B-01 Bijlage 2 - Memo ODZOB – ontwikkelingen agrarisch domein
Tekst van het document
MEMO Aan
Deelnemers Werkprogramma Agrofood & Leefomgeving
Van
Directie ODZOB
Datum
21 november 2024
Afschrift
Onderwerp
Ontwikkelingen in het agrarisch domein/voortgang VTH-taken
Kenmerk
Inleiding In het WAL van 9 oktober heeft de ODZOB toegezegd om de regio op de hoogte te houden van de huidige ontwikkelingen in het agrarisch domein en de voortgang van de uitvoering van de VTH-taken. Naar aanleiding van deze WAL-bijeenkomst, hebben we een aantal betrokken bestuurders gesproken over de ontstane impasse in de transitie van de agrarische sector en de zorgen rondom de voortgang van de agrarische vergunningverlening. Zoals bekend zijn de ontwikkelingen in het agrarisch domein en de opgaven die daarbij horen, voor zowel de overheid als de agrarische sector, complex te noemen. Bovendien is het speelveld dynamisch, gelet op de verschillende en diverse belangen en het samenspel tussen de provincie en gemeenten, ieder vanuit hun rol als bevoegd gezag voor het eigen deel van de wetgeving waar de agrarische sector mee te maken heeft. En niet in de laatste plaats door de diverse rechterlijke uitspraken die er inmiddels zijn en de procedures die momenteel worden gevoerd. Bovendien zien wij een spanning tussen de aanwezige werkvoorraad en de capaciteit die daarvoor bij de ODZOB beschikbaar is om de VTH-taken goed te kunnen uitvoeren. Deze memo gaat nader in op de bovenstaande ontwikkelingen en de consequenties die dit voor de ODZOB heeft vanuit het VTH-perspectief.
Daarnaast wordt ingegaan op de acties die ODZOB heeft ondernomen en stappen die we de komende tijd willen zetten. Achtereenvolgend komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1. Bestuurlijke acties – spanning rolverdeling tussen bevoegde gezagen 2. RvS-uitspraak 4 september en handelingsperspectief 3. Stand van zaken pilot agrarische vergunningverlening 4. Uitvraag en aanpak geïnventariseerde dossiers 5. Feedback en vervolgproces agrarische adviseurs 6. Intrekkingsbeleid 7. Personele capaciteit 8. Voortgang agrarisch toezicht 9. Voortgang agrarische vergunningverlening 10. Informeren over de voortgang
Pagina 1 van 8
1.
Bestuurlijke acties – spanning rolverdeling tussen bevoegde gezagen
Uit de gesprekken die we de afgelopen tijd met een aantal gemeentelijke bestuurders hebben gevoerd, is duidelijk geworden dat er behoefte is aan een bestuurlijk gesprek met de provincie over de VTHuitvoering in het agrarisch dossier en de invloed die dat heeft op het tempo in de transitie. Er is meer aandacht nodig voor het samenspel van de bevoegde gezagen gericht op het zoveel mogelijk wegnemen van de onzekerheden in wet- en regelgeving, de beleidsontwikkeling en de uitvoering daarvan. Met de betrokken DB-portefeuillehouder zijn de opties verkend voor mogelijke bestuurlijke acties: 1. Het heeft de voorkeur een bestuurlijk overleg te organiseren tussen de betrokken gedeputeerden van de provincie Noord-Brabant en de portefeuillehouders van de drie Brabantse omgevingsdiensten met als doel het samenspel en het inhoudelijke beleid te bespreken en af te stemmen. 2. Een alternatief is een bestuurlijk overleg met de provincie Noord-Brabant zoals bovenstaand bedoeld, te voeren door de betrokken portefeuillehouder van de ODZOB, tezamen met enkele bestuurders uit onze regio. In beide opties is het van belang dit gesprek bestuurlijk goed voor te bereiden. Daartoe zal een overleg moeten worden ingepland met een aantal nader te bepalen AB-leden om de agenda voor het bestuurlijk overleg voor te bereiden.
In de WAL-bijeenkomst van 4 december worden de opties en de opzet van een bestuurlijk overleg verder verkend en willen wij afspraken maken over de voorbereiding.
2.
RvS-uitspraak 4 september en handelingsperspectief
Naar aanleiding van de RvS-uitspraak van 4 september over de ‘passende beoordeling’ heeft de directie van de ODZOB op 14 november besloten om de ruimte die het milieu-spoor (WABO) biedt, te gaan oppakken. Door de beoordelingsruimte bij m.e.r.-aanmeldnotities zo volledig mogelijk te benutten, zijn er mogelijkheden om voor een deel van de procedures de vergunningaanvraag in behandeling te nemen. Als uit de informatie van de m.e.r.-aanmeldnotitie van de aanvrager blijkt dat met gebruikmaking van maatregelen en de landelijke emissienormen van de luchtwassers er geen toename van stikstofdepositie is, dan is dat voldoende om te oordelen dat er geen ’belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ zullen zijn (als gevolg van stikstofdepositie). In die situatie hoeft dan geen MER opgesteld te worden en kan de vergunningverlener verder met de aanvraag van de omgevingsvergunning. Er zijn weliswaar risico’s verbonden aan het opzoeken van die afwegingsruimte c.q. beoordelingsvrijheid, maar deze zijn onvoldoende reden om de aanvragen stil te laten liggen en de aanvrager zekerheid over diens aanvraag te onthouden. Het zijn vooral de gebruikelijke risico’s die bij de initiatiefnemer liggen. Concreet betekent deze werkwijze dat er een extra afhandeling van ongeveer 120 procedures mogelijk is, maar dat dit wel een doorlooptijd van ongeveer een jaar met zich mee zal brengen.
We zetten erop in om deze doorlooptijd te verkorten. Verwachtingsmanagement naar initiatiefnemers en bevoegde gezagen is gezien de doorlooptijd belangrijk, evenals de disclaimer van mogelijke nieuwe jurisprudentie die van invloed kan zijn op de afhandeling en het feit dat het handelingsperspectief voor de daadwerkelijke vergunningaanvraag in veel gevallen beperkend blijft. Zonder vergunning op natuur kan de vergunning niet worden geëffectueerd. De bovenstaande handelswijze is afgestemd en in lijn met de twee andere Brabantse Omgevingsdiensten.
Pagina 2 van 8
Opgemerkt moet worden dat de recente jurisprudentie geen inhoudelijke gevolgen heeft voor het bestaande handelingsperspectief. Wel wordt de bovengenoemde beoordelingsruimte zo volledig mogelijk benut.
3.
Stand van zaken pilot agrarische vergunningverlening
In een bijeenkomst op 18 januari 2024 is met een aantal gemeenten (Bladel, Reusel – De Mierden, Oirschot, Bergeijk en Deurne) en de ODZOB besloten om een aantal dossiers op te pakken die kansrijk zijn om voor vergunningverlening in aanmerking te komen. Het achterliggende doel is om agrariërs die een bijdrage willen leveren aan de transitie en de verduurzaming van de veehouderij zo veel als mogelijk te faciliteren, door de ruimte die er voor vergunningverlening is maximaal te benutten. Op bestuurlijk niveau is daarbij de bereidheid uitgesproken om op basis van een onafhankelijk advies over alle risico’s, te willen overwegen om een collegebesluit te nemen. In overleg met de gemeentelijke vertegenwoordigers zijn uiteindelijk zes dossiers opgepakt. Hierover hebben gesprekken plaatsgevonden met de betrokken ondernemers, adviseurs en vertegenwoordigers van ODZOB en de gemeente. De ODZOB heeft inmiddels een positief advies gegeven over de vergunningverlening bij een drietal dossiers. De overige dossiers zijn aangehouden op verzoek van de gemeente of de ondernemer vanwege de recent ontstane jurisprudentie of de specifieke bedrijfsomstandigheden. Een belangrijk aandachtspunt bij dit traject is de communicatie en begripsvorming. Elkaar goed op de hoogte (blijven) houden van de voortgang en de ontwikkelingen is daarbij essentieel.
4.
Uitvraag en aanpak geïnventariseerde dossiers
In navolging van de laatste bijeenkomst met het WAL heeft ODZOB alle agrarische gemeenten gevraagd ons een inventarisatie te sturen welke vergunningaanvragen prioriteit hebben, en welke aanvragen met voorrang moeten worden opgepakt. De reden waarom zaken prioriteit hebben is per geval en per gemeente verschillend. In totaliteit heeft de ODZOB 33 dossiers opgehaald. Deze worden nu aan de voorkant getoetst op de juridische haalbaarheid. Daar waar wij risico’s zien, bespreken we deze in eerste instantie met de gemeenten en vervolgens met de ondernemers. Bij onderdeel 9 gaan we hier verder op in.
5.
Feedback en vervolgproces agrarische adviseurs
Op maandag 29 augustus heeft de ODZOB een bijeenkomst met agrarische adviseurs georganiseerd. In deze bijeenkomst hebben we een toelichting gegeven op onze kaders, wet- en regelgeving en actuele ontwikkelingen inzake recente rechtspraak. Tevens hebben we deze bijeenkomst gebruikt om feedback te vragen op onze dienstverlening en werkwijze. Daarbij kwamen onder andere de prioritering van dossiers, te nemen risico’s en het afdoen van meldingen aan de orde (zie verder bij onderdeel 9). Deze feedback hebben we ter harte genomen en nemen we nu mee in onze gewijzigde aanpak binnen het proces vergunningverlening. Daarnaast beleggen we een extra bijeenkomt van het GPO om stil te staan bij de feedback die betrekking heeft op procedures bij de gemeente zoals een extra overleg bij complexe RO-procedures en de werkwijze rondom Bibob.
Pagina 3 van 8
In januari hebben we een nieuwe bijeenkomst belegd met de adviseurs en bespreken we de aanpak en voortgang van de advisering. We staan dan ook stil bij de nieuwe ontwikkelingen.
6.
Intrekkingsbeleid
GS van de provincie Noord-Brabant hebben door middel van een Statenmededeling van 12 november jl. het provinciale intrekkingsbeleid (natuurspoor) bekendgemaakt, en aangegeven gemeenten en omgevingsdiensten bij de verdere uitwerking te gaan betrekken. Eerder hebben enkele regiogemeenten de ODZOB gevraagd een verkenning te starten om lokaal intrekkingsbeleid voor hen op te stellen. Sommige andere regiogemeenten hebben in het verleden al intrekkingsbeleid vastgesteld. Deze situatie roept vragen op over de relatie en afstemming tussen provinciaal en lokaal intrekkingsbeleid, en bijgevolg over de wijze waarop de ODZOB invulling moet geven aan haar rol. De consequenties voor de uitvoeringscapaciteit is daarbij één van de aandachtspunten. In de WAL bijeenkomst van 4 december a.s. wil de ODZOB graag van gedachten wisselen over de vraag hoe we als regio hierin gezamenlijk kunnen optrekken. Daarnaast is er vanuit het agrarisch toezicht bij 221 locaties vastgesteld dat er ‘langdurig’ geen gebruik meer wordt gemaakt van de vergunning voor het houden van dieren. Deze ‘lege vergunningen’ komen in aanmerking om actief te worden ingetrokken. Deze locaties zullen met iedere afzonderlijke deelnemer in de reeds geplande gesprekken worden besproken.
7.
Personele capaciteit
Voor de ODZOB zijn de uitdagingen om voldoende en goed personeel te werven groot. Onze inspanningen hebben er toe geleid dat we de capaciteit binnen het team vergunningverlening met 7 medewerkers hebben uitgebreid. We hebben hier nog twee vacatures. Ook binnen het team toezicht hebben we momenteel nog 2 vacatures. De verwachting is dat we deze vacatures in het eerste kwartaal van 2025 ingevuld krijgen. Daarmee zijn we formatief op orde. Kwalitatief ligt er echter nog een flinke uitdaging omdat alle nieuwe medewerkers nog gedeeltelijk opgeleid en begeleid moeten worden waardoor ze niet meteen volledig productief inzetbaar zijn. Daarnaast is er tijd en inzet nodig voor de begeleiding door de ervaren medewerkers. Dit heeft tot gevolg dat we ook in 2025 een uitdaging houden om snelheid in afhandeling van dossiers te houden. Verder is het goed in deze te vermelden dat we ook de optie hebben verkend van inhuur. Hierbij zijn we er tegenaan gelopen dat ook alle detacheringsbureaus als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt geen kwalitatief goede vergunningverleners in dienst hebben en de tarieven desondanks aan de maat zijn. Voor deze optie kiezen we bewust niet. Wel is het zo dat er momenteel een vraag ligt bij de ODBN en OMWB of zij collega’s beschikbaar hebben die ons tijdelijk kunnen ondersteunen.
8.
Voortgang agrarisch toezicht
Het toezichtprogramma bestaat uit de volgende vijf taken: 1. Het uitvoeren van risicogericht toezicht en handhaving op milieubelastende activiteiten zoals opgenomen in de Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Omgevingsregeling, het omgevingsplan en/of de omgevingsvergunning (ROK programma); 2. Het toezicht en handhaving van de Omgevingswet voor flora- en fauna-activiteiten, onderdeel soortenbescherming (opdracht PNB); 3. Het uitvoeren van gespecialiseerd toezicht conform de landelijke werkinstructies cross compliance (opdracht PNB); Pagina 4 van 8
4. 5.
Toezicht en handhaving van het Omgevingswet-onderdeel gebiedsbescherming (veehouderijen) en de provinciale omgevingsverordening (opdracht PNB); Daarnaast zijn er nog een aantal projecten, zoals Gebiedsgerichte Handhaving mest de Peel.
Per 1 juli 2024 heeft er binnen de opdracht toezicht en handhaving van het Omgevingswet onderdeel gebiedsbescherming (veehouderijen) en de provinciale omgevingsverordening een verschuiving plaatsgevonden van uit te voeren werkzaamheden waarbij de volledige focus is gericht op de “stilzitters” in het kader van de provinciale omgevingsverordening. Door een aantal uitspraken van de Raad van State op 4 september 2024 is deze opdracht door de provincie gewijzigd. De nadruk ligt daarbij niet meer op de stilzitters maar op het in beeld brengen van de feitelijke situatie bij bedrijven die daadwerkelijk gebruik gaan maken van de LBV-regelingen. Gelet op de diversiteit aan opdrachten binnen het team agrarisch toezicht maakt de ODZOB in afstemming met de accountmanagers en deelnemers (inclusief provincie ) per kwartaal een planning van de controles die worden opgepakt. Dit programma wordt iedere drie maanden herijkt. Zo kan er rekening worden gehouden met actuele ontwikkelingen, beschikbare capaciteit, bestuurlijke wensen en issues. Waar nodig wordt de prioritering aangepast en kan bijstelling plaatsvinden van het programma. Dit programma wordt ook afgestemd met het team juristen zodat er voldoende juridische capaciteit kan worden geborgd en ingezet voor de betreffende handhavingszaken.
Voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2024 ziet het toezicht programma er als volgt uit: 1
Initiële controles (veehouderij, glastuinbouw en mest)
Alle juridische
Het uitvoeren van risicogericht toezicht en handhaving op
handhavingszaken
milieubelastende activiteiten zoals opgenomen in de Besluit activiteiten
pakt ODZOB op.
leefomgeving (Bal), de Omgevingsregeling, het omgevingsplan en/of de
Met de resterende
omgevingsvergunning (ROK programma).
uren worden in het derde kwartaal nog een 15 tal initiële controles opgepakt. Hierover vindt overleg plaats met de deelnemers.
Hercontroles
Hier zijn 500 uur
Het uitvoeren van risicogericht toezicht en handhaving op
voor beschikbaar
milieubelastende activiteiten zoals opgenomen in de Besluit activiteiten
die volledig worden
leefomgeving (Bal), de Omgevingsregeling, het omgevingsplan en/of de
ingezet.
omgevingsvergunning (ROK programma).
2
Soortenbescherming
Als er een signaal aanvraag
Het toezicht en handhaving van de Omgevingswet voor flora- en fauna-
komt wordt deze opgepakt.
activiteiten, onderdeel soortenbescherming (opdracht PNB)
De ervaring leert dat dit in de herfst /winter nauwelijks voorkomt.
3
Fysieke controle gestopte bedrijven
Deze opdracht wordt dit jaar volledig afgerond.
Pagina 5 van 8
Toezicht en handhaving van het Omgevingswet-onderdeel gebiedsbescherming (veehouderijen) en de provinciale omgevingsverordening (opdracht PNB) 4
Administratieve controle deelnemer Landelijke Beëindigingsregeling
Deze opdracht
veehouderij LBV/LBV+
wordt dit jaar
Toezicht en handhaving van het Omgevingswet-onderdeel
volledig afgerond.
gebiedsbescherming (veehouderijen) en de provinciale omgevingsverordening (opdracht PNB)
9.
Voortgang agrarische vergunningverlening
Binnen het domein van de agrarische vergunningverlening heeft ODZOB de afgelopen jaren te maken gehad met vele wetswijzigingen, diverse ingrijpende rechterlijke uitspraken en Brabant specifieke regelgeving van de provincie (Provinciale Omgevingsverordening). Dit alles had tot gevolg dat er veel aanvragen zijn binnen gekomen. Daarnaast is op basis van jurisprudentie in een aantal gevallen geen vergunningverlening mogelijk en heeft ODZOB in overleg met de ondernemers en adviseurs de aanvraag aangehouden. Om eenduidigheid in de vergunningverlening in Brabant te borgen heeft de ODZOB begin 2022 het initiatief genomen voor het opstellen van een handelingsperspectief in samenspraak met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten en in afstemming met de provincie. Enerzijds om te borgen dat de vergunningverlening in Brabant op eenzelfde manier plaatsvindt. Anderzijds om de vergunningverleners en agrarische sector een duidelijk perspectief te geven wat wel en niet mogelijk is. Dit alles vertaalde zich in een praktische werkwijze binnen het team vergunningverlening: • Het werk wordt verdeeld op basis van het principe first in first out. • Vergunningaanvragen die op basis van wet- en regelgeving niet kunnen worden voortgezet, worden wel gereed gemaakt voor het moment dat er wel duidelijkheid komt.
Denk hierbij aan het opvragen en beoordelen van stukken, het uitvoeren van Aerieusberekeningen, het opstellen van geur- en geluidadviezen, etc. • Het werk wordt verdeeld op basis van de beschikbare capaciteit en kwaliteiten van medewerkers. Dit betekent dus ook dat sommige aanvragen in een zogenaamde “wachtbak” terecht komen en geen behandelaar krijgen toegewezen. Deze zogenaamde wachtbak wordt wel bewaakt door de coördinatoren zodat vragen van ondernemers/adviseurs of gemeentes in deze wel worden beantwoord. Deze werkwijze is sinds november jongstleden herzien. Aanleiding hiervoor zijn onder andere de gesprekken die met adviseurs zijn gevoerd. Daaruit kwam een voorkeur naar voren voor een prioriteitstelling op die dossiers die ook daadwerkelijk vooruit kunnen. Dit signaal geven ook gemeenten af. Hiermee voorkomen we extra inzet en kosten voor activiteiten die in de toekomst mogelijk nogmaals moeten plaatsvinden omdat wetgeving weer wijzigt. Dit geldt zowel voor de ondernemers als de ODZOB. In lijn met de andere Brabantse omgevingsdiensten ziet ODZOB inmiddels meer mogelijkheden ontstaan om in dossiers waar sprake is van een passende beoordeling luchtwassers toch tot vergunningverlening over te gaan (zie onderdeel 2 van deze memo).
Daarnaast zijn alle agrarische gemeenten gevraagd welke dossiers zij vanuit bestuurlijk oogpunt willen oppakken en eventueel risicovoller willen vergunnen daar waar dit mogelijk is. Pagina 6 van 8
Dit alles maakt dat met ingang van 25 november de volgende werkwijze binnen het team agrarische vergunningverlening wordt gehanteerd: • Meldingen pakt ODZOB meteen op. De meldingen die betrekking hebben op tuinbouw of akkerbouw worden niet inhoudelijk beoordeeld. We toetsen alleen of ze voldoen aan de indieningsvereisten. Meldingen waarbij sprake is van emissiearme systemen worden ook inhoudelijk beoordeeld. Dit om mogelijke juridische consequenties in de toekomst te voorkomen en de ondernemers hierbij te behoeden voor mogelijke dure en onnodige investeringen. • Intrekkingsverzoeken van ondernemers (denk aan LBV-plus of LBV) worden binnen vier weken afgehandeld. • Alle dossiers die vooruit kunnen op basis van het handelingsperspectief en de ruimte die het milieu spoor (WABO) biedt, worden inhoudelijk opgepakt. Hier is een vergunningverlener aan gekoppeld. Deze gaat er ook daadwerkelijk mee aan de slag zodat we ook tot vergunningverlening kunnen overgaan. Naar verwachting gaat het hierbij komend jaar om 120 dossiers. Wel gaan we hierbij aan de voorkant met de ondernemers in overleg over de mogelijke risico’s. • We hebben van de gemeenten een bestuurlijke prioriteitsstelling ontvangen van 33 dossiers die doorgang moeten vinden. Deze pakken we ook met voorrang op.
Daarbij wordt aan de voorkant een juridische toets uitgevoerd waarbij risico’s en consequenties worden gedeeld met de ondernemers, adviseurs en gemeenten. Als zij deze risico’s en consequenties willen nemen, dan pakt ODZOB het proces van vergunningverlening op. • Deze werkvoorraad en prioritering wordt op 12 en 16 december besproken met vertegenwoordigers van de gemeenten. Dit blijven we periodiek drie keer per jaar doen in 2025. Dit is dan ook het moment om te kijken of de gekozen prioritering eventueel herzien moet worden. • Aanvullend lichten we de prioritering en werkwijze ook nog per gemeente toe in een bestuurlijk gesprek. • Gelet op de complexiteit van de aanvragen, de afstemming die nodig is en het feit dat we relatief weinig ervaren medewerkers hebben, houden we er rekening mee dat we het hele jaar 2025 nodig hebben om alle kansrijke dossiers weg te werken. We zetten erop in de doorlooptijd te verkorten.
Samenvattend beeld werkvoorraad
Het beeld van de werkvoorraad ziet er als volgt uit: • De totale werkvoorraad betreft momenteel 797 dossiers. • Er zijn 256 dossiers die betrekking hebben op het handelingsperspectief waarvoor we mogelijkheden zien om die nu op te pakken. Daarvan hebben ondernemers in 178 gevallen om diverse redenen (bijv. omdat ze nadenken om gebruik te maken van beëindigingsregeling) aangegeven akkoord te zijn dat de aanvraag wordt aangehouden. Dit betekent dat 78 dossiers worden opgepakt. Tezamen met de 33 dossiers die vanuit een bestuurlijke prioriteitstelling worden opgepakt, gaan we in totaal 111 dossiers met prioriteit oppakken. • Daarnaast is de inschatting dat een aantal dossiers waar adviseurs met aanhouding hebben ingestemd, mogelijk hun standpunt gaan herzien. Waarschijnlijk een tiental dossiers. In dat geval is er dus sprake van circa 121 dossiers die met prioriteit worden opgepakt door ervaren medewerkers omdat ze complex zijn. • Alle overige dossiers pakken we op met minder ervaren medewerkers, waarbij we voorrang geven aan zaken van de Omgevingswet (189 dossiers).
10. Informeren over de voortgang In het WAL van 4 december licht de ODZOB de stand van zaken toe aan de hand van deze memo. De memo wordt toegezonden aan het GPO en het AB van de ODZOB. In het GPO van 5 december zal eveneens Pagina 7 van 8
de stand van zaken worden toegelicht. Via de reguliere nieuwsberichten worden alle deelnemers op de hoogte gehouden van de algemene ontwikkelingen. De werkvoorraad en afzonderlijke dossiers bespreekt ODZOB op 12 en 16 december met vertegenwoordigers van de gemeenten. Dit blijven we periodiek doen in 2025. Aanvullend lichten we de prioritering en werkwijze per gemeente toe in een bestuurlijk gesprek.
Pagina 8 van 8