bijlage 2 Ontwerp zienswijze op C-NRD Netuitbreiding 389 kV-trace Maasbracht-Eindhoven (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Behandeld door:
Bureau Energieprojecten Inspraak 380 kV netuitbreiding Maasbracht-Eindhoven PB 111 9200 AC Drachten
Telefoonnummer:
(0493) 671 212
Uw brief:
24 juni 2025
Uw kenmerk: Zaaknummer:
07432024174700
Bijlage(n):
--
Verzenddatum:
25 juni 2025
Onderwerp: zienswijze op C-NRD Netuitbreiding 380 kV-trace Maasbracht - Eindhoven Beste heer, mevrouw, We zijn als gemeente Asten, zowel ambtelijk als bestuurlijk, goed ingelicht bij de totstandkoming van de concept – NRD en ervaren in dit project een goede samenwerking met Tennet en Minister van KGG. Wij willen u hiervoor bedanken. Toch zijn er enkele onduidelijkheden en/of aanvullingen waarmee wij u vragen bij de verdere uitwerking rekening mee te houden. Wij vinden het belangrijk om deze met u te delen. Ook is voor deze zienswijze op 24 juni jl. door de gemeenteraad van Asten een besluit genomen ter instemming. Achtereenvolgens gaan wij in op zienswijzen met betrekking tot ‘’ruimtelijke ontwikkelingen’’, ‘’milieu’’ en “Algemene opmerkingen detailniveau/ vragen NRD”. Ruimtelijke ontwikkelingen 1. Meenemen toekomstige ontwikkelingen en relevant beleid gemeente Asten De gemeente Asten voorziet diverse ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van de ecologische verbinding tussen de Groote Peel en de Deurnese- en Mariapeel (en de Dennendijkse bossen). Deze ontwikkeling is gericht op het mogelijk maken/versterken van de migratie van bijzondere soorten tussen de beide gebieden en de versterking van het landschap.
Daarnaast heeft de gemeente diverse relevante (reeds vastgestelde) beleidskaders waar rekening mee gehouden dient te worden bij de locatiekeuze voor het tracé. Zo hebben wij bijvoorbeeld bebouwingsconcentratiegebieden aangewezen in het buitengebied waar (onder voorwaarden) woningbouw kan worden ontwikkeld. Ook sluiten de alternatieven Oost en Midden ons inziens onvoldoende aan bij het toeristisch-recreatieve beleid van de gemeente Asten en brengen schade toe aan de ontwikkelambities zoals vastgelegd in de omgevingsvisie en de toeristische visie. Verzocht wordt om rekening te houden met de toekomstige ontwikkelingen en deze op te nemen in de referentiesituatie, danwel in samenhang te beschouwen in het MER indien ontwikkelingen nog onvoldoende zeker zijn. Daarnaast verzoeken wij u om in te gaan op relevant gemeentelijk beleid en daarbij o.a. rekening te houden met de belangen (zoals recreatie, landschap, natuur, woonkwaliteit, ed.) van onze gemeente. Hierbij vragen wij u
met klem de alternatieven Oost en Midden ter heroverwegen. Onderstaand lichten wij de ontwikkelingen en het beleid nader toe: ▪
Omgevingsvisie Asten: Deze omgevingsvisie van Asten vormt het integrale kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente en is juridisch en beleidsmatig richtinggevend. De concept – NRD houdt – voor wat betreft de onderzoeksalternatieven Oost en Middenonvoldoende rekening met de vastgelegde ruimtelijke en maatschappelijke ambities in deze visie, zoals het behouden van open landschap, bescherming van woonkwaliteit, versterking van natuurverbindingen of toekomstige woningbouwlocaties. Het onderzoeksalternatief Oost doorkruist voor een groot gedeelte het gebied dat is aangeduid als ‘Boeren Buurten’ en 'Groen genieten’. De pijlers van deze gebieden zijn o.a. ontwikkelen van onderscheidende landelijke woonmilieus, kleinschalige bedrijvigheid, gezonde leefomgeving en bevorderen van recreatieve functies. Het onderzoeksalternatief Midden (en deels ook Oost) raakt het gebied ‘Peel en beekdalen’. De beken vormen een natuurlijke gemeentegrens van Asten. Doelstellingen in het gebied zijn o.a. versterken van de landschappelijke kwaliteit, ontwikkelen van recreatieve routes in de Peel en langs de Beekdalen en meanderen herstellen. Tenslotte doorkruist het onderzoeksalternatief Oost de kerndorpen Asten en Ommel.
Dit gebied ligt in het deel ‘Dynamische Dorpen’, een gebied dat zich kenmerkt door het behoud en versterken van vitale dorpen door autonome ontwikkeling zoals het uitbreiden van woongebieden (bijvoorbeeld Kluisstraat/Kluizendries). De impact op de gezondheid, als ook de visuele, ecologische en economische impact dient nader te worden onderzocht.
▪
Structuurvisie Bebouwingsconcentraties: Ter bevordering van kwaliteitsverbetering van het landschap zijn in het buitengebied bebouwingsconcentratiegebieden aangeduid. In een dergelijk gebied zijn er ontwikkelmogelijkheden voor woningen (onder voorwaarden). Het plaatsen van een hoogspanningsmast in deze gebieden zal de ontwikkelperspectieven doen afnemen. Er dient derhalve rekening te worden gehouden met deze gebieden.
▪
Visie Toerisme en recreatie 2025: De gemeente Asten maakt bezwaar tegen de voorgestelde onderzoeksalternatieven Oost en Midden in de concept-NRD, omdat deze onvoldoende rekening houden met de gemeentelijke belangen op het gebied van toerisme en recreatie. Het beleid over toerisme en recreatie wordt momenteel herzien. Vaststelling van de ontwerp visie heeft reeds plaatsgevonden, vaststelling van de definitieve visie is naar verwachting medio oktober 2025. Derhalve dient in het MER rekening gehouden te worden met dit beleidskader. De onderzoeksalternatieven Oost en Midden doorkruisen gebieden die waardevol zijn voor onze toeristische en recreatieve sector. Deze alternatieven doorkruisen of raken direct aan meerdere van de vijf toeristische ontwikkelgebieden zoals opgenomen in de Visie Toerisme en Recreatie Asten 2025. Hierna lichten wij dit toe: i. Groen Genieten – Dit gebied omvat waardevolle bos- en natuurgebieden met recreatieve routes, campings en belevingsvoorzieningen. De aanleg van een hoogspanningsverbinding tast de landschappelijke kwaliteit en
-2-
ii.
iii.
iv.
v.
▪
belevingswaarde aan, wat haaks staat op de ambitie om hier experience leisure te ontwikkelen; Peel en Beekdalen – Dit gebied is ecologisch zeer kwetsbaar en gericht op extensieve recreatie (slow leisure). De alternatieven Oost en Midden brengen risico’s voor biodiversiteit, rust en natuurbeleving, en staan op gespannen voet met de natuurdoelstellingen van Nationaal Park De Groote Peel; Boeren Buurten – In dit gebied wordt ingezet op kleinschalige recreatie, erfgoedbeleving en streekproducten. De ruimtelijke inpassing van een hoogspanningsverbinding vormt een aantasting van het cultuurhistorisch landschap en belemmert de ontwikkeling van toeristisch ondernemerschap; Dynamische Dorpen – De dorpskernen van Asten, Ommel en Heusden zijn gericht op urban leisure en evenementen. De nabijheid van een hoogspanningsverbinding kan de aantrekkelijkheid van deze kernen voor bezoekers en ondernemers verminderen; Peel Pionieren – Hier wordt ingezet op agrotoerisme en natuurbeleving. De aanleg van een grootschalige infrastructuurvoorziening is in strijd met de gewenste ontwikkeling van biodiversiteit, landschapsherstel en recreatieve routes.
Programma Groen: Bij de aanleg van een tracé dient rekening te worden gehouden met het kappen van bomen in het buitengebied, waarvoor een kapvergunning aangevraagd moet worden. Indien hiervoor een kapvergunning wordt verleend wordt tevens de verplichting tot het vergoeden van het waardeverlies (methode NVTB) opgelegd. Dit dient tzt meegenomen te worden in een compensatieplan.
2. Tussen Asten en Ommel is te weinig rekening gehouden met het vermijden van een woonkern (Onderzoeksalternatief Oost) In de NOA op pagina 28 staat vermeld dat het onderzoeksalternatief Oost tussen Asten en Ommel doorloopt en dat de beschikbare ruimte hier beperkt is, maar dat het mogelijk lijkt om hier een verbinding in te passen. Ons standpunt hierin is: geen bovengrondse hoogspanningslijn tussen Asten en Ommel gezien de beperkte ruimte. In het bijzonder vragen we daarbij om een meetbare weging van gezondheidseffecten op mens bij een bovengrondse hoogspanningslijn tussen Asten en Ommel. Ook roepen wij u op om het alternatief ondergronds te onderzoeken. In onderstaande afbeelding is met rode omlijning weergegeven waar een bundeling van gevoelige gebouwen is gesitueerd of wordt gesitueerd door autonome ontwikkelingen. Binnen het gele gebied op de afbeelding is een aanduiding bebouwingsconcentratie gelegen (zoals hiervoor omschreven). Daarnaast is met blauw omlijning zichtbaar waar een Integraal kindcentrum planologisch mogelijk is gemaakt. Tenslotte zien wij graag dat gebieden voor uitbreiding van bedrijventerrein, waaronder het Nobisterrein (concept wijziging omgevingsplan fase), zoals hieronder in groen omcirkeld, worden meegenomen in de verdere uitwerking.
-3-
Afbeelding: Ontwikkelingen en gevoelige gebouwen alternatief Oost ter plaatste van corridor Asten – Ommel (globaal weergegeven)
3. Het effect van de lengte van het tracé (alternatief Oost) meenemen in de voorkeursbeslissing Het oostelijk tracé zorgt voor een nieuwe doorkruising van het toch al vaak aangetaste open karakter van het landschap én is bovendien het langste tracé, waardoor meer waardevol landschap en natuur moet worden doorkruist dan de andere tracés. Verzocht wordt om in het MER de lengte van de doorkruising mee te wegen bij de keuze voor het voorkeurstracé. 4. Neem effecten van het tracé op het Natura 2000-gebied de Peel voldoende mee De Metropool Regio Eindhoven (MRE) heeft in de 1e quickscan van de ‘Regionale aanpak voorzieningen’ uit de Beethovendeal de Peel aangemerkt als topvoorzieningen en wil deze laten doorgroeien naar Nationaal park en uitloopgebied. Het doorkruisen van dit gebied met een hoogspanningsmast draagt niet bij aan een ‘topvoorziening’. Ambitie is om de Groote Peel (Natura 2000 gebied) te laten doorgroeien naar een groter nationaal park (o.a. richting Mariapeel). Het effect op leefgebied van de vogels in de pelen (en over en weer gebieden), dus flora en fauna, dient te worden onderzocht. De impact op natuurwaarden maakt dit traject niet kansrijk. De Peel wordt aan de westzijde reeds begrensd door een bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding.
Het toevoegen van een nieuwe hoogspanningsverbinding aan de oostzijde, en mogelijk ook aan de zuidzijde (zoals aangeduid als een van de varianten voor alternatief Oost), zou ertoe leiden dat het gebied grotendeels omsloten wordt door hoogspanningsinfrastructuur. Dit kan een negatieve invloed hebben op de ecologische verbindingsfunctie van de Peel, een belangrijk leefgebied voor diverse flora- en faunasoorten en de concrete ambitie om de Peel uit te breiden richting Maria- en Deurnese peel. In recreatieve zin draagt een hoogspanningsmast hier ook niet aan bij. De aantrekkelijkheid neemt af door de visuele impact. Dit kan leiden tot economische verliezen van lokale (recreatie)bedrijven.
-4-
Wij verzoeken daarom om in de NRD expliciet de effecten van het tracé op het nabijgelegen Natura 2000-gebied in het onderzoek mee te nemen, met bijzondere aandacht voor ecologische barrièrewerking en verstoring van soorten, alsook voor recreatie en economie. 5. Laagvlieggebied de Peel Wij verzoeken u in de verdere planuitwerking expliciet rekening te houden met de ligging van het tracé Oost en West in of nabij laagvlieggebied De Peel. In het bijzonder dienen de mogelijke effecten van nieuwe hoogspanningsmasten als obstakels voor laagvliegend Defensieverkeer — waaronder helikopters — te worden onderzocht. De geschiktheid van tracéalternatieven dient mede te worden beoordeeld op hun impact op de gebruiksruimte van het laagvlieggebied. 6. Dennendijkse Bossen Ten aanzien van thema veiligheid (hoofdstuk 5, paragraaf 2.4.) worden oorlogsresten onderzocht in de verdere planuitwerking. Wij verzoeken u specifiek Dennendijkse bossen hierin mee te nemen (Onderzoeksalternatief Oost), omdat dit een risicogebied is voor niet gesprongen explosieven. Overigens is de Dennendijkse bossen ook deels aangemerkt als stiltegebied. Wordt dit in de MER meegenomen? Milieu 1. Geluid / Luchtkwaliteit /Trillingen In de NRD is in tabel 5.1 het beoordelingskader voor het milieueffectrapportage (MER) opgenomen.
Voor geluid is voor fase 1 (het plan-MER, voor de onderzoeksalternatieven) opgenomen : “bepalen van het aantal gevoelige gebouwen en belast oppervlakte binnen richtafstanden van de werkzaamheden (GIS-analyse, verwachte materieelinzet); kwalitatieve beschouwing van de geluideffecten (gebruiksfase)”. Voor fase 2 (het project-MER, bij de voorkeursbeslissing) is opgenomen: “bepalen van het aantal gevoelige gebouwen en belast oppervlakte binnen de berekende geluidcontouren van de werkzaamheden, op basis van het basisontwerp (GIS-analyse, verwachte materieelinzet) (aanlegfase)”. Onduidelijk is wat het verschil tussen fase 1 en 2 is, omdat er tussen haakjes bij fase 1 gebruiksfase staat en fase 2 aanlegfase. Ditzelfde geldt voor luchtkwaliteit. Wij verzoeken om de effecten in de aanlegen gebruiksfase zowel mee te nemen bij de onderzoeksalternatieven en het voorkeursalternatief. In tabel 5.1 het beoordelingskader staat niet vermeld of trillingen in de aanlegfase worden onderzocht. 2. Bodem en Water In de NRD staat dat er rekening wordt gehouden met bodem en water. Waarbij kort wordt verwezen naar de kamerbrief. We willen benadrukken dat in de milieueffectrapportage ook rekening moet worden gehouden met water en bodem. Algemene opmerkingen detailniveau/ vragen NRD 1.
Geen weging van effecten In de MER wordt op 7 thema’s en 38 aspecten (pagina 32-36) kwalitatief aangegeven wat het effect is (in 7 categorieën van sterk negatief naar sterk positief, pagina 39). De thema’s en de
-5-
aspecten worden niet onderling op waarde gewogen. Daarmee krijgt een positief effect van een thema/aspect met relatief kleine impact in het rapport dezelfde waarde als een negatief effect van een thema/aspect met relatief grote impact. Onduidelijk is hoe die weging op een later moment wel tot stand komt. Verzocht wordt om in het MER een navolgbare beschrijving op te nemen van de totstandkoming van het voorkeurstracé. 2. Vertaling van methode naar effect voor aspect en voor route. Voorbeeld: effect magneetvelden Onduidelijk is hoe het aantal gevoelige gebouwen binnen richtafstanden wordt vertaald naar het effect. Onduidelijk is ook hoe de verschillende routes op dit effect worden vergeleken? Of worden de routes niet per thema/aspect onderling vergeleken maar in zijn totaliteit? Of worden ze niet onderling vergeleken en gebeurt dit pas in de integrale effectenanalyse, zie voorgaande (pagina 40). Ter aanvulling, is het ook onduidelijk of het aantal bewoners in een geluidgevoelig gebouw wordt meegenomen. Verzocht wordt om navolgbaar in beeld te brengen hoe de effectbeoordeling plaats vindt. 3.
Is een deel ondergronds traject mogelijk en hoe worden effecten daarvan meegenomen in de planMER Het traject komt bovengronds maar kan in uitzonderlijke gevallen ondergronds (pagina 18): “wanneer een bovengrondse hoogspanningsverbinding leidt tot onaanvaardbare hinder, beperkingen of veiligheidsrisico’s voor functies en opgaven van (inter)nationaal belang (zoals luchthavens, grote kanalen en rivieren, spoorlijnen, bestaande hoogspanningsinfrastructuur, Natura 2000 gebieden en UNESCO Werelderfgoed).” Onduidelijk is in hoeverre in MER wordt meegenomen of een deel van het traject ondergronds zou kunnen en wat daarvan de milieu-effecten zijn. Zie hiervoor ook bovenstaande punt met betrekking tot beperkte ruimte tussen Asten en Ommel. Verzocht wordt om de definitie van onaanvaardbare hinder nader toe te lichten en in een afweegkader en/of redeneerlijn navolgbaar te onderbouwen waarom op bepaalde locaties, zoals tussen Asten en Ommel gekozen wordt voor boven- dan wel ondergronds. Ons inziens leidt een bovengrondse verbinding hier namelijk tot onaanvaardbare hinder. 4. Effecten op migratieroutes Onduidelijk is in hoeverre de effecten op bekende en mogelijke migratieroutes van bijvoorbeeld vleermuizen worden meegenomen bij de bepaling van de effecten op natuur. Bij welk thema en welk aspect wordt dit opgenomen? Of wordt dat een nieuw aspect? 5.
Kennislacunes op soortniveau Naar de aanwezigheid van soorten wordt bureaustudie gedaan. Onduidelijk is hoe rekening wordt gehouden met het verschil in kennis tussen verschillende soorten/soortgroepen en tussen verschillende gebieden. Afwezigheid van soorten in een systeem kan betekenen dat de soorten er niet zijn maar ook dat ze niet zijn opgemerkt. 6. Landschapsvisie In afbeelding 3.17 infrastructuurkaart staat Asten en Heusden weergegeven, maar Ommel ontbreekt. Graag toevoegen. Op pagina 23 en 24 van de Landschapsvisie staat vermeld “Sommeren”, dit dient te zijn “Someren”. 7. Participatieplan Graag ook meenemen in het vervolg de dorpsraden van Ommel en Heusden.
-6-
Neem gerust contact op Als u naar aanleiding van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met (..) via telefoonnummer (0493) 671 212 of per e-mail (…). Wij verzoeken u bij eventuele vervolgcorrespondentie of contact met de gemeente bovenstaand zaaknummer te vermelden. Met vriendelijke groet, college van burgemeester en wethouders van Asten,
M. Derks secretaris
A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk burgemeester
-7-