AZC21.06.03A 24 Taakdifferentiatie brandweer.docx
Tekst van het document
Memo
Taakdifferentiatie brandweer
Incidentbestrijding
Inleiding De afgelopen dagen is het onderwerp taakdifferentiatie bij de brandweer veelvuldig in het nieuws geweest. De ontwikkelingen volgen zich snel op en bijgevoegde nota is bedoeld om u nader te infomeren. Hierbij geven we informatie over het landelijke en regionale beeld.
Onderwerp
Taakdifferentiatie brandweer Datum
28 mei 2021 Behandeld door
Taakdifferentiatie: Wat is het probleem? Vanaf de jaren negentig is het verschil tussen vrijwillige- en beroepsmedewerkers grotendeels verdwenen. In paraatheid, werkzaamheden en vakbekwaamheid zijn zij gelijk, maar niet in arbeidsvoorwaarden. Volgens de Europese wet- en regelgeving mag dit niet wordt gesteld door onder andere de landsadvocaat. Dit betekent dat er binnen de bestaande wet- en regelgeving geen mogelijkheid meer zou bestaan om de huidige vrijwilliger bij de brandweer op deze wijze te behouden. Om vrijwilligers bij de brandweer te behouden - en dat willen we uiteraard - zou een wezenlijk onderscheid gemaakt moeten worden tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit is een probleem. In opdracht van het Veiligheidsberaad en de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) wordt gewerkt aan een oplossing, zodat ook in de toekomst kan worden gewerkt met vrijwillige en beroepsmedewerkers in Nederland passend binnen de Europese regelgeving. De Denktank Taakdifferentiatie Brandweer, die in 2019 door het Veiligheidsberaad en de minister van JenV is opgericht, is gevraagd om de oplossingsrichting nader uit te werken. Onder voorzitterschap van de portefeuillehouder Brandweer Wouter Kolff onderzocht de Denktank de mogelijkheden om een fundamenteel verschil te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers.
De kern van dit verschil is uitgewerkt in vier bouwstenen. Bouwstenen De Denktank heeft een oplossingsrichting uitgewerkt die bestaat uit vier bouwstenen welke in samenhang zouden moeten worden bezien. Bouwsteen I - Verplicht en niet verplicht als onderscheid Een onderscheid tussen de vrijwilliger en de (parttime) beroepsmedewerker is, dat de vrijwilliger altijd werkt op basis van vrijwilligheid. Vrijwilligers kunnen dan niet meer verplicht worden om beschikbaar te zijn door middel van kazernering en consignering. Wanneer dit wel nodig is, krijgt de huidige vrijwilliger een parttime beroepsaanstelling. Bouwsteen II – Voor repressieve taken onderscheid tussen basis, specialistisch en aanvullend
Kevin Wolters
Repressieve taken worden verdeeld in drie categorieën. Basistaken als brandbestrijding bij een woningbrand, het bevrijden van slachtoffers of grijpredding moeten alle medewerkers uitvoeren. Aanvullende taken zoals de bediening van een redvoertuig of oppervlakteredding mag door alle medewerkers naast de basistaken uitgevoerd worden. Specialistische taken vragen om een aanzienlijke belasting voor vakbekwaamheid. Denk aan werken in een gaspak. Vrijwilligers mogen maximaal één specialistische taak uitvoeren. Wanneer meerdere specialismen uitgevoerd moeten worden door een vrijwilliger, krijgt die een parttime beroepsaanstelling. Beroepsmedewerkers moeten minimaal drie specialistische taken vervullen en besteden zo méér tijd aan opleiden en oefenen. Bouwsteen III – Taken beroepsmedewerker breder dan alleen repressieve taken Ook wordt het onderscheid tussen een vrijwillige en beroepsaanstelling groter doordat beroepsmedewerkers meer niet-repressieve taken hebben dan dat vrijwilligers dat hebben. Denk hierbij aan taken als voorlichting over brandveilig leven en materieelonderhoud. Bouwsteen IV – Opleidingsduur verschilt Het onderscheid in taken (zie bouwsteen II) heeft ook betekenis voor de opleiding. Doordat de beroepsmedewerker meer taken heeft, betekent dit ook een langere opleidingsduur. Wat geldt voor de initiële opleiding geldt ook voor het vakbekwaam blijven van medewerkers.
Dit zal minder inspanningsuren (oefenen) vragen voor vrijwilligers dan voor beroepsmedewerkers. De raad van directeuren en commandanten veiligheidsregio adviseert de minister en het Veiligheidsberaad de komende vijf tot tien jaar de bouwstenen stuk voor stuk ter hand te nemen waarbij gestart gaat worden met bouwsteen 1. Deze bouwsteen heeft relatief gezien landelijk de minste impact. Voorafgaand aan iedere invoeringsstap dient een zorgvuldige impactanalyse ter besluitvorming in het Veiligheidsberaad voor te liggen, inclusief een juridische toets op vigerende (EU-)regelgeving. De omstandigheden en inzichten kunnen immers in de loop van de jaren wijzigen, en tussentijds kan na iedere invoeringsstap gecontroleerd worden of er nog noodzaak bestaat om de volgende bouwsteen ook uit te werken. Vrijwilligheid een groot goed! De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (en daarmee ook de directeur VRBZO) is zich bewust dat het thema taakdifferentiatie vrijwel alle repressieve brandweermensen raakt. We gaan hier dus zorgvuldig mee om. We zijn verheugd dat ook het Veiligheidsberaad, gesteund door de Tweede Kamer en de Minister van Justitie en Veiligheid, vrijwilligheid als essentiële basis voor de brandweer wil behouden. Vrijwilligers bij de brandweer zijn een groot goed, zorgen voor nabijheid en vertrouwen bij burgers en maatschappelijke verbinding.
Daarnaast is de brandweer, mede door vrijwilligheid, in staat snel slagkracht te organiseren. Dit alles maakt brandweervrijwilligheid ook kostenefficiënt. Wat zijn eventuele consequenties voor de veiligheidsregio(’s)? Op landelijk niveau zien we dat invoering van de bouwstenen vergaande gevolgen voor de Nederlandse brandweer kan hebben. Het raakt het stelsel, de mensen en heeft vele andere aspecten, zoals juridische en financiële. De uiteindelijke impact kan per regio verschillen. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van in hoeverre vrijwilligers (structureel) worden ingeroosterd op diensten. Ook de uitvoerbaarheid levert, naast het mogelijke verlies van vrijwilligers, grote nog niet opgeloste vraagstukken op, die enerzijds het werkgeverschap en anderzijds de kwaliteit van brandweerzorg
raken. Voorbeelden zijn vraagstukken op het juridische vlak met betrekking tot de Arbeidstijdenwet en het geadviseerde onderscheid in specialismen. De veiligheidsregio’s hebben de consequenties van de denkrichting per regio in beeld gebracht. Ze hebben aangegeven wat de consequenties zijn per brandweerpost. Daarnaast bekeek iedere regio de praktische uitvoerbaarheid van de denkrichting en in hoeverre dit past bij de brandweercultuur. Ook is er een landelijke opiniepeiling geweest onder beroeps- en vrijwillige medewerkers. Doordat dit per veiligheidsregio op dezelfde wijze is gebeurd, is er een landelijk beeld gevormd en kunnen verschillen worden geconstateerd. Het Instituut Fysieke Veiligheid heeft de consequenties van de denkrichting voor de brandweeropleidingen inzichtelijk gemaakt. Al deze informatie – dat wil zeggen de regionale beelden en het landelijke beeld, de resultaten van de opiniepeiling en de gevolgen voor de opleidingen – is nodig om te komen tot zorgvuldige besluitvorming. Zo is ook voor VRBZO de impact van eventuele implementatie van de denkrichting geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat impact van de denkrichting voor onze regio mee lijkt te vallen. Dit wil niet zeggen dat implementatie van de denkrichting voor onze regio helemaal geen gevolgen heeft.
Op hoofdlijn zien we binnen VRBZO de volgende consequenties: Verplicht-niet verplicht Op geen enkele vrijwillige post is er sprake van een vorm van structurele consignatie/kazernering, hier ontstaan bij invoer van de bouwsteen dus geen problemen. VRBZO kent vier beroepsposten waar het rooster incidenteel met vrijwillige medewerkers wordt opgevuld. In de toekomst zou dit niet meer mogelijk zijn tenzij we de vrijwilligers een parttime- of beroepsaanstelling geven. Dit zou dus gevolgen kunnen hebben voor het rooster en planning en anderzijds voor het takenpakket van de vrijwilliger op die post. Voor de vrijwilligers op deze posten betekent dit een beperking van het takenpakket wat logischerwijs van invloed is op het binden en boeien van deze vrijwilligers. Basis, specialistisch en aanvullend Er zijn momenteel 2 vrijwillige posten (Someren en Oirschot) met meer dan één specialisme. Op deze posten is bij enkele vrijwilligers sprake van uitvoeren van meer dan 1 specialisme. Bij doorvoeren van de bouwsteen zou op beide posten taken moeten worden verschoven op individueel niveau. We verwachten dat dit niet tot grote problemen leidt. Aantal specialistische taken beroepsmedewerkers Het grootste deel van de beroepskrachten voert momenteel niet minimaal drie specialistische taken uit.
Mede in lijn met de visie VRBZO 2025 was de brandweer al bezig met het toekomstbestendig maken van de organisatie. Hierbij wordt al ingezet op het toebedelen van extra specialismen aan beroepskrachten en het creëren van een behapbare basis bij vrijwilligers. Ook hier verwachten we dus geen problemen bij doorvoeren van de bouwsteen. Opiniepeiling Onze repressieve collega’s, zowel vrijwilligers als beroeps zijn in een landelijke opiniepeiling gevraagd een mening te geven over de oplossingsrichting die de Denktank voorstelt. Het gaat daarbij dus om de situatie waarbij alle 4 de bouwstenen worden ingevoerd. Voor VRBZO geldt dat ongeveer 10% van de repressieve collega’s heeft
aangegeven zorgen te hebben en wellicht de brandweer zou willen verlaten. Dit hangt echter wel af van hoe het er straks daadwerkelijk uit komt te zien. Door de denkrichting zullen mogelijk vrijwilligers afhaken bij de brandweer. Kan dit leiden tot een operationeel probleem? Een klein deel van de vrijwilligers -10%- heeft in de opiniepeiling aangegeven dat ze bij doorvoering van de denkrichting mogelijk bij de brandweer vertrekken. Nu het landelijk advies is om eerst bouwsteen 1 door te voeren en daarna te bezien of het noodzakelijk is ook de andere bouwstenen door te voeren, is de vraag wat het effect daarvan is op de 10%. Daarbij is het ook mogelijk dat de denkrichting bij een deel van de potentiële aanwas juist leidt tot meer interesse om bij de brandweer te gaan. Wat vervolgens de werkelijke consequenties voor de operatie zijn is nu dan ook nog lastig in te schatten. (Zeer) Grote problemen worden er in de VRBZO niet verwacht. Regionale besluitvorming Omdat het hier gaat om een landelijk probleem trekken op bestuurlijk en ambtelijk niveau de verschillende veiligheidsregio’s samen op in het veiligheidsberaad, de brandweer advies commissie en de raad directeuren en commandanten. Daarbij wordt ook samengewerkt met de minister als stelselverantwoordelijke. De VRBZO is een autonome organisatie met eigenstandige verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Dit betekent dat als de consequenties bij het doorvoeren van 1 of meerdere bouwstenen vragen om een bestuurlijk besluit dit voorgelegd gaat worden via de reguliere gremia en structuren die we in de VRBZO kennen. Hiermee is het bestuur VRBZO in positie, heeft regie en kan haar verantwoordelijkheid nemen. Actueel en vervolgproces Zoals o.a. donderdag 27 mei in verschillende media te lezen was is er ook door de minister met de Tweede Kamer gesproken over de kwestie. Verschillende media berichtten (NOS o.a.) dat de minister een aantal zaken nog een keer door deskundigen laat bekijken en nogmaals in verleg gaat op het Europese niveau. Deze actuele ontwikkelingen zullen onderdeel worden van de vervolggesprekken binnen het veiligheidsberaad en de brandweer advies commissie. Hier stond het onderwerp taakdifferentiatie al op de agenda. In de komende weken/maanden wordt dan duidelijk wat de vervolgstappen zijn in het dossier.