AI 12-10-2023 cie Ruimte pt. 08 toez Evaluatie Arbeidsmigrantenbeleid Asten 2020
Tekst van het document
EVALUATIE ARBEIDSMIGRANTENBELEID ASTEN 2020 Aanleiding Op 4 februari 2020 stelde de gemeenteraad de beleidsnotitie ‘Arbeidsmigranten Asten 2020’ vast. Hierbij gaven wij destijds al aan dat de thematiek rondom arbeidsmigranten breed en dynamisch is. Aan de hand van de beleidsnotitie stelde het college de beleidsregels ‘Arbeidsmigranten Asten 2020’ vast. De beleidsregels vormen het toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunning voor het tijdelijk huisvesten tot maximaal 100 arbeidsmigranten. Gelet op de breedte en de dynamiek van het thema zegden we vorig jaar al toe om na één jaar te evalueren. Voor u ligt nu de evaluatie. Alvorens op de evaluatiepunten in te gaan leest u hieronder eerst de ontwikkelingen die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan en welke deels ten grondslag liggen aan deze evaluatie. De ontwikkelingen Hieronder treft u drie ontwikkelingen die van invloed zijn op de inhoud van deze evaluatie. We beschrijven ze kort. Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten Het kabinet vroeg in 2020 het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten om voorstellen te doen die de positie van arbeidsmigranten op de korte en (middel) lange termijn verbeteren. Het eerste advies van het Aanjaagteam dateert van 11 juni 2020.
Dit betrof eerste (richtinggevende) aanbevelingen ingegeven door de effecten van de COVID-19 pandemie op onze samenleving en in het bijzonder op de leef- en werkomstandigheden van de arbeidsmigranten in Nederland. Op 30 oktober 2020 bracht het Aanjaagteam het rapport “Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om missstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan” uit. Het rapport is positief ontvangen door het kabinet maar de reactie op het rapport vanuit het kabinet zal door het (op dit moment nog te vormen) nieuwe kabinet worden gegeven. Het rapport richt zich niet alleen op de overheid maar ook op werkgevers, huisvesters en uitzendbureau’s. Het Aanjaagteam richt zich daarbij in de advisering voornamelijk op arbeidsmigranten die laag of ongeschoold werk verrichten. Deze arbeidsmigranten zijn vaak niet zelfredzaam en dus kwetsbaar. Het gaat te ver om het volledige rapport hier te bespreken. In hoofdzaak betreft het de volgende aanbevelingen: 1. Betere beheersing van de uitzendsector 2. Zicht krijgen op arbeidsmigratie (registratie) 3. Meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten (o.a. regionale afspraken) 4. Gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten (o.a. toegankelijkheid verzekeringen) 5. Betere handhaving en toezicht (o.a. gegevensuitwisseling en samenwerken) 6. Institutionele inbedding van arbeidsmigratie (o.a.
beleid op lokaal niveau) Hieronder gaan wij op twee onderwerpen kort in.
1
Huisvesting Het Aanjaagteam adviseert om een verhuurdersvergunning in te stellen. Hiermee krijgen gemeenten een beter instrument om op treden tegen misstanden. Dit verbetert dus de kwaliteit van de huisvesting. Om de kwaliteit verder te verbeteren adviseert het Aanjaagteam tevens om de eisen van de verschillende keurmerken aan te scherpen en te integreren. Op basis van de eisen van het Bouwbesluit en de keurmerken AKF en SNF moet tot één keurmerk gekomen worden. Daarbij moet worden uitgegaan van één persoon per slaapkamer en minimaal 15 m2 leefoppervlakte per persoon. Ten aanzien van de kwantiteit stelt het Aanjaagteam dat gemeenten en provincies gestimuleerd moeten worden om meer huisvesting te realiseren. Hiervoor dient huisvesting van arbeidsmigranten een vast onderdeel te worden van de landelijke woningbouwopgave. Gemeenten zouden de mogelijkheid moeten krijgen om te schuiven met de opgave in regionaal verband. Het idee hierachter is om te werken naar een regionale opgave. Tevens moet bij het toestaan van nieuwe bedrijvigheid de huisvestingsvraag als gevolg van de inzet van arbeidsmigranten onderdeel uitmaken van het vestigingsbeleid. Handhaving en toezicht Het toezicht en de handhaving vindt nu vooral door afzonderlijke inspectiediensten plaats. Om meer effectief op te kunnen treden is het noodzakelijk om samen te werken.
Een goede samenwerking tussen publiek én private toezichthouders is hierbij onontbeerlijk. Om dit te bewerkstelligen is er een goede wettelijke basis nodig om gegevens uit te wisselen. Regionaal afsprakenkader In september 2020 vond een goed bezochte en succesvolle netwerkbijeenkomst arbeidsmigratie (regiotafel arbeidsmigratie De Peel) plaats. De bezoekers bestonden uit werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters, ontwikkelaars, woningcorporaties, maatschappelijke organisatie, arbeidsmigranten, experts, provincie en gemeenten. Tijdens de bijeenkomst is veel kennis en inzichten uitgewisseld. Conclusie was dat vrijwel iedere gemeente in de Peel actueel beleid heeft maar dat er de behoefte staat om samen verder stappen te zetten; op weg naar meer kwaliteit, eenduidigheid, betere framing, bredere aanpak en versterking van de samenwerking. In de regio De Peel werken circa 10.000 arbeidsmigranten. Dit betreft 10% van de totale werkgelegenheid. De arbeidsmigranten zijn in veel sectoren werkzaam en zijn van groot belang en veelal onmisbaar voor onze regionale economie. Het is daarom belangrijk dat we ook regionaal de optimale en uniforme randvoorwaarden creëren. In vrijwel elke regio in onze provincie was al een regionaal afsprakenkader opgesteld en vastgesteld. Voor de regio De Peel is deze nu opgesteld. U treft dit afsprakenkader bijgaand aan.
Wij merken hierbij op dat hoewel er gestreefd wordt naar regionale uniformiteit er nog altijd ruimte bestaat voor lokaal maatwerk. Hieronder lichten wij de afspraken met betrekking tot huisvesting eruit. Huisvesting Ook hier wordt aangestuurd op voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het aantal arbeidsmigranten dat in onze regio werkzaam is. Omdat we niet duidelijk in beeld hebben hoeveel arbeidsmigranten dit zijn en hoeveel huisvestingslocaties er op dit moment zijn,
2
zullen de Peelgemeenten voor eind 2022 de bestaande huisvestingslocaties inzichtelijk maken. Voor wat betreft nieuwe locaties ligt de verantwoordelijkheid bij marktpartijen om geschikte locaties te vinden. De gemeenten zijn hierin faciliterend. In het kader van zuinig ruimtegebruik wordt gekeken naar volledig leegstaand of leegkomend vastgoed als huisvestingsmogelijkheid. In de woonwijken vindt bij voorkeur geen geclusterde huisvesting plaats. Kamerverhuur zorgt immers voor verdringing op de woningmarkt. In het buitengebied is huisvesting van arbeidsmigranten op het terrein van agrariërs mogelijk. Hierbij is ook samenwerking tussen agrariërs mogelijk. Regionaal sluiten we aan bij het advies van het Aanjaagteam voor wat betreft de kwaliteit van de huisvesting. Dit betekent dat alle huisvesting minimaal dient te voldoen aan het SNFkeurmerk dan wel aan een nieuwe landelijke vastgestelde normering. Hierbij wordt ook uitgegaan van 15 m2 verblijfsoppervlak per persoon maar op het gebied van het aantal personen per slaapkamer wijkt het regionaal afsprakenkader af. Hier is gekozen voor maximaal 2 personen per slaapkamer in plaats van 1 per slaapkamer. Eigen evaluatie Nu het nieuwe beleid een jaar oud is, hebben we ambtelijk gekeken naar de ervaringen tot op heden. Door de COVID-19 pandemie is 2020 niet een regulier jaar geweest.
Maar de ervaringen met het beleid zijn naar onze mening hierdoor niet of nauwelijks (inhoudelijk) beïnvloedt. Uit een ambtelijke evaluatie zijn de volgende aandachtspunten naar voren gekomen. Mogelijkheid tot spreiding huisvestingslocaties We merken dat het lastig is om spreiding aan te brengen in de huisvestingslocaties. Zo zagen we gedurende het jaar vier initiatieven in dezelfde straat. Omdat minimale afstanden tussen de verschillende initiatieven in dit beleid zijn losgelaten (omwille van de jurisprudentie) is er geen mogelijkheid meer om op basis hiervan te sturen. Het sturingsmechanisme is in het huidige beleid gelegen in de woningvoorraad. Hiermee kan wel spreiding bewerkstelligd worden bij nieuwe initiatieven. Buiten de bebouwde kom kan ieder agrarisch bedrijf bij noodzaak arbeidsmigranten huisvesten. Hierdoor is het dus mogelijk dat in één straat verschillende huisvestingslocaties aanwezig zijn. In dergelijke gevallen stimuleren we om gezamenlijk één huisvestingslocatie te realiseren. Meer mogelijkheden tot spreiding hebben we op dit moment niet. Woon- en leefklimaat Bij de huisvesting van arbeidsmigranten dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De mate van aanvaardbaarheid verschilt bij short-stay en mid-stay. Bij shortstay gaan we uit van het beschermingsniveau ‘recreatie’ terwijl bij mid-stay als beschermingsniveau ‘wonen’ wordt gehanteerd.
Hierbij is dus het beschermingsniveau bij mid-stay hoger. Dit leidt soms tot lastig uitlegbare situaties. Echter volgen we hier de wettelijke bepalingen. Een optie zou kunnen zijn om short-stay gelijk te stellen aan mid-stay. Hiermee krijgt short-stay een hoger beschermingsniveau. Dit zou dan bovenwettelijk zijn. Vooralsnog bestaat er geen aanleiding en grondslag om dit te wijzigen. Daarnaast streven we ook naar regionale uniformiteit en is daarom dit onderscheid niet wenselijk. 3
Transformatie bestaande bebouwing en huisvesting op eigen bedrijf Het huidige beleid stuurt aan op hergebruik van bestaande agrarische bebouwing. Echter zien we in de praktijk twee ontwikkelingen. Ten eerste is er op bestaande bedrijven vaak geen leegstaande bebouwing. Ten tweede is het tijdelijk plaatsen van units goedkoper. We onderschrijven deze problematiek. Echter zou het plaatsen van units vanwege de ruimtelijke kwaliteit het laatste middel moeten zijn om huisvesting te realiseren. Wel willen we ruimere mogelijkheden geven om Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) te gebruiken. Huisvesting voor agrarische bedrijven wordt dan mogelijk in de nabijheid van het bedrijf op VAB’s of ander (volledig) leegstaand vastgoed. Hierbij is het zeker denkbaar dat er samengewerkt wordt tussen de verschillende agrarische bedrijven of dat werknemers van beide bedrijven op één bedrijf gehuisvest worden. Bedrijventerreinen De vraag die vaker naar voren komt of percelen op bedrijventerreinen niet ingezet kunnen worden voor het realiseren van (grotere) huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Ook in het regionaal afsprakenkader is deze mogelijkheid opgenomen. Gronden voor vestiging van bedrijven in Asten zijn schaars. We kiezen er daarom expliciet voor om onze gronden op en rondom onze bedrijventerreinen te behouden voor het vestigen van bedrijven.
Dat de mogelijkheid in het regionaal afsprakenkader is opgenomen doet hier niets aan af. Juist in regionaal verband kunnen er per gemeente verschillen zijn omdat de behoefte door de aanwezige bedrijvigheid anders is. Koppeling met ander beleid In het beleid is nu een koppeling opgenomen naar de Toekomstagenda Asten2030. We toetsen hiermee of nieuwe ontwikkelingen passen bij onze ambities voor de toekomst. Ambtelijk is de wens uitgesproken om ook een koppeling te leggen naar de Omgevingsvisie. Op dit moment wordt de Omgevingsvisie nog opgesteld en komt de koppeling daardoor te vroeg. Na vaststelling van de Omgevingsvisie is het inderdaad raadzaam om hiermee een koppeling te leggen. Conclusie Op grond van de rapporten van het Aanjaagteam, het Regionale Afsprakenkader alsmede onze eigen ervaringen met het beleid hebben we een aantal veranderpunten voor het beleid benoemd. Dit zijn de concrete punten: 1. Conform het regionaal afsprakenkader wordt huisvesting mogelijk in (volledig) leegstaand of leegkomend vastgoed. Voorwaarde hierbij is dat het vastgoed niet meer of niet op korte termijn meer gebruikt kan of zal worden conform de gegeven bestemming. In geval van het permanent onmogelijk zijn of blijven van de realisatie van de betreffende bestemming moet er gekeken worden naar een nieuwe passende bestemmingslegging. 2. Er wordt gewerkt aan een verdere regionale samenwerking.
Niet alleen het Aanjaagteam adviseert dit maar ook bestaat regionaal deze wens. Niet alleen op het gebied van het bevorderen van de kwaliteit van de huisvesting wensen we samen te werken maar ook op het gebied van de kwantiteit. Hiertoe gaan we regionaal inzichtelijk maken wat de 4
behoefte is en wat reeds gerealiseerd is. Gelet ook op het bepaalde onder 1 kan de kwantitatieve noodzaak, nu deze eerst ook regionaal in beeld gebracht gaat worden, uit het huidige beleid verwijderd worden. 3. Samenwerking tussen agrarische ondernemers bij huisvesting van arbeidsmigranten is mogelijk. Huisvesting op het ene bedrijf ten behoeve van het andere bedrijf is mogelijk. Hier sluiten we aan bij het beleid dat ook de gemeente Deurne heeft, te weten dat in daltijden de huisvesting van arbeidsmigranten die op een ander bedrijf werken is toegestaan, met dien verstande dat in ieder geval nog altijd 25% van de arbeidsmigranten op het eigen bedrijf werkzaam is. 4. De leefruimte per arbeidsmigrant wordt 15 m2. We houden wel vast aan maximaal 2 personen per slaapkamer. 5. Daarnaast worden er nog enkele ambtelijke/tekstuele verbeteringen in het beleid aangebracht.
5