AZC21.09.03A 3 Bijlage 2 Ap 7b Beleidsmatige Bestuursrapportage 2021 peildatum 01-06-2021.pdf
Tekst van het document
BELEIDSMATIGE BESTUURSRAPPORTAGE 2021, PEILDATUM 1 JUNI METROPOOLREGIO EINDHOVEN
1
Inhoud Metropoolregio Eindhoven
3
Thema Economie
4
Thema Mobiliteit
7
Thema Energietransitie
9
Thema Transitie Landelijk Gebied
10
Samenwerking en strategie
13
100515-2067\SVE\HLE\-2
METROPOOLREGIO EINDHOVEN Bestuursrapportage Metropoolregio Eindhoven, peildatum 1 juni 2021 Begin maart 2019 is de wereld geconfronteerd met een Coronacrisis. Langzaam zetten we weer nieuwe stappen vooruit om de samenleving weer op te starten. Het is een tijd, waarin we gezamenlijk de gevolgen van het Coronavirus zullen bestrijden om de economische en maatschappelijke schade zo veel mogelijk te beperken. 2021 biedt weer perspectief om gezamenlijk stappen te zetten uit deze crisis. Door inzet en breed geaccepteerd gebruik van digitale middelen hebben we ook veel zaken gerealiseerd. De realisatie van het Werkprogramma 2021 en ook de gevolgen van de Coronamaatregelen daarop - voor zover deze nu bekend zijn – zijn in deze eerste Bestuursrapportage 2021 van de Metropoolregio Eindhoven opgenomen. In deze rapportage informeren wij u over de beleidsmatige uitvoering van het Werkprogramma 2021 in de periode januari t/m mei. In de tweede rapportage in het najaar zullen wij naast de beleidsmatige uitvoering ook ingaan op de financiële realisatie over de periode januari t/m september 2021. Hierbij betrekken we ook het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) als onderdeel van de concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven. Het Werkprogramma 2021 van de Metropoolregio Eindhoven is het derde werkprogramma dat uitvoering geeft aan het Samenwerkingsakkoord 2019-2022.
Dit werkprogramma is op 24 februari 2021 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. De 21 gemeenteraden hebben op het concept-werkprogramma een zienswijze kenbaar kunnen maken. In dit werkprogramma werken we gezamenlijk verder om de ambities van onze missie te realiseren. Onze missie: Het doel van onze samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven is het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigingsen verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. Het verbeteren van de leef-, verblijfen werkomstandigheden van onze inwoners, bezoekers en bedrijven is daarbij de leidraad. Duurzaamheid staat daarbij centraal. Hoe succesvoller we in onze opdracht zijn, des te beter het is voor onze gemeenten, onze regio, ons land en de wereld daaromheen. Dit doen we door te werken aan concrete en urgente opgaven binnen de thema’s Economie, Mobiliteit, Energietransitie, en Transitie Landelijk Gebied. Om onze ambities te realiseren hanteren we als basisprincipes: slagkracht, eigenaarschap en vertrouwen. Op basis van deze principes werken we samen aan onze opgaven, vrijwillig maar niet vrijblijvend. Samenwerken vraagt behalve formele afspraken ook om een instelling van alle betrokkenen om van de samenwerking een succes te willen maken. We steken onze handen uit de mouwen en zijn hiermee graag aan de slag.
Kijkend naar de voortgang van het Werkprogramma 2021 zijn we in het begin van het jaar voortvarend van start gegaan met onder andere de laatste stappen in een intensief traject rondom de Regionale energiestrategie. Door flexibiliteit van ons allen hebben we ook gedurende de Coronacrisis met innovatieve werkwijze uitvoering gegeven aan het Werkprogramma 2021. Samen aanpakken is ook de wijze, waarop de gevolgen van de Coronacrisis in verbinding met het werkprogramma worden aangepakt. Het Dagelijks Bestuur heeft hierin ook de verantwoordelijkheid genomen om te werken aan een regionaal herstelprogramma. Vanuit gezamenlijk eigenaarschap en met slagkracht! Stijn Steenbakkers en Remco Bosma Fons d’Haens en Marinus Biemans Antoinette Maas en Mathijs Kuijken Frans Kuppens, Rik Thijs en Stef Luijten John Jorritsma, Elly Blanksma en Frank van der Meijden
100515-2067\SVE\HLE\-3
ECONOMIE Resultaten t/m mei 2021 1. Verbinden van gemeentelijke en subregionale economische agenda’s met de Brainport Agenda Verbinding Brainport Actieagenda voor gemeentelijke programma’s Als doorlopende actie is in 2021 benoemd het verbinden van de Brainport Actieagenda met de gemeentelijke programma’s/agenda’s. Deze verbindingen hebben op diverse wijzen plaatsgevonden: ▪ In de regionale Herstelaanpak is een aantal prioriteiten rondom talentontwikkeling, scholing, versterking MKB concreet meegenomen en uitgewerkt in programmalijnen en projecten. Deze projecten zijn samen met Brainport Development ter hand genomen. ▪ In het kader van afstemming van lobbyactiviteiten met het Rijk is in het Portefeuillehoudersoverleg Economie het proces rondom het Nationaal Groeifonds besproken. Vanuit de regio is Brainport Development betrokken bij een aantal projecten voor indiening. Het Groeifonds wordt standaard geagendeerd in het portefeuillehoudersoverleg om inzicht te krijgen in hoe het proces loopt in Den Haag. ▪ Ten behoeve van de ontwikkeling van het nieuwe Kabinetsakkoord is een Brainport Bid opgesteld. Inzet hiervan is het verder investeren in de Brainport Nationale Actieagenda voor innovatie, talent en woon- en leefklimaat.
Het Bid gaat in op wat de Brainportregio aanbiedt aan het Kabinet: een bewezen innovatiestrategie, open innovatie & infrastructuur en een schaalbare governance & samenwerking. Het Bid is toegelicht door Brainport Development en besproken in het Portefeuillehoudersoverleg Economie. Ophalen input Jaarplan Brainport 2022 Brainport Development stelt een jaarplan op voor 2022. In het Portefeuillehoudersoverleg Economie van 25 mei 2021 is de procesaanpak besproken en vastgesteld. Deze houdt in dat via de subregio’s een inventarisatie wordt gedaan op welke punten de 21 gemeenten input kunnen en willen leveren op dit jaarplan, passend bij de 10 opgaven zoals deze zijn verwoord in de Brainport Meerjarenagenda. In het Portefeuillehoudersoverleg Economie van juli en september 2021 wordt deze input besproken en vervolgens worden de andere portefeuillehoudersoverleggen van de regio in september hierover geïnformeerd. Jaarlijkse subsidiebeschikking aan Brainport Development i.r.t. de afspraken meerjarenfinanciering Brainport Development 2021-2024 Op basis van het vastgestelde voorstel tot Meerjarenfinanciering Brainport Development 2021-2024 is de hieruit voortvloeiende Uitvoeringsovereenkomst Brainport Development 2021-2024 opgesteld en is de beschikking voor de jaarlijkse bijdrage voor Brainport Development in 2021 afgegeven.
2. Stimuleringsfonds: Bevorderen van kennis en innovatie Een innovatief ecosysteem vraagt om continue aandacht en investeringen. Met het regionale Stimuleringsfonds dragen we hieraan bij door het financieren van innovatieve samenwerkingsprojecten. Ook in 2021 worden twee tenders voor aanvragen georganiseerd. De eerste tender voor 2021 is inmiddels afgesloten. In de eerste maanden van 2021 zijn 37 aanvragen behandeld, waarvan er 25 zijn gehonoreerd en 12 zijn afgewezen. Met de gehonoreerde projecten was een totaalbedrag van € 1.236.750 aan subsidie gemoeid, waarmee een totale investering in de regio is uitgelokt van € 3.693.113. Hiermee werd een multiplier van 3,0 gerealiseerd. Voor de april-tender van het Stimuleringsfonds zijn 35 nieuwe aanvragen in behandeling genomen. Besluitvorming daarover vindt plaats in juni 2021. Voor de SAR, de adviesregeling voor individuele bedrijven, zijn in de eerste helft van 2021 slechts drie aanvragen ingediend. Daarvan zijn er twee gehonoreerd en is er één afgewezen. In 100515-2067\SVE\HLE\-4
totaal is er vanuit deze regeling € 20.000 aan bijdragen verleend. Gecombineerd met de eigen inbreng van aanvragers wordt hiermee voor € 40.000 aan adviestrajecten gefinancierd. Bijdrage E&I Regeling Provincie De Stimuleringsfondsbijdragen worden primair gefinancierd door de 21 gemeenten. De afgelopen jaren droeg de Provincie Noord-Brabant op aanvraag jaarlijks ruim € 400.000 bij vanuit de regeling Economie & Innovatie. Deze middelen worden ingezet als cofinanciering op aanjaagprojecten binnen het MRE Stimuleringsfonds. Met ingang van 2021 heeft de Provincie besloten de regeling Economie & Innovatie te beëindigen, waardoor provinciale cofinanciering in 2021 niet te verwachten is. Inzet is om met de Provincie en de overige regio’s in Noord-Brabant in 2021 tot afspraken te komen om met ingang van 2022 weer een provinciale bijdrage voor regionale innovatieondersteuning te kunnen realiseren. Adviesregeling Digitalisering MKB 2021 In het kader van de Herstelaanpak Breed Economisch Vestigingsklimaat is de laagdrempelige Adviesregeling Digitalisering MKB ontwikkeld. Na besluitvorming in het Dagelijks Bestuur is hiervoor € 300.000 beschikbaar gesteld, uit te zetten in twee fases. Per aanvraag wordt maximaal € 1.000 subsidie beschikbaar gesteld.
De Adviesregeling Digitalisering is ingericht als een intern subfonds onder het Stimuleringsfonds en wordt uitgevoerd onder het programmamanagement Stimuleringsfonds. Doorontwikkeling Stimuleringsfonds De Adviesgroep Stimuleringsfonds evalueert ieder half jaar het functioneren van het fonds en de bijbehorende processen. Op basis van deze evaluatie zal in de tweede helft van 2021 een aanscherping van de vereisten voor eindrapportages worden ingevoerd, om nog scherper te kunnen toetsen of projecten ook daadwerkelijk tot resultaat leiden.
3. Versterken Basiseconomie; het signaleren en verkennen van mogelijke opkomende kansen en opgaven en het doen van voorstellen hoe deze op te pakken Regionale Herstelaanpak Breed Economisch Vestigingsklimaat De uitwerking van de Regionale Herstelaanpak gebeurt door middel van een aantal tranches, waarin concrete projectvoorstellen worden ontwikkeld. In december 2020 is een bijdrage toegekend aan een eerste tranche projecten gericht op omscholing en awareness en clusterversterking door digitalisering in het MKB. Voor de tweede tranche is een Adviesregeling Digitalisering MKB 2021 opgesteld De vooraankondiging is breed uitgezet onder media, gemeenten (o.a. communicatie- en bedrijfscontactfunctionarissen) en ondernemersverenigingen. De regeling is per 1 april 2021 gestart. Voorbereidingen voor een mogelijke derde tranche van projecten vindt plaats in het 1 e half jaar van 2021. Centrumgebieden De transformatie van centrumgebieden van de 21 gemeenten is versneld vanwege de Coronacrisis en de maatregelen, die daarmee gepaard gingen. De Leergang Centrumgebieden is vanwege de noodzaak tot live-bijeenkomsten, on hold gezet en zal dit najaar weer worden opgestart. Ook worden dan de gemeentebesturen en -raden meegenomen. In de Herstelaanpak is ook binnen het spoor ‘Kennisdelen & Samenwerken’ het onderwerp ‘Centrumgebieden’ geagendeerd.
Er is een voorstel in voorbereiding om ondernemers in centrumgebieden te ondersteunen bij het maken van keuzes voor een bedrijfskundig gezonde toekomst. Versterken economische dragers Landelijk Gebied Binnen het thema Transitie Landelijk Gebied wordt op dit moment een opdracht uitgezet voor het maken van een verkenning van een nieuwe economische structuur voor het landelijk gebied. Kernvragen hierbij zijn onder andere, hoe we als regio onze aanwezige kwaliteiten beter kunnen benutten, hoe we hiermee beter kunnen inspelen op trends en ontwikkelingen en hoe we hierbij onze ondergrond en reeds aanwezige kenmerken hiervoor optimaal kunnen inzetten door ontwikkelingen op de juiste plaats duurzaam te laten landen. Deze opdracht is ingezet om nieuwe economische kansen in beeld te krijgen voor het veranderende landelijke gebied met behoud en versterking van de aanwezige kwaliteiten en is daarmee onlosmakelijk verbonden met het thema Economie. 100515-2067\SVE\HLE\-5
MOBILITEIT Resultaten t/m mei 2021 1. Verbinding van onze Metropoolregio met andere economische centra (nationaal en internationaal) In de afgelopen periode hebben drie portefeuillehoudersoverleggen Mobiliteit plaatsgevonden. Vast agendapunt op de agenda van het portefeuillehoudersoverleg is de agenda van de Programmaraad SmartwayZ.NL. Hierbij wordt de stand van zaken besproken en de betrokken partijen hebben de mogelijkheid om aandachtspunten in te brengen en voeden daarmee de regionale vertegenwoordiger(s). In het kader van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid is besloten tot het opzetten van een governance. Er is voor gekozen om een Bestuurlijke Advies Groep (BAG) Mobiliteit Brainport op te zetten, waarin de voorzitters van de subregio’s en de wethouders van Eindhoven en Helmond zitting hebben. Deze BAG geeft advies aan de Programmaraad SmartwayZ.NL over de opgaves, die voortvloeien uit het MIRT-onderzoek.
2. Bereikbaarheid in de regio, met een slimme inzet van meerdere vervoersmodaliteiten en aandacht voor leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en de koppelkansen met andere thema’s Als doorlopende actie is geformuleerd dat we de bestaande overlegstructuren gebruiken om door actief informatie met elkaar te delen onze regionale doelen bereiken. Hiervoor worden het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit en de ambtelijke TOVER-overleggen gebruikt. Op deze manier kunnen de 21 wethouders, als vertegenwoordiger van het portefeuillehoudersoverleg optreden. Voor verkeersveiligheid heeft het portefeuillehoudersoverleg een regio-ambassadeur aangesteld, die de belangen van de regio inbrengt in de provinciale overleggen en in ieder portefeuillehoudersoverleg een terugkoppeling geeft uit het provinciale overleg. Het Jaarverslag 2020 Zo Slim Bereikbaar is onlangs voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit en vastgesteld. Het wordt binnenkort ter informatie aan alle gemeenteraden gestuurd. In het jaarverslag is omschreven welke resultaten in 2020 zijn bereikt. Tijdens vrijwel ieder portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit worden subsidie-aanvragen voor projecten van de Bereikbaarheidsagenda vastgesteld. Vanuit het Werkprogramma 2021 wordt gewerkt aan vier verschillende (regionale) thema’s, die verder inhoudelijk uitgewerkt worden voor het regionaal belang.
Het gaat hierbij om fiets, verkeersveiligheid, duurzaamheid en logistiek. In het portefeuillehoudersoverleg van maart is focus aangebracht voor het verder uitwerken van de inhoudelijke thema’s. Fiets Voor fiets focussen we ons op het ontwikkelen van het Regionaal fietsnetwerk, wat ook gebruikt kan worden als input voor het Nationaal Toekomstplan Fiets van het Rijk. Aan het Nationaal Toekomstplan Fiets worden mogelijk middelen gekoppeld vanuit het Rijk. We kijken ook naar de strategie van de realisatie, de plaats van de speedpedelec op de weg en het stimuleren van het fietsgebruik via de werkgeversaanpak. Verkeersveiligheid Op basis de risicoanalyse, die is uitgevoerd voor de gemeenten en de regio wordt nu gewerkt aan het opstellen van een regionaal verkeersveiligheidsplan, waar ook een uitvoeringsplan aan gekoppeld wordt. Voor verkeersveiligheid wordt de focus gelegd op snelheid in het verkeer (op 30, 50 en 60 km/u-wegen), schoolfietsroutes /schoolzones, landbouwverkeer, ouderen (fiets, auto, e-bike), normvervaging, fiets (kruisingen, plaats op de weg) en afleiding. Duurzaamheid Bij duurzaamheid en energie wordt gekozen voor een pragmatische insteek. Daar waar mogelijk wordt het provinciaal beleid overgenomen. In het landelijk beleid wordt de ‘regio’ gezien als BrabantLimburg en is er geen aanleiding om separaat als MRE-beleid te ontwikkelen en uit te voeren.
We kijken waar nog regionale inspanningen nodig zijn. Logistiek Ook bij logistiek wordt gekozen voor een pragmatische insteek. De regio richt zich hierbij op de actuele vraag rondom het vrachtwagen parkeren. Daarnaast wordt ook in regionaal verband 100515-2067\SVE\HLE\-6
gekeken naar de model shift en houden we als regio de vinger aan de pols bij het invoeren van de vrachtwagenheffing.
3. Doorontwikkelen van het regionaal mobiliteitssysteem Drie andere opgaves vanuit het Werkprogramma 2021 zijn onderzoek naar de governance en organisatie van uitvoering van de regionale mobiliteitsopgaven door de gemeenten. Het Toekomstbeeld Mobiliteit en het ontwikkelen van een Regionale Mobiliteitsagenda met bijbehorend uitvoeringsprogramma. Governance en organisatie AEF heeft de opdracht gekregen om voor de regio in beeld te brengen hoe de huidige samenwerking is georganiseerd en de regio te adviseren over hoe de samenwerking overzichtelijker, efficiënter en effectiever kan worden ingericht. De analyse van de huidige manier van samenwerking is inmiddels afgerond, hiervoor is gesproken met verschillende sleutelfiguren in de regio en met alle subregio’s, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Toekomstbeeld Mobiliteit Binnen de regio zijn veel verschillende ambities en beleidsdocumenten opgesteld denk hierbij aan de Bereikbaarheidsagenda en de resultaten van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid. Het Toekomstbeeld Mobiliteit moet al deze ambities bundelen en voor zorgen voor één overzichtelijk beeld van de regionale ambities voor het toekomstig mobiliteitssysteem. Voor het begeleiden van het proces en het ontwikkelen van het Toekomstbeeld Mobiliteit is Rebel Group/Goudappel ingehuurd.
Zij zijn inmiddels gestart met hun opdracht en leveren half juni hun eerste product (een contourenschets) op. Regionale mobiliteitsagenda en Regionaal mobiliteitsprogramma Het Toekomstbeeld Mobiliteit vertaalt zich voor de korte termijn in een strategische agenda. Deze regionale mobiliteitsagenda (RMA) is de basis voor de samenwerking binnen de regio en die met externe partners, in het bijzonder de Provincie Noord-Brabant. Aan de RMA is een uitvoeringsgericht mobiliteitsprogramma (RMP) gekoppeld. Voor de samenwerking met de Provincie zijn de RMA en het RMP leidende documenten die een totaalbeeld geven van de programma’s waar de regio en de Provincie aan samenwerken. Alléén projecten, die opgenomen worden in de regionale mobiliteitsprogramma komen in aanmerking voor ondersteuning door de Provincie (inclusief financiële ondersteuning).
100515-2067\SVE\HLE\-7
THEMA ENERGIETRANSITIE Resultaten t/m mei 2021 1. Opleveren en doorontwikkelen van de Regionale Energiestrategie (RES) ▪ We volgen een zorgvuldig proces naar de RES 1.0. Dit duurt wat langer dan in eerste instantie gepland, maar is wel completer en geeft de kans met elkaar goed over de inhoud in gesprek te gaan. ▪ In de RES-werkgroepen wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van de RES 1.0. De werkgroepen bestaan uit ambtelijke vertegenwoordigers van de 21 gemeenten, waterschappen en Provincie, begeleid door een externe werkgroeptrekker. ▪ Om een zorgvuldige analyse van zoekgebieden voor grootschalige duurzame energie te kunnen maken, is er een uitgebreid milieueffecten-onderzoek uitgevoerd: een PlanMER. Dit onderzoek en goed overleg met betrokkenen moet uitwijzen welke locaties het meest geschikt zijn. Daarbij wordt gekeken naar milieueffecten op het landschap, ecologie en leefomgeving, maar ook naar bredere thema’s zoals de effecten op de landbouwtransitie en effecten op het elektriciteitsnet. De PlanMER ligt ter inzage tot half juni 2021. ▪ In de periode tot de zomer van 2021 ligt de voorlopige versie van de RES 1.0 – de concept RES 1.0 – voor zienswijze voor aan alle gemeenteraden, de waterschappen en de Provincie. De concept-RES 1.0 zal eind juni 2021 ook ter informatie aan het Nationaal Programma RES worden aangeboden.
▪ De Stuurgroep Regionale Energiestrategie (RES), bestaande uit bestuurders van de gemeenten, Provincie, twee waterschappen en netbeheerder Enexis, zal de RES 1.0 in oktober 2021 ter vaststelling aan de gemeenteraden aanbieden. ▪ Kennisuitwisseling: Denk aan de organisatie van webinars, het (laten) opstellen van voorbeeldbeleidsteksten en het delen van succesvolle aanpakken. Een voorbeeld is de ondersteuning van de RES-werkgroep Participatie & Eigendom, die basisinformatie en tools heeft opgeleverd over hoe gemeenten de ambitie van maximale financiële participatie bij energieprojecten willen en kunnen invullen. ▪ We organiseren verschillende webinars op regionale en subregionale schaal. In februari is voor elke subregio een webinar georganiseerd voor raadsleden en inwoners met uitleg over de concept RES 1.0. In mei zijn subregionale webinars georganiseerd met uitleg over de PlanMER.
2. Versnellen van de energietransitie door het verbinden van partijen ▪
▪
▪
▪
Ondersteuning aan de gemeenten door het verbinden van partijen, de lobby bij Rijk en provincie voor financiering en ruimte in wet- en regelgeving, en het uitwisselen van kennis. Gemeenten staan uiteraard zelf aan de lat voor de uitvoering van initiatieven binnen hun eigen gemeente. Samen met een extern bureau brengen we in kaart hoe de uitvoering van de verschillende taken voortvloeiend uit het RES-proces op (meer) efficiënte wijze georganiseerd kan worden. De eerste resultaten van deze verkenning verwachten we in juli 2021. We hebben een regionale Adviesgroep RES MRE ingericht met maatschappelijke partners betrokken bij het RES-proces. Hierin stemmen we af met deelnemers als de ZLTO, BMF, woningcorporaties, energiecoöperaties, TU/e, Fontys, JongRES (jongerenorganisatie), BOM en Brainport Development. Ook is in de tussentijd overleg met afzonderlijke leden over de stukken van de RES en de stap naar uitvoering. Het doel is om innovatie een belangrijke plek te geven in de RES 1.0. Hierbij hebben we de samenwerking gezocht met o.a. Brainport Development en de TU/e. We informeren bijvoorbeeld gemeenten over innovatieve technieken in de regio. Ook wordt gezocht naar gemeenten als ‘launching customer’ voor innovatieproducten, zoals lichtgewicht zonnepanelen of dakinstallaties, die zowel zonne- als windenergie opwekken.
100515-2067\SVE\HLE\-8
THEMA TRANSITIE LANDELIJK GEBIED Resultaten t/m mei 2021 1. Streefbeeld Monitoren Uitvoering Streefbeeld Het Regionaal streefbeeld voor ons landelijk gebied dat in 2020 door alle gemeenteraden is vastgesteld, vormt ons handelingsperspectief en de agenda voor ons als gemeenten, maar ook voor afstemming en samenwerking met Rijk en Provincie. De voortgang van het realiseren van het Streefbeeld wordt periodiek met de portefeuillehouders Transitie Landelijk Gebied besproken. Daarvoor is in Q2 een monitor opgesteld die twee keer per jaar wordt uitgebracht. In de monitor wordt gerapporteerd welke gemeentelijke activiteiten bijdragen aan de richtinggevende uitspraken, die in het Streefbeeld zijn opgenomen. De monitor zelf wordt nog verder ontwikkeld, de Monitor Brede Welvaart zal hier input voor leveren. Gebiedsgerichte samenwerking zuidoostelijke zandgronden. (NOVI De Peel en IBP) In het voorjaar 2021 zijn drie gebieden in Nederland door de Tweede Kamer aangewezen als NOVI gebied. NOVI gebied De Peel is één van de definitief aangewezen gebieden. Het gebied omvat Zuidoost-Brabant, Noordoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. De Tweede Kamer heeft per motie bedongen dat aan het NOVI gebied een regionale investeringsagenda (RIA) gekoppeld wordt.
NOVI De Peel levert een gebiedsgerichte agenda voor een langjarige programmatische aanpak voor het landelijk gebied Oost-Brabant, Noord- en Midden-Limburg om de complexe problematiek in het landelijk gebied integraal aan te pakken. Er zijn in 2020 afspraken over de governance gemaakt en er is een narratief voor het gebied gemaakt. Dit zijn bouwstenen voor de gebiedsgerichte aanpak, die in een ‘plan van doorgaan’ zijn opgenomen. Het plan van doorgaan is in uitvoering. De bijdrage vanuit de MRE is gefocust op de regionale investeringsagenda en een verkenning van de verbinding tussen de RES-sen in het NOVI gebied met landbouw- en natuuropgaven. Uit de Stuurgroep is een dagelijks bestuur gevormd, waarin Marinus Biemans vanuit de MRE zitting heeft. Het Interbestuurlijk programma Vitaal Platteland (IBP) voor de zuidoostelijke zandgronden is gekoppeld met de aanpak voor het NOVI gebied De Peel. In 2020 is een actieprogramma gemaakt. Centraal staan activiteiten op het gebied van samenwerking en kennisdeling en de uitvoering van vijf proeftuinen. Aan drie proeftuinen in Zuidoost-Brabant is een bijdrage definitief toegekend. De Levende Beerze in De Kempen, Innovatiepark de Vlier in Deurne en Troprijt/ Kroonvennen in Bladel/ Reusel-De Mierden. Inmiddels is de voorbereiding voor een tweede tranche afgerond. Hiervoor hebben zich projecten gemeld. De beoordeling volgt.
Netwerkconferentie Europarlementariërs Om beter toegang en kennis te hebben van de kansen die Europa biedt, wordt het netwerk met Europarlementariërs verstevigd, daarvoor wordt een netwerkconferentie georganiseerd. Vanwege Corona is de conferentie verplaatst naar Q3/Q4. De voorbereidingen voor de conferentie zijn inmiddels gestart. Ingezet wordt op een bijeenkomst met Europarlementariërs, die een portefeuille hebben gerelateerd aan de onderwerpen binnen het thema Transitie Landelijk Gebied. De agenda’s van de Europarlementariërs zijn leidend voor de definitieve datum. Gekoerst wordt op eind september, begin oktober. De bijeenkomst wordt ingericht als programma op een vrijdagmiddag met een gesprek, locatiebezoek en een netwerkborrel.
100515-2067\SVE\HLE\-9
PlanMER Mest De regio Zuidoost-Brabant is samen met Provincie, waterschappen en de regio’s Noordoosten Midden-Brabant initiatiefnemer van de PlanMER Mestbewerkingslocaties. Aanleiding daarvoor is de roep vanuit de regio’s om naast mestbewerking op industrieterreinen ook -onder voorwaardenmestbewerking in het buitengebied mogelijk te maken. In Q1 en Q2 is het proces aangepast. Er komt een uitvoeringsagenda mest, die onderdeel uitgaat maken van het nieuwe provinciale beleidskader landbouw en voedsel. De gemeenten zullen in oktober 2021 betrokken worden bij het PlanMER proces Mestbewerkingslocaties. In die maand wordt de ontwerp PlanMER ter inzage gelegd. Dit nog onder voorbehoud van ontwikkelingen rond de coalitie bij de Provincie. Opwettense Watermolen overleg Een maal per jaar vindt het Opwettense Watermolenoverleg plaats. Vanwege Corona is de conferentie verplaatst naar Q3/Q4. Ingezet wordt het overleg dan ook dit najaar weer live te laten plaatsvinden. Het Opwettense Watermolen overleg is een netwerkbijeenkomst. De bijeenkomst heeft tot doel het bestuurlijk netwerk te verstevigen op het thema Transitie Landelijk Gebied. Deelnemers zijn afkomstig uit overheid, bedrijfsleven en belangenorganisaties. Vanuit de gemeenten zijn dat de koplopers uit het regionale Portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied.
Thema’s zijn economische structuur, ruimtelijke en ecologische kwaliteit en verbinding landelijk en stedelijk gebied. De vraag, die centraal staat is hoe partijen invulling willen en kunnen geven aan de uitvoering van ons Streefbeeld. Er is een ambtelijke werkgroep geformeerd, die deze netwerkbijeenkomst gaat vormgeven. BOTL (Bestuurlijk Overleg Transitie Landelijk Gebied) Het Bestuurlijk overleg transitie landbouw (BOTL) vindt iedere zes weken plaats. In het Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw (BOTL) overleggen Provincie, regio’s en waterschappen over bijvoorbeeld nieuwe wetgeving op het gebied van landbouw, sanering van de varkenshouderijen en combiwassers. Ook fungeert het BOTL als stuurgroep voor de PlanMER Mest. Majeure onderwerpen in 2021 zijn: PlanMER Mest, combi-luchtwassers, saneringsregeling varkenshouderij, gebiedsgerichte aanpak stikstof en het provinciale beleidskader landbouw & voedsel. Ook is de lobbystructuur in beeld gebracht. Kennisbijeenkomsten Kennisbijeenkomsten zijn bedoeld om over actuele onderwerpen op een efficente manier kennis te delen. De eerste digitale kennisbijeenkomst over Levende Beerze is gehouden in Q1. Voor de rest van het jaar worden verdere bijeenkomsten ingepland. De eerst volgende twee bijeenkomsten gaan over het Ruimtelijk afwegingskader De Peel en over het project Kroonvensche Heide.
2. Landelijk en stedelijk gebied De verbinding stad-land is een belangrijk thema voor de samenwerking in de MRE. Door de koplopersgroep Transitie Landelijk Gebied is met de portefeuillehouders Transitie Landelijk Gebied afgesproken, dat voor de verbinding stad-land wordt gefocust op het onderwerp voedselkringloop. In het kader van de verbinding stad-land is een opdracht geformuleerd. Met Pon/Telos en BRO/Deltametropool als onderzoekspartners wordt gewerkt aan het in beeld brengen van de regionale voedselkringloop, waarbij een relatie wordt gelegd met de kwaliteit van de ondergrond. Het realiseren van innovatieve duurzame regionale voedselkringlopen op het niveau van de regio is het doel. De opgave is met het Dagelijks en Algemeen Bestuur verkennend besproken. Met ketenpartners is een rondetafelconferentie gehouden. Hiermee is netwerk rond de opgave gevormd. Er wordt gezocht naar externe financiering voor het project voedselkringloop. 3. Versterken economische structuur We willen dat het buitengebied economische vitaal blijft. De vitaliteit staat onder druk. We onderzoeken kansen voor nieuwe economische activiteiten. De opdrachtomschrijving is uitgezet bij drie bureaus met het verzoek om offerte te doen voor de opdracht om een economische analyse van de regio te maken.
100515-2067\SVE\HLE\-10
Masterclass Kansen voor het buitengebied De Masterclass Kansen voor het buitengebied betreft een leergang, een serie kennisbijeenkomsten voor ambtenaren economie en ambtenaren, die zich met de transitie van het landelijk gebied bezighouden. Ambtenaren van Provincie, gemeenten en waterschappen, gericht op nieuwe economische kansen in het buitengebied. Activiteiten vinden plaats in Q4. Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek ‘Economische vitaliteit van het buitengebied’ worden regionale werksessies georganiseerd. 4. Versterken ruimtelijke en ecologische kwaliteit Realisatie Nationaal natuurnetwerk Brabant (NNB) De ambitie om een robuust en aaneengesloten natuurnetwerk in (Zuidoost-)Brabant te realiseren, loopt trager dan gehoopt. In ons Regionaal streefbeeld is opgenomen dat we kansen zullen benutten om stad-land verbindingen te versterken. Bijvoorbeeld door versterking van de beekdalen, aaneengesloten natuurgebieden tot in de stad, het verbinden van groenstructuren en het versterken van recreatieve netwerken. Er is in 2020 gestart met een inventarisatie naar de gebiedsopgaven in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) in onze regio. Deze inventarisatie levert informatie om in de samenwerking tussen overheden kansen en oplossingen te vinden. Samen met het GOB en de Werkeenheid zijn in Q1 gesprekken gestart met gemeenten.
De gesprekken zijn gericht op het in beeld krijgen van de initiatieven van gemeenten. Daarmee wordt het realiseren van het NNB op de agenda gezet. In Q4 wordt bekeken of aanvullende actie wenselijk is. Schone lucht akkoord Met portefeuillehouders is het initiatief genomen om te verkennen of de regio als geheel het Schone lucht akkoord gaat ondertekenen. Drie gemeenten in onze regio hebben dat al individueel gedaan. Een gezamenlijk standpunt zal in Q3 worden ingenomen.
100515-2067\SVE\HLE\-11
Samenwerking en strategie Resultaten t/m mei 2021 Algemeen Het begin van 2021 geeft ook weer perspectief om gezamenlijk stappen te zetten uit de Coronacrisis. Het vaccinatieprogramma loopt en dat betekent ook dat in de loop van 2021 er weer perspectief is op het fysiek ontmoeten. Desondanks hebben we ook geleerd van 2020 en zijn er door inzet, en breed geaccepteerd gebruik van digitale middelen, ook veel zaken gerealiseerd. Een van onze belangrijke taken voor en met u als raadsen collegeleden is kennisdeling over gezamenlijke bovenlokale én regionale opgaven. Door kennisdeling investeren we ook in de verbinding van ons als 21 samenwerkende gemeenten. Dit voorjaar zijn ook de masterclasses gestart als begin van het proces gericht op de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord.
1. Focus op versterken samenwerking In het Werkprogramma 2021 is binnen het programma Bestuurlijke Samenwerking de focus gericht op het versterken van de samenwerking, het bestuurlijk netwerk en de relatie met de gemeenteraden door kennisdeling en gezamenlijke bovenregionale agendering. Met de leden van de Raadstafel21 zijn verschillende inhoudelijke onderwerpen besproken en hebben actieve informatiesessies plaatsgevonden om de rol van de raadsleden en de betrokkenheid in onze samenwerking te versterken. Kennis en informatie geven ons de mogelijkheid om met elkaar, als raadsleden én collegeleden, het goede gesprek te blijven voeren over de belangrijkste opgaven voor ons als 21 gemeenten en hoe daar bovenlokaal gezamenlijke meerwaarde op behaald kan worden. Brede welvaart zal daarbij als verbindend en overkoepelend perspectief worden gebruikt op onze vier thema’s. De eerste uitkomsten van de Regionale Monitor Brede Welvaart is tijdens de Metropoolconferentie van dit voorjaar ook uitvoerig besproken. De samenwerking van ons als 21 gemeenten in het netwerk is onderdeel van een dicht samenwerkingslandschap binnen Zuidoost-Brabant. We verbinden verschillende agenda’s met elkaar en stemmen ook onze agenda af met de agenda’s van de verschillende subregio’s om dubbelingen te voorkomen.
Enkele voorbeelden daarvan zijn de Omgevingsagenda ZuidoostBrabant in relatie tot de Ontwikkeldag en de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant als gezamenlijke inzet richting de Omgevingsagenda van het landsdeel Zuid Nederland.
2. Verbinding en coördinatie Om de verbinding binnen dit samenwerkingslandschap verder te versterken en om proactief in te spelen op programma’s van Provincie en Rijk is de coördinatie op de Ontwikkeldag meer binnen de regio belegd. Daardoor vindt afstemming plaats met en tussen de 21 gemeenten over de inhoudelijke inbreng van de regio Zuidoost-Brabant als geheel. Dit positioneert de regio als geheel op de bovenliggende bestuurstafel met Provincie en beide waterschappen en draagt bij aan de integraliteit van de opgaven. De gemeenten en de subregio’s focussen zich op de inhoud en regionaal bieden wij als samenwerking het platform om deze agenda’s met elkaar te verbinden en in een afgestemde coördinatie in te brengen op bovenregionale tafels. Op basis van afspraken in het najaar van 2020 heeft er een extra Ontwikkeldag rondom de regionale bedrijventerreinenprogrammering plaatsgevonden medio februari. De eerstvolgende Ontwikkeldag staat gepland voor juli 2021.
100515-2067\SVE\HLE\-12
3. Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant en Omgevingsagenda Brabant-Limburg Om ervoor te zorgen dat de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de omgevingsvisies en doelen van provincies en gemeenten op elkaar aansluiten, komen er omgevingsagenda’s. De omgevingsagenda is een nieuw ruimtelijk, integraal sturingsinstrument. In deze agenda’s staan de verschillende omgevingsvisies (nationaal, provinciaal en gemeentelijk) met elkaar in verbinding. Nieuw is dat de volledige scope voor de fysieke leefomgeving hierin wordt meegenomen en een gebiedsgerichte uitwerking krijgt. Dus inclusief bijvoorbeeld energietransitie, natuur en cultureel erfgoed, enzovoorts. Er is sprake van twee lagen: ▪ Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant: Opgaven, waarover gemeenten/regio realisatieafspraken maken met de provincie/waterschappen - gereed december 2020 en ▪ Input voor de Omgevingsagenda Brabant-Limburg: Opgaven, waarover gemeenten/regio/ Provincie/waterschappen realisatieafspraken willen maken met het Rijk – gereed mei 2021. De verschillende afspraken tussen Provincie en (sub-)regio(‘s) worden periodiek geactualiseerd. Deze coördinatie daarop verloopt binnen Zuidoost-Brabant.
4. Metropoolconferentie Twee keer per jaar organiseren wij een Metropoolconferentie voor raads- en collegeleden. Ook dit voorjaar heeft er een Metropoolconferentie plaatsgevonden, nog steeds in aangepaste vorm vanwege de Coronamaatregelen. Deze Metropoolconferentie stond in het teken van Brede welvaart. Ruim 140 deelnemers (raadsleden, collegeleden) hebben deelgenomen.
5. Werkprogramma 2021 Door de 21 gemeenten is in 2020 het concept-Werkprogramma 2021 voorbereid en opgesteld. Na een zienswijzeprocedure heeft het Algemeen Bestuur op 24 februari 2021 unaniem ingestemd met het Werkprogramma 2021. De voortgang op de thema’s zijn in deze bestuursrapportage onder de thema’s opgenomen. Daarbij is ook extra ingezet op crossovers, zoals combinatie Transitie Landelijk Gebied en Economie bij nieuwe economische dragers buitengebied. Ter voorbereiding op het nieuwe Samenwerkingsakkoord 2023 e.v. is gestart met een serie masterclasses om, op basis van kennisdeling, met elkaar te verkennen welke opgaven op gemeenten en regio afkomen de komende periode. Deze masterclasses zijn tevens input voor het lokale gesprek over opgaven van gemeenten en welke opgaven daarvan bovenlokaal relevant zijn om met elkaar door samenwerking op te pakken. 6. Samenwerking vier grote regionale Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, MRE,
Omgevingsdienst en Veiligheidsregio) Het Algemeen Bestuur heeft het Dagelijks Bestuur in december 2019 de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de mogelijkheden van samenwerking en de synergievoordelen tussen de vier grote regionale Gemeenschappelijke Regelingen. We zijn tot de gezamenlijke conclusie gekomen dat er geen toegevoegde waarde zit in het anders organiseren van de bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur is wel van mening dat binnen de vier grote regionale Gemeenschappelijke Regelingen als geheel efficiency te behalen moet zijn en dat blijvend gekeken moet worden naar intensivering van de samenwerking op het gebied van de bedrijfsvoering. Begin juni 2021 is een werksessie voor het Algemeen Bestuur georganiseerd, waarin met elkaar in een informele setting is gesproken over de effectiviteit en efficiency van de samenwerking en de betekenis hiervan voor het komende jaar, maar ook voor ons nieuwe Samenwerkingsakkoord (20232026). Met de intensivering van de bestaande samenwerking en de brede bestuurlijk inhoudelijke afstemming kunnen we de gemeenten efficiënt en effectief ondersteunen bij de lokale en regionale opgaven. We vinden het belangrijk dat de gemeentebesturen goed aangesloten blijven bij de vier grote regionale Gemeenschappelijke Regelingen.
Daarom hebben de vier organisaties zich in de gebruikelijke raadsinformatiebijeenkomsten over de ontwerp-Begroting 2022 in april 2021 gezamenlijk gepresenteerd aan de gemeenteraden. In het najaar van 2021 zullen wij de raden informeren over de lange termijn ontwikkelingen.
100515-2067\SVE\HLE\-13
7. Technische aanpassing Gemeenschappelijke Regeling 2021 Op 27 maart 2019 heeft het Algemeen Bestuur het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 en Statuut Overlegorganen 2019 vastgesteld. Echter de Gemeenschappelijke Regeling is nog niet aangepast, omdat is afgesproken tot en met 2020 ervaring op te doen met de nieuwe manier van werken en we op basis daarvan in 2021 een geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling vaststellen. Een ambtelijke begeleidingsgroep van bestuursambtenaren heeft het Dagelijks Bestuur hierover geadviseerd. Het gaat om een technische wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. Het Algemeen Bestuur wordt in de vergadering van 30 juni 2021 voorgesteld de gewijzigde regeling vrij te geven voor vaststelling door de deelnemende gemeenten. Dit vraagt om een eensluidend besluit van de colleges én raden. Verzoek is deze gewijzigde regeling uiterlijk 15 november 2021 vast te stellen, zodat deze op 1 januari 2022 in werking kan treden. 8. Landgoed Gulbergen De opgave voor Landgoed Gulbergen betreft allereerst de overdracht van de stortplaats aan de Provincie Noord-Brabant. De stortplaats kan pas worden overgedragen als er een door de Provincie goedgekeurd Nazorgplan ligt. Het maken van een Nazorgplan kost tijd. Dat betekent dat er, in samenspraak met de Provincie voortdurend wordt gewerkt aan het Nazorgplan.
De tweede opgave voor Landgoed Gulbergen betreft de ontwikkeling van dit gebied. Eind 2020 heeft de Metropoolregio Eindhoven de totale eigendom verworven van de gronden in Landgoed Gulbergen. Op dit moment wordt (nu nog ambtelijk) samen met de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen c.a. gewerkt aan het in beeld brengen van de kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied. Op het moment dat dit bestuurlijk kan worden afgehecht, kunnen we het communicatie- en participatietraject verder gaan vormgeven. ###
100515-2067\SVE\HLE\-14