Bijlage 2 - Jaarstukken 2024
Tekst van het document
2024 € 12.151.312
Ad 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Indien er bestemmingsreserves zijn waarbij de raad nog vrij kan besluiten over de bestemming van het geld én de rente wordt niet als dekkingsmiddel voor de exploitatie ingezet, dan kan dit deel worden ingezet voor de beschikbare weerstandscapaciteit. Het gevolg kan wel zijn dat geplande investeringen (bijvoorbeeld gedekt uit de Reserve Eenmalige Bestedingen) niet door kunnen gaan. Deze vrij aanwendbare bestemmingsreserves omvatten de volgende (stand 31-122024): Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Reserve I&A algemeen Reserve info- en computertechniek Reserve groenfonds Totaal
2024 € 37.074 € 28.033 € 384.733 € 449.840
Ad 3. Stille reserves Als activa onder de waarde in het economische verkeer zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Indien deze stille reserve meegenomen wordt in de weerstandscapaciteit is het van belang dat de activa direct verkoopbaar zijn. Bij verkoop ontstaan winsten die eenmalig vrij aanwendbaar zijn. Actualisatie van de stille reserves heeft plaats gevonden bij de begroting 2025. Ad 4. Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente kan haar lokale belastingen verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit indien het gemeentelijke OZBtarief onder het maximumtarief valt zoals is opgenomen in de gemeentewet en/of
56
wanneer de afvalstoffenheffing/rioolheffing niet kostendekkend zijn. Deze laatste twee heffingen zijn in Asten allebei wel kostendekkend. Bij de berekening van de onbenutte capaciteit van de OZB wordt uitgegaan van de jaarlijkse macronorm van het OZB-tarief (redelijk peil) zoals aangegeven in de meicirculaire 2024. Het OZB-tarief is daarin bepaald op 0,1595% van de gemiddelde WOZ-waarde. Het verschil tussen de begrote opbrengsten OZB in 2024 en het redelijk peil is de onbenutte belastingcapaciteit, deze bedraagt € 820.396,=. Onderdeel 3: berekening ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement): Ratio weerstandsvermogen Meer dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Minder dan 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal)
€ 15.343.509
Benodigde weerstandscapaciteit:
€ 4.212.081
Ratio weerstandsvermogen (totaal):
3,64
Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio uitstekend en dit betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. Kengetallen Op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is het voor gemeente sinds 2016 verplicht om een basisset financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Door middel van deze kengetallen wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten bevorderd en krijgt de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. Signaleringswaarden Aan de bovenstaande kengetallen zijn (nog) geen normen verbonden. De wetgever heeft de manier waarop gemeenten de kengetallen laten meewegen nadrukkelijk bij de gemeente gelaten. Wel is meegegeven dat het behulpzaam kan zijn om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden. Dit zijn (normen)kaders waarbij zoveel 57
mogelijk wordt aangesloten bij de signaleringswaarden afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. In de onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden te zien en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A minst risicovol
Categorie B neutraal
Categorie C meest risicovol
1a. Netto schuldquote
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90 - 130%
> 130%
2.
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
3.
Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
4.
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
5.
Gemeentelijke belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
58
59
Conclusie gemeente Asten Op basis van de bovenstaande kengetallen kan de conclusie getrokken worden dat de financiële positie van de gemeente over het boekjaar 2024 gezond is. Bij de kengetallen over de schuldquote (1a en 1b) is er een groot verschil tussen het begrote % en het gerealiseerde %. Dit heeft te maken met planningsoptimisme. Investeringen worden doorgeschoven naar een volgend jaar waardoor niet alle geplande investeringen voor 2024 zijn gerealiseerd. Als wel alle geplande investeringen in 2024 waren gerealiseerd hadden we geld moeten lenen en daardoor is de schuldquote bij de begroting hoger dan in werkelijkheid bij de jaarrekening.
60
3. Bedrijfsvoering Wat wilden we bereiken? Het bedrijfsplan van nu & de APK De maatschappij, de gemeente Asten en omgeving en het bestuur, zowel in bezetting als beoogde doelstellingen en ambities, zijn dynamisch. Om die reden bekijken we geregeld of er aanleiding is om ons bedrijfsplan, ook dynamisch, daarop bij te stellen. In de huidige doelstellingen en ambities van de raad en het college (terug te vinden in de Toekomstagenda, onderliggende beleidsplannen, coalitieakkoord e.d.) zien we een bevestiging dat het bestaande bedrijfsplan (de HOE) nog grotendeels aansluit bij de inhoud (de WAT). We blijven het bedrijfsplan daarom als instrument hanteren bij de gemeentelijke dienstverlening en uitvoering van (beleids)plannen en regelgeving. Wel zijn we bezig met een APK op ons bedrijfsplan omdat het goed is om regulier te bekijken of onderhoud van toepassing is. Deze APK is in 2024 uitgevoerd en gaat begin 2025 landen in een geactualiseerd Organisatieplan, Dit is Asten. De kern vanuit het bedrijfsplan staat nog steeds, wel brengen we het A4 naar de tijd en taal van vandaag. Dit zal terug te zien zijn in de P&C cyclus vanaf 2025 paragraaf bedrijfsvoering. Missie en Visie van ons bedrijfsplan We leveren publieke dienstverlening aan de Astense samenleving.
Gezamenlijk bouwen we aan een prettige woon-, werk-, en leefomgeving, vanuit eigen kracht, dichtbij de burger (in diens verschillende rollen). We zijn klantgericht en (re)ageren flexibel op veranderingen in de maatschappij. Leidende principes 1. Onze Klanthouding is: Ja, tenzij….. 2. De burgers blijven zelf verantwoordelijk (Faciliterende overheid). 3. We zijn klantgericht, flexibel en omgevingsbewust. 4. High trust-low tolerance: ruimte voor onze professionals (werken vanuit de ‘bedoeling’) met een beperkt aantal kaders/regels. 5. We maken plezier van ons werk. Waarom en waartoe doen we dit? Omdat het noodzakelijk is aansluiting te houden met de veranderende eisen en wensen in de gemeenschap met actieve burgers die zelf aangeven wat nodig is. We doen de dingen waaraan behoefte is en doen deze dingen goed. Deze aansluiting bepaalt ons bestaansrecht. Én we willen een aantrekkelijke gemeente zijn om voor te werken.
Wat hebben we hiervoor gedaan? Wat betekent dit voor onze burgers en voor ons? We maken hierover goede afspraken met onze burger, met onze medewerkers en met onze partners in ons netwerk. En we komen (deze) afspraken na! Daarop focussen we ons. Daarvoor is het nodig om: De begrippen ‘klantgerichtheid’, ‘flexibiliteit’ en ‘omgevingsbewustzijn’ te concretiseren. De ‘andere’ relatie tussen gemeente en burger daadwerkelijk in te vullen. Te sturen op klanttevredenheid en professionalstevredenheid. Duidelijk en daadkrachtig te zijn, ook in lastige situaties, talent te benutten, elkaar te ondersteunen en niet te voorzichtig te zijn (lef tonen). Hoe doen we dat? We voeren de Toekomstagenda uit, hier in het bijzonder het Programma Vitale Democratie en als onderliggend instrument o.m. de Omgevingswet.
61
We geven ruimte aan onze medewerkers in hun werk en het vergroten van hun probleemoplossend en communicatief vermogen. We ontwikkelen ieders eigenaarschap en ambassadeurschap. We voeren dialoog (UIT-, BE-, AF-, AANspreken) in onze teams. We gebruiken (alleen) regels en systemen die we nodig hebben. We maken geen nieuwe nota’s maar doen het (gewoon). We bespreken casuïstiek in de teams en in individuele personele gesprekken. Ieder ervaart zelf en leert ervan. We bieden collectieve en individuele trainingen. EN we brengen plezier (terug) in ons werk en in onze organisatie.
Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) Het college heeft besloten om op een organische wijze invulling te geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in het Landelijk Manifest MVOI. Dit is ingevuld via de volgende ontwikkelingen. In 2024 is een nieuw inkoopbeleid vastgesteld waarbij de bepalingen voor MVOI zijn aangescherpt op het gebied van onder andere milieu, klimaat, biodiversiteit en circulariteit. Tevens zijn in dit beleid nieuwe richtlijnen opgenomen voor Social Return, gericht op het vergroten van de toepassingsmogelijkheden en inzet van een servicedesk voor de Peelgemeenten. In 2024 heeft Asten het landelijk convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ondertekend waarbij via pilots wordt gewerkt aan de inzet van emissieloos materieel. Tevens is voor een aantal projecten subsidie ontvangen voor de meerkosten gericht op Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI). Verder heeft Asten in 2024 het convenant Biobased bouwen ondertekend en wordt er, als uitvloeisel van het door de raad vastgestelde Strategisch Plan Circulair Asten, gewerkt aan een Uitvoeringsplan Circulariteit hiervoor. Alle ontwikkelingen zorgen voor een steeds hoger niveau en meer impact van MVOI bij de aanbestedingen. Samenwerking Informatisering & Automatisering (I&A) De transitie van de automatisering naar de gemeenschappelijke regeling ICT NML is afgerond.
Hierdoor hebben we gerealiseerd: 1. Toekomstbestendigheid; 2. Kwaliteit, waaronder het voldoen aan de wettelijke eisen t.a.v. veiligheid; 3. Minder kwetsbaarheid door meer massa; 4. Kostenbeheersing. Daaronder verstaan we dat we grip hebben op de uitgaven, dat de uitgaven minder zijn dan we zouden hebben wanneer we op de oude voet waren doorgegaan (gerelateerd aan de wettelijke eisen) en dat we met ICT-NML in de benchmark goed scoren t.o.v. andere samenwerkingsverbanden. 5. Kennisdeling onder de deelnemende gemeenten. De tijd dat automatisering leidt tot vermindering van kosten is allang voorbij. Robotisering is voor het werk dat wij doen nog ver weg en zou bovendien grote investeringen vergen. Toepassing van Artificial Intelligence biedt ons nog kansen, maar zover zijn we nog niet. Werkprocessen zijn geautomatiseerd waar het kan. Nieuwe taken en processen automatiseren we meteen, maar dit leidt dan vaak tot minder méérkosten bij de invoering van de nieuwe werkzaamheden. Investeringen in de digitalisering en beveiliging zijn nodig om te voldoen aan de toenemende uitdagingen in de maatschappij. We monitoren de kosten voor ICT via de 2-jaarlijkse benchmark van M&I. Zowel voor het deel bij ICT NML als voor ons eigen deel. In de commissie Samenleving en bestuur van januari 2025 presenteren we de afronding van de transitie naar ICT NML én de uitkomsten van de laatste M&I benchmark.
Privacy De gemeente Asten vindt een betrouwbare dienstverlening, waarin inwoners open en respectvol worden behandeld, belangrijk. Goede bescherming van persoonsgegevens is daarbij cruciaal. Inwoners kunnen erop vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig, veilig en vertrouwelijk omgaat met persoonsgegevens. De Algemene verordening 62
gegevensbescherming (AVG) versterkt de privacyrechten van inwoners, geeft organisaties die persoonsgegevens verwerken meer verantwoordelijkheden en verscherpt het toezicht. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente een Functionaris gegevensbescherming (FG) en privacy officers. Via het privacybeleid wordt uitvoering gegeven aan de AVG. Wet open Overheid (WOO) Op 1 mei 2022 is de Wet Open Overheid (WOO) in werking getreden. Deze wet richt zich op een transparante overheid en vraagt een cultuurverandering rond de omgang met informatie. Bepaalde informatie moet verplicht en actief openbaar gemaakt worden. Dit raakt een deel van de processen in onze gemeente. Ook informatieverzoeken aan de overheid (voorheen WOB-verzoek) vallen onder de nieuwe wet. Om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen, moet onze gemeentelijke informatiehuishouding op orde zijn, de juiste it-voorzieningen aanwezig en vooral bekend zijn wat de wet voor ambtenaar en bestuurder betekent. Het grijpt in op het dagelijks handelen van een groot deel van onze organisatie en heeft daarmee de komende jaren een flinke impact op onze bedrijfsvoering. In 2027 moet de WOO geïmplementeerd zijn, met nog 3 jaar extra voor het op orde krijgen van het informatiebeheer. Ten behoeve van de definitieve planning moeten nog Koninklijke Besluiten genomen worden.
Voor een verdere toelichting op de Wet open Overheid verwijzen we naar paragraaf 9 Wet open overheid.
Wat heeft het gekost? Beleidsindicatoren Toelichting beleidsindicatoren 2024: 1. Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 139,59 werkelijke fte in 2024 en 17.302 inwoners (peildatum 1-1-2024). 2. Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 130,5 fte bezetting en 17.302 inwoners (peildatum 1-12024). 3. Apparaatskosten (Kosten per inwoner). Berekening op basis van apparaatskosten € 16.241.052,= en 17.302 inwoners (peildatum 1-1-2024). 4. Externe inhuur (Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen). Berekening op basis van raming externe inhuur 2023 (€ 2.020.784,=) / kosten totale loonsom + extern inhuur (€ 13.564.102,=). 5. Overhead. Berekening op basis van kosten overhead (€ 9.611.073,=) / totale lasten (€ 64.718.550,=). Beleidsindicatoren Beleidsindicator
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
1. Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners)
7,84
7,35
8,07
2. Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners)
7,14
7,00
7,54
3. Apparaatskosten (kosten per inwoner)
730
813
939
4. Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
13,56%
13,65%
14,90%
5. Overhead (overhead / totale lasten)
14,00%
12,38%
14,85%
63
Rechtmatigheid Tot 2022 gaf de accountant naast de getrouwheid een oordeel over de rechtmatigheid van de gemeente. Met ingang van 2023 geeft het college van burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverantwoording af. De gemeenteraad heeft hiervoor regels vastgelegd in de financiële verordening 2024 en 2025. De financiële verordening is voor wat betreft de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening met terugwerkende kracht vastgesteld. De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de financiële- en controleverordeningen van onze gemeente. In de financiële verordening heeft de gemeenteraad met het college van burgemeester en wethouders afgesproken dat begrotingsonrechtmatigheden over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Dit betekent een bedrag van € 1.941.000,=. Aanvullend is afgesproken dat afwijkingen boven de € 25.000,= worden toegelicht In de rechtmatigheidsverantwoording zijn een drietal criteria opgenomen, welke hieronder zijn toegelicht. Begrotingscriterium De uitwerking van het begrotingscriterium in de rechtmatigheidsverantwoording volgt uit de financiële verordening artikel 12.
Daarnaast is in 2024 de kadernota rechtmatigheid aangepast met een nadere uitwerking rondom het thema begrotingscriterium. Daarbij wordt het volgende schema gehanteerd:
Voor de jaarrekening 2024 wordt – in afwijking van de werkwijze 2023 – zoveel mogelijk de nieuwe kadernota aangehouden. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • Op basis van de financiële verordening artikel 4.3 moet er een raadsbesluit worden voorgelegd bij afwijkingen van baten en lasten groter dan 10% op taakveldniveau. Om deze reden is de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op taakveldniveau. 64
•
•
Overschrijdingen op lasten en/of investeringskredieten zijn altijd onrechtmatig, maar kunnen wel als acceptabel worden aangemerkt. In artikel 12.4 van de financiële verordening zijn situaties gemeld waarbij overschrijdingen als acceptabel worden aangemerkt. Financiële voordelen (onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen op baten) zijn in aard niet onrechtmatig. In de financiële verordening 2025 is afgesproken dat het melden van afwijkingen in de jaarrekening nog geld als tijdig.
Rekening houdende met bovenstaande voorwaarden is onderstaande tabel opgesteld met als basis de cijfers van deze jaarrekening 2024 om een duidelijk inzicht te verwerken in het kader van de rechtmatigheid. De rechtmatigheid wordt getoetst op het niveau van Taakveld.
1. De overschrijding van lasten bij Huisvesting basisonderwijs is met name te wijten aan nog niet gerealiseerde taakstelling vrijval kapitaallasten en hogere lasten voor belastingen, verzekeringen, elektra en gas. Als gevolg van het feit dat er schoolgebouwen nog steeds in gebruik zijn in 2024, o.a. voor tijdelijke huisvesting (zoals 't Lover) vandaar dat deze lasten niet meer waren voorzien. 2. De overschrijding van lasten ziet met name op openbaar groen. Hiertegenover staan tevens direct inkomsten zijnde overdrachten vanuit het rijk. Per saldo is dit taakveld 300k positief en acceptabel. 3. De overschrijding betreft de gemaakte kosten inzake de bouwgrondexploitatie. Hier tegenover staan ook opbrengsten. Per saldo echter 185k positief en derhalve dit bedrag als onrechtmatig, maar wel acceptabel bestempeld. De opbrengsten komen met name voort uit grondverkopen. Voor andere verschillen wordt verwezen naar de verschillenanalyse in paragraaf 3.3 van de jaarrekening.
65
Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Binnen gemeente Asten zijn er geen bevindingen of onvolkomenheden gesignaleerd als gevolg van de (verbijzonderde) interne controle die invloed hebben op de uitvoering van financiële beheershandelingen. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik heeft betrekking op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Binnen gemeente Asten zijn uit de (verbijzonderde) interne controle noch andere kanalen signalen naar voren gekomen omtrent misbruik en oneigenlijk gebruik.
66
4. Grondbeleid Het grondbeleid heeft veel invloed op de realisatie van programma’s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, verkeer, cultuur, sport, recreatie en economische zaken. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact en brengt hierdoor risico’s met zich mee.
Wat wilden we bereiken? De gemeente wil haar ruimtelijke doelstellingen zoals vastgelegd in de ruimtelijke (structuur)visies en -programma's op een economisch verantwoorde wijze realiseren. Enerzijds voor ontwikkelingen waarbij de gemeente ondernemend deelneemt en anderzijds voor ontwikkelingen waarbij de gemeente enkel onder voorwaarden de planologische maatregel faciliteert.
Wat hebben we hiervoor gedaan? Uitvoering geven aan het gemeentelijk grondbeleid. Het doel van het grondbeleid is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij van belang. Deze gemeentelijke regierol wordt in belangrijke mate bepaald door de gemeentelijke grondposities. De gemeenteraad stelt het college met het grondbeleid in staat om binnen kaders ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid); bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). Ontwikkeling grondbedrijf in 2024 Nota grondbeleid Op 12 december 2023 is de nota grondbeleid vastgesteld. Het doel van de nota is om te komen tot een transparante en eenduidige werkwijze bij de uitvoering van het grondbeleid door de gemeente Asten. De strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente Asten is hierin beschreven.
Alle aspecten die een rol kunnen spelen bij het grondbeleid, zoals grondprijzenbeleid en gebruik van beschikbare instrumenten zijn toegelicht. De gemeenteraad heeft de kaders vastgesteld waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de komende jaren het grondbeleid uitvoert. Uitgangspunt is dat de nota eens in de 4 jaren wordt geactualiseerd, tenzij zich omstandigheden voordoen op grond waarvan deze nota eerder moet worden geactualiseerd. Vennootschapsbelasting (VPB) Grondexploitaties zijn vennootschapsbelastingplichtig. De te betalen VPB wordt berekend op basis van een fiscale openingsbalans en de fiscaal toe te rekenen kosten en opbrengsten. De VPB wordt gedekt uit de reserve grondbedrijf. Grond, bestemd voor gebiedsontwikkeling op termijn Hiervoor is een strategisch krediet geraamd van € 2.000.000,=. Dit zijn gronden waarvoor nog geen grondexploitatie is vastgesteld. Deze worden ook wel als “warme” gronden bestempeld. Deze gronden worden afwijkend van de vastgestelde grondexploitaties verantwoord onder materiële vast activa, tegen de verwervingskosten. De onderstaande gronden zijn verworven voor de bouw van woningen in Ommel. 67
Grond, bestemd voor gebiedsontwikkeling Strategische grondaankoop
Begroot 2024
Werkelijk 2024
m2
waarde per m2
Strategische grondaankoop Ommel Oost (2023) Ommel Hogeweg
2.000.000 342.376
7.435 23.730
46 58
Totaal
2.342.376 1.727.710 31.165
55
342.376 1.385.334
Hoofdontsluiting grondexploitaties Loverbosch en Biesvelden Voor de ontsluiting van de woningbouwlocaties Loverbosch en Biesvelden is aanleg van een weg (hoofdontsluiting) nodig. De kosten hiervan zijn opgenomen in de geactualiseerde grondexploitaties Loverbosch 3 en Biesvelden fase 1. De totale kosten van de weg € 3,3 miljoen. Andere dekkingsmogelijkheden zoals subsidies en grondexploitaties Loverbosch fase 1 en 2 worden nog uitgewerkt. Hoofdontsluiting Loverbosch Biesvelden Bijdrage Loverbosch fase 3 Biesvelden fase 1 Biesvelden fase 2 en verder 31 december 2024
begroot werkelijk 2024 2024 455.736 401.020 856.756
raming 2025 620.704 628.981 p.m. 0 1.249.685
Wat heeft het gekost? Resultaat grondbedrijf Voor winstneming van de grondexploitatie geldt de percentage of completion methode (POC-methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voor verliezen moeten voorzieningen worden gevormd of deze moeten direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde Positieve resultaten van het grondbedrijf worden toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf. Deze reserve heeft een plafond. Als de resultaten boven dit plafond uitkomen, wordt het meerdere toegevoegd aan de reserve eenmalige bestedingen. Negatieve resultaten van het grondbedrijf worden ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De reserve wordt dan, indien nodig, aangevuld om de algemene reserve grondbedrijf op niveau te houden. Resultaten grondbedrijf 2024 en prognose In onderstaand overzicht zijn de begrote resultaten van het grondbedrijf 2024 vergeleken met de werkelijk resultaten 2024. Ook de prognose van de resultaten van het grondbedrijf zijn geactualiseerd (2025-2027). Bij de vaststelling van de jaarrekening worden tevens de geactualiseerde prognoses (exploitaties) in de begroting 2025 verwerkt. Op het ontwikkelingskrediet is meer uitgegeven dan begroot omdat diverse kosten voor Ommel hierin zijn opgenomen.
Deze kosten worden te zijner tijd bij de nog te vast te stellen grondexploitatie Ommel Hogeweg meegenomen. De resultaten per project zien er als volgt uit, (+) is een positief resultaat.
68
Project
Begroot 2024
( + = positief resultaat - = negatief resultaat )
Bouwgrond in exploitatie Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden fase 1 resultaat in 2031 (verlieslatend uit voorziening) Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) Heusden Oost (fase 2) Heusden Oost (fase 3) Florapark Niet in exploitatie genomen gronden Ontwikkelingskrediet Totaal project resultaat Resultaat t.l.v of t.g.v. algemene reserve grondbedrijf
Werkelijk 2024
Begroot 2025
11.002 18.478 82.151
108.100 0 134.069
Begroot 2026
Begroot 2027
0 134.069
40.903 178.758
256.955 27.420 34.837 160.691 12.585
28.540 68.624 191.238 1.152
56.881 175.156 10.605
175.156
233.542
-45.000 220.013 220.013
-202.162 169.543 169.543
-45.000 439.811 439.811
-45.000 264.225 264.225
-45.000 665.158 665.158
In de verwachte resultaten van het grondbedrijf is voorlopig rekening gehouden met de te betalen VPB in 2024 van € 260.950,=. Resultaten worden in eerste instantie toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Afhankelijk van de werkelijk te betalen VPB zal deze reserve afgeroomd worden ten gunste of ten laste van het rekeningresultaat. De verwachte resultaten 2025 tot en met 2027 zijn een inschatting op basis van de zogenaamde POC-methode. Toelichting resultaten projecten In onderstaand overzicht worden de geactualiseerde resultaten van de diverse exploitaties vergeleken met de verwachte resultaten van het voorgaande jaar. Daarnaast is zichtbaar wat de gerealiseerde resultaten zijn tot en met 2024 en de nog te verwachten resultaten. Voor het negatieve resultaat van Biesvelden fase 1 is een voorziening gevormd. Project
Bouwgrond in exploitatie Woningen Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden (fase 1) Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) Heusden Oost (fase 2) Heusden Oost (fase 3) Bedrijven Florapark bedrijventerrein Totaal bouwgronden in exploitatie
Resultaat += positief
Resultaat Gerealiseerd += positief resultaat
Inschatting 2023
Inschatting 2024
tot en met 2024
Nog te Verwachte realiseren resultaat exclusief VPB afsluitdatum project
1.339.887 159.361 -420.001 292.673
1.337.474 163.963 529.046 -394.877
1.229.374 113.166 82.151 0
108.100 50.797 446.895 -394.877
2025 2025 2027 2031
256.955 551.910 1.086.743 1.217.771
256.955 568.781 1.120.530 1.189.409
0 511.900 1.120.530 605.555
256.955 56.881 0 583.854
2025 afgesloten 2027
3.059.676
3.058.848
3.048.243
10.605
2025
7.544.975
7.830.129
6.710.919
1.119.210
2027
69
Toelichting per grondexploitatie Loverbosch Oostzijde fase 1 Het resultaat o.b.v. actualisatie 2024 is gedaald van € 1.339.887,= positief naar € 1.337.474,= positief. Loverbosch fase 2 Calculatie is geactualiseerd, het resultaat is gestegen van € 159.361,= naar € 163.963,= positief. Loverbosch fase 3 Bijstelling resultaat Loverbosch fase 3 van € 420.001,= negatief naar € 657.163,= positief. Hierin zijn echter renteopbrengsten opgenomen die waarschijnlijk niet zullen komen van € 128.117,=. Het resultaat komt daarmee op € 529.046,=. De voorziening verlieslatend complex is niet meer nodig en kan vrijvallen ten gunste van de reserve grondbedrijf. Het voordeel ontstaat voornamelijk door gunstige aanbesteding appartementencomplex en aangepaste grondopbrengsten. Biesvelden fase 1 De calculatie van januari 2023 "exclusief rentekosten" is bijgesteld van € 292.673,= positief naar € 394.877 negatief. De negatieve bijstelling heeft te maken met stijging van verwervingskosten (€ 123.000,=), hogere kosten ontsluitingsweg (€ 219.000,=), kostenstijging (€ 287.000,=) en daling grondopbrengst (€ 50.000,=). De verwachting is dat het plan positiever gaat worden omdat de grondprijzen nog aangepast gaan worden. Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel wordt een voorziening gevormd van afgerond € 395.000,=.
Herontwikkeling Lambertusschool In de raad van 31-10-2023 is deze grondexploitatie vastgesteld het resultaat is € 256.955,= voordelig. In 2025 wordt het plan concreter en zal actualisatie plaatsvinden. Heusden Oost fase 1 Calculatie is geactualiseerd, het resultaat is gewijzigd van € 551.910,= naar € 568.781,= positief. Gerealiseerde tussentijdse winstneming tot en met 2024 is € 511.900,= conform BBV percentage of completion method (poc). Heusden Oost fase 2 Calculatie is geactualiseerd en afgesloten, het resultaat is gestegen van € 1.086.743,= naar € 1.220.530,= positief. Heusden Oost fase 3 Het plan Heusden Oost fase 3 is geactualiseerd. Het geprognotiseerd resultaat is gedaald van € 1.217.771,= positief naar € 1.189.409,= positief. Florapark Het plan is geactualiseerd het geprognosticeerde resultaat is gedaald van € 3.059.676,= naar € 3.058.848,=. Het plan wordt afgesloten in 2025. Gerealiseerde tussentijdse winstneming tot en met 2024 € 3.048.243,= conform BBV percentage of completion method (poc). Gronden in exploitatie De totale mutaties voor 2024 en de boekwaarde per project per 31-12-2024 zijn in de volgende tabel weergegeven.
70
Project
Grond bestemd voor gebiedsontwikkeling
Investeringen 2024
Inkomsten In 2024
(+) Winst (-) Verlies reserve grondbedrijf
Bouwgrond in exploitatie Woningen Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden (fase 1)
12.803 489.746 2.153.258 98.056
Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) Heusden Oost (fase 2) Heusden Oost (fase 3) Florapark bedrijventerrein Grond gebiedsontwikkeling Ontwikkelingskrediet Ontwikkelingskrediet (overige)
-4.349.817
(+) Winst (-) Verlies reserve eenmalige bestedingen
Boekwaarde per 31-12 2024
0 0 82.151
-771.193 -833.511 575.196 3.103.703
76.769 95.000 5.387 153.117 5.610
102.533
-994.840
202.162 0
3.291.908
-5.344.657
28.540 68.624 191.238 1.152
-510.536 0 -1.296.868 -36.291
-202.162
0
169.543
0
333.033
Bouwgrond in exploitatie (BIE) De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie per 31-12-2024 bedraagt € 333.033,=. Het project met de hoogste boekwaarde is Biesvelden fase 1. Gronden opgenomen onder grond gebiedsontwikkeling zijn "nog" niet in exploitatie genomen. Risico’s grondbeleid en bepaling hoogte algemene reserve Bij het grondbeleid zijn grote bedragen en risico’s in het geding. Omdat de planning en uitvoering vaak jaren duren, kunnen de verwachte en werkelijke winst flink verschillen. Om toekomstige risico’s in de grondexploitaties af te dekken is de algemene reserve grondbedrijf gevormd. Bij de berekening van de hoogte van de reserve worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bouwgrond in exploitatie: Op basis van scenario’s worden de risico’s berekend; Wanneer scenario berekeningen niet aanwezig zijn, wordt de IFLO norm (afdeling Inspectie Financiën Lokale Overheden) gebruikt. Deze norm bepaalt dat de gewenste reserve 10% van het geïnvesteerd vermogen en 10% van de nog te maken kosten bedraagt. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 zijn de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd. Volgens de uitgangspunten moet de reserve per 31-12-2024 minstens € 3.097.204,= bedragen.
De reserve is € 52.915,= te hoog omdat de resultaten van grondexploitaties jaarlijks fluctueren en de te betalen VPB niet bekend is, wordt de reserve niet afgeroomd.
71
Algemene reserve grondbedrijf Algemene reserve grondbedrijf per 1 januari 2024 Resultaat Loverbosch (fase 3) Vrijval voorziening Loverbosch (fase 3) Voorziening verlieslatende complexen Biesvelden fase 1 Resultaat Heusden Oost (fase 1) Resultaat Heusden Oost (fase 2)
3.216.525 82.151 420.001 -395.000 28.540 68.624
Resultaat Heusden Oost (fase 3) Resultaat Florapark Resultaat ontwikkelingskrediet Prognose vennootschapsbelasting 2024,
191.238 1.152 -202.162 -260.950
Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2024
3.150.119
Voor de verlieslatende exploitaties is een voorziening gevormd. Voorziening verlieslatende grondexploitaties stand per 1-1-2024 Resultaat Loverbosch (fase 3) vrijval i.v.m. positief resultaat Resultaat Biesvelden fase 1 voorziening
420.001 -420.001 395.000
31 december 2024
395.000
72
5. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Asten is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 7.000 ha). Er vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, (openbaar) groen, civiele kunstwerken en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. In deze paragraaf wordt het beleidskader geschetst voor het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.
Wat wilden we bereiken? Inzicht in, en realisatie van, het gewenste onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Dit kan onder andere bepaald worden aan de hand van de gewenste kwaliteit of landelijk gehanteerde normen.
Wat hebben we hiervoor gedaan? Algemeen beleidskader Het uitgangspunt bij het onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen is dat deze op een adequate wijze worden onderhouden. Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Dit is dus een essentieel verschil met het uitvoeren van een (vervangings)investering, aangezien die leidt tot verlenging van de gebruiksduur. Een dergelijke investering moet worden geactiveerd op de balans, maar onderhoud mag daarentegen nooit worden geactiveerd. Onderhoud wordt volledig in de begroting opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt worden in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud Dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (o.a. preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het kapitaalgoed in functionele en veilig staat te houden. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De lasten van klein onderhoud mogen nooit (ook niet van een voorziening) over meerdere jaren worden geëgaliseerd en worden dus volledig opgenomen in de exploitatie.
Groot onderhoud Onderhoud van een meer ingrijpende aard, dat in feite betrekking heeft op een langere periode. Met dit type onderhoud kunnen jaarlijks fluctuerende lasten gemoeid zijn. De noodzaak voor het verrichten van groot onderhoud doet zich (normaliter) pas na een langere periode van gebruik van het actief voor, als gevolg van slijtage. De lasten die gepaard gaan met groot onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde onderhoudsvoorziening gebracht. Deze onderhoudsuitgaven maken dus geen onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De enige last in de exploitatie betreft de dotatie aan de voorziening.
73
De voorwaarde om groot onderhoud op deze manier te verwerken is dat er een recent (maximaal 5 jaar oud) en vastgesteld beheerplan aan ten grondslag ligt. Specifieke beleidskaders Wegen Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen en bermen. De wegen werden in 2024 beheerd op het in het beheer- en beleidsplan Wegen 2024-2028 vastgestelde kwaliteitsniveau C. Om de kwaliteit op het gewenste niveau te houden, wordt jaarlijks planmatig onderhoud uitgevoerd. Op basis van het beheer- en beleidsplan Wegen wordt er jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor het groot onderhoud. Het klein onderhoud is opgenomen in de exploitatie. Civiele kunstwerken Civieltechnische kunstwerken in eigendom van de gemeente worden 1x per 5 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan vindt regulier en groot onderhoud plaats. In 2024 heeft er een inspectie plaatsgevonden. Op basis van de inspectie wordt inzichtelijk wat de kosten zijn voor het regulier onderhoud. Op basis hiervan wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor de kunstwerken. Grootschalig onderhoud en/of vervanging van bruggen en duikers is niet binnen de onderhoudsvoorziening meegenomen. Openbare verlichting Het kader voor openbare verlichting is gesteld in het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2025.
Dit beleidsplan is in december 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en hierin zijn de missie en visie op het gebied van verlichtingsthema's binnen de gemeente vastgelegd. Belangrijke thema's hierin zijn duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en veiligheid. Verder formuleert het beleidsplan Openbare Verlichting richtlijnen en ambities om te voldoen aan landelijke en wettelijke doelstellingen ten aanzien van energiebesparing en wetgeving. Voor de renovatie openbare verlichting is jaarlijks € 99.635 beschikbaar (groot onderhoud). Voor het jaarlijkse onderhoud aan de openbare verlichting (klein onderhoud) is een onderhoudscontract opgesteld en dit budget is opgenomen in de exploitatie. Riolering en Water Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025 (GRP) vastgesteld. Het GRP beschrijft het riolerings- en waterbeleid van de gemeente Asten met daarin opgenomen het kostendekkingsplan riolering. Het kostendekkingsplan riolering is in 2024 herberekend en is op 10 december 2024 vastgesteld door de gemeenteraad.
De gemeente geeft in het GRP aan hoe zij invulling geeft aan haar zorgplichten vanuit Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Wtw): Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (afvalwaterzorgplicht); Inzameling en verwerking van (overtollig) afvloeiend hemelwater (hemelwaterzorgplicht); Inzameling en verwerking van overtollig grondwater (grondwaterzorgplicht). Alle kosten die gemaakt worden vanuit deze drie zorgplichten worden gedekt door de rioolheffing (100% kostendekkend). Met de blik vooruit en de volksgezondheid voorop koersen we naar een duurzame, klimaatbestendige, professionele en participerende waterketen en naar een klimaatbestendig, schoon, geordend en beleefbaar watersysteem, door voortvarend aan de slag te gaan tegen aanvaardbare kosten. 74
Groen Bij groen wordt ingezet om het huidige onderhoudsniveau te behouden. Waar mogelijk worden kansen aangegrepen om de biodiversiteit, gebruikswaarde, weerbaarheid en klimaatbestendigheid te vergroten en te vergroenen. Het op niveau houden van het bomenbestand als groenelementen (klein onderhoud) wordt jaarlijks gedaan uit de reguliere exploitatie. Voor het renoveren van boomlanen (groot onderhoud) is een bomenrenovatieplan opgesteld voor 2021-2025 en hiervoor is een apart bedrag beschikbaar gesteld. Voor bosbeheer wordt jaarlijks een beheerplan gemaakt en daarin wordt o.a. gedund en hout geoogst en de opbrengsten van het hout worden gebruikt om onderhoud uit te voeren. Gemeentelijke gebouwen De gemeentelijke gebouwen worden eens per 2 jaar geschouwd voor groot onderhoud. Afhankelijk van de resultaten van de schouw, met inachtneming van het gewenste onderhoudsniveau, welke is bepaald op het wettelijk minimum om het gebouw in stand te houden, heeft dit financiële consequenties voor de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP). Op basis van deze onderhoudsplanningen worden de benodigde jaarlijkse stortingen in de onderhoudsvoorzieningen bepaald. De stortingen worden jaarlijks geïndexeerd. De onderhoudsplanningen zijn in 2024 gedeeltelijk geactualiseerd waarna de stortingen zijn herrekend en in de begroting 2025 verwerkt.
De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Sportvelden De gemeente Asten beschikt over een drietal sportparken. Op park-niveau is een onderhoudsvoorziening gevormd voor groot onderhoud, rekening houdend met de aanwezige verenigingen. De onderliggende onderhoudsplanningen zijn eind 2021 geactualiseerd en uitgebreid naar 40 jaar. In 2025 worden deze onderhoudsplanningen geactualiseerd, de financiële consequenties worden meegenomen in de begroting 2026. In de kadernota is reeds een schatting van de kosten opgenomen. De kosten voor klein onderhoud stijgen de laatste jaren fors door o.a. veranderde weten regelgeving. Denk hierbij aan de discussie over rubberkorrels bij voetbalvelden en het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen bij onder andere beregening van de velden. Alternatieven zijn in sommige gevallen voorhanden, maar werken vaak kostenverhogend. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op de geactualiseerde onderhoudsplanning.
Wat heeft het gekost? Financiële consequenties In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het groot onderhoud aan de bovenstaande kapitaalgoederen weergegeven, voor zover hier een onderhoudsvoorziening aan ten grondslag ligt.
75
Zoals in het algemene beleidskader beschreven, wordt het klein onderhoud van de diverse kapitaalgoederen betaald uit de reguliere exploitatie.
Voorzieningen
Onderhoud wegen
Saldo
Storting
Onttrekking
Saldo
1-1-2024
2024
2024
31-12-2024
1.567.918
1.270.880
561.304
2.277.494
29.999
10.348
360
39.987
5.599.610
752.030
1.505.511
4.846.129
18.674
0
0
18.674
Onderhoud gebouwen
2.571.161
655.403
466.143
2.760.421
Onderhoud sportvelden
345.529
273.252
70.784
547.997
10.132.891
2.961.913
Onderhoud civiele kunstwerken Onderhoud riolering Onderhoud groen
Totaal
2.604.102 10.490.702
76
6. Financiering De paragraaf financiering heeft betrekking op de gemeentelijke financieringsfunctie (treasuryfunctie). De financieringsfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn zodat de gemeente aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen/garanties en het beheersen van financiële risico’s.
Wat wilden we bereiken?
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Wat hebben we hiervoor gedaan? Wettelijk kader Het wettelijk kader van de treasuryfunctie ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders voornamelijk: Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido); Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); Verplichting tot schatkistbankieren (onderdeel Wet Fido); Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); De Gemeentewet. Deze wettelijke kaders zijn verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2014 dat op 11 maart 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. Schatkistbankieren Op basis de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige liquide middelen via een rekening-courant, met eventueel een daaraan gekoppelde depositorekening, in 's Rijks schatkist aan te houden. De uitzondering hierop is dat decentrale overheden hun liquide middelen in de vorm van leningen kunnen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits zij niet met het financiële toezicht op dit lichaam zijn belast. Uitgezette gelden Het saldo op de rekening courant van de schatkist bedraagt op 31 december 2024 € 7.500.000,=. Drempelbedrag Daarnaast mogen decentrale overheden liquide middelen buiten 's Rijks schatkist houden mits deze, gerekend over een kwartaal, het drempelbedrag niet te boven gaan.
Naar aanleiding van een landelijke evaluatie wordt vanaf 1 juli 2021 voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.
77
Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. 1. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s. 2. Renterisicobeheer Door schommelingen in de rentevoet loopt een gemeente renterisico. Het renterisico kan worden gemeten door middel van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar). De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000,=. Voor 2024 bedraagt de kasgeldlimiet voor de gemeente Asten € 4,7 miljoen. Momenteel zijn er geen leningen aangegaan met een looptijd van maximaal een jaar. Dat betekent dat het renterisico onder de kasgeldlimiet uitkomt. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om het renterisico bij het opnemen van leningen te beheersen.
Het effect van de renterisiconorm op de financieringswijze is dat de herfinanciering van vaste leningen niet ineens plaatsvindt, maar over een periode van minimaal vijf jaar wordt gespreid. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2024 bedraagt de renterisiconorm voor de gemeente Asten € 11,23 miljoen. In 2024 is een lening van € 5 miljoen afgelost alsmede een nieuwe lening van 9 miljoen met een looptijd van 7 jaar aangetrokken. Hiermee is onder de renterisiconorm gebleven. 3. Kredietrisicobeheer De gemeente loopt tenslotte risico bij het uitzetten van gelden en verlenen van garanties ten behoeve van de publieke taak. De gemeente loopt hierbij het risico dat de kredietnemer zijn financiële verplichting niet kan voldoen. Uitzettingen geschieden daarom uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Door deze maatregel worden kredietrisico’s zoveel mogelijk beperkt. Opgenomen geldleningen Medio 2020 is een lening opgenomen van € 5 miljoen, tegen een negatieve rente van -0,12% voor een periode van 4 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 6.000,= per jaar. Begin 2021 is nog een lening van € 10 miljoen aangetrokken tegen een negatieve rente van -0,25% voor een periode van 10 jaar vast.
Dit betekent een rentebaat van € 25.000,= per jaar. In juli 2024 heeft een herfinanciering moeten plaatsvinden in het kader van de af te lossen lening van € 5 miljoen alsmede een nieuwe financiering voor toekomstige investeringen van € 9 miljoen voor een periode van 7 jaar tegen een rente percentage van 3,18%. 78
In de begroting is rekening gehouden met de rentelasten voor de nieuwe financiering(en) vanaf 2025. Verstrekte geldleningen Er zijn geen leningen verstrekt. Garantstellingen In 2024 staat de gemeente garant voor € 39,7 miljoen aan leningen van Bergopwaarts. Voor Wocom staat de gemeente garant voor een bedrag van € 13,5 miljoen en voor Mooiland Grave voor een bedrag van € 46.000,=.
Wat heeft het gekost? Renteresultaat In het Besluit Begroting & Verantwoording is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in: a. de rentelasten uit externe financiering b. het renteresultaat c. de wijze van rentetoerekening a. In 2024 zijn er zowel geldleningen met rentebaten als lasten. De rentebaten zijn in totaal € 28.140 en rentelasten € 143.100 in 2024. Per saldo een negatief resultaat van € 114.960,=. b. Een renteresultaat is ontstaan op de tegoeden bij de schatkist voor een bedrag van € 314.515,=. c. Rentetoerekening is niet van toepassing omdat het per saldo rentebaten betreffen en er geen rentelasten zijn.
79
7. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn die privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk belang én een financieel belang heeft.
Wat wilden we bereiken? In het algemeen geldt dat voor een verbonden partij wordt gekozen indien de gemeente dit beleid niet alleen of niet doeltreffend kan uitvoeren. De verbonden partijen voeren beleid en beheer op verschillende terreinen uit voor de gemeente Asten. Het beleid omtrent deze verbonden partijen, met als doel om de governance te verstevigen, is beschreven in de "Nota Verbonden partijen gemeente Asten 2015". De website Overheid.nl is de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheidsorganisaties in Nederland. Deze website is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op deze website worden per verbonden partij de algemene gegevens vermeld. De algemene gegevens van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Asten deelneemt staan op deze site: https://almanak.overheid.nl/30279/Gemeente_Asten/. De gegevens omtrent deze gemeenschappelijke regelingen in deze paragraaf zijn dan ook een aanvulling op de vermelde website.
Wat hebben we hiervoor gedaan? In de tabellen op de volgende pagina's is te zien op welke manier de gemeente Asten een bestuurlijk- en financieel belang heeft in de verbonden partijen waarin zij participeert. Daarnaast zijn per verbonden partij een aantal (financiële) gegevens te vinden die verplicht dienen te worden opgenomen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Verbonden partij (Beleidsmatig)
Bestuurlijk belang
Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Lid AB+DB Oost-Brabant
BLINK
Lid AB
Openbaar belang
Risico’s
Belastingsamenwerking OostBrabant (BSOB) is een samenwerkingsverband tussen waterschap Aa en Maas en elf Brabantse gemeenten op het gebied van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen. BLINK heeft tot doel zorg te dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van afvalinzameling en reiniging van de openbare ruimte, die bij wet aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen. Daarnaast exploiteert zij de gemeentelijke milieustraat.
De risico’s komen conform de regelingen voor rekening van de deelnemende gemeente naar rato van hun aandeel in de bedrijfsactiviteiten (financiële bijdragen). BLINK beschikt niet over eigen vermogen om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. De opzet van BLINK als gemeenschappelijke regeling is dat risico’s opgevangen worden door de deelnemende gemeenten in de jaarlijkse reguliere exploitatie. Wel is er met ingang van 2022 een post onvoorzien opgenomen in de begroting van Blink. De post onvoorzien is 1,2% van de totale begrotingswaarde en dient ter afdekking van operationele risico's met van buitenkomend onheil (schadeclaims, plotselinge tariefsmutaties e.d.).
80
GGD Brabant-Zuidoost
Lid AB
GR Peelgemeenten
Lid AB (2x) + Lid DB
Metropoolregio Eindhoven
Lid AB
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Lid AB
Gemeenten hebben binnen de Wet Publieke Gezondheid de plicht om een plan ter bevordering van de lokale gezondheidssituatie vast te leggen in een nota Lokaal gezondheidsbeleid. De gemeente is in dit proces de regisseur. De GGD ondersteunt de gemeenten bij het voorbereiden, opstellen en implementeren van dit beleid. Per gemeente is er een lokaal team. Doel van GGD Brabant Zuidoost is om een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Draagt zorg voor kwaliteit en continuïteit voor de uitvoering van de door de lokale overheden opgedragen taken op het gebied van jeugd, WMO, Bijzondere Bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening. Strategisch bestuurlijke samenwerking op de thema's: economie, mobiliteit, energietransitie en transitie van het landelijk gebied. Daarnaast het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant. Voor het Regionaal Historisch Centrum: Programma 2021/2022 is vastgesteld. Missie, visie en koers zijn opgesteld. Er worden stappen ondernomen tot voorstellen over de positionering van dienstonderdelen MRE en RHCe binnen de MRE. Een werkgroep informatisering is gestart op 29-6-2021.
De risico's zijn benoemd in de begroting 2024 van GGD Brabant-Zuidoost in de risicoparagraaf en in de financiële risicoinventarisatie.
Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Voor en met gemeenten, provincie en netwerkpartners voert de ODZOB taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en geeft zij advies op het gebied van omgevingsrecht.
Het risico op verlaging van de baten ODZOB als gevolg van mogelijke bezuinigingen bij de deelnemende gemeenten. Dit risico ligt meer in de invloedssfeer van de gemeenten dan van de ODZOB en daarom is door hen besloten dit risico niet af te dekken. Diverse onzekere ontwikkelingen maken de prognose lastig. Denk hierbij o.a. aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, provinciale
Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.
Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken.
81
Senzer
Lid AB (2x) + Lid DB
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
Lid AB
ICT Noord- en Midden Limburg (ICT NML)
Lid AB
Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Stemrecht Gemeenten AvA
Brabant Water
Stemrecht AvA
Het werkbedrijf Senzer is per 1 januari 2016 formeel gevormd uit Werkbedrijf Atlant De Peel, de afdeling Werk & Inkomen van de gemeente Helmond en het Werkgeversplein. Senzer voorziet mensen conform de Participatiewet van een uitkering in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor levensonderhoud. Senzer verstrekt die uitkering niet langer dan noodzakelijk en begeleidt deze mensen naar maximale participatie en het liefst naar werk. Senzer heeft hiertoe diverse instrumenten beschikbaar die zij kan inzetten bij mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het uiteindelijke doel is om mensen structureel te laten uitstromen naar (gesubsidieerde) arbeid. Is dit (nog) niet haalbaar, dan wordt er naar gestreefd dat mensen een maatschappelijk nuttige tijdsbesteding hebben. Er wordt hiertoe nauw samengewerkt met de gebiedsteams van de gemeenten. Senzer opereert regionaal zowel op de publieke als private markten. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant waarin de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en de regionale ambulancevoorziening (RAV) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. ICT NML is een samenwerkingsverband van gemeenten in Noord- en Midden Limburg.
ICT NML verzorgt voor de aangesloten partners het ICTbeheer, ICT-onderhoud en faciliteert bij automatiseringsvraagstukken. Wij streven naar uniforme werkprocessen, eenduidige dienstverlening en de vorming van een regieorganisatie. ICT NML is een organisatie waar vernieuwing en verandering een constante factor is. BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burgers. Brabant Water levert drink- en industriewater aan 2,5 miljoen inwoners en aan bedrijven in
eisen voor stalaanpassingen en landelijke opkoopregelingen voor bedrijven. Sterke afhankelijkheid van rijksbeleid met betrekking tot de financiering. Omzet is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Aangesloten gemeenten zijn op basis van solidariteit gezamenlijk aansprakelijk voor tekorten. Op dit moment worden de resultaten van de evaluatie van de GR Senzer onderzocht en verder uitgewerkt. Dit geeft mogelijk aanleiding tot aanpassing van beleidsuitgangspunten en financieringssystematiek. Afhankelijk van de uitkomsten heeft dit gevolgen voor onze gemeente.
De risico's zijn benoemd in de begroting 2024 van de Veiligheidsregio BrabantZuidoost in de risicoparagraaf en in de financiële risicoinventarisatie.
Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.
Niet van toepassing.
Waardevermindering van het aandelenkapitaal.
82
Noord-Brabant. Zij winnen, zuiveren en distribueren water van uitstekende kwaliteit, tegen de laagst mogelijke kosten en met een hoge leveringsbetrouwbaarheid. Stichtingen en verenigingen Bureau Inkoop en Lid AB + Aanbestedingen Lid VvA Zuidoost-Brabant
Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost
Lid AB
Overige verbonden partijen Overlegorgaan Lid Nationaal Park De periodiek Groote Peel overleg
Voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is een professioneel georganiseerde inkoopfunctie van belang. Door samenwerking op inkoopgebied wordt voordeel op financieel, kwalitatief en procesmatig gebied behaald. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is een netwerksamenwerking tussen partners uit de straf-, en zorgketen en gemeenten. Zij komen onder eenduidige regie van het openbaar bestuur tot een ketenoverstijgende aanpak van complexe problematiek. Met als doel bij te dragen aan de veiligheid(sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid; het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.
De termijn van een individuele, bilaterale samenwerkingsovereenkomst is van onbepaalde duur met een opzegtermijn van minimaal 2 jaar.
Voor het doelmatig functioneren van De Groote Peel als nationaal park is het overlegorgaan ingesteld in mei 1985.
Niet van toepassing.
De risico's blijven beperkt tot de inleg van financiële middelen.
83
84
Wat mag het kosten? Verbonden partij (Financieel) Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Oost-Brabant
Jaar
Financiële bijdrage
Eigen vermogen 1/1
Eigen vermogen 31/12
Vreemd vermogen 1/1
Vreemd vermogen 31/12
Prognose financieel resultaat
2024
€ 417.340
€ 626.000
€ 1.323.000
€ 16.214.000
€ 18.653.000
€ 713.000
€0
€0
€ 5.979.000
€ 5.126.000
€0
€ 656.000
BLINK
20241
GGD Brabant-Zuidoost
2024
€ 707.685
€ 6.956.535
€ 7.746.082
€ 31.572.541
€ 25.376.840
€ 1.464.000
GR Peelgemeenten
2024
€ 2.298.735
€ 1.017.472
€ 1.328.890
€ 19.596.947
€ 21.245.067
€ 498.676
Metropoolregio Eindhoven
2024
€ 250.629
€ 13.902.613
€ 20.596.792
€ 21.121.225
€ 21.827.448
€ 628.743
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
2024
€ 931.864
€ 2.480.854
€ 4.182.954
€ 7.805.774
€ 4.907.362