CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Herberekening kostendekkingsplan riolering 2024

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Herberekening kostendekkingsplan rioleringen 2024 (hamerstuk)2.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Betreft

Ons kenmerk

Datum

Behandeld door

Herberekening kostendekkingsplan rioleringen 2024 AST025-0001, definitief versie 2.1 23/10/2024 JMH van Keeken

1. Inleiding Naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen op de prijzenmarkt en vragen van de accountant van de gemeente, heeft de gemeente Asten aan Kragten gevraagd om het kostendekkingsplan rioleringen van het GRP 2021-2025 te actualiseren. De herberekening van het kostendekkingsplan is in nauw overleg met de gemeente tot stand gekomen. Ten opzichte van het concept zijn er in het definitief advies geen aanpassingen doorgevoerd.

2. Uitvoeringsprogramma riolering Het uitvoeringsprogramma omvat activiteiten uit het regionaal uitvoeringsprogramma (kennisdeling, kwaliteitswinst en kostenbesparing) en het gemeentelijk uitvoeringsprogramma (exploitatie, vervanging en operationele investeringen). Bovenstaande activiteiten zijn, voor zover nog van toepassing, herzien, herberekend en verwerkt in het kostendekkingsplan. De financiële informatie is afkomstig van de gemeente en waar van toepassing herzien. Operationele investeringen en reguliere vervanging zijn op elkaar afgestemd om dubbeltelling van kosten te voorkomen.

3. Benodigde middelen rioleringen 3.1. Uitgangspunten en parameters Ten opzichte van het GRP 2021-2025 zijn voor de herberekening van het kostendekkingsplan een aantal uitgangspunten gewijzigd welke van invloed zijn op de uitkomsten: Onderdeel GRP 2021-2025 KDP 2024 Looptijd doorrekening kostendekkingsplan 70 jaar 80 jaar Prijspeil 2020 2024 Rekenrente nieuwe investeringen 2,0% )1 2,0% Aantal equivalente heffingen per 01/01/2024 8279 8307 )1 Gemeente heeft in werkelijkheid na het opstellen van het GRP een rekenrente van 0% gehanteerd. Voor het kostendekkingsplan dient te worden uitgegaan van 2,0%

In bijlage 1 zijn alle parameters vermeld. 3.2. Personele middelen In het GRP 2021-2025 is het tekort aan fte binnendienst en buitendienst bij de exploitatielasten verwerkt. De gemeente heeft aangegeven dat de personele bezetting zoals die nu is vertaald in de exploitatielasten voldoende is om de rioleringstaken bij de beoogde mate van uitbesteding van de werkzaamheden voldoende is.

Blad 2

3.3. Uitgaven rioleringen Exploitatielasten De exploitatielasten zijn overgenomen vanuit de gemeentebegroting. Waar van toepassing zijn bedragen incidenteel voor een jaar verhoogd als gevolg van periodieke werkzaamheden die niet jaarlijks terugkomen. Op een enkele post na zijn de meeste posten ten opzichte van het GRP verhoogd. Tevens zijn een aantal posten nieuw in de exploitatiebegroting. Zie bijlage 2. Kapitaallasten gerealiseerde projecten Leningen voor projecten uit het verleden worden op annuïtaire basis afgeschreven. In basis heeft de gemeente gebruik gemaakt van het ideaalcomplex. Dat wil zeggen zolang de voorziening het toelaat, zijn investeringsprojecten rechtstreeks uit die voorziening betaald, op enkele uitzonderingen na. Daarom wijken de totale kapitaallasten gerealiseerde projecten iets af ten opzichte van het GRP. Zie bijlage 3 voor de kapitaallasten gerealiseerde projecten. Nieuwe projecten Uitgaven op nieuwe projecten worden in basis eveneens rechtstreeks uit de voorziening betaald. Hierop zijn enkele uitzonderingen. Vanwege dat anders de voorziening helemaal gebruikt zou worden, zijn in het kostendekkingsplan 2 gefaseerde projecten ook als een activa opgenomen. Zie bijlage 4 voor de operationele investeringen. Vervanging areaal Ook voor vervanging van het areaal heeft de gemeente met dezelfde restrictie gebruik gemaakt van het ideaalcomplex.

Bijlage 5 geeft het overzicht van alle vervangingen van het bestaande areaal. 3.4. Kostendekkingsberekening Op basis van de uitgaven is een op termijn kostendekkende rioolheffing berekend. Uitgangspunt is dat de heffing over de gehele looptijd gelijk blijft (exclusief inflatie) en dat de heffing aan het einde van de rekenperiode van 80 jaar kostendekkend is. Bij de kostendekkingsberekening zijn verder de volgende uitgangspunten gehanteerd:  De exploitatielasten volgen uit de gemeentelijke meerjarenbegroting. Waar nodig zijn de bedragen aangepast en aangevuld.  De rente over de afschrijving van investeringen en vervangingen bedraagt 2,0%.  In geval van het afsluiten van een lening wordt op investeringen en vervangingen annuïtair afgeschreven.  Er wordt geen inflatie gerekend. Inflatie rekenen wij jaarlijks bij het vaststellen van de nieuwe begroting toe aan de heffing. De basis bedragen in de berekening zijn prijspeil 2024.  De restant boekwaarde van oude investeringsprojecten schrijven wij overeenkomstig de meerjarenbegroting, afhankelijk van het object in verschillende afschrijvingstermijnen, af tot nul.  De stand van de voorziening bedraagt € 5.865.771 per 01/01/2024.  De modelberekening geeft de uitkomst van de heffingsinkomsten weer per jaar.

Op basis van het aantal aanslagen van eigenaren, niet eigenaren, volledig of kwarttarief en grootverbruikers van water, is een equivalent aantal aanslagen van eigenaar woningen voltarief berekend. Het aantal equivalente aanslagen bedraagt 8.307 stuks in 2024. Tussen 2025 en 2030 komen er nog 325 woningen bij.  De Belasting Samenwerking Oost-Brabant (BSOB) int de rioolheffing. Voor 2024 bedraagt de hoogte van de heffing eigenaar woning voltarief € 324,35.  Voor 2025 is de stijging van de heffing reeds vastgesteld door de raad en bedraagt 5,9%.  Vanaf 2026 is de stijging van 5,9% doorgezet totdat de heffing op het niveau is om uiteindelijk aan het einde van de rekenperiode na 80 jaar kostendekkend te zijn.  De compensabele btw komt ten goede van Algemene Middelen. Dat betekent dat in de berekening van de heffing waar van toepassing rekening gehouden is met btw.

Blad 3

3.5. Uitkomsten berekening rioolheffing Uitgangspunt is dat wanneer een gemengd stelsel aan vervanging toe is, we in 40% van de gevallen het riool gaan renoveren (relinen) en in 60% van de gevallen vervangen door een gescheiden stelsel. In het nieuwe hemelwaterriool wordt 60 mm berging aangelegd. Op deze berging wordt 100% van het openbaar en 50% van het particulier verhard oppervlak aangesloten. Bij een verhouding van circa 50%-50% tussen openbare en particuliere verharding, wordt op deze manier dus 75% van het aangesloten verhard oppervlak op de nieuwe hemelwaterriool aangesloten en geborgen. De resterende 25% van het verhard oppervlak betreft achterkanten van woningen, achtertuinen, etc., welke niet of zeer moeilijk zijn af te koppelen en op het vuilwater blijven aangesloten. Het vuilwaterriool is dan feitelijk nog een gemengd stelsel. De totale extra investeringen om deze HWA-stelsels inclusief berging te realiseren bedraagt over de gehele rekenperiode € 37,9 miljoen excl. btw. Uitgangspunt voor het bepalen van de kostendekkende rioolheffing is een stijging van 5,9% tot dat de heffing het kostendekkend niveau heeft behaald. Dit wordt in 2032 behaald bij een heffing van €488,50 voor een eigenaar woning voltarief. Zie afbeelding 1 voor de grafieken over het verloop van de heffing en de voorziening. In afbeelding 2 zijn de totale uitgaven op rioleringen grafisch weergegeven.

Afbeelding 1: Verloop rioolheffing en rioolvoorziening

Afbeelding 2: Totale uitgaven rioleringen

Blad 4

In bijlage 6 is de modelberekening opgenomen. Deze geeft een uitsnede over 25 jaar van de berekening. In bijlage 7 is het verloop van de heffing per categorie opgenomen. Aan het einde van de rekenperiode bedraagt de restant boekwaarde van de leningen €10,8 miljoen. In 2051 is de voorziening voor een periode van 1 jaar met circa €60.000 negatief. Dit zal éénmalig uit de Algemene Middelen bijgepast moeten worden. Het bedrag zal in het opvolgend jaar weer terugvloeien naar de Algemene Middelen. Of dit daadwerkelijk het geval is, zal uit nieuwe bijstellingen van het kostendekkingsplan moeten volgen. Tussentijds zijn er perioden dat de gemeente spaart voor uitgaven in daarna en inteert op de voorziening. Dit sparen is nodig voor de uitgaven die in de jaren daarna volgen. De hoogste stand van de voorziening wordt in 2083 bereikt met een stand van €6,0 miljoen. 3.6. Conclusies en aanbevelingen Van grote invloed op de rioolheffing op korte termijn is het zo realistisch mogelijk inschatten van het jaar van uitvoering van de investeringsprojecten. In de berekening is voor de komende jaren uitgegaan van vervangingen op basis van kwaliteit en voor de langere termijn op basis van leeftijd en verwachte levensduur. Vanwege fiscale argumenten mag er geen winst op rioolheffing worden gemaakt.

Daarom verdient het aanbeveling de uitvoeringsjaren zo exact mogelijk en afgestemd op de mogelijkheden van de interne organisatie in te schatten in operationele jaarprogramma’s. Dit kostendekkingsplan volgt verder de uitgangspunten van het GRP. In afwijking van het GRP (buffer €0,2 miljoen) is als buffer van de voorziening een bedrag van €0,7 miljoen aangehouden. Dat betekent niet dat minimaal dit bedrag in de voorziening dient te zitten, maar wel dat (restant)investeringen die ervoor zorgen dat de voorziening onder deze grens komt, op annuïtaire basis zullen worden afgeschreven. Het nadeel van een grotere buffer is dat de heffing iets hoger uitvalt, maar dat de restant boekwaarde aan het einde van de rekenperiode aanzienlijk lager uit komt. De aanbeveling is om in deze het kostendekkingsplan te volgen. Met de voorgenomen investeringen lukt het niet om alle kosten rechtstreeks uit de voorziening te financieren. Concreet betekent dit dat uit van de operationele investeringen de projecten volgnummers 8 en 11 kredietnummers respectievelijk 97070500044 en uit de kadernota 2025) geactiveerd dienen te worden. Wij hebben voor deze 2 projecten een afschrijvingstermijn van 10 jaar aangehouden. De aanbeveling is om nog steeds uit te gaan van het ideaalcomplex. Op termijn is dit de goedkoopste oplossing voor de burger.

Door investeringen uit de voorziening te bekostigen blijft het rentedeel en de restant boekwaarde aan het einde va de berekening beperkt.

4. Vergelijking GRP 2021-2025 met kostendekkingsplan 2024 Door de aanpassing van de rekenperiode zijn de vervangingskosten van de vrijverval riolering over een grotere periode uitgesmeerd. Ook is een gevolg dat de vervangingskosten van objecten met kleinere vervangingscycli (denk bv aan pompen) aan het einde van de rekenperiode hierdoor deels een keer extra zijn meegenomen. De prognose uit het GRP en het werkelijk equivalent aantal heffingen komen nagenoeg met elkaar overeen. Dat betekent dat de voorspelde areaaluitbreiding heeft plaatsgevonden. In het GRP is alleen de uitbreiding van het aantal equivalente heffingen meegenomen, maar is de uitbreiding van het areaal

Blad 5

niet meegenomen. In het kostendekkingsplan zitten deze in de huidige areaalgegevens en zijn deze wel meegenomen. Ten opzichte van het GRP zijn de kosten op basis van het prijsindexcijfer voor “42/43 Grond- Weg en Waterbouw” volgens CBS Statline 42/43 (inputprijsindex 2015=100) met 31% gestegen (cijfers van oktober 2020 en juli 2024). Waar van toepassing zijn de investeringskosten met deze prijscorrectie aangepast. De totale kosten voor de operationele investeringen zijn in het GRP geraamd op €7,8 miljoen. Het gaat om 13 projecten en 1 onderzoeksproject. Een aantal ervan zijn uitgevoerd en er zijn een aantal projecten bijgekomen. Van alle projecten zijn oftewel de realisatiekosten verrekend met de voorziening of zijn de kostenramingen bijgesteld. In het kostendekkingsplan staan nog 12 investeringsprojecten opgenomen met een totaal geraamde investering van €11,1 miljoen. De totale geraamde investering voor vervanging van het areaal binnen de periode van 70 jaar in het GRP bedraagt €110,6 miljoen. Deze is gebaseerd op deels vervangen en deels relinen van de vrijverval riolering, de aanleg van gescheiden riolering bij vervanging van een gemengd riool en de aanleg van 60 mm berging in de hierbij horende nieuwe hemelwater riolering. Gemiddeld is dat een bedrag van €1,58 miljoen per jaar, prijspeil 2020. Prijspeil 2024 zou dat €2,07 miljoen zijn.

In het kostendekkingsplan bedraagt de totale vervangingsinvestering binnen de periode van 80 jaar vergelijkbaar €162,0 miljoen. Gemiddeld €2,03 miljoen per jaar. Een deel van het verschil vloeit voort uit de aanpassing van het prijspeil, een deel uit de uitbreiding van het areaal en een deel uit het feit dat sommige objecten een keer vaker binnen de rekenperiode worden vervangen. Daartegenover staat dat de vervangingskosten over 80 in plaats van 70 jaar zijn uitgesmeerd. De totale exploitatielasten zijn ten opzichte van het GRP met ongeveer 18% gestegen (nu €1,36 miljoen ten opzichte van € 1,15 miljoen). In het GRP is een uiteindelijk kostendekkende heffing van €352,10 en prijspeil 2020 berekend. Wanneer we rekening houden met indexatie van prijzen, zou dit prijspeil 2024 uitkomen op een heffing van €461,25. In het nieuwe kostendekkingsplan 2024 is de uiteindelijke kostendekkende heffing berekend op €488,50. Het verschil van circa 6% zit voornamelijk in gerealiseerde projecten die duurder zijn uitgevallen, projecten die in het kostendekkingsplan duurder zijn geraamd en areaaluitbreidingen.

Opgemaakt:

Bijlagen

1. Parameterblad modelberekening 2. Exploitatielasten 3. Kapitaallasten gerealiseerde projecten 4. Operationele investeringen 5. Reservering vervangingskosten 80 jaar 6. Modelberekening doorkijk komende 25 jaar 7. Tariefontwikkeling per categorie komende 25 jaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=b9a85452-4ca9-4245-9a10-43bc5e2459bc