Bijlage 3.09 - Diverse bodemonderzoeken
Tekst van het document
RAPPORT:
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel
PROJECTNUMMER: B24.9277 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel
PROJECTNUMMER: B24.9277 Versie 01
OPDRACHTGEVER: Van Wanrooij Grondbank BV.
DATUM: 1 oktober 2024
Auteur:
Autorisatie:
ing. G.S.T.M. van Oers Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider 3Verhoeven Milieutechniek B.V.
B24.9277/R9277-01/GO Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Van Wanrooij Grondbank BV. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek, inclusief een historisch vooronderzoek, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen achter de Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel. De aanleiding voor de uitvoering van de diverse verkennende (bodem)onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of mogelijke herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725:2023, NEN 5740:2023 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of mogelijke herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Conclusies historisch vooronderzoek en hypothese In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding Potentiële bronnen van bodembelasting aanwezig? Verwachte bodemkwaliteitsklasse Verdacht op asbest Bodemopbouw en geohydrologie Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject
A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Afgezien van de voormalige weg en aanwezige landbouwweg is er geen sprake meer van (verdachte) deellocaties. De verwachte ontgravingsklasse voor zowel de boven- als ondergrond betreft ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctieklasse betreft ‘Overig (landbouw/natuur)’. Ja, onverharde landbouwweg aanwezig, waarbij mogelijk (asbestverdachte) puinbijmengingen in de bodem aanwezig zijn. Tijdens het locatiebezoek zijn op maaiveld geen puinlagen en/of -bijmengingen waargenomen. Deklaag tot 4,0 m-mv aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit fijn tot midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. 1e Watervoerend pakket tot circa 9 m-mv aanwezig, voornamelijk bestaande uit fijn en midden zand, met weinig zandige klei en grof zand. Grondwaterstand op circa 3,0 m-mv. Grondwaterstroming freatisch naar verwachting globaal noordwestelijk gericht. Nee. Nee. Nee. Geen voorgaande onderzoeken van betreffende locatie bekend. Onderzoek is noodzakelijk om de actuele bodemkwaliteit van de te onderzoeken locatie vast te leggen. De onderzoekslocatie is onverdacht met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, echter de voormalige weg en de huidige landbouwweg vormen wel aandachtspunten.
Aangezien geen (actuele) bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740 voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL). Aanvullend worden twee dwarsraaien ter plaatse van de voormalige weg op perceel M959 gesitueerd en één extra NEN-analyse (meest verdachte laag) ingezet in verband met de aanwezige landbouwweg op perceel M489. Voor wat betreft de landbouwweg op perceel M489 wordt vooralsnog uitgegaan van een onverdachte locatie conform de NEN 5707 (asbest in bodem) en/of NEN 5897 (asbest in puin) voor een verdachte locatie. Voor de overige onderzoekslocatie wordt een onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 vooralsnog niet noodzakelijk geacht.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
3 Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige weg en de huidige landbouwweg wel aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in zowel de bovengrond als in het grondwater maximaal licht (index < 0,5) verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of naftaleen zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de voormalige achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn ons inziens geen vervolgstappen noodzakelijk. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de (voormalige) wegen. Verkennend onderzoek naar asbest (huidige landbouwweg op perceel M486) Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de huidige landbouwweg op perceel M486 is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan ons inziens de gestelde hypothese worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (< 20 mm) geen asbest is aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende (bodem)onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie gelegen achter de Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel, ons inziens, in voldoende mate vastgelegd. De voormalige weg op perceel M959 en de huidige landbouwweg op perceel M486 hebben niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging. Aangezien geen ernstige verontreinigingen zijn aangetroffen bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen aankoop en toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen.
Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, conform de CROW400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Bij het ontgraven van de grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van kracht. Als grond van de locatie wordt afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met mogelijk aanvullende keuring(en) en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
4 Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen gaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 6
2.
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................... 6
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK CONFORM NEN 5725 ................................................................. 6
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8
5.
CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE ....................................................................... 9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................ 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND ....................................................................................................................................................... 12 7.2. GRONDWATER ........................................................................................................................................... 13 7.3. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 15 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 15 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 19 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 19 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST (HUIDIGE LANDBOUWWEG OP PERCEEL M486) ................... 19 9.3. ALGEHELE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................................... 19
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 21
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuizen en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Voormalige achtergrond-, streef- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen RBK2022 Veldwerkformulieren en foto’s behorend tot het onderzoek naar asbest Relevante historische informatie
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
6
1.
INLEIDING Van Wanrooij Grondbank BV. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek, inclusief een historisch vooronderzoek, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen achter de Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel. De aanleiding voor de uitvoering van de diverse verkennende (bodem)onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of mogelijke herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725:2023 [1], NEN 5740:2023 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. G.S.T.M. van Oers en ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of mogelijke herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen achter de Kloosterstraat 35, in het verlengde van de Hogeweg, te Ommel en staat kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummers 486 en 959. De locatie betreft agrarische landbouwgronden en hebben een totale oppervlakte van 26.155 m². In het verlengde van de Hogeweg is een landbouwweg aanwezig, die door perceel M489 loopt. De lengte van deze weg binnen de onderzoekslocatie bedraagt circa 115 meter. Naar verwachting is deze weg braakliggend, dan wel voorzien van een halfverharding. Het overige terrein is onbebouwd en onverhard. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Resultaten historisch onderzoek conform NEN 5725
Algemeen Voorafgaand aan de diverse verkennende (bodem)onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2023. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de relevante gegevens van de websites van de gemeente Asten, het kadaster en www.topotijdreis.nl bestudeerd. Daarnaast is een Dynamisch Rapport van de samenwerkende omgevingsdiensten van de provincie Noord-Brabant opgevraagd en verkregen. Tevens is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever aangeleverde informatie en gegevens uit het eigen archief van VMT. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 8.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
7 Voormalig, huidig en toekomstig gebruik De locatie heeft voor zover als bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Door de opdrachtgever is aangegeven dat op de onderzoekslocatie momenteel mais aanwezig is. Het voornemen bestaat om voorliggende locatie mogelijk geschikt te maken voor woningbouw. Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van de Omgevingsrapportage (Dynamisch rapport) zijn van de locatie en directe omgeving geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Door VMT zijn recent (januari 2024) op de aangrenzende percelen M488 en M643, direct ten zuidoosten van de locatie, diverse (bodem)onderzoeken uitgevoerd (VMT, kernmerk B23.9091, d.d. 8 februari 2024). Hierbij is aanvullend aandacht besteed aan een voormalige weg, welke mogelijk ook door voorliggende onderzoekslocatie (perceel M959) was gelegen. Tijdens de onderzoeken werden in de grond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond (< Landbouw/natuur). Het grondwater bevatte licht verhoogde gehalten voor zware metalen, welke toegeschreven kunnen worden aan natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. Ter plaatse van een schuurtje met asbestverdachte dakbedekking (op geruime afstand van voorliggende onderzoekslocatie) was geen asbest aangetroffen. Op basis van de Nota bodembeheer van de gemeente Asten 2022 (d.d.
14 juni 2022) betreft de ontgravingsklasse van de onderzoekslocatie voor zowel de boven- als ondergrond ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctieklasse is ‘Overig (landbouw/natuur)’. (Voormalige) boomgaarden en slootdempingen Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl zijn geen (voormalige) boomgaarden of slootdempingen zichtbaar op de locatie. Asbest Op de locatie is voor zover als bekend nooit asbest toegepast. Het kan echter niet uitgesloten worden dat ter plaatse van de (voormalige) wegen (asbestverdacht) puin is toegepast. Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op basis van de huidige digitale gegevens zijn er naar verwachting geen overige bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig (geweest). PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend. Indien men voornemens is om grondverzet plaats te laten vinden kan gebruik worden gemaakt van de betreffende bodemkwaliteitskaart PFAS. Indien er grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker (sanering), dient er mogelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS plaats te vinden. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek is de aanwezigheid van het mais en de in het verlengde van de Hogeweg aanwezige landbouwweg bevestigd.
Hierbij zijn zintuiglijk geen puin(bijmengingen) op het maaiveld aangetroffen. Verder zijn geen bodembedreigende activiteiten en/of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De (voormalige) weg op perceel M959 is tevens niet zichtbaar.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
8
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
De locatie ligt op circa 25,7 m +NAP. Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag aanwezig die is opgebouwd uit de Formatie van Boxtel. Dit is een matig waterdoorlatende laag bestaande uit fijn tot midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. Het onderliggende eerste watervoerende pakket (WVP) is circa 5 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit fijn en midden zand, met weinig zandige klei en grof zand van de Formatie van Boxtel. Het eerste WVP wordt van het tweede WVP gescheiden door een scheidende laag van circa 1 meter dikte die voornamelijk bestaat uit zandige klei, midden en fijn zand behorend tot de Formatie van Boxtel. Hieronder bevindt zich het tweede WVP bestaande uit fijn tot grof zand, met weinig zandige klei van de Formaties van Boxtel, Beegden en Sterksel. 4.2.
Geohydrologie
De stroming van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordwestelijk gericht, richting de Zuid-Willemsvaart en (Astense) Aa. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan verder worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
9
5.
CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 5.1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding Potentiële bronnen van bodembelasting aanwezig? Verwachte bodemkwaliteitsklasse Verdacht op asbest Bodemopbouw en geohydrologie Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject
A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Afgezien van de voormalige weg en aanwezige landbouwweg is er geen sprake meer van (verdachte) deellocaties. De verwachte ontgravingsklasse voor zowel de boven- als ondergrond betreft ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctieklasse betreft ‘Overig (landbouw/natuur)’. Ja, onverharde landbouwweg aanwezig, waarbij mogelijk (asbestverdachte) puinbijmengingen in de bodem aanwezig zijn. Tijdens het locatiebezoek zijn op maaiveld geen puinlagen en/of -bijmengingen waargenomen. Deklaag tot 4,0 m-mv aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit fijn tot midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. 1e Watervoerend pakket tot circa 9 m-mv aanwezig, voornamelijk bestaande uit fijn en midden zand, met weinig zandige klei en grof zand. Grondwaterstand op circa 3,0 m-mv. Grondwaterstroming freatisch naar verwachting globaal noordwestelijk gericht. Nee. Nee. Nee. Geen voorgaande onderzoeken van betreffende locatie bekend. Onderzoek is noodzakelijk om de actuele bodemkwaliteit van de te onderzoeken locatie vast te leggen. De onderzoekslocatie is onverdacht met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, echter de voormalige weg en de huidige landbouwweg vormen wel aandachtspunten.
Aangezien geen (actuele) bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740 voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL). Aanvullend worden twee dwarsraaien ter plaatse van de voormalige weg op perceel M959 gesitueerd en één extra NEN-analyse (meest verdachte laag) ingezet in verband met de aanwezige landbouwweg op perceel M489. Voor wat betreft de landbouwweg op perceel M489 wordt vooralsnog uitgegaan van een onverdachte locatie conform de NEN 5707 (asbest in bodem) en/of NEN 5897 (asbest in puin) voor een verdachte locatie. Voor de overige onderzoekslocatie wordt een onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 vooralsnog niet noodzakelijk geacht.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
10
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor het verkennend bodemonderzoek wordt voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van de NEN 5740 voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL) met een maximale oppervlakte van 3 hectare. (Voormalige) wegen Geadviseerd wordt om de bovengrond ter plaatse van de landbouwweg, die door perceel M489 loopt, te onderzoeken conform de NEN 5740 voor een onverdachte lijnvormige locatie (ONV-L) met een totale lengte van maximaal 150 meter. Aanvullend wordt geadviseerd ter plaatse van de voormalige weg op perceel M959 twee raaiboringen van ieder drie boringen tot circa 2,0 m-mv te plaatsen. Hiervoor zijn vooralsnog geen aanvullende analyses opgenomen, maar wordt de grond eerst visueel beoordeeld, aangezien de voormalige weg op perceel M959 tijdens voorgaand onderzoek ten zuiden van de locatie niet was aangetroffen. Verkennend onderzoek naar asbest (landbouwweg perceel M489) Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de huidige landbouwweg op perceel M489 wordt vooralsnog uitgegaan van de strategie voor een onverdachte locatie conform de NNE 5707 (asbest in bodem) en/of gecombineerd met de NEN 5897 (asbest in puin) voor een locatie met een oppervlakte van maximaal 500 m². Voor het overige terrein wordt vooralsnog geen onderzoek naar asbest noodzakelijk geacht.
Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De meest verdachte grond- en/of puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform de NEN 5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm). De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde en opgegraven materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 op de volgende pagina zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
11 Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 9 september 2024
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker(s) De heer M.A.H. van Baal
16 september 2024
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoeken. Grond Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit zijn in totaal 35 boringen (B01 t/m B31) geplaatst. Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn de boringen PB04, PB19, PB24 en PB29 dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. De overige boringen zijn verdeeld over de locatie geplaatst, waarbij de boringen / peilbuis PB29 t/m B31 zijn gesitueerd ter plaatse van de huidige landbouwweg op perceel M489 en de raaiboringen B01A-C en B03A-C zijn gesitueerd ter plaatse van de voormalige weg op perceel M959. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuizen Boringen tot circa 0,5 m-mv Boringen tot circa 1,0 m-mv Boringen tot circa 2,0 m-mv B02, B05 t/m B09, B11 t/m B18, B30, B31 B01A-C, B03A-C, B10, B22 B20, B21, B23, B25 t/m B28
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB04 (3,50-4,50) PB19 (3,50-4,50) PB24 (2,70-3,70) PB29 (3,70-4,70)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB04, PB19, PB24 en PB29 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 16 september 2024 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage-troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest (landbouwweg perceel M489) Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de huidige landbouwweg op perceel M489 is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie deels bedekt is met vegetatie (20 %). Er heeft derhalve een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de zintuiglijk waarnemingen zijn in totaal 3 proefgaten (PB29 t/m B31) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. De proefgaten zijn verdeeld over de huidige landbouwweg gesitueerd. Voor de inspectie van de ondergrond zijn de proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond.
In het veld is één grondmonster samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van het samengestelde grondmonster en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyse is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren ten behoeve van het onderzoek naar asbest, inclusief foto’s zijn opgenomen als bijlage 7.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
12 7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond
De verontreinigingssituatie van de grond kan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet [4] op 1 januari 2024 worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de kwaliteitseisen voor landbodem en grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022) [5] en aan de interventiewaarde zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [6]. In onderstaande tabel is schematisch de indeling per kwaliteitseis weergegeven en het verschil in benaming tussen de voorgaande en huidige wetgeving. De benaming van de kwaliteitseis bevat direct de benaming van de functie waarvoor de landbodem geschikt is. Tabel 7.1: Kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen voor landbodem en grond Kwaliteitseis Omgevingswet Landbouw/ natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd
Ondergrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie
Bovengrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie Interventiewaarde
Sterk verontreinigd
Interventiewaarde
-
Benaming voor inwerkingtreding Omgevingswet Achtergrondwaarde (AW) Klasse wonen (WO) Klasse industrie (IND) Niet toepasbaar- niet sterk verontreinigd (>IND en <IW) Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (>IW)
De Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat is momenteel nog niet geschikt om analyseresultaten te toetsen aan de Omgevingswet. Zodoende wordt momenteel enerzijds gebruikt gemaakt van een bèta toetsservice van onze software leverancier, deze kan toetsen aan de interventiewaarde uit het Bal en aan de kwaliteitseisen uit de Rbk2022. Parallel daaraan wordt tevens een toetsing uitgevoerd via BoToVa aan de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7], in combinatie met de achtergrondwaarden voor grond uit de voormalige Regeling bodemkwaliteit [8]. De kwaliteitseisen voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergronden interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt in de BoToVa toetsing een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde).
Uit de toetsing van de GSSD aan de achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd; Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, kan de omvang van de verontreiniging(en) worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering; Bij onderzoeken ten behoeve van bepaalde activiteiten onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld realisatie van een woning met tuin, kan het bevoegd gezag ook aanvullend onderzoek verlangen als de kwaliteitseis voor wonen wordt overschreden. Dit betreft maatwerk per locatie, parameter en bevoegd gezag en wordt zodoende niet verder op ingegaan. Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
13 Als het te ontgraven bodemvolume kleiner of gelijk is dan 25 m3 (ook wel kleinschalig graven genoemd), gelden geen regels uit het Bal. Wel kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels stellen aan kleinschalig graven. Bij het ontgraven van een bodemvolume groter dat 25 m3 is sprake van een ‘milieubelastende activiteit’ conform het Bal. Hierbij wordt, op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, onderscheid gemaakte tussen 2 milieubelastende activiteiten: - Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit; - Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Bij grondverzet groter dan 25 m3 dient altijd voorafgaand een bodemonderzoek uitgevoerd te worden, bestaat er een melding of informatieplicht aan het bevoegd gezag en zijn inhoudelijke voorschriften tijdens de activiteit, zoals uitvoering volgens BRL 7000 en/of BRL 6000 bij graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Tevens is bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond altijd de CROW-publicatie 400 van toepassing. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd december 2023), worden gehanteerd.
In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020 met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Grondwater
Bij het inwerking treden van de Omgevingswet in 2024 zijn de toetsingsnormen voor grondwater vervallen, maar zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [9]. Hierin wordt gesproken over ‘Rijksomgevingswaarden’, ‘standaardwaarden grondwater’ en ‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6], voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden (omgevingswaarden) geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een van een duurzame bodemkwaliteit (grondwaterlichaam met goede chemische toestand). In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De interventiewaarden (‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’ voor grondwater) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
14 7.3.
Asbest
De maximale hergebruikswaarde voor asbest in grond en/ of asbest in puin (niet vormgegeven bouwstof) zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022). De maximale hergebruikswaarde voor grond voor de kwaliteitseis wonen tot en met sterk verontreinigd en voor puin bedraagt in alle gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Verder is in de Rbk2022 opgenomen, dat als asbest opzettelijk is toegevoegd de maximaal gewogen concentratie 0 mg/kg d.s. mag zijn. Daarnaast wordt voor de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur de stof asbest niet betrokken, tenzij het gewogen gehalte groter is dan 100 mg/kg d.s. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s.
(hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van het Bal eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd, zoals was vastgelegd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Daarnaast moet op basis van het Bal eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd als er een specifieke verdenking voor respirabele vezels is vanuit het vooronderzoek. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/ maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van sterke verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/ maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”.
Het is in de praktijk mogelijk dat het asbestgehalte niet boven de interventiewaarde bodemkwaliteit komt, maar het gehalte aan respirabele vezels wel de risiconorm overschrijdt. In een dergelijke situatie kan graafwerk in principe plaatsvinden onder de milieubelastende activiteit Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit volgens het Bal. Gemeenten kunnen voor deze situatie in het omgevingsplan eventueel een regel opnemen die borgt dat bouwen op zo’n verontreiniging niet mogelijk is zonder sanerende maatregelen. Uiteraard blijven, vanwege de overschrijding van de SRC-arbo-waarde, veiligheidsmaatregelen conform CROW-publicatie 400 van toepassing.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
15
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van 4,7 m-mv hoofdzakelijk uit zeer fijn, zwak tot matig siltig zand. Plaatselijk (boring PB19) bestaat de diepe ondergrond (3,0-4,5 m-mv) uit sterk zandig leem. Daarnaast is de grond plaatselijk zwak tot sterk humeus en zijn plaatselijk in de grond laagjes leem aangetroffen. Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of zijn er overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (puin en/of funderingsmateriaal). Op basis hiervan is het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5897 definitief niet noodzakelijk. Afgezien van de huidige landbouwweg op perceel M486 is een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 op de overige onderzoekslocatie eveneens definitief niet noodzakelijk. De volledige boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De kwaliteitseisen voor grond en de maximale hergebruikswaarde voor asbest in grond of puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Binnen de Omgevingswet zijn de meest recente interventiewaarden voor de grond en signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering opgenomen in de Bal. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grond- en grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de grondresultaten indicatief getoetst aan de RBK2022, welke is opgenomen als bijlage 6. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de verdeling van de boringen zijn diverse mengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd.
Aangezien ter plaatse van de voormalige weg geen afwijkende bodemlagen zijn geconstateerd, zijn de betreffende monsters opgemengd met de monsters ten behoeve van de algemene kwaliteit. De huidige landbouwweg op perceel M486 is desalniettemin wel separaat ingezet op een standaard NEN-pakket. De mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.1 weergegeven. Tabel 8.1: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit (incl. voormalige weg) MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
> AW < I
Resultaten >I
RBK20221
B01B (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B03B (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
≤ LN
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
16 Vervolg tabel 8.1: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit, inclusief (voormalige) wegen MM02 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM03
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM04
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
MM05
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
MM06
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
> AW < I
Resultaten >I
RBK20221
B10 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) B20 (0,00 - 0,50) B21 (0,00 - 0,50) B22 (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50) B25 (0,00 - 0,50) B26 (0,00 - 0,50) B27 (0,00 - 0,50) B28 (0,00 - 0,50) B01B (0,50 - 1,00) B01B (1,50 - 2,00) B03B (0,50 - 1,00) B03B (1,50 - 2,00) B10 (0,50 - 1,00) B10 (1,00 - 1,50) PB04 (0,50 - 1,00) PB04 (1,50 - 2,00) B22 (0,50 - 1,00) B22 (1,00 - 1,50) B30 (0,50 - 1,00) PB19 (0,70 - 1,20) PB24 (0,70 - 1,20) PB24 (1,20 - 1,70) PB29 (0,50 - 1,00) PB29 (1,20 - 1,70) B30 (0,00 - 0,50) B31 (0,00 - 0,50) PB19 (0,00 - 0,50) PB29 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
≤ LN
NEN
Cd
-
≤ LN
NEN
-
-
≤ LN
NEN
-
-
≤ LN
Bovengrond, zand NEN ≤ LN Zintuiglijk: (ter plaatse van huidige landbouwweg op perceel M486) Toelichting bij tabel 8.1: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); AW (Voormalige) achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; RBK2022 Indicatieve toetsing aan de kwaliteitseisen Regeling bodemkwaliteit 2022 (LN= Landbouw/natuur; WO: Wonen; IND: Industrie; MV: Matig verontreinigd; SV: Sterk verontreinigd); 1 Indicatieve toetsing op basis van de geanalyseerde parameters; Niets aangetroffen/waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I PB04 3,50 - 4,50 3,02 5,6 293 297 NEN Ba, Zn PB19 3,50 - 4,50 2,34 5,6 180 216 NEN Ba, Cd, Zn PB24 2,70 - 3,70 1,19 5,5 237 191 NEN Ba, Cu, naftaleen PB29 3,70 - 4,70 3,11 5,8 341 19,2 NEN Cd, Zn Toelichting bij tabel 8.2: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S (Voormalige) streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
17 De gemeten waarden voor de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit de peilbuizen PB04, PB19, PB24 en PB29 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Daarnaast zijn in alle genomen grondwatermonsters een lagere zuurgraad (pH) gemeten dan in een natuurlijke situatie verwacht wordt (> 6 < 8). Aangezien de zuurgraad niet dermate afwijkend is van de natuurlijke situatie (0,5 pH-waarde) en de resultaten van het grondwater geen reden geven tot nader onderzoek, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Asbest (landbouwweg perceel M489) Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de huidige landbouwweg op perceel M486 zijn zowel op het maaiveld als in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden is één grondmonster samengesteld voor het onderzoek naar asbest en aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN 5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van het grondmonster met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyse is in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Samenstelling grondmonster asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
MMASB01 PB29, B30, B31 Toelichting bij tabel 8.3: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm; Niets waargenomen.
Soort
Analysepakket
Grond
Asbest in grond (> 10 kg) 1
De resultaten van het geanalyseerde grondmonster en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.4. Tabel 8.4: Overzicht onderzochte monster en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode
Soort
MMASB01 Toelichting bij tabel 8.4: Niets aangetoond.
Hechtgebonden -
Type -
Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) <2
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) <2
18 8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit, inclusief (voormalige) wegen In de onderzochte mengmonsters MM01, MM02 en MM04 t/m MM06 (= landbouwweg) van de zintuiglijk schone boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden. In het onderzochte mengmonster MM03 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) is een licht verhoogd gehalte voor cadmium aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Met de indicatieve toetsing aan de RBK2022 valt de onderzochte grond uit de mengmonsters MM01 t/m MM06 onder de kwaliteitseisen voor ‘landbouw/natuur’. Grondwater In de grondwatermonsters uit peilbuis PB04 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en zink aangetoond. Daarnaast zijn in de grondwatermonsters uit peilbuizen PB19 en PB29 licht verhoogde gehalten voor cadmium en zink aangetoond, waarbij in het grondwatermonster uit peilbuis PB19 nog een licht verhoogd gehalte voor barium is aangetoond. In het grondwatermonster uit peilbuis PB24 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, koper en naftaleen aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden.
Asbest (landbouwweg perceel M489) Tijdens het onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het opgeboorde/opgegraven materiaal uit de boringen en proefgaten zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het onderzochte grondmonster MMASB01 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 mmv) uit de proefgaten PB29 t/m B31, ter plaatse van de huidige landbouwweg, is analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
19
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Verkennend bodemonderzoek
Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige weg en de huidige landbouwweg wel aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in zowel de bovengrond als in het grondwater maximaal licht (index < 0,5) verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of naftaleen zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de voormalige achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn ons inziens geen vervolgstappen noodzakelijk. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de (voormalige) wegen. 9.2.
Verkennend onderzoek naar asbest (huidige landbouwweg op perceel M486)
Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de huidige landbouwweg op perceel M486 is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan ons inziens de gestelde hypothese worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (< 20 mm) geen asbest is aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. 9.3.
Algehele conclusies en aanbevelingen
Middels de voorliggende (bodem)onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie gelegen achter de Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel, ons inziens, in voldoende mate vastgelegd. De voormalige weg op perceel M959 en de huidige landbouwweg op perceel M486 hebben niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging. Aangezien geen ernstige verontreinigingen zijn aangetroffen bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen aankoop en toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, conform de CROW400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Bij het ontgraven van de grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van kracht. Als grond van de locatie wordt afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met mogelijk aanvullende keuring(en) en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
20 Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen gaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
21 10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2023, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2023, Norm Bodem Landbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) per 1 januari 2024, Staatscourant, 26 april 2016, nr. 156 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit 2022, van 18 november 2022, Staatscourant, 19 januari 2023, nr. 1338 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit activiteiten leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 293 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 7. Ministerie van VROM, circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 8.
Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 9. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 292 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, achter Kloosterstraat 35 (agrarische percelen M486 en M959) te Ommel Rapportnr.: B24.9277 versie: 01 datum: 1 oktober 2024
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B24.9277
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2017) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
18
1891
486
815
959
958
816
Hogeweg
st r aa t3 5
488
Sc hu ur
K lo os t er
487
1296
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01A
Boring:
B01B
Datum:
9-9-2024
Datum:
9-9-2024
0
0
akker
0
0
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
50
100
100
akker
2 120
150
150
200
200
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
150
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
200
3 4
B01C
Boring:
B02
Datum:
9-9-2024
Datum:
9-9-2024
0
akker
0
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor 50
150
5
Boring:
0
120
200
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
0
akker
1 50
50
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
100
150
150
200
200
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
Boring:
B03A
Boring:
B03B
Datum:
9-9-2024
Datum:
9-9-2024
0
0
akker
0
0
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor 50
50
100
100
akker Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
2
3 150
200
Projectcode: B24.9277 getekend volgens NEN 5104
150
200
150
150 Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
4 200
200
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B03C
Boring:
PB04
Datum:
9-9-2024
Datum: GWS:
9-9-2024 300
0
0
akker
0
0
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
50
100
100
akker
2
3 150
150
200
200
150
150 Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
4 200
200
Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor