CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

B Plan van aanpak Bügel Hajema maart 2022.pdf

Themabijeenkomst raad 6 juli 2022, gemeente Asten4.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak opstellen omgevingsplan Asten

Inhoud 1

Procesaanpak en planning (subcriterium 1)

5

1.1

Stapsgewijs naar een gemeentedekkend integraal omgevingsplan

5

1.2

Vier basisvragen voor het omgevingsplan

5

1.3

Structuur van het Omgevingsplan

7

1.4

Opstellen Omgevingsplan Heusden e.o.

8

1.5

Opstellen overige deelomgevingsplannen

8

1.6

Rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer

8

1.7

Participatie

9

1.8

Risico’s

10

2

Competenties en samenstelling projectteam (subcriterium 2)

13

3

Invulling geven aan het gewenste leereffect voor de gemeente (subcriterium 3)

15

1

1

Procesaanpak en planning (subcriterium 1)

In dit hoofdstuk gaan we in op subcriterium 1 van uw uitvraag: Procesaanpak en planning om te komen tot een eerste deelplan in 2024 en het uiteindelijke omgevingsplan uiterlijk in 2029. In ons stappenplan gaan wij met name in op

lijk in 2029 beschikt over een gemeentedekkend omgevingsplan waarin alle wettelijk verplichte onderdelen zijn verwerkt.

de stappen die nodig zijn om het eerste deelplan te maken. Omdat dit plan

1.2

vrijwel alle deelgebieden uit de omgevingsvisie omvat, zullen de meeste

Het opstellen van het omgevingsplan gaat gepaard met het beantwoorden

inhoudelijke vragen bij het opstellen van dit eerste plan al aan de orde ko-

van de volgende vragen:

men. De stappen voor de volgende plannen zullen hetzelfde zijn, maar om-

A. Wat willen we regelen?

dat in het eerste plan al vragen zijn beantwoord die ook voor de rest van de gemeente gelden, zullen de stappen veelal minder tijd in beslag nemen. Het kan echter ook zijn dat bij het opstellen van het eerste plan wordt gekozen om bepaalde onderwerpen of onderdelen nog niet op te pakken en dit in een

Vier basisvragen voor het omgevingsplan

B. Wat hebben we geregeld? C. Wat moeten en kunnen we regelen? D. Hoe willen we het regelen?

later stadium te doen. In dat geval zal dit onderdeel pas in een volgend plan Deelresultaat:

meer tijd in beslag nemen.

Voordat wij daadwerkelijk starten met het opstellen van (regels van) het 1.1

Stapsgewijs naar

een

gemeentedekkend integraal

omgevingsplan Het opstellen van een integraal omgevingsplan voor de gehele gemeente gaat, zelfs bij het beleidsneutraal omzetten van ruimtelijke plannen, gepaard met het maken van een groot aantal keuzes. Onze aanpak gaat dan ook uit van een stapsgewijze opbouw waarbij het omgevingsplan gebiedsgewijs en themagewijs steeds verder wordt gevuld. De stapsgewijze opbouw zorgt ervoor dat zowel ambtelijk als bestuurlijk de te maken keuzes en de bijbehorende werklast worden gespreid in de tijd. Ook extern betekent het dat niet alle keuzes met alle partijen tegelijkertijd gemaakt hoeven te worden. Tenslotte biedt het mogelijkheden om tussentijds te evalueren en bij te stellen waar nodig. Hierna gaan we in op de verschillende stappen die we volgen en geven we aan waar nog keuzes zijn te maken in de volgorde van stappen. Uitgangspunt daarbij is dat wordt gestart met een omgevingsplan voor Heusden en u uiter-

omgevingsplan, leggen we het antwoord op deze vragen vast in een nota van uitgangspunten. We starten daarbij niet blanco, er is immers al heel veel voorwerk gedaan en vastgelegd in onder andere de omgevingsvisie. In de Nota van uitgangspunten werken we verder uit wat dit betekent voor het omgevingsplan. A. Wat willen we regelen? U gaat uit van een omgevingsplan dat met name de bestaande situatie en de waarden van Asten vastlegt. Enerzijds wilt u hierbij zoveel mogelijk voortborduren op geldende bestemmingsplannen, anderzijds bieden de omgevingsvisie

en

thematische

uitwerkingen

hiervan

belangrijke

aanknopingspunten voor de waarden die een plek moeten krijgen in het omgevingsplan en ontwikkelingen die met het omgevingsplan mogelijk gemaakt moeten worden. Hoofdvraag is wat moet worden geregeld in het omgevings5

plan om de doelen uit de omgevingsvisie te bereiken. Dit werken we uit voor

de gemeente. Goed voorstelbaar is te starten met dat wat in ieder geval

de gemeente als geheel, per gebiedstype uit de omgevingsvisie en waar no-

moet worden meegenomen en vervolgens aan de slag te gaan met regels die

dig voor deelgebieden daar binnen. (Bijvoorbeeld binnen Dynamische dorpen

in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Voor zaken die opgenomen

wil je wellicht deels andere regels stellen voor Asten dan voor Ommel).

mogen worden of die pas vanaf 2029 verplicht in het omgevingsplan opgeno-

B. Wat hebben we geregeld? (Basis op orde)

men dienen te worden, zullen keuzes gemaakt moeten worden wat nu al

Een belangrijke stap in het proces is om de planologische situatie goed in

wordt meegenomen en wat tot later kan wachten. Deze keuzes worden ge-

beeld te krijgen. Dit doen we in een gemeentebrede GIS-inventarisatie die in

maakt aan de hand van de volgende vragen:

de loop van de jaren steeds kan worden aangevuld. Deze inventarisatie

Moet het onderwerp op basis van de instructieregels van het Besluit

brengt alle beschikbare en door u reeds verzamelde informatie samen en legt

kwaliteit leefomgeving of de Provinciale Omgevingsverordening ver-

vervolgens conclusies over ruimtelijke keuzes vast. De inventarisatie van de

plicht worden geregeld?

planologische situatie is niet alleen van belang voor het op te stellen omge-

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat bindende instructieregels

vingsplan, maar vormt ook de basis voor het werken met het tijdelijk omge-

en zal dus in elk geval in acht genomen moeten worden. Dit brengt met

vingsplan. Het brengt precies in beeld welke regels waar gelden en of deze

zich mee dat het omgevingsplan regels zal moeten bevatten op (ten min-

onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan of daarnaast blijven

ste) het gebied van geluid, trillingen, geur en externe veiligheid. De ge-

bestaan. De inventarisatie is completer dan het DSO omdat ook de verorde-

meente heeft hierbij beleidsruimte om een afweging te maken binnen de

ningen en bodemkwaliteitskaarten die van rechtswege onderdeel worden van

bandbreedte tussen standaard- en grenswaarden, binnen de grenzen van

het tijdelijk omgevingsplan, hierin worden opgenomen.

wat in de specifieke lokale situatie aanvaardbaar is. Zo kan de omge-

In een tweede laag brengen we de feitelijke situatie in beeld en leggen we

vingsvisie of sectoraal beleid aanleiding geven om in het gebied andere

eventuele afwijkingen ten opzichte van de planologische situatie vast.

waarden dan de standaardwaarden op te nemen. Op dezelfde manier

Aan deze inventarisatie worden ook kaartlagen toegevoegd uit het onderdeel

moet worden nagegaan hoe instructieregels uit de Provinciale Omge-

‘wat moeten we regelen’ en ‘wat willen we regelen’.

vingsverordening worden verwerkt. Wij brengen in beeld welke regels

De door de gemeente uitgevoerde beleidsinventarisatie is hierbij ook van

voor de gemeente Asten van belang zijn en of deze voor de hele ge-

belang.

meente gelden of alleen voor bepaalde gebieden.

C. Wat moeten en kunnen we regelen?

Zijn er over deze onderwerpen regels opgenomen in de Bruidsschat,

Behalve het eigen gemeentelijke beleid werken ook diverse (nieuwe) wette-

verordeningen of bestemmingsplannen?

lijke kaders door naar het omgevingsplan (zie de schematische figuur).

De regels die op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Om-

De gemeente zal invulling moeten geven aan verschillende wettelijke ver-

gevingsverordening moeten worden opgesteld, zijn niet allemaal nieuw.

plichtingen en keuzes moeten maken voor zover beleidsruimte bestaat voor

Veel regels komen al voor in geldende bestemmingsplannen, de bruids-

6

1 schat of lokale verordeningen. Wij pleiten er voor deze regels in samen-

mingsplanregels als een waardevolle basis gezien. Tegelijkertijd is het goed

hang te beschouwen om dubbelingen, hiaten en tegenstrijdigheden zo

om stil te staan bij de nieuwe mogelijkheden die de omgevingswet biedt.

veel mogelijk te voorkomen. Daarbij maken we samen met de gemeente

denk bijvoorbeeld aan het opnemen van meldingsplichten en het aanpassen

en omgevingsdienst de keuze wat al in het eerste plan wordt meegeno-

van de regeling voor vergunningvrij bouwen.

men en welke keuzes tot een later stadium worden uitgesteld. Bij het verwerken van het BKL is ook van belang, dat veel onderwerpen reeds

We hebben diverse spelvormen beschikbaar aan de hand waarvan de discus-

een plek hebben in de Bruidsschat. Op basis van het overgangsrecht hoe-

sie met de gemeenteraad goed gevoerd kan worden. Het uitgangspunt hierbij

ven deze regels pas per 2029 volledig in lijn te zijn met het Bkl. Om het

is het werken vanuit een concrete casus, dat geeft de beste discussie. In

eerste plan overzichtelijk te houden, kan een gedachte zijn om voor re-

overleg met u bepalen we welke vorm in uw gemeente het beste past.

gels die nu al zijn opgenomen in de Bruidsschat of Verordeningen uit te gaan van een nee, tenzij benadering: Alleen wanneer er vanuit ‘Wat willen we regelen’ aanleiding is om regels aan te passen of aan te vullen worden deze meegenomen in het eerste Omgevingsplan. Hiermee houden we het werkpakket en de te maken keuzes behapbaar, maar is er voldoende ruimte om te oefenen met alle facetten van het maken van een omgevingsplan. 

Sluit de inhoud van de bestaande regels aan op wat we willen regelen? U wilt de systematiek en inhoud van de geldende bestemmingsplannen zo veel mogelijk als basis gebruiken voor het omgevingsplan. Wanneer we weten wat we willen, moeten en kunnen regelen, kan vervolgens de vraag worden beantwoord of de geldende regels daar op aansluiten.

D. Hoe willen we het regelen? De Astense Vitale democratie gaat uit van een raad die vertrouwen geeft en slechts op hoofdlijnen stuurt. Dit kan van invloed zijn op de wijze waarop de gemeente regels wil stellen. Bij het stellen van regels in het Omgevingsplan is het de kunst om de goede balans te vinden tussen rechtszekerheid en

1.3

Structuur van het Omgevingsplan

Parallel aan het denken over de inhoud van het omgevingsplan dienen keuzes te worden gemaakt over de opbouw/structuur van het omgevingsplan. Uitgangspunt daarbij is het VNG Casco, waarbij we samen met u op zoek gaan naar de beste invulling van het Casco. In onze ogen gaat de structuur pas leven als je deze koppelt aan een bestaand gebied. Nadat we de wensen van de gemeente hebben besproken, werken wij een mogelijke structuur uit aan de hand van twee of drie verschillende proefgebiedjes. Daarmee ontstaat inzicht in hoe verschillende gebiedstypen binnen de gemeente een plek krijgen binnen de structuur en welke voor- en nadelen aan bepaalde keuzes hangen. Het gesprek over de structuur kan vrij vroeg in het proces worden gestart, maar komt bij elke verdere invulling van het omgevingsplan weer even aan de orde in evaluerende zin: voldoet dat wat we eerder bedacht hadden nog steeds of is aanpassing nodig? Deelresultaat: uitgewerkte structuur van het omgevingsplan

flexibiliteit. Deze balans kan per gebied en per thema verschillen. Daarbij is uw insteek niet om alles anders te doen, maar worden de geldende bestem-

7

1.4

Opstellen Omgevingsplan Heusden e.o.

1.6

Rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtn emer

Wanneer het antwoord op de vier basisvragen is gegeven voor tenminste het eerste deelplan en er duidelijkheid is over de structuur, starten we met het

Samen geeft het beste resultaat: Wij begeleiden veel gemeenten bij Omge-

daadwerkelijke vullen van het omgevingsplan. Om overzicht te houden, wer-

vingswet-gerelateerde projecten. Bij ons is er geen standaard aanpak, maar

ken we steeds een thema of gebied uit in regels en leggen dat voor aan het

altijd staat centraal dat wij samen met de gemeente werken en samen stap-

kernteam. Tegelijkertijd met de regels werken we aan de artikelgewijze

pen zetten. Dat doen we door eerst met elkaar te overleggen en daarna pas

toelichting. Deze gebruiken we om vast te leggen welke keuzes waarom wor-

over te gaan tot uitwerking. Voor een aantal stappen in het proces is wel een

den gemaakt en in hoeverre dit een wijziging is ten opzichte van geldende

rolverdeling op voorhand te maken. Wij zien voor onszelf de volgende rollen

regels. De artikelgewijze toelichting kan daarmee ook de basis vormen voor

weggelegd:

een agenda van onderwerpen die met het bestuur, stakeholders of de samen-

coördinatie en sturing stappen om te komen tot een omgevingsplan;

leving besproken moeten worden.

zorgen dat stapsgewijs de goede vragen worden gesteld en discussies

In de bijgevoegde planning hebben we de hierboven stappen in meer detail uitgewerkt.

worden gevoerd; 

Deelresultaat: omgevingsplan -deelgebied Heusden e.o. 1.5

Opstellen overige deelomgevingsplannen

Wanneer het omgevingsplan voor Heusden gereed is, gaan we aan de slag met het volgende deelgebied. De volgorde en begrenzing van de deelomgevingsplannen staat nog niet vast en bepalen we samen met u. Vooralsnog lijkt het het meest logisch om de plangrenzen van geldende bestemmingsplannen aan te houden (bedrijventerreinen, woonwijken, centrum en buitengebied). Wat betreft planning gaan we hierbij uit van circa 1 jaar per

Kennisoverdracht ten aanzien van wettelijk kaders en keuzemogelijkheden;

adviseren over consequenties van keuzes;

vastleggen keuzes zodat voor iedereen duidelijk wordt wanneer welke keuze om welke reden is gemaakt;

Opstellen Nota van uitgangpunten;

Uitwerking van regels, toelichting en kaart van het omgevingsplan en het annoteren;

Geven van presentaties aan college, raad en samenleving;

Meelezen in nota zienswijzen, raadsvoorstellen etc.;

deelomgevingsplan. Deelresultaat: 4x omgevingsplan voor een deelgebied

Van (het kernteam van) de gemeente verwachten wij dat ze de volgende rol inneemt: 

8

Controleren inventarisatie’;

1 

Terugkoppeling met organisatie in brede zin en betrekken juiste col-

voorstel sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande processen (waaronder

lega’s;

dat van de Omgevingsvisie) en gebruiken we waar mogelijk de bestaande

Maken van inhoudelijke keuzes;

visies als input. Dit voorkomt dat we vragen waar al een antwoord op is ge-

Signaleren van gevoeligheden binnen bestuur en samenleving;

geven opnieuw gaan stellen. Een teveel aan herhaling kan participatiemoe-

Meelezen en meedoen in iedere stap. Immers door echt zelf aan de

heid met zich meebrengen. Dit is een ongewenst effect.

slag te gaan met een plan, kun je je de nieuwe manier van werken

De betrokkenheid van het college en de gemeenteraad vinden wij in het

pas echt goed eigen maken;

gehele proces van groot belang. Uiteindelijk worden zij de eigenaren van het

Actief meedoen in werksessies inclusief voorbereiding;

Omgevingsplan. Vanaf het begin nemen we hen mee en bepalen zij ook mee.

Beantwoorden zienswijzen;

Schrijven college/raadsvoorstellen;

Praktische werkzaamheden rondom organisatie bijeenkomsten intern en extern (uitnodiging, zaal etc,);

Feitelijk publiceren in dso van omgevingsplan;

Publicatie terinzagelegging;

Aansturing ODZOB in analyse bruidsschat en eventuele uit te voeren onderzoeken;

 1.7

Analyse relevante verordeningen. Participatie

In dit proces worden inwoners, stakeholders (bijv. buurt/wijkverenigingen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en diverse instanties, de gemeenteraad en de interne ambtelijke organisatie betrokken. Voor meer informatie over de betrokkenheid van de interne ambtelijke organisatie wordt ook verwezen naar 1.3. Rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer’. In de projectplanning hebben wij diverse werksessies opgenomen met ambtenaren, stakeholders en ook een werksessie met inwoners in zijn algemeenheid. In de werksessies met stakeholders en inwoners kunnen bijvoorbeeld de volgende onderwerpen aan bod komen: de wijze van uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan, of de wijze waarop de sturingsfilosofie van de gemeenteraad doorwerkt in het omgevingsplan (bijv. stellingen

In het Omgevingsbesluit is aangegeven dat bij het vaststellen van een omge-

over vergunningsvrij vs. vergunningsplicht - wil je meer vrijheid als je buur-

vingsplan wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke orga-

man dat ook krijgt, of wil je liever heldere grenzen). Ook kan het gaan over

nisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de

de kwaliteit van de leefomgeving en de regels die daaraan gesteld moeten

resultaten daarvan zijn. De wet legt de vorm van participatie niet vast, hier-

worden. Wanneer de consultatieversie van het omgevingsplan beschikbaar is,

voor dienen gemeenten participatiebeleid vast te stellen. De minimale vari-

kunnen met ambtenaren en stakeholders cases worden besproken i.r.t. het

ant is het ter inzage leggen van het plan en het toezenden van het plan aan

omgevingsplan (botsproeven).

de relevante bestuursorganen. Dat doet echter geen recht aan de manier

De werksessies zoals opgenomen in de procesbeschrijving zorgen niet alleen

waarop onder de Omgevingswet omgegaan wordt met participatie. In ons

voor afstemming van het product op de gemeentelijke wensen, maar zeker

9

ook voor het creëren van draagvlak en kennis van het werken met een nieuw juridisch instrument.

1.8

Risico’s

Risico

Beheersmaatregel

Fysiek en digitaal met het oog op Covid-19

Niet (tijdig) functioneren van het

Het project wordt door ons zoveel

Hoewel we hopen dat alle bijeenkomsten weer fysiek kunnen plaatsvinden

DSO

mogelijk in GIS voorbereid. Op deze

hebben we inmiddels ruime ervaring met online werksessies en online in-

De regels van het omgevingsplan

manier kan alle informatie die in het

loopavonden. Dit levert zeker waardevolle input voor het omgevingsplan.

moeten worden opgenomen in het

DSO moet worden ingevoerd op een

DSO en voorzien van werkingsgebie-

gestructureerde manier worden ver-

Voor meer informatie over participatie en communicatie verwijzen we naar

den annotaties. Als het DSO nog niet

zameld en op een later moment

onze website.

functioneert wanneer wordt gestart

worden ingevoerd in het DSO.

met opstellen van het omgevingsNa opdrachtverlening werken we in nauw overleg met u uit welke vorm voor

plan, kan het niet direct in het DSO

welke groep en welk stadium in het proces het meest geschikt is.

worden gezet.

Website planproces Ter ondersteuning van het proces geven we u in overweging op de gemeentelijke website een pagina over het omgevingsplan in te richten. Deze website dient als basis voor alle communicatie-uitingen en informatieverstrekkingen en vangt de eerste vragen van inwoners af. De website biedt de gelegenheid aan eenieder om organisch met het proces mee te groeien. Tijdens het proces raakt de website gevuld, met bijvoorbeeld een agenda voor de participatieve acties en de uitkomsten van de participatie. Tevens kunnen op de

Onvoldoende capaciteit binnen de

In onze stapsgewijze aanpak wordt

ambtelijke

organisatie

het omgevingsplan geleidelijk gevuld

Het opstellen van een omgevingsplan

naar gebied en/of thema. De volgor-

gaat gepaard met een groot aantal

de en snelheid waarin dit gebeurt is

keuzes. Keuzes die gemaakt moeten

niet in beton gegoten. Mocht hier

worden door het bestuur en vragen

aanleiding toe zijn, dan kunnen we

om een zorgvuldige voorbereiding op

hierin schuiven en eerst onderdelen

ambtelijk niveau.

oppakken waar de gemeente een beperktere rol in speelt.

website stellingen of enquêtevragen worden gesteld in het kader van de participatie.

Geen

samenleving

Wij hebben in het plan van aanpak

Daarnaast zou een link gelegd kunnen worden met de (door ons gemaakte)

en/of gemeenteraad leidt tot ver-

een zorgvuldig proces omschreven,

website van de omgevingsvisie, zodat op één plek inzichtelijk is hoe de doe-

tragingen in het proces

waarbij we zowel de samenleving

len uit de omgevingsvisie een plek krijgen in het omgevingsplan.

draagvlak

in

(inwoners en stakeholders) als de gemeenteraad betrekken. Wanneer

10

1 tijdens het proces blijkt dat er deelonderwerpen zijn die gevoelig liggen, dan vraagt dat onderwerp om een nadere verkenning en afhankelijk van het onderwerp ook een participatiesessie met de samenleving en/of de gemeenteraad. Door een extra bijeenkomst kan een eventuele angel uit het probleem gehaald worden.

11

Competenties en samenstelling projectteam (subcriterium 2)

Wij hebben een projectteam samengesteld waarin de noodzakelijke kennis en ervaring om een omgevingsplan op te stellen wordt gecombineerd. Dit betreft in onze ogen: - kennis van zowel stedelijk gebied, buitengebied als bedrijventerrein en de belangrijkste thema’s die daar spelen; - kennis van het gedachtengoed van de Omgevingswet; - kennis van de juridische kaders (landelijk en provinciaal) waarbinnen het omgevingsplan moet worden opgesteld; - ervaring met participatieprocessen met raad en samenleving; - kennis van de gemeente Asten; - kennis van de technische aspecten van het omgevingsplan. Tanja Casimir zal als projectleider optreden voor deze opdracht. Tanja is een senior adviseur voor de leefomgeving met 20 jaar ervaring in de ruimtelijke ordening. Tanja is goed ingevoerd in de Omgevingswet met de nadruk op het omgevingsplan en brengt deze kennis graag over. Tanja zal uw eerste aanspreekpunt zijn, de inhoudelijke regie voeren op de op te leveren producten en verantwoordelijk zijn voor het projectmanagement. Zij woont in de regio en kan op regelmatige basis bij u op het gemeentehuis werken. Daphne Smolderen is als jurist betrokken bij diverse omgevingsplannen. Zij zal optreden als assistent projectleider en daarnaast zorgen voor het opstellen van grote delen van het omgevingsplan.

Joas Jansen en Tom Molenaar zijn als planoloog/gis-specialist verantwoordelijk voor de inventarisatie, de toelichting bij het omgevingsplan en de vertaling naar werkingsgebieden. Op de achtergrond zal Eva Brascamp, senior jurist, optreden als adviseur en sparring partner.

Omdat wij waarde hechten aan een vloeiende overgang van de omgevingsvisie naar het omgevingsplan, hebben we Marco Kerstens van BMC toegevoegd aan ons projectteam. Door Marco mee te laten lezen met de Nota van uitgangspunten, bouwen we een extra check in dat de gedachte van de omgevingsvisie op een goede manier landt in het omgevingsplan. Daarnaast kan het handig zijn om inhoud en proces te scheiden bij bijeenkomsten met raad en samenleving. Marco kan in dat geval de rol van procesbegeleider op zich nemen. Voor meer informatie over specifieke ervaring van Tanja en Daphne wordt verwezen naar bijgevoegde cv’s. Waar nodig zullen diverse adviseurs van ons bureau een rol spelen voor het uitwerken van de regels, het opstellen van de toelichting en de digitale vormgeving in het DSO. Met 70 adviseurs hebben wij ruim voldoende capaciteit en kennis in huis om dit project uit te voeren. Uw team De hiervoor beschreven werkwijze gaat ervan uit dat er binnen de gemeente een afgebakend kernteam is dat de werkzaamheden uitvoert. Daaromheen een schil van (inhoudelijk) betrokkenen van binnen en buiten de organisatie die waar nodig kan worden ingevlogen voor een specifiek onderwerp.

Op deze manier wordt bij de voorbereiding van de eindproducten niet alleen optimaal geput uit de aanwezige kennis, maar wordt ook in een bredere groep dan alleen het projectteam kennis en ervaring opgedaan met de voorbereiding van een omgevingsplan. Bij de voorbereiding van de werksessies is het van belang om na te gaan dat het noodzakelijke basisniveau van kennis over de Omgevingswet beschikbaar is. Waar nodig zullen wij voorzien in voorbereidend materiaal/ ‘huiswerk’. Ook zullen wij werksessies combineren met kennisoverdracht (zie ook hoofdstuk 3).

13

2

2

3

Invulling geven aan het gewenste leereffect voor de gemeente

Belangrijk onderdeel van de opdracht is de kennisoverdracht binnen de ge-

meente. De gemeente is uiteindelijk aan zet om met het omgevingsplan te werken en uitleg te geven over geldende regels en moet in staat zijn om wijzigingen door te voeren. Onze ervaring is dat leren en onthouden het

beste gaat als kennisoverdracht samengaat met het daadwerkelijk aan de slag gaan met de inhoud van de wet. In ons stappenplan gaat de kennisontwikkeling bij de gemeente hand in hand met de totstandkoming van het omgevingsplan. Zoals aangegeven bouwen we het omgevingsplan op in behapbare stukken. Op deze manier komen de te maken keuzes stapsgewijs

in beeld. Om keuzes te maken, is in veel gevallen kennis nodig van de wettelijke kaders van de Omgevingswet. We organiseren daarom werksessies die bestaan uit een afwisseling van kennisoverdracht, discussie en reflectie. Vervolgens wordt het onderwerp van de sessie verder uitgewerkt en/of worden keuzes die in de sessie zijn gemaakt vastgelegd. Hiermee wordt stapsgewijs invulling gegeven aan de structuur en inhoud van het omgevingsplan van Asten en de Astense werkwijze rondom veranderingen in de fysieke leefomgeving. De precieze invulling en volgorde van de werksessies stellen wij samen met u vast. Onderwerpen die in de sessies aan de orde komen zijn bijvoorbeeld: 

Structuur van de regels: Welke keuzemogelijkheden zijn er binnen de hoofdopzet van het VNG-Casco? Welke consequenties heeft de keuze voor een bepaalde structuur voor verschillende doelgroepen? DSO, de toelichting en toepasbare regels. Hoe wordt het omgevingsplan digitaal ontsloten in het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO). Hoe werken toepasbare regels? Hierbij werken we graag samen met uw softwareleverancier en het externe tekenbureau.

Regels & vergunningen. Welke verschillende soorten regels horen thuis in een omgevingsplan? Wat zijn de verschillen met het bestemmingsplan. Wat kan bijv. via een melding en wat wordt vergunningplichtig. Milieu in het omgevingsplan. Hoe gaan we om met de instructieregels vanuit het Rijk voor nieuwe thema’s zoals in het bijzonder geluid en geur? Wat doen we (of moeten we doen) met het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving en milieuregels in de bruidsschat? Hierbij kunnen we ook inzoomen op de handreikingen van ketenpartners. Hoe ziet het tijdelijk omgevingsplan na inwerkingtreding omgevingswet eruit? Hoe is overgangsrecht geregeld? Waar vind ik toetsingscriteria en aanvraagvereisten en in hoeverre kan de gemeente die aanpassen? Hoe om te gaan met nieuwe ontwikkelingen in de transitiefase: omgevingsplan versus buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Theorie wordt in de sessies gekoppeld aan voorbeelden uit de Astense praktijk. Wij zenden niet alleen, maar gaan samen met jullie aan de slag met het onderwerp. Een sessie wordt gevolgd door een inhoudelijke uitwerking van het betreffende onderdeel van het omgevingsplan. Hierbij vragen we de gemeente steeds om een klein deel van de uitwerking zelf te doen. Ook kunnen we in sommige gevallen vooraf huiswerk meegeven. De agenda van het kernteam is daarbij leidend in de planning. De gemeente is niet gebaat bij een omgevingsplan dat snel tot stand is gekomen, maar waar de gemeente niet mee kan werken. De komst van de Omgevingswet vraagt echter wel om een zekere vorm van commitment van het kernteam. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door vaste gezamenlijke omgevingsplanmomenten in te plannen.

15

2

(subcriterium 3)

Colofon Contactpersoon Tanja Casimir Fotografie BügelHajema Adviseurs Rapport BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=b9a8d055-2ce0-4591-873c-a50d814bd1e8