Bijlage 1 - Participatieverordening gemeente Asten 2026
Tekst van het document
RAADSBESLUIT Participatieverordening gemeente Asten 2026 Zaaknummer 07432024184008 Onderwerp:
Dagtekening:
Participatieverordening gemeente Asten 2026
27 januari 2026
De raad van de gemeente Asten;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025, gehoord het advies van de raadscommissie Samenleving & Bestuur van 15 januari 2026, gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, besluit: vast te stellen de Participatieverordening gemeente Asten 2026.
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten; inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen of ondernemingen zonder winstoogmerk of andere organisaties die een collectief vormen en
die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente Asten; uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 2. Reikwijdte 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht. 2. Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als: a. het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat dat al liep vóór de datum van inwerkingtreding van de participatieverordening; b. inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c. de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; d. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; e. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; f. het om interne [organisatorische] aangelegenheden van de gemeente gaat; of g. het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.
Hoofdstuk 2. Inwonersparticipatie Artikel 3. Plan voor inwonersparticipatie 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar op de gemeentelijke website en het gemeentelijke huis-aan-huisblad. 2. Het plan bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b. informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie; en c. informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. 3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Artikel 4. Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel 5. Eindverslag inwonersparticipatie
1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan binnen een termijn van vier weken een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar op de gemeentelijke website. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b. de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht; c. een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en d. een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3. Als het college op grond van artikel 3, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Hoofdstuk 3. Uitdaagrecht Artikel 6. Verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen. 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; en c. hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen. 4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier. 5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 7. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend. Artikel 8. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2.
Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; of c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid gestelde eisen. 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; of b. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;
5. Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken na ontvangst van het in artikel 6, vierde lid, genoemde formulier, op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen. 6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en zendt dit aan de indiener van het verzoek. Bovendien maakt het bestuursorgaan binnen twee weken na toezending zoals bedoeld in de eerste volzin, de reactie en de onderbouwing openbaar door plaatsing op de gemeentewebsite of op een andere geschikte wijze die het bestuursorgaan gebruikt bij de openbaarmaking van documenten. Artikel 9. Uitvoering taak Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c. het contact met en de eventuele ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; d. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en e. de evaluatie van de uitvoering van de taak.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 10. Nadere regels Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van deze verordening. Artikel 11. Hardheidsclausule 1. In bijzondere gevallen kan het bestuursorgaan afwijken van deze verordening. 2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid dan wordt dit gemotiveerd in het besluit tot afwijking van deze verordening.
Artikel 12. Intrekking oude verordening De ‘Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening)’ van 22 november 2005 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 genoemde datum van inwerkingtreding. Artikel 13. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Asten 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 27 januari 2026.
De raad voornoemd, griffier, mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans
voorzitter, A.A.H.C.M van Extel-van Katwijk