CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 - Module 7.2 Nota samenvatting en rekenvoorbeelden

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente AstenBij agendapunt: Mobiliteitsvisie 2025 – GVVP gemeente Asten (bespreekstuk)2.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Module 7.2: Nota parkeernormen 2025 Samenvatting en rekenvoorbeelden voor ontwikkelaars in Asten Inleiding De gemeente Asten heeft in 2025 een nieuwe Nota Parkeernormen vastgesteld. Daarin zijn parkeernormen opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen, met ruimte voor de nodige flexibiliteit en maatwerk. In de Nota Parkeernormen staat precies aangegeven welke uitgangspunten gehanteerd zijn en waar rekening mee gehouden moet worden bij het bepalen van de parkeereis voor een ontwikkeling in de gemeente Asten. Ook wordt uitgelegd onder welke voorwaarden van de parkeereis mag worden afgeweken, dus wanneer maatwerk mogelijk is. Daarin is onderscheid gemaakt tussen maatwerk voor de te hanteren norm en maatwerk voor de eis van parkeren op eigen terrein. Samenvatting Nota Parkeernormen In deze samenvatting worden voor u, als ontwikkelaar of initiatiefnemer, de spelregels van de Nota Parkeernormen toegelicht met rekenvoorbeelden voor het bepalen van de parkeereis. Dit document is een aanvulling op de Nota Parkeernormen van de gemeente Asten en verwijst regelmatig naar de inhoud van de nota. Het is daarom verstandig dat u, bij het lezen van deze samenvatting, ook de Nota Parkeernormen tot uw beschikking hebt.

Uw parkeereis bepalen Met behulp van parkeernormen wordt de parkeereis bepaald voor ruimtelijke ontwikkelingen. Parkeernormen worden niet gebruikt om bestaande parkeerdruk in beeld te brengen of te corrigeren. Ook worden de normen niet gebruikt bij herinrichting van de openbare ruimte. De parkeereis is het totaal aan parkeerplaatsen waar u als ontwikkelaar in moet voorzien. De Nota Parkeernormen beschrijft in hoofdstuk 2 de uitgangspunten voor de parkeernormen van de gemeente Asten en de regels voor het gebruik.

Waar moet ik rekening mee houden? Parkeernormen Bijlage 1 van de Nota Parkeernormen bevat de parkeernormen per gebiedsprofiel. De belangrijkste en meest voorkomende functies zijn opgenomen. Wanneer bepaalde functies niet in de lijst voorkomen, wordt in dat geval door de gemeente een onderbouwde afweging gemaakt welke norm of combinatie van normen moet worden toegepast. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van de CROW parkeerkencijfers. Gebiedsprofielen De parkeernormen maken onderscheid in drie gebiedsprofielen: centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Paragraaf 2.3 geeft kaartbeelden met de aanduiding van de gebieden. Parkeereis Met de parkeernormen in bijlage 1 van de Nota Parkeernormen kunt u de parkeereis berekenen. Daarbij moet u rekening houden met de omrekenwaardes voor parkeervoorzieningen bij woningen (paragraaf 2.5), dubbelgebruik (paragraaf 2.6) en enkele uitvoeringsregels (paragraaf 2.7). In de uitvoeringsregels wordt uitgelegd hoe u om moet gaan met bezoekersparkeren, afronding, maatvoering parkeerplaatsen, salderen, functie onbekend, inzet parkeercapaciteit en schoolomgevingen. Rekenvoorbeelden ruimtelijke ontwikkeling Voorbeeld 1 Een projectontwikkelaar wil 10 twee-onder-één-kap woningen en een woonwinkel van 800 m2 bouwen in het centrum in Asten, net buiten de blauwe zone.

Om in de parkeervraag te voorzien realiseert de ontwikkelaar een parkeerterrein binnen de ontwikkeling. De woningen krijgen een enkele oprit zonder garage. Voor twee-onder-één-kap woningen geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning, daarmee wordt de parkeereis 15 parkeerplaatsen (1,5 * 10 = 15). Daarvan moeten minimaal 14 parkeerplaatsen worden aangelegd voor de bewoners (1,4 * 10 = 14 pp) en 1 parkeerplaats voor het bezoek van de woningen (0,1 * 10= 1 pp). Daarvan worden door de aanleg van de opritten 7 parkeerplaatsen opgevangen (10 enkele opritten zonder garage zijn in de praktijk acht parkeerplaatsen). De overige 7 parkeerplaatsen dienen apart nog te worden gerealiseerd. Voor de woonwinkel moeten minimaal 11 parkeerplaatsen worden aangelegd (1,3 * (800 / 100) = 10,4 = 11 pp). In het totale plan moeten buiten de al geplande opritten minimaal 7 (woningen) + 11 (winkel) = 18 openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Wanneer het parkeerterrein toegankelijk is voor zowel de werknemers als bezoekers van de winkel, als voor bewoners en bezoekers van de woningen, kan dubbelgebruik van de parkeerplaatsen worden toegepast. Dit betekent dat een parkeerplaats ’s avonds gebruikt wordt door bewoners en overdag door bezoekers en werknemers van de winkel. Hiervoor moet eerst een maatgevende periode bepaald worden. Dit is in dit geval zaterdagmiddag, waarbij 75% van de bewoners, 100% van het bezoek van de woningen en 100% van het personeel en bezoek van de winkels aanwezig zijn. Dit betekent dat er minimaal 17 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd (6 * 0,75) + 1 + 11 = 16,5 = 17 pp. Voorbeeld 2 Een bestaand kantoor in het centrum van Asten breidt uit met 600 m2 bvo en bouwt tien appartementen (> 100 m2 bvo) boven het kantoor erbij voor de verkoop. De woningen krijgen één gereserveerde parkeerplaats per woning. Het kantoor heeft een baliefunctie en bestaande parkeerplaatsen op eigen terrein. Een berekening van de parkeereis is alleen van toepassing op de uitbreiding en de extra parkeerbehoefte die deze genereert. Voor de uitbreiding van 600 m2 bvo moeten minimaal 13 parkeerplaatsen worden gerealiseerd (2,1* 600 / 100 = 12,6 = 13 pp).

Voor een appartement (> 100 m2 bvo) in het centrum geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning, daarmee wordt de parkeereis 14 parkeerplaatsen (1,4 * 10 = 14 pp). Voor tien etagewoningen moeten minimaal 13 parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de bewoners (1,3 * 10 = 13 pp) en één parkeerplaats voor bezoek van de woningen (0,1 * 10 = 1 pp). In het totale plan moeten dus minimaal 13 (kantoor) + 14 (appartement woningen) = 27 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiervan zijn 10 parkeerplaatsen gereserveerd voor bewoners. Wanneer de parkeerplaatsen toegankelijk zijn voor zowel de werknemers en bezoekers van de kantoren, als voor de bewoners en bezoekers van de woningen, kan dubbelgebruik van de parkeerplaatsen worden toegepast. De gereserveerde parkeerplaatsen voor bewoners worden niet meegenomen in de berekening voor dubbelgebruik. Voor dubbelgebruik wordt daarom gerekend met 17 parkeerplaatsen. Dit zijn 13 parkeerplaatsen voor het kantoor en vier parkeerplaatsen voor de woningen (14 – 10 = 4). De parkeerplaatsen worden ’s avonds vooral gebruikt door bewoners en overdag door bezoekers en werknemers van het kantoor. Hiervoor moet eerst een maatgevende periode bepaald worden. In dit geval is dat een werkdagmiddag. Dit is de periode dat het kantoor geopend is (100%) en 60% van de bewoners thuis is en 50% van de bezoekersplaatsen bij de woningen gebruikt worden.

Dit betekent dat er minimaal 16 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd (13 + (3 * 0,6) + (1 * 0,5) = 15,3 = 16 pp). Daarnaast moeten de 10

gereserveerde parkeerplaatsen voor de bewoners worden gerealiseerd. De totale parkeereis is 16 + 10 = 26 parkeerplaatsen. Voorbeeld 3 Een vrijstaande woning in de rest bebouwde kom van Heusden wordt omgebouwd tot een kleinschalige sportschool met een bruto vloeroppervlak van 180 m2. Op dit moment is er geen parkeervoorziening op eigen terrein aanwezig. De parkeernorm voor een sportschool in de rest bebouwde kom is 4,8 parkeerplaats per 100 m2 bvo. De sportschool vraagt om minimaal negen parkeerplaatsen (4,8 * 180 / 100= 8,6 pp). Echter, de vraag van de grote woning vervalt, ondanks dat er in de huidige situatie geen feitelijke parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig waren. Dit zijn 2,05 parkeerplaatsen. Er moeten dus minimaal 7 parkeerplaatsen worden gerealiseerd (8,6 - 2,05 = 6,55 = 7 pp). Rekenvoorbeeld schoolomgeving In een woonwijk in Asten wordt een nieuwe basisschool gebouwd. De school gaat 250 kinderen huisvesten in 8 lokalen. 100 leerlingen in de onderbouw en 150 leerlingen in de bovenbouw. De parkeervraag van een school bestaat uit twee onderdelen: 1 parkeervraag personeel 2 parkeervraag brengen en halen kinderen De parkeernorm voor een basisschool is 0,8 parkeerplaats per klaslokaal. Voor het personeel moeten minimaal 7 parkeerplaatsen worden gerealiseerd (0,8 * 8 = 6,4 = 7 pp).

Voor het brengen en halen van kinderen wordt gebruikgemaakt van de rekenmethodiek in bijlage 3 van de Nota Parkeernormen. Deze maakt onderscheid tussen de onderbouw (groep 1 tot en met 3) en bovenbouw (groep 4 tot en met 8). Het autogebruik moet door onderzoek worden bepaald. Dit rekenvoorbeeld gaat uit van gemiddeld gebruik. Dat is voor de onderbouw 45% en de bovenbouw 22,5%. Voor halen en brengen van kinderen uit de onderbouw moeten minimaal 34 parkeerplaatsen worden gerealiseerd: (100 * 45% * 0,5 * 0,75 = 16,9 = 17 pp). Voor de bovenbouw moeten minimaal 15 parkeerplaatsen worden gerealiseerd: (150 * 22,5% * 0,25 * 0,85 = 7,2 = 8 pp). In totaal moeten minimaal 31 parkeerplaatsen worden gerealiseerd: (6,4 + 16,9 + 7,2 = 30,5 = 31 pp). Eventueel kan een gedeelte van de vraag worden opgevangen door een Kiss & Ride strook, waardoor minder parkeerplaatsen nodig zijn. Deze wordt voornamelijk gebruikt door ouders van leerlingen van de bovenbouw. Ouders

van leerlingen in de onderbouw lopen namelijk vaker mee naar binnen, waardoor de Kiss & Ride strook niet efficiënt gebruikt wordt. Uitgangspunt daarbij is dat de Kiss & Ride strook vrij gehouden wordt van parkeerders.

Mogelijkheden voor maatwerk In de gemeente Asten gelden de parkeernormen en uitgangspunten van de Nota Parkeernormen. Echter, om maatwerk mogelijk te maken kan het college ruimte geven voor de parkeereis. Onder bepaalde omstandigheden is een aangepaste parkeereis passend of kan worden afgeweken van de eis voor parkeren op eigen terrein. Hiervoor zijn regels voor maatwerk opgesteld. Deze regels geven aan in welke gevallen medewerking aan maatwerk kan worden verleend. Daarnaast kent de Nota Parkeernormen een afwijkingsbepaling. Dat geeft het College van Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid af te wijken van de nota voor ontwikkelingen die bijzonder waardevol zijn voor Asten en die niet passen binnen de parkeernormen en/of maatwerk. Maatwerk voor de norm Het is mogelijk om af te wijken van de parkeereis in de volgende gevallen: 1 Bij inzet van deelauto’s met een vaste standplaats, dit leidt tot een lagere parkeerbehoefte. Het plafond is 20% van de parkeerbehoefte van bewoners. De inzet van een deelauto levert een korting van maximaal vijf parkeerplaatsen, echter heeft de deelauto zelf ook een (gereserveerde) parkeerplaats nodig, waardoor de parkeereis mag worden verminderd met maximaal vier parkeerplaatsen per deelauto. De deelauto krijgt een eigen toegewezen parkeerplaats en is elektrisch aangedreven.

2 Bij ontwikkelingen met een geringe toename van de parkeerdruk (< 1,5 parkeerplaatsen), met uitzondering van ontwikkelingen met de functie ‘wonen’. 3 Bij ontwikkelingen die een oplossing bieden voor de leegstand in het centrum van Asten (korting van maximaal 5 parkeerplaatsen). Deze korting geldt voor alle soorten ontwikkelingen. 4 Bij het actief stimuleren van fietsgebruik, bijvoorbeeld in uw bedrijfsplan en/of arbeidsvoorwaarden en bij de ontwikkeling rekening houdt met de fietsnormen in bijlage 4 (korting van 10%). Deze korting geldt niet voor de functie ‘wonen’. 5 Wanneer u voldoet aan een combinatie van 1 tot en met 4 is het stapelen van korting toegestaan. In het meest gunstige geval leidt dit tot een korting van 10% op de parkeereis en een korting van vijf parkeerplaatsen. De voorwaarden voor maatwerk voor de norm beschrijft paragraaf 3.1 van de Nota Parkeernormen.

Rekenvoorbeelden maatwerk voor de norm Voorbeeld 1 Ontwikkeling met geringe parkeerdruk (<1,5 parkeerplaats) Een fysiotherapiepraktijk in Ommel wil uitbreiden. Het betreft een kleinschalige verbouwing, in totaal wordt één behandelkamer toegevoegd. De parkeernorm voor de uitbreiding is 1,3 parkeerplaats per behandelkamer, de parkeereis voor deze ontwikkeling is daarmee 1,3 parkeerplaats. Omdat de parkeereis kleiner is dan 1,5 parkeerplaats, wordt vrijstelling verleend van de parkeereis. Voorbeeld 2 Oplossen leegstand in centrum van Asten Een leegstaand kantoor met baliefunctie van 500 m2 in het centrum van Asten wordt omgebouwd naar een witgoedzaak. In de huidige situatie zijn 3 parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. De parkeernorm voor een kantoor met baliefunctie op deze locatie is 2,1 parkeerplaats per 100 m2 bvo. Het kantoor vraagt minimaal om 11 parkeerplaatsen (2,1 * 500 / 100 = 10,5 = 11 pp). De parkeernorm voor witgoedzaak is 4,0 parkeerplaats per 100 m2 bvo. Volgens de geldende parkeernorm zou de parkeereis in de huidige situatie 20 parkeerplaatsen zijn (4,0 * 500 / 100 = 20 = 20 pp). De functieverandering leidt ertoe dat er 20 – 10,5 = 9,5 = 10 parkeerplaatsen extra moeten worden gerealiseerd. Rekening houdend met de drie bestaande parkeerplaatsen wordt de parkeereis voor de witgoedzaak na het salderen 13 parkeerplaatsen (9,5 + 3 = 12,5 = 13 pp).

Het is toegestaan om vijf van de vereiste 13 parkeerplaatsen van de witgoedzaak af te wentelen op het openbaar gebied, onder de voorwaarde dat de parkeerdruk in de directe omgeving op relevante momenten niet hoger wordt dan 85%. De maatgevende momenten voor witgoedzaak is de zaterdagmiddag. Er zijn in directe omgeving 50 parkeerplaatsen beschikbaar, de gemiddelde parkeerdruk in de directe omgeving is op de relevante momenten 70% (aanname, normaliter wordt dit met een telling gemeten). Gemiddeld zijn er 35 parkeerplaatsen bezet. Wanneer 5 parkeerplaatsen extra bezet zijn wordt de parkeerdruk 40 / 50 * 100 = 80%. In dit geval is het toegestaan om een korting op de parkeereis door te voeren van vijf parkeerplaatsen. De parkeereis wordt daarmee 13 – 5 = 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Aangezien er drie bestaande parkeerplaatsen aanwezig zijn, moeten voor deze ontwikkeling vijf extra parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Vanwege de grootte van het perceel is dat geen probleem. Voorbeeld 3 Oplossen leegstand in centrum van Asten De bibliotheek in het centrum van Asten is verhuisd naar een andere locatie. Het oude pand met een oppervlakte van 1.000 m2 staat al even leeg. Er zijn geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Een ontwikkelaar wil het pand

ombouwen naar een appartementencomplex met 15 koopappartementen. Het gaat daarbij om 10 appartementen van 60 m2 en vijf appartementen van 80 m2. De parkeernorm voor de bibliotheek is 0,5 parkeerplaats per 100 m2 bvo. Volgens de geldende parkeernorm zou de parkeereis in de huidige situatie vijf parkeerplaatsen zijn (0,5 * 1000 / 100 = 5,0 = 5 pp). De parkeernorm voor een koopappartement van 60 m2 op deze locatie is 1,1 parkeerplaatsen per woning. De parkeernorm voor een koopappartement 80 m2 op deze locatie is 1,2 parkeerplaatsen per woning. Het appartementencomplex vraagt minimaal om 17 parkeerplaatsen ((1,1 * 10) + (1,2 * 5) = 17,0 = 17 pp). De functieverandering leidt ertoe dat er 17,0 – 5,0 = 12,0 = 12 parkeerplaatsen extra moeten worden gerealiseerd. Er zijn geen bestaande parkeerplaatsen om rekening mee te houden. De parkeereis is 12 parkeerplaatsen. Het is toegestaan om vijf van de vereiste 12 parkeerplaatsen af te wentelen op het openbaar gebied, onder de voorwaarde dat de parkeerdruk in de directe omgeving op relevante momenten niet hoger wordt dan 85%. Het maatgevende moment voor wonen is een werkdagavond. Er zijn in directe omgeving 30 parkeerplaatsen beschikbaar, de parkeerdruk in de directe omgeving in de avonduren is 40% (aanname). Gemiddeld zijn er 12 parkeerplaatsen bezet. Wanneer vijf parkeerplaatsen extra bezet zijn wordt de parkeerdruk 17 / 30 * 100 = 56%.

In dit geval is het toegestaan om een korting op de parkeereis door te voeren van vijf parkeerplaatsen. De parkeereis wordt daarmee 12 – 5 = 7 parkeerplaatsen op eigen terrein. Aangezien er op eigen terrein en in de directe omgeving geen ruimte beschikbaar is voor het realiseren van parkeerplaatsen, kan de ontwikkelaar een beroep doen op het mobiliteitsfonds om de parkeereis af te kopen. Zie paragraaf 3.2 van de Nota Parkeernormen ‘Maatwerk voor verplichting eigen terrein’. Voorbeeld 4 Stimulering fietsnormen Een bestaand kantoor zonder baliefunctie in Heusden wordt uitgebreid met 250 m2. Hierdoor ontstaat een extra parkeereis van zeven parkeerplaatsen (2,1 * 250 / 100 = 5,25 = 6 pp). De ontwikkelaar stimuleert fietsgebruik door een voor het personeel aantrekkelijke fietsregeling op te nemen in de arbeidsvoorwaarden. Bovendien voorziet het bouwplan in een oplaadpunt voor elektrische fietsen. Rekening houdend met de normen voor fietsparkeerplaatsen in bijlage 6 geldt voor een kantoor zonder baliefunctie een fietsparkeernorm van 1,1 per 100 m2 bvo. De fietsparkeereis voor dit kantoor is drie fietsparkeerplaatsen (1,1 * 250 / 100 = 2,75 = 3 pp). De ruimte voor deze fietsparkeerplaatsen neemt de ontwikkelaar zichtbaar mee in het bouwplan.

Als gevolg van het stimuleren van fietsgebruik en het rekening houden met de fietsparkeernormen mag een korting op de parkeereis worden doorgevoerd van 10%. De parkeereis wordt na aftrek van de korting vijf parkeerplaatsen (5,25 – (5,25 * 0,10) = 4,7 = 5 pp). Maatwerk voor verplichting parkeren op eigen terrein Wanneer u de berekende parkeereis niet of niet volledig op eigen terrein kunt realiseren, is in sommige gevallen maatwerk mogelijk. Zie ook voorbeeld 3 van Rekenvoorbeelden maatwerk voor de norm. 1 u geeft een vervangende private parkeerruimte op 2 u realiseert vervangende parkeerruimte in de openbare ruimte 3 u koopt de parkeereis af Nadere uitleg over de voorwaarden beschrijft paragraaf 3.2 van de Nota Parkeernormen. Wanneer u, na goedkeuring van de gemeente, in aanmerking komt voor afkoop van de parkeereis, dan maakt u gebruik van het mobiliteitsfonds, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van de nota. Afwijkingsbepaling en overgangsregeling Nadere informatie over de afwijkingsbepaling en overgangsregeling is te vinden in de paragrafen 3.4 en 3.5 van de Nota Parkeernormen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=ad0e601e-fabf-4a1a-946e-d50f7a0c989c