CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

22.05.03A 13 Ingezonden stukken mbt beroep Agri-PV Heusden BV.pdf

Raadscommissie Ruimte 31 mei 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Ingekomen stukken, gericht aan de raad: Voor kennisgeving aannemen3.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE /XSTEN ingekomen

16 MEI 2022

de Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant

[ 1 AANTEKENEN |

nr.:

EERPOST I I PER FAX

de raad van de gemeente Asten Postbus 290 5720 AG Asten

datum onderdeel contactpersoon

doorkiesnummer

ons kenmerk

BESTUURSRECHT

bezoekadres Leeghwaterlaan 8 5223 BA 's-Hertogenbosch

13 mei 2022 Afdeling II Zitting mevr N. van Gorp 088-3611833 zaaknummer SHE 21 / 3176 WABOA V35

correspondentieadres Postbus 90125 5200 MA 's-Hertogenbosch

1088-3621000 f www.rechtspraak.nl

Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

uw kenmerk bijlage{n)

faxnummer afdeling onderwerp

Afd.:

het beroep van Agri-PV Heusden BV te Heusden

Geachte heer/mevrouw. Over het beroep met zaaknummer SHE 21 / 3176 WABOA V35 deel ik u hel volgende mee.

Hierbij doe ik u door de andere partij ingezonden stukken toekomen. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde döorkiesnummer. Als u de rechtbank belt

LTB1

•Verzoek ik u het zaaknummer te vermelden.

I» •

p.r.eï.'i. '■'■l'CS’rA

Gemeen h

1ï

iWsten

Behandeld door:

dhr. D.J.P. Daems

Rechtbank Oost-Brabant

Telefoonnummer:

(0493)671 212

Sectie Bestuursrecht T.a.v. mevrouw C. van Zandvoort

Uw brief; Uw kenmerk:

SHE 21 / 3176 WABOA V35

Postbus 90125

Zaaknummer;

Z20-0553

5200 MA 'S-HERTOGENBOSCH

Bijlage(n):

Verzenddatum:

12 mei 2022

Onderwerp: zaaknummer SHE 21 / 3176 WABOA V35 - verweerschrift

Beste mevrouw Van Zandvoort f Op 28 december 2021 hebben de besloten vennootschap Agri-PV Heusden B.V. en mevrouw H.E.J. van Bommel (hierna: appellanten) een beroepschrift ingediend tegen ons besluit van 2 november 2021 (verzonden op 3 november 2021) met kenmerk Z20-0553. Dit beroepschrift is bij uw rechtbank bekend onder zaaknummer SHE 21 / 3176. U vroeg om de stukken in te dienen die betrekking hebben op deze zaak en om een verweerschrift in te dienen. De op deze zaak betrekking hebbende stukken zijn reeds eerder ingediend (zie hierna). Het verweer op de ingediende beroepsgronden treft u hierna aan. Stukken betrekking hebbende op deze zaak Op 27 januari 2022 hebben wij u de stukken die betrekking hebben op deze zaak toegestuurd. In onze brief van 27 januari 2022 hebben wij bovendien aangegeven dat het verweerschrift zo spoedig mogelijk volgt, doch uiterlijk 10 dagen voor de zitting. Hieronder treft u ons verweerschrift aan.

Korte aanduiding besluit Het beroep richt zich tegen de beschikking met kenmerk Z20-0553 van 2 november 2021, verzonden op 3 november 2022, waarbij een omgevingsvergunning geweigerd is voor de activiteiten: • handelen in strijd met het bestemmingsplan; • uitvoeren van een werk of werkzaamheden; en • het bouwen van een bouwwerk. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit inrit/uitweg.

Ontvankelijkheid De beroepstermijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Het besluit is bekend gemaakt door middel van publicatie in het Gemeenteblad. Het beroepschrift is ontvangen op 20 december 2021 en is binnen de termijn ingediend. Het beroepschrift is ontvankelijk.

Pagina 1 van 7

Zaaknummer; Z20-0553-34

Vooraf Alvorens nader in te gaan op de concrete beroepsgronden van appellanten, hechten wij eraan om op voorhand op het volgende te wijzen.

Appellanten stellen in hun beroepschrift het volgende:

"4. Voor zover al sprake is van een strijdigheid met het bestemmingsplan, hetgeen Agri-PV gelet op het voorgaande betwist, heeft die strijdigheid dus geen betrekking op de ingebruikname van de gronden voor open teelt met teeltondersteunende voorzieningen." Het standpunt dat appellanten thans innemen (namelijk dat geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan) verbaast en strookt niet met de aanvraag. Immers, in de ruimtelijke onderbouwing, die namens de initiatiefnemers is ingediend, wordt klip en klaar het standpunt ingenomen dat het initiatief in strijd is met het bestemmingsplan. Wij wijzen op onderstaande passage uit de ruimtelijke onderbouwing die namens Agri-PV is ingediend (Agel Adviseurs, Ruimtelijke onderbouwing AGRI-PV Gevlochtsebaan, d.d. 26 november 2020, projectnummer 20200483, opgenomen als bijlage 22 in de processtukken die op 27 januari 2022 aan uw rechtbank zijn toegezonden):

"Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk vanwege het dubbele ruimtegebruik met betrekking tot de opwekking van energie in combinatie met teeltactiviteiten. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken dient te worden aangetoond dat het plan niet in strijd is met 'een goede ruimtelijke ordening'. Daarnaast moet aan de geldende (milieu)regelgeving worden voldaan. In de deze ruimtelijke onderbouwing is een verantwoording opgesteld, waaruit blijkt dat door middel van een Wabo-planafwijkingsprocedure (artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo) afwijken van het vigerend bestemmingsplan acceptabel is."

Gelet op bovenstaande gaat het betoog dat geen sprake is van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan niet op. De feiten In 2019 hebben wij gesprekken gevoerd met de perceelseigenaar (de erven van de heer Aarts) over de mogelijkheid voor het aanleggen van een zonneveld. Hierbij is aangegeven dat de gronden primair bestemd zijn voor de glastuinbouw en dat een andere invulling alleen mogelijk zou zijn als er, op basis van de Glastuinbouwvisie van de gemeente Asten \ vanuit de glastuinbouwsector geen enkele belangstelling zou zijn in gebruik van de gronden voor de aan de betrokken gronden toegedachte agrarische bestemming. Volgens de perceelseigenaar was er vanuit de glastuinbouwsector geen belangstelling voor de gronden. Ook is besproken dat gezocht moest worden naar samenwerking met de bestaande glastuinbouwbedrijven. Tot slot is besproken dat projecten voor energieopwekking altijd een bijdrage moeten leveren aan andere opgaven, bijvoorbeeld door dubbel ruimtegebruik, verder gaand dan schapenbegrazing als middel om onkruid te bestrijden.

In een volgend gesprek is gesproken vanuit de perceelseigenaar en de initiatiefnemer (Engie) over de combinatie van een gewas dat beschaduwing nodig heeft met gedeeltelijk lichtdoorlatende zonnepanelen. Een dergelijke combinatie op de betreffende locatie achtten wij destijds [mede op basis van informatie van de Wageningen University en Researchcenter (WUR)] het onderzoeken waard. Er is daarbij gesproken over de noodzaak voor werkelijk dubbelgebruik met zelfstandige opbrengst van het gewas onder de zonnepanelen. Er mocht geen sprake zijn van een zogenaamd excuusgewas. Daarnaast is door ons aangegeven dat het gewenst was om contact op te nemen met de aangrenzende glastuinbouwbedrijven voor ‘ De glastuinbouwvisie is te raadplegen via www.asten.nl/bestuur-orqanisatie/bekendmakinqen-beleidreqelqevinq/beleid/milieu -en- water

2/7

mogelijke samenwerking door bijvoorbeeld afname van stroom door de betreffende bedrijven. Ook hebben we aangegeven dat nogmaals moest worden gecheckt of er geen belangstelling voor de gronden was bij de glastuinbouwsector. Deze verkennende ambtelijke gesprekken kregen geen verder vervolg.

Op 16 juni 2020 hebben wij vervolgens een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor het aanleggen van teeltondersteunende voorzieningen, bestaande uit reguliere, niet-lichtdoorlatende zonnepanelen. De aanvraag is getoetst aan het geldende bestemmingsplan, ook is beoordeeld of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening (artikel 2.12 aanhef van de Wabo). Daarnaast is de aanvraag getoetst aan de relevante van toepassing zijnde regelgeving. Dit komt ook naar voren uit het bestreden besluit.

Vigerende bestemmingsplan Het in de aanvraag begrepen projectgebied is gelegen binnen de plangrenzen van de volgende, voor zover hier van belang zijnde, bestemmingsplannen: • Asten Verzamelplan 2019-2; • Buitengebied Asten 2015; en • Asten Archeologie 2012. De gronden hebben de enkelbestemming Agrarisch - Glastuinbouwgebied 1, de dubbelbestemming Waarde - Geen archeologische waarde en de gebiedsaanduidingen overige zone - concentratiegebied glastuinbouw, overige zone - urgentiegebied en overige zone - regels GRP. Bespreken procedure met initiatiefnemer Met de initiatiefnemer en de perceelseigenaar is besproken dat een uitgebreide procedure moest worden doorlopen waarbij door de raad een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) moet worden gegeven. Het aangevraagde project staat immers niet ten dienste van de bestemming (glastuinbouw); de commerciële kant - het opwekken én leveren van energie aan derden niet gerelateerd aan de bestemming past niet binnen de bestemming, omdat dit niet ten dienste staat van de glastuinbouw. Hoewel de vergunningaanvraag niet aansloot bij de eerdere gesprekken is ambtelijk met de initiatiefnemer bekeken hoe het project toch voldoende kwaliteit kon krijgen om doorgang te kunnen vinden.

Daarbij is opnieuw besproken: • of vanuit de glastuinbouw belangstelling was voor de gronden; en • dat er sprake moest zijn van dubbel ruimtegebruik en dat objectief aantoonbaar moest zijn dat onder dichte panelen ook teelt mogelijk is en zo niet, hoeveel lichtdoorlatendheid nodig is. Daarnaast is ook participatie en samenwerking met de glastuinbouw aan de orde geweest.

Vervolgens is een gespreksverslag aangeleverd waaruit bleek dat er geen belangstelling voor het perceel was bij de glastuinbouwsector. Ook is informatie aangeleverd over proefpercelen om te bepalen hoe zonnepanelen op een realistische manier kunnen worden gecombineerd met een gewas. De onderzoeksopzet werd in eerste instantie als onvoldoende beoordeeld, waarbij een herstelmogelijkheid werd geboden. Dit resulteerde in een proefopzet in samenwerking met de universiteit van Leuven. Deze hebben we laten toetsen door de WUR. Volgens de WUR toets kan met de proefresultaten een optimale afweging gemaakt worden tussen gewasproductie (en kwaliteit) en elektriciteitsproductie, als functie van de lichtdoorlatendheid (uitgaande van overkapping van het referentieveld).

3/7

f

Door ons is gevraagd hoe de initiatiefnemer financiëie participatie regeit met de omgeving. De initiatiefnemer was daartoe niet bereid, omdat er hiervoor geen mogeiijkheden werden gezien vanwege de combinatie met het dubbei ruimtegebruik en daarmee een iagere opbrengst van energie per ha. Er werden daardoor geen mogeiijkheden meer gezien om ook nog (financiëie) participatie met de omgeving toe te passen. Door de initiatiefnemer werden geen samenwerkingsmogelijkheden met de glastuinders gezien.

Dit heeft geresulteerd in een voornemen tot een vergunning onder voorwaarden. De raad gaf hiervoor echter geen ontwerp / voorgenomen vvgb af, omdat inmiddels duidelijk werd dat er vanuit de aangrenzende glastuinbouwers wel belangstelling was voor het perceel en dat hierover gesprekken waren gevoerd. Dit in tegenstelling tot de informatie uit de omgevingsdialoog, die initiatiefnemer had ingediend. Bovendien was de omgevingsdialoog niet met alle betrokkenen / buren gevoerd.

De beroepsgronden Appellanten voeren in het beroepschrift de volgende gronden aan; 1. geen strijd met het bestemmingsplan; 2. geen strijd met de gemeentelijke Glastuinbouwvisie; 3. zonneladder MRE; en 4. zoekgebieden. Verweer Hieronder volgt onze reactie op de naar voren gebrachte gronden in beroep.

Ad 1. Wel degelijk strijd met vigerend bestemmingsplan De bestemmingsplannen Asten Verzamelplan 2019-2 en Asten Archeologie 2012 regelen specifieke onderwerpen (GRP en archeologie). Voor de algemene regels is het moederplan bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 van toepassing. Ingevolge het bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016'(hierna: 'het bestemmingsplan'} wordt het volgende verstaan onder een 'teeltondersteunende voorziening'; "1.109 teeltondersteunende voorziening: voorzieningen In, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten alsmede in volkstuinen worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden.

Te onderscheiden zijn de volgende categorieën: a. laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolies, lage tunnels; b. hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld menstoegankelijke wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten; c. permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter, bijvoorbeeld contalnervelden, stellingenteelt (bakken in stellingen, regenkappen) en teeltondersteunende kassen (met inbegrip van tunnel of boogkassen).

Gelet op artikel 5.1.1 van het bestemmingsplan is het perceel bestemd voor agrarische bedrijfsdoeleinden, uitsluitend ten behoeve van glastuinbouwbedrijven alsmede teelt in de open grond en/of agrarisch grondgebruik. Daarbij is dit perceel tevens bestemd voor bij de glastuinbouwbedrijven behorende voorzieningen zoals kassen, bedrijfsgebouwen, installaties in verband met warmtekrachtkoppeling, watervoorzieningen en gietwaterbassins. Openteelt valt aldus binnen de bestemming.

4/7

Het opwekken en distribueren van zonne-energie valt hier echter niet onder. Dit is immers geen glastuinbouw, openteelt of agrarisch grondgebruik. Daarbij is dit geen bij glastuinbouwbedrijven behorende voorziening. Ook staat het opwekken en verkopen van zonne-energie, zoals voorgenomen door Engie, niet ten dienste van deze bestemming. Dat de opgewekte energie wordt verkocht blijkt uit het document "Big A" pagina 3 en 4 (dossierstuk 3). Gelet op het voorgaande is het gebruiken van de gronden voor het opwekken en verkopen van zonne-energie in strijd met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouwgebied 1'.

Ten aanzien van de teeltondersteunende voorzieningen, welke gedefinieerd wordt in artikel 1.109 van het bestemmingsplan, wordt in artikel 5.2.1 van het bestemmingsplan de bouwregels bepaald. Gelet op dit artikel is alleen bebouwing toegestaan ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf. Onder glastuinbouw wordt ingevolge artikel 1.54 van het bestemmingsplan het volgende verstaan:

''1.54. glastuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels.". Zoals ook uit de door de aanvrager overgelegde ruimtelijke onderbouwing blijkt, ziet de aanvraag van de initiatiefnemer in essentie op twee verschillende activiteiten, namelijk de realisatie van teeltondersteunende voorzieningen en de realisatie van faciliteiten voor de energieproductie en energieafzet naar derden (p. 6 van de ruimtelijke onderbouwing, opgesteld door AGEL Adviseurs, d.d. 26 november 2020 (dossierstuk 22)). Om de opgewekte energie af te kunnen zetten naar het elektriciteitsnet, worden binnen het plangebied een drietal trafostations en een inkoopstation gerealiseerd. Daarnaast worden verschillende aan die energieproductie en -afzet gerelateerde voorzieningen (o.a. omvormers, kabels leidingen etc.) gerealiseerd (p. 6 van de ruimtelijke onderbouwing, opgesteld door AGEL Adviseurs, d.d. 26 november 2020). Zoals ook uit de door de initiatiefnemer overgelegde ruimtelijke onderbouwing volgt, laat het bestemmingsplan deze activiteiten niet toe nu er in essentie sprake is van energieproductie én -afzet, dat niet ten dienste staat van de glastuinbouw.

De aanvraag ziet zoals gezegd tevens op het opwekken van energie en de verkoop daarvan aan derden, wat niet ten dienste staat van de glastuinbouw. Uit de aanvraag en het voorafgaande traject is voldoende gebleken dat deze verkoop noodzakelijk is om het totale project te kunnen realiseren. Dit blijkt ook uit dossierstuk 26, pagina 3 (reactie op aanvulling). Dit deel staat niet ten dienste van de glastuinbouw en is dus in strijd met het bestemmingsplan. Nu dit onderdeel volgens de aanvraag onlosmakelijk deel uit maakt van het totale project, kan dit onderdeel niet losgekoppeld worden bij de besluitvorming. Tevens is in voorliggend geval sprake van openteelt. Gelet hierop is er geen sprake van een glastuinbouwbedrijf. Aangezien de voorliggende teeltondersteunende voorziening niet wordt gerealiseerd ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf - maar ten behoeve van openteelt staat het bestemmingsplan de bouw van de teeltondersteunende voorziening niet toe. De teeltondersteundende voorzieningen (zoals tunnels) zijn bouwwerken die niet ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf zijn, waardoor deze niet zijn toegestaan op grond van artikel 5.2.1 van het bestemmingsplan. Op deze gronden is tevens de aanduiding overige zone concentratiegebied glastuinbouw van toepassing. De glastuinbouw heeft op grond van artikel 5.1.2 jo.

36.2 van het bestemmingsplan voorrang op het overige gebruik van gronden die vallen onder de bestemmingsomschrijving.

5/7

i

V

Gelet op het bovenstaande zijn zowel de teeltondersteunende voorzieningen voor openteelt als het opwekken en verkopen van zonne-energie aan derden in strijd met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouwgebied 1'.

Ad 2. Strijd met gemeentelijke Glastuinbouwvisie Zoals hierboven uiteen is gezet valt openteelt wel onder artikel 5.1.1 van het bestemmingsplan, maar openteelt is geen glastuinbouwbedrijf. Op de in het projectgebied gelegen gronden geldt tevens de gebiedsaanduiding overige zone - concentratiegebied glastuinbouw. Op basis van artikel 36.2.1 onder b van het bestemmingsplan krijgt het belang van de aanduiding voorrang in het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een aanduiding. Zoals hierboven al is toegelicht voldoet het plan niet aan het bestemmingsplan en krijgt de overige zone - concentratiegebied glastuinbouw voorrang. Openteelt is geen glastuinbouw, want openteelt valt niet onder de definitie glastuinbouwbedrijf. Er is daarom sprake van strijdigheid met de Glastuinbouwvisie. Uit de Glastuinbouwvisie van de gemeente Asten blijkt dat de hoeveelheid glastuinbouwareaal schaars is in de gemeente. Gebleken is dat het perceel aan de Gevlochtsebaan 6 nagenoeg de enige plek van enige omvang is die nog onbebouwd is. Om die reden is bij de vaststelling van de Glastuinbouwvisie in 2013 het perceel Gevlochtsebaan 6 aangewezen voor behoud van de glastuinbouwbestemming. Gelet op de warmtetransitie is het noodzakelijk om clustering van glastuinbouwbedrijven in de toekomst mogelijk te houden.

Dit betekent dat spaarzaam moet worden omgegaan met de huidige glastuinbouwconcentratiegebieden. De vraag naar glastuinbouwgebied (de markt) fluctueert sterk door externe factoren, zoals gasprijzen, stikstof, etc. De algemene tendens is wel dat de vraag naar glastuinbouwgrond gelijk blijft of zal toenemen. Gemeente Asten heeft drie locaties waar glastuinbouw mogelijk is. Voor de vaststelling van deze locaties heeft voorafgaand aan het opstellen van de Glastuinbouwvisie en als onderdeel daarvan - ook locatieonderzoek plaatsgevonden. Uit dit onderzoek zijn 3 locaties naar voren gekomen die het meest geschikt waren ten behoeve van glastuinbouw. Die locaties zijn opgenomen in de visie. Door de stikstofcrisis zal de glastuinbouw aan de locatie aan de Kleine Heitrak afnemen en dit zal ergens anders gecompenseerd moeten worden. Voor de nadere onderbouwing hiervan verwijzen wij naar het raadsbesluit van 5 oktober 2021. Dit besluit is als bijlage toegevoegd.

Ad 3. Zonneladder MRE De eerste trede van de zonneladder van Metropoolregio Eindhoven (hierna: zonneladder MRE) gaat uit van zonnepanelen op gebouwen. Bij openteelt is er geen sprake van bestaande gebouwen en om die reden is de eerste trede van de zonneladder MRE niet van toepassing. De tweede trede gaat uit van ongebruikte terreinen in bebouwd gebied. De derde trede gaat uit van stortplaatsen en in bermen van spoor- en autowegen. In de RES zijn treden 1, 2 en 3 aangewezen als no-regretmaatregel. Omdat het project niet onder de eerste 3 treden valt, kan het project niet worden gezien als een no-regretmaatregel. De vierde trede gaat over zonnevelden in combinatie met andere opgaven en functies. Het project valt in deze trede door de combinatie van het gebruik van zonnepanelen met openteelt en het opwekken van energie. Er is in deze situatie dus sprake van dubbel ruimtegebruik, namelijk het produceren van energie en openteelt, trede 4 van de zonneladder MRE. De zonnelader MRE is inmiddels in december 2021 vastgesteld door de raad van gemeente Asten.

2 Besluit van de raad van gemeente Asten van 7 december 2021, vaststelling Regionale Energiestrategie RES 1.0, december 2021. Te raadplegen via: https://asten.bestuurliikeinformatie.nl/Aqenda/Index/dbc6d503-882b-4198b2cf-5511954212el

6/7

«

Wij voldoen aan de oproep van het kabinet door deze aanvraag in behandeling te nemen en te kijken naar dubbel ruimtegebruik conform trede 4 van de zonneladder MRE, als aanvulling op de te realiseren duurzame opwek met treden 1 tot en met 3 van de zonneladder MRE, Als wij niet zouden voldoen aan de oproep van het kabinet dan zouden wij de aanvraag niet in behandeling nemen, omdat de aanvraag niet onder treden 1 tot en met 3 van de zonneladder MRE valt.

Ad 4. Zoekgebieden Het aangewezen zoekgebied is ruimtelijk geschikt bevonden voor het grootschalig opwekken van duurzame energie in combinatie met het adresseren van de andere opgaven die in het gebied liggen zoals het extensiveren van de landbouw. Juist in dit gebied kan met de inkomsten uit energieopwekking een meerwaarde gecreëerd worden voor omgevingskwaliteiten (vasthouden water, reductie stikstofuitstoot, ontwikkeling van duurzame agrarische activiteit, behoud van leefbaarheid, vergroten biodiversiteit). Het is dus wenselijk het gebied zo goed mogelijk in te zetten voor energieopwekking door het ontwikkelen van concepten waarbij opwekking gecombineerd wordt met omgevingskwaliteiten. Aan het aanleggen van enkelvoudige zonnevelden zonder ruimtelijke meerwaarde voor de opgaven in het gebied wordt in het zoekgebied in Asten niet meegewerkt. Conclusie Gelet op bovenstaande geven wij u in overweging het beroepschrift ontvankelijk en ongegrond te verklaren.

Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders van Asten

'k

mr. D.J.P. (Danny) Daems Casemanager Omgevingsvergunningen Team Ruimte

7/7

J

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=ff040269-2755-48c7-9950-7b4b3c0a59e7