CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Verworpen amendement 'Naar een rechtvaardige lokale belastingheffing' (25A60) van de fractie SP

Politieke Avond 12 november 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Overzicht ingediende amendementen & moties inzake 'Begroting 2026 & Turap-2 2025 & Belastingverordeningen 2026'984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTERAAD ARNHEM

Amendement Datum raadsvergadering: Nummer amendement: Zaaknummer: Status Onderwerp:

12 november 2025 25A60 4729440 VERWORPEN Begroting 2026

Titel: Naar een rechtvaardige lokale belastingheffing

Aan de gemeenteraad Ondergetekenden stellen de volgende wijziging voor: •

• •

Twee-derde deel van de afvalstoffenheffing te incorporeren in de OZB. De helft daarvan gaat naar de OZB niet-woningen (bestaande verhouding van 80%/20% tussen eigenaren en gebruikers), de andere helft naar de OZB-woningen. Voor woningen het gebruikersdeel van de rioolheffing over te hevelen naar het eigenarendeel. Voor niet-woningen het gebruikersdeel van de rioolheffing over te hevelen naar het eigenarendeel.

En bovenstaande wijzigingen te verwerken in: • De Begroting 2026; • De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Arnhem 2026; • De Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Arnhem 2026; • De Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen Arnhem 2026. De verordeningen zullen in december 2025 in aangepaste vorm ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd.

Toelichting: Sinds begin jaren '80 zien we dat de arbeidsinkomensquote (AIQ) zich zodanig ontwikkelt dat een steeds groter deel van het nationaal inkomen naar de factor kapitaal gaat en een steeds kleiner deel naar de factor arbeid. Waar de verhouding begin jaren '80 nog grofweg 20/80 was, is de verhouding in 2024 31/69. Dit betekent dat huishoudens die primair hun inkomsten uit werk halen een steeds kleiner deel van het nationaal inkomen krijgen ten opzichte van huishoudens die primair hun inkomsten uit vermogen halen. Verder zien we in 2024 dat de marginale belastingdruk voor de hoogste inkomens vanaf +/- €80.000 afneemt, terwijl deze (fors) stijgt van +/- €20.000 tot de genoemde €80.0001. Ook blijkt uit onderzoek dat het besteedbaar inkomen van huishoudens in de

1 Zie o.a. brief van Staatssecretaris Financiën aan de kamer uit 2024: Wijziging van enkele

belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024)

GEMEENTERAAD ARNHEM 25A60/Pagina 2

afgelopen 40 jaar niet of nauwelijks is gestegen en (ver) achterblijft bij de groei van het BBP2. Tegelijkertijd is het inkomen van niet-financiële bedrijven de afgelopen 40 jaar bijna verdrievoudigd en worden de gemaakte winsten steeds minder vaak uitgekeerd en in de (lokale) economie geïnvesteerd. Concreter betekent dit dat de middengroepen in Nederland (specifieker: het 4e t/m het 7e percentiel) hun besteedbaar inkomen sinds 2000 hebben zien dalen, terwijl de hoogste inkomensgroepen (8e t/m 10e percentiel) hun besteedbaar inkomen juist toe hebben zien nemen. De Rabobank concludeert dan ook in het hierboven aangehaalde onderzoek: “De belangrijkste reden is echter dat de groei van het huishoudinkomen achterblijft bij de groei van de totale economie. Vooral het aandeel van de economie dat naar bedrijven gaat, is sterk toegenomen. Meer geld wordt opgepot bij bedrijven en zij zijn ook winstgevender geworden.

(…) Een dalend arbeidsinkomensaandeel en een stagnerend huishoudinkomen kunnen er uiteindelijk toe leiden dat de maatschappelijke onvrede steeds groter wordt omdat de ongelijkheid dan toeneemt en modale huishoudens maar weinig profiteren van de economische vooruitgang.” De groepen met lagere en midden inkomens kennen dus een relatief hoge belastingdruk3 en geen of nauwelijks groei van hun besteedbaar inkomen, waarbij het meer dan aannemelijk is om te concluderen dat deze onevenredig toeneemt met de huidige begrotingsmaatregelen, waarbij een 3 persoonshuishouden (of meer) in een huurwoning de lokale lasten significant méér ziet stijgen dan huishoudens in een duurdere koopwoning en al helemaal eigenaren van niet-woningen. Oftewel: de door het college voorgestelde belastingverordening vraagt onevenredig veel van huishoudens en dan met name huishoudens uit de lagere inkomensgroep, zeker ten opzichte van eigenaren nietwoningen. Ter illustratie: de lokale lasten van een huishouden in een huurwoning stijgen met 18% of 19% (afhankelijk van de WOZ-waarde), de lokale lasten van een huishouden in een koopwoning stijgen tussen de 9% en de 12% (afhankelijk van de WOZ-waarde, waarbij huishoudens in een relatief goedkopere koopwoning méér gaan betalen dan huishoudens in een duurdere woning). Daarentegen zien eigenaren niet-woningen hun lokale lasten toenemen met 5%.

Daarmee werkt de door het college voorgestelde begroting de facto degressief, iets dat gezien de hierboven geschetste ontwikkelingen met betrekking tot de AIQ en marginale belastingdruk als onevenredig moet worden gezien. Voorts is het zo dat het heel wel mogelijk is om de lokale lastendruk zodanig in te richten dat mensen met een lager inkomen (bijvoorbeeld mensen zonder eigen woning) er substantieel op vooruit gaan en mensen met een hoger inkomen (bijvoorbeeld mensen met een eigen woning van >€600.000) iets meer gaan betalen aan lokale lasten. Een vergelijkbare gemeente als Nijmegen laat zien dat dit kan.Ook laat een vergelijkbare gemeente als Nijmegen zien dat het heel wel mogelijk is om te werken met een hoger tarief OZB niet-woningen (0,9099 t.o.v. 1,0178). Daar is de OZB nietwoningen in korte tijd meer dan verdubbeld. Dit betekent dus een verschuiving van de lastendruk naar vastgoedeigenaren t.o.v. (armere) huishoudens, hetgeen een rechtvaardige en evenredige

2 https://www.rabobank.nl/kennis/d011308097-besteedbaar-inkomen-van-huishoudens-staat-al-

bijna-veertig-jaar-vrijwel-stil 3 https://www.rtl.nl/economie/artikel/5297479/rijkste-1-procent-nederlanders-betaalt-minderbelasting-dan-rest

GEMEENTERAAD ARNHEM 25A60/Pagina 3

lokale reactie betekent op de eerder geschetste ontwikkelingen binnen de AIQ, marginale belastingdruk en ontwikkelingen in het besteedbaar inkomen. Uit de doorrekening van de door de SP voorgestelde belastingmaatregelen blijkt dat huishoudens met een koopwoning tot en met een WOZ-waarde van €600.000 er op vooruitgaan, huishoudens met een woning van >€1.000.000 gaan wat meer betalen. Huishoudens in een huurwoning gaan er in alle gevallen fors op vooruit. Huurders van niet-woningen gaan er ook in alle gevallen op vooruit. Het zijn de vastgoedeigenaren niet-woningen die meer gaan betalen, waarbij ook hier geldt dat hoe hoger de WOZ-waarde, hoe meer dit oploopt. De in dit amendement voorgestelde maatregelen kennen dan ook een uitwerking waarbij de lastendruk evenredig meestijgt met de (kapitaal)kracht.

Indieners: Noud Roelen – SP Gerrie Elfrink – SP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=7175e997-f006-452c-8724-1eb75dff9eb3