B Toelichting Verzamelplan 2020-2 (vast te stellen).doc
Tekst van het document
Verkeer en infrastructuur
Toetsingskader Het in december 2016 door de gemeenteraad van Asten vastgestelde Gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan (GVVP) vormt het verkeerskader voor nieuwe ontwikkelingen. Het betreft een plan waarin zowel de beleidsdoelstellingen worden geformuleerd, actuele ontwikkelingen worden beschreven, knelpunten en probleemsituaties in beeld worden gebracht en uiteindelijk een diversiteit aan concrete plannen wordt gepresenteerd voor de periode tot circa 2025. Het GVVP geeft kortom inzicht in knelpunten en probleemsituaties in de bestaande verkeersstructuur en vormt het kader voor nieuwe ontwikkelingen op verkeers- en vervoersniveau. Het Astense GVVP kent een flexibele, modulaire opbouw en bestaat uit een verkeersvisie, een uitwerking van de onderdelen van het beleid en een maatregelenpakket. De visie in het GVVP zet in op duurzame mobiliteit, behoudt van het groene karakter van de gemeente en een duidelijke wegenstructuur. Waar mogelijk en gewenst wordt samen gewerkt met andere overheden en belangengroeperingen om aldus een breed gedragen verkeers- en vervoersbeleid te voeren. Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
25
Als onderdeel van het GVVP, heeft de gemeenteraad van Asten de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld op 13 december 2016. Om te voorkomen dat er, als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst een onacceptabele parkeerdruk ontstaat, is in de nota een sturingsmechanisme ten aanzien van parkeren opgenomen voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. 2.5.12 Besluit m.e.r. Toetsingskader Het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure die wettelijk verplicht is bij plannen of projecten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer regelt, in combinatie met het Besluit milieueffectrapportage, het toepassen van de m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER. In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. staan de plannen en activiteiten aangegeven waarvoor de m.e.r.-procedure (onderdeel c) respectievelijk de m.e.r.-beoordeling (onderdeel d) uit hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet worden toegepast. 2.5.13 Ladder duurzame verstedelijking Toetsingskader Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van de rijksoverheid, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd.
Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro. Het Barro verwijst naar het Bro. Geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking werkt volgens drie stappen: -
beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale en gemeentelijke behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren,
-
woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen; indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor
-
herstructurering of transformatie te benutten; indien herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende mogelijkheden biedt, beoordelen betrokken overheden of de ontwikkeling zo kan worden gerealiseerd dat deze passend multimodaal ontsloten is of als zodanig wordt ontwikkeld.
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
26
HOOFDSTUK 3 3.1
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt per ruimtelijke ontwikkeling inzicht gegeven in de ontwikkeling en de planologische verantwoording daarvan. Daarbij worden allereerst de ligging, begrenzing en status van de ontwikkeling beschreven. Vervolgens wordt de ontstaansgeschiedenis van de ontwikkelingslocatie geschetst alsmede de ruimtelijke en functionele structuur daarvan. Daarna wordt per ontwikkelingslocatie een korte samenvatting gegeven van de door de initiatiefnemer aangeleverde ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwingen inclusief de rapportages van de uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij het bestemmingsplan opgenomen.
3.2
Planologische verantwoording
3.2.1 Albert van Cuijckstraat 85 Initiatiefnemer heeft het voornemen om op een braakliggend perceel een nieuwe woning te realiseren aan de Albert van Cuijckstraat 85 te Asten. De realisatie van een nieuwe woning op het perceel is op grond van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, omdat op het perceel geen bouwvlak aanwezig is voor de bouw van een hoofdgebouw. 3.2.2 Havikstraat 1 Initiatiefnemer heeft het voornemen om aan de Havikstraat, ter hoogte van Havikstraat 1, in het zuidelijk deel van de kern Asten, een woning af te breken en ter plaatse twee grondgebonden geschakelde of vrijstaande woningen te realiseren. Een herziening van het bestemmingsplan is nodig om de ontwikkeling mogelijk te maken. Op basis van het geldende bestemmingsplan kunnen de onderhavige woningen niet worden gebouwd. Ter plaatse is namelijk alleen het bestaande aantal woningen toegestaan. Om de voorliggende ontwikkeling mogelijk te kunnen maken, dient de bestemming van de locatie te worden gewijzigd. 3.2.3 Hindert 9 Initiatiefnemer wil op de locatie Hindert 9 een Ruimte-voor-Ruimte woning oprichten. De locatie heeft in het geldende de bestemmingsplan de bestemming wonen. Het oprichten van een Ruimte-voor-Ruimte woning is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, dien het bestemmingsplan voor deze locatie te worden herzien.
3.2.4 Laarbroek 5 De manege van initiatiefnemers is sinds 2008 gevestigd aan de Laarbroek 5 te Asten. De springstal van initiatiefnemers richt zich op het fokken, trainen, opleiden, wedstrijdklaar maken van en verhandelen van kwaliteitsvolle springpaarden. Het bedrijf is door de jaren heen gegroeid en heeft een sterk internationaal karakter. Initiatiefnemers beoefenen zelf op hoog niveau de springsport en leiden ook (internationale) ruiters en amazones op.
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
27
Door de jaren heen is het bedrijf uitgebreid met o.a. een buitenbak, een stapmolen, paddocks, longeerpiste en twee buitenstallen (welke in gebruik is als geboorte stal en quarantainestal). Deze hippische voorzieningen zijn buiten het bouwblok gerealiseerd. Daarnaast willen initiatiefnemers haar klanten en grooms (paardenverzorgers) de mogelijkheid bieden om op het bedrijf te verblijven. Op dit moment worden zij elders ondergebracht. Daarom willen initiatiefnemers een gastenverblijf en een woonruimte voor stagiaires realiseren. Dit plan voorziet in een uitbreiding van het bouwblok zodat bovengenoemde hippische voorzieningen binnen het bouwblok worden gerealiseerd. En middels een herziening van het bestemmingsplan wordt het realiseren van een gastenverblijf en een woonruimte voor stagiaires mogelijk gemaakt. 3.2.5 Fietspad Dijkstraat Onderdeel van het integraal maatregelenpakket van het Gemeentelijk Verkeer- en vervoersPlan (GVVP) 2016 is het verbreden van het fietspad aan de Dijkstraat. Het fietspad is in de huidige staat te smal voor veilig fietsverkeer in twee richtingen. Omdat de functie als regionale fietsverbinding richting Lierop, Mierlo en Helmond vraagt om fietsverkeer in twee richtingen, is verbreding van het fietspad noodzakelijk. Met het verbreden van het fietspad wordt ingezet op een goed bereikbaar regionaal fietsnetwerk voor Asten.
Over een lengte van circa 3 kilometer wordt het fietspad verbreed. Voor een deel van het fietspad kan deze verbreding plaatsvinden binnen de geldende verkeersbestemming. Voor een deel ook is dit niet het geval. De verbreding vraagt om een groter ruimtebeslag dan aanwezig binnen die verkeersbestemming.
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
28
HOOFDSTUK 4 4.1
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
Inleiding
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maken de bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond.
De verbeelding is opgesteld conform de laatste eisen en afspraken met betrekking tot InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Nadere eisen; - Afwijken van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijken van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
29
4.2
Vertaling ruimtelijke ontwikkelingen in bestemmingsplan
In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Wijze van bestemmen Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: - Agrarisch – Agrarisch bedrijf - Verkeer - Water - Wonen-1 - Wonen-2 - Leiding – water -
Waarde – Archeologie 1 Waarde – Archeologie 2 Waarde – Archeologie 3 Waterstaat – Waterlopen
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
30
HOOFDSTUK 5 5.1
UITVOERINGSPARAGRAAF / PROCEDURE
Economische uitvoerbaarheid
Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.1.2. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplicht kostenverhaal. De kosten van grondexploitatie worden in dat geval verhaald via de gronduitgifteprijs.
Beoordeling en conclusie De gemeente heeft inmiddels met de betreffende initiatiefnemers anterieure overeenkomsten gesloten. In deze overeenkomsten is vastgelegd dat de ontwikkelingskosten geheel door de initiatiefnemers worden gedragen. De ontwikkelingen hebben voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal van de exploitatie is daarmee anderszins verzekerd, waardoor de vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het bestemmingsplanproces staan diverse mogelijkheden tot communicatie. De voor dit bestemmingsplan relevante communicatie wordt in dit hoofdstuk belicht. Inspraakprocedure Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 29 mei tot en met 9 juli 2020 ter inzage gelegen. In deze periode was het voor eenieder mogelijk een inspraakreactie op het plan in te dienen. Er is 1 inspraakreactie ingediend. De beantwoording van deze inspraakreactie is te vinden in de notitie vooroverleg- en inspraakreacties in bijlage 6.
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
31
Vooroverleg juncto artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere overheden en overheidsdiensten. Te denken valt aan buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het voorontwerpbestemmingsplan is aangemeld bij de provincie Noord-Brabant en ter beoordeling voorgelegd aan het waterschap Aa en Maas. Alleen van de provincie hebben we een vooroverlegreactie ontvangen. De beantwoording van de vooroverlegreactie is eveneens te vinden in de notitie vooroverleg- en inspraakreacties in bijlage 6. Het waterschap heeft laten weten geen inhoudelijke opmerkingen te hebben op het voorontwerpplan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 18 september tot en met 29 oktober 2020 ter inzage gelegen. In deze periode zijn er 2 zienswijzen ingediend. De provincie NoordBrabant heeft een zienswijze ingediend met betrekking tot de locatie Hindert 9. De andere zienswijze heeft betrekking op de ontwikkeling op de locatie Havikstraat 1. In bijlage 7 is een overzicht van de zienswijzen en de beantwoording hiervan opgenomen.
5.3
Zorgvuldige omgevingsdialoog
Naar aanleiding van de aanstaande Omgevingswet, waarin een zorgvuldige omgevingsdialoog als vereiste is opgenomen wanneer je bouwplannen hebt, en de inwerkingtreding van de Verordening ruimte 2014 (Vr 2014) heeft de gemeente Asten een nadere invulling gegeven aan het begrip ‘zorgvuldige dialoog’. Een dialoog is een bezinnend gesprek, waarin mensen open en op basis van gelijkwaardigheid met elkaar spreken en samen nadenken over voor alle betrokkenen relevante vraagstukken. Er zijn enkele specifieke aanleidingen om een dialoog te starten. Voor wat betreft het voeren van een zorgvuldige dialoog in het kader van een vergunningaanvraag en/of ruimtelijke procedure dienen de volgende stappen worden genomen: De ondernemer nodigt in een zo vroeg mogelijk stadium (bij voorkeur bij de conceptaanvraag) de buurt/omgeving uit om met hen in gesprek te gaan over zijn wensen, plannen en mogelijke zorgen. Vinden de plannen in het buitengebied plaats, dan nodigt hij in principe de mensen uit die in een straal van 500 m van zijn ontwikkellocatie wonen, maar stelt zich de vraag of er aanleiding is om meer of minder mensen uit te nodigen. Dit zal afhankelijk zijn van de impact van zijn plannen. Voor plannen in de komgebieden is het afhankelijk van de plannen en de locatie wie voor de dialoog moet worden uitgenodigd.
De initiatiefnemer maakt een verslag van de bijeenkomst(en) en geeft hierin aan hoe hij eventuele opmerkingen van de buurt in zijn plannen verwerkt. Voor de opmerkingen waar hij niets mee doet geeft hij een motivatie waarom hij dat niet heeft gedaan. In deze fase kan een tweede gesprek behulpzaam zijn.
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
32
Het verslag en eventuele aanpassingen van zijn plannen legt hij aan de buurt voor. De opmerkingen van de buurt worden 1 op 1 als bijlage bij het verslag gevoegd. De ondernemer dient zijn vergunningaanvraag in bij de gemeente en voegt het verslag inclusief de opmerkingen van de buurt toe. Bij de beoordeling staan de volgende vragen centraal: Heeft de buurt kennis genomen van de plannen? Motiveert de initiatiefnemer waarom juist deze buurtbewoners zijn uitgenodigd. Heeft de initiatiefnemer kennis genomen van de bevindingen van de buurt? Denkt de initiatiefnemer rekening te kunnen houden met de wensen en zorgen van de buurt? Waarom wel/niet? In hoeverre is er begrip voor de overwegingen van de initiatiefnemer?
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
33
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Ruimtelijke onderbouwing Albert van Cuijckstraat ong. (tussen nr. 83 en 87) Ruimtelijke onderbouwing Havikstraat 1 Ruimtelijke onderbouwing Hindert 9 Ruimtelijke onderbouwing Laarbroek 5 Ruimtelijke onderbouwing fietspad Dijkstraat Nota beantwoording reacties uit inspraak en vooroverleg Nota beantwoording zienswijzen
Toelichting Asten verzamelplan 2020-2
34