CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.08 - Diverse bodemonderzoeken

Raadscommissie Ruimte 10 februari 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerp omgevingsplan Hogeweg te Ommel (opiniërend) met presentatie23.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT:

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel

PROJECTNUMMER: B23.9091 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel

PROJECTNUMMER: B23.9091 Versie 01

OPDRACHTGEVER: Gemeente Asten

DATUM: 8 februari 2024

Auteur:

Autorisatie:

ing. G.S.T.M. van Oers Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider 3Verhoeven Milieutechniek B.V.

B23.9091/R9091-01/GO

Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING Gemeente Asten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek, inclusief een historisch vooronderzoek, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel. De aanleiding voor de uitvoering van de diverse verkennende (bodem)onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725:2023, NEN 5740:2023/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2023. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat van de locatie geen actuele bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn.

Wel is van de locatie direct ten oosten een (verouderd) historisch onderzoek bekend, waarbij geen sprake is van potentiële ernstige verontreiniging als gevolg van lokale activiteiten. In verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling is, op basis van bovengenoemde gegevens, geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740, waarbij de voormalige weg en de schuurtje met asbestverdachte dakbedekking (PCB) aandachtspunten vormen. Daarnaast is geadviseerd om ter plaatse van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder dakgoot, zuidelijk gelegen op de locatie, een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 uit te voeren. Hierbij vormt de contactlaag in de asbestverdachte druppelzone een aandachtspunt. Conclusies en aanbevelingen Verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocaties is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige weg en het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking (PCB) aandachtspunten. Algemene kwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in zowel de boven- als ondergrond analytisch geen gehalten voor de onderzochte NENparameters zijn aangetoond.

In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de voormalige streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

3 Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige weg. Aanvullend PCB verdachte druppelzone Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat de asbesthoudende dakbedekking niet heeft geleid tot een ernstige bodemverontreiniging met PCB, aangezien geen verhoogd gehalte voor PCB is aangetoond in de actuele contactlaag van de verdachte druppelzone. Verkennend onderzoek naar asbest (druppelzone) Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de druppelzone van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder dakgoot is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese te worden verworpen, aangezien in de zintuiglijk schone actuele contactlaag (0,0-0,1 m-mv) analytisch (< 20 mm) geen asbest is aangetoond (< 2 mg/kg d.s.) Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Daarnaast kan over de contactzone echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018 en/of NEN 5707 geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (opslag van materialen) op het maaiveld. Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende (bodem)onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie gelegen aan de Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel, ons inziens, in voldoende mate vastgelegd. De voormalige weg en de asbestverdachte druppelzone (contactlaag) hebben niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging. Aangezien geen ernstige verontreinigingen zijn aangetroffen, bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Aanvullend wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige opgeslagen materialen, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.

Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, conform de CROW400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Bij het ontgraven van de grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van kracht. Als grond van de locatie wordt afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met mogelijk aanvullende keuring(en), de afvoer van de grond naar een erkend verwerker (hogere verwerkingskosten) en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen gaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

4 Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................... 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK CONFORM NEN 5725 ................................................................. 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN .............................................................................. 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 7.1. GROND ....................................................................................................................................................... 11 7.2. GRONDWATER ........................................................................................................................................... 12 7.3. ASBEST ...................................................................................................................................................... 13

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 17

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 18 9.1. VERKENNENDE BODEMONDERZOEKEN .................................................................................................... 18 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST (DRUPPELZONE) .................................................................... 18 9.3. ALGEHELE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................................... 18

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 20

BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuizen en proefgat Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Voormalige achtergrond-, streef- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen RBK2022 Foto’s behorend tot het onderzoek naar asbest Relevante historische informatie

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

6

1.

INLEIDING Gemeente Asten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek, inclusief een historisch vooronderzoek, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel. De aanleiding voor de uitvoering van de diverse verkennende (bodem)onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725:2023 [1], NEN 5740:2023/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2023 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. G.S.T.M. van Oers en ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kloosterstraat ong. te Ommel en staat kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummers 488 en 463. De locatie betreffen agrarische percelen, waarop een schuurtje deels aanwezig is. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van 23.730 m². Voor de situering van de onderzoekslocaties in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Resultaten historisch onderzoek conform NEN 5725

Algemeen Voorafgaand aan de diverse verkennende (bodem)onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2023. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de websites www.topotijdreis.nl en www.kadaster.nl bekeken. Daarnaast is een Dynamisch Rapport van de samenwerkende omgevingsdiensten van de provincie Noord-Brabant opgevraagd en verkregen. Daarnaast is door de opdrachtgever (gemeente Asten) een historisch onderzoek van de oostelijk gelegen locatie (Kloosterstraat 38) aangeleverd. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 8. Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van het Dynamisch Rapport zijn er voor zover bekend geen bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie uitgevoerd. Wel is, ten oosten van de onderzoekslocatie, een historisch onderzoek (SRE Milieudienst, kenmerk 461804, d.d. augustus 2008) uitgevoerd. Uit het historisch onderzoek blijkt dat er geen sprake is van potentiële ernstige verontreiniging als gevolg van lokale activiteiten. Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

7 Op basis van de Nota bodembeheer van de gemeente Asten 2022 (d.d. 14 juni 2022) betreft de ontgravingsklasse van de onderzoekslocatie voor zowel de boven- als ondergrond ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctieklasse is ‘Overig (landbouw/natuur)’. Historisch kaartmateriaal, luchtfoto’s en kadaster Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl is vanaf 1850 tot 1958 een weg op de locatie zichtbaar. Op de eerste topografische luchtfoto van 2006 is er tot heden een schuurtje op een deel van de locatie zichtbaar. Dit schuurtje is niet zichtbaar op de historische kaarten en derhalve naar verwachting al langer op de locatie aanwezig. De overige onderzoekslocatie is voor zover als bekend altijd onbebouwd en onverhard geweest. Zowel op als in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen boomgaarden of voormalige watergangen aanwezig (geweest). Asbest Op de onderzoekslocatie is deels een schuurtje aanwezig met naar verwachting asbestverdachte dakbedekking en afwatering op het onbedekte maaiveld. Afgezien van de voormalige weg is de overige locatie voor zover bekend altijd onverhard en onbebouwd geweest. Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op basis van de huidige digitale gegevens zijn er naar verwachting geen overige bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig (geweest).

Ten oosten van de onderzoekslocatie is aan de Kloosterstraat 38 in 1968 een vergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van een varkensfokbedrijf met propaangasinstallatie van 1.200 liter. Vanaf 1988 is bedrijvigheid op desbetreffende locatie gestaakt, waarmee de vergunning is komen te vervallen. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend. Indien men voornemens is om grondverzet plaats te laten vinden kan gebruik worden gemaakt van de betreffende bodemkwaliteitskaart PFAS. Indien er grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker (sanering), dient er mogelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS plaats te vinden. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek is de aanwezigheid van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder dakgoot, wat deels op de onderzoekslocatie aanwezig is, afwatert op onderhavige onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is verder volledig braakliggend. Verder zijn geen bodembedreigende activiteiten en/of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat van de locatie geen actuele bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn.

Wel is van de locatie direct ten oosten een (verouderd) historisch onderzoek bekend, waarbij geen sprake is van potentiële ernstige verontreiniging als gevolg van lokale activiteiten. In verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling is, op basis van bovengenoemde gegevens, geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740, waarbij de voormalige weg en de schuurtje met asbestverdachte dakbedekking (PCB) aandachtspunten vormen. Daarnaast is geadviseerd om ter plaatse van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder dakgoot, zuidelijk gelegen op de locatie, een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 uit te voeren. Hierbij vormt de contactlaag in de asbestverdachte druppelzone een aandachtspunt. Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

8 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag aanwezig die is opgebouwd uit de Formatie van Boxtel. Dit is een matig waterdoorlatende laag bestaande uit fijn tot midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. De onderliggende matig waterdoorlatende laag is circa 5 meter dik en hoofdzakelijk opgebouwd uit fijn tot midden zand van de Formatie van Boxtel. Hieronder bevindt zich een scheidende laag tot circa 10 m-mv hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand behorend tot de Formatie van Boxtel. Het onderliggende goed doorlatende tweede watervoerende pakket is circa 42 meter dik en bestaat voornamelijk uit fijn tot grof zand, met weinig zandige klei, fijn tot grof zand en grind behorend tot de Formaties van Boxtel, Beegden en Sterksel. 4.2.

Geohydrologie

De stroming van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordwestelijk gericht, richting de Zuid-Willemsvaart en (Astense) Aa. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan verder worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie wordt voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormen de voormalige weg en het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking (PCB) wel aandachtspunten. Voor wat betreft asbest wordt enkel ter plaatse van de druppelzone van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder dakgoot, zuidelijk gelegen op de locatie, uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Voor de overige locatie wordt uitgegaan van een onverdachte hypothese.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek algemene kwaliteit (incl. voormalige weg) Voor de algemene bodemkwaliteit wordt voor zowel de boven- en ondergrond als het grondwater uitgegaan van de NEN 5740/A1 voor een onverdachte grootschalige niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL) met een oppervlakte van maximaal 3,0 ha. Aanvullend wordt ter plaatse van de voormalige weg, gecombineerd met het onderzoek naar de algemene kwaliteit, één raaiboring geplaatst van drie boringen tot 2,0 m-mv. Verkennend onderzoek naar asbest en PCB ter plaatse van verdachte druppelzone De druppelzone van de asbesthoudende dakbedekking, waar het onbedekte maaiveld door ‘asbestregen’ mogelijk verontreinigd is geraakt met asbestvezels en PCB, wordt onderzocht gebaseerd op de NEN 5707 en de NEN 5740 voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting (VEP, < 10 m²). Ter plaatse van de druppelzone krijgt het proefgat voor het verkennend asbestonderzoek een omvang van 1,0 m x 1,0 m in de actuele contactlaag (bovenste 10 cm). Tevens wordt het proefgat vervolgens doorgegraven tot 1,0 m-mv (0,3 m x 0,3 m) voor het onderzoek naar PCB in de grond (gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek). Voor het aantonen van respirabele vezels in de fijne fractie (< 0,5 mm) dient mogelijk aanvullend een SEM (stereo elektronen microscoop) analyse te worden uitgevoerd.

De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgat wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificatienummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-06-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde en opgegraven materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 10 en 11 januari 2024

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker(s) De heer F. Blom

18 januari 2024

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer F. Blom

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

10 Grond Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit zijn in totaal 30 boringen (B01 t/m B28) geplaatst. Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn de boringen PB04, PB09, PB19 en PB24 dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. De overige boringen zijn verdeeld over de locatie geplaatst, waarbij de raaiboring B23A-C is gesitueerd ter plaatse van de voormalige weg. Het nummer B101 betreft een proefgat ten behoeve van het onderzoek naar asbest, gecombineerd met een boring voor het onderzoek naar PCB in de grond. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 0,5 m-mv B01, B03, B05 t/m B08, B10, B12 t/m B18, B20 t/m B22, B25, B27, B28

Boringen / peilbuizen Boringen tot circa 2,0 m-mv B02, B11, B23A-C, B26

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB04 (2,00-3,00) PB09 (2,10-3,10) PB19 (2,00-3,00) PB24 (2,20-3,20)

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB04, PB09, PB19 en PB24 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 18 januari 2024 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage-troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest t.p.v. schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder goede afwatering Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie geheel bedekt is met opslag van materialen (100 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL2018 en/of NEN 5707, geen efficiënte maaiveldinspectie (< 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de waarnemingen in het veld is één proefgat (B101) ter plaatse van de druppelzone van het asbesthoudende schuurtje gegraven en heeft deze in de actuele contactlaag (bovenste 10 cm) een omvang van 1,0 m x 1,0 m.

Voor de inspectie van de ondergrond is het proefgat middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is van het proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het veld zijn twee monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm) en bij de druppelzone op respirabele vezels. Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De foto’s van het onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 6. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen en proefgat zijn opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

11 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond

De verontreinigingssituatie van de grond kan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet [4] op 1 januari 2024 worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de kwaliteitseisen voor landbodem en grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022) [5] en aan de interventiewaarde zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [6]. In onderstaande tabel is schematisch de indeling per kwaliteitseis weergegeven en het verschil in benaming tussen de voorgaande en huidige wetgeving. De benaming van de kwaliteitseis bevat direct de benaming van de functie waarvoor de landbodem geschikt is. Tabel 7.1: Kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen voor landbodem en grond Kwaliteitseis Omgevingswet Landbouw/ natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd

Ondergrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie

Bovengrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie Interventiewaarde

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde

-

Benaming voor inwerkingtreding Omgevingswet Achtergrondwaarde (AW) Klasse wonen (WO) Klasse industrie (IND) Niet toepasbaar- niet sterk verontreinigd (>IND en <IW) Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (>IW)

De Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat is momenteel nog niet geschikt om analyseresultaten te toetsen aan de Omgevingswet. Zodoende wordt momenteel enerzijds gebruikt gemaakt van een bèta toetsservice van onze software leverancier, deze kan toetsen aan de interventiewaarde uit het Bal en aan de kwaliteitseisen uit de Rbk2022. Parallel daaraan wordt tevens een toetsing uitgevoerd via BoToVa aan de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7], in combinatie met de achtergrondwaarden voor grond uit de voormalige Regeling bodemkwaliteit [8]. De kwaliteitseisen voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt in de BoToVa toetsing een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde).

Uit de toetsing van de GSSD aan de achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd;  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, kan de omvang van de verontreiniging(en) worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering;

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

12 

Bij onderzoeken ten behoeve van bepaalde activiteiten onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld realisatie van een woning met tuin, kan het bevoegd gezag ook aanvullend onderzoek verlangen als de kwaliteitseis voor wonen wordt overschreden. Dit betreft maatwerk per locatie, parameter en bevoegd gezag en wordt zodoende niet verder op ingegaan.

Als het te ontgraven bodemvolume kleiner of gelijk is dan 25 m3 (ook wel kleinschalig graven genoemd), gelden geen regels uit het Bal. Wel kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels stellen aan kleinschalig graven. Bij het ontgraven van een bodemvolume groter dat 25 m3 is sprake van een ‘milieubelastende activiteit’ conform het Bal. Hierbij wordt, op basis van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem, onderscheid gemaakte tussen 2 milieubelastende activiteiten: - Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit; - Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Bij grondverzet groter dan 25 m3 dient altijd voorafgaand een bodemonderzoek uitgevoerd te worden, bestaat er een melding of informatieplicht aan het bevoegd gezag en zijn inhoudelijke voorschriften tijdens de activiteit, zoals uitvoering volgens BRL 7000 en/of BRL 6000 bij graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Tevens is bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond altijd de CROW-publicatie 400 van toepassing. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd december 2023), worden gehanteerd.

In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020 met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Grondwater

Bij het inwerking treden van de Omgevingswet in 2024 zijn de toetsingsnormen voor grondwater vervallen, maar zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [9]. Hierin wordt gesproken over ‘Rijksomgevingswaarden’, ‘standaardwaarden grondwater’ en ‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7], voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

13 De streefwaarden (omgevingswaarden) geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een van een duurzame bodemkwaliteit (grondwaterlichaam met goede chemische toestand). In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De interventiewaarden (‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’ voor grondwater) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. 7.3.

Asbest

De maximale hergebruikswaarde voor asbest in grond en/ of asbest in puin (niet vormgegeven bouwstof) zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022). De maximale hergebruikswaarde voor grond voor de kwaliteitseis wonen tot en met sterk verontreinigd en voor puin bedraagt in alle gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Verder is in de Rbk2022 opgenomen, dat als asbest opzettelijk is toegevoegd de maximaal gewogen concentratie 0 mg/kg d.s. mag zijn. Daarnaast wordt voor de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur de stof asbest niet betrokken, tenzij het gewogen gehalte groter is dan 100 mg/kg d.s. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s.

(hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van het Bal eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd, zoals was vastgelegd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Daarnaast moet basis van het Bal eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd als er een specifieke verdenking voor respirabele vezels is vanuit het vooronderzoek. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/ maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van sterke verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/ maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”.

Het is in de praktijk mogelijk dat het asbestgehalte niet boven de interventiewaarde bodemkwaliteit komt, maar het gehalte aan respirabele vezels wel de risiconorm overschrijdt. In een dergelijke situatie kan graafwerk in principe plaatsvinden onder de milieubelastende activiteit Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit volgen het Bal. Gemeenten kunnen voor deze situatie in het omgevingsplan eventueel een regel opnemen die borgt dat bouwen op zo'n verontreiniging niet mogelijk is zonder sanerende maatregelen. Uiteraard blijven, vanwege de overschrijding van de SRC-arbo-waarde, veiligheidsmaatregelen conform CROW-publicatie 400 van toepassing. Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

14

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van 3,2 m-mv uit zeer fijn, zwak siltig zand. Tevens is de bodem plaatselijk zwak tot matig humeus. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn enkel in boringen B06 en B28 zintuiglijk bijmengingen met baksteen aangetroffen. Verder zijn tijdens de uitgevoerde veldwerkzaamheden ter plaatse van de voormalige weg geen afwijkende bodemlagen aangetroffen die kunnen duiden op (verontreinigd) funderingsmateriaal afkomstig van de voormalige weg. Afgezien van de bijmengingen met baksteen zijn verder geen bodemvreemde materialen waargenomen of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Tevens zijn, zowel op het maaiveld als in de opgeboorde grond, zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 van de onderzoekslocatie is, afgezien van het gerichte asbestonderzoek ter plaatse van de verdachte druppelzone bij de asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering, ons inziens, niet noodzakelijk op basis van de onderstaande argumentatie. Volgens de NEN 5707 is de eerste stap het bepalen of de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen in de bodem wel of niet asbestverdacht zijn.

Deze stap moet worden doorlopen door het adviesbureau die de onderzoeken uitvoeren, bij deze Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT). Als volgt: 1.

2.

3.

Ter plaatse van de locatie zijn in de bodem bijmengingen van baksteen aangetroffen. Het betreft enkel definieerbaar baksteen en geen puin en/of andersoortig ondefinieerbaar bodemvreemd materiaal. Conform de NEN 5707 is baksteenhoudende grond definieerbaar en onverdacht op het voorkomen van asbest; De veldwerkzaamheden voor de diverse onderzoeken zijn gecoördineerd door een 2018erkend veldwerker, die op basis van kennis en ervaring, in staat is om te beoordelen of bodemvreemde bijmengingen met baksteen wel of niet asbestverdacht zijn. Zintuiglijk (fractie > 20 mm) zijn daarbij geen asbestverdachte materialen waargenomen; VMT heeft uitgebreide kennis en ervaring in het uitvoeren van zowel bodem- als asbestonderzoeken. Indien asbestverdachte puinbijmengingen of lagen worden aangetroffen, wordt te allen tijde direct een verkennend onderzoek naar asbest aanbevolen middels proefgaten en asbestanalyses.

De volledige boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De kwaliteitseisen voor grond en de maximale hergebruikswaarde voor asbest in grond of puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Binnen de Omgevingswet zijn de meest recente interventiewaarden voor de grond opgenomen in het Bal en de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering opgenomen in het Bkl. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grond- en grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

15 Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de resultaten indicatief getoetst aan de RBK2022, welke is opgenomen in bijlage 6. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien ter plaatse van de voormalige weg geen afwijkende bodemlagen zijn geconstateerd, zijn de betreffende monsters opgemengd met de monsters ten behoeve van de algemene kwaliteit. Daarnaast is, in verband met de aangetroffen bijmengingen met baksteen, één extra grondanalyse op een standaard NEN-pakket ingezet. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.1 weergegeven. Tabel 8.1: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) Omschrijving Monster Algemene kwaliteit (incl. voormalige weg) MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

Boringen (traject in m -mv)

B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) PB04 (0,00 - 0,50) PB09 (0,00 - 0,50) MM02 Bovengrond, zand B10 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B11 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) MM03 Bovengrond, zand B20 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B22 (0,00 - 0,50) B23B (0,00 - 0,50) B25 (0,00 - 0,50) B26 (0,00 - 0,50) B27 (0,00 - 0,50) PB19 (0,00 - 0,50) PB24 (0,00 - 0,50) MM04 Bovengrond, zand B06 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen B28 (0,00 - 0,50) MM05 Ondergrond, zand B02 (0,50 - 1,00) B02 (1,20 - 1,50) Zintuiglijk: B11 (1,00 - 1,50) B11 (1,50 - 2,00) PB04 (0,50 - 1,00) PB04 (1,50 - 2,00) PB09 (0,50 - 1,00) PB09 (1,00 - 1,50) MM06 Ondergrond, zand B23B (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B23B (1,50 - 2,00) B26 (1,00 - 1,50) B26 (1,50 - 2,00) PB19 (0,50 - 1,00) PB19 (1,00 - 1,30) PB24 (0,50 - 1,00) PB24 (1,20 - 1,60) Aanvullend PCB onderzoek asbestverdachte druppelzone MPCB101 Bovengrond, zand B101 (0,00 - 0,10) Zintuiglijk: -

Analysepakket

> AW < I

Resultaten >I

RBK20221

NEN

-

-

≤ LN

NEN

-

-

≤ LN

NEN

-

-

≤ LN

NEN

-

-

≤ LN

NEN

-

-

≤ LN

NEN

-

-

≤ LN

PCB

-

-

≤ LN

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

16 Toelichting bij tabel 8.1: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); PCB Polychloorbifenylen, inclusief organische stof (humus); AW (Voormalige) achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; RBK2022 Indicatieve toetsing aan de kwaliteitseisen Regeling bodemkwaliteit 2022 (LN= Landbouw/natuur; WO: Wonen; IND: Industrie; MV: Matig verontreinigd; SV: Sterk verontreinigd); 1 Indicatieve toetsing op basis van de geanalyseerde parameters; Niets aangetroffen/waargenomen.

Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I PB04 1,70 - 2,70 0,85 4,8 721 2,2 NEN Ba, Cd, Zn 2,10 - 3,10 1,80 4,2 614 4,46 PB09 NEN Ba, Cd, Cu, Zn PB19 2,00 - 3,00 0,96 4,5 565 5,05 NEN Cd, Zn PB24 2,20 - 3,20 1,70 4,9 654 15 NEN Ba, Cd, Zn Toelichting bij tabel 8.2: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S (Voormalige) streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB24 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Daarnaast zijn in alle genomen grondwatermonsters een lagere zuurgraad (pH) gemeten dan in een natuurlijke situatie verwacht wordt (> 5 < 8). Aangezien de zuurgraad niet dermate afwijkend is van de natuurlijke situatie (0,5 pH-waarde) en de resultaten van het grondwater geen reden geven tot nader onderzoek, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Asbest Zowel op maaiveld als in het vrijkomende materiaal uit het proefgat is zintuiglijk (> 20 mm) geen asbest aangetroffen.

Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn 2 grondmonsters samengesteld voor het onderzoek naar asbest, waarvan het monster van de actuele contactlaag is aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN 5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.3 op de volgende pagina weergegeven.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

17 Tabel 8.3: Samenstelling monsters asbestverdachte druppelzone Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m-mv) 0,00 - 0,10

MMASB01 B101 (contactlaag) MMASB02 B101 0,10 - 0,50 (verticale afperking contactlaag) Toelichting bij tabel 8.3: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Soort

Analysepakket

Grond

Asbest in grond (> 10 kg) 1

Grond

Niet geanalyseerd

De resultaten van het geanalyseerde asbestmonster en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.4. Tabel 8.4: Overzicht onderzochte monster en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode

Soort

MMASB01 (contactlaag) Toelichting bij tabel 8.4: Niets aangetoond.

8.3.

Hechtgebonden -

Type -

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) <2

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) <2

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit (incl. voormalige weg) In de onderzochte mengmonsters MM01 t/m MM03, MM05 en MM06 van de zintuiglijk schone boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv, zand), alsmede in het mengmonster MM04 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden. Met de indicatieve toetsing aan de RBK2022 valt de onderzochte grond uit de mengmonsters MM01 t/m MM06 onder de kwaliteitseisen voor ‘landbouw/natuur’. Aanvullend PCB onderzoek asbestverdachte druppelzone In het monster MPCB101 van de actuele contactlaag (0,0-0,1 m-mv) ter plaatse van de asbestverdachte druppelzone, is geen verhoogd gehalte voor PCB aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB19 zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium en zink aangetoond. Daarnaast zijn in de grondwatermonsters uit peilbuizen PB04, PB19 en PB24 licht verhoogde gehalten voor barium, cadmium en zink aangetoond, waarbij in het grondwatermonster uit peilbuis PB09 nog een licht verhoogd gehalte voor koper is aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten overschrijden de voormalige streefwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5.

De overige onderzochte NENparamaters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden. Asbest Zowel op het maaiveld als in het vrijkomende materiaal uit de boringen/proefgat zijn zintuiglijk (> 20 mm) geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het onderzochte grondmonster MMASB01 van de actuele contactlaag uit proefgat B101, in de verdachte druppelzone, is analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

18

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Verkennende bodemonderzoeken

Voor de onderzoekslocaties is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige weg en het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking (PCB) aandachtspunten. Algemene kwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in zowel de boven- als ondergrond analytisch geen gehalten voor de onderzochte NENparameters zijn aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de voormalige streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige weg. Aanvullend PCB verdachte druppelzone Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat de asbesthoudende dakbedekking niet heeft geleid tot een ernstige bodemverontreiniging met PCB, aangezien geen verhoogd gehalte voor PCB is aangetoond in de actuele contactlaag van de verdachte druppelzone. 9.2.

Verkennend onderzoek naar asbest (druppelzone)

Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de druppelzone van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking en zonder dakgoot is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese te worden verworpen, aangezien in de zintuiglijk schone actuele contactlaag (0,0-0,1 m-mv) analytisch (< 20 mm) geen asbest is aangetoond (< 2 mg/kg d.s.) Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Daarnaast kan over de contactzone echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018 en/of NEN 5707 geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (opslag van materialen) op het maaiveld. 9.3.

Algehele conclusies en aanbevelingen

Middels de voorliggende (bodem)onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie gelegen aan de Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel, ons inziens, in voldoende mate vastgelegd. De voormalige weg en de asbestverdachte druppelzone (contactlaag) hebben niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

19 Aangezien geen ernstige verontreinigingen zijn aangetroffen, bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Aanvullend wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige opgeslagen materialen, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, conform de CROW400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Bij het ontgraven van de grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van kracht. Als grond van de locatie wordt afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met mogelijk aanvullende keuring(en), de afvoer van de grond naar een erkend verwerker (hogere verwerkingskosten) en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen gaan.

Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

20 10.

REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) per 1 januari 2024, Staatscourant, 26 april 2016, nr. 156 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit 2022, van 18 november 2022, Staatscourant, 19 januari 2023, nr. 1338 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit activiteiten leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 293 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 7. Ministerie van VROM, circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 8.

Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 9. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 292 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Diverse (bodem)onderzoeken, Kloosterstraat ong. (percelen M488 en M643) te Ommel Rapportnr.: B23.9091 versie: 01 datum: 8 februari 2024

Bijlage 1

Bijlage 1

Tekening: B23.9091

Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2017) Onderdeel: Situering in de regio

Bijlage 2

815 1634 486 1

1635 816 959

1636 958

488 1296

487

1295

1732

35

1009

38

1649 1650

643

K loosters

traat

1648 1647 1646

1652

1414 1653

1651

2450

1654 31

29

33

35

37

27

1726

39

De Loo

43

8

6

1416

1729

12

14

2451

1727

1417 45

4

1656

16

1680

1679

1730

1275

1415 1268

1588

1274

1277 1278

1273

1276 42

0 44

1117 40

1272 1116

1269 8 1270 10

Ho ge w eg

6

644

673 1402

Bijlage 3

Bijlage 3

Boring:

B01

Boring:

B02

Datum:

11-1-2024

Datum:

11-1-2024

0

0

akker

1 50

50

0

0

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

akker Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

Zand zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

2 100 3

120

Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

4 150 5 200

200

Boring:

B03

Boring:

PB04

Datum:

11-1-2024

Datum: GWS:

11-1-2024 80

0

0

akker

1 50

50

0

0

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

akker Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

Zand zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

2 100 3

120

4 150

150

Zand zeer fijn, zwak siltig, zwartgroen, Edelmanboor Zand zeer fijn, zwak siltig, roestbeige, Zuigerboor handmatig

5 200 6 250

300

300

Boring:

B05

Boring:

B06

Datum:

11-1-2024

Datum:

11-1-2024

0

0

Projectcode: B23.9091 getekend volgens NEN 5104

50

0

0

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

akker

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

akker

50

Bijlage 3

Boring:

B07

Boring:

B08

Datum:

11-1-2024

Datum:

11-1-2024

0

0

akker

1 50

50

0

0

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50

50

PB09

Boring:

B10

Datum: GWS:

11-1-2024 140

Datum:

11-1-2024

0

akker

50

50

0

0

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Boring:

0

akker

akker Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50 Zand zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

2 100

100

Zand zeer fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor

3 150

150

Zand zeer fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

4 200

200

Zand zeer fijn, zwak siltig, lichtbeige, Zuigerboor handmatig 250

300

310

Boring:

B11

Boring:

B12

Datum:

11-1-2024

Datum:

11-1-2024

0

0

50

50 2

100

100

Zand zeer fijn, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor

3 150

150

Zand zeer fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

4 200

Projectcode: B23.9091

200

akker Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

0

0

Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=26664763-dbcc-42d4-889b-b3c6bca7d0d1