Bijlage 2 - Nota Grondbeleid 2023
Tekst van het document
▪
De onteigenings- en schadeloosstellingsprocedure worden afzonderlijk doorlopen. De onteigeningsprocedure is bestuursrechtelijk van aard. De schadeloosstelling wordt vastgesteld in een verzoekprocedure bij de burgerlijke rechter. En niet als vordering in een dagvaardingsprocedure.
▪
De burgerlijke rechter stelt de voorlopige schadeloosstelling vast op 100%. De Onteigeningswet stelt het voorschot van de schadeloosstelling vast op 90%.De notaris maakt een onteigeningsakte en schrijft deze in in de openbare registers. Door deze inschrijving gaat het eigendom over naar de ‘onteigenaar’. Het eigendom gaat dus niet meer over door inschrijving van het vonnis, waarbij de onteigening was uitgesproken. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit.
Beleidsuitgangspunt 6/ Instrumenten ▪ De gemeente hanteert minnelijke verwerving als uitgangspunt. ▪ In voorkomende gevallen gaat de gemeente daarbij over tot strategische verwerving. ▪ Om grondpositie te kunnen innemen kan het minnelijke traject vooraf worden gegaan door de vestiging van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) op gronden. ▪ Indien gewenst en noodzakelijk wordt vroegtijdig het onteigeningsinstrumentarium ingezet. ▪ Daar waar mogelijk en indien gewenst hanteert de gemeente de mogelijkheden van kavelruil. ▪ In specifieke gevallen kan ervoor worden gekozen gronden juist niet actief te verwerven, maar het over te laten aan een marktpartij en desgewenst te kiezen voor een PPS-constructie. ▪ Per 1 januari 2024 handelt de gemeente voor wat betreft de toepassing van de instrumenten overeenkomstig de bepalingen op grond van de Omgevingswet.
Pagina 25 van 34
8.
Gronduitgifte
In het kader van actieve grondpolitiek en op basis van een daarvoor opgestelde grondexploitatie, kiest de gemeente in de regel voor de verkoop van bouwrijpe grond aan diverse partijen. Naast verkoop bestaan er andere vormen van uitgifte van bouwgrond. 8.1 Diverse partijen Grond kan uitgegeven worden aan: ▪ Particulieren, eventueel in de vorm van Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). ▪ Bedrijven en instellingen. ▪ projectontwikkelaars ▪ woningbouwcorporaties ▪ de gemeente als aankopende partij 8.2 Wijze van uitgifte 8.2. Verkoop In de regel vindt de verkoop van bouwgrond door de gemeente rechtstreeks plaats aan de koper. Daarbij gaat het om uitgifte van particuliere bouwkavels en de verkoop van grond aan een woningbouwcorporatie. Daarnaast kan verkoop plaatsvinden door middel van de zogenaamde ABC-constructie. In een dergelijke situatie levert de gemeente de grond via een projectontwikkelaar (aannemer) aan de eindgebruiker. Vanwege de eisen als gevolg van het Didam-arrest worden ‘handboeken/ formats’ opgesteld die kunnen worden gehanteerd in geval van het houden van een openbare of (onderhands) meervoudige aanbestedingen. 8.3 Zakelijk recht 8.3.1 Erfpacht De gemeente kan ervoor kiezen om bouwgrond niet te verkopen, maar om gronduitgifte te laten plaatsvinden door middel van het vestigen van een zakelijk recht.
De meest voorkomende vorm betreft een zogenaamde erfpachtconstructie. De erfpachter krijgt nagenoeg dezelfde rechten als een eigenaar, op het zogenaamde bloot eigendom na, dat bij de gemeente blijft. In de erfpachtovereenkomst kunnen voorwaarden worden opgenomen die verder gaan dan wat publiekrechtelijk (bijvoorbeeld in het bestemmingsplan) is opgenomen. Daarmee houdt de gemeente meer grip op de toekomstige bestemming en gebruik van de grond. Erfpacht is dus een passende vorm van uitgifte bij gronden die voor de gemeente van strategisch belang zijn. Een bijzondere vorm van erfpacht betreft de koopstartregeling. 8.3.2 Koopstartregeling Om op de marktomstandigheden in te kunnen spelen en woningen bereikbaar te houden voor de doelgroep kan een KoopStartregeling toegepast worden. Een dergelijke regeling maakt koopwoningen voor een grotere groep mensen betaalbaar. Bij KoopStart wordt de woning op basis van erfpacht met korting aangekocht (van een ontwikkelaar). Bij verkoop van de woning wordt de verstrekte korting afgekocht en wordt eventuele winst/verlies gedeeld tussen koper en ontwikkelaar. Tussentijdse afkoop van de KoopStartregeling is mogelijk, op zijn vroegst 3 jaar na de overdracht. Alle afspraken omtrent de regeling zijn juridisch verankerd in de koopovereenkomst en in de Erfpacht- en KoopStartbepalingen. Pagina 26 van 34
KoopStart kan als alternatief gelden voor een anti-speculatiebeding. Bij een KoopStartregeling is namelijk niet de hele winst voor de bewoners/kopers, omdat de winst gedeeld moet worden met de aanbieder van de KoopStartregeling. Ook moet het erfpachtdeel afgekocht of mee verkocht worden, wat zal drukken op de winst. Het is dus financieel een stuk minder aantrekkelijk (en daarmee het risico kleiner) om een KoopStartwoning snel door te verkopen. 8.3.3 Overige zakelijke rechten Er bestaat een breed scala aan dergelijke rechten. De meest voorkomende in het kader van het taakveld ‘Grondzaken’ zijn: het opstalrecht, erfdienstbaarheid en vruchtgebruik. 8.4 Voorwaarden 8.4.1 Algemeen Ten behoeve van een uniforme en transparante uitgifte van bouwgrond worden door het college van burgemeester en wethouders algemene verkoopvoorwaarden (AVV/bijlage 2) en een uitgifteprotocol gehanteerd. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om in voorkomende gevallen met een koper aanvullende afspraken te maken. Dat kan leiden tot het opnemen van bijzondere voorwaarden in de koopovereenkomst. 8.4.2 Toewijzen projectwoningen In geval van de verkoop van bouwgrond aan een projectontwikkelaar ten behoeve van de bouw van projectwoningen, wordt de verplichting opgelegd om de loting van de betreffende woningen te laten plaatsvinden conform het uitgifteprotocol van de gemeente.
Daarbij wordt een ondergrens gehanteerd van 5 woningen. Indien blijkt, dat er geen of onvoldoende gegadigden zijn, wordt per situatie bekeken of en zo ja op welke wijze kan worden afgeweken van dit protocol. 8.4.3 Zelfbewoningsplicht De zelfbewoningsplicht heeft tot doel kopers van woningen te verplichten die woning vervolgens gedurende een in de overeenkomst dan wel in de toepasselijke Algemene Verkoopvoorwaarden vast te leggen termijn zelf te gaan bewonen. Dit om te voorkomen dat woningzoekenden die een koopwoning willen kopen bij onderhandelingen het afleggen tegen beleggers die dezelfde woning willen kopen om deze vervolgens vrij snel door te verkopen en/of te verhuren. We hanteren de volgende uitgangspunten: ▪ De zelfbewoningsplicht geldt voor alle woningen voor een periode van maximaal 3 jaren, met uitzondering van huurwoningen. ▪ In de AVV vindt hiervan een nadere uitwerking plaats, waaronder ontheffingsmogelijkheden. ▪ De zelfbewoningsplicht van 3 jaar kan bij een KoopStart-regeling gehandhaafd blijven. De eerste 3 jaar wordt deze via de KoopStartregeling gewaarborgd en bij een eventuele doorverkoop treedt de zelfbewoningsplicht conform de gemeentelijke formulering in werking. 8.4.4 Anti-speculatiebeding Om winstbejag te voorkomen wordt in de te sluiten overeenkomsten een antispeculatiebeding opgenomen. Pagina 27 van 34
We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: ▪ Een dergelijk beding geldt voor een periode van maximaal 3 jaren. ▪ Gedurende deze periode van 3 jaren wordt gewerkt met een aan te gemeente af te dragen percentage van de koopsom van respectievelijk 75%, 50% en 25%. ▪ Dit beding geldt niet in geval van de bouw van huurwoningen. ▪ In de AVV vindt een nadere uitwerking plaats, waaronder ontheffingsmogelijkheden. 8.4.5 Doelgroep starters Aanvullend op 8.3.3 en 8.3.4 wordt voor de doelgroep ‘starters’ (zoals gedefinieerd in de ‘regeling starterslening), die een woning kopen voor een koopprijs van maximaal € 300.000,00, een bepaling in de overeenkomst opgenomen die borgt dat een dergelijke woning voor hetzelfde bedrag beschikbaar blijft voor deze doelgroep. Deze bepaling wordt eveneens met een kettingbeding vastgelegd in de te sluiten overeenkomsten. 8.6 Verhuur, verpachting gronden Naast de uitgifte van bouwgrond verkoopt/ verhuurt de gemeente gronden die niet tot de grondexploitatie, maar tot de algemene dienst van de gemeente behoren, zoals reststroken groen, pachtgrond, volkstuinen etc. Daarvoor gelden afzonderlijke criteria en bepalingen, die door het college van burgemeester worden vastgesteld en zo nodig worden geactualiseerd.
Beleidsuitgangspunt 7 | Gronduitgifte ▪ Het uitgangspunt van de gemeente Asten is om bouwgrond uit te geven door middel van verkoop en desgewenst door middel van erfpacht c.q. koopstartregeling. ▪ In geval van projectbouw van meer dan 5 woningen hanteert de projectontwikkelaar het lotingsprotocol van de gemeente Asten. ▪ In het kader van de uitgifte van bouwkavels wordt een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding van 3 jaren opgelegd. ▪ Voor het behoud van de woningen voor de doelgroep starters worden specifieke afspraken vastgelegd in de koopovereenkomst. ▪ In voorkomende gevallen stelt het college gewijzigde prijzen vast en doet daarvan mededeling aan de gemeenteraad.
Pagina 28 van 34
9.
Grondprijsbeleid
Grondprijsbeleid gaat over de wijze waarop de gemeente de waarde van haar gronden bepaalt en waarop zij de kaders, uitgangspunten en randvoorwaarden vaststelt die daaraan ten grondslag liggen. Bij het voeren van actief grondbeleid hoort ook het voeren van grondprijsbeleid. 9.1 Verschillende methoden De residuele grondwaarde methode. De residuele grondwaarde wordt bepaald door de bouw- en bijkomende kosten af te trekken van de vrij-op-naamprijs (VON-prijs). Bij deze methode is deskundigheid nodig om zowel VON-prijzen als de bouwkosten te toetsen. De methode is geschikt bij vastgoed waarbij voldoende marktwerking is, zodat een marktconforme prijs kan worden bepaald. De kostprijsmethode. Bij deze methode worden de kosten berekend die zijn gemaakt voor verwerving, sloop, milieuvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, bouwrijp maken, planvoorbereiding en planontwikkeling en bijdragen aan fondsen. Alle genoemde kosten worden vervolgens doorberekend in de grondprijs. Deze methode levert voor de gemeente geen inkomsten op en wordt alleen gehanteerd in geval van maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. De comparatieve methode. Door deze methode toe te passen wordt de uit te geven grond vergeleken met transacties uit het verleden of vergelijkbare locaties. Op basis van deze vergelijking wordt een grondprijs bepaald. Grondquote.
De grondquote betreft een vast te stellen percentage van de VON–prijs (excl. btw). Deze methode houdt voornamelijk rekening met de opbrengsten, maar minder mate met de kostenkant. Bijvoorbeeld: wanneer bepaalde kwaliteitsverbeteringen worden opgenomen die de bouwkosten per m² verhogen, wordt bij deze methodiek geen rekening gehouden met de invloed op de grondwaarde; die wordt immers in deze methode afgerekend op basis van de VON-opbrengst. De ontwikkelaar wordt dus niet gestimuleerd om kwaliteitsverbeteringen tot stand te brengen. Inschrijving. Bij deze methode kunnen gegadigden een prijs bieden voor de grond. De grond gaat naar de bieder met de beste prijs/kwaliteit c.q. beste plan/ontwerp. De gemeente kan daarbij al dan niet een bodemprijs vaststellen. De gemeente Asten voert een functioneel en marktconform grondprijsbeleid. In dit grondprijsbeleid wordt rekening gehouden met de economische draagkracht van de bestemming, activiteiten of functie en de locatie. Een bestemming als vrijstaande woning heeft meer economische draagkracht dan een sociale huurwoning, waardoor de grondprijs onder de eerste hoger ligt dan onder de laatste. Ook bijvoorbeeld zichtkavels op bedrijventerreinen brengen meer op dan een niet-zichtkavel. Dat kan ook gelden voor particuliere bouwkavels.
Pagina 29 van 34
9.2 Jaarlijkse vaststelling grondprijzen Het college stelt jaarlijks, binnen de kaders van de Nota Grondbeleid, de grondprijzen vast voor dat specifieke jaar. Dat gebeurt per locatie en verder uitgesplitst naar soort vastgoed. Beleidsuitgangspunt 8 | Grondprijzen ▪ De gemeente Asten voert een functioneel en marktconform grondprijsbeleid. ▪ De grondprijzen voor de diverse types onroerende zaken worden door het college van burgemeester en wethouders jaarlijks, per complex en (eventueel) gedifferentieerd, vastgesteld.
Pagina 30 van 34
10.
Kostenverhaal/ ruimtelijke ontwikkelingen
De gemeente is wettelijk verplicht om de kosten die zij voor een ruimtelijke ontwikkeling maakt te verhalen op de initiatiefnemer. Om het kostenverhaal te verzekeren dient de hoogte van de exploitatiebijdrage conform de Wro te worden vastgesteld. 10.1 Kostenverhaal Het kostenverhaal omvat de grondexploitatiekosten conform de kostensoortenlijst (artikel 6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro). De wet schrijft voor dat het kostenverhaal dient te geschieden door middel van een exploitatieplan, tenzij anders geregeld (door middel van een anterieure overeenkomst).
Figuur 4: Kostenverhaal
10.1.1 Anterieure overeenkomst Een anterieure overeenkomst heeft tot doel het vastleggen van afspraken tussen een gemeente en een particuliere partij over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Het perceel is in eigendom bij de private partij die voor eigen rekening en risico wil ontwikkelen. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de exploitant zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten (bijvoorbeeld kosten voor de aanleg van wegen of openbare voorzieningen, kosten voor aanpassing bestemmingsplan, e.d.) die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Daarnaast wordt in een anterieure overeenkomst vaak vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het uit te betalen bedrag aan planschade. Om de planschaderisico’s in beeld te krijgen, kan een planschaderisicoanalyse uitgevoerd worden. Wanneer de gemeente de kosten van het plan heeft gedekt door middel van een of meerdere anterieure overeenkomsten, hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. 10.1.2 Exploitatieplan Een exploitatieplan biedt de gemeente een publiekrechtelijke grondslag om de kosten van de grondexploitatie op de private ontwikkelaar te verhalen en om eisen en regels te stellen aan de ontwikkeling van de locatie.
Dit instrument is voor de gemeente een middel om de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken als er met een marktpartij geen overeenstemming kan worden bereikt over het sluiten van een anterieure overeenkomst. Daarnaast kan de exploitatieberekening van het exploitatieplan helpen om het kostenverhaal via de anterieure weg vorm te geven. Deze exploitatieberekening geeft aan wat de gemeente wettelijk aan kosten moet verhalen. Pagina 31 van 34
De kosten van de grondexploitatie bepaalt de gemeente aan de hand van de kostensoortenlijst (thans Bro afdeling 6.2 Grondexploitatie en toekomstig Aanvullingsbesluit Grondeigendom) en betreffen bijvoorbeeld de plankosten, de kosten voor aanleg van openbare ruimte, planschadevergoeding (op basis van afd. 6.1 Wro) en indien mogelijk een bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen. 10.1.3 Kostenverhaal onder de nieuwe Omgevingswet Het publiekrechtelijk kostenverhaal in de Omgevingswet wijkt op onderdelen af van de regeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Geen exploitatieplan; geen plicht tot jaarlijkse actualisatie en geen gebruik term grondexploitatie. Er is geen exploitatieplan meer. Publiekrechtelijk kostenverhaal is geïntegreerd in het Omgevingsplan, in het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Ook de plicht tot jaarlijkse actualisering van de cijfers is vervallen. De term grondexploitatie wordt niet meer gebruikt. De term grondexploitatiekosten is vervangen door kosten die gemaakt zijn voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Nieuw is publiekrechtelijk kostenverhaal voor gebiedsontwikkeling zonder tijdvak. Voor publiekrechtelijk kostenverhaal zijn er binnen de Omgevingswet twee systemen: kostenverhaal met en zonder tijdvak.
Het systeem van kostenverhaal met tijdvak is het systeem van kostenverhaal uit de Wro. De plannen hebben dan een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum. Daardoor is het goed mogelijk om de kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling vooraf te berekenen. In de Omgevingswet is een nieuw systeem voor kostenverhaal toegevoegd, namelijk kostenverhaal zonder tijdvak. Dit systeem is bestemd voor organische gebiedsontwikkeling. Dus voor plannen zonder een duidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum. Het gaat om plannen met globale functieaanduidingen die op verschillende manieren kunnen worden uitgewerkt. Dat maakt het moeilijk om de kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling vooraf te berekenen. Bij het vaststellen van het omgevingsplan is dan geen gedetailleerde raming van kosten en opbrengsten vereist, maar een kostenplafond. Het bevoegd gezag kan rekening houden met verschillende scenario's van gebiedsontwikkeling. Het kostenplafond wordt bepaald op basis van een scenariostudie, waarin scenario's voor het gebied worden vergeleken. Bij dit kostenverhaal zonder tijdvak worden de kosten en bijdragen pas bij de aanvraag geconcretiseerd.
Pagina 32 van 34
Het bevoegd gezag bepaalt de regels over de eindafrekening en verdeling kosten. De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden om het kostenverhaal op maat te regelen dan de Wro. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van een rekensystematiek voor het verdelen van de kostenverhaalsbijdragen en de eindafrekening. Ook is niet bepaald op welk moment de eindafrekening moet worden gemaakt. Het bevoegd gezag neemt in het projectbesluit, het Omgevingsplan of de Omgevingsvergunning regels op over de eindafrekening en over de verdeling van de kosten, een en ander overeenkomstig de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Daadwerkelijk kostenverhaal via kostenverhaalsbeschikking. Het innen van kosten gebeurt via de kostenverhaalsbeschikking. Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Dit gebeurt niet meer via de Omgevingsvergunning.
10.2 Groenfonds In 2005 heeft de provincie gemeenten de opdracht gegeven om na te denken over het vaststellen van een rood-met-groenregeling. De achterliggende gedachte is simpel: De ontwikkeling van stedelijke functies die een beslag leggen op het buitengebied (“rood”), wordt gekoppeld aan een gelijktijdige verbetering van de kwaliteit van het buitengebied (“groen”). De gemeente Asten heeft hier – net als de meeste andere gemeenten – een praktische invulling aan gegeven door een ‘groenfonds’ in het leven te roepen (2007). Voor iedere vierkante meter uitbreiding van het stedelijk gebied wordt € 2,- per vierkante meter gestort in dit fonds. Bij de uitbreiding van stedelijk gebied moet je denken aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en woningbouwlocaties. In 2011 heeft de provincie de landschapsinvesteringsregeling verder uitgebreid/verbreed. Sindsdien wordt er ook een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap gevraagd bij ontwikkelingen in het buitengebied zelf, zoals de uitbreiding van agrarische bedrijven. 10.3 Fonds Ruimtelijke Kwaliteit Bij de beoordeling van plannen voor de bouw van woningen en/of uitbreiding c.q. verplaatsing van detailhandelsvestigingen, met name in binnenstedelijk gebied, wordt naast de planologische en stedenbouwkundige afweging, gekeken of sprake is van negatieve (ruimtelijke) effecten.
Uitgangspunt is dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan indien verzekerd is, dat het optredende kwaliteitsverlies wordt gecompenseerd. In deze gevallen moet een bijdrage aan het fonds ruimtelijke kwaliteit worden voldaan. De kwaliteitsverbetering waarvoor een bijdrage dient te worden betaald, wordt vastgelegd in de ruimtelijke onderbouwing van het plan, het bestemmingsplan of vergunning en/of in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente. Pagina 33 van 34
In bijlage 3 is de Regeling vaststelling ontwikkelingen nader uitgewerkt.
bijdrage ruimtelijke kwaliteit stedelijke
10.4 Reserve ‘10%-afdracht openbare voorzieningen’. In het Coalitieakkoord 2022-2026 wordt het streven uitgesproken om 10% van het positief exploitatieresultaat bij woningbouwplannen in samenspraak met inwoners te gebruiken om te investeren in voorzieningen: bijvoorbeeld meer groen, speelgelegenheden of verkeersveiligheidsmaatregelen. Om dit te realiseren wordt een bestemmingsreserve (groen, speel, verkeer) gevormd. Jaarlijks bij het uitboeken van de positieve resultaten (minus vennootschapsbelasting) wordt 10% van dit resultaat toegevoegd aan deze reserve. Wanneer een beroep wordt gedaan op deze reserve, wordt daartoe een afzonderlijke voorstel aan de gemeenteraad gedaan. Hoofdstuk 10: Kostenverhaal ▪ De gemeente Asten hanteert als uitgangspunt dat met initiatiefnemers (marktpartijen of particulieren) over kostenverhaal in eerste instantie een anterieure overeenkomst wordt gesloten. ▪ Indien nodig wordt gebruik gemaakt van de publiekrechtelijke mogelijkheden van kostenverhaal op grond van de Wro en per 1 januari 2024 op grond van de Omgevingswet. ▪ Voor het berekenen van de kosten maakt de gemeente gebruik van de plankostenscan. ▪ Op grond van de rood-met-groenregeling wordt per m2 uit te geven bouwgrond een bedrag van € 2,00 afgedragen aan de algemene dienst.
▪ In het kader van ruimtelijke initiatieven wordt gebruik gemaakt van de ‘Regeling bijdrage Ruimtelijke Kwaliteit woningbouwinitiatieven binnen stedelijk gebied’. ▪ Binnen de grondexploitatie vormen we de reserve ‘10%-afdracht openbare voorzieningen’.
Pagina 34 van 34
Bijlage 1: Hoofdlijnen bevoegdheden grondbeleid- en exploitatie
WAAR
Algemene Verkoopvoorwaarden 2023 betreffende de verkoop van bouwgrond door de gemeente Asten ZAAKNUMMER: 2023034653
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;
gelet op artikel 160, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit:
vast te stellen de Algemene Verkoopvoorwaarden 2023 betreffende de verkoop van bouwgrond door de gemeente Asten
Geldigheid, voorrang en gestanddoening
Artikel 1 Geldigheid en voorrangsregel 1. Deze algemene verkoopvoorwaarden gemeente Asten 2023 horen bij iedere koopovereenkomst tussen de gemeente Asten en haar koper(s) waarin ze uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard. De koopovereenkomst en de algemene verkoopvoorwaarden vormen één onverbrekelijk geheel. 2. Daar waar er sprake is van strijdigheid tussen deze algemene verkoopvoorwaarden en de tekst uit de koopovereenkomst, gaat de tekst uit de koopovereenkomst voor op deze algemene verkoopvoorwaarden.
Artikel 2 Gestanddoening koop en boetebeding 1. Indien de gegadigde, nadat hij de koopovereenkomst voor akkoord heeft ondertekend en geretourneerd aan de gemeente, maar voor het moment van tot
stand komen van de koopovereenkomst door een besluit van het college en ondertekening door de burgemeester, middels aangetekend schrijven aan de gemeente te kennen geeft de koop niet door te willen laten gaan, is hij aan de gemeente over de koopsom, de wettelijke rente verschuldigd over de periode vanaf het moment waarop de door de gegadigde getekende koopovereenkomst door de gemeente is ontvangen tot aan het tijdstip waarop de voornoemde aangetekende brief door de gemeente is ontvangen. 2. Indien de koper na het tot stand komen van de koopovereenkomst door een besluit van het college en ondertekening door de burgemeester, middels aangetekend schrijven aan de gemeente te kennen geeft de koop niet gestand te doen, is de koopovereenkomst van rechtswege ontbonden. De koper is in dat geval aan de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst direct opeisbare boete ten bedrage van 10% van de koopsom verschuldigd.
Verkoopvoorwaarden
Artikel 3 Tekening Van elke verkoop maakt een tekening deel uit waarop de situering en omvang van de over te dragen onroerende zaak bij benadering is aangegeven. Deze tekening wordt als bijlage bij de betreffende koopovereenkomst gevoegd en maakt daar integraal onderdeel van uit.
Artikel 4 Ligging en omvang 1. Aan de verkooptekening bedoeld in artikel 3 kunnen geen vaste maten worden ontleend. De verkooptekening geeft de koper evenmin rechten ten aanzien van de verkaveling en bebouwing rond het verkochte. 2. De grenzen van de onroerende zaak worden voor de datum van de feitelijke levering door of namens de gemeente met daarvoor geëigende grenskenmerken in het terrein aangeduid. De kosten hiervan zijn voor rekening van koper. 3. De koper machtigt de gemeente de kadastrale aanwijzing in het kadaster te verzorgen. 4. Het verschil tussen de werkelijke en de in de koopovereenkomst genoemde grootte van het verkochte zal aan geen der partijen aanleiding geven tot verrekening respectievelijk het instellen van enigerlei actie.
Artikel 5 Kosten, rechten, lasten en belastingen 1. Alle kosten, rechten en belastingen met betrekking tot de koopovereenkomst en met betrekking tot de juridische levering en de notariële akte van levering, waaronder begrepen het kadastrale recht alsmede eventueel andere verschuldigde belastingen, zijn voor rekening van de koper.
2. Alle lasten en belastingen, die op of ter zake de onroerende zaak worden geheven, komen met ingang van 1 januari van het jaar, volgend op de datum van de notariële akte van levering voor rekening van de koper.
Artikel 6 Koopsom en juridische levering 1. De juridische levering vindt plaats ten overstaan van een door de koper aan te wijzen notaris. Indien de koper niet binnen maximaal 5 dagen nadat de koopovereenkomst is ondertekend door beide partijen een notaris aanwijst, zal de gemeente een notaris aanwijzen. 2. De betaling van de koopsom en van de overige kosten, rechten en belastingen ten aanzien van de onroerende zaak vindt plaats bij gelegenheid van de juridische levering en via de notaris die de notariële akte verlijdt. 3. De notariële akte van levering moet worden verleden binnen zes maanden vanaf de verzenddatum van de door partijen ondertekende koopovereenkomst aan koper. 4. De koper kan uiterlijk 3 weken voor het einde van de termijn, zoals bepaald in het derde lid, bij het college een verzoek indienen tot verlenging van deze termijn. Het college reageert zo spoedig mogelijk op dit verzoek. 5. Bij verlenging van de termijn, als genoemd in lid 4, vanwege een oorzaak die aan de koper te wijten of toe te rekenen is, is de koper verplicht de wettelijke rente aan de gemeente te voldoen. De wettelijke rente is verschuldigd over de koopsom exclusief BTW, vanaf de uiterlijke datum van juridische levering zoals bedoeld in lid 3 tot de daadwerkelijke datum van juridische levering van de onroerende zaak.
Artikel 7 Juridische en feitelijke staat en verantwoordelijkheid bij juridische levering 1. De onroerende zaak wordt vrij van hypotheken, beslagen, huur of ander gebruik of aanspraken overgedragen. Alle eventueel aan de onroerende zaak verbonden erfdienstbaarheden, kwalitatieve verplichtingen en beperkte rechten blijven er op rusten, tenzij in de koopovereenkomst uitdrukkelijk anders is overeengekomen en door de koper uitdrukkelijk aanvaard. 2. De koper aanvaardt uitdrukkelijk die lasten en beperkingen die op het moment van ondertekening van de koopovereenkomst voor koper kenbaar zijn uit de openbare registers, de (laatste) akte(n) van levering en/of andere akten waarbij vooromschreven rechten, bedingen en verplichtingen werden gevestigd, alsmede die lasten en beperkingen die voor koper uit de feitelijke situatie kenbaar zijn en/of voor gegadigde / koper geen wezenlijk zwaardere belasting vormen. 3. De gemeente staat er voor in dat zij gerechtigd is de eigendom van de onroerende zaak over te dragen. 4. De onroerende zaak zal bij de juridische levering in bouwrijpe staat worden geleverd, als uitgewerkt in artikel 10. 5. Ten tijde van de juridische levering zal de feitelijke levering van het verkochte, behoudens nadere overeenkomst, geschieden ter gelegenheid van de ondertekening
van de akte tot levering. Als de feitelijke levering eerder plaatsvindt, dan eindigt de zorgplicht van de gemeente bij de feitelijke levering. 6. Vanaf het moment van feitelijke levering is de gemeente niet meer verantwoordelijk voor het verkochte (de onroerende zaak).
Artikel 8 Ingebruikneming 1. De koper neemt de onroerende zaak in gebruik nadat de notariële akte van levering is verleden. 2. Het college kan op schriftelijk verzoek van de koper, voor het verlijden van de notariële akte van levering, toestemming verlenen de onroerende zaak in gebruik te nemen. Deze toestemming wordt verleend indien de koper de volledige koopsom rechtstreeks aan de gemeente heeft voldaan. De gemeente is in dat geval vanaf het moment van feitelijke ingebruikname van de onroerende zaak door gegadigde / koper, niet meer verantwoordelijk voor het verkochte (de onroerende zaak). Dit conform c.q. in lijn met het bepaalde in artikel 22.
Artikel 9 Beoogd gebruik De koper is gehouden de onroerende zaak niet anders te gebruiken dan overeenkomstig het van toepassing zijnde (ontwerp) bestemmingsplan of omgevingsplan.
Artikel 10 Bouwrijpe staat 1. Tenzij in de koopovereenkomst uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt de onroerende zaak bouwrijp geleverd. Bouwrijp wil zeggen: a. dat het gebied waarin de onroerende zaak is gelegen voorzien is van bovengrondse en ondergrondse infrastructuur, welke aansluit op de onroerende zaak. Dit betekent dat de onroerende zaak in de nabijheid is voorzien van een dwa-rioleringsstelsel met uitlegger(s) tot de erfgrens richting de toekomstige woning(en), dat bouwwegen zijn aangelegd en dat de kabels en leidingen ten behoeve van de nutsvoorzieningen door de nutsbedrijven kunnen worden aangelegd; b. ook is de onroerende zaak vrijgemaakt van funderingsresten, boomstobben, boomwortels >20 mm en puinrestanten in de aanwezige grond > 31,5 mm, zijn de niet-te-handhaven opstallen gesloopt, zijn de niet-te-handhaven bomen gerooid en is de grond opgeschoond, geëgaliseerd en op een vooraf door of vanwege de gemeente te bepalen peil gebracht; c. dat de onroerende zaak geen boven- of ondergrondse obstakels kent die de realisering van het bouwplan in de weg staan. 2. De onroerende zaak wordt niet opgehoogd of afgegraven. De koper koopt de onroerende zaak wat dat betreft in de feitelijke staat ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst.
3. De gemeente brengt of wijst een nutstracé aan voor de aan te leggen nutsvoorzieningen door de nutsbedrijven en spant zich in om ervoor te zorgen dat de nutsbedrijven de benodigde nutsvoorzieningen tijdig realiseren. De gemeente kan nimmer aansprakelijk worden gesteld voor vertragingen en/of andere ongemakken die voortvloeien uit de gedragingen/handelwijze van de nutsbedrijven. De huisaansluiting (netwerkaansluiting voor data, water en elektriciteit vanuit de openbare ruimte naar de bebouwing op de onroerende zaak) is de verantwoordelijkheid van de koper. Deze dient tijdig de benodigde huisaansluitingen aan te vragen bij de nutsbedrijven.
Artikel 11 Milieukundig onderzoek 1. Omtrent de aanwezigheid van voor het milieu of de volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen in de grond van de onroerende zaak, wordt door de gemeente op haar kosten een verkennend bodemonderzoek verricht. De resultaten van dit onderzoek worden vastgelegd in een rapport. In dit rapport zal de toestand van de grond worden beschreven en hieruit dient te blijken dat er geen reden is om aan te nemen dat zich in de grond stoffen bevinden, die naar de huidige maatstaven schadelijk zijn te achten voor het milieu, of anderszins onaanvaardbaar zijn. 2. Als tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van het bouwplan, maar voor het moment van het passeren van de notariële akte van levering, zou blijken van de aanwezigheid van voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen, die van zodanige concentratie en aard zijn dat van de koper in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij zonder sanering van de grond tot bebouwing van de onroerende zaak over kan gaan: a. heeft de koper het recht om eenzijdig de koopovereenkomst te ontbinden en de onroerende zaak ter vrije beschikking van de gemeente te stellen. Dit moet, voor zover redelijkerwijs mogelijk, gebeuren in de toestand waarin de onroerende zaak zich bevond bij het aangaan van de koopovereenkomst.
De koper dient de ontbinding middels aangetekend schrijven aan de gemeente kenbaar te maken; of b. treden partijen onderling in overleg om nadere afspraken te maken over de te nemen saneringsmaatregelen en de kosten daarvan en de gevolgen daarvan voor de in de koopovereenkomst neergelegde afspraken. Deze nadere afspraken worden schriftelijk vastgelegd en aan de koopovereenkomst verbonden als onlosmakelijk onderdeel daarvan. De koper heeft geen recht op vergoeding van eventueel geleden schade. De gemeente zal binnen 4 weken na ontbinding per aangetekende brief de door de koper gestorte koopsom via de notaris terug laten betalen aan de koper. 3. Onder voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen wordt niet verstaan: funderingsrestanten, puin of andere restanten van bouwkundige aard, tenzij deze materialen stoffen bevatten die genoemd zijn in de Wet milieubeheer. Evenmin wordt hieronder verstaan de aanwezigheid van omstandigheden die de draagkracht van de grond beïnvloeden en stobben van bomen of struiken.
Bouwplan
Artikel 12 Bouwplan, bouwplicht en teruglevering bij niet nakoming bouwplicht 1. De koper is verplicht de onroerende zaak te bebouwen overeenkomstig een door de koper ingediend en door de gemeente verleende omgevingsvergunning voor het bouwplan. 2. Binnen 24 weken na het passeren van de notariële akte van levering dient de koper een ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwplan in te dienen bij de gemeente. 3. De koper is, nadat hij de beschikking heeft over een omgevingsvergunning, verplicht om: a. binnen 16 weken te starten met de realisering van het bouwplan overeenkomstig het blijkens de omgevingsvergunning door de gemeente goedgekeurde bouwplan. Onder het starten wordt verstaan dat de palen geheid zijn en/of fundamenten gelegd; b. het bouwplan binnen 2 jaar na het starten te voltooien en gereed te melden bij de gemeente tenzij op grond van bijzondere omstandigheden op verzoek van de koper, door het college schriftelijk uitstel wordt verleend; c. de onroerende zaak op behoorlijke wijze overeenkomstig de van toepassing zijnde bestemming in te richten en ingericht te houden; d. de onroerende zaak en de woning overeenkomstig de van toepassing zijnde bestemming in gebruik te nemen. 4.
Indien de koper niet of niet tijdig voldoet aan zijn bouwverplichting als bedoeld in lid 3, is de koper, indien de gemeente dat wenst, verplicht om de onroerende zaak vrij van hypotheken en andere aanspraken van derden, hoe ook genaamd, op eerste vordering van de gemeente aan die gemeente (terug) te leveren, tegen betaling door de gemeente van een bedrag gelijk aan de oorspronkelijk tussen de gemeente en de koper overeengekomen koopsom, verminderd met 10% en eventueel overige door de koper aan de gemeente (verkoper) verschuldigde bedragen. Voor eventueel aan of op de onroerende zaak verrichte of aangebrachte werken kan generlei vergoeding van de gemeente worden gevorderd. 5. De kosten van of in verband met de (terug)levering van de onroerende zaak zoals in lid 4 genoemd komen geheel voor rekening van de koper. 6. De koper geeft door het sluiten van de koopovereenkomst onherroepelijk volmacht tot de in dit artikel bedoelde (terug)levering. 7. De koper is verplicht om, op verzoek van de gemeente, in verband met de (terug)levering als bedoeld in dit artikel, binnen een door de gemeente te bepalen redelijke termijn op zijn kosten zorg te dragen voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen van de onroerende zaak, bij gebreke waarvan de gemeente dit doet of laat doen op kosten van de koper.
De gemeente kan hierbij schriftelijk aanwijzingen geven over veranderingen aan de onroerende zaak die juist niet ongedaan gemaakt mogen of hoeven te worden gemaakt, zoals waarde-verhogende veranderingen. De koper is verplicht om deze aanwijzingen op te volgen.
8. Indien de gemeente (terug)levering als bedoeld in dit artikel wenst en de onroerende zaak op de dag van (terug)levering niet volledig vrij is van hypotheken en andere aanspraken van derden, geschiedt de (terug)levering zonder dat de gemeente op dat moment het in lid 4 genoemde bedrag hoeft te betalen. De koper is alsdan in verzuim met zijn verplichting tot volledig onbezwaarde (terug)levering. Betaling van het in lid 4 genoemde bedrag zal alsnog door de gemeente geschieden, zodra de onroerende zaak alsnog volledig vrij is van de op de dag van (terug)levering daarop rustende hypotheken en andere aanspraken van derden. Ook overigens heeft de gemeente het recht tot verrekening.
Artikel 13 Verplichting tot zelfbewoning en vervreemdingsverbod 1. Koper verplicht zich de woning of het woonappartement uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen en die woning met de daartoe behorende grond niet aan derden geheel of gedeeltelijk te vervreemden, te verhuren of enig goederenrechtelijk gebruiks- of genotsrecht overeen te komen, een en ander behoudens het vermelde in de hierna volgende leden. 2. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel vervalt nadat de koper de op de verkochte grond te bouwen woning na eerste ingebruikneming gedurende de eerste drie (3) achtereenvolgende jaren heeft bewoond. Als maatstaf voor de bewoning geldt hierbij de datum waarop de gereedmelding van de woning is gedaan. 3. Bij niet nakoming van de in dit artikel met de koper overeengekomen verplichtingen is de koper een direct opeisbare boete verschuldigd van € 50.000,-- ten behoeve van de gemeente Asten. 4. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing in geval van: a. verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 BW; b. executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers ex artikel 3:268 BW; c. overlijden van de koper of diens partner; d. schriftelijke ontheffing door burgemeester en wethouders als bedoeld in lid 5. 5.
Het college van burgemeester en wethouders kan schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. De ontheffing wordt verleend in geval van: a. een schriftelijke verklaring van verandering van werkkring van de koper op grond waardoor redelijkerwijs verhuisd dient te worden; b. een schriftelijke verklaring van verhuizing welke noodzakelijk is door de gezondheid van koper of een van zijn gezinsleden; c. ontbinding van het huwelijk of van het geregistreerd partnerschap van de koper door echtscheiding of ontbinding van het samenlevingscontract; d. bijzondere omstandigheden zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders.
6. De koper of diens verkrijger zal bij overtreding of niet-nakoming van een of meer bepalingen in dit artikel in verzuim zijn door het enkele feit van de overtreding of niet-nakoming, zonder dat enige ingebrekestelling daartoe zal worden vereist, zodat zowel de bedongen boete dan terstond zal kunnen worden gevorderd door de gemeente Asten.
Artikel 14 Erfafscheiding De door de koper gewenste erfafscheiding(en) wordt (worden) door koper voor diens rekening geplaatst, voor zover toepasselijk in samenwerking met de (toekomstige) eigenaren van de naburige kavels. De koper doet voor zover het betreft naburige belendende niet-verkochte kavels die (nog) in eigendom zijn van de gemeente afstand van zijn rechten als bedoeld in de artikelen 5:46 en 5:49 BW, zolang de gemeente eigenaar is van de betreffende kavel.
Artikel 15 Gedoogplicht en opstalrecht 1. De koper is verplicht, voordat met graafwerkzaamheden op de onroerende zaak wordt begonnen, kennis te nemen van de aanwezigheid van kabels, rioleringen en mogelijke andere soortgelijke voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden in de grond en schade hieraan te voorkomen. 2. De koper is verplicht te gedogen dat al hetgeen ten behoeve van openbare voorzieningen zoals aanduidingsborden, schakelkasten, armaturen en dergelijke die op, in of boven de onroerende zaak zijn aangebracht, worden onderhouden en vernieuwd. 3. De koper is tevens verplicht op, in, aan of boven de grond van de onroerende zaak de aanwezigheid van door of vanwege de gemeente aangebrachte leidingen, kabels, palen, rioleringen, drainagebuizen en andere voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden te gedogen en toe te laten dat deze voorzieningen worden onderhouden en vernieuwd. 4. De gemeente is niet gehouden tot het betalen van enige vergoeding ter zake van het gedogen als bedoeld in lid 2 respectievelijk lid 3. 5. De verplichtingen als opgenomen in lid 1, lid 2 en lid 3 van dit artikel worden door de koper aanvaard als een kwalitatieve verplichting ex artikel 6:252 BW ten behoeve van de gemeente en rustende op de onroerende zaak welke in de notariële akte van levering zal worden opgenomen en zal worden ingeschreven in het Openbare Register.
Indien en voor zover de verplichtingen als omschreven in lid 1, lid 2 en/of lid 3 van dit artikel niet kunnen worden aangemerkt als kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 BW, zullen deze worden aangemerkt als kettingbeding, als omschreven in artikel 26 en wordt als zodanig uitdrukkelijk door de koper aanvaard. Eventuele hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de koper. 6. Voor zover noodzakelijk kan er een opstalrecht in de koopovereenkomst worden opgenomen ten behoeve van een in de koopovereenkomst aan te geven rechthebbende, inhoudende het recht om kabels en leidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen te hebben, te houden, te inspecteren, te onderhouden en te
vernieuwen. Op de tekening die hoort bij de koopovereenkomst wordt in dat geval het betreffende gedeelte van de onroerende zaak aangeduid waar het opstalrecht betrekking op heeft. Indien door genoemde werkzaamheden schade wordt veroorzaakt die naar het oordeel van de gemeente redelijkerwijs niet ten laste van de koper kan worden gebracht, wordt deze vergoed. 7. Bij het opstalrecht als bedoeld in lid 6 wordt bepaald dat het niet is toegestaan om op, in of boven dat gedeelte van de bouwkavel geen bouwwerken mogen worden opgericht en/of een gesloten wegdek worden aangebracht, ontgrondingen worden verricht of bomen, dan wel diep wortelende struiken worden geplant, of aan derden toestemming tot zulk een handeling moet worden verleend. 8. Voor het opstalrecht als bedoeld in lid 6 en lid 7 is rechthebbende geen enkele vergoeding verschuldigd.
Artikel 16 Erfdienstbaarheden over en weer voor opstallen 1. Voor zover noodzakelijk zal, ten behoeve of ten laste van de onroerende zaak in de notariële akte van levering worden gevestigd en aangenomen, alle zodanige erfdienstbaarheden, waardoor de toestand waarin de onroerende zaak (het verkochte) en omliggende percelen zich ten opzichte van elkaar bevinden, gehandhaafd blijft. 2. Onder andere geldt dit voor wat betreft de aanwezigheid van onder- en bovengrondse kabels en leidingen, rioleringen, waterafvoeren, ventilatiesystemen, lichtinval, inankeringen, inbalkingen en overbouwingen. Hieronder kan echter nimmer een verbod tot bouwen of verbouwen worden verstaan.
Artikel 17 Gebruik gemeentegronden Gemeentelijke gronden, zoals andere (aangrenzende) bouwkavels, groenstroken, wegen, voetpaden en dergelijke, mogen zonder schriftelijke toestemming van (of namens) het college niet als opslagterrein van bouwmaterialen, keten en andere voor het bouwplan benodigde zaken worden gebruikt.
Artikel 18 Vergoeding of herstel van schade aan gemeente-eigendommen De koper is verplicht alle schade aan de openbare weg, aan daaraan grenzende gemeenteeigendommen en aan alle zich daarop/daarin bevindende voorzieningen, die veroorzaakt wordt door de ten behoeve van het op de onroerende zaak op te richten bouwplan, uit te voeren werkzaamheden (waaronder bouwverkeer) en die aan de koper kan worden toegerekend, op een door de gemeente aan te geven wijze binnen een daarbij te stellen termijn te vergoeden dan wel voor rekening van de koper te (doen) herstellen.
Artikel 19 Openbare voorzieningen
Ten behoeve van de gemeente wordt in de koopovereenkomst en in de akte van levering de volgende kwalitatieve verplichting vastgelegd, in onderstaande bewoordingen of bewoordingen van vergelijkbare strekking: De koper is verplicht toe te laten dat door de gemeente of door haar aan te wijzen derden op, in, aan of boven een gedeelte van de onroerende zaak zoveel en zodanige (lantaarn)palen, kabels, leidingen, draden en andere voorwerpen worden aangebracht, als dat met het oog op openbare voorzieningen wenselijk en/of noodzakelijk is. De gemeente is niet aansprakelijk voor eventueel hierdoor geleden schade door koper. Als koper in strijd handelt met deze kwalitatieve verplichting, verbeurt koper aan de gemeente een zonder ingebrekestelling direct opeisbare boete van € 100,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.
Artikel 20 Leges De koper is gehouden tot betaling van leges conform de gemeentelijke verordening en overige verschuldigde heffingen.
Algemene Bepalingen
Artikel 21 Risico Vanaf de datum van de juridische levering is de onroerende zaak voor risico van de koper en dient de koper de onroerende zaak voor haar rekening en op een door haar te bepalen wijze te verzekeren. Indien de feitelijke levering aan de koper plaatsvindt op een eerder tijdstip dan de juridische levering, dan gaat het risico op de koper over vanaf de datum van de feitelijke levering. Artikel 22 Overdracht contractpositie 1. Het is de koper zonder schriftelijke toestemming daartoe van de gemeente niet toegestaan om de verplichtingen die koper op grond van de koopovereenkomst en deze algemene verkoopvoorwaarden (voor zover deze algemene verkoopvoorwaarden van toepassing zijn verklaard op de betreffende koopovereenkomst) heeft, geheel of gedeeltelijk over te dragen aan derden. 2. Op schriftelijk verzoek van de koper kan de gemeente medewerking verlenen aan overdracht van het recht van de koper op juridische levering van de onroerende zaak aan een derde, bijvoorbeeld middels een zogenoemde A-B-C-levering. De gemeente is gerechtigd om hieraan nadere voorwaarden te verbinden.
Artikel 23 Doorverkoop 1. Indien een onroerende zaak wordt verkocht voor de bouw van meerdere woningen, staat de gemeente - in afwijking van artikel 13 van deze algemene
verkoopvoorwaarden - toe dat de koper de rechten op overdracht van gedeeltes van de onroerende zaak de grond overdraagt aan de (vervolg)kopers van de op de verkochte grond te bouwen woningen, eventueel voordat de bebouwing tot stand is gekomen. 2. De overdracht van de rechten op levering, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan slechts plaatsvinden onder voorwaarde dat: a. door de koper aan de (vervolg)kopers van de door koper te bouwen woningen de verplichting wordt opgelegd dat die (vervolg)kopers de grond zullen bebouwen overeenkomstig een door (of namens) burgemeester en wethouders goedgekeurd bouwplan; b. de koper zich tegenover de gemeente garant stelt voor de bouw, waartoe hij zich tegenover de (vervolg)kopers van de door hem op de verkochte grond te bouwen woningen heeft verplicht.
Artikel 24 Boetebepaling 1. Voor elke toerekenbare tekortkoming in de nakoming van enige verplichting, voortvloeiende uit de koopovereenkomst en deze daarin van toepassing verklaarde algemene verkoopvoorwaarden, verbeurt de koper, na ingebrekestelling en bij uitblijven van de nakoming door de koper binnen de in die ingebrekestelling bepaalde termijn, ten behoeve van de gemeente een zonder rechtelijke tussenkomst direct opeisbare boete van 10% procent van de koopsom, tenzij op de betreffende nietnakoming in enig artikel in de koopovereenkomst en/of deze algemene verkoopvoorwaarden afzonderlijk een boete is gesteld, in welk geval de afzonderlijke boeteregeling van toepassing is. 2. Naast het gestelde in lid 1 van dit artikel behoudt de gemeente de bevoegdheid om een vergoeding te vorderen voor eventuele schade die is ontstaan en die de boete te boven gaat. Ook behoudt de gemeente het recht om daarnaast in rechte nakoming te vorderen. 3. Alle kosten die voortkomen uit de toerekenbare tekortkoming in de nakoming, komen voor rekening van de nalatige koper of diens rechtsverkrijger(s).
Artikel 25 Faillissement en beslag 1. Indien de koper voor het passeren van de akte van levering in staat van faillissement wordt verklaard of surseance van betaling heeft gekregen, dan wel er voor het passeren van de akte van levering executoriaal beslag is gelegd op roerende en/of onroerende goederen van de koper, heeft de gemeente het recht de koopovereenkomst te ontbinden, zonder dat een ingebrekestelling en/of rechterlijke tussenkomst is vereist. 2. Indien reeds de feitelijke levering van de onroerende zaak (het verkochte) heeft plaatsgevonden, is de koper verplicht de onroerende zaak (het verkochte) onverwijld weer in de macht van de gemeente terug te brengen, voor zover mogelijk in de staat waarin dit zich bevond ten tijde van de feitelijke levering van de onroerende zaak (het verkochte).
3. Als lid 1 of lid 2 uit dit artikel zich voordoet, zullen reeds betaalde gedeelten van de koopsom aan de koper worden terugbetaald, met vermindering van de uit hoofde van deze overeenkomst verschuldigde kosten en boeten.
Artikel 26 Ingebrekestelling 1. Een partij is in verzuim jegens de wederpartij als hij na schriftelijk per aangetekende brief in gebreke te zijn gesteld binnen de in de ingebrekestelling gestelde redelijke termijn nalatig is of blijft om aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen. Een redelijke termijn is in ieder geval verstreken na verloop van dertig dagen. 2. Wanneer een partij in verzuim is, is deze verplicht alle schade die de wederpartij dientengevolge lijdt te vergoeden en kan deze wederpartij de overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden. 3. Wanneer het verzuim betrekking heeft op het meewerken aan de feitelijke/juridische levering dan wel op de voldoening van de koopsom, zal de nalatige partij daarnaast ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren van 10% van de totale koopsom. 4. Voor zover de wederpartij meer schade lijdt, heeft hij, naast de in lid 3 vermelde boete, recht op aanvullende schadevergoeding. 5. Betaalde of verschuldigde boete wordt niet in mindering gebracht op eventueel verschuldigde schadevergoeding met rente en kosten. 6. Naast het hierboven gestelde behouden partijen het recht om bij niet-nakoming van enige verplichting nakoming te vorderen.
Artikel 27 Geschillenregeling Alle geschillen, die naar aanleiding van de koopovereenkomst en de daarin van toepassing verklaarde algemene verkoopvoorwaarden mochten ontstaan, van welke aard en omvang ook, daaronder mede begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd, zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter, tenzij partijen een andere manier van geschilbeslechting overeenkomen.
Artikel 28 Algemene termijnenwet Op de in deze overeenkomst gemelde termijnen is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
Artikel 29 Domicilie De koper zonder werkelijke of gekozen woonplaats binnen Nederland is verplicht, met betrekking tot de gevolgen voor de verkoop en de juridische levering, bij de notariële akte
van levering domicilie te kiezen binnen de gemeente ten kantore van de notaris ten overstaan van wie de notariële akte van levering wordt verleden.
Artikel 30 Kettingbedingen 1. De koper verplicht en verbindt zich jegens de gemeente, die dit voor zich aanvaardt, het bepaalde in artikel 16 van deze algemene verkoopvoorwaarden, bij de juridische levering van het geheel of een gedeelte van de onroerende zaak alsmede bij verlening c.q. vestiging daarop van een zakelijk recht, aan de nieuwe eigena(a)r(en) of zakelijk gerechtigde(n) op te leggen. De koper is verplicht om het in voornoemde artikelen bepaalde in de notariële akte woordelijk op te nemen, zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van 10% van de koopsom ten behoeve van de gemeente, met de bevoegdheid voor deze laatste om daarnaast nakoming en/of eventueel meer geleden schade te vorderen. 2. Op gelijke wijze als het in lid 1 bepaalde verbindt de koper zich jegens de gemeente tot het bedingen bij wijze van derdenbedingen van de nieuwe eigena(a)r(en) of zakelijk gerechtigde(n) dat ook deze het bepaalde in het in lid 1 bedoelde artikel als de verplichting om dit door te geven en de daaraan gekoppelde boete, zal opleggen aan diens rechtsopvolger(s)/zakelijk rechtigden(n). Elke opvolgende vervreemder neemt daarbij namens en ten behoeve van de gemeente het beding aan.
Artikel 31 Hoofdelijke aansprakelijkheid en ondeelbaarheid 1. Indien in de koopovereenkomst meer dan één (rechts)persoon als koper is opgenomen, is ieder van hen hoofdelijk tegenover de gemeente aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen, die uit de verkoop voortvloeien. 2. De verplichtingen die voor de koper uit de verkoop voortvloeien, zijn steeds ten opzichte van de gemeente ondeelbaar.
Artikel 32 Afwijkingsbevoegdheid 1. Het college kan besluiten dat van één of meerdere bepalingen van deze algemene verkoopvoorwaarden wordt afgeweken. 2. Indien het college besluit tot afwijking van de algemene verkoopvoorwaarden, kan zij hieraan voorwaarden verbinden. 3. Koper wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Artikel 33 Slotbepalingen 1. Deze Algemene verkoopvoorwaarden zijn door het college op 11 mei 2023 vastgesteld en op 24 oktober 2023 gewijzigd vastgesteld. De geconsolideerde versie (inclusief de wijziging) treedt in werking daags na de bekendmaking in het Gemeenteblad.
2. Deze verkoopvoorwaarden kunnen worden aangehaald onder de titel “Algemene Verkoopvoorwaarden 2023 betreffende de verkoop van bouwgrond door de gemeente Asten”.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten van 24 oktober 2023.
College van burgemeester en wethouders van Asten,
M. Derks
A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
secretaris
burgemeester
Bijlage 3: Regeling vaststelling bijdrage ruimtelijke kwaliteit stedelijke ontwikkelingen. Artikel 1 Begripsbepalingen: Bijdrage ruimtelijke kwaliteit: Het financieel bijdragen aan de uitwerking van de ruimtelijke ambities zoals vastgelegd in de omgevingsvisie door middel van gemeentelijke investeringen ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en daarmee het woon-, leef- en vestigingsklimaat. Bedrijven: Alle bedrijfsfuncties, exclusief detailhandelsfuncties. Bruto vloeroppervlak (BVO): De totale oppervlakte van een gebouw, gemeten vanaf de buitenkant van de buitenmuren. Het omvat alle verdiepingen en delen van het gebouw, inclusief gangen, trappenhuizen, gemeenschappelijke ruimtes en technische ruimtes. Grondgebonden woning: Een hoofdgebouw dat één woning omvat die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau, waarvan één van de woonlagen aansluit op het maaiveld en die de beschikking heeft over een op de grond gelegen terras en/of een tuin. Detailhandel: Bedrijven die fysieke goederen voor persoonlijk gebruik aan de consument leveren. Gebruiksoppervlak (GBO): De totale oppervlakte van een gebouw die daadwerkelijk gebruikt kan worden. Het omvat alle ruimtes die functioneel zijn en door mensen kunnen worden gebruikt.
Hoofdgebouw: Gebouw dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. Hierbij wordt de gehele bouwmassa van dit belangrijkste gebouw bij het hoofdgebouw gerekend. Niet grondgebonden woningen: Alle woningen die niet voldoen aan de begripsomschrijving ‘grondgebonden woning’. Stedelijke ontwikkeling: het werkingsgebied ’stedelijk ontwikkeling’ zoals is bepaald in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant dan wel het door Provinciale Staten van NoordBrabant vast te stellen vervangend werkingsgebied. Woning: Complex van ruimten geschikt en bestemd voor de huisvesting van een huishouden. Wijziging van het planologisch regime: Een verandering van geldende bestemming als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dan wel functie als bedoeld in de Omgevingswet door middel van een wijziging of
afwijking van de bestemming/omgevingsplan en/of de op deze bestemming/functie van toepassing zijnde bouw- en/of gebruiksregels. Overige functies: Niet zijnde woningen, bedrijven of detailhandelsfuncties. Regeling: Deze ‘Regeling vaststelling bijdrage ruimtelijke kwaliteit stedelijke ontwikkelingen’. Sociale huurwoning: Een woning met een (aanvangs-)huurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a. van de Wet op de huurtoeslag. Regeling: Deze ‘Regeling vaststelling bijdrage ruimtelijke kwaliteit stedelijke ontwikkelingen’. Artikel 2 Wijze van meten: Bij de toepassing van deze Regeling wordt de inhoud van het Hoofdgebouw als volgt vastgesteld: de planologisch maximaal toegestane bouwmogelijkheden tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken van het Hoofdgebouw zoals die mogelijk wordt gemaakt door middel van de Wijziging van het planologisch regime. Artikel 3 Werkingsgebied: Deze Regeling heeft uitsluitend betrekking op besluiten tot wijziging van het planologisch regime ten behoeve van het op verzoek van een ontwikkelaar/ initiatiefnemer toestaan van een stedelijke ontwikkelingen. Artikel 4 Criteria t.b.v.
het bepalen van de hoogte van de bijdrage ruimtelijke kwaliteit: Ingeval van een ingediend verzoek door een ontwikkelaar/initiatiefnemer tot wijziging van het planologisch regime ten behoeve van het toestaan van een bouwplan ten behoeve van een stedelijke ontwikkeling, is een bijdrage ruimtelijke kwaliteit aan de gemeente verplicht. De hoogte van de Bijdrage ruimtelijke kwaliteit wordt als volgt vastgesteld: Grondgebonden woningen: Per aangevraagde woning is € 2.000,- verschuldigd. ▪ Verder is, ongeacht het aantal woningen een bedrag verschuldigd van € 35,- per kubieke meter voor dat gedeelte van de inhoud van het hoofdgebouw dat de 300 kubieke meters overschrijdt. Niet grondgebonden woningen: Per aangevraagde woning is € 2.000,- verschuldigd. ▪ Ongeacht het aantal woningen is daarnaast een bedrag verschuldigd over de inhoud van het Hoofdgebouw waarin door middel van een Wijziging van het planologisch regime nieuwe woningen worden toegestaan. Dit bedrag bestaat uit Pagina 1 van 3
€ 10,- per kubieke meter voor dat gedeelte van de inhoud dat groter is dan het resultaat van het aantal woningen vermenigvuldigd met 210. Bedrijven: ▪ Per 100 m2 BVO die toegevoegd wordt is een bijdrage van € 3.000,- verschuldigd. Indien het aantal BVO’s met de aanvraag onveranderd blijft is per kubieke meter die toegevoegd wordt € 5,- verschuldigd. Detailhandel: ▪ Per 100 m2 BVO die toegevoegd wordt is een bijdrage van € 6.000,- verschuldigd. Indien het aantal BVO’s met de aanvraag onveranderd blijft is per kubieke meter die toegevoegd wordt € 10,- verschuldigd. Overige functies: ▪ Per 100 m2 BVO die toegevoegd wordt is een bijdrage van € 2.000,- verschuldigd. Indien het aantal BVO’s met de aanvraag onveranderd blijft is per kubieke meter die toegevoegd wordt € 5,- verschuldigd. Artikel 5 Uitzondering Sociale huurwoningen: Voor Sociale huurwoningen hoeft geen Bijdrage ruimtelijke kwaliteit te worden voldaan. De Regeling is hierop niet van toepassing. Artikel 6 Indieningsvereiste aanvraag Wijziging planologisch regime: In verband met de Wijziging van het planologisch regime sluit de initiatiefnemer een schriftelijke overeenkomst met de gemeente inzake de Bijdrage ruimtelijke kwaliteit. De overeenkomst moet deel uitmaken van de aanvraag tot wijziging van het planologisch regime.
Artikel 7 Hardheidsclausule: Indien onverkorte toepassing van deze Regeling in individuele gevallen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, kan het college van burgemeester en wethouders daar van afwijken. Artikel 8 Slotbepaling: Deze Regeling kan worden aangehaald als de ‘Regeling vaststelling bijdrage ruimtelijke kwaliteit initiatieven binnen stedelijk gebied’ en treedt in werking de dag na het tijdstip van haar bekendmaking.