Bijlage 10 - Module 6.2 Inrittenbeleid Gemeente Asten 2025
Tekst van het document
Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
GEEF DE RUIMTE AAN EEN DUURZAME INRICHTING
Colofon Titel:
Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Auteur(s): Opdrachtgever: Projectnaam: Projectnummer: Datum: Status:
Bram Louwers, Rick van Soest, Stijn Engels Gemeente Asten GVVP gemeente Asten 2025 24076 11 september 2025 Concept
Contactadres: Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven T 040 30 300 95 E contact@accentadviseurs.nl I www.accentadviseurs.nl
© Accent adviseurs, Eindhoven. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Accent adviseurs.
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doelstelling Leeswijzer
4 4 4
2. Beleidskader
5
2.1 2.2 2.3 2.4
Omgevingswet Wegenwet APV Omgevingsplannen
3. Weigeringsgronden APV voor inritten 3.1 3.2 3.3 3.4
Bruikbaarheid van de weg Doelmatig en veilig gebruik van de weg Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving Bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente
4. Uitvoeringsaspecten 4.1 4.2 4.3 4.4
5 5 5 6
7 7 7 8 10
12
Algemeen Binnen de bebouwde kom Buiten de bebouwde kom Verplaatsen inrit
12 13 15 16
5. Overgangs- en slotbepalingen
17
5.1 Inwerkingtreding 5.2 Overgangsbepaling 5.3 Citeertitel Bijlage 1 — Situatietekeningen Bijlage 2 — Standaard inritconstructies Bijlage 3 — Afkortingen- en begrippenlijst
17 17 17 18 20 23
1. Inleiding Een uitweg, ook wel uitrit, inrit of oprit genoemd, is een aansluiting vanuit een perceel op de openbare weg. Voor de leesbaarheid noemen we deze termen in de rest van dit voorstel een ‘inrit’. In deze notitie worden enkel inritten naar ‘functies’ (bijvoorbeeld woningen, bedrijven) behandeld.
1.1
Aanleiding In de gemeente Asten is een vergunning nodig om een inrit te realiseren of aan te passen. Op grond van de Omgevingswet in combinatie met de APV, kan hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In de APV zijn voor deze vergunning diverse weigeringsgronden opgenomen. Bovendien kan de gemeente, ter bescherming van het belang waarvoor de vergunning is vereist, voorwaarden en beperkingen verbinden aan de vergunning. In lijn met het nieuwe GVVP is een actualisatie van het inrittenbeleid gewenst. Het beleids- en toetsingskader is in voorliggend document vastgelegd. Dit beleid bevordert eenduidige besluitvorming (consistentie) en biedt de aanvrager vooraf inzicht in de toetsingscriteria (transparantie).
1.2 Doelstelling Het doel van voorliggend beleid is een helder en formeel kader te scheppen, waarin onder andere de voorwaarden en het beheer en onderhoud met betrekking tot de aanleg van inritten zijn vastgelegd.
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk twee beschrijft het bovenliggende beleidskader voor het inrittenbeleid, waarna in hoofdstuk drie het beleid nader is geformuleerd door het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk vier beschrijft de uitvoeringsaspecten en tot slot zijn de overgangs- en slotbepalingen in hoofdstuk vijf opgenomen.
PAG 4 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
2. Beleidskader Voor het realiseren of aanpassen van een inrit zijn diverse wet- en regelgeving van belang. Dit hoofdstuk beschrijft een korte samenvatting van dit beleidskader.
2.1 Omgevingswet Op grond van artikel 5.8 van de Omgevingswet is de gemeente bevoegd gezag voor een aanvraag die betrekking heeft op een activiteit, tenzij artikelen 5.9, 5.10 of 5.11 een ander bestuursorgaan aanwijzen.
2.2 Wegenwet Op grond van artikel 14 van de Wegenwet moet de eigenaar van een weg het uitwegen hierop in beginsel gedogen. Ten einde de bruikbaarheid van de weg te waarborgen is het toegestaan een vergunning te eisen en via voorschriften de wijze waarop wordt aangesloten te regelen. Deze regeling is opgenomen in de APV artikel 2:12. “Maken en veranderen van een uitweg” en daarmee de wettelijke basis voor dit inrittenbeleid.
2.3 APV In de APV wordt in artikel 2:12 lid 1 bepaald dat het verboden is om zonder (omgevings)vergunning van het college van burgemeester en wethouders een inrit naar de openbare weg te maken dan wel deze te veranderen. In artikel 2:12 lid 2 staan criteria waarop een vergunning kan worden geweigerd. Artikel 2:12 Maken en veranderen van een uitweg luidt als volgt: 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
PAG 5 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapsverordening, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant. 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
2.4 Omgevingsplannen Aanvragen worden altijd getoetst aan het geldende omgevingsplan. In het omgevingsplan zijn voorwaarden opgenomen voor een inrit.
PAG 6 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
3. Weigeringsgronden APV voor inritten Voor iedere inrit, binnen of buiten de bebouwde kom, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Een omgevingsvergunning voor de realisatie of aanpassing van een inrit wordt getoetst aan de weigeringsgronden van de APV en het Programma Groen. Dit hoofdstuk beschrijft de uitleg die het college van burgemeester en wethouders aan deze weigeringsgronden geeft. Voor elke aanvraag wordt een belangenafweging gemaakt waarbij onderstaande bepalingen worden meegenomen. Afwijking van de beleidsregel is, op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, altijd mogelijk.
3.1 Bruikbaarheid van de weg De ‘bruikbaarheid van de weg’ heeft betrekking op de functie die de betrokken weg heeft, de inrichting van deze weg en de gevolgen die de inrit kan hebben op de functie van de weg. Een aanvraag voor de realisatie of aanpassing van een uitrit wordt niet verleend als: A het aanleggen van een inrit ten koste gaat van één of meerdere openbare parkeermogelijkheden; B de inrit tot gevolg heeft dat straatmeubilair of een nutsvoorziening en/of ander obstakel dienen te worden verplaatst, terwijl er in de nabije omgeving geen geschikte alternatieve locatie voor genoemde objecten voorhanden is en/of er geen overeenstemming tot verplaatsing van het obstakel is met de eigenaar.
3.2 Doelmatig en veilig gebruik van de weg Een aanvraag voor de realisatie of aanpassing van een inrit wordt niet verleend als de inrit: A leidt tot een gevaar voor de verkeersveiligheid; B aansluit op een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom (GOW80 bubeko). Voor een overzicht van de wegcategorisering in de gemeente Asten verwijzen we naar de module ‘gemotoriseerd verkeer’ (module 5); C op of nabij een rotonde, kruising of splitsing van wegen komt te liggen en dit leidt tot een verkeersgevaarlijke of onoverzichtelijke situatie;
PAG 7 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
D E F G H I J K
op of nabij een voetgangersoversteekplaats komt te liggen; op of nabij een bushalte komt te liggen; de aanvraag een tweede inrit voor een woning betreft; op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meerdere bestaande garages, niet zijnde de eigen garage, komt te liggen; op een plaats waar de inrit op een fiets- en/of voetpad uitkomt en op dat pad gereden moet worden om van de openbare weg het perceel te bereiken; op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden; op een plaats waar het zicht vanaf de inrit op de weg, voetpad of fietspad onvoldoende is voor verkeer. bij een watergang geen dam (met duiker) aangelegd kan worden.
3.3 Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving Een aanvraag voor de realisatie of aanpassing van een inrit van een woning wordt niet verleend als: A het een aanvraag voor een inrit is bij een rijwoning (m.u.v. hoekwoningen); B deze niet is gelegen in het verlengde van de inrit; C aansluitend aan de inrit op eigen terrein geen minimale ruimte van 5 meter lang en 3 meter breed beschikbaar is; D er minder dan 3 meter ruimte is op eigen terrein naast de woning zodat het leidt tot parkeren in de voortuin van de woning; E een inrit afwijkt van de volgende maximale breedtes (hiervoor zijn afbeeldingen in bijlage 1 voor opgenomen): – voor een enkele particuliere inrit: 4,5 meter – voor een dubbele particuliere inrit t.b.v. één woning: 6,5 meter – voor een dubbele particuliere inrit t.b.v. twee woningen: 8 meter – voor een enkele particuliere inrit buiten bebouwde kom: 8 meter F een inrit aan de voorgevel van de woning wordt gerealiseerd. Inritten zijn enkel toegestaan naast de voorgevel van de woning; G de inrit in strijd is met het geldende inrichtings-, omgevings- en definitief beeldkwaliteitsplan;
PAG 8 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
H naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders de realisatie van een inrit sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke omgeving van het desbetreffende gebied. Ad 1) Voor een inrit van een landbouwperceel gelden dezelfde regels als voor een enkele particuliere inrit buiten de bebouwde kom Een aanvraag voor de realisatie of aanpassing van een inrit van een bedrijf wordt niet verleend als: A een inrit bij bedrijf afwijkt van de maximale breedte van 8 meter; B de aanvraag betrekking heeft op meerdere inritten: – Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van minder dan 32 meter wordt maximaal één inrit toegestaan. Indien dit voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is, zijn twee inritten met een gezamenlijke breedte van acht meter, toegestaan. Er moet dan minimaal 8 meter tussen beide inritten aanwezig zijn en de kavelbreedte van het perceel bedraagt ten minste 16 meter. – Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van meer dan 32 meter worden maximaal twee inritten toegestaan, mits er minimaal acht meter tussen beide inritten aanwezig is. – Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van meer dan 64 meter zijn maximaal drie inritten toegestaan, mits er minimaal acht meter tussen elke inrit aanwezig is.
Ad 1) Er geldt dat buiten de bedrijventerreinen alleen inritten voor bedrijven worden aangelegd als de vestiging van het bedrijf is toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan en de parkeerdruk op straat hiermee wordt verlicht. Ad 2) Bij inritten buiten bedrijventerreinen wordt een onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde aan huis gebonden beroepen en de overige bedrijven. Voor aan huis gebonden beroepen gelden dezelfde regels als voor een woning.
PAG 9 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
3.4 Bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente Inritten naar percelen door de hoofdstructuur worden zo min mogelijk aangelegd en waar mogelijk wordt in eerste instantie gezocht naar een acceptabele alternatieve locatie. Nieuwe inritten hebben in de hoofdstructuur een minimale afmeting, liggen zo ver mogelijk van de bomen af en hebben eventueel een aangepaste constructie. Per perceel wordt in principe één inrit aangelegd. Voor percelen grenzend aan de hoofdstructuur die worden gesplitst, wordt bekeken of het mogelijk is om deze inrit gezamenlijk te gebruiken. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is kan een tweede inrit worden verleend conform de beschreven voorwaarden. De secundaire en tertiaire structuur hebben in principe geen beperkende werking op het verlenen van een eerste inrit. Indien hierdoor een boom gekapt moet worden of de inrit dichter dan 2m bij een boom komt te liggen wordt deze wel geweigerd indien er een acceptabel alternatief is. Uitgangspunt hierbij is dat bij het ontwerp van de woning voorafgaand rekening is gehouden met de locatie van de inrit en de standplaats van de betreffende bomen. Eventueel kan ook een aangepast constructie geëist worden. Een aanvraag voor een tweede inrit in de hoofdstructuur wordt in principe altijd afgewezen, tenzij dit aantoonbaar voor bijvoorbeeld de bedrijfsvoering noodzakelijk is.
Voor een tweede inrit gelden dan dezelfde voorwaarden als voor een eerste inrit met betrekking tot groen en bomen. Binnen de secundaire en tertiaire structuur is het in veel gevallen mogelijk om een tweede inrit te krijgen, uitgezonderd indien deze binnen 2 meter van de stam van een boom liggen of hiervoor een boom gekapt moet worden. Enkel wanneer de inrit aantoonbaar noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van een bedrijf en er geen alternatieven zijn, kan hiervan afgeweken worden. Indien hiervoor een kapvergunning wordt verleend wordt tevens de verplichting tot het vergoeden van het waardeverlies (methode NVTB) opgelegd. Alle kosten zijn voor de initiatiefnemer.
PAG 10 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Een aanvraag voor de realisatie of aanpassing van een inrit wordt niet verleend als de inrit: A schade aan een monumentale boom of aan de groeiplaats van een monumentale boom wordt toegebracht; B schade aan een kapvergunningplichtige boom of aan de groeiplaats van een kapvergunningplichtige boom wordt toegebracht; C de inrit dichter dan twee meter van de buitenzijde van de stam van een boom ligt; D de inrit gelegen is in de hoofdgroenstructuur zoals in het Programma Groen bepaald en er een alternatief beschikbaar is; E de inrit reststukken haag (< 5m) of reststukken groen (<5 m2) veroorzaakt. Punten B t/m E zijn niet van toepassing als het om een eerste inrit gaat en er geen alternatieven zijn. Er worden dan voorwaarden in de omgevingsvergunning opgenomen, bijvoorbeeld een smallere inrit of een inrit met technische aanpassingen. Een tweede inrit wordt op deze punten wel geweigerd.
PAG 11 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
4. Uitvoeringsaspecten Bij het aanleggen van inritten hanteert de gemeente een aantal algemene en specifieke uitgangspunten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen inritten binnen de bebouwde kom, onderverdeeld naar particulier, nieuwbouw en bedrijfsmatig, en inritten buiten de bebouwde kom.
4.1
Algemeen Voor de realisatie en aanpassing van inritten gelden de volgende algemene uitgangspunten: Voor iedere inrit dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Indien mogelijk dient de vergunning gelijktijdig met de omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk te worden aangevraagd; Legeskosten ten behoeve van de vergunning komen voor rekening van de aanvrager; Alle daadwerkelijk gemaakte kosten ten behoeve van de aanleg van de inrit (inclusief eventuele extra maatregelen zoals verplaatsen van een lichtmast, kolken, groenvoorziening en kabels en leidingen) worden in rekening gebracht bij de aanvrager tenzij: – er sprake is van een reconstructie of (her)inrichting of; – er sprake is van een nieuwbouwlocatie waarbij de fase woonrijp maken nog niet is afgerond. Wanneer de inrit over een sloot of watergang gaat komen de kosten voor de aanleg van een dam met duikers voor rekening van de aanvrager. Onderhoud aan de dam en duiker ligt eveneens bij de aanvrager.
PAG 12 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
4.2 Binnen de bebouwde kom Voor de realisatie of aanpassing van inritten binnen de bebouwde kom, gelden een aantal specifieke uitgangspunten: Algemeen De aanleg van een inrit op gemeentegrond wordt door of namens de gemeente uitgevoerd, in verband met uniformiteit en aansprakelijkheid. Er mag dus niet zelf overgegaan worden tot het aanleggen van een inrit, tenzij de inrit maximaal 0,5 meter breed is; Onderhoud en beheer van inritten op gemeentegrond wordt door de gemeente uitgevoerd. Particuliere inritten De constructie van de inrit wordt door de gemeente bepaald en bestaat in principe uit inritblokken, verlaagde trottoirbanden en inritblokken (hoekstukken) met tussenliggende betonstraatstenen. De standaard inritconstructies zijn uitgewerkt in bijlage 2 van dit beleidsstuk. Particuliere inritten op nieuwbouwlocaties In de woonrijpfase van een nieuwbouwlocatie legt de gemeente uit eigen beweging en op eigen kosten een standaard inrit aan voor woningen met een garage of carport; De exacte locatie van de inrit wordt door de gemeente bepaald aan de hand van het door de gemeente vastgestelde matenplan; Indien een wijziging (tweede inrit of verbreden) van de standaard inrit na de fase woonrijp maken wordt aangevraagd, geldt dat de kosten voor de aanleg van deze wijziging in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Hiervoor is dan een nieuwe inritvergunning nodig.
Dit geldt niet wanneer de aanvraag nog loopt. Afmetingen inritbreedte enkele particuliere inrit De breedte van een enkele particuliere inrit in het openbaar gebied bedraagt maximaal 1,0 meter meer dan de breedte van de inrit op eigen terrein. Waarbij de inrit in het openbaar gebied minimaal 3,5 meter breed is en maximaal 4,5 meter breed.
PAG 13 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Afmetingen inritbreedte dubbele particuliere inrit De breedte van een dubbele particuliere inrit (voor één woning) in het openbaar gebied bedraagt maximaal 1,0 meter meer dan de breedte van de inrit op eigen terrein. Waarbij de inrit in het openbaar gebied minimaal 6,0 meter breed is en maximaal 6,5 meter breed. Afmetingen inritbreedte dubbele particuliere inrit t.b.v. twee woningen De breedte van een dubbele particuliere inrit voor twee woningen in het openbaar gebied bedraagt maximaal 1,0 meter meer dan de breedte van de inrit op eigen terrein. Waarbij de inrit in het openbaar gebied minimaal 6,0 meter breed is en maximaal 8,0 meter breed. Bedrijfsmatige inritten Voor bedrijfsmatige inritten gelden andere uitgangspunten dan voor particuliere inritten. De constructie van een inrit voor bedrijven wordt bepaald door de gemeente. De standaard inritconstructies zijn uitgewerkt in bijlage 2. De volgende hoeveelheid en breedtes van de inritten gelden voor bedrijven: – Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van minder dan 32 meter wordt maximaal één inrit toegestaan. Indien dit voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is, zijn twee inritten met een gezamenlijke breedte van acht meter, toegestaan. Er moet dan minimaal 8 meter tussen beide inritten aanwezig zijn en de kavelbreedte van het perceel bedraagt ten minste 16 meter.
– Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van meer dan 32 meter worden maximaal twee inritten toegestaan, mits er minimaal acht meter tussen beide inritten aanwezig is. – Bij bedrijven met een kavelbreedte van het perceel van meer dan 64 meter zijn maximaal drie inritten toegestaan, mits er minimaal acht meter tussen elke inrit aanwezig is.
PAG 14 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
4.3 Buiten de bebouwde kom Voor inritten buiten de bebouwde kom en inritten naar landbouwpercelen gelden een aantal specifieke uitgangspunten: Voor inritten buiten de bebouwde kom geldt dat de aanvrager de inrit zelf mag (laten) aanleggen voor eigen rekening. Hier zijn voorwaarden aan verbonden. Als er gegraven wordt moet er een KLICmelding gedaan worden. De KLIC-melding kan worden gedaan via www.Kadaster.nl/klic. Voor vragen is het Kadaster telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 088 – 183 22 00. De constructie bestaat in principe uit: – fundering van 25 centimeter; – brekerzand of grind 5 centimeter; – zware opsluitbanden of trottoirbanden gesteld in betonspecie.
Er mag geen gesloten verharding (asfalt en/of beton) worden aangebracht; De inrit moeten voldoende breed aangelegd worden om zo schade aan de verhardingen, bermen en groenstroken te voorkomen, met een maximum van 10 meter breed; De eigenaar dient na aanleg zijn inrit goed te beheren, zorg te dragen voor een goed gebruik van de inrit en schade zoveel mogelijk te voorkomen; Indien de eigenaar zijn inrit niet goed beheerd wordt de inrit hersteld door de gemeente op kosten van de eigenaar; Bij het verlenen van een inritvergunning in het buitengebied in de buurt van bomen (buitenkant inrit minder dan 3 meter van de buitenzijde van de stam) wordt de inrit, net zoals binnen de kom, door de gemeente aangelegd wordt. De kosten voor de aanleg van de inrit zijn dan voor de aanvrager; Ingeval de inrit over een sloot/watergang gaat, dient toestemming te worden verleend voor de aanleg van een dam met duiker (of een brug) door het waterschap en/of gemeente. Het kan zijn dat hiervoor een watervergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij waterschap Aa en Maas op basis van de waterschapsverordening. Informatie hierover is te vinden op www.aaenmaas.nl. Ook kan het zijn dat u toestemming dient te krijgen van de gemeente als eigenaar/aangelande van de sloot/watergang.
PAG 15 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
4.4 Verplaatsen inrit Ook voor het verplaatsen van een inrit geldt dat er een vergunning moet worden aangevraagd. De aanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden van de APV en/of het omgevingsplan alsmede aan de uitgangspunten van dit hoofdstuk, waarbij de volgende aanvullende bepalingen tevens in acht worden genomen: a. de te vervallen inrit moet worden verwijderd door of in opdracht van de gemeente Asten. De kosten voor het verplaatsen van de inrit zijn dan voor de aanvrager; b. de vrijgekomen ruimte van de vervallen inrit dient te worden hersteld naar de omgevingssituatie door of in opdracht van de gemeente Asten. Deze kosten zijn voor de aanvrager.
PAG 16 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
5. Overgangs- en slotbepalingen 5.1 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin hij wordt geplaatst. DATUM NADER TE BEPALEN.
5.2 Overgangsbepaling Vergunningen verleend op basis van de APV en Omgevingswet, dan wel op basis van oud inrittenbeleid, genomen vóór inwerkingtreding van deze beleidsregel gelden als vergunningen verleend krachtens deze beleidsregel. Ook wanneer een eerder toegestane inrit, in strijd is met het nieuwe beleid, is het nieuwe beleid niet van toepassing.
5.3 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Inrittenbeleid gemeente Asten 2025.
PAG 17 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Bijlagen Bijlage 1 — Situatietekeningen
Figuur 1: enkele particulieren inritten
Figuur 2: dubbele particulieren inritten
PAG 18 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Figuur 3: tweede particuliere inrit
Figuur 4: particulieren inritten gesloten woningbouw (rijwoningen)
PAG 19 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Bijlage 2 — Standaard inritconstructies Een inrit moet voldoen aan de vormgeving zoals is aangegeven in de ASVV 2021 of publicatie 228 (Uitritten en uitritconstructies) van het CROW. De inritten die binnen de gemeente Asten worden aangelegd zijn in beginsel allemaal constructief gelijk. De inritconstructie wordt bepaald door de gemeente en kan voor een particuliere inrit standaard bestaan uit drie types:
Figuur 5: standaard inritconstructie t.b.v. particulier gebruik type A
Figuur 6: standaard inritconstructie t.b.v. particulier gebruik type B
PAG 20 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Figuur 7: standaard inritconstructie t.b.v. particulier gebruik type C
Particuliere inrit Inritten die een trottoir of fietspad met tegels kruisen Tegels van 4,5 centimeter dik worden vervangen door tegels van 8 centimeter dik. Inritten die een fietspad van asfalt kruisen Afhankelijk van de constructie van het fietspad zal het asfalt vervangen worden door een dikker asfaltpakket. Inritten die een groenstrook kruisen De inrit wordt bestraat met grijze betonstraatsteen in keiformaat. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt, wanneer het straatbeeld vraagt om een andere, gelijksoortige bestrating.
PAG 21 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Inritten bij bedrijven Onder de inrit wordt als fundering een pakket van 25 centimeter puin verwerkt.
figuur 5: standaard inritconstructie t.b.v. bedrijfsmatig gebruik type 1
figuur 11: standaard inritconstructie t.b.v. bedrijfsmatig gebruik type 2
PAG 22 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Bijlage 3 — Afkortingen- en begrippenlijst Afkortingen APV ASVV 2021 CROW GVVP KLIC Begrippen Aan huis gebonden beroepen
Binnen de bebouwde kom Buiten de bebouwde kom Gebiedsontsluitingsweg
Groeiplaats
KLIC melding
PAG 23 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Asten Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water en Wegenbouw Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan Kabels en Leidingen Informatiecentrum
Beroepen voor onder andere assurantiekantoortjes, thuiskappers, huisartsen, fysiotherapeuten en ontwerpbureautjes die veelal aan huis gevestigd zijn. Alle percelen binnen de komgrenzen van de wegenverkeerswet. Alle percelen buiten de komgrenzen van de wegenverkeerswet Deze wegen faciliteren zowel het stromen als het uitwisselen van verkeer. Deze twee functies worden naar plaats gescheiden. Het stromen vindt plaats op wegvakken tussen de kruispunten, het uitwisselen op kruispunten. Voor gebiedsontsluitingswegen geldt een maximale snelheid van 50 km/h binnen de bebouwde kom, buiten de bebouwde kom geldt een maximale snelheid van 80 km/h. De ondergrondse (wortelpakket) en bovengrondse ruimte (stam en kroon) van een boom, die deze in neemt bij het volledig uitgroeien van de boom. Melding die ervoor zorgt dat leidingbeheerders op de hoogte zijn van de geplande werkzaamheden in de ondergrond, dit ter voorkoming van graafschade.
Nieuwbouwlocatie
Schade aan groen
Inrit
Weg
Woonrijp maken
PAG 24 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten
Locatie waar nieuwe bouwwerken worden opgericht en waar in opdracht van de gemeente nieuw openbare gebied wordt aangelegd. - beschadiging van de stam in de bast; -beschadiging/snoei van wortels dikker dan 5 centimeter; - beschadiging/snoei van takken dikker dan 5 centimeter. De uitweg als bedoeld in artikel 14, lid 3 onder ІІІ Wegenwet, te weten iedere rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid van een perceel naar de openbare weg, waaronder we verstaan de begrippen uitweg, oprit en uitrit. Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. (Zie artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994). Het afwerken van openbare delen van een bouwterrein voor uiteindelijk gebruik. Het betreft het aanbrengen van voorzieningen op of in het maaiveld. Woonrijp maken vindt plaats aan het einde of na afronding van de bouwactiviteiten.
PAG 25 | Inrittenbeleid 2025 Gemeente Asten