Bijlage 2 - Notitie Reikwijdte en Detailniveau N279 Veghel-Asten
Tekst van het document
N279 Veghel – Asten Notitie Reikwijdte en Detailniveau 22 april 2025
INHOUDSOPGAVE
0
SAMENVATTING
5
0.1
Wat is de aanleiding voor het project N279 Veghel - Asten?
5
0.2
Welk proces doorloopt het project N279?
6
0.3
Wat is de opgave voor de N279?
7
0.4
Wat zijn de kwaliteiten en kenmerken van de huidige N279 en omgeving?
10
0.5
Welke alternatieven onderzoeken we?
12
0.6
Wat is de aanpak voor het onderzoek?
14
0.7
Wat zijn de vervolgstappen?
15
1
INLEIDING
16
1.1
Aanleiding voor de verkenning N279 Veghel - Asten
16
1.2
Proces en besluitvorming
18
1.3
mer-plicht
20
1.4
Participatieproces
20
1.5
Leeswijzer
21
2
HET PROJECT N279 VEGHEL-ASTEN
22
2.1
Voorgeschiedenis
22
2.2
Doelstelling voor de N279
23
2.3
Kaders voor de opgave
24
2.4
Probleemanalyse
27
2.4.1 2.4.2 2.4.3
Bereikbaarheid Verkeersveiligheid Leefbaarheid
30 35 37
3
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING
39
3.1
De N279 en omgeving
39
3.2
Water en bodem
42
3.3
Natuur
44
3.4
Landschap en cultuurhistorie
46
3.6
Toekomstige ontwikkelingen
54
3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.6.4
Generieke autonome ontwikkelingen Autonome groei van het verkeer Autonome ruimtelijke ontwikkelingen Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen
56 56 57 60
4
ONTWIKKELING ALTERNATIEVEN
63
4.1
Trechteringsproces verkenning N279
63
4.2
Zeef 1 - samenstellen kansrijke alternatieven
65
5
ONDERZOEKSPROCES
79
5.1
Het onderzoeksproces op hoofdlijnen
79
5.2
Beoordelingskader
79
5.3
Beoordelingswijze
83
6
VERVOLGSTAPPEN
84
7
REFERENTIES
86
Laatste pagina
87
0 SAMENVATTING De provincie Noord-Brabant wil samen met regionale partners komen tot een oplossing voor de problemen op de N279 tussen Veghel en Asten. In deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) leest u wat deze problemen zijn, welke oplossingen we willen onderzoeken en hoe we deze oplossingen willen beoordelen. Met deze NRD informeren we u over het doel en de aanpak van het nog uit te voeren onderzoek: het milieueffectrapport (MER). U kunt reageren op de analyses die we hebben uitgevoerd en de oplossingen (alternatieven) die we willen onderzoeken. Ook kunt u reageren op de onderzoeksthema’s en methoden. We gebruiken de reacties in het vervolg van de verkenning van het project N279. Op www.brabant.nl/N279 leest u hoe u kunt reageren. In deze samenvatting leest u meer over: - aanleiding en doel voor het project N279 Veghel - Asten; - welk proces doorloopt het project; - de opgave voor de N279; - de kwaliteit en kenmerken van het plan- en studiegebied van de N279; - de te onderzoeken alternatieven in het MER; - de aanpak voor het onderzoek in het MER; - het vervolgproces van het project N279.
0.1
Wat is de aanleiding voor het project N279 Veghel - Asten?
De N279 is een belangrijke verkeersader tussen Veghel en Asten in Oost-Brabant, essentieel voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio. Door toename van verkeer, onder meer door de groei van de Brainportregio, ontstaan er files, verkeersopstoppingen, gevaarlijke situaties en leefbaarheidsknelpunten. De provincie Noord-Brabant en regionale partners werken aan een plan om deze problemen aan te pakken en de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid te verbeteren. Doelstelling N279 Het project N279 Veghel- Asten streeft naar een optimum in de acceptatie en draagvlak tussen de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Daarbij staan de volgende doelstellingen centraal: - een goede bereikbaarheid van dit deel van de regio Oost-Brabant, als onderdeel van het totale mobiliteitssysteem, voor nu en in de toekomst; - een aangepaste N279 die voldoet aan de uitgangspunten van duurzaam veilig, waarmee de verkeersveiligheid verbeterd wordt; - beperken van de hinder en overlast van de aangepaste N279 en het zoveel mogelijk verbeteren van de leefbaarheid. De provincie wil snel tot oplossingen komen. Tegelijkertijd is ook zorgvuldigheid van groot belang. De oplossing moet ook haalbaar, duurzaam en toekomstbestendig zijn.
5 | 87
Programmatische aanpak Het project kent drie samenhangende sporen: 1 verkenning en planstudie voor de reconstructie van de N279: dit omvat een milieueffectrapportage (MER) en participatieproces om tot een voorkeursalternatief en uiteindelijk een vastgesteld projectbesluit te komen; 2 middellange termijnmaatregelen: maatregelen die direct de verkeersveiligheid verbeteren zonder toekomstige keuzes te belemmeren; 3 brede mobiliteitsmaatregelen: initiatieven voor een duurzame mobiliteitstransitie, zoals bijvoorbeeld snelfietsroutes en hoogwaardig openbaar vervoer.
0.2
Welk proces doorloopt het project N279?
De belangrijkste stappen waarmee in de projectprocedure wordt toegewerkt naar een projectbesluit van Gedeputeerde Staten worden getoond in afbeelding 0.1. Het projectbesluit is het besluit waarmee de provincie aanpassingen aan de N279 wil realiseren. Het wordt opgesteld met behulp van een milieueffectrapportage waarin staat hoe het milieubelang is betrokken in de keuzes. Binnen het project N279 is participatie belangrijk voor de kwaliteit van de besluitvorming en transparantie voor de omgeving. Het rapport participatie beschrijft hoe partijen als bewoners of ondernemers bij de totstandkoming van deze NRD zijn betrokken en hebben kunnen meedenken. Het rapport geeft ook aan wat via participatie is ingebracht aan kennis, ideeën en aandachtspunten en hoe dit is meegenomen in het proces. Ook biedt de NRD opnieuw gelegenheid voor participatie.
Afbeelding 0.1 Projectprocedure N279 Veghel - Asten tot en met vastgesteld projectbesluit
6 | 87
0.3
Wat is de opgave voor de N279?
Komende jaren nemen de problemen voor de N279 Veghel - Asten op gebied van bereikbaarheid en verkeersveiligheid toe en blijft ook de leefbaarheid langs de weg onder druk staan. Bereikbaarheid is een probleem door slechte afwikkeling van kruispunten en weinig alternatieven voor de auto Zo blijkt dat de bereikbaarheid van de regio via de N279 nu en in de toekomst vooral beperkt wordt door de afwikkeling van het verkeer op kruispunten. Deze kruispunten (waaronder ook rotondes) hebben onvoldoende capaciteit om het verkeer goed af te wikkelen. Dit zorgt voor vertraging, filevorming en een verhoogde kans op ongevallen. Door de groei van de bevolking en arbeidsplaatsen, groeit ook het verkeer op de N279 en nemen de verkeersproblemen tussen nu en 2040 verder toe. Dit is in het bijzonder het geval in Veghel waar de hoeveelheid (vracht)verkeer het hoogst is, er veel kruisingen op korte afstand zijn en ook de aansluiting van de N279 op de A50 een belangrijk knelpunt vormt. De wegvakken tussen de kruisingen op de N279 hebben voldoende capaciteit en vormen geen belemmering voor de bereikbaarheid. Robuuste Rand Provincie Noord-Brabant categoriseert de N279 als ‘Robuuste Rand’ tussen de autosnelwegen de A50 en de A67, zie afbeelding 0.2 (provincie Noord-Brabant, 2020).
Dit betekent dat de weg het regionaal verkeer in Oost-Brabant uit kernen via de bundelroutes en inprikkers langs de N279 dient af te wikkelen richting onder andere de A2, A50 of A67, maar geen doorgaand verkeer dient te faciliteren. Doorgaand verkeer is verkeer zonder herkomst en/of bestemming langs de N279. De N279 dient sneller te zijn dan de lokale wegen en tegelijkertijd de kernen te ontsluiten. Op basis van de huidige weginrichting is de N279 te categoriseren als gebiedsontsluitingsweg.
Afbeelding 0.2 Functie N279 in relatie tot omliggende wegen
7 | 87
De reistijd met het OV is aanzienlijk langer dan met de auto voor routes tussen verschillende kernen in het gebied. Het aanbod van deelmobiliteit is zeer beperkt en vormt nog onvoldoende een alternatief voor autogebruik. Er ontbreekt ook een directe, comfortabele fietsverbinding langs de N279. De bereikbaarheid van hubs zoals P+R-terreinen, bushaltes en treinstations is cruciaal, waarbij grote loopafstanden van deze hubs naar bedrijventerreinen een knelpunt vormen. Verkeersveiligheidsrisico’s door het ontbreken van eenduidig wegbeeld en knelpunten bij kruispunten De N279 tussen Veghel en Asten kampt met diverse verkeersveiligheidsproblemen, die voornamelijk worden veroorzaakt door wisselende snelheden, een hoog aandeel vrachtverkeer, variërende wegomgeving en een gebrek aan eenduidigheid in de weginrichting. Voor de N279 is het vinden van een balans tussen bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid cruciaal. De weg voorziet in doorgaand regionaal verkeer, maar ontsluit ook lokaal (landbouw)verkeer, wat een eenduidige en veilige inrichting bemoeilijkt. Naast kruispunten vormen ook de lange rechtstanden tussen Veghel en Keldonk en tussen Asten en Helmond een verkeersveiligheidsrisico.
Leefbaarheid onder druk door gezondheidsknelpunten, barrièrewerking en sluipverkeer De N279 speelt een belangrijke rol in de leefbaarheid van de regio, met een focus op het bereikbaar houden van kleine kernen, bedrijventerreinen en het platteland. De weg veroorzaakt echter ook hinder door geluidsoverlast en fungeert als fysieke barrière. Door de problematiek met de afwikkeling van het verkeer ter hoogte van de kruispunten is met name tijdens de spitsperiode sluipverkeer door de kernen rondom de N279. Het verkeer op de N279 zorgt voor geluid en uitstoot van luchtverontreinigende stoffen als stikstofdioxide en fijnstof die de gezondheid aantasten. Op enkele locaties langs het tracé zorgen de effecten van de weg in combinatie met andere bronnen van geluid en luchtverontreiniging voor gezondheidsknelpunten. Dit zijn de wijken Bloemenwijk en Leest in Veghel, de woningen in het buurtschap Kruisschot in Helmond en de woningen aan de Zeelandhof in Rijpelberg, Helmond. Op enkele andere locaties wordt ook de norm voor geluid door wegverkeer overschreden. De barrièrewerking van de N279 voor mens en natuur en het sluipverkeer in omliggende kernen vormen eveneens een opgave.
8 | 87
Afbeelding 0.3 Samenvatting van knelpunten bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid N279 Veghel - Asten
9 | 87
0.4
Wat zijn de kwaliteiten en kenmerken van de huidige N279 en omgeving?
De provinciale weg N279 is een belangrijke noord-zuidverbinding in de provincies Noord-Brabant en Limburg, die de A2 bij ’s-Hertogenbosch verbindt met de N273 bij Horn. De N279 is circa 70 km lang en speelt een cruciale rol in de bereikbaarheid en leefbaarheid van Oost-Brabant. Het onderzoeksgebied voor dit project beslaat het deel vanaf de aansluiting met de A50 bij Veghel tot en met de aansluiting met de A67 bij Asten, een traject van circa 30 km, uitgevoerd als een weg met 1x2 rijstroken en gelijkvloerse aansluitingen. De N279 Veghel-Asten loopt deels parallel aan het kanaal de Zuid-Willemsvaart en doorkruist de gemeenten Meierijstad, Laarbeek, Helmond, Deurne en Asten. De weg verbindt verschillende dorpen en steden, zoals Veghel, Erp, Keldonk, Aarle-Rixtel, Gemert, Bakel, Deurne, Beek en Donk, Helmond en Asten. Het landschap langs de N279 varieert van open natuurgebieden en agrarische gronden tot stedelijke omgevingen bij Veghel en Helmond. De N279 heeft een belangrijke ontsluitingsfunctie voor zowel lokaal als regionaal verkeer. De weg faciliteert verkeer tussen de kernen langs de N279 en heeft een aanzienlijke rol in het regionaal (vracht)verkeer en woon-werkverkeer, bijvoorbeeld naar Eindhoven en Den Bosch. De N279 kruist diverse beken zoals de Aa, Bakelse Aa, Boerdonkse Aa, Goorloop, en Astense Aa. Ook loopt de weg langs de Zuid-Willemsvaart, zie afbeelding 0.4.
Regionale waterbergingsgebieden zijn aanwezig, waaronder delen van de Aa, Boerdonkse Aa, Bakelse Aa, en Astense Aa, die bij hoogwater ingezet moeten worden voor waterberging. Een deel van de omgeving van de N279 ligt binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een samenhangend netwerk van natuurgebieden. Belangrijke gebieden langs de N279 zijn onder andere Wijboschbroek, 't Geregt, De Eerdse Bergen, De Biezen en Milschot, Grotelsche Heide, Bakelsbosch, De Ooststappense heide en verschillende beekdalen zoals de Aa en Bakelse Aa. De N279 vormt op diverse plekken een fysieke barrière tussen natuurgebieden. Daarnaast kunnen verstoring door, geluid of licht en stikstof de natuur nabij de N279 negatief beïnvloeden. Wijboschbroek, is een belangrijk natuurgebied vanwege zijn vochtige leembossen en historische ontginningspatronen. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn te vinden op diverse plaatsen langs de N279. Onder andere de historische houtwalbeplantingen langs de Zuid-Willemsvaart/N279 en het Missieklooster Heilig Bloed met kloostertuin nabij Aarle-Rixtel. Er zijn verschillende gradaties van archeologische vondsten bij Boerdonk - Beek en Donk, met een hoge dichtheid aan vondsten bij Helmondse Akkers. Nabij Scheepstal ten noorden van Helmond bevindt zich een archeologisch rijksmonument met bewoningssporen uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd.
10 | 87
Afbeelding 0.4 Gebiedsinformatie en ontwikkelingen N279 Veghel - Asten
11 | 87
0.5
Welke alternatieven onderzoeken we?
Op basis van een trechteringsproces zijn verschillende oplossingsrichtingen onderzocht op doelbereik, uitvoerbaarheid en impact op de leefomgeving. Op basis van deze eerste analyse is inzichtelijk gemaakt welke oplossingsrichtingen een positieve bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de projectdoelstellingen voor de N279. Deze oplossingen op verschillende locaties langs het tracé zijn samengevoegd tot4 kansrijke alternatieven en 1 nader te onderzoeken alternatief. Afbeelding 0.5 toont schematisch hoe de alternatieven van elkaar verschillen in rijstrookindeling, kruispuntvorm en ligging. Deze 5 alternatieven worden in de volgende fase nader onderzocht: - kansrijk alternatief 1: het nulplusalternatief bevat een minimale pakket van maatregelen om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid te verbeteren met beperkte impact op leefbaarheid; - kansrijk alternatief 2: legt meer nadruk op het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid door het aanbrengen van een middenberm over het gehele tracé en het uitbreiden van de capaciteit van de wegvakken met de hoogste spitsintensiteiten; - kansrijk alternatief 3: zet maximaal in op het verbeteren van de bereikbaarheid door het toevoegen van rijstroken en parallelstructuren, wat meer ruimte vraagt en meer hinder en overlast kan veroorzaken; - kansrijk alternatief 4: verkent omleidingsvarianten rondom Veghel om de leefbaarheid
te verbeteren, gecombineerd met een afwaardering van het bestaande tracé. - nader te onderzoeken alternatief 5: verkent een omleiding om de wijk Dierdonk, gecombineerd met een afwaardering van het bestaande tracé en minimale aanpassingen om de capaciteit op de kruisingen te vergroten en de verkeersveiligheid te verbeteren. Onderbouwing waarom het nader te onderzoeken alternatief 5 is toegevoegd Aanvullend op de 4 kansrijke alternatieven wordt een 5de alternatief, met een omleiding om de wijk Dierdonk in Helmond, onderzocht. De omleiding bij Dierdonk is niet als kansrijk beschouwd vanwege de aanzienlijke impact op de leefomgeving rondom het nieuwe tracé, zoals milieugezondheidsrisico’s en schade aan natuur, landbouw en cultuurhistorische waarden. Een aanpassing van de verkeersituatie op het huidige tracé (Wolfsputterbaan) is een gelijkwaardig alternatief, omdat het gelijke voordelen biedt voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid, maar zonder de negatieve effecten van een omleiding. De gemeente Helmond heeft aangegeven dat zij het belangrijk acht om naast de alternatieven over de Wolfsputterbaan ook een alternatief met een korte omleiding om de wijk Dierdonk nader te onderzoeken, globaal overeenkomstig met het tracé uit het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) van 2018. Zodat de effecten op de leefomgeving inzichtelijk worden.
Wat helpt bij de besluitvorming en communicatie over de uiteindelijke keuzes. De stuurgroep heeft geen unaniem advies gegeven over het meenemen van het extra alternatief. De meeste stuurgroepleden kunnen instemmen met de 4 kansrijke alternatieven zonder omleiding Dierdonk. Alleen de gemeente Helmond heeft aangegeven het belangrijk te vinden om de omleiding Dierdonk als te onderzoeken alternatief toe te voegen. Uiteindelijk hebben Gedeputeerde Staten besloten het 5de alternatief met omleiding Dierdonk in de NRD op te nemen, om de effecten van zowel de reconstructie van het huidige tracé als een omleiding op deze locatie inzichtelijk te maken.
12 | 87
Afbeelding 0.5 Schematische weergave van de vier kansrijke alternatieven en het nader te onderzoeken alternatief 5
Kansrijk alternatief 1 vormt het Nulplusalternatief en legt de nadruk op beperken ruimtegebruik en vergroten van duurzaamheid en leefbaarheid door minimale aanpassingen. Kruispunten worden gelijkvloers aangepast, een middenberm wordt toegevoegd (2x1) op wegvakken met hoge verkeersveiligheidsrisico’s als gevolg van lange rechtstanden. En in Veghel wordt het profiel uitgebreid naar 2x2 rijstroken voor voldoende capaciteit en het inpassen van de kruisingen. Dit is wat minimaal nodig is om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid te verbeteren, met minimale impact op de leefbaarheid. Bij dit alternatief kunnen in toekomstige spitsperiodes nog vertraging ontstaan. Kansrijk alternatief 2 legt meer nadruk op het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid door het aanbrengen van een middenberm over het gehele tracé en het uitbreiden van de capaciteit van de wegvakken met de hoogste spitsintensiteiten. Hiervoor is ter hoogte van Veghel een parallelstructuur voorzien en zijn er tussen Beek en Donk en Rembrandtlaan (Helmond) 2x2 rijstroken. De capaciteit van een aantal kruisingen wordt verder vergroot door het realiseren van een ongelijkvloerse kruisingen. In dit alternatief is de totale reistijd over het tracé naar verwachting lager dan alternatief 1. Er wordt een lichte toename van de milieugezondheidsrisico’s verwacht door enige verkeersaantrekkende werking.
Ook vraagt dit alternatief ten opzichte van het nulplusalternatief op een aantal locaties een groter ruimtebeslag met impact op de leefomgevingseffecten.
13 | 87
Kansrijk alternatief 3 zet maximaal in op het vergroten van de capaciteit door het toevoegen van rijstroken (2x2-wegprofiel) en parallelstructuren bij Veghel en Helmond. Dit alternatief trekt meer doorgaand (vracht)verkeer aan, wat leidt tot een toename van de milieugezondheidsrisico’s. Dit alternatief heeft een groter ruimtebeslag en mogelijke grotere leefomgevingseffecten. Gezien de mogelijke toekomstige ontwikkelingen vanuit de schaalsprong en Beethovendeal is het wenselijk deze variant met meer capaciteit op de wegvakken nader te onderzoeken. Kansrijk alternatief 4 verkent verschillende varianten voor een omleiding rondom Veghel in combinatie met het afwaarderen van het bestaande tracé in Veghel. De inpassing van de oplossingen door Veghel is vanuit het beschikbare ruimtebeslag complex en kent hoge leefbaarheidseffecten. Daarom is het wenselijk om naast de oplossingen op het huidige tracé van de N279 ook te kijken naar een alternatief. Alternatief 4 wordt op de rest van het tracé gecombineerd met oplossingen uit alternatief 1. Dit betreft het gelijkvloers aanpassen van de kruisingen en een middenberm op wegvakken met lange rechtstanden vanuit verkeersveiligheid. Daarmee richt dit alternatief zich op het verbeteren van de leefbaarheid en blijft voldoende binnen de financiële kaders, vergelijkbaar met de andere alternatieven.
Een omleiding verbetert de leefbaarheid langs het bestaande N279 in Veghel maximaal, maar heeft gelijktijdig nadelige effecten op de leefomgeving en leefbaarheid langs het nieuwe tracé. De inpassing van een route voor het nieuwe tracé kent nog een groot aantal uitdagingen die nader onderzocht moeten worden om de gewenste route en haalbaarheid van een omleiding vast te stellen. Nader te onderzoeken alternatief 5 verkent de effecten van een omleiding rondom de wijk Dierdonk in combinatie met het afwaarderen van het bestaande tracé. De omleiding is globaal overeenkomstig met het tracé uit het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) van 2018 en loopt met een korte boog ten noordoosten om de wijk Dierdonk heen. In tegenstelling tot het ontwerp uit het PIP wordt de omleiding ter hoogte van de rotonde N607-N297 volledig aangesloten op de N279, N607 en de Wolfsputterbaan. Alternatief 5 wordt op de rest van het tracé gecombineerd met oplossingen uit alternatief 1. Dit betreft het gelijkvloers aanpassen van de kruisingen, een middenberm op wegvakken met lange rechtstanden vanuit verkeersveiligheid, en een wegprofiel met 2x2 rijstroken ter hoogte van Veghel. Daarmee blijft dit alternatief voldoende binnen de financiële kaders, vergelijkbaar met de andere alternatieven.
0.6
Wat is de aanpak voor het onderzoek?
In de volgende fase van de verkenning (de MER-fase) worden de kansrijke alternatieven (zie hoofdstuk 4) nader onderzocht op doelbereik, uitvoerbaarheid, draagvlak, kosten en milieueffecten. Het voorkeuralternatief dat aan het eind van de verkenning wordt gekozen kan één van de kansrijke alternatieven zijn, maar bestaat waarschijnlijk uit een combinatie van onderdelen uit de kansrijke alternatieven. Deze NRD bevat een voorstel voor reikwijdte en detailniveau van het onderzoek dat nog moet plaatsvinden in het MER. Daarbij worden op hoofdlijnen de volgende stappen doorlopen: - actualiseren van en uitwerken van de foto van de leefomgeving zodat de kenmerken, kwaliteiten en ontwikkelingen in de leefomgeving goed in beeld worden gebracht. Dit maakt ook duidelijk hoe de leefomgeving zich tot 2040 ontwikkelt als het project N279 niet wordt uitgevoerd (referentiesituatie); - beschrijven en beoordelen van de effecten van de kansrijke alternatieven ten opzichte van de situatie uit de foto van de leefomgeving. Daarbij worden zowel kwantitatieve als kwalitatieve effectbepalingsmethoden gebruikt; - vergelijken van voor- en nadelen van alternatieven op de bijdrage aan de projectdoelen, uitvoerbaarheid, leefomgevingseffecten en kosten. Het beoordelingskader voor de N279 bestaat uit drie delen: doelbereik, randvoorwaarden en effecten.
Doelbereik: bijdrage van het kansrijk alternatief aan de projectdoelen: - bereikbaarheid: het verbeteren van de verkeersafwikkeling, het niet stimuleren van doorgaand verkeer en het bevorderen van de mobiliteitstransitie; - verkeersveiligheid: verminderen van knelpunten en risico’s voor (vracht)auto’s, fietsers en voetgangers);
14 | 87
-
leefbaarheid: zoveel mogelijk verlagen van milieugezondheidsrisico’s door luchtverontreiniging en geluid, barrièrewerking voor mens en natuur en verminderen van sluipverkeer als gevolg van de N279.
Randvoorwaarden aan de kansrijke alternatieven: - uitvoerbaarheid: leidt de oplossing tot grote juridische of technische belemmeringen in vergunbaarheid, inpasbaarheid of maakbaarheid? - kosten: Wat zijn de investeringskosten en kosten over de gehele levensduur? Effecten van het kansrijk alternatief op de leefomgevingsaspecten: - bodem en water; - natuur; - ruimtelijke kwaliteit: landschap, cultuurhistorie, archeologie; - gezondheid, geluid, trillingen, luchtkwaliteit, externe veiligheid en licht; - sociale en ruimtelijke aspecten; - recreatie en landbouw; - duurzaamheid; - compensatieopgave.
0.7
Wat zijn de vervolgstappen?
De NRD wordt zes weken ter inzage gelegd en ter advisering aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie mer) en Brabant Advies voorgelegd. Ook worden wettelijke bestuursorganen en instanties geraadpleegd. Iedereen heeft een mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de NRD. Zie de publicatie van de NRD voor meer informatie over de mogelijkheden hiervoor. De zienswijzen en de adviezen op de NRD worden verwerkt in een Nota van Antwoord. Op basis van de Nota van Antwoord wordt het MER opgesteld (stap 4, afbeelding 0.1).
15 | 87
1 INLEIDING Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de verkenning N279 Veghel -Asten. De NRD beschrijft de opgave voor de N279 en vat de inzichten tot nu toe samen. Daarnaast beschrijft de NRD welke kansrijke alternatieven onderzocht worden in de volgende fase van de verkenning. Ook bevat de NRD de aanpak voor het onderzoek in het nog op te stellen milieueffectrapport (MER).
1.1
Aanleiding voor de verkenning N279 Veghel - Asten
De N279 verbindt woon- en werklocaties tussen Veghel en Asten en is een belangrijke verkeersader in het oosten van Brabant. De snelle groei van verkeer in deze regio vraagt om een robuuste oplossing voor deze weg. De provincie Noord-Brabant (initiatiefnemer) werkt samen met de gemeenten Meierijstad, Helmond, Laarbeek, Gemert-Bakel, Asten en Deurne, Waterschap Aa en Maas en Rijkswaterstaat aan een plan om de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid op en rondom de N279 tussen Veghel en Asten te verbeteren. In afbeelding 1.1 is de bestaande ligging van de N279 van Veghel naar Asten weergegeven.
Afbeelding 1.1 Ligging van de N279 tussen Veghel en Asten
16 | 87
De opgave N279 Veghel - Asten De N279 speelt een cruciale rol in de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio Oost-Brabant. Vanwege de toename van het autogebruik, de groei van de Brainportregio en verstedelijking neemt het verkeer toe op deze weg als belangrijke, robuuste rand voor de regio. Dit leidt dagelijks tot files en verkeersopstoppingen in de ochtend- en avondspits en leidt tot overlast voor de omgeving. Onder andere door sluipverkeer en/of geluidshinder. Ook levert het gevaarlijke situaties op door bijvoorbeeld kop- en staartbotsingen. Provincie Noord-Brabant en regionale partners (gemeenten Meierijstad, Laarbeek, Gemert-Bakel, Helmond, Deurne, Asten, waterschap Aa en Maas en Rijkswaterstaat) werken al langere tijd samen met partijen in de omgeving aan de opgave van de N279. Met het project N279 willen provincie en partners komen tot een oplossing van de genoemde problemen. Provincie Noord-Brabant heeft het voornemen een projectbesluit vast te stellen en daarbij een milieueffectrapportage (mer) te doorlopen. In het projectbesluit wordt de oplossing voor de opgave, verbeteren van de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid op en om de N279 tussen Veghel en Asten, vastgelegd. Doelstellingen N279 Het project N279 Veghel- Asten streeft naar een optimum in de acceptatie en draagvlak tussen de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid.
Daarbij staan de volgende doelstellingen centraal: - een goede bereikbaarheid van dit deel van de regio Oost-Brabant, als onderdeel van het totale mobiliteitssysteem, voor nu en in de toekomst; - een aangepaste N279 die (zoveel mogelijk) voldoet aan de uitgangspunten van duurzaam veilig, waarmee de verkeersveiligheid verbeterd wordt; - beperken van de hinder en overlast van de aangepaste N279 en het zoveel mogelijk verbeteren van de leefbaarheid. De provincie wil snel tot oplossingen komen. Tegelijkertijd is ook zorgvuldigheid van groot belang. Daarnaast moet de oplossing haalbaar, duurzaam en toekomstbestendig zijn. Programmatische aanpak De provincie en regionale partners werken via een programmatische aanpak vanuit drie sporen aan opgave voor de N279, waarbij de inzet van de mobiliteitstransitie, verkeerscijfers en omgevingsparticipatie steeds centraal staat. Spoor 1: Verkenning en planstudie voor de reconstructie N279 Voor de aanpassing van de provinciale weg N279 Veghel-Asten wordt toegewerkt naar een projectbesluit waarbij een proces met een milieueffectrapportage (mer) wordt doorlopen. Via deze mer-procedure krijgt het milieubelang, naast andere aspecten als uitvoerbaarheid, draagvlak en financiën een volwaardige rol in de besluitvorming.
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en het milieueffectrapport (MER) dragen bij aan de (onderbouwing van) keuze van een voorkeursalternatief en uiteindelijk een Projectbesluit (beoogd 2028). In dit proces is ruimte voor participatie én formele inspraak. Spoor 2: Middellange termijn maatregelen Vooruitlopend op een onherroepelijk projectbesluit wordt, parallel aan de verkenning, gekeken waar mogelijk al eerder de verkeersveiligheid op de N279 kan worden verbeterd. Het gaat om maatregelen die de verkeersveiligheid direct verbeteren en waarvan de uitvoering mogelijk is zonder dat dit later nog te maken keuzes in de weg zit. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van gevaarlijke oversteken en uitritten waardoor er minder in- en uitvoegend verkeer is en de verkeersveiligheid wordt verbeterd. Deze worden in het MER beschouwd als autonome ontwikkelingen en maken geen onderdeel uit van het doorlopen proces wat in de NRD is beschreven.
17 | 87
Het gaat om de volgende vier oplossingen: - aankopen eetcafé De Sluis en het verwijderen van de aansluiting Sluisweg op N279: het truckerscafé de Sluis is door de provincie Noord-Brabant aangekocht, en inmiddels gesloopt, en de parkeerplaats is gesloten. Daarnaast is besloten de toegang van de Sluisweg op de N279 af te sluiten. Het doel van deze oplossingen is het verminderen van het aantal op- en afritten direct op de provinciale weg, zodat het inen uitvoegend verkeer op de N279 afneemt en de verkeersveiligheid verbetert; - opheffen inrit ter plaatse van Rijksweg bij Veghel: vooruitlopend op de reconstructie van de N279 wordt de inrit van het van bouwbedrijf en transportbedrijf ter plaatse van de Rijksweg bij Veghel opgeheven. Het doel van deze oplossing is om het aantal in- en uitritten op de provinciale weg te verminderen. Dit zal leiden tot een afname van het in- en uitvoegend verkeer op de N279 en een verbetering van de verkeersveiligheid. Vanuit deze doelstelling is ook de Sluisweg afgesloten.
Het kan zijn dat in de toekomst ook andere locaties in-en/of uitritten worden opgeheven; - opheffen koude oversteek Vlierdense Bosdijk / Rijntjesdijk: bij deze kruising met de N279, waarbij het verkeer de N279 mag oversteken, maar niet mag op- en afrijden, wordt gekeken naar mogelijkheden om de verkeersveiligheid te verbeteren; - opheffen koude oversteek Ooststappensedijk: idem als bij het vorige punt wordt bij deze kruising gekeken naar mogelijkheden om de verkeersveiligheid voor het overstekende verkeer te verbeteren. Spoor 3: Anders reizen maatregelen De provincie Noord-Brabant zet in op een mobiliteitstransitie conform het Beleidskader Mobiliteit (Provincie Noord-Brabant, 2020). Om de N279 toekomstbestendig te maken wordt daarom niet alleen gekeken naar een mogelijke reconstructie van de weg, maar ook naar andere vormen van mobiliteit (brede mobiliteitsmaatregelen). Dit spoor is gericht op het aanbieden, aantrekkelijk maken en stimuleren van duurzame alternatieven voor de automobilist. Denk bijvoorbeeld aan snelfietsroutes, (hoogwaardig) openbaar vervoer, locaties voor mobiliteitshubs en via werkgevers stimuleren van ander en/of duurzamer reisgedrag. Maatregelen die bijdragen aan de bereikbaarheid op of aan de N279, waarvan de effecten meetbaar zijn, worden opgenomen in het projectbesluit of mogelijk vooruitlopend op de reconstructie van de N279 al uitgevoerd.
1.2
Proces en besluitvorming
Het project N279 wordt uitgevoerd via een projectprocedure ondersteund door een mer. Hierin wordt in een aantal stappen toegewerkt naar een projectbesluit van Gedeputeerde Staten. Dit besluit bevat het plan waarmee de provincie aanpassingen aan de N279 wil realiseren onderbouwd met een MER waarin staat hoe het milieubelang is betrokken in de keuzes. De verkenning van de N279 maakt gebruik van onderdelen van de MIRT-methodiek die vaak bij projecten van de Rijksoverheid wordt toegepast, maar doorloopt geen formeel MIRT-proces omdat het een provinciaal project is. Afbeelding 1.2 toont de belangrijkste stappen in de projectprocedure.
18 | 87
Afbeelding 1.2 Projectprocedure N279 Veghel - Asten
Het project N279 kent een lange voorgeschiedenis (zie paragraaf 2.1). In mei 2024 is het project formeel gestart met een publicatie van een kennisgeving voornemen en participatie (stap 1) als eerste onderdeel de verkenningsfase. De procedure valt nu onder het regime van de Omgevingswet. De verkenningsfase bestaat uit een nadere analyse van het probleem voor de N279 en het breed onderzoeken van oplossingen. Uit deze oplossingen zijn in de NRD een aantal kansrijke alternatieven geselecteerd voor nader onderzoek in een milieueffectrapport (stap 4). Uit de beoordeling van de kansrijke alternatieven en met input van het participatieproces wordt door de Gedeputeerde Staten (GS) later in het MER een zogeheten voorkeursalternatief (stap 5) gekozen. In de planfase wordt het voorkeursalternatief nader uitgewerkt, afgestemd en onderzocht, tot een detailniveau waarmee ook vergunningen kunnen worden aangevraagd via een ontwerp-projectbesluit (stap 6). Na het doorlopen van de procedure en het verwerken van zienswijzen en adviezen wordt het projectbesluit vastgesteld (stap 7). Er is dan mogelijkheid om beroep tegen het besluit in te stellen. De realisatiefase start zodra het projectbesluit N279 Veghel - Asten in werking treedt of als eventuele beroepen behandeld zijn door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
19 | 87
1.3
mer-plicht
In de Omgevingswet is vastgelegd dat het voor bepaalde projecten in de fysieke leefomgeving verplicht is om een mer-procedure te doorlopen. Voor het project N279 Veghel - Asten zijn er verschillende redenen om een MER op te stellen bij het projectbesluit. Hierbij is het relevant dat het projectbesluit geen formele voorkeursbeslissing kent, maar een informele voorkeursbeslissing. Een formele voorkeursbeslissing zou gelden als een kaderstellend plan en tot een plan-mer-plicht kunnen leiden. Met een informele voorkeursbeslissing geldt in beginsel alleen een mogelijke project-mer-plicht. Transparant en navolgbaar planproces In de eerste plaats wil provincie Noord-Brabant met het MER bijdragen aan een transparant en navolgbaar planproces voor de N279 waarin de milieueffecten volwaardig in beeld gebracht en meegewogen worden in de besluitvorming. Mogelijk direct of indirect verplicht In de tweede plaats kan het ook wettelijk verplicht zijn om voor het project N279 een MER op te stellen. Of hiervan sprake is, is op dit moment nog onduidelijk omdat het voorkeursalternatief nog niet bekend is. Mogelijk valt het project N279 onder de definitie van project J1 in kolom 2 van bijlage V van het Omgevingsbesluit: een uitbreiding van een provinciale weg met 2 of meer rijstroken naar 4 rijstroken met een ononderbroken tracélengte van 10 kilometer.
In dat geval geldt voor het project een directe plicht tot het opstellen van een MER op basis van artikel 11.6 (lid 1) van het Omgevingsbesluit in samenhang met artikel 16.43 van de Omgevingswet. Ook indirect kan een wettelijk plicht tot het opstellen van een MER ontstaan als aanzienlijke milieueffecten van de N279 niet uitgesloten kunnen worden. Voor de N279 lijkt hiervan hoogstwaarschijnlijk sprake van te zijn gelet op de lengte van het tracé en de potentiële effecten van het project op de omgeving in algemene zin en in het bijzonder vanwege de effecten op Natura 2000. Ook wanneer de N279 niet met 2 rijstroken over een ononderbroken tracélengte van 10 km wordt uitgebreid, moet op grond van artikel 11.6 (lid 2) van het Omgevingsbesluit in samenhang met artikel 16.43 van de Omgevingswet beoordeeld worden of de wijzigingen leiden tot aanzienlijke milieueffecten. Omdat de aanpassingen aan de N279 over een lang tracé plaatsvinden in een omgeving met op sommige locatie al hoge milieubelasting en veel kwaliteiten (natuur, watersysteem, landschap en erfgoed) zal deze beoordeling hoogstwaarschijnlijk alsnog leiden tot de conclusie dat er mogelijk aanzienlijke milieueffecten aan de orde zijn. In dat geval is alsnog een volwaardig MER verplicht. Ook kunnen de aanpassingen aan de N279 leiden tot verschuivingen in de verkeersafwikkeling in de regio.
Hierdoor kunnen (naderend) stikstofoverbelaste habitattypen in Natura 2000-gebieden extra depositie van stikstof ondervinden wat significante gevolgen kan hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Op grond van artikel 16.53c Omgevingswet moet een passende beoordeling van deze gevolgen plaatsvinden als deze niet in een zogeheten voortoets uitgesloten kunnen worden. Op dit moment is het nog onzeker of significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden. Ook dit geeft aanleiding om aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het project N279 te vermoeden. Conclusie Vanwege de verschillende mogelijke redenen tot een (indirecte) mer-plicht en de wens van de provincie om een transparant en navolgbaar planproces te bieden, kiest de provincie direct voor een (vrijwillig) MER voor het projectbesluit N279 Veghel-Asten.
1.4
Participatieproces
De provincie en haar bestuurlijke partners streven naar een gezamenlijk samengesteld pakket aan oplossingen dat zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van alle betrokken partijen in het gebied. Deze verkenning wordt daarom in nauwe samenwerking met de omgeving uitgevoerd.
20 | 87
Actieve betrokkenheid van bewoners, dorps- en wijkraden, (agrarische) ondernemers, natuurorganisaties, weggebruikers en gemeenten is cruciaal om samen tot de best mogelijke resultaten te komen. Het doel van participatie is om de omgeving (zoals bewoners, weggebruikers, bedrijven en organisaties) te betrekken bij de verkenning. Het participatieproces moet ruimte bieden voor initiatieven die bijdragen aan de projectdoelen. De betrokkenheid van de omgeving verhoogt de kwaliteit van het besluitvormingsproces. In de verkenningsfase van het project N279 Veghel - Asten zijn diverse stappen gezet om de omgeving actief te betrekken. De omgeving heeft op verschillende momenten en manieren de gelegenheid gehad om informatie te ontvangen, mee te denken, mee te praten en kennis en informatie aan te dragen. Deze uitwisseling van informatie vond onder ander plaats tijdens de belangentafels, informatiebijeenkomsten, persoonlijke gesprekken en de projectwebsite N279 inclusief het online meedenkplatform. De inbreng van de omgeving speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van oplossingen die rekening houden met de diverse belangen in het gebied. Daarnaast werkt het projectteam samen met de overheden in het gebied: gemeenten Meierijstad, Helmond, Laarbeek, Gemert-Bakel, Asten en Deurne, Waterschap Aa en Maas en Rijkswaterstaat.
De ambtelijke regiegroep en bestuurlijke stuurgroep zijn betrokken geweest bij de doorlopen stappen om te komen tot de NRD en de kansrijke alternatieven . Elk stuurgroeplid heeft de gedeputeerde een advies gegeven over de concept NRD en de alternatieven die hierin zijn voorgelegd als kansrijke alternatieven. De gemeente Helmond heeft in dit advies verzocht om een alternatief met omleiding Dierdonk op te nemen als aanvullend alternatief om te onderzoeken in de MER. Gedeputeerde Staten hebben besloten het advies van de gemeente Helmond op te volgen en de omleiding Dierdonk als te onderzoeken alternatief toe te voegen aan de NRD.
1.5
Leeswijzer
De NRD beschrijft de opgave voor de N279 en vat de inzichten tot nu toe samen. Daarnaast beschrijft de NRD welke kansrijke alternatieven onderzocht worden in de volgende fase van de verkenning wordt. Ook bevat de NRD de aanpak voor het onderzoek in het nog op te stellen milieueffectrapport (MER). Onderstaande tabel toont wat de inhoud is van de NRD per hoofdstuk.
Tabel 1.1 Leeswijzer Hoofdstuk
Beschrijving
0
samenvatting
een beknopte samenvatting van het gehele document, waarin de belangrijkste punten, bevindingen en aanbevelingen worden uitgelicht
1
inleiding
toelichting op de aanleiding, het proces en de besluitvorming rondom het project N279 VeghelAsten, evenals de betrokkenheid van belanghebbenden en een leeswijzer voor het document
2
het project N279 Veghel - Asten
een beschrijving van de voorgeschiedenis, de projectdoelen en de probleemanalyses op het gebied van bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid
3
beschrijving van de N279 en omgeving
een beschrijving van de N279 in relatie tot de verschillende milieuaspecten en een overzicht van de toekomstige ontwikkelingen die van belang zijn
4
ontwikkeling alternatieven
een overzicht van het proces waarmee verschillende alternatieven zijn ontwikkeld, inclusief de beschrijving en verwachte effecten van elk alternatief en de relevante ontwikkelingen en raakvlakken
5
onderzoeksproces
beschrijving van het onderzoeksproces op hoofdlijnen, de uitgangspunten, het beoordelingskader en de beoordelingswijze die zijn gehanteerd
6
vervolgstappen
informatie over de volgende stappen in het project, de milieueffectrapportage (mer), de rolverdeling tussen de provincie en andere partners, en de mogelijkheden voor belanghebbenden en het publiek om te reageren
7
referenties
een lijst van bronnen en literatuur die in het document zijn gebruikt
21 | 87
2 HET PROJECT N279 VEGHEL-ASTEN 2.1
Voorgeschiedenis
Het project N279 Veghel - Asten heeft een voorgeschiedenis die begint in 2000. Zowel het Rijk als de regio hebben sindsdien verschillende onderzoeken uitgevoerd om de bereikbaarheid en leefbaarheid aan de oostzijde van de Stadsregio Eindhoven en in de regio Oost-Brabant te verbeteren. Tussen 2000 en 2015 zijn er meerdere studies en plannen opgesteld om de regio beter bereikbaar te maken. Deze onderzoeken resulteerden in verschillende alternatieven en plannen, zoals de 'Kleine Ruit' en later de 'Grote Ruit'. Ook was er sprake van diverse bestuurlijke en politieke besluiten die de koers van het project meerdere keren hebben veranderd. In 2014 heeft de Tweede Kamer besloten om het project 'De Ruit van Eindhoven' te beëindigen. Dit was de aanleiding om een nieuw proces op te starten, destijds gericht op komen tot een Provinciaal Inpassingplan (PIP) voor de N279. In het PIP en bijbehorend MER is onderzoek uitgevoerd naar oplossingen voor de opgaven op het gebied van doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid op het traject N279 Veghel - Asten en de omliggende dorpen en kernen. In december 2018 is het PIP vastgesteld door de Provinciale Staten (Provincie NoordBrabant, 2018). Het MER kreeg een positief toetsingsadvies van de Commissie mer. De Commissie signaleert daarbij dat nut en noodzaak van een omleiding Dierdonk in het licht van de grote milieu-impact onduidelijk is.
Tegen het PIP is door meerdere partijen beroep ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De behandeling van deze beroepen liet uiteindelijk drie jaar op zich wachten. Naar het oordeel van de afdeling is het PIP in strijd met de eisen van een goede ruimtelijke ordening en rechtszekerheid. Daarnaast oordeelt de Raad van State dat gebruikt is gemaakt van een verkeersmodel dat onvoldoende betrouwbare verkeersprognoses oplevert. De provincie had deze verkeersprognoses niet mogen gebruiken voor de tracékeuze, de noodzaak van de omleiding Dierdonk, het benodigd aantal rijstroken, de inrichting van de weg en de beoordeling van de aanvaardbaarheid van milieueffecten. Op grond hiervan heeft de Raad van State het PIP in 2021 vernietigd . Daarbij is aangegeven dat de provincie opnieuw moet onderzoeken wat de verwachtte verkeersintensiteiten zijn en op basis daarvan een nieuwe afweging moet maken over de tracékeuze. In het bijzonder over de noodzaak van de omleiding Dierdonk, het benodigd aantal rijstroken, de inrichting van de weg en de voorwaarden voor aantasting van het Natuur Netwerk Brabant (Raad van State, 2021). Nadat het PIP vernietigd was, heeft de provincie Noord-Brabant in 2022 opdracht gegeven voor een quickscan naar het toekomstige verkeer op de N279.
Deze quickscan (Goudappel, 2022) had als doel te beoordelen of het PIP met actuele verkeerscijfers gerepareerd kon worden. De conclusie was echter dat het gehele planproces opnieuw moest worden opgestart, conform de Omgevingswet. Vervolgens is door de provincie, op verzoek van de regionale partners, gestart met een brede belangen benadering, dit is uitgewerkt in een advies aan de bestuurlijke partners (stuurgroep) van december 2022 (BMC Advies, 2022). In mei 2024 is met de publicatie van een ‘Kennisgeving Voornemen en Participatie’ gestart met een nieuwe studie en besluitvormingsproces voor de N279, beginnend met de verkenningsfase. De procedure valt nu onder het regime van de Omgevingswet.
22 | 87
2.2
Doelstelling voor de N279
Het project N279 Veghel- Asten streeft naar een optimum in de acceptatie en draagvlak tussen de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Daarbij staan de volgende doelstellingen centraal: - een goede bereikbaarheid van dit deel van de regio Oost-Brabant, als onderdeel van het totale mobiliteitssysteem, voor nu en in de toekomst; - een aangepaste N279 die (zoveel mogelijk) voldoet aan de uitgangspunten van duurzaam veilig, waarmee de verkeersveiligheid verbeterd wordt; - beperken van de hinder en overlast van de aangepaste N279 en het zoveel mogelijk verbeteren van de leefbaarheid.
Afbeelding 2.1 Projectdoelstellingen project N279 Veghel-Asten
Hieronder volgt een nadere toelichting op deze doelstellingen. Bereikbaarheid Versterken van de functie van de N279 als een robuuste rand (zie kader hieronder) voor het regionale verkeer als onderdeel van het mobiliteitssysteem van de regio Oost-Brabant. Een robuuste rand is een bovenregionaal verbindende weg die verkeer met herkomst of bestemming in de regio efficiënt laat reizen via het onderliggend wegennetwerk naar wegen van de ‘hoogste orde’, daarbij sluipverkeer via lokale wegen ontmoedigt, zonder extra doorgaand landelijk verkeer aan te trekken. Uitwerking van het doel: - verbeteren van de verkeersafwikkeling voor regionaal en lokaal verkeer, zodat het verkeer soepel afwikkelt, vanaf het onderliggend wegennetwerk, via de bundelroutes en inprikkers (zie afbeelding 2.5) naar de N279; - niet stimuleren van het doorgaande personen- en vrachtverkeer; - bevorderen van de mobiliteitstransitie. Robuuste Rand Provincie Noord-Brabant categoriseert de N279 als ‘Robuuste Rand’ tussen de autosnelwegen de A50 en de A67 (provincie Noord-Brabant, 2020). Dit betekent dat de weg het regionaal verkeer in Oost-Brabant uit kernen langs de N279 dient af te wikkelen richting onder andere de A2, A50 of A67, maar geen doorgaand verkeer dient te faciliteren. Doorgaand verkeer is verkeer zonder herkomst en/of bestemming langs de N279.
De N279 dient sneller te zijn dan de lokale wegen en tegelijkertijd de kernen te ontsluiten. Op basis van de huidige weginrichting is de N279 te categoriseren als gebiedsontsluitingsweg.
23 | 87
Verkeersveiligheid Het verbeteren van de verkeersveiligheid op de N279. Het gaat daarbij om het verminderen of wegnemen van al bestaande knelpunten (black spots), het verminderen of wegnemen van bestaande risico’s in het wegontwerp en het voorkomen van nieuwe risico’s in het wegontwerp door middel van het toepassen van richtlijnen als Duurzaam Veilig. Ook draagt het soepel afwikkelen van zoveel mogelijk regionaal verkeer via de robuuste rand N279 (in plaats van het onderliggende netwerk) bij aan het verbeteren van verkeersveiligheid. Uitwerking van het doel: - het verminderen van knelpunten en risico’s voor gemotoriseerd vracht- en personenverkeer; - het verminderen van knelpunten en risico’s voor fietsers en voetgangers. Leefbaarheid Het verbeteren van de leefbaarheid langs de N279 door het zoveel als mogelijk verlagen van milieugezondheidsrisico’s, verminderen van barrièrewerking voor mens en natuur en het verminderen van sluipverkeer. Uitwerking van het doel: Het zoveel mogelijk: - verlagen van milieugezondheidsrisico’s door luchtverontreiniging en geluid als gevolg van de N279; - verminderen van de barrièrewerking van de N279 voor voetgangers, fietsers en landbouwverkeer; - verminderen van de ecologische barrièrewerking van de N279; - verminderen van sluipverkeer.
Relatie met brede welvaart Naast deze projectdoelen heeft het project N279 de ambitie om in te spelen op brede welvaart. Naast materiële welvaart gaat het bij brede welvaart ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, als om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen op andere plekken en voor toekomstige generaties. In het beoordelingskader voor het MER wordt aandacht besteed aan thema’s als: - duurzaamheid: door energiebesparing, gebruik maken van duurzame bronnen en efficiënt gebruik maken van fossiele brandstoffen de CO2-uitstoot verminderen. - biodiversiteit wordt volwaardig betrokken in de onderzoeken en is ook mede onderdeel van het projectdoel leefbaarheid, waar naar een vermindering van de ecologische barrièrewerking van de weg wordt gekeken; - investeringen: doelmatige investeringen met specifiek oog voor de kosten en waarde over de gehele levensduur worden ook betrokken in de onderzoeken. De waarde van investeringen komt tot uitdrukking in de benadering van brede welvaart waarbij zoals niet alleen kosten en waarde hier en nu, maar ook kosten en waarde elders of later in de tijd worden betrokken.
Dit krijgt vorm door naast investeringskosten ook naar levenscycluskosten te kijken en in het MER aandacht te hebben voor milieueffecten over de gehele levensduur onder het aspect ‘duurzaamheid’.
2.3
Kaders voor de opgave
Het beleid van de Rijksoverheid, provincie Noord-Brabant, het waterschap Aa en Maas en de verschillende gemeenten in de regio bevat richtinggevend beleid over de opgave voor de N279. Deze zijn na een beleidsanalyse samengevat aan de hand van de drie projectdoelen en in relatie met de brede welvaart. Het beleid van de overheden is gericht op een goed functionerende N279 die bijdraagt aan de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid van de regio. De weg wordt gezien als een cruciale infrastructurele schakel die niet alleen de mobiliteit en economische activiteiten moet ondersteunen, maar ook moet bijdragen aan de duurzame en gezonde ontwikkeling van de leefomgeving.
24 | 87
Door een integrale (allesomvattende) en gebiedsgerichte aanpak (specifiek voor het gebied) te hanteren, kunnen de huidige en toekomstige behoeften van de regio optimaal worden bediend, waarbij de N279 een centrale rol speelt in de ruimtelijke en economische strategieën van de betrokken overheden en partners. Bereikbaarheid De beleidsstukken op nationaal, provinciaal en lokaal niveau benadrukken het belang van de N279 voor de bereikbaarheid van de regio. De Nationaal Omgevingsvisie (NOVI) (2020) zet in op een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem en onderstreept de noodzaak van optimale (internationale) bereikbaarheid, vooral in en rondom Eindhoven. Door de stikstofproblematiek blijven vorderingen op het verbeteren van het rijkswegennet momenteel achterwege. De bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant (2016) zet in op het creëren van een goed functionerende driehoek rondom Eindhoven bestaande uit A2, A67, N279 en A50. De visie van de regionale mobiliteitsvisie MRE (2024) bouwt hier verder op voort en gaat in op de verschillende modaliteiten om de Brainportregio bereikbaar te houden, door te investeren in een toekomstvast, duurzaam mobiliteitssysteem dat efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit stimuleert.
In combinatie met de landelijke mobiliteitsvisie en het coalitieakkoord (2024) van de Rijksoverheid wordt gepleit voor een gebiedsgerichte aanpak om de bereikbaarheid van landelijke gebieden te verbeteren. Door een goed aanbod van openbaar vervoer aan te bieden, specifiek door het versterken van busvervoer tussen kernen. Rijksoverheid pleit voor een goede mix tussen de verschillende modaliteiten, zoals lopen, fiets, OV, deelmobiliteit en auto. De rapportage bereikbaarheid (kleine) kernen Noordoost-Brabant (2024) betreft een verkenning in de mobiliteitsmogelijkheden en behoeften van de inwoners in (kleine) kernen in regio Noordoost-Brabant. Aangegeven wordt dat men met name behoefte heeft aan een sluitende doorfietsnetwerk en het verbeteren van het openbaar vervoer netwerk. Ook toegankelijkheid van informatie en voorzieningen is belangrijk. De omgevingsvisies van de provincie Noord-Brabant (2018) en diverse gemeenten zoals Helmond en Gemert-Bakel leggen nadruk op het aanpakken van infrastructurele knelpunten en het verbeteren van de N279 als robuuste rand, in combinatie met een gebiedsgerichte aanpak. Meierijstad legt, naast aanpak van infrastructurele knelpunten en multimodale bereikbaarheid ook nadruk op het verbeteren van verkeersveiligheid en leefbaarheidsknelpunten.
De N279 wordt gezien als een belangrijke noordzuidverbinding die belangrijk is voor de economische en sociale cohesie van de regio. Gemeente Laarbeek geeft aan in de omgevingsvisie (2024) aan dat er wordt gestuurd op gemotoriseerd verkeer om de kernen te vermijden en de N279, N272 en N615 te gebruiken. De N279 wordt ook gezien als een vitale schakel voor economische groei en regionale ontwikkeling. De visie op een toekomstbestendige economie voor Brabant (2020) en de economische agenda ‘De Peel maakt het’ (2022-2027) benadrukken het belang van een goed bereikbare infrastructuur voor economische activiteiten. In regio's zoals Helmond en Veghel, waar de N279 een cruciale regionale verbindingsader vormt, is de weg essentieel voor de economische verbindingen tussen stedelijke gebieden en de aanwezige bedrijventerreinen. Deze beleidsstukken benadrukken bovendien de noodzaak van een geïntegreerde aanpak waarbij economische, sociale en ecologische belangen in balans worden gebracht. Dit geldt vooral voor gebieden zoals de Brainportregio, waar de infrastructuur moet bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat om de internationale concurrentiepositie van de regio te versterken.
De N279 speelt hierbij een centrale rol in het verbinden van diverse economische hubs en het bevorderen van duurzame en efficiënte mobiliteit, waardoor de regio zich verder kan ontwikkelen als een economisch krachtig gebied. Met het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privéauto) wordt prioriteit gegeven aan duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en ov), terwijl minder duurzame vormen zoals de auto minder prioriteit krijgen. Dit principe zorgt voor bereikbare en leefbare gebieden. Om een samenhangend mobiliteitssysteem te integreren in Brabant is het van belang om reizigers bewust te maken van andere mogelijkheden van vervoer en deze ook aan te bieden. Het beleidskader Mobiliteit (2020) van de provincie Noord-Brabant, het bereikbaarheidsakkoord Zuidoost-Brabant (2016), bereikbaarheid (kleine) kernen Noordoost-Brabant (2024), het multimodaal mobiliteitspakket stedelijke regio’s Den Bosch (2024) en de regionale mobiliteitsvisie MRE (2024) geven aan om te investeren in het fietsnetwerk, OV-
25 | 87
voorzieningen, voldoende aanbod te genereren van (gedeelde) mobiliteit, het realiseren van mobiliteitshubs. De gemeente Meijerijstad heeft een duurzame mobiliteitsvisie (2021) waarbij prioriteit wordt gegeven aan duurzame vormen van reizen, het stimuleren van fietsen en het inzetten op Smart Mobility. Gemeente Helmond heeft in de mobiliteitsvisie (2024) duidelijk het STOMP-principe gehanteerd om de leefkwaliteit in de stad te verbeteren. Door onder andere in te zetten op meer kwaliteit en ruimte voor de voetganger. Voor de fiets wordt ingezet om de kwaliteit te verbeteren van het bestaande fietsnetwerk en dit comfortabeler te maken en veiliger en ontbrekende schakels te ontsluiten. Daarnaast wil Helmond een goed OV-netwerk vormen en investeren in deelmobiliteit door wijkhubs aan te leggen. Voor de auto geldt juist om in de openbare ruimte de auto niet meer op één te zetten. Gemeente Gemert-Bakel zet evenals gemeente Asten in op maatregelen om reizigers te stimuleren de fiets te kiezen en betere OV-verbindingen te realiseren. Verkeerveiligheid Verkeersveiligheid is een terugkerend thema in diverse beleidsstukken. Het beleidskader Mobiliteit (2020) van de provincie Noord-Brabant benadrukt dat verkeersveiligheid een voorwaarde is voor een goed functionerend mobiliteitssysteem.
Om dit te bereiken, wordt er geïnvesteerd in de aanleg en reconstructie van (provinciale) infrastructuur volgens het kwaliteitsniveau uit de nota Kwaliteit Onderhoud Provinciale Infrastructuur (2023-2027) en richtlijnen van het CROW welke gebaseerd zijn op het principe ‘Duurzaam Veilig’. De omgevingsvisie Kwaliteit van Brabant (2018) geeft aan dat verkeersveiligheid een aandachtspunt blijft omdat het aantal verkeersongevallen stijgen. Het Brabants verkeersveiligheidsplan (2024) heeft de ambitie om 0 verkeersslachtoffers te hebben. Het richt zich op 3 pijlers, gedrag, infrastructuur en handhaving. Waarbij hoofdzakelijk wordt gesteld dat de wegbeheerders zorgen voor een vergevingsgezinde infrastructuur en er wordt in gezet op de Brabantse fietsinfrastructuur conform de richtlijnen van CROW. Gemeente Gemert-Bakel en gemeente Deurne willen tussen de kernen veilige verbindingen voor zowel de auto, fiets als openbaar vervoer, met de focus op langzaam verkeerverbindingen. Gemeenten Meierijstad, Helmond, Deurne en Asten geven ook in de omgevingsvisies aan dat de verkeersveiligheid op de N279 moet worden verbeterd. Daarnaast wordt aangegeven dat de fietsinfrastructuur verkeersveiliger moet worden gemaakt. Leefbaarheid Een integrale en gebiedsgerichte benadering is een overkoepelend principe in veel beleidsstukken en omgevingsvisies.
De omgevingsvisie van Noord-Brabant (2018) en het ruimtelijk voorstel ‘richting geven aan de kwaliteit van Brabant’ (2023) hebben als doel gesteld dat Brabant in 2050 een (breed) welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend is en daarbij een goede leefomgevingskwaliteit biedt voor alle Brabanders. De fysieke leefomgeving met omgevingskwaliteit heeft effect op de positieve gezondheid. De doelstelling leefbaarheid (hoofdstuk 2.2) richt zicht specifiek op het verbeteren van de gezondheid, het verminderen van barrièrewerking voor mens en natuur en het verminderen van sluipverkeer. Leefbaarheid is echter breder en gericht op bijvoorbeeld duurzaamheid, klimaatadaptatie, ruimtelijke kwaliteit of natuur. Dit zijn allemaal thema’s waarop normen of beleidsdoelen bestaan die ook bij de uitwerking van het project N279 volwaardig betrokken in onder andere de milieueffectrapportage. Gezondheid De leefbaarheid van omwonenden langs de N279 is van groot belang. Het beleidskader gezondheid 20212030 van de provincie Noord-Brabant richt zich op het verminderen van overlast en het bevorderen van een gezonde leefomgeving en leefstijlfactoren, met als doel drie gezonde levensjaren te winnen voor Brabanders. Daarnaast hebben provincie Noord-Brabant en de gemeenten Meierijstad en Helmond ook het Schone Lucht Akkoord ondertekend, dat streeft naar verdere verbetering van de luchtkwaliteit.
Tenslotte heeft de provincie als wegbeheerder van de N279 ook een rol in het beheersen van het wegverkeerslawaai via het actieplan omgevingslawaai (Provincie Noord-Brabant, 2024). Barrièrewerking De N279 vormt op delen van het tracé een barrière voor natuur en mens. De N279 doorsnijdt verschillende natuurnetwerken, waardoor het ook als een barrière voor de natuur functioneert. De provincie NoordBrabant heeft als ambitie naar het creëren van een robuust landschaps- en natuurnetwerk, het Natuurnetwerk Brabant (NNB) (Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2025, provincie Noord-Brabant, 2024).
26 | 87
Doel van onder meer het Natuurbeheerplan is om ontbrekende gebieden en verbindingen toe te voegen en bestaande gebieden te behouden en versterken. Vanuit de omgeving van Dierdonk geven bewoners aan dat de N279, in combinatie met de Zuid-Willemsvaart, een barrière vormt tussen hun woongebied en het centrum van Helmond. Sluipverkeer Ten aanzien van sluipverkeer is de functie van de N279 als Robuuste Rand uit het Beleidskader mobiliteit van groot belang. Provincie Noord-Brabant categoriseert de N279 tussen de A50 en de A67 als ‘Robuuste Rand’, zie afbeelding 2.6. Dit betekent dat de weg het regionaal verkeer in Oost-Brabant uit kernen langs de N279 dient af te wikkelen richting onder andere de A2, A50 of A67, maar geen doorgaand verkeer dient te faciliteren. Doorgaand verkeer is verkeer zonder herkomst of bestemming langs de N279. De N279 dient sneller te zijn dan de lokale wegen en tegelijkertijd de kernen te ontsluiten. Op basis van de huidige weginrichting is de N279 te categoriseren als gebiedsontsluitingsweg. Natuurlijke systemen De omgevingsvisies van zowel de provincie als de gemeenten zetten in op integrale gebiedsontwikkeling en benadrukken de noodzaak van een duurzame en leefbare omgeving rondom de N279.