CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

WAS-WORDT tabel Rekenkamer (inclusief toelichting op de wijzigingen)

Politieke Avond 27 november 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Verordening op de Rekenkamer Arnhem 2025'3.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT TABEL VERORDENING OP DE REKENKAMER

WAS Artikel 1 Begripsbepalingen

WORDT Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. wet: de Gemeentewet; b. raad: gemeenteraad van Arnhem; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem; d. rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Arnhem e. voorzitter: voorzitter van de rekenkamer van de gemeente Arnhem; f. lid: een lid van de rekenkamer van de gemeente Arnhem; g. auditcommissie: de commissie als bedoeld in de Verordening op de auditcommissie gemeente Arnhem.

a. auditcommissie: de commissie als bedoeld in de Verordening op de auditcommissie gemeente Arnhem b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem; c. lid: een lid van de rekenkamer van de gemeente Arnhem; d. raad: gemeenteraad van Arnhem; e. rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Arnhem f. secretaris: secretaris van de rekenkamer van de gemeente Arnhem. g. voorzitter: voorzitter van de rekenkamer van de gemeente Arnhem.

Toelichting wijziging: • •

het begrip ‘secretaris’ is toegevoegd. alfabetische ordening is aangebracht.

Artikel 2 Rekenkamer 1. Gelet op artikel 81a van de wet is er een rekenkamer. 2. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. 3. De rekenkamer heeft tot taak onderzoek te doen als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de wet.

Artikel 2 Rekenkamer Er is een Rekenkamer bestaande uit drie leden.

Toelichting wijziging: •

In het kader van een slanke verordening is hier volstaan worden met een eenvoudige bepaling die ontdaan is van overbodigheden en/of dubbeling met wet, verordening of met de inutilé

Artikel 3 Benoeming leden 1. De benoemingen van de leden en de voorzitter geschieden door de raad op gemotiveerde aanbeveling van de auditcommissie.

Artikel 3 Benoeming leden 1. De raad (her)benoemt de leden van de Rekenkamer op voordracht van de Auditcommissie.

2. De auditcommissie doet de aanbeveling aan de raad vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: a. een mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden, en b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt.

2. De auditcommissie voegt bij de voordracht de volgende documenten:

3. Voorafgaand aan een aanbeveling voor een benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer pleegt de auditcommissie overleg met de rekenkamer. 4. Naast het gestelde in artikel 81f van de wet zijn niet benoembaar tot lid van de rekenkamer personen die naar taak of functie verbonden zijn aan instellingen die op grond van artikel 184, eerste lid, van de wet onderwerp van onderzoek kunnen zijn.

3. De selectiecommissie bestaat uit een vertegenwoordiging van de auditcommissie, waarbij een vertegenwoordiging van de Rekenkamer als adviseur(s) aan de commissie deelneemt.

a. de mededeling van het kandidaat lid dat deze de benoeming aanvaardt; b. een overzicht van alle nevenfuncties de kandidaat bekleedt; c. een verklaring omtrent gedrag

4. De rekenkamer wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 5. De leden van de rekenkamer kunnen één keer worden herbenoemd.

5. De rekenkamer wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan die bij ontstentenis van de voorzitter diens taken waarneemt. 6. De Voorzitter van de rekenkamer is eindverantwoordelijk voor de rekenkamer, is verantwoordelijk voor externe contacten en overziet de algemene lijn van de rekenkamer en is niet rechtstreeks betrokken bij het uitvoeren van onderzoeken; 7. De overige leden van de rekenkamer zijn betrokken bij de onderzoeken. Hierbij kunnen zij zich onder meer laten ondersteunen door de secretaris van de rekenkamer. 8. De leden van de Rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal één keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd. Toelichting wijziging: •

Lid 1 is ontdaan van overbodige tekst; de term ‘voordracht’ heeft voorkeur boven ‘aanbeveling’. De term ‘aanbeveling’ klinkt zwakker/meer vrijblijvend.

•

Lid 2: tekst is toegankelijker gemaakt; aan de eisen die gesteld worden aan de kandidaat is dat deze een VOG dient over te leggen. Deze aanvulling is in lijn met

de ontwikkelingen op het terrein van integriteitstoetsing van personen in publieke functies. •

Lid 3: Het ligt in de rede een vertegenwoordiging van de rekenkamer expliciet te betrekken bij de selectie van een nieuw lid. Zo is het ook gedaan bij de meest recente werving van een nieuw lid. Het is op zijn plaats dit ook vast te leggen als uitwerking van de wat vage wetttelijke formulering in artikel 81, lid 5 Gemeentewet: overleg plegen. De rol van de vertegenwoordiging van de Rekenkamer die deel uitmaakt van de selectiecommissie is die van adviserend.

•

Lid 4: Deze bepaling kan geschrapt worden. Het is een niet noodzakelijke beperking van de mogelijkheid om toe te treden tot de Rekenkamer en beperkt daarmee het mogelijke ‘reservoir’ aan kandidaten. Primair is het aan de selectiecommissie om in haar oordeel dit aspect te betrekken. En als de selectiecommissie en daarna de raad op voorhand geen bezwaar ziet en zich een dergelijke situatie toch zou voordoen, dan is het evident dat het lid van de Rekenkamer dat het betreft zich onthoudt van iedere bemoeienis met het onderzoek.

•

Lid 5: kan eenvoudiger geformuleerd worden zonder aan betekenis te verliezen. Vernummerd tot lid 4.

•

Lid 6: Deze ‘funktiebeschrijving’ van de voorzitter hoort niet thuis in een verordening. Vanzelfsprekend kan dit bij de werving van een voorzitter onderdeel uitmaken van een profielschets of vacaturetekst, maar het gaat ver, te ver om de raad dit zo exact te laten bepalen. Waarbij men zich bovendien kan afvragen waarom de voorzitter van de rekenkamer niet rechtstreeks bij het uitvoeren onderzoeken betrokken zou mogen zijn. Dat lijkt ook niet in overeenstemming te zijn met de huidige praktijk. Voorstel is deze bepaling niet te laten terugkeren in de nieuwe verordening.

•

Lid 7: gezien het voorgaande ligt het in de rede ook deze bepaling achterwege te laten. Onderlinge samenwerking en toedeling van verantwoordelijkheden zijn een zaak van de rekenkamer zelf. Het past niet bij het onafhankelijke karakter van de Rekenkamer dat de raad hierbij deze aanwijzingen geeft.

•

Lid 8; eenvoudiger geformuleerd omdat het onderscheid in leden en voorzitter overbodig is en de termijn van zes jaar in de wet geregeld is en hier niet herhaald moet worden omdat het zou suggereren dat hier beleidsruimte ligt.

Artikel 4 Ontslag en non-activiteit 1. De rekenkamer bericht de auditcommissie als één van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, van de wet. 2. De rekenkamer bericht de auditcommissie als één van de gronden voor non-actiefstelling zich voordoet bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. 3. In de gevallen bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de auditcommissie de raad over de vraag

Artikel 4 Ontslag en non-activiteit De auditcommissie adviseert de raad over een beslissing wanneer er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 81c, leden 6 en 7, van de wet en artikel 81d, van de wet.

of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op nonactief stellen van het desbetreffende lid. 4. De auditcommissie adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid. 5. Voorafgaand aan een advies zoals bedoeld in het derde en vierde lid pleegt de auditcommissie overleg met de rekenkamer.

Toelichting wijziging: •

Lid 1, 2, 5: Hier komt geen rol toe aan de Rekenkamer. Het is aan de auditcommissie om deze toezichthoudende- en adviserende rol uit te voeren. Die rol kan in een lid verwoord worden.

Artikel 5 Openbaarheid 1. De rekenkamer vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. 2. De rekenkamer kan openbare vergaderingen beleggen.

Artikel 5 Openbaarheid 1. De rekenkamer vergadert in beslotenheid. 2. De rekenkamer kan besluiten in openbaarheid te vergaderen.

Toelichting wijziging: •

Lid 1, passage na de komma is overbodig, is in wet geregeld, 185, lid 6.

•

Lid 2, redactioneel aangepast

Artikel 6 Onderzoeksprotocol en gedragscode 1. De rekenkamer stelt een onderzoeksprotocol voor de uitvoering van haar onderzoek en een gedragscode vast. De gedragscode sluit aan op de gedragscode voor raadsleden die door raad is opgesteld. 2. In het onderzoeksprotocol werkt de rekenkamer tevens uit wat voor een soort onderzoeken hij verricht en welke tijdsduur daarmee is gemoeid. 3. De onder het eerste lid aangeduide documenten worden na vaststelling door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad gezonden. Toelichting wijziging: •

Artikel 6 Gedragscode en onderzoeksprotocol 1. De raad stelt een gedragscode voor de leden van de Rekenkamer vast. 2. De rekenkamer stelt een onderzoeksprotocol voor de uitvoering van haar onderzoeken vast en informeert de raad hierover.

Lid 1: nu de gedragscode voor de raad, voor de wethouders en voor de burgemeester allen zijn vastgesteld door de raad ligt het in de rede om voor de

Rekenkamer ook te streven naar een door de raad vast te stellen gedragscode. Voorstel is de tekst hierop aan te passen en te splitsen in twee leden. •

Lid 2: te gedetailleerde instructie; laat de inhoud van het protocol aan de RK over.

•

Lid 3: verwerken in lid 2

Artikel 7 Werkwijze

Artikel 7 Onderzoeksprogramma

1. De rekenkamer stelt elk jaar vóór 1 april een onderzoeksplan vast, de auditcommissie gehoord hebbend, en brengt het vervolgens ter kennis van de raad. 2. De rekenkamer bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

1. De rekenkamer stelt jaarlijks vóór 1 april een onderzoeksprogramma vast.

3. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad gestuurd.

3. Op een verzoek van de raad aan de rekenkamer om een onderzoek in te stellen wordt door de rekenkamer binnen vier weken geantwoord. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor gronden aanvoeren.

4. De raad legt zijn verzoek aan de rekenkamer ingevolge het bepaalde in artikel 182, tweede lid, van de wet vast in een besluit. De griffier draagt zorg voor het doorgeleiden van dit verzoek aan de rekenkamer. 5. Over een verzoek als bedoeld in het vierde lid vindt overleg plaats met de auditcommissie. De rekenkamer bericht vervolgens de raad zo snel mogelijk of en op welke wijze aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij haar besluit. Toelichting wijziging:

4. De de leden van de Auditcommissie fungeren als klankbordgroep bij het opstellen van het onderzoeksprogramma.

2. De rekenkamer bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast en informeert de raad hierover.

•

Titel: de term ‘Onderzoeksprogramma’ is toepasselijker dan ‘werkwijze’.

•

Lid 1: ietsjes beknopter geformuleerd, het ‘horen’ van de auditcommissie is iets ‘zachter’geformuleerd in het nieuwe lid 4.

•

Lid 2: handhaven

•

Lid 3: verwerken in lid 2

•

Lid 4: herschreven. Actiever gemaakt en meer ingebed in het gehele artikel. De link naar de term ‘besluit’ loslaten, is geen duidelijke term.

•

Lid 5: In het nieuwe lid 3 geschoven, waarbij rol Auditcommissie is geschrapt. Rol van de Auditcommissie is hier niet duidelijk.

Artikel 8 Rapportage rekenkamer 1. Voordat de rekenkamer tot vaststelling en openbaarmaking van een onderzoeksrapport overgaat, stelt zij de onderzochte partijen schriftelijk op de hoogte van het conceptrapport daarvan. 2. De rekenkamer stelt de betrokken partijen in de gelegenheid tot ambtelijk wederhoor. Betrokken partijen kunnen binnen een door de rekenkamer te bepalen termijn schriftelijk reageren op de bevindingen in het onderzoeksrapport of een door de rekenkamer geselecteerd deel daarvan. 3. De rekenkamer kan het college binnen een door de rekenkamer te bepalen termijn in de gelegenheid stellen tot bestuurlijk wederhoor. 4. Na de in het tweede c.q. derde lid bedoelde termijn sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt zij een definitief rapport op waarin de bevindingen, conclusies en aanbevelingen, de eventuele bestuurlijke reactie van het college, alsmede het nawoord van de rekenkamer zijn opgenomen. 5. Het definitieve rapport wordt vergezeld van een door de rekenkamer opgesteld raadsvoorstel naar de auditcommissie gezonden, die zorgt voor doorgeleiding naar de raad. 6. De raad neemt het rapport en bijbehorend raadsvoorstel uiterlijk vier maanden na ontvangst door de auditcommissie in behandeling. 7. De rekenkamer geeft voor de behandeling in de raad een presentatie over het onderzoek. Hierbij wordt de raad in de gelegenheid gesteld technische vragen te stellen. 8.

Bij de politieke behandeling van het onderzoek in de raad is de rekenkamer niet betrokken, de rekenkamer is hierbij aanwezig voor het beantwoorden van technische vragen. Toelichting wijziging:

VERVALLEN

•

Lid 1: dit is een herhaling van artikel 185, lid 2, Gw. Dan is het niet nodig om het in de verordening op te nemen.

•

Lid 2, 3 en 4: Dit is iets wat bij uitstek geregeld kan worden in het onderzoeksprotocol dat de rekenkamer opstelt. Dus voorstel is om deze leden te schrappen. Terzijde de opmerking dat de ‘kan’ bepaling in het bestaande lid 3 moeilijk verenigbaar lijkt met het dwingend geformuleerde aritkel 185, lid 2, Gw.

•

Lid 5: de wet schept de mogelijkheid voor de rekenkamer om voorstellen aan het raad of het college te doen naar aanleiding van een rapport. Het hoeft niet. De flexibiliteit die de wet hier biedt, wordt overeind gehouden. Dan is het ook niet nodig om hierover iets in de verordening te bepalen. Daarnaast is het de vraag wat de rol/functie hier van de Auditcommissie is. Als die er niet is, en dat lijkt zo te zijn, dan kan de bepaling achterwege blijven en wordt het raadsvoorstel zoals ieder raadsvoorstel rechtstreeks aan de raad d.t.v. de griffie aangeboden die de Agendacommissie adviseert over wijze en moment van agendering. De wijze van agendering van raadsvoorstellen ligt genoegzaam vast in het RvO van de raad.

•

Leden 6, 7 en 8: Hoe en op welk moment een rapport van de Rekenkamer exact behandeld zal worden, dat kan en behoort aan de Agendacommissie (geadviseerd door de griffie) overgelaten worden. Deze leden kunnen geschrapt worden. En daarmee luidt de conclusie dat het hele artikel niet terug hoeft te keren in de nieuwe verordening.

Artikel 9 Vergoeding werkzaamheden 1. De leden ontvangen voor hun werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding. 2. De vergoeding per maand bedraagt voor de voorzitter € 1250, - en voor de overige leden € 1000, -. 3. De maandelijkse vergoeding wordt met ingang van 1 januari 2017 jaarlijks geïndexeerd op basis van het jaarlijks door de raad ten behoeve van de gemeentebegroting vast te stellen percentage voor de indexering van de loonkosten.

Artikel 8 Vergoeding werkzaamheden 1. De leden ontvangen voor hun werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding. 2. De vergoeding per maand bedraagt voor de voorzitter 65% en voor een lid 55% van de vergoeding voor raadsleden

Toelichting wijziging: a) Door de vergoeding te koppelen aan de raadswedde kan afzonderlijke indexering achterwege blijven. De vergoeding houdt dat gelijke tred met de relatieve stijgigng van de raadswedde. Dat is een eenvoudiger systematiek die vaak wordt toegepast. b) Lid 1: handhaven c) Lid 2: formuleren adhv nieuwe systematiek d) Lid 3: vervalt Het artikel wordt vernummerd tot artikel 8 Artikel 10 Budget

Artikel 9 Budget

1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget, uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: a. de vergoedingen aan de leden; b. de ambtelijk medewerkers; c. externe deskundigen die door de rekenkamer worden ingeschakeld; d. bureaukosten; e. eventuele andere uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid, van de wet.

1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget, uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar werkzaamheden. 2. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorige begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, vierde lid, van de wet.

Toelichting wijziging: a) Lid 1: iets bondiger. De term ‘taken’ te vervangen door ‘werkzaamheden’ b) Lid 2: overbodig. c) Lid 3: handhaven Het artikel wordt vernummer tot artikel 9 Artikel 11 Ambtelijk medewerkers rekenkamer 1. Rechtspositionele besluiten ten aanzien van de ambtelijk medewerkers van de rekenkamer worden genomen door of namens het college na overleg met de voorzitter van de rekenkamer. 2. De secretaris beheert het budget van de rekenkamer.

Artikel 10 Ambtelijk medewerkers rekenkamer 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris; 2. Het college wijst op voordracht van de voorzitter van de Rekenkamer de ambtelijk secretaris aan; 3. Rechtpositionele besluiten ten aanzien van de medewerkers van de Rekenkamer worden door of namens het college genomen. Het college kan de raadsgriffier hiervoor een mandaat verlenen.

4. De voorzitter van de Rekenkamer geeft de functionele leiding aan de ambtelijke medewerkers. Toelichting wijzigingen: •

De regeling van de werkgevers- en leidinggevende functie van de medewerkers van de Rekenkamer is hier aangepast. Het nieuwe artikel brengt een scheiding aan tussen de hiërarchische en de functionele leiding. De functionele leiding van de medewerkers ligt exclusief in handen van de voorzitter van de Rekenkamer. De hiërarchische leiding ligt in handen van het orgaan dat de medewerkers aanstelt. Dat is het college. Het is niet gebruikelijk, maar ook niet ondenkbaar of juridisch onjuist dat het college de uitvoering van de hiërachische leiding in handen legt van de griffier. Hier pleit ook voor omdat nadrukkelijk wordt overwogen om de medewerkers van de rekenkamer hun werkplek te laten hebben op de griffie, hoewel zij geen geen werk voor de griffie uitvoeren. Wil deze constructie gaan werken, dan is het van belang dat tussen griffier en voorzitter rekenkamer nadere uitvoeringsafspraken worden gemaakt die verband houden met de rechtspositionele aspecten. Daarbij kan men ondermeer denken aan het voeren van funktioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken.

•

Het artikel wordt vernummerd tot artikel 10

Artikel 12 Periodieke evaluatie 1. Jaarlijks vindt een voortgangsoverleg plaats tussen de rekenkamer en de auditcommissie. 2. De rekenkamer treedt minimaal tweemaal per jaar in een raadskamer in overleg met de raad. 3. In opdracht van de raad wordt het functioneren van de rekenkamer elke twee jaar geëvalueerd. 4. De kosten van de evaluatie komen niet ten laste van het budget van de rekenkamer, maar van de raad. 5. De eerste periodieke evaluatie vindt plaats in 2018. 6. De auditcommissie brengt één keer per jaar aan de raad een verslag uit van de voortgang van door de raad aangenomen aanbevelingen.

Artikel 11 Overleg en Evaluatie 1. Jaarlijks vindt een voortgangsoverleg plaats tussen de rekenkamer en de auditcommissie. 2. De auditcommissie neemt eenmaal per zittingsperiode van de raad initiatief tot het evalueren van de werking van deze verordening en het functioneren van de Rekenkamer en betrekt raad, college en Rekenkamer hierbij.

Toelichting wijziging: •

Aanhef: de term ‘Periodieke’ kan achterwege blijven. Het onderwerp is evaluatie, niet de periodiciteit ervan.

•

Leden 1 en 2: de vraag is wat het evaluatieve karakter van deze overleggen dan inhoudt. Wat betreft de auditcommissie gehandhaafd. Dat sluit aan op de functie van die commissie. Met betrekking tot de raad lijkt deze bepaling overbodig.

•

Lid 3 en 4: deze leden zijn teruggebracht tot één lid, waarbij de opdracht – en dus ook de financiering – bij de auditcommissie ligt. De scope van de evaluatie is iets verbreed door ook de werking van de verordening daarvan onderdeel te laten uitmaken. Éénmaal per bestuursperiode evalueren lijkt voldoende.

•

Lid 5: dit is – enigszins – gewijzigd verplaatst naar het nieuwe artikel 12.

•

Het artikel wordt vernummerd tot artikel 11.

Dit artikel bestaat niet de huidige verordening

Artikel 12 Monitoring doorwerking aanbevelingen 1. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad, gelijktijdig met de jaarstukken, over de stand van zaken van de uitvoering van aanbevelingen gericht aan het college die bij raadsbesluit zijn vastgesteld. De informatie over de voortgang van de uitvoering wordt op een overzichtelijke en uniforme wijze opgenomen in een paragraaf ‘Uitvoering aanbevelingen rekenkameronderzoeken’ 2. De auditcommissie rapporteert jaarlijks, gelijktijdig met het verschijnen van de jaarstukken, aan de raad over de stand van zaken van de uitvoering van aan de raad gericht en door de raad aangenomen aanbevelingen.

Toelichting: a) In dit artikel wordt de monitoring ondergebracht van 1. De aanbevelingen die aan de raad gericht zijn en door de raad zijn omarmd en 2. De aanbevelingen die aan het college zijn gericht en door de raad zijn vastgesteld. Wat betreft het college is een verplichting tot rapportage van de doorwerking van aanbevelingen opgenomen in artikel 185a van de wet. Tot op heden lijkt er nog weinig gevolg gegeven te zijn aan deze bepaling. Deze verplichting is wat uitgewerkt en explicieter gemaakt. Ten aanzien van de rapportage van de doorwerking van expliciet aan de raad gericht gerichte aanbevelingen is dit een verplaatsing van de de bestaande bepaling van artikel 12, lid 5. b) Dit artikel krijgt nummer 12

Artikel 13 Intrekkingsbepaling

Artikel 13 Intrekkingsbepaling

De "Verordening op de rekenkamer Arnhem 2011" wordt ingetrokken.

De "Verordening op de rekenkamer Arnhem 2016" wordt ingetrokken.

Geen toelichting Artikel 14 Inwerkingtreding en duur controleverordening Deze verordening treedt na de voorgeschreven bekendmaking met terugwerkende kracht in werking per 1 april 2016.

•

Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

Het streven is gericht op een samenhangende wijziging van de verordening op de rekenkamer en de verordening op de auditcommissie. Een voorstel daarvoor wordt in de oktobervergadering van de auditcommissie besproken. Vervolgens kan het naar de raad, na behandeling in het Presidium en eventueel in een raadskamer. Besluitvorming is dat te verwachten in november of december. Tegen de achtergrond van dit tijdschema is inwerkingtreding op 1 januari 2025 voor de hand liggend.

Artikel 15 Citeertitel

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de rekenkamer Arnhem 2016”.

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de rekenkamer Arnhem 2025”.

Geen toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=fac37811-6bce-4c58-9921-ff98a3f9dc90