CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

AZC22.09.03AA 20 Bijlage 1 Beoordeling IBT 2022 systematisch toezicht omgevingsrecht.pdf

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 22 september 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Ingekomen stukken, gericht aan de raad: Voor kennisgeving aannemen (AZC)5.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordelingsformulier IBT 2022 systematisch toezicht omgevingsrecht Gemeente Asten

Procesinformatie Beoordeelde documenten: Beleidsplan VTH:

Beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2022

Uitvoeringsprogramma VTH 2022:

Uitvoeringsprogramma VTH 2022

Evaluatieverslag VTH 2021:

Jaarverslag VTH 2021

Naam beoordelaar: H.M. Damme

Beoordeling afgerond:

Reactie gevraagd:

Reactie ontvangen:

Reactie verwerkt:

3 mei 2022

3 mei 2022

9 juni 2022

1 juli 2022

Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTHdocumenten van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (procescriteria VTH) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving van de procescriteria VTH uit de Wabo opgenomen in de Omgevingswet met bijbehorend Omgevingsbesluit. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun VTH-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de VTH-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur.

Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen. Een tijdige en goede naleving van de wettelijke procescriteria is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de VTH-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele VTH-structuur; om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle VTHdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria VTH. De beoordelingsvragen en de criteria voor de beoordeling ‘Voldoet’, ‘Voldoet gedeeltelijk’ of ‘Voldoet niet’, staan in de Uitvoeringsagenda IBT 2022. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen zijn in concept op 9 dec 2021 gemaild aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen en als nieuwsbericht gepost op de SharePoint-website IBT Omgevingsrecht met gelegenheid voor reactie. Er zijn in totaal twee reacties ontvangen die zijn betrokken bij het vaststellen van het definitieve formulier. Het definitieve beoordelingsformulier is vervolgens op 18 januari 2022 gepubliceerd op de SharePoint website.

Hierover zijn de IBT-contactpersonen bij gemeenten en waterschappen per e-mail geïnformeerd. 1

Verordening kwaliteit VTH 1a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de kwaliteitscriteria VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? 1b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria VTH niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening kwaliteit VTH art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Van de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval wordt gemotiveerd waarom de criteria niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. Voorlopig oordeel: Voldoet niet. In het collegevoorstel tot vaststelling van het Jaarplan VTH 2022 staat het volgende. ‘Voor de kwaliteitscriteria VTH is in 2021 een evaluatie uitgevoerd. In 2022 dient een nieuwe verordening vastgesteld te worden.

Bij het opstellen van de nieuwe verordening wordt tevens de stand van zaken met betrekking tot de kwaliteitscriteria meegewogen.’ Tekortkomingen: De evaluatie is niet terug te vinden in de toegezonden documenten. Daarom is ook niet af te leiden in hoeverre de gemeenteraad is geïnformeerd. Verbeterpunten: Stuur bovengenoemde evaluatie van de kwaliteitscriteria VTH toe en de informatie waaruit blijkt dat de raad is geïnformeerd. Reactie gemeente: De raad (commissie Ruimte) is op 24 februari 2021 geïnformeerd over de evaluatie. Zie bijlage voor memo. Bovendien voldoen we nog steeds aan de kwaliteitscriteria. Zoals aangegeven wordt de nieuwe verordening inclusief de stand van zaken betrokken bij de nieuwe evaluatie in 2022. Verwerking reactie: Op 31 mei 2022 is als aanvullende informatie eerdergenoemde memo aan de raad, gedateerd 24 februari 2022, toegestuurd. Deze memo heeft betrekking op een evaluatie die in 2020 is uitgevoerd. In 2021 heeft geen evaluatie plaatsgehad. Daarmee wordt niet voldaan aan de eigen verordening (zie de toelichting op de artikelen 3 en 5), die de gemeenteraad op 13 maart 2018 heeft vastgesteld. B&W hebben ook een actieve rol om na te gaan in hoeverre de omgevingsdienst voldoet aan de kwaliteitscriteria. Daarvan is ook niets opgenomen in de VTH-documenten.

Overigens staat in het Jaarverslag 2021 van de ODZOB voor gemeente Asten dat deze omgevingsdienst in samenwerking met partners voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.2. Toegelicht wordt in welke deskundigheidsgebieden de samenwerking is gezocht en waar men geen werkzaamheden verricht.

2

Uit Verordening Kwaliteit VTH omgevingsrecht gemeente Asten 2018: Artikel 3:

Artikel 5:

Definitief oordeel: Voldoet niet.

Beleidsplan 2a. Stellen B&W voor de taken, niet zijnde de basistaken van de omgevingsdienst, het VTH-beleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen zij zichzelf stellen en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren? (Bor 7.2, lid 1) 2b. Wordt het handhavingsbeleid ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.2, lid 1) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich VTH-beleid vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk VTH-beleidsdocument of apart. VTH-beleid bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor vergunningverlening hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van vergunningverlening en handhaving is belangrijk. VTH-beleid wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijv. omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden vergunningverlening en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang.

Over handhaving vindt ook afstemming plaats met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, zoals het Openbaar Ministerie (hierna: OM) en de politie. Dit artikel is mede gebaseerd op artikel 58a, eerste lid, van de Wet op de economische delicten. Hiermee wordt de bestaande verplichting voor het bestuur en de toezichthouders tot afstemming met de strafrechtelijke instanties uitgebreid tot een afstemmingsverplichting over en weer. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Het beleidsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het maakt integraal onderdeel uit van het Jaarplan VTH, waarin ook het evaluatieverslag van het voorgaande jaar en het uitvoeringsprogramma van het lopende jaar zijn opgenomen. Gemeente Asten hanteert het begrip beleidskader voor het beleidsplan. Bij de opstelling van lokaal beleid is de Toekomstagenda Asten 2030, waarin vier maatschappelijk opgaven zijn benoemd, leidend. De (strategische) beleidsdoelstellingen uit het Beleidskader VTH 2022 zijn daarvan afgeleid. Het beleidskader beschrijft in § 7.1 en 7.2 de kwalitatieve doelstellingen voor VTH; deels zijn deze bedrijfsmatig van aard. § 7.3 (Uitvoeringsprogramma Vergunningen) en § 7.4 (Uitvoeringsprogramma Leefbaarheid, Toezicht en Handhaving) geeft de activiteiten weer.

3

§ 1.3 (Interne en externe samenwerking) gaat in op de (externe) samenwerking ‘met externe partijen, zoals de Omgevingsdienst Zuid-Oost-Brabant (hierna: ODZOB), de Veiligheidsregio Zuid-Oost-Brabant (hierna: VRBZO) en andere bevoegde gezagen zoals Politie, Samen Sterk in het Buitengebied (SSiB) en het waterschap. […] Voor het behalen van onze gezamenlijke doelen is het dus belangrijk dat we goede samenwerkingsafspraken maken en waar nodig integraal afstemmen. Het hoofddoel is om met een verbeterde integrale samenwerking (intern/extern) betere resultaten te behalen binnen het VTH-taakveld.’ De gemeente hanteert de Landelijke Handhavingsstrategie. Tekortkomingen: Het beleidsplan beschrijft niet op welke wijze wordt afgestemd en in hoeverre dat gebeurt voorafgaande aan de vaststelling door B&W. Waaruit blijkt die afstemming. Vindt ook afstemming plaats met het OM? Zo ja, waaruit blijkt dat? Reactie gemeente: We hebben bij de interne en externe partners om input gevraagd, zowel voor de totstandkoming van de prioritering als het programma. Ook is het programma afgestemd met het Veiligheidsbeleid en deze is weer verwerkt in het uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma worden alle gezamenlijke integrale acties/controles zoals het PIT etc. weergegeven.

De afstemming blijkt deels uit het uitvoeringsprogramma, omdat daarin is benoemd met wie wij in de uitvoering concreet samenwerken. Dit is verder ook uitgewerkt in bijlage 8 over de strategieën. Overal waar de boa bij betrokken is in het uitvoeringsprogramma, stemt de boa af met de politie wanneer dit noodzakelijk is. Ook vindt er samenwerking plaats bij kermissen, dat staat niet concreet benoemd in het uitvoeringsprogramma, maar dat is wel afgestemd. Daarnaast zijn milieuboa’s bij de ODZOB actief betrokken bij de strafrechtelijke opvolging. Bovendien hebben we iedere week portefeuillehouder overleg met de burgemeester en zij neemt deel aan het politieoverleg en driehoeksoverleg, zoals verwoord in het veiligheidsbeleid. Deze koppeling ligt dus vast in het veiligheidsbeleid. Ook is het portefeuillehouder overleg integraal, in die zin dat onze collega’s van de ODZOB en de VRBZO ook (kunnen) aansluiten bij dit overleg om casuïstiek te bespreken etc. Plus de capaciteit van de politie wordt regionaal bepaald, en daarmee doorwerkend de capaciteit van het OM. Bijvoorbeeld capaciteit voor het PIT. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting. Het oordeel wordt in positieve zin aangepast: voldoet. Definitief oordeel: Voldoet. 3.

Geeft het handhavingsbeleid inzicht in de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.2, lid 7a) Toelichting wetgever: Dit onderdeel heeft betrekking op de sanctiestrategie, ook wel interventiestrategie genoemd. Die strategie verbindt het bestuurs- en strafrecht met elkaar. 4

Definitief oordeel: Voldoet. Bijlage 8 (Samenwerking bij VTH-taken) geeft inzicht in de samenwerkingsafspraken met politie en OM. Deze zijn vastgelegd in de Brabantse handhavingsstrategie “Zo handhaven we in Brabant”, waarin is beschreven op welke wijze het bestuursrecht en strafrecht wordt toegepast en wanneer gemeente, politie en OM samen optrekken. Daarnaast vindt samenwerking plaats binnen de aanpak van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit. Binnen ‘de driehoek’ vindt overleg plaats in gevallen waar samenwerking op voorhand noodzakelijk geacht wordt. Dit kan samenwerking zijn in het toezicht maar ook in de handhaving. Politie en OM worden op deze manier actief betrokken bij het handhaven op veiligheidsissues in de gemeente Asten. Afhankelijk van de uitkomsten van een actie wordt gezamenlijk bepaald of strafrechtelijk, bestuursrechtelijk of beide sporen bewandeld dienen te worden om tot het beste resultaat te komen. 4. Bezien B&W regelmatig, maar in ieder geval naar aanleiding van de evaluatie bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, het vastgestelde VTH-beleid en passen ze dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aan? (Bor 7.2, lid 8) Toelichting wetgever: Het VTH-beleid wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop het beleid betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven.

Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of het vastgestelde beleid door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als beleid is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet. Hoofdstuk 2 van het Jaarplan VTH blikt terug op de resultaten van 2021. Op basis van evaluatie vindt zo nodig aanpassing van beleid plaats. 5. Maken B&W het VTH-beleid bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.2, lid 9) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet. Het vastgestelde Jaarplan VTH 2022, waarin zijn opgenomen Jaarverslag 2021, Beleidskader VTH 2022 en Uitvoeringsprogramma VTH 2022, is met een Memo aan de Raad, gedateerd 12 januari 2022, (zaaknummer: 2022004770) bekend gemaakt.

Uitvoeringsprogramma 6. Werken B&W jaarlijks het VTH-beleid uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Bor 7.3, lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met het geldende ingevolge artikel 7.2 vastgestelde uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het 5

programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen die met VTH moeten worden bereikt. Definitief oordeel: Voldoet. Het Jaarplan VTH 2022 beschrijft in § 7.3 tot en met 7.5 welke activiteiten voor 2022 zijn geprogrammeerd om te worden uitgevoerd, waarbij rekening gehouden wordt met de prioriteiten zoals deze in paragraaf 4.2 zijn benoemd. Tekortkomingen: Het Werkprogramma van de ODZOB voor gemeente Asten ontbreekt. Verbeterpunten: Voeg het Werkprogramma van de ODZOB voor gemeente Asten toe. Naschrift: op 9 juni 2022 heeft de ODZOB het Werkprogramma 2022 voor gemeente Asten toegestuurd. 7. Stemmen B&W het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.3, lid 2) Toelichting wetgever: Evenals met betrekking tot het handhavingsbeleid het geval is, moet het uitvoeringsprogramma worden afgestemd met de betrokken andere bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.

Het uitvoeringsprogramma moet in ieder geval worden afgestemd met andere bestuursorganen in situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot handelingen met afvalstoffen. Verder kan uit de in de bestuursovereenkomsten over de handhaving gemaakte afspraken worden afgeleid met wie afstemming van handhavingsprogramma’s wenselijk is. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. In § 5.5 wordt ingegaan op de samenwerkingsstrategie met interne en externe partijen binnen het taakveld VTH. In bijlage 8 wordt de samenwerking beschreven waaronder die met de politie en het Openbare Ministerie. Uit de tabel in § 7.4 blijkt dat er met betrekking tot de taken ‘voorkomen/aanpak overlast/ondermijning/ drugs’ en ‘toezicht APV’ samenwerking is met o.a. politie op zowel strafrechtelijk als bestuurlijk spoor. Dit heeft echter geen betrekking op Wabo-gerelateerde taken. Tekortkomingen: Er is geen inzicht in de afstemming met politie en OM waar het gaat om de uitvoering van de basistaken door de ODZOB. Reactie gemeente: Deze taken zijn namens het college gemandateerd naar de ODZOB.

De ODZOB neemt deel aan het portefeuillehouder overleg van de burgemeester en zij maakt onder andere deel uit van het politieoverleg en het driehoeksoverleg (zoals hiervoor ook beschreven). Afstemming vindt op reguliere basis plaats. Dit kan onder andere één op één zijn, via het pitconvenant of via het politieoverleg. Dit geldt voor alle partijen die namens college werkzaamheden uitvoeren, dus ook voor de VRBZO en ODZOB. Zij zijn integraal onderdeel van de beleidscyclus. De verwijzingen in het VTH-kader naar documenten worden niet herhaald in het kader, maar worden bekend geacht bij de lezers van het VTH-kader.

6

Wabo-gerelateerde taken zitten er wel in en die vallen er dus wel onder. Overtredingen van de Wabo kunnen ook vallen onder ondermijnende criminaliteit en daarvoor is dus wel afstemming nodig. Bijvoorbeeld drugsdumpingen via mest en misbruik van milieuvergunningen is een veelvoorkomende activiteit in onze gemeente. Daar acteert de ODZOB op en dat is dan vanuit de Wabo. Het strafrechtelijk gedeelte doet de politie en de Wabo is een van onze instrumenten om op te treden. Dus het is een misvatting dat er geen Wabo-gerelateerde taken onder vallen. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting. Het werkt verhelderend als een dergelijke toelichting ook landt in de VTHdocumenten. Van belang bij dit procescriterium is dat afstemming plaats heeft voorafgaand aan de bestuurlijke afstemming; anders is er geen sprake van afstemming, maar van de ander informeren. Het oordeel wordt in positieve zin aangepast: voldoet. Definitief oordeel: Voldoet. 8. Stellen B&W het uitvoeringsprogramma VTH jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder b, en lid 4 en lid 6) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar.

De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet. Uit de openbare besluitenlijst blijkt dat B&W in de week van 19 t/m 25 januari 2022 het Jaarplan VTH 2022, met inbegrip van het uitvoeringsprogramma VTH 2022, hebben vastgesteld. Verbeterpunten: Voeg het Werkprogramma van de ODZOB voor gemeente Asten toe, zodat dit met het Jaarplan VTH wordt vastgesteld. 9. Maken B&W het uitvoeringsprogramma VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.3, lid 4) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet. Het vastgestelde Jaarplan VTH 2022, waarin zijn opgenomen Jaarverslag 2021, Beleidskader VTH 2022 en Uitvoeringsprogramma VTH 2022, is met een Memo aan de Raad, gedateerd 12 januari 2022, (zaaknummer: 2022004770) bekend gemaakt.

7

Borging van middelen 10. Zorgen B&W ervoor dat voor VTH: a. de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk wordt gemaakt; c. voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en de omgevingsdienst voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of de uitvoeringsprogramma’s zo nodig worden aangepast? (Bor 7.5) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van het VTH-beleid benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk.

§ 6.1, 7.5 en 7.6 beschrijven alleen de benodigde en beschikbare personele capaciteit, uitgedrukt in uren. Hieraan ligt geen berekening ten grondslag. Bij de inleiding van hoofdstuk 6 staat dat de capaciteit en middelen geborgd zijn in de begroting. In § 6.2 (Uitbesteding) staat dat voor additionele opdrachten aan de ODZOB separate opdrachten worden uitgezet, zoals voor de bouwtoets, toetsing RO-plannen, enzovoort. Niet duidelijk is waaruit die werkzaamheden worden bekostigd. Tekortkomingen: De voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële middelen zijn niet inzichtelijk gemaakt. De wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, is niet inzichtelijk gemaakt. Zo worden in de § 7.3 en 7.4 alleen totaalaantallen vermeld, zonder dat duidelijk wordt hoe dit berekend is. Niet duidelijk is waaruit werkzaamheden, die voortkomen uit additionele opdrachten, worden bekostigd. Verbeterpunten: Maak de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële middelen inzichtelijk. Maak de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk. Vermeld welke kengetallen gebruikt zijn voor de activiteiten bij de § 7.3 en 7.4.

Verduidelijk de financiering van additionele opdrachten aan bijvoorbeeld de ODZOB.

8

Reactie gemeente: Onze wijze van berekenen is dat we hebben gekeken naar wat we moeten uitvoeren en wat we hebben uitgevoerd. Op basis van de voorgaande jaren zijn er kerngetallen gedestilleerd en op basis daarvan wordt dan berekend wat we nodig hebben voor het komende jaar, met inachtneming van de begroting. Als de taken toenemen of afnemen heeft dit invloed op de beschikbare middelen en capaciteit. Wanneer dit niet in evenwicht is worden of keuzes gemaakt dan wel een raadvoorstel gemaakt voor extra budget. Daar is dit jaar geen sprake van. Het is geen vereiste om de berekening zelf toe te voegen. Uit het jaarverslag blijkt of de uit te voeren taken ook zijn uitgevoerd. De financiering van de opdrachten is terug te vinden in de begroting van Asten, deze zijn niet extra toegevoegd. Verwerking reactie: Gesteld wordt dat het geen vereiste is om de berekening zelf toe te voegen. Echter gaat het erom dat het procescriterium aangeeft dat de wijze van berekening inzichtelijk gemaakt wordt. En dat is niet gebeurd. Een vermelden van totalen geeft geen inzicht. De wijze van berekening van de financiële middelen en personele capaciteit voor de samenwerkende organisatie worden niet weergegeven. Deze informatie is normaliter terug te vinden in het Werkprogramma van de ODZOB, maar dit is niet toegevoegd als bijlage aan het uitvoeringsprogramma dan wel jaarplan.

In het op 9 juni 2022 nagezonden Werkprogramma 2022 is de wijze van berekening inzichtelijk gemaakt. Overigens is in het jaarplan nergens aangegeven dat voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en de ODZOB de financiële middelen zo nodig worden aangevuld of de uitvoeringsprogramma’s zo nodig worden aangepast. Het verwijzen naar de begroting alleen volstaat niet. Voeg bij toekomstige uitvoeringsprogramma’s óf dat deel van de begroting toe óf vermeldt die gegevens in het uitvoeringsprogramma. Definitief oordeel: Gelet op het bovenstaande blijft het oordeel ongewijzigd. Voldoet gedeeltelijk.

Monitoring 11. Bewaken B&W de resultaten en de voortgang van: a. het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst? (Bor 7.6, lid 1) Toelichting wetgever: Om te kunnen vaststellen of de VTH-doelstellingen worden bereikt, zal het bestuursorgaan een methodiek moeten hanteren aan de hand waarvan monitoring en evaluatie kunnen plaatsvinden. Het ligt voor de hand dat bepaalde indicatoren in deze methodiek een rol spelen. Het is gebruikelijk om daarbij cijfermatige gegevens te hanteren die in het kader van de VTH zijn verkregen over bijvoorbeeld aantallen verleende omgevingsvergunningen, uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen en opgelegde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties (zoals processen-verbaal en aangeboden transacties). Ingevolge Bor, artikel 7.6, tweede lid, moeten (dergelijke) in het kader van de handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd. De relatie tussen de gekozen methodiek en de handhavingsdoelstellingen impliceert dat deze doelen voldoende concreet (als meetbare prestaties geformuleerd) moeten zijn.

9

Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Hoofdstuk 8 beschrijft de theorie van monitoring, rapportage en evaluatie. Tekortkomingen: Uit hoofdstuk 8 blijkt niet wat deze monitoring, rapportage en evaluatie heeft opgeleverd. Hoofdstuk 2 gaat niet in op het bewaken van de resultaten en de voortgang van het bereiken van gestelde doelen, die zijn opgenomen in paragraaf 7.1 en 7.2. Dit geldt voor de eigen organisatie als ook voor de omgevingsdienst. Er wordt niet aangegeven hoe de resultaten en de voortgang van de realisatie van het uitvoeringsprogramma van de omgevingsdienst wordt bewaakt. Verbeterpunten: Beschrijf de concrete resultaten van monitoring, rapportage en evaluatie, zowel voor de eigen organisatie als ook voor de omgevingsdienst. Reactie gemeente: Dit wordt beschreven in bijlage 2. Cijfers van de ODZOB staan in het uitvoeringsprogramma (zie milieutoezicht uitvoeringsprogramma), Net zoals de cijfers van de VRBZO. Op pagina 41 staat een fout. 2020 moet 2021 zijn. Het toegevoegde jaarverslag heeft betrekking op de gemeentelijke uitgevoerde controles, als de uitgevoerde controles van de ODZOB en VRBZO, zodat het één geheel vormt. Er is dus geen separaat jaarverslag van de ODZOB en VRBZO toegevoegd. Dit is ook géén vereiste. Verwerking reactie: Uit de reactie kan niet worden opgemaakt dat B&W door monitoring de resultaten en de voortgang bewaken van: a.

het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst. De gegevens uit het jaarplan waarnaar wordt verwezen zijn jaarcijfers. Voor een deugdelijke inhoudelijke beoordeling in het kader van het systematisch onderzoek is het noodzakelijk te kunnen beschikken over alle daarvoor benodigde VTH-documenten, inclusief de triale rapportages van bijvoorbeeld de ODZOB. Het oordeel blijft ongewijzigd: voldoet gedeeltelijk. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk.

Rapportage 12. Rapporteren B&W periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.7, lid 1, onder b) Toelichting wetgever: De rapportages moeten worden uitgebracht aan de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de beleidsmakers, vergunningverleners en andere handhavende organisatieonderdelen van het bestuursorgaan van de rapportages kennis kunnen nemen. 10

Voorlopig oordeel: Voldoet niet. Uit de evaluatie blijkt niet dat B&W periodiek rapporteren over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Tekortkomingen: Uit de evaluatie blijkt niet dat B&W periodiek rapporteren over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Verbeterpunten: Rapporteer periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Reactie gemeente: Ieder jaar vindt er één of meerdere themabijeenkomst(en) plaats met de raad en de politie over de politiecijfers en de samenwerkingsafspraken. Dit wordt georganiseerd vanuit team Leefbaarheid, Handhaving en Veiligheid. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting. De raad wordt tijdens een themabijeenkomst geïnformeerd. In het (nagezonden) Jaarverslag 2021 van de ODZOB gaat hoofdstuk 4 in op een tweetal strafzaken (asbest en agrarisch), die zijn overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

Het oordeel wordt in positieve zin aangepast: voldoet. Definitief oordeel: Voldoet. 13. Evalueren B&W jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Bor 7.7, lid 2) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van het VTH-beleid, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde VTHactiviteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan.

11

Het uitvoeren van externe audits kan een nuttige functie vervullen bij het verbeteren van de organisatie en werkwijzen van het VTH-beleid. Naast IBT-audits door de provincie, valt ook te denken aan horizontale, benchmark-achtige externe audits, waarbij bijvoorbeeld de ene gemeente de taakuitvoering van een andere gemeente bekijkt. Horizontale audits passen als zodanig goed in het versterken van de horizontale kwaliteitsborging. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Bijlage 2 geeft een kwantitatieve terugblik op de resultaten van het voorgaande jaar. Tekortkomingen: Hoofdstuk 2, waarin wordt teruggekeken op 2021, geeft niet aan in hoeverre activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Eveneens ontbreekt de evaluatie van de activiteiten die door de ODZOB zijn uitgevoerd. Verbeterpunten: Evalueer jaarlijks of de activiteiten, die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst, zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Reactie gemeente:

Hoofdstuk 2, waarin wordt teruggekeken op 2021, geeft niet aan in hoeverre activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Bij al die projecten hebben we beschreven wat we hebben bereikt van de doelen uit de Toekomstagenda Asten. Daarom zijn immers die projecten zo expliciet benoemd en beschreven. Vanuit het onderdeel VTH beschrijven we in die projecten hoe wij hebben en nog een bijdrage leveren aan de gestelde doelen.

“Eveneens ontbreekt de evaluatie van de activiteiten die door de ODZOB zijn uitgevoerd.” Zie beschreven fout bij de opmerking hiervoor, want deze ontbreekt niet, omdat de cijfers wel verwerkt zijn. Verwerking reactie: De ‘Toekomstagenda Asten 2030’ beschrijft de vier maatschappelijke opgaven. ‘Transformatie buitengebied’ is een opgave waarnaar wordt verwezen bij de evaluatie over 2021. In het kader van het Intensivering Toezicht Veehouderij (ITv)-project zijn alle agrarische bedrijven in Asten gecontroleerd op milieuaspecten en vanuit de provincie op aspecten die van invloed zijn op de bescherming van Natura 2000. Er wordt daarbij geen relatie gelegd met de kwaliteitsdoelstellingen. Zo is niet duidelijk in welke mate vergunningen worden nageleefd, wat het spontane naleefgedrag is, enzovoorts. Voor de maatschappelijke opgave ‘Klimaatbestendig en energieneutraal Asten’ is bij ‘Duurzaamheid/ energie’ uitgelegd wat in 2021 is bereikt. Echter wordt ook hier geen relatie gelegd met de kwaliteitsdoelstellingen. De gegevens van de ODZOB zijn slechts kwantitatief. De kwalitatieve bijdrage aan de beleidsdoelstellingen wordt niet geëvalueerd. De toelichting is geen aanleiding het oordeel te wijzigen. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk.

12

14. Stellen B&W het evaluatieverslag VTH jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder d, en lid 5) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet. Uit de openbare besluitenlijst blijkt dat B&W in de week van 19 t/m 25 januari 2022 het Jaarplan VTH 2022, met inbegrip van het uitvoeringsprogramma VTH 2022, hebben vastgesteld. 15. Maken B&W het evaluatieverslag VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.7, lid 3) Toelichting wetgever: Zie toelichting bij vraag 9. Definitief oordeel: Voldoet. Het vastgestelde Jaarplan VTH 2022, waarin zijn opgenomen Jaarverslag 2021, Beleidskader VTH 2022 en Uitvoeringsprogramma VTH 2022, is met een Memo aan de Raad, gedateerd 12 januari 2022, (zaaknummer: 2022004770) bekend gemaakt.

Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: voldoet. Aantal

Punten

Toetsingsvragen

15

Score Voldoet (2 punten)

11

22

Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)

3

3

Score Voldoet niet (0 punten)

1

0

Totaal aantal punten

-

25

Eindoordeel o.b.v. punten

25/30 x 100 = 83,33

Toelichting eindoordeel:

≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet

13

Monumentenzorg/Erfgoed Verstrekken B&W jaarlijks vóór 1 mei toezichtinformatie over de uitvoering van artikel 15, 38 en 38a van de Monumentenwet 1988? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 4 in combinatie met art. 9.1 Erfgoedwet) Toelichting: Het toezicht op de monumentenzorg richt zich op de wijze waarop gemeenten hun taken op het gebied van het beschermen en onderhouden van archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg uitvoeren. Als gemeenten deze taken op het gebied van de archeologische en de gebouwde monumentenzorg niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Een van de wettelijke eisen is dat gemeenten een onafhankelijke en deskundige commissie instellen die adviseert over omgevingsvergunningen voor het aanpassen van een beschermd monument. De provincie monitort of de gemeenten een dergelijke commissie hebben ingesteld en deze ook altijd consulteert. Doel is om tijdig informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Deze extra vraag vloeit voort uit samenwerkingsafspraken tussen de IBT-toezichtgebieden Omgevingsrecht en Monumentenzorg en is te zien als een pilot met het oog op de komst van de Omgevingswet. De score van een gemeente bij deze vraag valt buiten de beoordeling systematisch toezicht Omgevingsrecht.

Over de consequenties van geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan deze wettelijke verplichting, ontvangt een gemeente separaat bericht in lijn met de bestaande toezichtstrategie IBT Monumentenzorg met bijbehorend interventieproces zoals opgenomen in het provinciale Beleidskader IBT 2020-2023 ‘Toezicht in balans’. Definitief oordeel: Voldoet. De toezichtinformatie is op 25 april 2022 door Gedeputeerde Staten ontvangen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=0d898db3-4078-4e5a-a562-50ba2bda925c