CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

22.06.03A 4 Bijlage 4 Reactienota Werkprogramma 2022.pdf

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 2 juni 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Ingekomen stukken, gericht aan de raad: Voor kennisgeving aannemen (AZC)8.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota concept-Werkprogramma Metropoolregio Eindhoven 2022, versie 22 februari 2022

De gemeenteraden zijn gevraagd uiterlijk 2 februari 2022 een evt. zienswijze kenbaar te maken Van Valkenswaard is nog geen formele reactie ontvangen (raad 24-2) Indien nog geen formele reactie is ontvangen is de concept-reactie opgenomen

100542-2400\TPU\HLE\-1

Gemeentelijke zienswijzen concept-Werkprogramma Metropoolregio Eindhoven 2021

Gemeente

Reactie

Antwoord

Aanpassingen Werkprogramma

De ambitie die is opgenomen in het Werkprogramma komt één-op-één uit het MRE Samenwerkingsakkoord 2019-2022. In de voorbereidingen voor het nieuwe samenwerkingsakkoord zal gesproken worden over een aanscherping van deze ambitie, in lijn met het nieuwe Regeerakkoord.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma niet aan te passen.

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen.

en status zienswijze

Asten definitief

Gemeente Asten stemt in met het conceptWerkprogramma 2022 Thema energietransitie Het streven is om in 2030 reeds 55% minder CO2-uitstoot te realiseren in plaats van de genoemde 49%.

Bergeijk definitief

100542-2400\TPU\HLE\-2

Geen zienswijze in te dienen op het conceptWerkprogramma 2022 voor de thema's economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en samenwerking en strategie. Thema energietransitie Wij vragen meer aandacht in het Werkprogramma 2022 voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Zowel via de reguliere aansluiting op het elektriciteitsnetwerk alsook onderzoek naar innovatieve oplossingen en/of alternatieven om de energietransitie mogelijk te maken. Het gezamenlijk optrekken, als gemeenten en regio, heeft hierin een duidelijke meerwaarde en is van groot belang.

Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

Toelichting De MRE heeft, in navolging van de Kempengemeenten, een milieueffectenonderzoek uitgevoerd (PlanMER) om tot een zorgvuldige analyse van mogelijke zoekgebieden voor grootschalige opwek te komen. De gemeenten hebben mede op basis van het PlanMER keuzes gemaakt voor (het openstellen van) zoekgebieden voor grootschalige opwek. Deze keuzes zijn vertaald in inschattingen van opbrengsten in deze zoekgebieden, zodat de MRE inzicht heeft in de potentie van duurzame opwek in haar regio. Het bod dat we als MRE hebben gedaan richting het Rijk is, naast gedragen, ook goed onderbouwd en daarom realistisch. Het bod is om 2 TWh aan duurzame opwek bij te dragen aan het doel van 35 TWh, in het jaar 2030. Helaas is het al enige tijd bekend dat we in de MRE-regio kampen met (ernstige) congestie van het elektriciteitsnet. Het merendeel van de gebieden heeft geen transportcapaciteit meer, maar hier wordt door middel van congestiemanagement onderzocht of er eventueel nog (zeer beperkte) ruimte beschikbaar komt. In de Kempengemeenten is echter reeds sprake van ernstige congestie. Hier is zelfs met congestiemanagement geen enkele transportcapaciteit meer beschikbaar. Ook de status van de andere drie subregio’s verandert in de nabije toekomst naar ‘ernstige congestie’. De onontkoombare noodzakelijke investeringen/ verzwaringen zijn evident.

Niet alleen om de benodigde duurzame energie op te kunnen ontsluiten, maar ook om het draagvlak bij onze inwoners op peil te houden. Daarbij staat de MRE-bijdrage van 2 TWh aan het landelijke doel van 35 TWh onder ernstige druk. Best

100542-2400\TPU\HLE\-3

Gemeente Best heeft aangegeven geen reactie te geven

Bladel definitief

De raad van Bladel heeft op 10 februari 2022 besloten geen zienswijze in te dienen op de thema’s economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en samenwerking en strategie van het Werkprogramma 2022. Ten aanzien van het thema energietransitie brengt de raad de volgende zienswijze naar voren. Thema energietransitie MRE heeft, in navolging van de Kempengemeenten, een milieueffectenonderzoek uitgevoerd (PlanMER) om tot een zorgvuldige analyse van mogelijke zoekgebieden voor grootschalige opwek te komen. De gemeenten hebben mede op basis van het PlanMER keuzes gemaakt voor (het openstellen van) zoekgebieden voor grootschalige opwek. Deze keuzes zijn vertaald in inschattingen van opbrengsten in deze zoekgebieden, zodat de MRE inzicht heeft in de potentie van duurzame opwek in haar regio. Het bod dat we als MRE hebben gedaan richting het Rijk is, naast gedragen, ook goed onderbouwd en daarom realistisch. Het bod is om 2 TWh aan duurzame opwek bij te dragen aan het doel van 35 TWh, in het jaar 2030. Helaas is het al enige tijd bekend dat we in de MRE-regio kampen met (ernstige) congestie van het elektriciteitsnet. Het merendeel van de gebieden heeft geen transportcapaciteit meer, maar hier wordt door middel van congestiemanagement onderzocht of er eventueel nog (zeer beperkte) ruimte beschikbaar komt. In de Kempengemeenten is echter reeds sprake van ernstige congestie.

Hier is zelfs met congestiemanagement geen enkele transportcapaciteit meer beschikbaar. Ook de status van de andere drie subregio’s verandert in de nabije toekomst naar ‘ernstige congestie’. De onontkoombare noodzakelijke investeringen/ verzwaringen zijn evident. Niet alleen om de benodigde duurzame energie op te kunnen ontsluiten, maar ook om het draagvlak bij onze inwoners op peil te houden. Daarbij staat de

100542-2400\TPU\HLE\-4

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

MRE-bijdrage van 2 TWh aan het landelijke doel van 35 TWh onder ernstige druk. Wat ons betreft zou er in het Werkprogramma 2022 dus meer aandacht moeten komen voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Zowel via de reguliere aansluiting op het elektriciteitsnetwerk alsook onderzoek naar innovatieve oplossingen en/of alternatieven om de energietransitie mogelijk te maken. Het gezamenlijk optrekken, als gemeenten en regio, heeft hierin een duidelijke meerwaarde en is van groot belang. Cranendonck definitief

Deurne definitief

Voor kennisgeving aangenomen geen zienswijze Met grote interesse hebben wij kennisgenomen van het concept-Werkprogramma 2022 van de Metropoolregio Eindhoven – het laatste werkprogramma in de huidige bestuursperiode. In algemene zin kunnen wij u melden dat wij ons kunnen vinden in het voorliggende conceptWerkprogramma 2022 en de daarin beschreven te behalen resultaten en activiteiten. We onderschrijven het door u opgenomen overkoepelende belang van Brede welvaart voor een Complete Regio. In aanvulling op deze algemene instemming hebben wij een aantal aanvullingen en aanscherpingen op onderdelen van de tekst van het concept-Werkprogramma. Dat zijn: Thema mobiliteit Bij het thema mobiliteit wordt voor de regio de relatie gelegd met het MIRT-onderzoek Verstedelijking en bereikbaarheid. Dit onderzoek behelsde de schaalsprong van de verstedelijking in het Stedelijk gebied Eindhoven en de ontwikkeling van de mobiliteit van de regio. Op de regionale Omgevingsdagen van december 2020 en 2021 hebben de Provincie, de waterschappen en de 21 gemeenten van onze regio besloten tot het opstellen van aanvullende en elkaar schragende ontwikkelstrategieën voor

100542-2400\TPU\HLE\-5

Voorstel: de tekst van het werkprogramma aan te passen. Pagina 20 toevoegen bij richtinggevende documenten: Regionale strategie Pagina 23 toevoegen bij richtinggevende documenten: Subregionale strategieën Pagina 23 “ruimtelijke visies vanuit de subregio’s” te vervangen door “subregionale ontwikkelstrategieën".

de subregio's A2-gemeenten, Kempen en Peel, en tot een overkoepelende strategie voor de hele regio. Deze strategieën die in 2022 worden afgerond, vormen evenzeer kader voor de samenwerking en afstemming binnen de regio ten aanzien van mobiliteit. Wij verzoeken daarom het conceptwerkprogramma op dit punt aan te passen op de pagina’s 20 (regionale strategie) en 23 (subregionale strategieën) bij richtinggevende documenten en acties. In dit verband stellen we ook voor om op pag. 23 de term “ruimtelijke visies vanuit de subregio’s” te vervangen door “subregionale ontwikkelstrategieën". Duurzaamheidsopgaven bestaan uit meer dan alleen de energietransitie. Te denken valt ook aan de klimaatopgaven en de ontwikkeling van een duurzame samenleving. De samenwerking bij de energietransitie is georganiseerd op het niveau van de 21 gemeenten in onze regio en loopt via de MRE. De andere duurzaamheidsopgaven lopen via de subregio’s. Daarnaast is er sprake van een nauwe relatie met andere opgaven in de fysieke leefomgeving en de samenleving. In het conceptwerkprogramma wordt in hoofdstuk 6 hoofdzakelijk een relatie gelegd met de gemeenten en niet met de subregio’s terwijl op dat niveau, onder andere via de genoemde ontwikkelstrategieën, daar de verschillende opgaven in samenhang bij elkaar komen. We verzoeken u de subregio’s te incorporeren in uw aanpak en acties.

In hoofdstuk 7 Transitie landelijk gebied wordt een relatie gelegd met het NOVI-gebied De Peel. We verzoeken u de daarin opgenomen tekst te actualiseren naar de laatste stand van zaken van het Werkplan voor het NOVI-gebied de Peel. Dat vraagt om een aanpassing van de tekst van de werksporen en een verwijzing naar de 3 vitale tafels van het NOVI-gebied. Die Vitale tafels zijn van belang voor onze regio voor de beoogde resultaten van dit thema. We verzoeken de mogelijke relaties met deze tafels te benoemen.

100542-2400\TPU\HLE\-6

Terecht punt. Waar aan de orde zullen we de rol van de subregio’s toevoegen.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. De trekkersrol en uitvoering van projecten zelf ligt bij de gemeenten, waar doelmatig in subregionaal verband.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te passen. We dragen bij aan een regionale investeringsagenda (RIA). De aanpak voor het NOVI-gebied De Peel bestaat uit vier sporen. Het eerste spoor betreft het ontwikkelen van een gezamenlijk toekomstbeeld. Het tweede spoor is de veelheid van trajecten die al in dit gebied lopen waar

mogelijk te koppelen en te vereenvoudigen. Het derde spoor richt zich op gebiedssamenwerking als een schakelkast door verbinden en keuzes maken. Het vierde betreft het formuleren van aanvullende acties waar nodig. Wordt: Binnen NOVI De Peel worden drie inhoudelijke hoofdthema’s onderscheiden: 1) Volhoudbare en vitale landbouw 2) Grenzeloos groene Peel 3) Verbinden land en stad. Voor deze thema’s zijn zogenaamde vitale tafels opgericht. Aan de drie vitale tafels dragen we vanuit de regio bij om regionale ambities te realiseren.

We verzoeken u gezondheid meer aandacht te geven in het onderwerp transitie landelijk gebied. Dit onderwerp concentreert zich nu sterk op economie, natuur en landschap.

Tenslotte nog enkele tekstuele aanvullingen bij hoofdstuk 7: - De ministeries IenW en OCenW ontbreken bij de betrokken partijen op pag. 37. - We missen de betrokkenheid van de MRE in de stuurgroep, het dagelijks bestuur en het regieteam van de Gebiedssamenwerking Zuidoostelijke Zandgronden / NOVI-gebied de Peel.

100542-2400\TPU\HLE\-7

Ondersteunend zijn werksporen ingericht (o.a. financiën, monitoring, communicatie). Hieraan draagt de regio bij, met prioriteit voor het maken van de regionale investeringsagenda (RIA). Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te passen. Bij monitoring streefbeeld op te nemen (ná: We maken inzichtelijk hoe de activiteiten van de gemeenten bijdragen aan een vitaler landelijk gebied.): Naast economie, landbouw, natuur en landschap richten we ons ook op gezondheid. Na de start van monitoring streefbeeld, gaan we het streefbeeld aanscherpen. Dit doen we door waar mogelijk kwantitatieve doelen toe te voegen. Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Toevoegen: Ministeries IenW en OCenW (bij betrokken partijen). Toevoegen: De Metropoolregio Eindhoven neemt deel in de stuurgroep, het dagelijks bestuur en het regieteam van de

Gebiedssamenwerking Zuidoostelijke Zandgronden / NOVI-gebied de Peel.

Eersel definitief

Wij wensen u succes met de afronding van het werkprogramma voor 2022. Voor het concept-Werkprogramma 2022 heeft de raad voor de thema’s economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en samenwerking en strategie besloten geen zienswijze in te dienen. Thema energietransitie Voor het thema energietransitie heeft de raad besloten een zienswijze in te dienen, waarin meer aandacht wordt gevraagd voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Helaas is het al enige tijd bekend dat we in de MRE-regio kampen met (ernstige) congestie van het elektriciteitsnet. Het merendeel van de gebieden heeft geen transportcapaciteit meer, maar hier wordt door middel van congestiemanagement onderzocht of er eventueel nog (zeer beperkte) ruimte beschikbaar komt. In de Kempengemeenten is echter reeds sprake van ernstige congestie. Hier is zelfs met congestiemanagement geen enkele transportcapaciteit meer beschikbaar. Ook de status van de andere drie subregio’s verandert in de nabije toekomst naar ‘ernstige congestie’. De onontkoombare noodzakelijke investeringen/ verzwaringen zijn evident. Niet alleen om de benodigde duurzame energie op te kunnen ontsluiten, maar ook om het draagvlak bij onze inwoners op peil te houden. Daarbij staat de MRE-bijdrage van 2 TWh aan het landelijke doel van 35 TWh onder ernstige druk.

Wat ons betreft zou er in het Werkprogramma 2022 dus meer aandacht moeten komen voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Zowel via de reguliere aansluiting op het elektriciteitsnetwerk alsook onderzoek naar innovatieve oplossingen en/of alternatieven om de energietransitie mogelijk te maken. Het gezamenlijk optrekken, als gemeenten en regio,

100542-2400\TPU\HLE\-8

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

Eindhoven definitief

heeft hierin een duidelijke meerwaarde en is van groot belang. Wij hebben besloten het conceptWerkprogramma 2022 op inhoud te ondersteunen. Het programma sluit goed aan bij de ambities van de gemeente Eindhoven. Ook constateren wij dat het werkprogramma een verbetering is ten opzichte van eerdere werkprogramma’s. Echter constateren wij ook een drietal aandachtspunten. Zoals in het werkprogramma (hoofdstuk 9 ‘hoe organiseren we dat?’) wordt onderkend, staat de realisatiekracht van de samenwerking onder druk. Daarbij staat de samenwerking voor de uitdaging, om het gedeelde eigenaarschap en medeverantwoordelijkheid van alle deelnemers in de samenwerking te vergroten én tot een zorgvuldige afweging te komen van de inzet van mensen en middelen. Om tot die zorgvuldige afweging te komen, zal ons inziens in de eerste plaats helder moeten zijn hoe de beschikbare capaciteit (zowel bij de MRE als de 21 gemeenten) en de middelen zich tot de gestelde doelen verhouden. In de tweede plaats zal ook helder moeten worden welke keuzes er worden gemaakt/hoe geprioriteerd wordt, indien de capaciteit en/of middelen niet toereikend zijn of wanneer er nieuwe acties (bijvoorbeeld volgend uit actualiteit) moeten worden ingepast. Het voorliggende concept-werkprogramma schiet op deze punten tekort.

Tenslotte constateren wij, als algemeen aandachtspunt, dat in een aantal gevallen de opgenomen acties nog onvoldoende aansluiten bij de gestelde doelen en opgaven. Ons inziens dient het voorliggende werkprogramma op bovengenoemde punten te worden verbeterd. En dienen deze punten tevens te worden verwerkt bij de doorontwikkeling van het samenwerkingsakkoord en het opstellen van volgende werkprogramma’s.

100542-2400\TPU\HLE\-9

De in het werkprogramma beschreven bovenlokale opgaven zijn lokale opgaven die we, door slim samen te werken, met elkaar kwalitatief hoogwaardiger op kunnen pakken. Daarbij maken we gebruik van de kwaliteiten van alle 21 gemeenten en een groot aantal betrokken mensen binnen al die organisaties die daarbij inzet leveren. Deze inzet is in 2019, 2020, 2021 en nu ook 2022 als uitgangspunt genomen. Door de inhoudelijk portefeuillehouders zijn de ambities in dit werkprogramma opgeschreven. Daarbij is rekening gehouden met de benodigde ambtelijke capaciteit zowel vanuit de gemeenten als het team van medewerkers van de organisatie Metropoolregio Eindhoven. Op portefeuillehoudersniveau zal een nadere specificering inzichtelijk gemaakt worden zodat scherp gestuurd kan worden om te voorkomen dat nieuwe of additionele acties, uit het niets, worden toegevoegd. Het kader waarbinnen we de opgaven organiseren is het Samenwerkingsakkoord 2019-2022. Niet alleen inhoudelijk, maar ook in financiële zin.

Met het nieuwe samenwerkingsakkoord zal opnieuw bepaald worden wat daarvoor de benodigde capaciteit is om de gezamenlijke ambitie te kunnen realiseren.

Geldrop-Mierlo definitief

Gemert-Bakel definitief

Het ligt niet in onze verwachting dat het Werkprogramma 2022 nog drastisch kan worden bijgesteld. Wij moeten er daarom vanuit gaan dat de portefeuillehouders vanuit Geldrop-Mierlo hun inbreng hebben gehad en dat de speerpunten in het werkprogramma in lijn liggen met hetgeen voor Geldrop-Mierlo van belang is. Wij hebben dan ook geen inhoudelijke punten over het voorgelegde werkprogramma. Wij willen wel kort ingaan op wat we zien in het Werkprogramma 2022. Hierin herkennen wij namelijk enkele elementen die zijn opgenomen in het rekenkamerrapport, dat onlangs aan de raden van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a., Son en Breugel, Veldhoven en Waalre is gestuurd. Wij herkennen bijvoorbeeld in de beschreven inzet van het MRE-team dat zij door de tijd heen in een te uitvoerende rol gemanoeuvreerd lijken. Ook vinden wij de beoogde resultaten voor 2022 redelijk abstract en zijn ze vooral verwoord op activiteitniveau. Wij spreken in onze reactie op het Ambitiedocument (zie onze brief dd 8 februari 2022 met kenmerk 1024898) expliciet de verwachting uit dat we in 2022 in het kader van het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 een fundamenteel gesprek voeren over onze samenwerking in MRE-verband en de inzet van de MRE-organisatie.

Onze wens is dat in dit gesprek ook aandacht wordt besteed aan de betrokkenheid van de raden bij het jaarlijks bepalen van prioriteiten van de gezamenlijke gemeenten in MRE-verband. Op de thema’s energietransitie en economie hebben wij besloten een zienswijze in te dienen.

Thema energietransitie Binnen dit thema worden geen werkzaamheden benoemd voor de Rijksopgave klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie heeft een ruimtelijke impact, die nog niet volledig inzichtelijk is. Het gaat om maatregelen op het gebied van wateroverlast, droogte, hittestress en overstroming. Dit

100542-2400\TPU\HLE\-10

Het proces om te komen tot een nieuw samenwerkingsakkoord biedt een goede gelegenheid om meer aanscherping te krijgen in de resultaten en gelijktijdig recht te doen aan het niveau van de 21 gemeenten die daarover met elkaar overeenstemming moeten krijgen wat ze als gezamenlijk resultaat beogen.

De rol van de raadsleden is de afgelopen jaren versterkt. Naast de Metropoolconferenties en de masterclasses is vooral de rol van de Raadstafel21 (als ambassadeurs) verder versterkt. In het proces om te komen tot een nieuw samenwerkingsakkoord zal dit signaal ook meegenomen worden.

In het werkprogramma staat benoemd: ‘In de verdere afstemming en koppeling met andere opgaven is extra inspanning nodig en moeten keuzes worden gemaakt. Dit vraagt verbinding tussen ruimtelijke ordenaars, duurzaamheidsexperts en experts van andere thema’s, zoals landbouw, natuur, mobiliteit, woningbouw en

Voorstel: de tekst van het werkprogramma niet aan te passen.

ruimtebeslag kan botsen met de opgaven voor de RES of deze juist versterken. Het is belangrijk dat op regionaal niveau de uitwerking van de opgaven voor klimaatadaptatie en energietransitie worden afgestemd. Wij pleiten ervoor dit mee te nemen bij het doorontwikkelen van de RES, zodat beide opgaven elkaar gaan versterken.

ondergrond’. Hieronder verstaan we ook de verbinding met een thema als klimaatadaptatie. In het kader van het nieuwe samenwerkingsakkoord zal nog uitgebreid gesproken worden over de aanpak van de verschillende thema’s en de samenhang daartussen.

Het tweede punt waar we aandacht voor willen vragen is de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. In de MRE-regio kampen we met (ernstige) congestie van het elektriciteitsnet. Het merendeel van de gebieden heeft geen transportcapaciteit meer. Hier wordt door middel van congestiemanagement onderzocht of er eventueel nog (zeer beperkte) ruimte beschikbaar komt. De onontkoombare noodzakelijke investeringen/verzwaringen zijn evident. Niet alleen om de benodigde duurzame energie op te kunnen ontsluiten, maar ook om het draagvlak bij onze inwoners op peil te houden. Daarbij staat de MRE-bijdrage van 2 TWh aan het landelijke doel van 35 TWh onder ernstige druk. Wij vinden dat in het Werkprogramma 2022 meer aandacht moet komen voor het oplossen van de problemen in het elektriciteitsnetwerk. Zowel via de reguliere aansluitingen alsook via onderzoek naar innovatieve oplossingen en/of alternatieven om de energietransitie mogelijk te maken. Het is belangrijk om hier gezamenlijk als gemeenten en regio in op te trekken. Thema economie De regio heeft met hard werken door ondernemers, werknemers, kennisinstellingen en overheden een uniek economisch profiel opgebouwd. De bestuurlijke 3-helixsamenwerking in de Stichting Brainport bepaalt de koers voor de verdere vormgeving van het hightech-ecosysteem.

De Stichting formuleert de noodzakelijke randvoorwaarden, die ertoe moeten leiden dat Zuidoost-Brabant haar positie als technologische topregio behoudt en versterkt. De langjarige samenwerking tussen Rijk,

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

100542-2400\TPU\HLE\-11

1. Het thema Talentontwikkeling, zoals verwoord in de BNA is in de uitvoering belegd bij Brainport Development en de Arbeidsmarktregio’s. 2. Als het gaat om het vergroten van de aantrekkingskracht voor talent, ligt de verbinding in de BNA-agenda in het verbeteren van het woon- en leefklimaat. Hierop vervult MRE in 2022 een procesmatige rol door de plannen vanuit de subregio’s (o.a. regionale

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

Heeze-Leende definitief

Provincie Noord-Brabant, de 21 gemeenten van de Metropoolregio en de Stichting Brainport is geborgd door de (dynamische) Brainport Nationale Actieagenda (BNA). Op de BNA is de vergroting van de aantrekkingskracht van talent opgenomen. Dit mag nadrukkelijker terugkomen in het werkprogramma, zodat helder wordt wat we daar als regio voor doen. Thema energietransitie Gemeente Heeze-Leende vraagt extra aandacht voor: - innovatie, - het meetellen van het geproduceerde biogas in de gemeentelijke bijdragen voor opwekking duurzame energie, - de problematiek met betrekking tot de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en - communicatie en participatie.

ontwikkelstrategieën) te verbinden met de BNA-agenda.

Innovatie: Brainport Development zorgt voor kennisdeling en verbinding tussen marktvraag en aanbod aan innovaties. Het Team MRE draagt hieraan bij door met gemeenten te verkennen welke innovaties bij kunnen dragen aan beleidsdoelen en hoe tot praktische toepassing te komen. Dit staat benoemd in het werkprogramma. Meetellen van het geproduceerde biogas in de gemeentelijke bijdragen: De opdracht, die we vanuit het Rijk hebben gekregen via de RES bevat op dit moment twee expliciete opgaven, die vanuit het landelijke Klimaatakkoord zijn vertaald. Dit zijn de opgaven voor de sector Elektriciteit en de sector Gebouwde Omgeving. Hierbij gaat het om enerzijds het zoeken naar locaties voor de realisatie van grootschalige opwekking van duurzame energie via zon en wind voor de sector Elektriciteit en anderzijds het zoeken naar oplossingen voor het verwarmen van de gebouwde omgeving via duurzame warmtebronnen. In de RES 1.0 is de bijdrage aan de opgave voor de sector Elektriciteit, die door gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven haalbaar wordt geacht, verwoord in een ambitie van 2TWh vóór 2030 via zon op dak en een aantal zoekgebieden voor wind- en zonne-energie op land. In ons ‘aanbod’ aan het Rijk kunnen we biogas niet meetellen. Dit komt wel aan bod in de onderlinge gesprekken tussen gemeenten in RES-verband. Netcongestie: zie hiervoor de voorgestelde tekst.

100542-2400\TPU\HLE\-12

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Netcongestie: Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof. Communicatie en participatie: Bij kader ‘Versnellen van de energietransitie/Wat doen we hiervoor?’: Bij gemeenten: Zorgen voor communicatie en participatie bij lokale projecten. Bij Team MRE: ‘Ondersteunen van gemeenten in communicatie en participatie’.

Communicatie en participatie: Communicatie en participatie is inderdaad essentieel voor realisatie van de energietransitie. Primair hebben gemeenten de rol om naar hun burgers te communiceren over de energietransitie of lokale projecten. Zij kunnen daarbij een beroep doen op inhoudelijke informatie en praktische hulpmiddelen vanuit de regio. Dit zal nog een keer expliciet worden benoemd in het werkprogramma. Helmond definitief

De gemeente Helmond stemt in met het Werkprogramma 2022. De reactie op het Ambitiedocument hebben wij afzonderlijk gestuurd, hoewel wij beide documenten in samenhang hebben bezien. Iedereen moet delen in het succes van de regio “Economisch gezien gaat het overall goed in onze regio. Dat betekent niet dat het overal goed gaat. In 2022 willen we vanuit het huidige samenwerkingsakkoord daarom de puntjes op de i zetten. En er vanuit het perspectief brede welvaart, met focus op onze vier thema’s eraan bijdragen dat een zo groot mogelijke groep kan delen in het succes dat onze regio ook kent dankzij het innovatieve hightech Brainportprofiel”. Deze inzet uit het voorwoord op het werkprogramma en uitwerking daarvan in hoofdstuk 2 onderschrijven wij volledig en is wat ons betreft ook de belangrijkste opgave de komende jaren. Wij zien het perspectief brede welvaart graag sterker landen op de regionale overlegtafels en zien het graag sterker meegenomen worden in de uitwerking van de inhoudelijke opgaven dan nu uit het werkprogramma naar voren komt. 2022 een overgangsjaar Bij de zienswijze op de Begroting 2022 gaven we aan dat 2022 een overgangsjaar is dat om flexibiliteit vraagt. Terecht geeft u aan het werkprogramma zoveel mogelijk te willen verbinden op de ambities en ontwikkelingen vanuit het Ambitiedocument.

100542-2400\TPU\HLE\-13

Het perspectief brede welvaart zal steviger worden neergezet. De komende maanden zal, als eerste aanzet de indicatoren van brede welvaart worden toegevoegd. Daarbij zal worden gekozen voor een groeimodel en zal in eerste instantie een kernset van indicatoren uit de Brede Welvaartsmonitor worden toegevoegd. Meer specifiek bij bijvoorbeeld het thema transitie landelijk gebied zullen deze nader uitgewerkt worden.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma nu niet aan te passen. In de komende maanden wordt een kernset met indicatoren uit de regionale monitor Brede Welvaart toegevoegd aan het Werkprogramma 2022

Zichtbare resultaten In de afzonderlijke thema hoofdstukken zien we niet alleen de beoogde resultaten voor 2022 terug, maar ook een overzicht van wat de samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven de afgelopen jaren heeft opgeleverd. Deze zichtbaarheid van wat de samenwerking oplevert is van groot belang als het gaat om het eigenaarschap en de betrokkenheid van gemeenten bij de samenwerking en het versterken daarvan. Thema mobiliteit Om de samenwerking te versterken zijn het afgelopen jaar rond het thema mobiliteit en energietransitie adviezen daarover opgesteld. In 2022 is het starten met het invoeren van “ het samenwerkingsmodel mobiliteitsdomein Metropoolregio Eindhoven” een van de concrete opgaven bij het thema mobiliteit, die echter nog niet in de schema’s bij dit thema is verwerkt. Wij wachten af welke besluiten daarbij van gemeenten gevraagd worden. Thema energietransitie Ook voor de coördinatie van de uitvoering van de RES1.0 is een advies opgesteld, waar in het werkprogramma nog geen verwijzing over is opgenomen. De Provincie heeft recent het beleidskader Landbouw en Voedsel opgesteld en werkt dit verder uit. Het nieuwe kabinet komt met middelen voor de landbouwtransitie. Hier liggen opgaven om de kansen, die zich hiermee voor de regio aandienen te benutten.

Wisselwerking thema’s en procesrol MRE In meerdere opzichten staat de regio voor een schaalsprong die in het Ambitiedocument sterker benoemd wordt dan in het werkprogramma. De intensieve samenwerking, die nodig is om de schaalsprong te kunnen maken vraagt ook om een scherpe articulatie van de rol van de MRE daarin. Het gaat daarbij ook om uitwerking van de wisselwerking tussen de thema's en een heldere, sturende procesrol van de MRE in de thema's.

100542-2400\TPU\HLE\-14

Op verschillende wijzen presenteren wij onze resultaten. Via bijvoorbeeld nieuwsbrieven, Metropoolconferenties, door bestuurders zelf tijdens lokale raadsvergaderingen, via social media-uitingen, door interviews met lokale media, zoals het ED. En het meest recent door de uitgave van ons eerste magazine “21”

Zoals afgesproken in het portefeuillehoudersoverleg worden aanpassingen voorgelegd aan de gemeenten ter instemming of voor besluitvorming.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma aan te vullen

Onder het kopje ‘2021 gerealiseerd’ staat opgenomen: ‘Opzet Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES 2022-2023 opgesteld met input externe verkenning uitvoeringskracht’. Bij resultaten staat vervolgens opgenomen ‘Vastgesteld Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES MRE 2022-2023 door de 21 gemeenten, provincie en waterschappen.’ 2022 is een overgangsjaar, waarin we in het proces van het nieuwe samenwerkingsakkoord de meer strategische doorontwikkeling van de rol van de samenwerking MRE scherper zullen gaan invullen. Een van de voorbeelden daarin is een integraal bestuurdersoverleg over de 4 thema’s medio juni/juli.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma niet aan te passen.

Pagina 19 toevoegen als resultaat in 2022: Samenwerkingsmodel mobiliteit verder uitwerken en invoeren.

Thema : Samenwerking en strategie “Samenwerken als zodanig is geen inhoudelijk thema. Maar aandacht voor eigenaarschap en medeverantwoordelijkheid zijn randvoorwaardelijk voor het blijven boeken van inhoudelijke resultaten.” Deze benadering onderschrijven wij. In de bijlage van het Ambitiedocument beschrijft u het complexe samenwerkingslandschap. “Door steeds meer en beter met elkaar te werken, kunnen we als regio gezamenlijk optrekken richting provincie en Rijk. Ieder heeft daarin zijn rol en verantwoordelijkheid”. Het blijft van belang om te gaan met het complexe samenwerkingslandschap vanuit de gedachte dat we in de regio verschillende samenwerkingsverbanden kennen, maar we uiteindelijk moeten samenwerken in het belang van één regio. Daar gaan we voor. Thema energietransitie – technische opmerking Problemen elektriciteitsnetwerk om de energietransitie mogelijk te maken Dit stond als aandachtspunt in 2021 en is doorgeschoven naar 2022 met de beperkte tekst in wat er op de planning staat: ‘’organiseren afstemming en overleg in relatie tot capaciteit elektriciteitsnetwerk’’. Het is een heel belangrijk punt en dit zou meer aandacht mogen krijgen. Kan dit beter worden benadrukt in het werkprogramma?

Laarbeek definitief

Het Werkprogramma 2022 is de laatste binnen het huidige samenwerkingsakkoord. Het werkprogramma geeft in afdoende mate de reguliere werkzaamheden weer alsmede acties om te komen tot doorontwikkeling van de

100542-2400\TPU\HLE\-15

Het samenwerkingslandschap in ZuidoostBrabant is zeer divers van aard. De meerschaligheid van de opgaven en de al eerder beschreven schaalsprong vragen om een sterkere samenwerking, als zijnde een complete regio, zonder ‘op elkaars stoel’ te gaan zitten.

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

Nuenen c.a. definitief

Oirschot definitief

regionale inhoudelijke agenda. Het werkprogramma is opgesteld met als uitgangspunt de financiële kaders van de vastgestelde begroting. Hierdoor kan de gemeenteraad van Laarbeek instemmen met het concept-Werkprogramma 2022 MRE en heeft hierover geen aanvullende opmerkingen. Het Werkprogramma 2022 met betrekking tot de inhoudelijke thema’s ligt in lijn met het Werkprogramma 2021 en het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 en geeft ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. In de inleiding geeft u aan dat aankomend jaar een overgangsjaar is. Naast het werkprogramma, wordt er ook gewerkt aan een nieuw samenwerkingsakkoord. Hiertoe is het Ambitiedocument “Balans in economische groei” opgesteld. In dat kader vragen wij aandacht voor het rekenkamerrapport “MRE & SGE regionale opgaven” dat eind november 2021 is verschenen. In dit rapport zijn onder andere de bevindingen van het onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de samenwerking binnen MRE beschreven. De conclusies en aanbevelingen geven ons inziens aanleiding om de huidige samenwerking binnen de MRE nader te bezien en hierover met elkaar het gesprek te voeren. In het proces om tot een nieuw samenwerkingsakkoord te komen zou naast het ambitiedocument ook uitdrukkelijk de conclusies en de aanbevelingen uit dit rekenkamerrapport betrokken moeten worden.

Het Werkprogramma 2022 geeft ons voldoende aanknopingspunten om gezamenlijk aan de slag te gaan om de welvaart en het welzijn van onze inwoners te bevorderen. Wij kunnen instemmen met het voorliggende werkprogramma onder het indienen van de volgende zienswijze met betrekking tot het thema energie: Thema energietransitie In het Werkprogramma 2022 zal meer aandacht

100542-2400\TPU\HLE\-16

Binnen het proces om te komen tot een nieuw samenwerkingsakkoord wordt het rekenkameronderzoek betrokken. Daarmee zijn ook de 14 gemeenten, die niet hebben deelgenomen aan het rekenkameronderzoek in de gelegenheid om zich hierover een mening te vormen.

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen.

moeten komen voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Zowel via de reguliere aansluiting op het elektriciteitsnetwerk alsook onderzoek naar innovatieve oplossingen en/of alternatieven om de energietransitie mogelijk te maken. Het gezamenlijk optrekken, als gemeenten en regio, heeft hierin een duidelijke meerwaarde en is van groot belang.

Reusel-De Mierden definitief

Geen zienswijze in te dienen op het conceptWerkprogramma 2022 voor de thema's economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en samenwerking en strategie. Thema energietransitie Een zienswijze in te dienen op het conceptWerkprogramma 2022 voor het thema energietransitie, waarin meer aandacht wordt gevraagd voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Motivering De Metropoolregio Eindhoven heeft, in navolging van de Kempengemeenten, een milieueffectenonderzoek uitgevoerd (PlanMER) om tot een zorgvuldige analyse van mogelijke zoekgebieden voor grootschalige opwek te komen. De gemeenten hebben mede op basis van het PlanMER keuzes gemaakt voor (het openstellen van) zoekgebieden voor grootschalige opwek. Deze keuzes zijn vertaald in inschattingen van opbrengsten in deze zoekgebieden, zodat de Metropoolregio Eindhoven inzicht heeft in de potentie van duurzame opwek in haar regio. Het bod dat we als Metropoolregio Eindhoven hebben gedaan

100542-2400\TPU\HLE\-17

aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

Door meerdere gemeenten wordt gevraagd om de problematiek van de netcongestie en de aanpak daarvan explicieter te benoemen in het werkprogramma. Zie hiervoor de voorgestelde tekst.

Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma als volgt aan te vullen. Het elektriciteitsnet loopt op steeds meer plekken tegen haar grenzen aan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet via o.a. zon op dak of windenergie en zonne-energie op land. Ook het leveren van elektriciteit aan nieuwe bedrijven, bedrijfsactiviteiten of woningen is binnenkort niet of nauwelijks meer mogelijk, met alle gevolgen voor het vestigingsklimaat in de MRE-regio van dien. Daarom is het belangrijk dat we – Brabantbreed en gezamenlijk als gemeenten en regio – bestuurlijk met de netbeheerders afstemmen wat de meest wenselijke volgorde is voor de benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerken. Ook zoeken we gezamenlijk waar alternatieve oplossingen soelaas kunnen bieden, zoals de toepassing van waterstof.

richting het Rijk is, naast gedragen, ook goed onderbouwd en daarom realistisch. Het bod is om 2 TWh aan duurzame opwek bij te dragen aan het doel van 35 TWh, in het jaar 2030. Helaas is het al enige tijd bekend dat we in de regio kampen met (ernstige) congestie van het elektriciteitsnet. Het merendeel van de gebieden heeft geen transportcapaciteit meer, maar hier wordt door middel van congestiemanagement onderzocht of er eventueel nog (zeer beperkte) ruimte beschikbaar komt. In de Kempengemeenten is echter reeds sprake van ernstige congestie. Hier is zelfs met congestiemanagement geen enkele transportcapaciteit meer beschikbaar. Ook de status van de andere drie subregio’s verandert in de nabije toekomst naar ‘ernstige congestie’. De onontkoombare noodzakelijke investeringen/ verzwaringen zijn evident. Niet alleen om de benodigde duurzame energie op te kunnen ontsluiten, maar ook om het draagvlak bij onze inwoners op peil te houden. Daarbij staat de Metropoolregio Eindhoven bijdrage van 2 TWh aan het landelijke doel van 35 TWh onder ernstige druk.

Someren definitief

Wat ons betreft zou er in het Werkprogramma 2022 dus meer aandacht moeten komen voor het oplossen van de problemen omtrent netcongestie. Zowel via de reguliere aansluiting op het elektriciteitsnetwerk alsook onderzoek naar innovatieve oplossingen en/of alternatieven om de energietransitie mogelijk te maken. Het gezamenlijk optrekken, als gemeenten en regio, heeft hierin een duidelijke meerwaarde en is van groot belang. U geeft aan dat u beseft ‘dat de raadsagenda’s in deze periode (over)vol zitten’. Echter, niet zo zeer de lengte van de raadsagenda is een punt van discussie maar wel de korte voorbereidingstijd door de erg late aanlevering van dit document. (Niet voorafgaand aan maar pas tijdens het raadsvoorbereidingsproces.) Daarmee riskeert u – geheel onnodig – dat dit

100542-2400\TPU\HLE\-18

Naast de zienswijzenprocedure is er aan de voorzijde in het proces veel ruimte geweest om inbreng te leveren. Via de portefeuillehouders op de thema’s en via de Metropoolconferentie. Het nadeel van zienswijzen aan 21 gemeenteraden is ook de 21 verschillende procedures, die gemeenten lokaal hanteren en een daarbij behorende doorlooptijd. We

(mede) ten koste gaat van het draagvlak voor en de betrokkenheid bij regionale samenwerking. Wij verzoeken u dan ook met klem hier in de toekomst (wel) rekening mee te houden.

Son en Breugel definitief

Onder Landelijk en stedelijk gebied, Wat willen we bereiken?, pag. 39 Actiepunt ‘voedselkringloop’. Vraag: Wat betekent dit voor de agrariërs in ons buitengebied en wat gaat dit betekenen voor het buitengebied zelf? Onder hoofdstuk 8 t/m 10, pag. 40-51 Onze in de reactie op het Ambitiedocument opgenomen opmerkingen over de voorwaarden voor regionale samenwerking gelden onverkort ook voor het werkprogramma Met dit werkprogramma gaan we het vierde (en laatste) jaar in van de Samenwerkingsakkoord 2019 - 2022. Een bijzonder jaar dus, waarin we in MRE-verband enerzijds verder gaan op de ingeslagen weg en anderzijds gaan voorsorteren op een nieuw samenwerkingsakkoord. Dat zien we ook terug in het conceptWerkprogramma 2022. Enerzijds een bekende opzet en bekende thema’s, doelen en acties, wat continuïteit uitstraalt; anderzijds herkennen we ook de eerste stappen van een lichte wijziging in de koers, waarin we zien dat we met elkaar lerende zijn. Met dit laatste doelen we op de aandacht, die de laatste jaren in de regio is ontstaan voor Brede Welvaart. Dit stemt ons positief. Vanuit dit perspectief is het ook logisch dat de missie nog niet is aangepast. Deze komt immers voort uit het huidige samenwerkingsakkoord. Tegelijkertijd lezen we ook dat we in MREverband met elkaar vanuit het brede welvaartsperspectief naar de verschillende opgaven gaan kijken.

Belangrijk is volgens ons dat we samen gaan leren hoe we ons denken en handelen daadwerkelijk kunnen aanpassen met het oog op het realiseren van doelen in het kader Brede

100542-2400\TPU\HLE\-19

proberen rekening te houden met voldoende tijd om voor de zienswijzenprocedure. In dit geval betrof dat ruim 2 maanden. Daarbij proberen we ook constructief mee te denken door bijvoorbeeld daarnaast nog 3 weken extra ruimte te bieden en met concept-zienswijzen te werken. Het onderwerp voedselkringloop staat op de agenda om grip te krijgen op, en richting te geven aan de veranderingen die op de landbouw en het buitengebied afkomen.

We nemen uw reactie mee in het proces voor de doorontwikkeling van het samenwerkingsakkoord.

Het perspectief brede welvaart zal de komende maanden nog verder aangescherpt worden in het Werkprogramma 2022. Daarbij te beginnen door een kernset van indicatoren uit de regionale monitor Brede Welvaart te koppelen aan het Werkprogramma 2022

2022 is een overgangsjaar. Met het proces om te komen tot een nieuw samenwerkingsakkoord willen we ook, samen met u, verkennen hoe er een goede invulling gegeven kan worden aan het begrip brede welvaart en de kwaliteit van de leefomgeving van de inwoners in onze regio.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma niet aan te passen.

Valkenswaard concept voor cie. 10-2 raad 24-2

Veldhoven definitief

Welvaart. Dit samen ontdekken en leren is in onze ogen ook een belangrijke meerwaarde van de samenwerking in MRE-verband. Dit leertraject zien we ook terug in het werkprogramma. En daar willen wij komend jaar graag onze bijdrage aan leveren. Ten slotte zien we dat de snelle ontwikkeling en groei van onze regio ons dwingen om als samenwerkende en individuele gemeenten onze rol als overheid adequaat op te pakken. Dit betekent dat de opdrachten in het werkprogramma voortvarend moeten worden uitgevoerd. Hierbij merken wij wel op dat de opdrachten in het programma onvoldoende in concreet meetbare doelen en resultaten zijn beschreven. Wij vragen hier bij de verdere uitwerking en uitvoering van de opdrachten aandacht voor. En wij zouden graag zien dat bij het opstellen van toekomstige werkprogramma’s op voorhand reeds een grotere mate van concreetheid wordt toegepast. De Gemeenteraad van Valkenswaard constateert dat het Werkprogramma 2022 een voortzetting betreft van het voorgaande werkprogramma en bevat geen nieuwe plannen. Het sluit daarmee vanzelfsprekend aan op het Samenwerkingsakkoord 2019-2022, wat de basis vormt voor onze samenwerking. Bovendien is dit passend bij het feit dat dit jaar verkiezingen plaatsvinden en dat eind dit jaar tevens besluitvorming plaatsvindt rondom een nieuw samenwerkingsakkoord.

Om deze redenen heeft de gemeente Valkenswaard geen op- of aanmerkingen op het concept-Werkprogramma 2022. Het is alom bekend en gewaardeerd dat onze regio economisch bloeit. Hierop is onze regionale strategie ook gericht. Graag zien wij als uitwerking van onze regionale strategie dat groeiscenario’s worden onderzocht en uitgewerkt. Wat betekent het voor de regio in brede zin als de groei in het huidige tempo doorzet. Of als de groei verdubbelt of halveert. De keuzes die we als regio bij elk scenario

100542-2400\TPU\HLE\-20

De afgelopen jaren zijn de werkprogramma’s in toenemende mate concreter geworden. Het portefeuillehoudersoverleg van 21 bestuurders heeft daarover overeenstemming gevonden. Met het proces van het nieuwe samenwerkingsakkoord zullen we de mate van concreetheid ook beter koppelen aan het beoogd effect op regionale schaal.

Tijdens de raadsvergadering van 24 februari is door de gemeenteraad van Valkenswaard nog een amendement aangenomen. De punten die daarin zijn genoemd rondom bijvoorbeeld talent zullen nog ingebracht worden in de verschillende portefeuillehoudersoverleggen.

Het principe van scenariodenken draagt bij aan het tijdig kunnen anticiperen op ontwikkelingen. De schaalsprong en de versnelling in de economische groei van o.a. ASML hadden we 2 jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. De opgaven, die nu ook op het bordje van de overheid liggen vragen om slim(mer) samenwerken. In het proces van het nieuwe

Waalre definitief

kunnen maken, hebben grote invloed op ons daily urban system en op de opgaven die we hebben. In het werkprogramma komt brede welvaart regelmatig aan bod. Voor ons is nu niet duidelijk welke plaats dit belangrijke onderwerp precies heeft binnen de regionale samenwerking. Wij vragen u dan ook om met de triple helix partijen af te stemmen aan welke tafel brede welvaart wordt belegd. Binnen de opgave Doorontwikkelen van het mobiliteitssysteem binnen thema mobiliteit vragen wij om krachtig in te zetten op gedragsverandering in mobiliteit. Minder met de auto, en meer met de fiets en openbaar vervoer. Dit draagt bij aan een duurzaam mobiliteitssysteem. En aan een houdbaar mobiliteitssysteem als we kijken naar de verstedelijkingsopgave. Tot slot is in november het rekenkamerrapport naar SGE en MRE verschenen. Wij zien graag dat de bevindingen uit dit rapport bespreekbaar worden gemaakt in het bestuur. En dat deze bevindingen worden betrokken bij het opstellen van het Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Wij wensen u alle succes toe met de uitvoering van het werkprogramma in 2022. Wij danken u voor het concept-Werkprogramma 2022 van de Metropoolregio Eindhoven. Wij zijn blij dat dit in een interactief proces tot stand is gekomen en daarmee een product is van alle samenwerkende gemeenten. Wij voelen ons daarmee mede-eigenaar van dit werkprogramma.

Dat maakt dat we kunnen instemmen met dit werkprogramma. Wij vragen uw aandacht voor een aantal opmerkingen. In eerdere werkprogramma’s hebben wij ervoor gepleit steeds focus aan te blijven brengen en slechts zaken gezamenlijk op te pakken, die daadwerkelijk en aantoonbaar meerwaarde hebben. Wat ons betreft was en is dat de opdracht die we onszelf in de samenwerking steeds voor ogen moeten blijven houden. Het

100542-2400\TPU\HLE\-21

samenwerkingsakkoord zal deze vorm van anticiperen op opgaven worden meegenomen. Brede welvaart is een containerbegrip wat door verschillend kan worden benaderd. In eerste aanzet wordt vanuit het perspectief van brede welvaart naar ons huidige werkprogramma gekeken. Binnen het proces rondom het nieuwe samenwerkingsakkoord zal dit nog verder worden uitgewerkt. Het is aan de gemeenten samen om te besluiten hier krachtig op in te zetten. Deze input zal meegenomen worden in het toekomstbeeld mobiliteit, waarin de visie en ambitie van alle gemeenten in de regio wordt vastgelegd.

De bevindingen van het rekenkamerrapport zullen worden betrokken bij het proces van het nieuwe samenwerkingsakkoord.

De afgelopen jaren zijn de werkprogramma’s in toenemende mate concreter geworden. Het portefeuillehoudersoverleg van 21 bestuurders heeft daarover overeenstemming gevonden. Met het proces van het nieuwe samenwerkingsakkoord zullen we de mate van concreetheid ook beter koppelen aan het beoogd effect op regionale schaal.

werkprogramma heeft per thema de focus maar mag concreter de resultaten benoemen. De aanbevelingen van de gezamenlijke Rekenkamercommissies die eind 2021 zijn opgeleverd zien we graag op onderdelen terug in het Werkprogramma 2022. De acties en beoogde resultaten mogen meer SMART geformuleerd worden. Om duidelijk te maken wat we in 2022 nog doen en wat naar de volgende bestuursperiode wordt doorgeschoven. We gaan in 2022 een nieuw samenwerkingsakkoord sluiten. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie, ook in relatie tot de samenwerking in de subregio’s, kan tot andere inzichten leiden voor wat de thema’s en taak- en/of rolverdeling betreft. Een eerste aanzet hiervoor zien we graag terug in dit werkprogramma en het nieuwe samenwerkingsakkoord. Thema energietransitie Een derde aandachtspunt is dat uitvoering van de RES op termijn een andere manier van uitvoering nodig heeft. De uitvoering van de RES gaat op termijn meer formatie en middelen vergen dan nu opgenomen in het Werkprogramma 2022. Bij de herijking van het samenwerkingsakkoord vanaf 2022 vragen wij om aandacht hiervoor.

Wij zien de samenwerking in de Metropoolregio in 2022 weer met vertrouwen tegemoet en zullen ons daarvoor ook inzetten.

100542-2400\TPU\HLE\-22

De bevindingen van het rekenkamerrapport zullen worden betrokken bij het proces van het nieuwe samenwerkingsakkoord

De bevindingen van het rekenkamerrapport zullen worden betrokken bij het proces van het nieuwe samenwerkingsakkoord.

Het nationale Klimaatakkoord vergt extra uitvoering door gemeenten. Onder de noemer van de RES verkennen de gemeenten voor een deel van de opgaven binnen het nationale Klimaatakkoord, waar en hoe hierin doelmatig kan worden samengewerkt. In het Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma RES wordt in beeld gebracht hoe gemeenten deze verkenning organiseren en op welke vlakken een doelmatige samenwerking vorm krijgt. Deze inzichten kunnen worden betrokken in herijking van het MRE Samenwerkingsakkoord vanaf 2022.

Voorstel: de tekst van het werkprogramma niet aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=1a454f7a-df37-4e8f-8b51-93efef47653c