22.06.03A 20 Bijlage 1 2e versie - Handreiking Gemeentelijke Opvang Oekraïners (GOO).pdf
Tekst van het document
HANDREIKING GEMEENTELIJKE OPVANG OEKRAÏNERS (GOO)
VERSIE 2.0, 4 APRIL 2022
VOORWOORD Op 24 februari 2022 begon de grootschalige aanval van Rusland op Oekraïne. Deze oorlog heeft geleid tot grote vluchtelingenstromen, zowel in Oekraïne als naar de buurlanden. Deze vluchtelingen worden op dit moment met name opgevangen in de buurlanden. Het is de verwachting dat een deel van de groep zal doorreizen naar andere delen van Europa waaronder Nederland. Welk deel naar Nederland zal komen, is nu niet te voorzien. Het kabinet houdt er rekening mee dat het de komende weken en maanden kan gaan om vele tienduizenden vluchtelingen. Nederland wil de vluchtelingen uit Oekraïne ruimhartig opvangen en bereidt zich daarop voor. Op 7 maart 2022 heeft het Veiligheidsberaad ingestemd met de opdracht van het kabinet om via de voorzitters van de veiligheidsregio´s de gemeenten te verzoeken opvang op te zetten en te beheren voor vluchtelingen uit Oekraïne die naar Nederland vluchten. Het gaat dan om 50.000 opvangplekken. Als er in een volgende fase nog meer vluchtelingen vanuit Oekraïne naar Nederland komen en er sprake is van langduriger en duurzaam verblijf, dan vraagt dit een meer programmatische nationale aanpak. Die aanpak is nu in voorbereiding.
Om gemeenten te helpen bij het opzetten en beheren van deze opvanglocaties heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid samen met de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en andere partners buiten de Rijksoverheid een voorlopige Handreiking Gemeentelijke Opvang Oekraïners (hierna: GOO) opgesteld. De Handreiking biedt handvatten die gemeenten ondersteunen bij de organisatie en uitvoering van de GOO. Uitgangspunt is dat de GOO toegankelijk is voor alle vluchtelingen uit Oekraïne. De voorzieningen en rechten voor deze vluchtelingen dienen zoveel mogelijk gelijkwaardig te zijn aan de rechten en voorzieningen van personen die worden opgevangen via het reguliere asielproces. Het kabinet zal van Rijkswege de kosten die gemaakt worden integraal vergoeden. De Handreiking beschrijft de onderdelen en aspecten die voor iedere gemeente van toepassing zijn bij de organisatie, inrichting en inzet van de GOO. Het is daarmee geen uitputtende of allesomvattende handreiking. Veel onderdelen moeten nog nader uitgewerkt worden en daarnaast zal er sprake zijn van meer gemeente- en locatiespecifieke situaties, die door iedere gemeente zelf nader ingevuld moeten worden.
Ook wordt niet verlangd dat de opvang in alle gemeenten vanaf de eerste dag aan alle richtlijnen voldoet. De Handreiking zal bovendien regelmatig geactualiseerd worden op basis van nieuwe informatie, beleidsontwikkelingen of reacties die komen vanuit gemeenten, veiligheidsregio’s of andere betrokken partijen. Deze Handreiking ziet alleen op de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in gemeentelijke opvanglocaties en niet op de opvang door particulieren. Een Handreiking Particuliere Opvang Oekraïners (POO) voor burgers die overwegen een Oekraïense vluchteling thuis opvang te bieden, is op 25 maart 2022 gepubliceerd. Het kabinet heeft het Veiligheidsberaad van 7 maart 2022 ook verzocht voorlopig een coördinatiepunt per veiligheidsregio in te richten voor COA-opvang van asielzoekers uit andere landen. De asielopvang stond reeds zeer onder druk. In tegenstelling tot de GOO worden reguliere asielopvanglocaties opgezet en beheerd door het COA. Voor het realiseren van de asielopvang, is het COA wel afhankelijk van de medewerking van gemeenten. We zien ook dat er mensen uit Oekraïne vluchten die daar weliswaar gevestigd waren, maar oorspronkelijk uit een ander land komen. Waar mogelijk zullen we die mensen ondersteunen bij terugkeer naar hun land van herkomst.
1
Rijk en medeoverheden staan voor een enorme uitdaging om de komende periode te zorgen voor waardige en stabiele opvang voor veel mensen. Het Rijk realiseert zich dat daarvoor de nodige inzet van gemeenten verlangd wordt. Ik wil daarvoor de gemeenten nu al van harte danken. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
E. van der Burg
2
Inhoud
VOORWOORD ..................................................................................................................................... 1 A
ALGEMEEN ................................................................................................................................... 5 1
OPDRACHTEN AAN DE VOORZITTERS VAN DE VEILIGHEIDSREGIO’S............ 5
2
DUUR VAN HET VERBLIJF IN DE GOO .......................................................................... 6
3
DOELGROEP VOOR VERBLIJF IN DE GOO ................................................................... 6
4
REGISTRATIE EN INSCHRIJVING BRP EN TOEGANG VERBLIJF IN DE GOO .. 8
5
ORGANISATIE EN STRUCTUUR BIJ INZET GOO ..................................................... 12
6
VERGUNNINGEN.................................................................................................................. 13
7
ONTZEGGEN TOEGANG TOT LOCATIE EN DEMONSTRATIE ............................... 14
8
FINANCIERING VAN DE GOO ......................................................................................... 14
9
VERSTREKKINGEN AAN DOELGROEP GOO ............................................................... 14
B
UITVOERING ............................................................................................................................. 16 1
VOORZIENINGEN IN DE GOO ........................................................................................ 16
2
ACTIVITEITEN ...................................................................................................................... 18
3
VEILIGHEID EN LEEFBAARHEID.................................................................................... 18
4
INCIDENTEN ......................................................................................................................... 21
5
MEDEWERKERS IN EEN GOO ......................................................................................... 21
6
VRIJWILLIGERS IN EEN GOO ......................................................................................... 22
7
CORONA ................................................................................................................................. 23
8
SCHADE AFWIKKELING EN VERZEKERING............................................................... 25
9
NAZORG ................................................................................................................................. 25
C
GEZONDHEIDSZORG............................................................................................................. 26 1
MEDISCHE ZORG ................................................................................................................ 26
2
TECHNISCHE HYGIËNEZORG ......................................................................................... 26
D
ONDERWIJS .............................................................................................................................. 27 1
PRIMAIR EN VOORTGEZET ONDERWIJS .................................................................... 27
2
VOORSCHOOLSE EDUCATIE ........................................................................................... 27
E
TOEGANG TOT DE ARBEIDSMARKT ................................................................................. 28
F
COMMUNICATIE....................................................................................................................... 29 1
COMMUNICATIE OVER GOO ........................................................................................... 29
BIJLAGE BIJ DEEL A....................................................................................................................... 31 BIJLAGE I ....................................................................................................................................... 31 BIJLAGE II ..................................................................................................................................... 32 BIJLAGE III.................................................................................................................................... 33 3
BIJLAGE BIJ DEEL B....................................................................................................................... 34 BIJLAGE I ....................................................................................................................................... 34 BIJLAGE II ..................................................................................................................................... 36 BIJLAGE III.................................................................................................................................... 39 BIJLAGE IV .................................................................................................................................... 42 BIJLAGE BIJ DEEL C....................................................................................................................... 44 BIJLAGE I ....................................................................................................................................... 44 BIJLAGE II ..................................................................................................................................... 47 BIJLAGE III....................................................................................................................................
50 BIJLAGE IV .................................................................................................................................... 52 BIJLAGE BIJ DEEL F ....................................................................................................................... 54 BIJLAGE I ....................................................................................................................................... 54 BIJLAGE II ..................................................................................................................................... 60
4
A
ALGEMEEN
Deel A van de Handreiking GOO behandelt de opdracht aan het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio´s, de doelgroepen voor en duur van de GOO en de registratie. Daarnaast wordt kort ingegaan op de crisisstructuur die nu ingesteld is. 1
OPDRACHTEN AAN DE VOORZITTERS VAN DE VEILIGHEIDSREGIO’S
Vanwege de komst van mogelijk vele vluchtelingen uit Oekraïne naar Nederland en de noodzaak om vele opvangplekken te realiseren op korte termijn, heeft het kabinet op 7 maart 2022 het Veiligheidsberaad en de voorzitters van de veiligheidsregio´s verzocht de realisatie van opvang van vluchtelingen uit Oekraïne te coördineren. De voorzitters van de veiligheidsregio’s zijn gevraagd om bij deze landelijke crisis, die alle gemeenten en veiligheidsregio’s raakt en daarmee van meer dan plaatselijke betekenis is, invulling te geven aan hun coördinerende verantwoordelijkheid die zij op grond van de Wet veiligheidsregio’s hebben. Concreet vraagt het kabinet daarbij aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s om de volgende opgaven ter hand te nemen: 1. Coördineer binnen de veiligheidsregio de realisatie van opvanglocaties om minimaal 1.000 vluchtelingen uit Oekraïne binnen twee weken (na 7 maart 2022) op te vangen of zoveel sneller als mogelijk. Het gaat hierbij om het volledig realiseren van locaties, het inrichten van locaties en de daadwerkelijke zelfstandige exploitatie. Dit kan een mix zijn van publieke, private en/of publiek-private initiatieven. De looptijd van de opvang zal nader moeten worden bezien en hangt af van de ontwikkeling van de instroom van het aantal vluchtelingen.
Houd rekening met ten minste zes maanden, waarbij tussentijds aan de hand van dan beschikbare informatie bekeken zal worden of deze termijn nog passend is. 2. Coördineer vervolgens binnen de veiligheidsregio de realisatie van opvanglocaties om daarbovenop 1.000 vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen. Het gaat hierbij om het realiseren van locaties, het inrichten van locaties en de daadwerkelijke zelfstandige exploitatie. Dit kan een mix zijn van publieke, private en/of publiek-private initiatieven. De looptijd van de opvang zal nader moeten worden bezien en hangt af van de ontwikkeling van de instroom van het aantal vluchtelingen. 3. Geef binnen vijf dagen een beeld van de mogelijkheden die er per veiligheidsregio zijn om deze grootschalige opvang van vluchtelingen te organiseren. Daarnaast zijn het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio´s verzocht om voorlopig een coördinatiepunt per veiligheidsregio in te richten voor COA-opvang van asielzoekers uit andere landen. Om gemeenten niet vanuit twee lijnen te bevragen en om verdringing te voorkomen ten aanzien van de realisatie van opvanglocaties is het verstandig om de coördinatie van beide opgaven tijdelijk in één hand te leggen. Het COA blijft deze locaties wel opzetten, inrichten en exploiteren.
Deze Handreiking GOO ziet op: het opzetten en beheren van de gemeentelijke locaties het organiseren van overige dienstverlening onder verantwoordelijkheid van de gemeente, bijv. op het gebied van onderwijs en zorg.
5
Dit geldt voor alle vluchtelingen uit Oekraïne die in de gemeente verblijven. Naast een Handreiking GOO is op 25 maart 2022 ook een Handreiking Particuliere Opvang Oekraïners (POO) gepubliceerd voor burgers die overwegen om een vluchteling uit Oekraïne tijdelijk in huis op te nemen. De opdracht aan het Veiligheidsberaad om binnen iedere veiligheidsregio de realisatie van opvanglocaties voor 2.000 vluchtelingen te coördineren, ziet alleen op de GOO en staat los van de particuliere opvang door gastgezinnen (POO). Taak van de burgemeesters In een Kamerbrief van 8 maart 2022 heeft het kabinet aangekondigd dat het voornemens is om noodrecht in te zetten (zonder de noodtoestand af te kondigen), indien er sprake is van buitengewone omstandigheden vanwege een zeer grote toestroom van ontheemden uit Oekraïne. Die voorwaarde is vervuld: de toestroom van ontheemden uit Oekraïne is dermate hoog dat Nederland niet in staat is aan hen binnen de bestaande structuren (nood)opvang te bieden. Daarom heeft de regering besloten om op zo kortst mogelijke termijn, en derhalve per 1 april 2022, de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking in werking te stellen. Daardoor krijgen de burgemeesters de wettelijke taak om te voorzien in de opvang van ontheemden uit Oekraïne.
Doel is dat we via deze activering van noodrecht met elkaar in staat zijn om voldoende opvangplekken voor ontheemden uit Oekraïne te realiseren. De wettelijke taak van burgemeesters bestaat ook uit het zorgdragen voor opvang, waaronder de huisvesting en verzorging. In de Regeling opvang ontheemden Oekraïne staat nadere regelgeving over de invulling van dezen taken bijvoorbeeld het zorgdragen voor opvangvoorzieningen die aan minimumeisen verbonden zijn (bijvoorbeeld de eisen voor brandveiligheid) en het uitkeren van verstrekkingen in de gemeentelijke opvang Oekraïners (GOO). Volgens de regeling moeten burgemeesters in de GOO de volgende zaken verstrekken: onderdak, een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven, recreatieve en educatieve activiteiten, een verzekering tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid en de eventuele betaling van buitengewone kosten (zoals kosten voor schoolvervoer). 2
DUUR VAN HET VERBLIJF IN DE GOO
De Veiligheidsregio´s zijn gevraagd rekening te houden met een duur van ten minste zes maanden voor de opvang (zie opdracht onder 1). Het heeft de voorkeur dat zoveel mogelijk wordt ingezet op locaties voor een lange duur (dus niet enkele weken) om (veelvuldig) verhuizen en een ingewikkeld logistiek proces te voorkomen. Op deze manier kunnen kinderen in de leerplichtige leeftijd ook (zoveel mogelijk) op dezelfde schoollocatie onderwijs krijgen. 3
DOELGROEP VOOR VERBLIJF IN DE GOO
De volgende categorieën komen in aanmerking voor opvang en verblijf in een GOO: 1. Personen met de Oekraïense nationaliteit die:
6
a. Op 23 februari 20221 in Oekraïne verbleven; b. op of na 27 november 2021 Oekraïne zijn ontvlucht omdat de spanningen toenamen of die zich op of na 27 november 2021 op het grondgebied van de Unie bevonden (bijvoorbeeld voor vakantie of werk); c. kunnen aantonen dat zij in de periode vóór 27 november 2021 al in Nederland verbleven, bijvoorbeeld vanwege een eerder ingediende asielaanvraag, op basis van een reguliere verblijfsvergunning of een verblijfsvergunning die is beëindigd; 2. Staatlozen of derdelanders met een andere nationaliteit dan de Oekraïense, die: a. op 23 februari 2022 in Oekraïne internationale bescherming of gelijkwaardige nationale bescherming genoten; b. op 23 februari 2022 een (andere) geldige Oekraïense verblijfsvergunning hadden; 3. Gezinsleden van de onder 1) en 2) genoemde personen: a. Huwelijkspartner of niet-gehuwde partner waarmee een duurzame relatie wordt onderhouden; b. Minderjarige ongehuwde kinderen (binnen of buiten huwelijk geboren of geadopteerd); c. Andere naaste familieleden die met het gezin samenwoonden en die volledig of grotendeels afhankelijk zijn. Onder de groep vluchtelingen uit Oekraïne bevinden zich relatief veel vrouwen, (kleine) kinderen en ouderen. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv´s) uit Oekraïne Onder de huidige vluchtelingen uit Oekraïne bevinden zich ook amv´s. Deze kinderen zijn kwetsbaar.
Het is daarom heel belangrijk om deze doelgroep goed in de gaten te houden en ervoor te zorgen dat ze op een veilige plek terecht komen. Hierbij is het van belang dat er in de opvang specifieke begeleiding en aandacht is voor hen. De gemeente kan op 3 manieren te maken krijgen met deze alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv). Daaronder wordt ook verstaan minderjarige vluchtelingen die zich bij volwassenen bevinden die geen ouderlijk gezag hebben. 1. U treft een amv uit Oekraïne in een gezin aan in uw gemeente of een gezin met een meereizende amv meldt zich bij uw gemeente. 2. Uw gemeente krijgt een aankondiging dat op korte termijn een groep amv’s uit Oekraïne arriveert. 3. In uw gemeente meldt zich een amv uit Oekraïne of een groep amv’s uit Oekraïne zonder aankondiging. Deze verschillende scenario’s vereisen een verschillende aanpak. Hieronder is dit uitgewerkt. 1. Amv’s uit Oekraïne in gezinnen In gevallen waarin amv’s begeleid worden door volwassenen of worden opgevangen door een gastgezin en zich melden bij een gemeente, kan direct contact opgenomen worden met het dichtstbijzijnde kantoor van de Raad voor de Kinderbescherming. Een overzicht van de kantoren en de bijbehorende contactgegevens vindt u via deze link https://www.kinderbescherming.nl/contact-en-adressen.
De Raad voor de Kinderbescherming zal het gastgezin screenen en bezien of er in gezag voorzien dient te worden. De inzet is om amv’s uit Oekraïne in dergelijke gevallen zoveel mogelijk bij het
1
De formulering in het Raadsbesluit is: ‘vóór 24 februari’. Met het oog op een soepele uitvoering wordt dat hier gelezen als ‘op 23 februari’.
7
gastgezin op te blijven vangen. Indien de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek om voogdij doet, zal voogdijinstelling Nidos gevraagd worden dit uit te voeren. N.b. Er kunnen gezinnen in de gemeentelijke opvang zitten met kinderen waarover zij niet het gezag hebben. Wanneer dit blijkt geldt ook de bovengenoemde werkwijze. 2. Groepen amv’s uit Oekraïne met aankondiging Indien bij uw gemeente op voorhand signalen binnenkomen over groepen (onbegeleide) amv’s waarvoor opvang gezocht wordt binnen uw gemeente, dient u contact op te nemen met Nidos (bureauopvang@nidos.nl, 0885011265). In samenspraak met Nidos kan bezien worden welke mogelijkheden er bestaan voor passende opvang in uw gemeente dan wel elders in het land. Indien uw gemeente bereid is om amv’s op te vangen, maar u hebt nog geen verzoek daartoe ontvangen, kunt u ook contact op nemen met Nidos via bovenstaande gegevens. In samenspraak kan dan worden bezien welke mogelijkheden er bestaan om amv’s binnen uw gemeenten op een passende wijze op te vangen. 3. Amv’s uit Oekraïne zonder begeleiding of onaangekondigde groepen amv’s Indien er amv’s zonder begeleiding of groepen (onbegeleide) amv’s tegelijkertijd in uw gemeente aankomen zonder enige aankondiging, kunt u ook contact opnemen Nidos (bureauopvang@nidos.nl, 0885011265). Er wordt gezocht om lokaal op de plek van aankomst deze kinderen te plaatsen.
Indien er geen mogelijkheden zijn, zullen de kinderen verplaatst moeten worden naar het Aanmeldcentrum Ter Apel. Indien zij per bus zijn aangekomen kunt u deze bus doorverwijzen naar het Aanmeldcentrum. Indien er geen vervoer beschikbaar is, kunt u voor individuele amv’s het KOCV inschakelen om hen te vervoeren (via het piketnummer, 06-25657027). Aldaar zullen zij geregistreerd worden en zullen COA en Nidos in samenwerking een passende opvangmodaliteit zoeken. Het amv-opvangmodel is hierbij het uitgangspunt. 4
REGISTRATIE EN INSCHRIJVING BRP EN TOEGANG VERBLIJF IN DE GOO
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de registratie van vluchtelingen uit Oekraïne eruitziet en wie verantwoordelijk is voor de opvang. Deze procesbeschrijving heeft als belangrijke doelen: -
Spoedige registratie in de BRP (Basisregistratie Personen) aan de voorkant van alle vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne;
-
Selectie aan de voorkant om evident misbruik van (gemeentelijke) opvang te voorkomen/te handhaven en draagvlak te behouden.
De personen op wie deze procesbeschrijving van toepassing is kunnen worden onderverdeeld in vier categorieën: 1. gedocumenteerde Oekraïners waarvan de identiteit kan worden vastgesteld; 2. beperkt en niet-gedocumenteerde Oekraïners; 3. Gedocumenteerde derdelanders met een aantoonbaar verblijfsrecht in Oekraïne; 4. Oekraïners en derdelanders waarvan identiteit, nationaliteit of rechtmatig verblijf niet kan worden vastgesteld. Gemeenten kunnen, gelet op de situatie, ervan uitgaan dat de Oekraïners en derdelanders met verblijfsrecht in Oekraïne2 meer dan twee derde van het komende half jaar in Nederland zullen verblijven.
2
Conform de Nederlandse criteria richtlijn tijdelijke bescherming.
8
Uitgangspunt is dat een vreemdeling uit Oekraïne zich meldt bij gemeenten en wordt opgevangen in een GOO. Spoedig daarna volgt – waar mogelijk - de registratie voor BRPinschrijving. De gemeente vraagt bij de aangifte verder alle voor handen zijnde documenten waaraan gegevens kunnen worden ontleend. Afhankelijk van de inschrijving in de BRP wordt verblijf in de GOO verlengd of beëindigd. De vreemdeling is verplicht om verhuizing naar een andere gemeente of vertrek uit Nederland door te geven aan de BRP. Hieronder worden voor de vier categorieën de processen geschetst.
1. Proces voor gedocumenteerde Oekraïners waarvan de identiteit kan worden vastgesteld Personen met de Oekraïense nationaliteit waarvan de identiteit kan worden vastgesteld, moeten worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op aangifte van verblijf en adres bij de gemeente waar zij (tijdelijk) verblijven. De gemeente hoeft niet te onderzoeken of te inventariseren welke verblijfsrechtelijke status precies op deze Oekraïense burgers van toepassing is. Deze Oekraïners hebben in ieder geval rechtmatig verblijf in Nederland.
Identiteit en nationaliteit Als een Oekraïner zich meldt bij een gemeente, zegt uit Oekraïne te komen en hij of zij een (tijdelijk) verblijfsadres heeft in de gemeente, moet deze persoon in de BRP worden ingeschreven als ingezetene. Alleen als er geen woonadres is, kan een briefadres worden geregistreerd door de gemeente waar dat briefadres zich bevindt. Als de gemeente zorgt voor dit briefadres, omdat deze persoon geen briefadresgever heeft, dan regelt de gemeente waar de persoon zich meldt een briefadres. Voor personen in de tijdelijke noodopvang wordt het adres van de sporthal of noodopvang geregistreerd. Voorwaarde voor inschrijving is dat de gemeente de identiteit moet kunnen vaststellen aan de hand van een paspoort of ander identiteitsbewijs. Daarnaast moet de gemeente kunnen vaststellen dat het een persoon is met de Oekraïense nationaliteit.
Minderjarige kinderen Voor minderjarigen die in gezinsverband zijn meegekomen en die geen identiteitsbewijs hebben, moeten de ouders (bij gebrek aan overige documenten) een verklaring onder eed of belofte afleggen, waarmee de gemeente de identiteit van de kinderen vaststelt. Vervolgens schrijft de gemeente ook deze kinderen in. Dit is een uitzondering op de standaardregel dat hiervoor een identiteitsbewijs nodig is. Deze uitzondering is alleen toepasbaar voor deze doelgroep in de huidige omstandigheden. Ook de relatie met de ouders en de van de ouders afgeleide Oekraïense nationaliteit moet worden geregistreerd.
Identiteitsdocumenten De gemeente maakt geen onderscheid tussen Oekraïners met een biometrisch paspoort of Oekraïners met een paspoort zonder biometrie. Een binnenlandse identiteitskaart vermeldt ook de Oekraïense nationaliteit en kan dus ook gebruikt worden voor de
9
vaststelling van de identiteit en de nationaliteit. Het bureau Documenten van de IND heeft informatie over Oekraïense documenten opgenomen in DISCS.
Inreisdatum niet van belang voor inschrijving De gemeente hoeft niet te controleren wanneer de Oekraïner de grens van Oekraïne is overgestoken. Deze datum heeft geen invloed op de mogelijkheid om te worden ingeschreven als ingezetene in de BRP. Alle Oekraïners die melden uit Oekraïne te zijn gevlucht, kunnen worden ingeschreven in de BRP als ingezetene met als land van herkomst Oekraïne.
Deze personen behouden verblijf in de GOO.
2. Proces voor beperkt/niet gedocumenteerde Oekraïners Personen van wie de gemeente niet de identiteit kan vaststellen of van wie de gemeente niet kan constateren dat zij de Oekraïense nationaliteit hebben, worden niet ingeschreven. Deze personen kunnen nog geen aangifte doen van verblijf en adres. Indien iemand aangeeft de Oekraïense nationaliteit te hebben maar niet of onvoldoende gedocumenteerd is en de gemeente kan de identiteit of nationaliteit niet vaststellen, dan kan de gemeente deze persoon verwijzen naar de Oekraïense ambassade. De consulaire afdeling kan de persoon verifiëren en een certificaat afgeven waarop een foto van de persoon is bevestigd en waarin de identiteit en nationaliteit wordt bevestigd. Een voorbeeld van dit document is in DISCS te vinden. Oekraïners kunnen dit document aanvragen tijdens het inloopspreekuur van de consulaire afdeling van de Oekraïense ambassade op werkdagen van 09:00-13:00 op Zeestraat 78, 2518 AD Den Haag. Op basis van dit certificaat kan de gemeente de identiteit en Oekraïense nationaliteit vaststellen en kan alsnog de inschrijving in de BRP plaatsvinden. Deze personen behouden verblijf in de GOO
3. Proces voor gedocumenteerde derdelanders (tot aan hun vlucht) verblijvend in Oekraïne met een verblijfsvergunning Gemeenten moeten naast de gedocumenteerde Oekraïners ook de derdelanders inschrijven in de BRP. Het is belangrijk voor gemeenten om deze doelgroep te kunnen onderscheiden. Het gaat om personen die: -
een andere nationaliteit bezitten dan de Oekraïense; hun identiteit en nationaliteit kunnen aantonen; kunnen aantonen dat zij op 23 februari 2022 in het bezit waren van een geldige (tijdelijke of permanente) Oekraïense verblijfsvergunning.
De gemeente beoordeelt de Oekraïense verblijfsvergunning. Daarvoor zijn in DISCS voorbeelden van Oekraïense verblijfsvergunningen opgenomen. Deze personen behouden verblijf in de GOO.
10
4. Proces voor Oekraïners en derdelanders waarvan identiteit, nationaliteit of rechtmatig verblijf niet kan worden vastgesteld. Indien de identiteit, nationaliteit of rechtmatig verblijf niet kan worden vastgesteld, kan er geen inschrijving plaatvinden in de BRP en kan de vreemdeling geen aangifte doen van verblijf en adres. De vreemdeling moet dan verwezen worden naar een aanvullend herkomst- en identificatieproces in een daarvoor nog nader in te richten locatie. Daar wordt onderzocht wat de identiteit is van de vreemdeling, wat zijn nationaliteit is enindien van toepassing- of hij verblijfsrecht had Oekraïne. Personen die hun herkomst, identiteit en – waar nodig- rechtmatig verblijf op basis van een verblijfsvergunning in Oekraïne aannemelijk kunnen maken in dit aanvullende herkomst- en identificatieproces, zullen direct worden ingeschreven in de BRP. Indien meer bekend is over de exacte invulling wordt hierover bericht. Voor personen die hun herkomst, identiteit en – waar nodig- rechtmatig verblijf op basis van een verblijfsvergunning in Oekraïne niet aannemelijk kunnen maken wordt het verblijf in de GOO beëindigd. Op basis van deze werkwijze wordt geborgd dat personen die niet in aanmerking horen te komen voor gemeentelijke opvang, spoedig worden onderkend en hun verblijf in de gemeentelijke opvang wordt beëindigd.
Deze groep zal gewezen worden op de mogelijkheden voor terugkeer. Diegenen die stellen gevaar te lopen bij terugkeer naar hun land, kunnen asiel aanvragen. Gedurende de asielprocedure heeft deze groep recht op COA-opvang.
Informeren IND na registratie i.v.m. met toekenning verblijfstitelcode Nadat een Oekraïens staatsburger is ingeschreven in de BRP ontvangt de IND hiervan een vulbericht, waarmee onder meer de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) wordt gevuld. Hierbij is het van groot belang dat bij de kinderen waarvoor een Verklaring onder Ede of Belofte als bron voor registratie is gebruikt, ook met de Oekraïense nationaliteit en de relatie met de ouders wordt geregistreerd. De IND zal vervolgens de verblijfstitel door middel van het berichtenverkeer sturen naar de bijhoudingsgemeente. Voor deze doelgroep is tijdelijk de EU code 30 gebruikt die in ieder geval aangeeft dat de vreemdeling rechtmatig verblijft en de herkenbaarheid van de doelgroep ondersteunt door de combinatie van de titel met een niet-EU nationaliteit. Medio mei wordt de nieuwe code 46 geïmplementeerd. Code 46 geeft aan dat de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om tijdelijke bescherming, deze aanvraag in Nederland mag worden afgewacht en de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt. Deze code geeft dan de juiste informatie. Voor de inschrijving in de BRP van een gedocumenteerde derdelander is een kleine, extra handeling door gemeente nodig omdat deze groep personen bij de IND moeilijk herkend wordt.
Zonder deze extra handeling is het waarschijnlijk dat voor deze personen verblijfstitelcode 98 wordt gestuurd naar de bijhoudingsgemeente. Deze code kan problemen veroorzaken voor de derdelander of voor degene die hem in huis heeft genomen. Dit is ongewenst en om dit te voorkomen is dus een kleine, extra handeling door gemeente nodig. De gemeente schrijft de derdelanders in en vermeldt in categorie 08 Verblijfplaatsgegevens in de rubriek 08.14.10 de landcode van Oekraïne (6038) en in de categorie 04 Nationaliteit in de rubriek 08.82.30 de code OEK, gevolgd door een spatie en gevolgd door de beschrijving van het document waaraan de nationaliteit is ontleend. De code OEK is dus extra en geeft voor de IND aan dat voor deze persoon de verblijfstitelcode 30 kan worden geleverd.
11
Actuele informatie over registratie in de BRP kunt u vinden op de volgende websites: Inschrijven Oekraïners in de BRP | Basisregistratie Personen (BRP) | Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (rvig.nl) en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (https://nvvb.nl/nl/oekraine/)
Terugkeer derdelanders uit Oekraïne Alle personen met een niet-Oekraïense nationaliteit die Oekraïne zijn ontvlucht vanwege het conflict komen in aanmerking voor terugkeerondersteuning. Het gaat zowel om personen die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, als personen die niet vallen onder deze richtlijn. De Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) verzorgen, in lijn met het bestaande terugkeerondersteuningsbeleid, het vertrek voor deze doelgroep. Hierin wordt voorzien in een basisvertrek- en herintegratieondersteuning die bij kan dragen aan de eventuele behoefte van derdelanders om weer een toekomst op te bouwen na terugkeer. De basisvertrekondersteuning kan bestaan uit bemiddeling bij het verkrijgen van vervangende reisdocumenten, voorlichting en advies, een vliegticket naar het land van herkomst en een ondersteuningsbijdrage van maximaal €200. De herintegratieondersteuning bedraagt maximaal €1.800 euro per volwassene en €2.800 euro per minderjarig kind. Hiervan kan maximaal €300 cash worden ontvangen, de rest is in natura (bv. financieren van huisvesting of scholing na aankomst in land van herkomst).
In samenwerking met de VNG en gemeenten wordt momenteel gewerkt aan nadere uitwerking van genoemde mogelijkheden tot terugkeerondersteuning voor de groep derdelanders uit Oekraïne en de communicatie hierover. Dit zal op korte termijn leiden tot informatiepagina’s op de websites van DT&V/IOM, flyers die per locatie verspreid worden en de mogelijkheid tot het organiseren van informatiebijeenkomsten op locatie. In de tussentijd kan zowel door gemeenten als personen in kwestie contact opgenomen worden met de DT&V (Hulp van DT&V | Ondersteuning bij terugkeer | Dienst Terugkeer en Vertrek) en IOM (tijdens kantooruren voor vragen over vrijwillige terugkeer te bereiken via: +31 88 746 4466 en www.iom-nederland.nl).
5
ORGANISATIE EN STRUCTUUR BIJ INZET GOO
Voor de snelle realisatie van de opvang wordt gebruik gemaakt van structuren die voor de crisisbeheersing gebruikelijk zijn waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande structuren. Op alle niveaus (gemeentelijk, regionaal en landelijk) wordt gewerkt langs bestuurlijke en operationele lijnen. Het gebruik van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdingsprocedure (GRIP) kan hierbij ondersteunend werken. De gemeenten verzorgen de realisatie van de opvang conform de opdracht van 7 maart. Dit wordt ondersteund en gecoördineerd door de voorzitters van de veiligheidsregio’s. Bestuurlijke afstemming vindt plaats door de voorzitter van de veiligheidsregio. De landelijke informatie en coördinatie van de veiligheidsregio’s vindt plaats in het KCIO (Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne). Het KCIO vormt daarmee het schakelpunt tussen rijk en regio. Via de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en het Veiligheidsberaad (VB) wordt de inhoudelijke en bestuurlijke afstemming verzorgd met de Rijkscrisisstructuur en andere (Rijks)partijen zoals DG Migratie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Op 9 maart is de Rijkscrisisstructuur geactiveerd t.b.v. de opvang van vluchtelingen. Daarnaast zijn er overleggen over andere gekoppelde thema’s als cyber, vitaal en nucleair.
In de ambtelijke overleggen zijn de veiligheidsregio’s vertegenwoordigd door een van de directeuren.
12
In de gehele keten wordt samengewerkt met vele partijen zoals VNG, Politie, Provincie, Rode Kruis, Leger des Heils en VluchtelingenWerk Nederland. Ook zijn er internationale dwarsverbanden bijvoorbeeld met de buurlanden en de EU. Het Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne Door het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (onderdeel van JenV), de RCDV en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is het KCIO gestart. De doelstelling van het landelijk knooppunt is ten behoeve van bestuur en operatie: Informatie verzamelen en analyseren; (Risico)monitoring en advisering (mede op basis van scenario’s); Het ondersteunen van de operatie via een centraal landelijk punt Landelijk Centrum Vluchtelingen Spreiding (naar analogie van het LCPS in de COVID-crisis); In dit alles een goede koppeling tussen Rijk en regio te realiseren Voor dit knooppunt zijn zes thema’s geformuleerd: vluchtelingen, cyber, vitaal (gas, elektra, water), Host Nation Support (militaire doorvoer door Nederland), nucleair en maatschappelijke onrust. Het thema vluchtelingen wordt daarbij prioritair opgepakt.
Uitgangspunten van het KCIO zijn: Werkt vraag- en behoeftegestuurd; Verbindt Veiligheidsregio’s en Rijkspartners, algemene en functionele kolom; Gebruikt en ondersteunt bestaande structuren (LOCC); Werkt via knoppenmodel: risicomonitoring, scenario’s en informatie vormen de basis; opschaalbaar waar en wanneer nodig; Is een proces- en duidingsclub: bouwt zelf geen scenario’s - geen dubbel werk maar werkt met bestaande scenario’s, KCIO vult eventueel aan; Ontlast veiligheidsregio’s door centrale aanpak en niet 25x in VR’s te doen Werkt van reactief naar proactief: indicatoren/’informatie’ (early warning): detecteert omslagpunten. Voor de deling van informatie wordt gebruik gemaakt van LCMS. LCMS staat voor Landelijk Crisismanagement Systeem en wordt gebruikt om een actueel en gedeeld beeld te onderhouden ter ondersteuning van de netcentrische werkwijze. LCMS wordt gebruikt door alle 25 veiligheidsregio’s en het NCC (Nationaal Crisiscentrum) en LOCC. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van het systeem, zoals de gemeentelijke afdelingen gezondheidszorg, acute zorgregio´s (GHOR) en KMar. Het LOCC heeft een ondersteunende en bijstandsverlenende rol in het geval er door schaarste een verdeling moet plaatsvinden van de beschikbare materiële voorzieningen, zoals bedden. In bijlage III is meer informatie over het LOCC aan te treffen.
Een bestuurlijke netwerkkaart Vreemdelingen is beschikbaar. Deze is aan te treffen op het Kennisplein op de website van het IFV (www.ifv.nl of www.nipv.nl). 6
VERGUNNINGEN
Los van het besluit om opvang te realiseren, zullen mogelijk ook andere besluiten moeten worden genomen. Vaak past de opvang van Oekraïense vluchtelingen bijvoorbeeld niet in de ter plaatse geldende bestemmingsplannen en binnen de vereisten voor een brandveilig gebruik van de locatie. Het advies is om het gebruik zo snel mogelijk te legaliseren en ervoor te kiezen voor die tijd niet handhavend op te treden op ‘strijdig gebruik’ met het bestemmingsplan.
13
Toelichting op het advies Het is van groot belang dat opvanglocaties in korte tijd opgezet en in gebruik genomen kunnen worden. Het college van burgemeester en wethouders kan ervoor kiezen om in deze fase niet handhavend op te treden, mede gezien deze bijzondere omstandigheden. Vervolgens dient het gebruik als opvanglocatie voor gevluchte Oekraïners zo snel mogelijk gelegaliseerd te worden. Hiervoor zal in de regel gebruik gemaakt kunnen worden van de reguliere procedure van maximaal acht weken voor het verlenen van een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan voor gebruik ten dienste van de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen in gebouwen (artikel 2.1 eerste lid onderdeel c, Wabo met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1o Wabo en artikel 4, onderdeel 9, bijlage II Bor). Het college is hiertoe bevoegd. Indien belanghebbenden verzoeken tot handhavend optreden, dient hierop een besluit genomen te worden. Dat besluit staat open voor bezwaar en beroep. 7
ONTZEGGEN TOEGANG TOT LOCATIE EN DEMONSTRATIE
Ontzeggen van de toegang tot de locatie Het is mogelijk om personen de toegang tot de GOO te ontzeggen. Ongeacht wat de reden is waarom iemand de locatie wil betreden. Een eigenaar of gebruiker van de locatie kan namelijk zelf de toegang tot zijn pand reguleren, door middel van het toepassen van een eigen ‘toegangsbeleid’. Het staat iedere eigenaar of gebruiker van een pand vrij te bepalen wie, waarvoor en op welke tijden toegang heeft tot het pand. Hier zijn nauwelijks beperkingen aan verbonden. Wanneer een persoon zich onbevoegd ophoudt in de locatie voor een GOO dan kan hij of zij uiteindelijk door de politie worden aangehouden en uit de locatie worden verwijderd. Demonstratie Op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom) dient de burgemeester demonstraties zoveel als redelijkerwijs mogelijk te beschermen en te faciliteren en – voor zover dat goed kan worden gemotiveerd – kan hij deze beperken of in een zeer uitzonderlijk geval zelfs verbieden. Een demonstratie mag niet worden beperkt vanwege de inhoudelijke boodschap, ook niet als die (door sommigen) als ongepast, onwelgevallig of aanstootgevend wordt gezien. Een beperking of verbod is uitsluitend toegestaan voor zover dat noodzakelijk is (1) ter bescherming van de gezondheid, (2) in het belang van het verkeer of (3) ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Hierin zit enige beoordelingsruimte voor de burgemeester, maar de rechter zal het grondrecht altijd zwaar laten wegen. 8
FINANCIERING VAN DE GOO
Op dit moment werkt het kabinet samen met partners binnen en buiten de Rijksoverheid aan financiering van de opvanglocaties in gemeenten. Hierover zal spoedig separaat worden gecommuniceerd. Uitgangspunt daarbij is dat het kabinet van rijkswege de kosten die gemaakt zullen worden door gemeenten integraal zal vergoeden. In een nieuwe versie van de Handreiking zal dit worden meegenomen.
9
VERSTREKKINGEN AAN DOELGROEP GOO
Hoogte van het leefgeld
14
Bewoners van de GOO ontvangen leefgeld om in hun levensonderhoud te voorzien. Deze is gelijk aan de het leefgeld voor asielzoekers en vergunninghouders in de COA-opvang. Dit leefgeld is opgedeeld in twee componenten en verrekend naar een maandelijks uitkeerbaar bedrag. De toelage voedsel is € 205,- per persoon per maand en de toelage voor kleding en andere persoonlijke uitgaven € 55,- per persoon per maand. Het gaat hierbij om de toelage voor zowel volwassenen als minderjarigen. De grootte van het gezin heeft geen invloed op de hoogte van deze toelage. Voor personen die in de particuliere opvang Oekraïners (POO) verblijven, is ook een wooncomponent beschikbaar. In de Handreiking POO is hierover meer informatie opgenomen.
Uitkering van het leefgeld Gemeenten keren het leefgeld op de eerste van elke kalendermaand uit. Of een naar rato berekend bedrag indien de ontheemde zich na deze dag meldt voor opvang en leefgeld. Gemeenten hebben een keuze in de wijze waarop zij het leefgeld uitkeren. Uitkering op een bankrekening geniet de voorkeur. Hoewel het inmiddels mogelijk is voor een ontheemde met een paspoort en BRP-registratie om een bankrekening te openen, zal niet iedereen hierover beschikken. Gemeenten kunnen het leefgeld daarom daarnaast verstrekken via zogeheten ‘money cards’ (prepaid pinpassen), in contanten of in natura. Op dit moment wordt inzet gepleegd om gemeenten te faciliteren in het gebruik van ‘money cards’. Zodra hier meer over te melden is, wordt deze handreiking geüpdatet. Bij het uitkeren van verstrekkingen in natura kan de gemeente er ook voor kiezen enkel de component voor voedsel of de component voor kleding en andere persoonlijke uitgaven in natura te verstrekken en de andere component op de hierboven beschreven wijzen. Bij de uitkering van het leefgeld is het hierbij niet van belang of een opgevangen persoon al is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP), ook al verdient tijdige inschrijving in de BRP wel de voorkeur. De uitkering van het leefgeld dat bedoeld is voor minderjarigen, wordt aan de ouder/verzorger uitgekeerd.
Voor ontheemden in de particuliere opvang is het van belang om de inschrijving in de BRP zo snel mogelijk te doen. Indien de gemeente niet direct kan overgaan tot inschrijving in de BRP, kan registratie ook anderszins plaatsvinden. Hierna dient de gemeente zo spoedig mogelijk alsnog tot inschrijving in de BRP over te gaan. Op deze manier kan misbruik van deze regeling worden voorkomen, zoals uitbuiting van ontheemden of beroep op het leefgeld door personen die hierop geen recht hebben.
Het beëindigen van het leefgeld De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd wanneer de ontheemde ofwel in een andere gemeente opvang geniet en aldaar verstrekkingen ontvangt (in de GOO of de POO), ofwel zelfstandig in zijn onderdak en levensbehoeften kan voorzien. Indien de ontheemde de opvang verlaat zonder de gemeente hiervan in kennis te stellen, kan de gemeente de verstrekking eenzijdig beëindigen. Het beëindigen van het leefgeld geschiedt met ingang van de eerste van de volgende kalendermaand, van een verrekening (al dan niet tussen gemeenten) is in beginsel geen sprake. De ontheemde in de GOO en de POO heeft recht op een financiële toelage, tenzij de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft. Daarom zal de burgemeester de uitbetaling van het leefgeld stoppen wanneer de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft. Om de regeling zo snel mogelijk te kunnen uitvoeren is deze beëindigingsgrond zo eenvoudig mogelijk vormgegeven. De hoogte van de inkomsten uit arbeid is niet relevant, omdat verrekening
15
of een inkomensgrens op korte termijn te complex is in de uitvoering. Wanneer de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft en dit bij de burgemeester bekend is geworden, stopt de burgemeester de verstrekkingen vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand. Voor het stopzetten van de toelage geldt dus als peildatum de eerste dag van de daaropvolgende maand. Het is de bedoeling om die peildatum ook toe te passen bij het terugvorderen van verstrekkingen. Er vindt dus geen verrekening plaats in de maand waarin de ontheemde is gestart met werken. Daar is voor gekozen ten behoeve van uitvoerbaarheid van de regeling. Het is van belang om ontheemden in de GOO en POO te informeren over deze beëindigingsgrond en dat het de bedoeling is dat de ontheemde bij de gemeente meldt zodra hij aan het werk gaat. De eerste drie maanden kunnen gemeenten hier coulant mee omgaan. Van gemeenten wordt niet verwacht dat er actief wordt gehandhaafd gedurende de eerste drie maanden. Dit vanwege de belasting die de uitvoering van de regeling met zich meebrengt voor gemeenten. B
UITVOERING
In dit deel wordt beschreven aan welke voorwaarden de opvang idealiter voldoet. Daarbij maken we onderscheid tussen de primaire opvang (de locatie, voorzieningen, ondersteuning en direct noodzakelijke zorg) en de bredere opvang, waarbij ook zaken als onderwijs, zorg en arbeidsmarkt worden meegenomen. Ook is het mogelijk dat er onderscheid is tussen grotere en kleinere locaties. Het COA is niet verantwoordelijk voor de GOO maar zal zoveel als mogelijk is, bijvoorbeeld door het leveren van expertise en verstrekken van informatie, iedere gemeente faciliteren en ondersteunen waar mogelijk. Ook dan zal een opvanglocatie mogelijk niet vanaf dag één aan alle eisen voldoen, maar het is wel zaak dat een gemeente dit zo snel mogelijk op het vereiste niveau brengt. Gezien de extra kwetsbare positie verdient het aanbeveling om kinderen niet in grootschalige opvanglocaties te plaatsen en voorrang te geven voor kleinere opvanglocaties. Ook moet voorkomen worden dat kinderen op (cruise)schepen worden geplaatst in verband met verdrinkingsgevaar. 1
VOORZIENINGEN IN DE GOO
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven wat idealiter aanwezig zou moeten zijn in een GOO, waarbij onderscheid moeten worden gemaakt in kleinere en grotere locaties. De GGD wordt gevraagd om de geschiktheid van de beoogde locatie te beoordelen. Daarvoor is een speciale checklist. Hierbij staat voorop dat het verblijf in een GOO zo is ingericht dat voldaan wordt aan de richtlijnen van het RIVM met betrekking tot corona. Ruimten -
Werk- en overlegruimte medewerkers, inclusief spreekruimte VluchtelingenWerk Nederland Zichtbare plek beveiliging (portacabin mogelijk) Opslagruimte voor etenswaren. Inclusief koeling Opslagruimte voor hygiënemiddelen van bewoners (Gezamenlijke) keuken, plus inventaris Slaapvertrekken (eventueel aparte vleugel voor kwetsbare groepen: LHTBI, alleenstaande/zwangere vrouwen; ouderen; gehandicapten Sanitair (gescheiden voor mannen en vrouwen) EHBO en nazorgruimte Recreatieruimtes; ook voor de avonden en slecht weer Etensuitgifte
16
-
Rustige lees/huiswerkplek (met goede wifi), plus computers Zo mogelijk aparte ruimte voor vrouwen en voor (kleine) kinderen Goederenuitgifte (persoonlijke hygiëne, etc.) Infobalie bewoners Gespreksruimten met tolkentelefoon Quarantaineruimtes Sportveld in de buurt, speelplek voor kinderen
Facilitair -
Goederen hygiëne; tandenborstels, zeep, luiers, tampons etc. Afvalemmers in sanitaire ruimten Bedden, matrassen, kussens, dekens etc. Postermateriaal, printer, stiften Verwarming vertrekken Afsluitbare lockers Opties in mate van verlichting vertrekken Wifi, zeer stevig netwerk voor bewoners Ruim voldoende oplaadpunten telefoons bewoners Spelletjes, tafeltennis/voetbal, PlayStation etc. (jong en oud, voldoende voor ieder) Kleren (seizoen) jong en oud. Schoonmaakmiddelen Desinfectiemiddelen en dispensers hiervoor Persoonlijke beschermingsmiddelen (mondmaskers, handschoenen en eventueel schorten) Communicatiemiddelen medewerkers (telefoons, computers en portofoons) Gescheiden netwerk voor medewerkers (overbelasting) Parkeerruimte medewerkers, vrijwilligers, hulpdiensten en bezoekers.
Beschikbaarheid bedden Het is uiteraard noodzakelijk dat in de GOO voldoende slaapvoorzieningen zoals bedden, slaapzakken en kussens aanwezig zijn. Voor het beheer van de landelijke logistieke voorraad beschikt het Instituut Fysieke Veiligheid over aanvullend materieel dat Veiligheidsregio’s kunnen inzetten bij rampen en grote calamiteiten. Dit materieel en materiaal kan worden aangevraagd via het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum. Het gaat dan onder meer om veldbedden en overnachtingssets. Verzoeken kunnen worden ingediend via het Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne (KCIO). Kleding en speelgoed De ervaringen in 2015 en 2016 leren dat de inrichting en inzet van een GOO in een gemeente vele mooie maatschappelijke initiatieven doen ontstaan. Zoals het beschikbaar stellen en verstrekken van kleding en speelgoed. De ervaringen in 2015 en 2016 leren ook dat het aanbod hiervan overweldigend kan zijn, en zelfs zo groot dat er meer kleding en speelgoed beschikbaar wordt gesteld dan nodig is. Het advies is om een duidelijke plek af te spreken waar kleding en speelgoed kan worden afgegeven en van waaruit de kleding en het speelgoed aan bewoners wordt verstrekt. Een (her)kenbaar distributiepunt derhalve.
Het advies daarbij is ook om duidelijk vast te leggen op welke momenten ‘de uitgifte’ van kleding en speelgoed aan bewoners mogelijk is en hierbij te zorgen voor een eerlijke verdeling. Ook om te voorkomen dat bewoners hier ‘handel mee drijven’. Bedenk tevens wat met de kleding en het speelgoed wordt gedaan dat over- of achterblijft ná de inzet van een GOO en communiceer hierover met hen die kleding en speelgoed afgeven.
17
Afval Het advies is om binnen uw gemeente met het lokale afvalverwerkingsbedrijf afspraken te maken over extra momenten waarop het afval van de GOO kan worden afgehaald. 2
ACTIVITEITEN
In de bijlage Dagbesteding GOO bij dit deel zijn diverse algemene tips opgenomen over de dagbesteding in een GOO. Tevens is aandacht voor de veiligheidsaspecten bij het aanbieden van activiteiten. De bijlage biedt u ook een overzicht van verschillende soorten activiteiten die kunnen worden aangeboden. Hierbij is er bijzondere aandacht voor activiteiten voor kinderen. Deze zijn van groot belang omdat het structuur biedt en het gevoel van veiligheid en psychosociaal welzijn versterkt.
3
VEILIGHEID EN LEEFBAARHEID
Het verblijf in een GOO moet uiteraard veilig en leefbaar zijn. Voor iedere bewoner, voor iedere medewerker en vrijwilliger en voor iedere omwonende. In deze paragraaf enkele opmerkingen over de wijze waarop de veiligheid en leefbaarheid op een GOO kan worden geborgd en wat bijdraagt aan een veilig en leefbaar verblijf. Daarbij staat voorop dat dit afhankelijk is van de schaalgrootte van een GOO en andere typische kenmerken van de buurt van een GOO. -
Een goede voorbereiding met als inzet een voorspelbare omgeving voor zowel bewoners, medewerkers, beveiliging, vrijwilligers, hulpdiensten, omgeving en de gemeente helpt om de GOO beheersbaar te kunnen voeren. Neem hiervoor dus goed de tijd. In de huidige tijd zal een rustige voorbereiding niet altijd mogelijk zijn; probeer dan in ieder geval duidelijke aanspreekpunten (per taak en per organisatie) en afstemmomenten in te bouwen. Medewerkers en vrijwilligers die met kinderen werken, dienen een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) te hebben.
-
Het is belangrijk dat een gemeente de regie heeft. De informatievoorziening speelt hierbij een belangrijke rol. Zo is het belangrijk te weten wie er binnen de locatie aanwezig is. Zowel de bewoners, de medewerkers en vrijwilligers als de bezoekers. Zorg daarom dat registratiemiddelen aanwezig zijn, die ook vooraf zijn getest. Zorg tevens voor de aanwezigheid van voldoende en goed werkende communicatiemiddelen zoals portofoons, telefoons en computers. Ook hier geldt: als dat op de korte termijn niet mogelijk is, werk dan tijdelijk met vervangende middelen, zoals telefoonlijsten, whatsapp-groepen en een duidelijk aanspreekpunt.
-
Wat betreft registratie van bewoners wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze handreiking.
-
Op basis van signalen kan uit het oogpunt van sociale veiligheid bij de registratie ook de bagage worden gecontroleerd.
18
-
Van belang is dat er vooraf duidelijke afspraken zijn gemaakt welke rollen de verschillende medewerkers, beveiliging en vrijwilligers vervullen. Wie doet wat. Wie is waar verantwoordelijk voor. Wat kan helpen is het organiseren van voldoende overlegmomenten.
-
Bewoners zijn niet altijd bekend met of zich bewust van de gevaren van brand. Daarnaast is sprake van een hoge dichtheid van bewoners binnen een gebied of gebouw. Dit vraagt extra aandacht voor de brandveiligheid en vluchtwegen.
-
Het maken van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) is van belang. De RI&E voorziet in een uiteenzetting van de belangrijkste risico’s die op deze locatie gelopen worden en welke maatregelen er zullen worden genomen om de geconstateerde risico’s aan te pakken. Hierbij dient ook aandacht geschonken te worden aan risico’s van technische aard zoals (elektronische) sluiting van deuren, een portofoonsysteem, vluchtwegen en alarmering op spreekkamers etc. Ook hier geldt dat dit in de korte beschikbare tijd niet altijd volledig zal kunnen gebeuren.
-
Als een GOO zich bevindt op het water, zoals cruiseschepen, dan zou er extra aandacht moeten zijn voor de specifieke risico’s die dat meebrengt. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de beschikbaarheid van reddingsvesten voor zowel volwassenen als kinderen. Bij voorkeur worden kinderen niet op een (cruise)schip gehuisvest.
-
Incidenten; doordat er veel mensen op elkaar zitten, is het belangrijk dat alle medewerkers en vrijwilligers hun rol kennen bij eventuele incidenten. Weten wat ze moeten doen in het geval van een incident. Een ‘protocol’ kan daarbij behulpzaam zijn.
-
Bewoners hebben vaak een moeilijke reis achter de rug en een onzekere toekomst voor zich. Het is prettig als er een luisterend oor is, als de bewoner gezien en gehoord kan worden. Regel in dat deze aandacht er zal zijn. Spreek met vrijwilligers en medewerkers duidelijk af wat de grens is in de betrokkenheid.
-
VluchtelingenWerk Nederland zal voor alle locaties/gemeenten de voorlichting en begeleiding van de Oekraïense vluchtelingen doen (informatie/voorlichting; spreekuur; juridische en sociaal-maatschappelijke begeleiding), vergelijkbaar met hetgeen VluchtelingenWerk Nederland regulier biedt in de azc's. Voor de eerste periode is er in overleg met VluchtelingenWerk Nederland de mogelijkheid om ervaren vrijwilligers in te zetten of te laten coördineren richting meer onervaren vrijwilligers die andere taken vervullen dan bovenstaande taken van VluchtelingenWerk zelf. Gemeenten kunnen hiervoor contact opnemen met de regiomanagers van VluchtelingenWerk Nederland. Pharos en de GGD kunnen helpen bij het vormgeven van psychosociale hulpverlening.
-
Bespreek met elkaar wat het betekent om bewoners op te vangen met zeer verschillende achtergronden (religie, LHTBI, etc.) en spreek af dat je als organisatie een neutrale houding aanneemt. Bespreek met elkaar wat dat betekent en hoe je elkaar hier scherp op houdt.
-
Bewoners brengen veel tijd door op de GOO. Een van de voorwaarden om e.e.a. zo leefbaar mogelijk te maken is het aanbieden van activiteiten. In de bijlage Dagbesteding GOO is hier meer informatie over terug te vinden. Niet onbelangrijk; goede WiFi en oplaadpunten zijn een must. Sluit daarbij zoveel mogelijk aan bij activiteiten die in de wijk/buurt worden gehouden op locaties buiten de GOO. Inventariseer de behoeften van de bewoners, eventueel in nauwe
19
samenspraak
met
sleutelpersonen
uit
de
groep
bewoners.
-
Het verdient aanbeveling om een bewonersraad in te stellen (inspraakfunctie). Daarnaast is een duidelijke klachtenprocedure wenselijk en het aanstellen/benoemen van een vaste vertrouwenspersoon
-
Het helpt heel erg als het dagprogramma duidelijk is voor bewoners en dat bewoners zelfstandig kunnen koken.
-
Er wordt veel gevraagd van bewoners in een GOO. Het is voor bewoners prettig als er duidelijke omgangsregels zijn. Hang deze in de Oekraïense taal en/of andere taal en beelden op zichtbare plekken. Te denken valt hierbij aan slaaptijden (wanneer is het rustig), verbod van gebruik van drank en drugs, betekenis van het non-discriminatiebeginsel van artikel 1 Grondwet, etc.
-
Het is hierbij belangrijk dat aanwijzingen van medewerkers te allen tijde opgevolgd worden. Dit betekent ook dat het team op de locatie elkaar moet kunnen aanspreken. Bespreek daarom vooraf, en tijdens de uitvoering, of en hoe een veilig werkklimaat om elkaar aan te spreken geborgd wordt.
-
Als algemene regel kan gesteld worden dat het belangrijk is om als team ervoor te zorgen dat er voldoende medewerkers op de werkvloer aanwezig zijn. Met in achtneming van de grootte van een locatie. Bedenk vooraf hoe alle verschillende taken onder elkaar worden toebedeeld en houd er rekening mee dat enkele medewerkers een vrije rol hebben om met name ook het toezicht te borgen.
-
Voor het waarborgen van de sociale veiligheid in de buurt van een GOO, is het van belang dat de toezichthouder van een locatie regelmatig in contact met de wijkagent staat over bijvoorbeeld signalen in de buurt van de GOO. Denk hierbij ook aan de eventuele inzet van buurtwachten.
-
Als er een vermoeden is van mensenhandel dan wordt dringend aangeraden dat medewerkers of vrijwilligers dit melden bij de politie of de Nederlandse Arbeidsinspectie. Voor de registratie en/of bemiddeling naar de eerste opvang, kunt u het slachtoffer melden bij CoMensha. o Een vermoeden van dwang of uitbuiting telefonisch melden bij de plaatselijke politie via 0900 8844. o Een vermoeden van arbeidsuitbuiting telefonisch melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie via 0800 5151. o CoMensha bemiddelt voor slachtoffers naar opvang en hulpverlening en biedt informatie en advies. Telefonisch contact opnemen met CoMensha via 033 448 11 86. o Voor meer informatie zie bijlage I bij dit deel van de Handreiking.
-
Voor bewoners van een GOO die contact zijn kwijtgeraakt met familieleden wereldwijd als gevolg van oorlog, migratie en natuurgeweld bestaat de afdeling Restoring Family Links van het Rode Kruis. Mensen die op zoek zijn naar hun familie staat het Rode Kruis persoonlijk en kosteloos te woord om te kijken wat de mogelijkheden zijn voor opsporing door middel van een internationaal netwerk. Naast contactherstel voor familieleden houdt het Rode Kruis zich ook bezig met preventie van contactverlies door het voorlichten van mensen die gevlucht zijn. Op het moment dat iemand zich wil aanmelden voor een intakegesprek kan hiervoor het aanvraagformulier op de Rode Kruis webpagina ingevuld worden: Zoeken naar vermiste familieleden - Restoring Family Links Rode Kruis. Een medewerker neemt daarna (telefonisch) contact op met de aanvrager. De afdeling
20
RFL is voor vragen van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur te bereiken via (070) 44 55 822. -
4
Bewoners waarvan de gezelschapsdieren niet gevaccineerd, gechipt en geregistreerd zijn worden via https://english.nvwa.nl/news/news/2022/03/09/import-rules-for-pets-fromukraine en via dierenartsorganisaties opgeroepen om zo spoedig mogelijk naar een lokale dierenarts te gaan. Bij de lokale dierenarts zal het dier geregistreerd, gechipt en tegen rabiës gevaccineerd worden en ontwormd worden en zo nodig andere behandelingen krijgen. De eigenaren van deze gezelschapsdieren dienen vervolgens hun dieren minimaal een maand niet in contact te laten komen met andere dieren. Op het meldpunt Hulp voor Dieren uit Oekraïne kan hulp aangevraagd worden voor gezelschapsdieren die de oorlog zijn ontvlucht. Voor hulpvragen kunt u bellen met 088-811 3333 (ma t/m vrij 9.00-17.00 uur) of emailen op info@hulpvoordierenuitoekraine.nl. De informatie op https://www.hulpvoordierenuitoekraine.nl/nl/ is ook beschikbaar in het Oekraïens en Russisch. Verdere informatie hierover staat in bijlage IV bij dit deel.