CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg gemeente Asten

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 12 februari 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Wonen, zorg en welzijn (opiniërend)11.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DATUM

versie 2 8 januari 2026

TITEL

Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

OPDRACHTGEVER

Gemeente Asten

AUTEUR(S)

Mattijs Letteboer Iris Voncken

PROJECTNUMMER

743.101/G

STATUS

Inhoud Inleiding

4

1

5 5 8 9

Passend wonen voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben 1.1 Wat speelt er? 1.2 Wat willen we bereiken? 1.3 Wat is daarvoor nodig? 1.4

Hoe gaan we dat doen?

11

2

Toekomstbestendige zorg en ondersteuning 2.1 Wat speelt er? 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat is daarvoor nodig? 2.4 Hoe gaan we dat doen?

16 16 16 17 18

3

Verbindende woonomgeving 3.1 Wat speelt er? 3.2 Wat willen we bereiken? 3.3 Wat is daarvoor nodig? 3.4 Hoe gaan we dat doen?

22 22 22 22 24

Bijlage 7: Afwegingskader woonzorginitiatieven Aanleiding Toepassing van dit afwegingskader Positie van dit afwegingskader Overzicht stappen van het afwegingskader Toetsingscriteria Kaart met type locaties

Bijlage 1: Enquêteresultaten

27

Bijlage 2: Wijken en buurten in Asten

29

Bijlage 3: Begrippenlijst

30

Bijlage 4: De Doorzonscan

33

Bijlage 5:

Vergelijking met prognose ouderenhuisvesting ABF

34

Bijlage 6:

Woningbehoefte ouderenwoningen naar kern

36

Inleiding Begin 2024 is het Programma Wonen 2024 - 2030 “Bouwen aan vitale dorpen” van de gemeente Asten vastgesteld. Hierin hebben we vastgelegd welke koers we varen op het gebied van woningbouw en het woonbeleid voor de komende jaren. De uitwerking van dit uitvoeringsprogramma rond wonen, welzijn en zorg volgde daarna. Dit uitvoeringsprogramma bouwt voort op het Programma Wonen 2024 - 2030. Waar het programma wonen de bredere koers schetst op woningbouw en volkshuisvesting, geeft dit uitvoeringsprogramma verdieping op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg. We gebruiken daarvoor drie thema’s die deels overlappen met de speerpunten uit het programma wonen, maar ook aanvullend zijn. In het proces werden bewoners, ketenpartners en andere stakeholders betrokken om samen de belangrijkste opgaven, belangen, wensen en ideeën te verkennen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. In dit document hebben we drie thema’s geformuleerd: 1.

Passend wonen voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben

2.

Toekomstbestendige zorg en

3.

Verbindende woonomgeving

Voor elk van deze thema’s is uiteengezet wat er op dit moment speelt in de gemeente, wat we willen bereiken en wat daarvoor nodig is. Hoe we dit gaan aanpakken is uitgewerkt in de tabellen aan het eind van elk hoofdstuk. Dit noemen we ook wel het uitvoeringsprogramma. Sommige van deze maatregelen worden op het moment van schrijven al uitgevoerd, andere zullen om een meer actieve inzet vragen, vanuit de gemeente en/of vanuit corporaties, de markt, zorgpartijen, welzijnsorganisaties en inwoners. De trekkers, deelnemers, planning en in welke kernen de actie wordt uitgevoerd, wordt per actie in de tabel weergegeven.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

4

1 Passend wonen voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben 1.1 Wat speelt er? Veranderende woonbehoefte De vergrijzing in Asten zal in de komende jaren toenemen. Steeds meer ouderen blijven bewust of noodgedwongen langer in hun eigen woning wonen. Dit verschijnsel doet zich ook voor bij andere groepen die zorg of hulp behoeven. Met een groeiende druk op de zorg verandert dit de eisen die aan woningen worden gesteld: ze moeten geschikt zijn voor mensen die zorg ontvangen of afhankelijk zijn van mobiliteitshulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen of scootmobielen. Idealiter bevinden deze woningen zich in de eigen woonomgeving, zodat het sociale netwerk in stand blijft. Deze veranderende woonbehoefte staat in contrast met de huidige woningvoorraad in Asten, waar gezinswoningen domineren. Een aanzienlijk deel van de ouderen woont in ruime eengezinswoningen en blijft daar ook wonen, zelfs wanneer de behoefte aan zorg toeneemt. In de wijken Centrum West, Ostade en Heusden woont bijna de helft van de oudere huishoudens in een woning die groter is dan 160m²1. Voor sommige ouderen betekent dit dat hun woning levensloopbestendig kan worden gemaakt, terwijl anderen juist baat hebben bij doorstroming naar een meer geschikte woning.

In beide gevallen is het cruciaal dat er voldoende passende woonvormen beschikbaar zijn die aansluiten op de veranderende behoeften van ouderen en andere zorgvragers. De voorkeur van onze inwoners, over hoe zij fijn oud willen 1 Zie Bijlage 2: Wijken en buurten in Asten voor de gebiedsindeling naar wijk en buurt. 2 Bron: Primos 2024.

worden in Asten, hebben we getoetst aan de hand van een poll. Daaruit blijkt dat mensen een centrale locatie in de buurt van voorzieningen het meest belangrijk vinden en past een meerderheid van onze inwoners het liefst hun huidige woning aan om fijn oud te kunnen worden. De resultaten van alle vragen zijn te vinden in Bijlage 1: Enquêteresultaten. Huisvestingsbehoefte van ouderen en mensen met een lichamelijke beperking In de toekomst zullen er meer ouderen van 65 jaar en ouder zijn. De groep groeit sterk. In 2024 zijn er circa 2.600 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal oplopen tot zo’n 3.2502. Dit is een toename van 25%. Dit zorgt ook voor een toename in de woonbehoefte. De vraag naar geclusterde, zorggeschikte en nultredenwoningen zal oplopen tussen 2024 en 2040. In de tabel hieronder wordt de minimale toename uitgesplitst in jaren. Tabel 1.1: Toename behoefte aan woonvormen ouderen, tot 20403 Toename van de vraag

2024 - 2030

2024 - 2035

2024 - 2040

Nultreden

+50

+90

+110

Geclusterd

+70

+100

+110

Zorggeschikt

+40

+70

+100

+160

+260

+320

Totaal Bron: Woonzorgweter Companen, 20244

maatschappelijke trends. Hiervoor is onder andere CBS-Microdata en de Primosprognose 2024 2040 gebruikt. Voor meer uitleg, zie Bijlage 5: Vergelijking met prognose ouderenhuisvesting ABF.

4 In de Woonzorgweter wordt een prognose gemaakt van de toekomstige vraag naar woonvormen

voor ouderen op basis van gegevens over hun zorggebruik, demografische ontwikkelingen en

3 Zie Bijlage 3: Begrippenlijst voor definities van woonvormen.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

5

Geschikt wonen in de reguliere bestaande woningvoorraad Een deel van de mensen die behoefte heeft aan een ‘geschikte’ woning, wil in een geclusterde woning of zorggeschikte woning wonen. Een ander deel geeft er de voorkeur aan om te verhuizen naar een nultredenwoning, of om de bestaande reguliere woning dusdanig aan te passen dat deze geschikt wordt. 17% van de huidige woningvoorraad is reeds toegankelijk voor personen met mobiliteitsbeperkingen (wat neerkomt op ongeveer 1.200 woningen) 5 . De woning is dan geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. 41% van alle woningen kan met aanpassingen geschikt worden gemaakt, bijvoorbeeld door het installeren van een traplift of het verwijderen van drempels. De meeste aanpassingsmogelijkheden bevinden zich binnen de koopsector, daar is in Heusden en Ommel meer dan de helft potentieel geschikt (65% en 59%). In Asten is 53% van de koopvoorraad potentieel geschikt. Het resterende deel van de totale woningvoorraad (42%) is niet aanpasbaar of alleen tegen hoge kosten geschikt te maken. Ouderen in Asten wonen vaak in vrijstaande, 2-1 kap- en rijwoningen (zie Figuur 1.1). Vooral ouderen in rijwoningen wonen vaak ongeschikt.

Figuur 1.1: Woonsituatie van huishoudens (65-plussers) naar geschiktheid per woningtype Rijwoning (26%) 2-1 kap (24%) Vrijstaand (31%) Seniorenwoning (4%) Appartement (15%) 0

100

200

Geschikte woning

300

400

500

600

Potentieel geschikt

700

800

900

Niet geschikt

Bron: Doorzonscan Companen (2024) en WOZ- en BRP-registratie gemeente Asten.

Ongeveer 35% van de ouderen tussen 75-85 jaar en 85-plussers woont momenteel in een woning die niet toegankelijk is voor mensen met mobiliteitsbeperkingen. Vooral in de Oude Bloemenbuurt, Nieuwe Bloemenbuurt en Paddenstoelenbuurt wonen veel ouderen - naar verwachting - ongeschikt. De geschikte woningvoorraad in de gemeente Asten bestaat in 2024 uit 1.200 woningen. Deze woningen worden echter niet exclusief bewoond door mensen met mobiliteitsbeperkingen. Iets meer dan de helft (56%) van de geschikte woningvoorraad wordt bewoond door huishoudens boven de 65 jaar (circa 675 woningen).

5 Voor een uitleg over de Doorzonscan (Companen) en de termen geschikt, potentieel geschikt, en

niet geschikt, zie Bijlage 4: De Doorzonscan. 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

6

Aandachtsgroepen: Een thuis voor iedereen Onze woningmarkt staat onder druk. Er is een tekort aan woningen, wat leidt tot stijgende huizenprijzen en lange wachttijden voor sociale huurwoningen. Deze situatie creëert aanzienlijke uitdagingen voor diverse groepen in de samenleving die steeds moeilijker geschikte en betaalbare woonruimte kunnen vinden. De Rijksprogramma's "Een thuis voor iedereen" en "Wonen en zorg voor ouderen" identificeren specifieke aandachtsgroepen die kwetsbaar zijn op de woningmarkt en daarom moeten worden opgenomen in elke woonzorgvisie. Dit zijn: •

Ouderen die zorg en ondersteuning nodig hebben

•

Mensen die verplicht in aanmerking komen voor urgentie (zie het kopje Urgentiecategorieën voor een toelichting)

•

Personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid

•

(Dreigend) dak- en thuislozen

•

Arbeidsmigranten

•

Studenten

•

Woonwagenbewoners

•

Statushouders

De gemeentelijke inzet voor aandachtsgroepen die geen zorgvraag hebben, maar wel een specifieke huisvestingsvraag hebben, is omschreven in ons Programma Wonen. Het gaat om beleid voor arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, statushouders en studenten. Ook geven we in ons Programma Wonen extra aandacht aan starters. De inzet voor aandachtsgroepen die een zorgvraag hebben, worden verder in dit hoofdstuk uitgewerkt.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

(Dreigend) Dak- en thuislozen De problematiek rondom mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats neemt toe in Nederland. Ook Asten kent inwoners die dakloos zijn of dit dreigen te worden. Deze laatste groep, de thuislozen, blijft echter vaak buiten beeld doordat zij tijdelijk onderdak vinden bij bekenden (zogenaamde 'bankslapers') of volledig zonder onderkomen zijn. In de gemeente Helmond zijn ook voor inwoners uit Asten beperkte maatschappelijke opvangmogelijkheden beschikbaar. Cruciaal is dat deze mensen bij uitstroom uit deze opvang snel passende huisvesting krijgen, bij voorkeur in een omgeving die hun maatschappelijk herstel en participatie maximaal bevordert. De bouwopgave van sociale huurwoningen voorziet hierin.

Urgentie-categorieën Het wetsvoorstel "Wet Versterking regie op de volkshuisvesting" biedt ruimere mogelijkheden voor woningzoekenden met een urgente huisvestingsbehoefte. Na definitieve goedkeuring van deze wet zullen alle gemeenten binnen een bepaalde periode verplicht zijn een urgentieverordening op te stellen waarin verplichte doelgroepen worden gespecificeerd. De gemeente Asten sluit, gelijktijdig met de andere Peelgemeenten, aan bij de regionale urgentieverordening. Het gaat om de volgende urgentie categorieën: •

Uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang

•

Uitstromers klinische GGZ

•

Uitstromers uit vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel

•

Uitstromers uit jeugdzorg met verblijf

•

Uitstromers uit detentie

•

Medisch urgenten

•

Mantelzorgers en mantelzorgontvangers

•

Uitstappende sekswerkers 7

De beoordeling van aanvragen voor urgentie vindt plaats door een onafhankelijke urgentiecommissie. Deze commissie bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een urgentieverklaring, waarmee deze persoon voorrang krijgt bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Voor ‘nieuwe’ aandachtsgroepen (zoals uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel, medisch urgenten, uitstappende sekswerkers en mantelzorgverleners en -ontvangers) zijn minder (historische) gegevens beschikbaar als het gaat om omvang van de doelgroep en de kwalitatieve woonen ondersteuningsbehoefte. De toekomstige omvang is dus lastig te voorspellen. Voor deze doelgroepen is het belangrijk dat er tijdig passend huisvesting beschikbaar komt, waar eventueel begeleiding ontvangen kan worden. De bouwopgave van sociale huurwoningen voorziet hierin. Huisvestingsbehoefte mensen met een verstandelijke of zintuiglijke beperking of (ernstige) psychische kwetsbaarheid In Asten wonen in 2024 100 mensen met een Wet langdurige zorg (Wlz)indicatie vanwege een verstandelijke beperking6. Deze groep zal naar verwachting groeien naar 110 in 2040. Zo’n 15 mensen in Asten hebben een Wlz-indicatie vanwege een zintuiglijke beperking, deze groep zal in de toekomst gelijk blijven. Daarnaast hadden in 2024 zo’n 16 mensen in Asten een indicatie voor Beschermd Wonen (BW): 1 vanuit BW Verblijf (Wmo) en 15 vanuit de Wlz (GGZ-W).

Deze doelgroep kan bestaan uit mensen met een lichte verstandelijke beperking, autisme of multi-problematiek. De groep zal, rekening houdende met eventuele spreiding van het BW-aanbod over de regio, naar verwachting groeien van 15 tot 35 in 2040.

Uitstromers Een verblijf in voorzieningen als BW (Wmo), Maatschappelijke Opvang (MO) en Jeugdzorg met Verblijf heeft doorgaans een tijdelijk karakter; jaarlijks stromen er dus mensen door naar de reguliere woningmarkt. De exacte omvang van de vraag naar woningen voor deze uitstromers is echter lastig te voorspellen. Dit komt doordat het afhangt van verschillende factoren, waaronder de effectiviteit van preventiemaatregelen en veranderingen in de gemiddelde verblijfsduur van degenen die in deze instellingen verblijven. Voor BW (Wmo) en MO is het vanwege lage of onbekende aantallen niet mogelijk om een jaarlijkse uitstroom te bepalen. Voor jeugdzorg met verblijf verwachten we vanwege het bereiken van de 18-jarige leeftijd een jaarlijkse uitstroom van drie personen, waarvan een deel op zoek zal zijn naar een zelfstandige woonruimte. Voor potentiële uitstroom uit BW, MO of jeugdzorg met verblijf dient passende huisvesting te zijn. Zij hebben behoefte aan betaalbare (on)zelfstandige woonruimte, met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens of eerste aftoppingsgrens, waar zij eventuele begeleiding kunnen ontvangen.

1.2 Wat willen we bereiken? Mensen in Asten, Heusden en Ommel hebben, ongeacht hun leeftijd of zorgbehoefte, toegang tot geschikte woonruimte waar passende zorg en ondersteuning geleverd kan worden. Iedereen kan prettig oud worden in onze kernen. We streven naar een woningvoorraad die aansluit bij de veranderende woonbehoefte van onze inwoners, waardoor doorstroming wordt bevorderd en de leefbaarheid van onze dorpen op peil blijft.

6 Voor definities van afkortingen en begrippen, zie Bijlage 3: Begrippenlijst

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

8

1.3 Wat is daarvoor nodig? Speerpunt 1: Uitbreiding woon(zorg) aanbod voor ouderen Om te voorzien in de toekomstige woonbehoefte van ouderen vinden we het belangrijk dat er meer passende woningen voor deze groep komen. Daarbij richten we ons op de lokale behoefte. De lokale opgave voor passend wonen voor ouderen is reeds benoemd in paragraaf 1.1. Geclusterde en zorggeschikte woningen concentreren we bij voorkeur in centrumwijken waar zorg aanwezig is of ontvangen kan worden. Nultredenwoningen zijn in alle kernen nodig. Daarom gaan we actief op zoek naar kansen in projecten om nultredenwoningen toe te voegen. Daarnaast hebben we oog voor de wensen van onze inwoners. We denken aan concepten als hofjes-wonen7, waarbij we ons in Ommel en Heusden richten op kleinschalige initiatieven. Vanuit de kleinschaligheid, dorpse setting en voorkeuren van bewoners lijken grondgebonden woningen het meest passend, al moet bij projectontwikkeling laagbouwappartementen niet worden uitgesloten. We toetsen dit via ons afwegingskader voor woon(zorg)initiatieven en maken afspraken met zorgpartijen, corporaties en vastgoedpartijen over geschikte locaties. Speerpunt 2: Passend huisvesten van aandachtsgroepen Ook aandachtsgroepen die eventuele zorg of begeleiding nodig hebben, hebben een (betaalbare) woning nodig. De opgaven voor passend wonen voor deze groep is reeds benoemd in paragraaf 1.1.

Daarbij is het belangrijk dat zij terecht komen in een omgeving die hen ondersteunt in hun dagelijks leven. Een fijne woonomgeving betekent in dit geval: een veilige, toegankelijke en inclusieve buurt, eventueel in de nabijheid van voorzieningen en met mogelijkheden tot contact met anderen. We streven naar een omgeving waarin bewoners zich

7

thuis voelen en waarin er ruimte is voor iedereen. Draagvlak onder omwonenden is hierin van belang, maar geen voorwaarde. Dat is iets wat we actief gaan bevorderen. Daarnaast is het van belang dat zij eventuele professionele begeleiding kunnen ontvangen. Om te zorgen dat zij tijdig een woning krijgen in een geschikte woonomgeving, maken we afspraken en werken we samen met corporaties, welzijnsorganisaties en zorgpartijen. Daarnaast dragen onze acties uit het thema Verbindende woonomgeving ook hieraan bij. Speerpunt 3: Geschikt wonen in de huidige woningvoorraad In Asten wonen veel ouderen in ruime en soms ongeschikte woningen. Daarnaast is het aanbod voor mensen die begeleiding nodig hebben beperkt. Om ouderen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen en om passende huisvesting mogelijk te maken voor aandachtsgroepen, zetten we in op meer samenwerking om de flexibiliteit van het gebruik van de bestaande woningen te vergroten. Dit kan onder andere worden bereikt door (tijdelijke) woningsplitsing, (meer)generatiewoningen of andere alternatieve vormen van samenwonen. We ondersteunen initiatieven vanuit individuele behoeften, mits deze passen bij de locatie en bijdragen aan een evenwichtige verdeling van functies in de omgeving. Op deze manier kunnen dit soort type woningen weer beter voldoen aan de veranderende behoeften.

Door tijdig inzicht te geven in de mogelijkheden van woningaanpassing en het flexibeler gebruik van de woningvoorraad, kunnen problemen op latere leeftijd worden voorkomen. Samen met onze partners informeren we onze inwoners door middel van voorlichtingscampagnes, informatiebijeenkomsten en persoonlijk woonadvies.

Hofjeswonen (grondgebonden/appartement): Cluster van kleine woningen/appartementen, gecentreerd rondom een gezamenlijke binnenplaats of entree.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

9

Speerpunt 4: Doorstroming naar een geschikte woning Bij ouder worden neemt de kans op gezondheidsproblemen toe. Hierdoor wordt zelfstandig wonen soms lastig. Wanneer dit niet meer in de huidige woning kan, is het nodig om door te stromen. We streven daarom naar een tijdige doorstroming van ouderen naar een geschikte woning. Dit willen we bereiken met genoeg passend aanbod en meer bewustwording onder inwoners. We zetten in op het goed voorlichten en begeleiden van ouderen, ons woonzorgaanbod uitbreiden en waar mogelijk te sturen op levensloopbestendige nieuwbouw. Daarnaast is het van belang dat er aandacht blijft voor het toewijzen, labelen of matchen van geschikte woningen voor ouderen of mensen met een mobiliteitsbeperking. Speerpunt 5: Realiseer 30% sociale huur Conform landelijke kaders, maar ook de (hereikte) Woondeal en het programma Beethoven streeft de gemeente Asten naar een woningvoorraad waarin minimaal 30% sociale huur beschikbaar is. Deze sociale huurwoningen worden in principe gerealiseerd door toegelaten instellingen (woningcorporaties). Deze norm geldt voor alle woningbouwontwikkelingen, ongeacht de eigendomssituatie. Dit betekent dat ook commerciële ontwikkelaars en particuliere initiatiefnemers bij hun planvorming (onder voorwaarden) corporaties moeten betrekken om het sociale huurprogramma te realiseren.

De gemeente borgt dit via prestatieafspraken, anterieure overeenkomsten en programmatische volkshuisvestingskaders, zodat de sociale voorraad duurzaam wordt uitgebreid en beschikbaar blijft voor aandachtsgroepen en huishoudens met een bescheiden inkomen.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

10

1.4 Hoe gaan we dat doen? Speerpunten

Wat?

1. Uitbreiding • We breiden het woon(zorg) aanbod aanbod van geschikte voor ouderen woonconcepten uit volgens de behoefteraming.

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

1.1

Ontwikkeling afwegingskader We ontwikkelden samen met Ruimte een integraal afwegingskader voor woonzorginitiatieven waarin ruimtelijke randvoorwaarden, woningbouwprogrammering en zorginhoudelijke uitgangspunten worden samengebracht. Dit kader implementeren we met Ruimte in ruimtelijke (werk)processen. Initiatiefnemers weten vooraf welke woonzorgvormen waar wenselijk zijn. De stichting VAC adviescommissie Wonen Asten-Someren, is betrokken bij de advisering in de beoordeling van woningbouwprojecten, de inrichting van het openbaar gebied en maatschappelijk vastgoed. Het VAC-advies is gewenst bij bouwplannen van de corporaties en projectontwikkelaars.

Gemeente

VAC, Zorgpartijen, Woningcorporaties, Initiatiefnemers/ontwikkelende partijen

2026

Alle kernen

• We concentreren zorggeschikt aanbod voor zwaardere zorg in centrumwijken waar zorg geclusterd geleverd kan worden en gaan actief op zoek naar mogelijkheden voor nultredenwoningen en concepten voor lichte zorgondersteuning in alle kernen.

Speerpunten

Wat?

Het afwegingskader wordt gepubliceerd als kader en besproken met initiatiefnemers/ontwikkelende partijen.

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

1.2

Op basis van de doorgerekende kwantitatieve behoefte (bijlage 6) aan woonzorgtypen borgen we de behoefte aan levensloopbestendige woningen in de woningbouwprogrammering. Per kern monitort de gemeente het aandeel nultreden-, geclusterde en zorggeschikte woningen. Afspraken hierover worden vastgelegd in prestatieafspraken, in ruimtelijke kaders of (anterieure) overeenkomsten.

Gemeente

Ontwikkelende partijen Zorgkantoor CZ Zorgpartijen

2026

Alle kernen

Seniorenvereniging, Woningcorporaties (bij toets op interesse))

Speerpunten

Wat?

1.3

We bepalen samen met Ruimte welke centrale ontwikkellocaties geschikt zijn voor woonzorgconcepten en leggen dit vast in gebiedsvisies. Per locatie maken we afspraken met ontwikkelaars en zorgpartijen over de gewenste invulling.

Gemeente

Zorgpartijen, Ontwikkelende partijen, Woningcorporatie

Doorlopend

Centrale ontwikkellocaties

1.4

Bij nieuwe woonzorginitiatieven vragen we de initiatiefnemer een integrale projectstart te organiseren waarin initiatiefnemers, Ruimte, Wonen en zorgpartijen gezamenlijk de ruimtelijke, programmatische en zorginhoudelijke kaders verkennen. Dit zorgt voor een heldere scheiding tussen wonen en zorg en voorkomt ruimtelijke knelpunten later in het proces.

Ontwikkelende partijen

Gemeente Zorgpartijen en ontwikkelende partijen

2026

Alle kernen

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

2.1

Een huisvestingsverordening wordt een verplichting. Om organisatorische redenen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de regionale huisvestingsverordening van het Stedelijk gebied Eindhoven. Hieruit gaat ook een urgentieregeling voortvloeien.

Gemeente

Regiogemeenten

2026

Alle kernen

2.2

We verkennen (samen met Ruimte) de mogelijkheden om tussenvormen toe te voegen, die vallen tussen intramuraal wonen en zelfstandig wonen.

Gemeente

Corporatie, Zorgpartijen (doelgroep)

2026 - 2027

Alle kernen

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

3.1

We zetten in op goede voorlichting aan particuliere woningeigenaren over hoe zij hun woning geschikt kunnen maken om langer zelfstandig te blijven wonen. Dit gebeurt onder andere via seniorenverenigingen. Voor huurders in de particuliere sector geldt een vergelijkbare inzet.

Gemeente en Corporaties

Seniorenverenigingen, Huurdersorganisaties

2025 - 2026

Alle kernen

Gemeente

VAC

Doorlopend

Alle kernen

Voor de corporatiesector blijft het gebruik van het oppluspakket van kracht. Wanneer uit de verkenning blijkt dat een huurder graag wil blijven wonen in een woning die daarvoor eigenlijk minder geschikt is, bespreekt de woningcorporatie de (technische) mogelijkheden voor aanpassing van de woning. Corporatiesector en WMO blijven nauw met elkaar in contact als het gaat om (technische) (on)mogelijkheden van woningen of mogelijkheden om doorstroming te bevorderen. 3.2

Indien nodig schakelen WMO-consulenten vaker de stichting VAC Adviescommissie Wonen Asten-Someren in bij aanpassingen van bestaande woningen, om zo te zorgen dat de aanpassingen zo goed mogelijk aansluiten bij de levens van de bewoners.

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

4. Doorstroming

• We zetten in op meer passend aanbod voor ouderen en op het informeren, bewustwording creëren en begeleiden van ouderen.

4.1

Onderzoeken samenwerking tussen corporaties op doorstromingsbeleid. Van groot naar beter of van goed naar beter.

Corporaties

-

2026 - 2027

Alle kernen

4.2

Samenwerking tussen welzijnsorganisatie, Sociaal Team Asten (STA) en de woningcorporaties die gericht is op het wegnemen belemmeringen en personele ondersteuning bieden aan ouderen.

Welzijnsorganisatie

Corporatie, Zorgpartijen, STA

2026 - 2027

Alle kernen

4.3

We geven goede voorlichting waarbij rekening gehouden wordt met financiële overwegingen, bestaande sociale contacten en woningvoorkeur van ouderen. We werken aan bewustwording dat fijn oud worden niet meer kan zonder een goed netwerk. Waar nodig ondersteunen we het versterken van dit netwerk.

Gemeente en Ouderenondersteuner (ouderenwelzijn ONIS)

Corporatie, seniorenvereniging, huurderorganisaties, particuliere organisaties/initiatieven voor ouderenbegeleiding

2026 -2027

Alle kernen

We werken aan een structurele voorlichtings-/ bewustwordingscampagne voor drie levensfasen: • Zestigers: bewustwording – eerste oriëntatie op eigen toekomstperspectieven wonen en organisatie van zorg • 70+ers (met hun kinderen) via huisbezoeken: bewustwording – concrete mogelijkheden op korte en middellange termijn • 80+ers via huisbezoeken: woon- en verhuiswens – gericht op actieplan/ (voorbereidende) maatregelen 4.4

Om doorstroming van ouderen in koopwoningen naar een sociale huurwoning mogelijk te maken moeten er met de corporaties (prestatie)afspraken gemaakt worden hoe deze “niet-doelgroepers” wel in de hogere sociale huursegmenten gehuisvest kunnen worden.

Gemeente

Woningcorporaties

2027

Alle kernen

4.5

We onderzoeken samen met Ruimte en ontwikkelaars of een leen- of stimuleringsregeling kan bijdragen aan de realisatie van betaalbare, levensloopbestendige koopappartementen. Dit wordt gekoppeld aan de programmering en gebiedsontwikkelingen.

Gemeente

Lokale hypotheekverstrekker (Rabobank), ontwikkelaar, seniorenvereniging (+ oudere woningzoekenden)

2027

Alle kernen

2 Toekomstbestendige zorg en ondersteuning

Figuur 2.1: Huishoudens naar leeftijdsklassen in 2040 ten opzichte van 2024

2.1 Wat speelt er? De vergrijzing in Asten brengt een complexe uitdaging met zich mee voor het lokale zorgnetwerk. Terwijl het aantal ouderen toeneemt, met bijbehorende complexere zorgbehoeften, loopt het aantal beschikbare zorgprofessionals juist terug. Veel van onze bewoners zijn mantelzorger, en daar zijn we trots op. Tegelijkertijd is in Figuur 2.1 te zien dat we in de toekomst minder 55-65-jarigen in onze gemeente hebben wonen, en meer 70-plussers. Het mantelzorg potentieel is hierdoor straks maar 1/3 van wat het nu is. Dit zorgt ervoor dat zij een risico lopen op overbelasting. Het zorgsysteem in Asten wordt hierdoor kwetsbaar. Het Rijksprogramma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) richt zich op de toekomst van wonen en zorg voor ouderen en het beperkt houden van de druk op de zorg. De hoofdlijn uit dit programma is ‘zelf als het kan, thuis als het kan, en digitaal als het kan’. Dat houdt in dat ouderen de dingen die ze zelf kunnen doen blijven doen, met ondersteuning of zorg op de vlakken waar het niet meer gaat. Deze lijn volgen we. We zullen in de toekomst dus nog meer voor elkaar moeten klaarstaan.

Deze beweging maken we niet alleen in Asten. Ook in de regio en landelijk wordt gewerkt aan oplossingen om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Zo is het landelijke Integraal Zorgakkoord (IZA) een belangrijke impuls voor de omslag naar meer samenwerking en passende zorg. In onze regio werken gemeenten en partners samen binnen het netwerk Peel Duurzaam Gezond (PDG) aan een gezonde en vitale Peelregio. Lokaal sluiten we aan bij het GALAakkoord, waarin we bouwen aan een gezonde generatie in 2040, met aandacht voor een sterke sociale basis en een gezonde leefomgeving.

2.2 Wat willen we bereiken? We streven naar een robuust en duurzaam systeem dat de zorgbehoeften van alle inwoners effectief ondersteunt. We willen een zorgnetwerk dat inwoners in staat stelt om zo lang mogelijk zelfstandig en gezond thuis te blijven wonen, met een sterke focus op preventie en veerkracht. Ons doel is een gemeenschap

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

15

waarin zelf- en samenredzaamheid worden gestimuleerd en waar mantelzorg een gedeelde verantwoordelijkheid is. We streven naar een situatie waarin medische zorg efficiënt is ingericht, met behulp van innovatieve technologieën om de zelfstandigheid van onze inwoners te behouden.

2.3 Wat is daarvoor nodig? Speerpunt 5: Inzetten op preventie Onze focus ligt op het voorkomen van gezondheidsproblemen en het versterken van de veerkracht van inwoners, in plaats van te reageren op ziekte met zorg. Dit bereiken we door ontmoetingen te stimuleren en inwoners te informeren over gezonde leefstijlkeuzes en preventieve maatregelen, zoals valpreventie. We moedigen inwoners aan om actief te blijven door het fietsgebruik te bevorderen en wandelen aantrekkelijker te maken door een toegankelijke en aangename openbare ruimte te creëren. Hierdoor kunnen alle inwoners, ongeacht hun beperkingen, volop deelnemen. Speerpunt 6: Stimuleren zelf- en samenredzaamheid Aangezien mensen langer zelfstandig thuis zullen blijven wonen, is het belangrijk dat zij zich hier op tijd bewust van zijn. We stimuleren daarom, samen met onze partners, inwoners om vroegtijdig na te denken over de toekomst, over het eigen netwerk, woonmogelijkheden, doorstroming (als dat passend is) en het behoud van zelfregie. Daarnaast zetten we in op middelen die contact en samenwerking tussen inwoners versterken, zoals flexibele vrijwilligersprojecten en initiatieven gericht op het vormen van netwerken.

50-jarigen. Wij zijn ervan overtuigd dat de zorg voor elkaar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is die door iedereen kan worden gedeeld. Verdere familieleden, buren en welzijnsmedewerkers kunnen bijvoorbeeld een cruciale rol spelen door steun te bieden waar nodig. Op deze manier verspreiden we kleine hulptaken over meerdere mensen. Hierover werken we samen en maken we afspraken met welzijnspartijen en zorgen we voor bewustwording onder inwoners. Daarnaast verlenen we medewerking aan het plaatsen van woningen op eigen erf zoals beschreven in het daarvoor opgestelde beleid. De behoefte aan deze woonvorm doet zich met name voor in het buitengebied. Tot slot brengen we mantelzorgers beter op de hoogte van de mogelijkheden van respijtzorg en onze Mantel-uit-Dagen. Speerpunt 8: Beschikbaarheid van medische zorg Naar de toekomst toe zullen meer ouderen met een zware zorgvraag in hun eigen woning blijven wonen in plaats van in een woonzorglocatie. Wij willen de zorg voor ouderen samen met onze partners efficiënt en duurzaam inrichten. Technologie speelt hierin een belangrijke rol, zoals blijkt uit de ervaringen van zorgpartners. Het kan ouderen helpen hun zelfstandigheid te behouden door middel van innovaties zoals domotica, valdetectie, medicijndispensers, beeldbellen en thuismonitoring.

We blijven daarom inzetten op het gebruik van deze innovaties, zowel vanuit de zorg als de inwoner. Daarnaast zoeken we de samenwerking op met en tussen zorgpartijen om het zorgnetwerk zo efficiënt mogelijk in te delen, zeker op het gebied van thuiszorg.

Speerpunt 7: Ondersteunen van mantelzorg Gezien de verwachte afname van het mantelzorgpotentieel richting 2040, is het belangrijk dat de last van mantelzorg niet alleen bij kinderen terechtkomt. We zien een daling in het aantal 55-65-jarigen, maar een stijging in het aantal 35-

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

16

2.4 Hoe gaan we dat doen? Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

5. Inzetten op preventie

•

We maken de openbare ruimte toegankelijk voor iedereen en stimuleren bewegen.

5.1

We benutten sociale verbinding als middel om preventie te bevorderen. Waar mensen samenkomen, kijken we samen wat nodig en mogelijk is om gezond(er) te leven. Samen met de GGD verkennen we hoe we wonen en gezondheid structureel kunnen verbinden in de aanpak.

Gemeente

GGD

2026

Alle kernen

•

We zorgen ervoor dat inwoners zo goed mogelijk worden geïnformeerd over preventieve maatregelen.

5.3

In de Lokale Inclusie Agenda Asten hebben we aandacht voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Daarnaast komen we samen met betrokken partijen tot een verdere uitwerking en mogelijke aanvullende maatregelen. Bij geplande onderhoudswerkzaamheden bekijken we bovendien of we tegelijkertijd de toegankelijkheid voor onze inwoners kunnen verbeteren.

Gemeente

-

Doorlopend

Alle kernen

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

6. Stimuleren zelfen samenredzaamheid

•

6.1

We maken gebruik van al lopende initiatieven gericht op het vormen van netwerken, zoals Goed voor elkaar. Hier communiceren we over. Deze initiatieven gebruiken we om bewustwording te creëren en te zorgen dat mensen komen tot een ondersteuningsnetwerk. Daarin is een belangrijk onderdeel dat mensen leren "hulp durven vragen".

Gemeente

Welzijnsorganisatie, Seniorenvereniging

Doorlopend

Alle kernen

Inzetten op bewustwording van jong en oud om het samen leven, waarbij men naar elkaar om kijkt, te bevorderen.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

17

•

Stimuleren van inwoners om vroegtijdig na te denken over de toekomst.

•

Inzetten op middelen die contact en samenwerking tussen inwoners versterken.

6.2

We stemmen met partners af over hoe we inwoners stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun ondersteuningsvragen. Deze afspraken zorgen voor een eenduidige boodschap en werkwijze in het hele netwerk en helpen professionals om te faciliteren in plaats van te organiseren.

Allen

- Gemeente / Sociaal Team Asten Zorg- en welzijnspartijen

Doorlopend

Alle kernen

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

7. Ondersteunen van mantelzorg

Versterken van de positie van mantelzorgers binnen wonen–zorg–welzijn

7.1

We zorgen dat het bestaande mantelzorgbeleid structureel wordt verbonden met de opgaven rondom wonen, zorg en welzijn. Dit betekent dat we bij nieuwe woonzorginitiatieven, wijkgerichte aanpakken en preventieve inzet expliciet aandacht hebben voor de rol en belasting van mantelzorgers.

Gemeente

- Initiatiefnemers Zorg- en welzijnspartijen

Bij ingang urgentie verordening

Alle kernen

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

18

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

8. Beschikbaarheid medische zorg

•

We maken gebruik van technologie in de zorg en stimuleren inwoners om hier gebruik van te maken.

8.1

We doen onderzoek naar hoe de (thuis)zorg efficiënter ingedeeld kan worden. (Partneractie)

Zorgpartijen

Gemeente

2026 - 2027

Alle kernen

8.2

We stimuleren de inzet van domotica en robotica in nieuwbouwprojecten waar dit passend is, bijvoorbeeld in woonzorgconcepten.

Gemeente

Ontwikkelende partijen

Doorlopend

Alle kernen

we organiseren een structurele verschuiving van niet-medische vragen naar de sociale basis

8.3

We ontwikkelen een gezamenlijke verwijsstructuur waarmee huisartsen niet-medische, welzijnsgerelateerde vragen eenvoudig kunnen doorgeleiden naar partners in de sociale basis.

Gemeente

POH, Stroomz, welzijnsorganisaties, wijkverpleegkundigen

2027

Alle kernen

•

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

19

3 Verbindende woonomgeving 3.1 Wat speelt er? In Asten zijn we trots op ons verenigingsleven en onze vrijwilligers. We zijn een diverse gemeente en kijken naar elkaar om. Tegelijkertijd kunnen de toekomstige vergrijzing en individualisering leiden tot minder natuurlijke ontmoetingen en onderlinge verbondenheid. Dit raakt kwetsbare groepen, zoals ouderen, die hierdoor een verhoogd risico lopen op eenzaamheid en een verminderd welzijn. Dit is niet wenselijk. Zeker wanneer we langer zelfstandig thuis blijven wonen, is het van belang om een goed sociaal netwerk te blijven bevorderen. Tegelijkertijd ervaren ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking uitdagingen bij het bereiken van essentiële voorzieningen. De afstand tot artsen, apotheken en supermarkten, zeker in het buitengebied en kernen Ommel en Heusden, vormen vaak een obstakel. Dit zorgt voor een vermindering van hun zelfstandigheid en mogelijkheden tot ontmoeting. In gesprekken met bewoners geven mensen vaak aan dat ze het belangrijk vinden dat ze elkaar in het eigen dorp kunnen treffen. Ontmoetingsplekken zijn erg belangrijk zowel in de openbare ruimte als in publieke gebouwen. Naast gemeenschapshuizen (zoals ‘t Kwartier) kunnen ook andere gebouwen en horeca deze functie vervullen. Deze ontmoetingsplekken zijn er wel, maar het is van belang dat deze behouden blijven en goed blijven functioneren.

Daarvoor is aandacht nodig.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

3.2 Wat willen we bereiken? We creëren een verbindende woonomgeving waarin sociale cohesie en verbondenheid centraal staan. We willen een gemeenschap blijven waarin inwoners naar elkaar omzien en waar ontmoetingen en sociale interacties worden gestimuleerd. We behouden in elke kern voldoende ontmoetingsplekken, zowel binnen als buiten, ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking hebben gemakkelijk toegang tot voorzieningen en we leven samen in een diverse bevolkingssamenstelling waar draagvlak groot is.

3.3 Wat is daarvoor nodig? Speerpunt 9: Ontmoeting stimuleren In de toekomst is het nog belangrijker dat onze inwoners naar elkaar omzien, en ontmoeting speelt hierin een cruciale rol. Momenteel is in iedere kern een ontmoetingspunt; daar zijn we blij mee en dat willen we op peil houden. Daarnaast communiceren we over mogelijkheden tot ontmoeting, kijken we samen met onze partners waar het beter kan, en geven we ontmoetingsplekken als belangrijk punt mee aan initiatiefnemers van plannen. Dit kan zowel in de openbare ruimte als in ontmoetingsruimten. Speerpunt 10: Vrijwilligers en verenigingsleven Asten telt veel vrijwilligersorganisaties en heeft een rijk verenigingsleven. Zij zorgen voor ondersteuning, ontmoeting en plezier. Ook is er ruimte voor burgerinitiatieven en is er een sterke verbinding met wat er gebeurt in onze samenleving. We vinden het belangrijk dat dit blijft voortbestaan en zij hun belangrijke bijdrage kunnen blijven leveren aan de maatschappelijke doelen in onze gemeente. Samen met onze welzijnspartners blijven we verenigingen en vrijwilligers ondersteunen door middel van ons buurtsportcoachprogramma en de vrijwilligerscentrale. Daarnaast stellen we ons open voor nieuwe ideeën en initiatieven van bewoners. 20

Speerpunt 11: Bereikbaarheid van voorzieningen Om ervoor te zorgen dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen wonen is goede bereikbaarheid essentieel. Ouderen of mensen met een mobiliteitsbeperking moeten zelf een arts, apotheek en supermarkt kunnen bereiken. Dit doen we door een goede en toegankelijke fiets- en OV-verbinding te hebben en te behouden. De verbindingen in Heusden en Ommel vragen om versterking. Wanneer er kansen zijn om deze te verbeteren, pakken we die op. Speerpunt 12: Gevarieerd samenleven Met een veranderende samenleving, is zelf- en samenredzaamheid en draagvlak van belang. Gemengde wijken en woonconcepten zijn hiervoor een goede basis en bieden voordelen die de leefbaarheid en dynamiek van de gemeenschap versterken. Sociale diversiteit bevordert niet alleen een levendige gemeenschap, maar draagt ook bij aan een gevoel van verbondenheid en culturele uitwisseling. Bij gemengde wijken en/of woonconcepten hebben we het over een gemengde bevolkingssamenstelling naar leeftijd, inkomen en zorgbehoefte. Met zorgbehoefte bedoelen we een goede balans tussen mensen die iets voor andere kunnen betekenen (‘dragers’) en mensen die ondersteuning nodig hebben (‘vragers’). Daarbij is het wel van belang dat de leefstijlen van verschillende bewoners bij elkaar passen.

In onze bestaande wijken zien we al veel menging, en in meerdere wijken ontstaat ook een natuurlijke verjonging. Tegelijkertijd zijn er kwetsbaardere buurten waar er in relatie tot het huisvesten van aandachtsgroepen de sociale balans en draagvlak in de gaten moet worden gehouden. Door bij nieuwbouw te blijven sturen op variatie in woningtypen en prijssegmenten, bevorderen we ontmoeting, inclusie en samenredzaamheid. Ook geclusterde woonvormen en (gerichte) CPO-initiatieven (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) kunnen hieraan bijdragen. Ze bieden ruimte voor gemeenschapsvorming en helpen eenzaamheid tegen te gaan.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

21

3.4 Hoe gaan we dat doen? Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

9. Stimuleren van ontmoeting

•

9.1

Aan de voorkant van projectontwikkeling geven we mee dat er rekening gehouden moet worden met ontmoeting. Dit doen we via een afwegingskader. De stichting VAC Adviescommissie Wonen Asten-Someren, waarmee een convenant is afgesloten, geeft advies in de beoordeling van woningbouwprojecten, de inrichting van het openbaar gebied en maatschappelijk vastgoed.

Gemeente

VAC, Ontwikkelende partijen

Doorlopend

Alle kernen

9.2

In lijn met het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan verbeteren we de inrichting van de openbare ruimte met meer mogelijkheden om te ontmoeten, bewegen en/of rusten.

Gemeente

-

Doorlopend

Alle kernen

9.3

Met samenwerkingspartners verkennen we behoeften en mogelijkheden ten aanzien van laagdrempelige plekken die sociale interactie en participatie bevorderen. Belangrijk is dat zinvolle daginvulling, ontmoeting en ondersteuning centraal staan. Daarbij kijken we ook naar de mogelijkheden om door middel van samenwerking van partners ontmoetingsruimten op te zetten.

Gemeente

Welzijnsorganisatie, Corporaties, Zorgpartijen, Partijen voor dagbesteding

2026 2027

9.4

We verbeteren de beeldvorming en de communicatie over bestaande zorglocaties waar mensen zonder zorgindicatie ook welkom zijn. Hierdoor stimuleren we de mix tussen mensen met een zorgindicatie en zonder zorgindicatie. Een voorbeeld is het Hof van Bluyssen (ORO en Amaliazorg).

Zorgpartijen

Welzijnsorganisatie, Gemeente

2025 2026

•

In elke kern is er mogelijkheid tot ontmoeting in de openbare ruimte en/of ontmoetingsruimten. Dit houden we op peil. We zorgen dat de communicatie hierover op orde is.

Alle kernen

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

10. Vrijwilligers en verenigingsleven

•

10.1

We zien de meerwaarde van het rijke verenigingsleven van Asten. Waar nodig faciliteren we zaken die bijdragen dit in minimaal in stand te houden of waar nodig nog extra te versterken.

Gemeente

Onis

Doorlopend

Alle kernen

We vinden het voortbestaan

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

22

hiervan belangrijk en blijven onze vrijwilligers en het verenigingsleven ondersteunen.

11. Goede bereikbaarheid

•

•

We zorgen ervoor dat inwoners goed bij de voorzieningen kunnen komen die zij nodig hebben, om zo ook ontmoeting te stimuleren.

10.2

We zetten in op een versterkte samenwerking tussen vrijwilligerscentrales om de inzet van vrijwilligers te versterken. Een voorbeeld zijn de vrijwilligerscentrales van ORO en Onis. (Dit is een netwerkactie, uitgevoerd door partners)

Welzijnsorganisatie

Zorgpartijen

Doorlopend

Alle kernen

10.3

We onderzoeken de mogelijkheden om het verenigingsleven van iemand die intramuraal gaat wonen op peil te houden. Dit kan door zorgpartijen en verenigingen beter met elkaar te verbinden, gemixte activiteiten op de zorglocatie te organiseren en door een connectie te maken met automaatje.

Gemeente

Welzijnsorganisatie, Zorgpartijen, Verenigingen

2026

Alle kernen

11.1

We versterken de toegankelijkheid van buurten door routes en voorzieningen geschikt te maken voor zowel hulpmiddelen zoals rolstoelen en scootmobielen als voor actieve mobiliteit zoals fietsen en lopen. Zo combineren we inclusie met het STOMP-principe en stimuleren we gezonde, duurzame verplaatsingen.

Gemeente

Provincie

Doorlopend

Alle kernen

11.2

We verbeteren de toegankelijkheid van buurten, zodat deze beter bruikbaar zijn voor mensen met een rolstoel of scootmobiel.

Gemeente

Corporaties

Doorlopend

Alle kernen

11.3

We gaan verkennen of we als gemeente in aanmerking willen komen voor het certificaat 'Dementievriendelijke gemeente'. Dit certificaat onderstreept een structurele inzet op het verbeteren van de leefomgeving en ondersteuning van mensen met dementie en hun naasten.

Gemeente

Zorgpartijen

2026

Alle kernen

We zetten in op goede en toegankelijke fietsen OV-verbindingen.

Speerpunten

Wat?

Nr.

Hoe?

Trekker

Deelnemers

Planning

Waar?

12. Gevarieerd samenleven

•

12.1

We stimuleren intergenerationeel wonen, in diverse vormen - van geclusterd tot verspreid binnen een wijk - waarbij jong en oud in elkaars nabijheid wonen en naar elkaar omkijken.

Gemeente

Zorgpartijen, Corporaties, Initiatiefnemers

Doorlopend

Alle kernen

Gemengde kernen, wijken en woonconcepten zijn

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

23

een goede basis om draagvlak en samenleven te bevorderen. •

•

We zetten in op een gevarieerde woningvoorraad bij nieuwbouw. Geclusterde woonvormen die een diverse groep bewoners samenbrengen, zoals CPOprojecten, worden gezien als kansrijk.

12.2

We brengen, naar behoefte, onze wijken beter in beeld (Wijkvisies) en beantwoorden de vragen: Wat is de visie van een wijk? Waar zitten problemen? Wat is ervoor nodig om het draagvlak te verbeteren? Zo hebben we beter zich op welke locatie voor een bepaalde doelgroep het meest geschikt is.

Gemeente en Corporaties

Gemeente, welzijnsorganisaties, seniorenvereniging, zorgpartijen

2025 2026

Asten Noord en Asten Oost hebben prioriteit

12.3

We versterken de verbinding tussen verschillende doelgroepen in de wijk. Dit doen we onder andere met behulp van buurtverbinders en sleutelfiguren. De succesvolle aanpak van Onis voor statushouders willen we verbreden naar andere doelgroepen. Daarbij zetten we in op activiteiten die toegankelijk zijn voor álle inwoners van de gemeente, met specifieke aandacht voor het actief betrekken van inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag én inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond.

Onis

Corporaties, Gemeente, Verenigingen, Zorgpartijen

2026 2027

Alle kernen

Om dit te bereiken, stellen we een actieplan op dat gericht is op het bevorderen van wederzijds begrip. We leggen daarbij in een vroeg stadium contact met nieuwe inwoners, werken nauw samen met woningcorporaties en welzijnsorganisaties, stimuleren initiatieven zoals burendagen en zetten in op het doorbreken van vooroordelen.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

24

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

25

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

26

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

27

Bijlage 3: Begrippenlijst

•

Nultredenwoningen ouderen: Dit zijn rollator geschikte (on)zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Deze woningen zijn gericht op de doelgroep van 55+.

•

Zorggeschikt wonen ouderen: Rolstoelgeschikte woningen die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin WLZ-zorg (Wet Langdurige Zorg) geleverd wordt voor bewoners. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. De woningen zijn gericht op en bestemd, gelabeld of toegewezen aan 55-plussers.

•

Zorggeschikte woningen overig: Rolstoelgeschikte woningen die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin WLZ-zorg (Wet Langdurige Zorg) geleverd wordt voor bewoners. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica.

•

(Pre) Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de

Afkortingen • •

CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). BW: Beschermd Wonen. Woonvorm voor volwassenen met psychische of psychosociale problemen die 24 uur per dag hulp nodig hebben.

•

MO: Maatschappelijke Opvang (voor mensen die dak- of thuisloos zijn)

•

VG: Mensen met een verstandelijke beperking. • LG: Mensen met een lichamelijke beperking.

•

Wlz: Wet langdurige zorg.

• •

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. Wvrv: Wet versterking regie op de volkshuisvesting.

MRE Begrippenlijst 2025 •

•

Geclusterd wonen ouderen: Rollator geschikte woonvormen met gemeenschappelijke ruimte, ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Er moet een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn en de woonvorm is gericht op 55-plussers. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen. De schaal voor clustering kan op het platteland of in kleine kernen lager liggen. Het verdient aanbeveling dat de woningen dementievriendelijk ingericht worden. Geclusterd wonen overig: Woonvormen met gemeenschappelijke ruimte ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Er moet een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen. De schaal voor clustering kan op het platteland of in kleine kernen lager liggen.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

28

behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. •

Mantelzorgwoning: Van een mantelzorgwoning spreken we als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aanof bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt, een tijdelijke mantelzorgunit aan de woning wordt gekoppeld, dan wel een aparte woning of woonunit op het erf van de mantelzorger wordt gerealiseerd. Het Besluit omgevingsrecht gaat ervan uit dat een mantelzorgwoning bedoeld is voor de huisvesting van een huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon zorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning.

Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën •

•

Personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid: Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven. (Dreigend) dak- en thuislozen: Er zijn veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid. Bijvoorbeeld buiten slapen of in een opvang verblijven, op de bank slapen bij vrienden of kennissen, of tijdelijk verblijven in een stacaravan op een vakantiepark. Het gaat om mensen die om uiteenlopende redenen dak- of thuisloos zijn geraakt. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van (psychische) problemen, schulden en/of verslaving. Daarnaast is er een groeiende groep 'economische daklozen': mensen die na een scheiding of faillissement de huidige woning niet meer kunnen betalen maar ook niet terecht kunnen op de huidige woningmarkt omdat de huren te hoog zijn.

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

•

•

•

•

•

•

Arbeidsmigranten: Onderdaan van een andere lidstaat van de EU die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten. Studenten: Woningzoekende die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2 onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio. Woonwagenbewoners: Woningzoekende die wil wonen in een woonwagen (als bedoeld in artikel 235 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek) en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond. Statushouders: Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet. Uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang: Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten, of die uitstromen uit een maatschappelijke opvangvoorziening.

Dit zijn mensen die na een periode van intensieve begeleiding of opvang weer zelfstandig gaan wonen, maar vaak nog extra ondersteuning nodig hebben bij het vinden en behouden van passende huisvesting. Uitstromers klinische GGZ: Woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen, of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten. 29

•

• •

•

• •

Uitstromers uit vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel: Woning- zoekenden die een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en die daar verbleven omdat zij door problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten. Uitstromers uit jeugdzorg met verblijf: Woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar maar niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie, gesloten accommodatie of voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten. Uitstromers uit detentie: Woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten. Medisch urgenten: Woningzoekenden die vanwege ernstige en acute medische redenen dringend andere woonruimte nodig hebben, bijvoorbeeld omdat hun huidige woning niet (meer) voldoet aan hun fysieke of mentale zorgbehoefte.

Dit kan gaan om mensen met een plotselinge verslechtering van hun gezondheidssituatie, waardoor aanpassing van de woning of verhuizing noodzakelijk is Mantelzorgers en mantelzorgontvangers: Woningzoekenden die wegens het langdurige en intensieve karakter van de mantelzorg behoefte hebben aan andere woonruimte zodat zij deze kunnen ontvangen of verlenen. Uitstappende sekswerkers: Bij uitstappende sekswerkers gaat het om mensen die voormalig als sekswerker hebben gewerkt en daarmee gestopt zijn, waarbij uitstroom plaatsvindt via uitstapprogramma’s die vallen onder de DUUP-regeling (Decentralisatie-uitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees).

743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

30

Bijlage 4: De Doorzonscan

•

De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen.

Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.

Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); •

•

geschakelde woning.

De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is, kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.

(semi)bungalows, woonboerderijen.

Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg

31

Bijlage 5: Vergelijking met prognose ouderenhuisvesting ABF In opdracht van het Rijk heeft ABF in 2023 een prognose gemaakt voor ouderenhuisvesting 8 , uitgesplitst naar alle gemeenten in Nederland. Deze opgave is eerder opgenomen in het Programma Wonen 2024 - 2030. De behoefte aan woonvormen voor ouderen in dit uitvoeringsprogramma is opnieuw ingeschat. Enige afwijkingen worden hieronder verklaard. • • •

De uitbreidingsopgave voor de categorie ‘zorggeschikte woningen’ ligt volgens ABF vaker hoger dan volgens Companen. De uitbreidingsopgave voor ‘geclusterd wonen’ ligt volgens ABF een stuk lager dan volgens Companen. De opgave voor nultredenwoningen ligt volgens ABF hoger dan volgens Companen.

Er is een aantal mogelijke verklaringen voor de verschillen. Hieronder lichten we deze toe. Demografische prognose Als basis voor de raming ouderenhuisvesting heeft Companen gebruik gemaakt van de meest recente bevolkings- en huishoudensprognose van Primos (2024). ABF maakt gebruik van de Primos prognose uit 2021. ABF raamt de uitbreidingsopgave voor de periode 2022 tot en met 2030. Companen hanteert als startjaar 2024; de berekening van de uitbreidings-

opgave betreft dus een kortere periode. Aangezien de vraag naar ouderenhuisvesting ieder jaar groeit, leidt dit ertoe dat Companen uitkomt op een wat lagere uitbreidingsopgave. Zorggeschikte woningen Beide bureaus kijken voor de opgave ‘zorggeschikte woningen’ naar de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie tot en met 2030. Companen baseert de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie gebaseerd op het huidige zorggebruik per leeftijdsklasse, gecombineerd met de demografische prognose (steeds meer oudere ouderen) - met een kleine correctie vanwege de verwachting dat mensen steeds langer gezond blijven. ABF heeft de toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie als volgt berekend: o Er is door RIVM een inschatting gemaakt van de landelijke toename van het aantal Wlz-indicaties tot en met 2030, met een brede bandbreedte. o BZK/VWS heeft in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen (2023) gesteld dat er landelijk tot en met 2030 40.000 extra ‘zorggeschikte woningen’ nodig zijn voor mensen met een Wlz-indicatie. Dit getal ligt binnen de bandbreedte van de raming van het RIVM. o ABF heeft dit getal van 40.000 verdeeld over de gemeenten en regio’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=aa64be1a-2cc9-4be6-9d5e-f52a9b681196