel is algemeen geldend, tenzij zich al een ander geurgevoelig object binnen de contour bevindt dat op kortere afstand van de veehouderij is gelegen of als de veehouderij door andere oorzaken de ruimte op het bouwblok niet kan benutten. Voor het bepalen van de belangen van de intensieve veehouderijen in de omgeving van het plangebied zijn de geurnormen ter plaatse van belang. De gemeente Asten ligt in een zogenaamd concentratiegebied voor de veehouderij. De gemeente heeft een geurverordening met andere normen en vaste afstanden vastgesteld (zie 2.1.5). De gebruikte bronbestanden zijn in de bijlage toegevoegd. Belangen veehouderij Jan van Havenstraat 21 (5724AT21) De belangen van de veehouderij bestaan eruit dat de huidige bedrijfsvoering onbelemmerd doorgang kan vinden en dat de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bouwblok in stand blijven. In de huidige situatie zit de veehouderij reeds ‘op slot’ en kan zijn planologische ruimte niet langer benutten. Om die reden zijn de geurcontouren getekend op basis vanuit de feitelijke emissiepunten.

Omdat in de huidige situatie al sprake is van een overbelaste situatie is gekeken naar de dichtstbijzijnde bestaande geurgevoelige objecten. Hieruit blijkt dat in de huidige situatie de voorgrondbelasting op het meest nabijgelegen geurgevoelige object in de bebouwde kom 3,5 ouE/m3 bedraagt, Dit betekent dat nieuw te realiseren geurgevoelige objecten tenminste buiten de contour van 3,5 ou E/m3 moeten worden gerealiseerd, anders is sprake van aantasting van de belangen van de veehouderij aan de Jan van Havenstraat 21. In onderstaande kaart is dan ook de 3,5 ouE/m3 contour weergegeven waaruit blijkt dat een deel van het onderzoeksgebied binnen de 3,5 ouE/m3 contour van Jan van Havenstraat 21 is gelegen. Indien binnen deze contour geurgevoelige objecten worden gerealiseerd wordt de veehouderij verder belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.

Figuur 3: Geurcontouren op basis feitelijke emissiepunten Jan van Havenstraat 21

16 juni 2023

pagina 13 van 19

Belangen veehouderij Ommelse Bos 2 (5724AZ2) De belangen van de veehouderij bestaan eruit dat de huidige bedrijfsvoering onbelemmerd doorgang kan vinden en dat de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bouwblok in stand blijven. In de huidige situatie zit de veehouderij reeds ‘op slot’ en kan zijn planologische ruimte niet langer benutten. Om die reden zijn de geurcontouren getekend op basis vanuit de feitelijke emissiepunten. Omdat in de huidige situatie al sprake is van een overbelaste situatie is gekeken naar de dichtstbijzijnde bestaande geurgevoelige objecten. In onderstaande kaart is dan ook de 1 ouE/m3 contour weergegeven waaruit blijkt dat een deel van het onderzoeksgebied binnen de 1 ouE/m3 contour van Ommelse Bos 2 is gelegen. Indien binnen deze contour geurgevoelige objecten worden gerealiseerd wordt de veehouderij verder belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden5.

Figuur 4: Geurcontouren op basis feitelijke emissiepunten Ommelse Bos 2

Bij de laatste controle bleek dat er, behalve 1 paard, geen dieren meer worden gehouden. Een deel van de vergunning is van rechtswege vervallen omdat deze niet is gerealiseerd. 5

16 juni 2023

pagina 14 van 19

Belangen veehouderij Busserdijk 9 (5724AM9) De belangen van de veehouderij bestaan eruit dat de huidige bedrijfsvoering onbelemmerd doorgang kan vinden en dat de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bouwblok in stand blijven. Bij de veehouderij aan de Busserdijk 9 worden volgens de vergunning 352 stuks melk- en kalfkoeien en 295 stuks vrouwelijk jongvee gehouden. Omgerekend gaat het om 499,5 stuks melk- en kalfkoeien (2 stuks jongvee is gelijk aan 1 melkkoe) en komt hiermee uit op een vaste afstandscontour van 484 meter. Binnen deze contour zijn al enkele bestaande woningen in de bebouwde kom gelegen. In de huidige situatie zit de veehouderij reeds ‘op slot’ en kan deze zijn planologische ruimte niet langer benutten. Om deze reden zijn de vaste afstandscontouren vanaf het dichtstbijgelegen emissiepunt in beeld gebracht. Ook in deze situatie zit de veehouderij ‘op slot’ (zie figuur 5). Om deze reden is de contour vanaf het dichtstbijgelegen emissiepunt tot het eerste bestaande geurgevoelige object gelegen binnen de bebouwde kom van Ommel in beeld gebracht. Deze afstand bedraagt 454 meter. Indien dichterbij geurgevoelige objecten worden gerealiseerd dan wordt de veehouderij gelegen aan de Busserdijk 9 verder beperkt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden (zie figuur 6 en zie paragraaf 5.3 voor de uitwerking van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=40310bc7-148c-4a69-92b7-794f34d553ff