B-01 Bijlage 1 - Verslag MRE – Gesprek emissiereducerende maatregelen Provincie Noord-Brabant
Tekst van het document
METROPOOL
REGIO
Metropoolregio
Eindhoven
EINDHOVEN
040 259
mmm
info@metropoolregioeindhoven.nl www.metropoolregioeindhoven.nl
45 94
Bezoekadres Raiffeisenstraat 5611
CH
18
Eindhoven
Postadres
Aan Datum
Onderwerp De
Deelnemers
-
Gesprek
985
5600 AZ
EINDHOVEN
gesprek 1 juli :_Metropoolregio Eindhoven »_ 3 juli 2024
Van
:_
Postbus
emissiereducerende
maatregelen
Provincie
N.B.
emissiereducerende
maatregelen (stallendeadline) zijn onderdeel van het beleid van de provincie Noord Brabant om de stikstofuitstoot terug te dringen. De emissiereducerende maatregelen houden concreet in dat stallen (ouder dan 15 jaar, en bij rundvee ouder dan 20 jaar) moeten voldoen aan een strenge norm. Bedrijven moeten hiervoor tijdig een vergunning aanvragen (9 maanden voor de deadline) en dan krijgen ze tot 1 juli 2024 om hun stal aan te passen. Bij melkvee en vleeskalveren is dat 1 januari 2026. Naast de verplichting om oude stalsystemen te vervangen, kunnen veehouders kiezen voor een natuurinclusieve bedrijfsvoering of een bedrijfsvoering met minder dieren. Bij gemeenten
binnen
de MRE
spelen verschillende zorgen omtrent de invoering van de maatregelen. In het koplopersoverleg van 22 november 2023 is besloten een gesprek te organiseren om deze zorgen te delen met de provincie. Om uiteenlopende redenen is er relatief veel tijd verstreken tussen het initiatief voor dit gesprek en het plannen van het gesprek. Hierdoor hebben ontwikkelingen plaatsgevonden die mogelijk een iets ander licht schijnen op de originele aanleiding, zoals: Op het moment van het gesprek is de deadline inmiddels ingegaan (1 juli 2024 red.) In eerste instantie zou ook de Odzob deelnemen aan het gesprek om de zorgen vanuit hen te uiten. De Odzob neemt niet deel aan het gesprek. Het gesprek vindt plaats op initiatief van MRE. De ODZOB heeft als uitvoeringsdienst haar eigen contact (ambtelijk, bestuurlijk) met provincie. In januari 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de Odzob en een aantal MRE gemeenten n.a.v. het handelingsperspectief opgesteld door de Odzob. Een groot deel van de ingediende aanvragen voor omgevingsvergunningen werden door dit handelingsperspectief niet afgehandeld omdat er geen zicht was op het verlenen van een natuurvergunning. Uitkomst van dit gesprek was dat de Odzob met een aantal in de aanvragen (die ogen van de gemeenten kansrijk zijn) aan de slag gaat om te of het kijken handelingsperspectief versoepeld kan worden. emissiereducerende
.
.
.
Deelnemers .
.
gesprek 1 juli: (geanonimiseerd) (Gedeputeerde Provincie Noord Brabant) (geanonimiseerd) (Gedeputeerde Provincie Noord Brabant) aan
het
al
(geanonimiseerd) (Wethouder gemeente Bladel) (geanonimiseerd) (Wethouder gemeente Oirschot) (geanonimiseerd) (Wethouder gemeente Gemert-Bakel) (geanonimiseerd) (Ambtelijk Provincie Noord Brabant) (geanonimiseerd) (Ambtelijk Metropoolregio Eindhoven) (geanonimiseerd) (Ambtelijk gemeente Oirschot)
e
e
e
.
.
Verslag sessie Tijdens het gesprek zijn de zorgen van de MRE gemeenten gedeeld met de provincie. Voorliggende memo diende als voorbereiding op dit gesprek. In de blauwe tekstvakken is het verslag van de sessie toegevoegd. Hoofdlijn
van
het gesprek
Gedurende het
gesprek bleek dat ervaringen en zorgen in relatie tot de emissiereducerende maatregelen (de provincie spreekt over de term emissiereducerende maatregelen i.p.v. stallendeadline) sterk verschillend ervaren worden door de provincie en de MRE gemeenten. Hieronder zijn in het kort de belangrijkste afspraken samengevat. Zie de volgende tekstvakken voor de uitgebreidere inhoudelijke reactie. De provincie verifieert bij het directeurenoverleg de zorgpunten van de MRE e
e e
e
gemeenten met de Odzob. MRE gemeenten kaarten de zorgpunten aan bij het algemeen bestuur MRE gemeenten hebben behoefte aan een overzicht van hoeveel Wnbvergunningsaanvragen ingediend zijn. De provincie gaat na of deze gegevens met de gemeenten gedeeld kunnen worden. Provincie en MRE gemeenten verifiëren de verschillende beelden die ontstaan zijn over de emissiereducerende maatregelen. Indien de zorgen hiermee niet weggenomen zijn staat de provincie open om hierover in gesprek te gaan. Dit mag middels een gesprek, maar kan ook sneller via de mail/telefonisch.
Op hoofdlijn zijn de zorgen
die
spelen bij MRE gemeenten:
Stop vergunningverlening Door verschillende uitspraken van de Raad van State inzake de werking van emissiearme stalsystemen ((on)voldoende reductie) in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnbvergunningen), heeft de provincie Noord Brabant besloten om de vergunningverlening stil te leggen voor alle Wnb-vergunningen. Inmiddels lijkt de vergunningverlening voor aanvragen met chemische
luchtwassers
ontwikkeld
voor
een
weer
op gang te komen doordat de Provincie Echter ook
passende beoordeling.
een
op deze aanvragen zijn nog emissiereducerende maatregelen niet
niet genomen, waardoor deze bedrijven de aangevraagde kunnen en mogen realiseren. De bedrijven voldoen hierdoor niet op 1 juli emissiereducerende maatregelen. Hoe
kunnen
gemeenten
vergunningverlening
de ondernemers
wnb/natuur onder de
op
goede manier plaatsvindt?
een
OW
pagina
2 van 6
format heeft
de besluiten
aan
ondersteunen
de
wanneer
nog geen
ER
_
Verslag sessie De provincie herkent zich niet in de geschetste beeld dat er geen Wet natuurbeschermingswet vergunningen verleend zouden worden. Voor luchtwassers komt de vergunningverlening volgens de provincie inmiddels goed op gang en zijn/worden er op korte termijn 200-300 vergunningen verleend. Daarnaast zijn er leveranciers van stalsystemen en adviseurs die zelf een passende beoordeling ontwikkeld hebben voor andere systemen dan chemische luchtwassers. Dit zou in de basis de mogelijkheid moeten bieden om ook andere systemen dan luchtwassers te vergunnen. Hier wordt volgens de provincie echter (bijna) geen gebruik van gemaakt. Het beeld dat er geen vergunningen verleend worden is gebaseerd op hoe het in de media komt en dat verhaal klopt niet volgens de provincie. Daarnaast geven de MRE gemeenten aan dat de ODZOB nagenoeg geen omgevingsvergunningen verleent op basis van het handelingsperspectief en zij wensen dat omgevingsvergunningen niet losgekoppeld worden van het Wnb spoor. Aangezien er geen Wnb-vergunningen worden verleend verleent de ODZOB geen vergunningen omdat de mogelijk een strijdigheid ontstaat. ,
,
,
De taken voor de Wnb-vergunningen worden uitgevoerd door de ODBN. De signalen die de provincie van de ODBN krijgt sluiten niet aan bij het beeld wat de gemeenten in de MRE hebben. Het blijkt echter voor zowel de provincie als de gemeenten van de MRE lastig om tijdens het gesprek het geschetste beeld te staven met data. ,
Innovatie Veel innovatieve projecten zijn nog niet in het stadium dat er een vergunning is verleend welke voldoet aan de interim omgevingsverordening (IOV). Deze bedrijven worden daarmee ook verplicht om een aanvraag in te dienen voor huisvestingssystemen die niet als innovatief worden gezien. Ze moeten in die aanvraag vaak terugvallen op met name een (chemische) luchtwasser. Doordat deze bedrijven door de deadline worden gedwongen om te investeren in luchtwassers zal de kans worden verkleind dat ze op korte termijn nog overstappen naar innovatieve en/of brongerichte systemen. ,
Veel innovatieve systemen hebben als doel om te voorkomen dat emissies ontstaan de zogenaamde bronmaatregelen (dit naast innovaties op het gebied van sensoren en monitoring van emissies). Deze bronmaatregelen zijn een belangrijk onderdeel voor de omschakeling naar een kringlooplandbouw. Innovatieve systemen zijn vaak gekoppeld aan het realtime meten van emissies. Doordat ondernemers gaan investeren in end-of-pipe technieken stagneert de doorontwikkeling van bronmaatregelen. Daarnaast dreigt ook de ontwikkeling van meetsystemen met sensoren stil te vallen. ,
Hoe kunnen gemeenten samen met de provincie de wil tot innovatie(kracht) van ondernemers optimaal benutten?
pagina 3 van 6
Verslag sessie Er zijn volgens de provincie leveranciers van stalsystemen en adviseurs die zelf een passende beoordeling ontwikkeld hebben voor andere systemen dan luchtwassers. Daarmee zou de vergunningverlening volgens de provincie niet beperkt hoeven te blijven tot chemische luchtwassersHet is nog onduidelijk of deze passende beoordelingen standhouden bij de rechter. De provincie geeft aan dat deze twijfel pas weggenomen kan worden als er daadwerkelijk een dergelijk traject geïmplementeerd wordt. Er is volgens de provincie wel degelijk ruimte voor innovatie. Ook in de huidige regeling. Maar in het reguliere traject moeten ondernemers die nu aan zet zijn het doen met de mogelijkheden die op tafel liggen. Als de innovaties die nu lopen waardevol blijken te zijn dan zullen de ondernemers die bijvoorbeeld over 2 jaar aan zet zijn hier gebruik van kunnen maken. Zo werkt de provincie steeds verder aan het doel om met brongerichte maatregelen de stikstofuitstoot terug te dringen. De problematiek rondom stikstof is echter te urgent waardoor ondernemers nu niet kunnen wachten tot innovatieve bronmaatregelen verder ontwikkeld zijn. ,
,
Gezonde leefomgeving Chemische luchtwassers zijn op dit moment de enige juridisch houdbare oplossing om te voldoen aan de emissiereducerende maatregelen maar dit is niet voor alle wijze van houden van dieren een goed inpasbare techniek. Het doel van de emissiereducerende maatregelen is de reductie van stikstof. Dit doel kan met chemische luchtwassers bereikt worden. Naast stikstof heeft de veehouderij andere effecten op de leefomgeving. Denk aan geur en fijnstof. Op deze onderdelen zijn chemische luchtwassers niet ideaal. Voor het borgen van een gezonde leefomgeving lijken andere systemen dan een chemische luchtwasser beter geschikt. Gemeenten constateren dat ondernemers op dit moment vooral deze andere systemen aanvragen. Er worden slechts sporadisch aanvragen voor een chemische luchtwasser ingediend. ,
Hoe kunnen gemeenten optimaal een gezonde leefomgeving borgen i. r. t. de chemische luchtwassers die op dit moment de enige juridisch houdbare oplossing is? Hoe kunnen gemeenten aansluiten bij de praktijk waarin hoofdzakelijk andere systemen dan chemische luchtwassers aangevraagd worden? Verslag sessie In de basis hebben provincie en de gemeenten van de MRE op dit punt hetzelfde doel voor ogen namelijk een gezonde leefomgeving. De problematiek op het gebied van stikstof is op dit moment dermate urgent dat volgens de provincie het verder uitstellen van emissiereducerende maatregelen geen optie is. Er moet voorkomen worden dat de vergunningverlening volledig tot stilstand komt. Voor de lijn ‘Brabant van het slot’ moeten de voorgestelde emissiereducerende maatregelen nú genomen worden. ,
De provincie benadrukt nogmaals dat volgens hen de emissiereducerende maatregelen niet verplicht gekoppeld hoeven te worden aan chemische luchtwassers. Dit beeld leeft volgens de provincie ten onrechte wel in de praktijk.
pagina 4 van 6
Inzet capaciteit Doordat lange tijd onduidelijk was of de emissiereducerende maatregelen door zouden gaan en welke technieken toegepast kunnen worden hebben veel ondernemers een onvolledige vrijwel lege aanvraag of helemaal geen aanvraag ingediend. Het behandelen van de lege aanvragen neemt extra tijd in beslag doordat de aanvragen beoordeeld moeten worden en vervolgens meerdere malen aanvullende gegevens opgevraagd en getoetst moeten worden. Dit geldt ook voor het aanschrijven van ondernemers die geen aanvraag in hebben gediend. ,
,
Bij het niet voldoen aan de voorwaarden uit de IOV per 1 juli 2024 bestaat de kans dat handhavingsverzoeken worden ingediend. Aangezien de aanvragen meestal in het kader van de Wabo (voor 1-1-24 daarna Ow) werden ingediend en natuur aanhaakt ligt de beoordeling van een eventueel handhavingsverzoek bij de gemeenten (naast handhavingsverzoeken die zich specifiek richten op natuur waarbij de provincie als bevoegd gezag wordt aangesproken). Ook dit vergt mogelijk veel capaciteit om eventuele verzoeken om handhaving af te handelen van toezichthouders en juridisch medewerkers. ,
,
Afspraken tussen provincie en gemeenten over de compensatie van inzet zijn vaak gebaseerd op basis van verleende vergunningen zoals de regeling ‘Provinciale bijdrage aan gemeentelijke kosten agrarische vergunningverlening’. Nu er op dit moment praktisch geen vergunningen verleend worden wordt de inzet ook niet gecompenseerd. ,
,
Hoe kunnen gemeenten samen met de provincie zorgen voor een behapbare werklast voor ambtenaren (van gemeenten en omgevingsdiensten) nu en in de toekomst? Hoe moet worden omgegaan met eventuele handhavingsverzoeken indien aanvragen buiten de invloed van de ondernemers blijven liggen? ,
pagina 5 van 6
Verslag sessie Werklast Het beeld dat de emissiereducerende maatregelen een grote werklast voor gemeentelijke ambtenaren met zich meebrengt herkent de provincie niet. Volgens de provincie ligt de grootste werklast bij de ODBN en de ODZOB en daarmee heeft de provincie afspraken gemaakt. Daarnaast bereiken vanuit deze instanties geen signalen de provincie van een niet-behapbare werklast. In het geval er bij gemeenten in de MRE de provinciale emissiereducerende maatregelen leiden tot een niet behapbare werklast dan is het belangrijk dit bij de provincie te melden. ,
,
Handhaving De lijn van de provincie is dat niet gehandhaafd wordt op de ondernemers die een complete aanvraag ingediend hebben die nog niet vergund is. In dat geval is zicht op legalisatie. Of deze lijn ook stand houdt bij de rechter zal pas duidelijk worden in het geval een organisatie hiermee naar de rechter stapt. Maar de provincie verwacht van wel. De provincie gaf aan het bemoedigend te vinden dat de Brabantse Milieu Federatie (BMF) op de website heeft aangegeven zich voor handhavingsverzoeken niet te richten op de ondernemers die zich aan de termijnen (van indiening) van de provincie hebben gehouden. ,
De provincie is van mening dat met spreken over handhaven een schrikbeeld de wereld in gebracht wordt. De provincie houdt toezicht op de regels. In het geval een ondernemer de regels overtreedt zal toezicht gehouden worden en krijgt een ondernemer in de eerste plaats de ruimte de overtreding te verhelpen. Het is volgens de provincie zeker niet zo dat een ondernemer die één regeltje overtreedt direct vogelvrij verklaard wordt. Een schrikbeeld wat volgens de provincie wel in de media geschetst wordt. ,
Een probleem in relatie tot handhaving kan ontstaan bij de ‘stilzitters’. De ondernemers die een aanvraag in zouden moeten dienen maar dit nog niet gedaan hebben. Het is voor de provincie lastig in te schatten om hoeveel ondernemers in deze categorie het gaat. Niet elke ondernemer die geen aanvraag ingediend heeft valt hieronder. Het kan bijvoorbeeld zijn dat in het kader van de PAS al vergunningsvrij maatregelen genomen zijn of dat een ondernemer deelneemt aan de LBV+ regeling. Dit zal blijken uit toezichtsbezoeken. Om een goed beeld bij de omvang van de groep ‘stilzitters’ te krijgen zouden gemeenten gegevens van provincie willen ontvangen. ,
,
pagina 6 van 6