Bijlage 06 - Module 4 Slimme mobiliteit
Tekst van het document
Module 4: Slimme mobiliteit Inleiding Modulaire opbouw GVVP Het Astense GVVP kent een flexibele, modulaire opbouw. Het beleidsplan bestaat uit een kop met de verkeersvisie, een middendeel met uitwerking van de onderdelen van het beleid en een staart met integraal beleid en een maatregelenpakket. De visie in de kop zet in op actieve, leefbare en duurzame mobiliteit en omgeving, waarin iedereen zich veilig kan verplaatsen. De uitwerking van het verkeersbeleid vindt plaats in losse modules, die eenvoudig geactualiseerd kunnen worden. Ook is het op deze manier eenvoudig om modules toe te voegen. Slimme mobiliteit Het thema ‘slimme mobiliteit heeft in de verkeersvisie een gemiddelde prioriteit gekregen. In het STOMP-principe 1 is dit de vierde vervoerswijze waarnaar aandacht dient uit te gaan om de reiziger meer keuze te kunnen bieden. Deze module beschrijft de visie en het beleid voor slimme mobiliteit.
Situatiebeschrijving Er vinden grote veranderingen plaats in de wereld van mobiliteit. Vanuit hogere overheden wordt de overstap van de auto (met brandstofmotor) als primair vervoermiddel naar een schonere en toegankelijke mobiliteitsmix gestimuleerd. Binnen deze mobiliteitstransitie spelen naast lopen, fietsen en openbaar vervoer, slimme mobiliteitsvormen en Mobility as a Service (MaaS, ook wel mobiliteit als een dienst), een steeds belangrijkere rol. Doel is om de auto-afhankelijkheid te verminderen. In gemeente Asten is en blijft de auto een belangrijk vervoermiddel voor de bereikbaarheid van onze inwoners. Juist daarom is er behoefte aan inzet op alternatieven. Momenteel is het aanbod van slimme mobiliteit in de gemeente Asten beperkt en speelt het nauwelijks tot geen rol binnen het mobiliteitsnetwerk van de gemeente.
1 STOMP staat voor Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar Vervoer, MaaS (Mobiliteitsdiensten) en Particuliere auto en geeft een
prioritering voor de benadering van de inrichting van de openbare ruimte, waarbij de actieve vervoerswijzen meer aandacht krijgen dan in het verleden.
Uit de visie volgt Slimme mobiliteit geeft inwoners van Asten de vrijheid om zich flexibel en duurzaam te verplaatsen, zonder afhankelijk te zijn van een eigen (tweede) auto. Inzet is keuzevrijheid, met minder auto-afhankelijkheid. Met handige en slimme mobiliteitsdiensten kunnen reizigers eenvoudig openbaar vervoer, (elektrische) deelauto’s en deelfietsen plannen, boeken en betalen (via apps). Mobiliteitshubs spelen hierin een cruciale rol door verschillende vervoersmiddelen te verbinden en de overstap te vergemakkelijken.
Beleid Op basis van de visie op het thema ‘slimme mobiliteit’ is het volgende beleid opgesteld: Mobiliteitshubs Mobiliteitshubs zijn knooppunten waar verschillende mobiliteitsvormen samenkomen, zoals openbaar vervoer, (deel)auto’s, (deel)fietsen en laadmogelijkheden voor elektrische auto’s (zie module 6.1 voor plaatsingsbeleid laadvoorzieningen). Eventueel worden hier ook pakketpunten aan toegevoegd, zie module ‘Ruimtelijke ontwikkelingen’ (module 10). In de gemeente Asten zetten we in op mobiliteitshubs om keuzemogelijkheden te bieden en om de bereikbaarheid van Heusden en Ommel met de voorzieningen in Asten te verbeteren en de autoafhankelijkheid te verkleinen. We maken onderscheidt tussen drie soorten mobiliteitshubs: Regionale hubs: Bij belangrijke overstappunten, zoals de randen van Asten, waar reizigers kunnen overstappen van auto naar openbaar vervoer, (deel)fietsen of deelauto’s. Deze hubs bieden parkeervoorzieningen, laadpalen, fiets- en autodeelconcepten. Ook het faciliteren van pakketdiensten is op deze hubs mogelijk. Lokale hubs: In of nabij woonwijken en belangrijke bestemmingen, zoals sportparken, scholen en zorgvoorzieningen, waar (deel)fietsen, deelauto’s en pakketkluizen beschikbaar zijn. Fietshubs: Bij bushaltes om de combinatie van openbaar vervoer en fietsen te faciliteren met voldoende overdekte fietsenstallingen en laadpunten voor e-bikes.
Bij sommige bushaltes wordt deze hub opgewaardeerd tot lokale hub. We initiëren en faciliteren de ontwikkelingen rondom hubs en deelmobiliteit. Bijvoorbeeld door hier actief over te communiceren, ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken en mee te denken met initiatiefnemers. Onderstaande figuur geeft in een kaart weer waar wij als gemeente potentiële locaties zien voor de realisatie van mobiliteitshubs.
Deelmobiliteit Deelmobiliteit vormt een aanvulling op het traditionele openbaar vervoer en autogebruik. We zetten in op gedeelde vervoersmiddelen, om het aantal voertuigen in de openbare ruimte te verminderen en een aantrekkelijk alternatief te bieden voor de tweede auto of incidenteel gebruik. We kiezen hierbij nadrukkelijk voor: Elektrische deelfietsen voor korte afstanden en als voor- en natransport. Elektrische deelauto’s, die beschikbaar zijn bij hubs en binnen woonwijken. Vraag gestuurd deelvervoer, zoals buurtbussen, flexibel vervoer en initiatieven zoals ‘Automaatje’. We zien deelmobiliteit als een kans om de mobiliteit in de kleine kernen te vergroten en de parkeerdruk in Asten te verminderen. Het is belangrijk om binnen de regio de ontwikkelingen en het aanbod van deelmobiliteit met elkaar af te stemmen. Op deze manier kunnen hubs goed op elkaar aangesloten worden. Regionale afstemming is daarbij belangrijk om de effectiviteit te vergroten. Dit betekent ook dat we inzet van deelauto’s bij ontwikkelingen mogelijk willen maken. Zie modules ‘parkeren’ (module 6) en ‘parkeernormen’ (module 7).
Beleidskeuzes Voor het thema ‘slimme mobiliteit’ hanteren we de volgende beleidskeuzes: Ondersteunen en stimuleren van slimme mobiliteit-initiatieven in samenwerking met marktpartijen en regionale partners. Hier reserveren we tijd voor. Ontwikkelen van een dekkend mobiliteitshub-netwerk met lokaal en regionaal afgestemde hubs die aansluiten op openbaar vervoer, deelmobiliteit en fietsvoorzieningen. De gemeente is onderzoekt of zij hierin een faciliterende rol kan nemen. Bevorderen van deelmobiliteit met focus op elektrische deelauto’s en -fietsen, als duurzame aanvulling op het openbaar vervoer. De gemeente onderzoekt of zij hierin een faciliterende rol kan nemen. Stimuleren deelmobiliteit bij nieuwbouwontwikkelingen zodat de vraag naar parkeerplaatsen bij ontwikkelingen verlaagd wordt. Minimaliseren van overlast door duidelijke kaders op te stellen voor de inzet en plaatsing van deelmobiliteit.
Maatregelen P.M.