Transcript van de vergadering van de gemeente Arnhem d.d. 11 december 2019
Tekst van het document
Maar als ik zie, en ik heb de contracten niet gezien maar als je ziet welke afspraken met RVG zijn gemaakt, met boetebepalingen om die label A ook daadwerkelijk ik dacht binnen een jaar of drie ook te realiseren, dan was dat risico inderdaad volledig bij de gemeente geweest. En als we dan vervolgens ook de afspraak hadden moeten maken over het huurbeleid, dus de woningverbetering en de verduurzaming niet verdisconteren in de huren, tot 2030 inflatie volgt huurbeleid, ja, dan hadden wij daar ook de risico’s voor gelopen. En dan hadden wij denk ik als gemeente ook voor de vraag gesteld, in hoeverre moeten wij, om te zorgen dat we niet heel veel geld weggooien zal ik zeggen, moeten kijken hoe je de toekomstwaarde van die woningen zou kunnen gebruiken bijvoorbeeld door het verkopen van woningen. Maar de risico’s hadden dan inderdaad bij de gemeente gelegen. De heer Prinsen: Ja, en de opbrengst ook. De voorzitter: Dank u wel. Ja, mijnheer Prinsen, het hoeft niet, een vervolgvraag hoeft niet. Dan mijnheer Dijk staat te popelen. De heer Prinsen: Het hoeft niet maar als het mag toch, wat het voor de bewoners verder nog had betekend? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Ja, voorzitter, dat was afhankelijk geweest van wat er afgesproken was.
Want als we nu kijken, en het is niet voor niks dat 96 procent van de leden heeft ingestemd, is natuurlijk dat we de woningen, die inderdaad in erbarmelijke staat zijn want ik ben er ook in een aantal geweest en ik ben met mevrouw De Bruyn ook nog een keer langs de verschillende wijken geweest maar ook in de woningen geweest, die zijn in erbarmelijke staat. Dus daar hadden we sowieso al wat aan moeten doen. En dan is vervolgens de vraag, hoe kun je woningen toekomstgericht maken op het moment dat je toch woningverbetering doet? En dan moet je toch heel forse investeringen doen en verduurzamen. En dan is uiteindelijk ook nog wel weer de vraag, ja, of 18
dat dan, of je dan ook die label A die je dan bijvoorbeeld garandeert, of je die ook gaat halen. Nou, daar zijn wat ik begrepen heb nu boeteclausules voor dus dat risico ligt nu bij de RVG. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Dijk, D66. De heer Dijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, ‘…’ volgens mij nog, want we proberen het een beetje te volgen, net kwam het antwoord van vraag zes langs maar volgens mij zijn we nog bezig met een toelichting te vragen op het antwoord van de wethouder op de eerste vraag. De eerste twee vragen. Ja, de wethouder geeft een paar redenen waarom hij zegt, wij gaan hier niet over tot aankoop. En toch heeft de heer Elfrink een aantal voorbeelden genoemd en ik wil er nog wel even eentje aan toevoegen. In de Varkensstraat kopen wij ook panden aan en werken wij ondertussen door aan een nog beter plan. En ik kan zeggen, dat gaat met een enorm succes inmiddels. Dus ik snap de afweging van het college in deze niet. Dus toch nog graag een bespiegeling daarop. De voorzitter: De heer Paping. De heer Paping: Ja, voorzitter, het gaat hier niet om de aankoop van individuele woningen maar om een aankoop van het bezit van 180 huurwoningen die vervolgens door geëxploiteerd moeten worden. Dat vereist nogal wat. Dat vereist expertise over huurbeleid want het gaat ook over, je moet ook weten waar je rechten en plichten liggen als verhuurder.
Maar wij hadden waarschijnlijk ook niet kunnen voldoen aan de eisen die de vereniging had gesteld. Want dat betekent, want die kan natuurlijk wel aanbieden aan ons maar die doet dat wel met een aantal voorwaarden erbij. En één van die voorwaarden is bijvoorbeeld verduurzamen naar label A en de tweede voorwaarde is, het garanderen van de betaalbaarheid door die verduurzaming niet te verdisconteren in de huren en voor een elf jaar lang een inflatievolgend huurbeleid af te spreken. De voorzitter: Een hele korte aanvullende vraag, mijnheer Dijk. De heer Dijk: Begrijp ik de wethouder goed dat die zegt dat de aanbieding, de plicht om aan te bieden aan ons gepaard gaat met een eisenpakket dat wij moeten slikken? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, laat ik het andersom zeggen, als de … Het is natuurlijk niet zo dat de vereniging naar ons toekomt en zegt, hier heeft u 180 huurwoningen voor niks. Die zullen daarbij rekening houden met de wensen die de leden hebben en die zullen willen zien dat de gemeente zodanig dingen regelt, niet alleen de lening afbetaalt die er is maar ook die woningen fors gaat verbeteren, ook de garanties geeft voor sociaal in Schuttersberg, et cetera, et cetera. En dan kom je inderdaad toch op een heel hoog bedrag wat je dan kwijt bent en hele hoge risico’s.
Dus het is niet zo dat een aanbiedingsplicht betekent dat die woningen gewoon maar voor een zacht prikje zal ik maar zeggen overgeheveld zouden worden naar de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mijn lijstje is nu mijnheer Greving van de Partij van de Arbeid aan de beurt. De heer Greving: Ja, dank u wel. Ik had een vervolgvraag op de vraag van de heer Loos nog net en ik had ook mijn eigen vraag nog. Maar eerst die vervolgvraag maar. Heeft de wethouder het koopcontract gezien? Want ik suggereer uit de antwoorden waar u zegt dat er boetebedingen en dergelijke zijn om dat te doen, of dat u het koopcontract gezien heeft?
19
De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, ik heb de koopcontracten niet gezien omdat het de vereniging is die moet besluiten. Ik heb wel de presentaties gezien die u ook heeft gezien op iBabs. En vanmiddag nog presentaties van een aantal ledenvergaderingen die zijn geweest, en daar wordt nadrukkelijk ook gesproken over die boetebedingen. En ik ben op, wat was het, 14 november denk ik, 14 november op de informatiebijeenkomst geweest van de ledenvergadering. De voorzitter: Mijnheer Greving, en uw eigen vraag denk ik of hier nog ‘…’. De heer Greving: Dit is toch … Maar dat is een hele korte, heeft u … U geeft aan dat u niet heeft ingestemd als gemeente met het addendum. Zit het addendum dan ook niet in het koopcontract? De voorzitter: Wethouder. De heer Paping: Het addendum is mij, nou moet ik weer nadenken, dat is twee weken geleden ‘s middags om een uur of twee, drie, vier, toegestuurd door de voorzitter van de vereniging met de vraag of ik daar goedwillend op zou willen antwoorden. En daar heb ik op gezegd wat ik net heb aangegeven. Dus het is een mailtje geweest met aan het eind de tekst van het addendum. Ik heb hem hier ergens liggen, en dat is het enige wat ik gehad heb. Want dat is, voor zover ik begrepen heb, een stuk wat op het laatste moment ingebracht is ten behoeve van de ledenvergadering die avond.
De heer Greving: Dus voorzitter, het staat niet in het koopcontract? Dat is dus er ook niet ingekomen. De heer Paping: Dat durf ik niet te zeggen maar laat ik het zo zeggen dat wat daar staat wat de rol van de gemeente is, dat is van generlei waarde omdat wij daar als gemeente niet mee ingestemd hebben. De voorzitter: U mag uw eigen vraag stellen. En daarna is mijnheer Elfrink die geduldig staat te wachten aan de beurt. De heer Greving: Want dat haakt u even aan inderdaad op uw antwoord op vraag één. Kunnen we op dit moment, voor heel het debat, is dit uiteindelijk nu inderdaad een voldongen feit en is dit inderdaad nu, de verkoop is gesloten en op dit moment moeten we doen met hoe het er nu voorligt. De voorzitter: Wethouder. De heer Paping: Ja, mevrouw de voorzitter, ik kan niet precies bepalen en inzien welke ontbindende voorwaarden er precies door de vereniging nog zijn gesteld en door de kopende partij zijn gesteld. Maar ten aanzien van de invloed en zeggenschap van de gemeente kan ik wel zeggen dat het onomkeerbaar is. Maar of het onomkeerbaar is omdat er een aantal voorwaarden zijn is bijvoorbeeld, moet er nog een due diligence plaatsvinden, dat durf ik dus niet te zeggen en ik ken ook niet alle ontbindende voorwaarden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Elfrink. De heer Elfrink: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, wat ik fascinerend vind aan het verhaal van de wethouder, maar misschien beaamd die wel helemaal niet dat de Woningbouwvereniging inderdaad niet zelfstandig voort zou kunnen bestaan dus ik wil graag dat die daarop ingaat, maar laten we er even van uitgaan dat dat waar is. Dus we hebben een Woningbouwvereniging zo arm als een kerkrat. En die komt dan bij de gemeente, wil je ons 20
kopen? Ja, dan moet het wel label A worden, dat nieuwe maatpak wat ik aangemeten krijg van jullie. Ja, het is toch een heel raar verhaal eigenlijk, wethouder, vindt u zelf ook niet? En toen u besloot om daarvan af te zien, hoelang heeft u daar eigenlijk over nagedacht? Heeft u scenario’s op tafel laten leggen, heeft u onderzoek naar laten doen? Want natuurlijk, als u woningen verwerft, eigenlijk waren ze al een beetje van ons want we hebben eigenlijk afstand genomen van een bepaalde economische waarde, waarvan ik nu begrijp dat die zo ongeveer 28 miljoen bedraagt. Maar op dat moment, ja, natuurlijk heb je opbrengsten, je hebt risico’s, je hebt kosten, je hebt verantwoordelijkheid naar je huurders toe. En die nemen we op allerlei manieren als gemeente Arnhem, dagelijks doen we dat, dus dat is geen reden om dat niet te doen. Maar heeft u dat op een rijtje gezet? Heeft u dat afgewogen? Heeft u daar een rapport over laten opmaken? Op basis waarvan heeft u destijds besloten, nee, dit doen we toch maar niet? Op basis van de dingen die u net zo zegt maar waar geen enkele onderbouwing bij zit, of liggen daar gewoon onderzoeken, afwegingen en rapporten aan ten grondslag? Want het gaat nogal om een zaak, 28 miljoen, dat is waar we over spreken. En de toekomst van het sociaal huurbezit in deze stad. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Elfrink. De heer Paping.
De heer Paping: Voorzitter, wellicht twee misverstanden even wegbrengen, die woningen zijn niet van ons en die waren niet van ons en die zijn nooit van ons geweest. Ook niet in, want ik heb het geschiedenisboek daarover gelezen, de gemeente heeft destijds wel gefaciliteerd door leningen maar dat is al tachtig, negentig of honderd jaar geleden, maar die woningen zijn van de vereniging. Tweede wat denk ik toch wel een beetje een misverstand is dat welke koper er ook zou geweest zijn, het altijd zo zou zijn dat in de Braamberg op den duur geliberaliseerd bezit zou worden. Weliswaar bij mutatie, een deel is al geliberaliseerd, een vrij groot deel is al geliberaliseerd. De heer Elfrink: Voorzitter? Zou u willen toezien dat de wethouder antwoord geeft op de vragen die ik heb gesteld? De voorzitter: Mijnheer Elfrink, u moet de wethouder ook wel kans geven om even uit te spreken. De heer Elfrink: Jawel maar hij mag van mij alles zeggen, als die maar antwoord geeft op de vraag natuurlijk. De voorzitter: Dat is antwoord en de wethouder gaat door met het beantwoorden van de vragen. De heer Paping: Ja, dat wou ik toch even hier gemeld hebben omdat de heer Elfrink daar wat opmerkingen over maakte. Ja, een raar verhaal, wij hebben inderdaad geen scenario’s laten doorrekenen.
Wij hebben wel ons gerealiseerd dat een aankoop van dit bezit zou betekenen dat we dingen zouden doen die in tegenspraak zijn met het beleid zoals we dat tot nu toe hebben, zowel ten aanzien van vastgoed als ten aanzien van woonbeleid. En we hebben ons ook gerealiseerd dat dit zou betekenen dat wij fors in de buidel zouden moeten tasten en forse risico’s zouden moeten lopen en een forse opgave zouden hebben om die woningen weer op een fatsoenlijk kwaliteitsniveau te brengen. En dan kunt u zeggen, label A is wel een heel hoog label. Maar als je woningen onder handen neemt, dat is algemeen bekend, dan kun je dat beter direct goed doen en niet eerst een stapje maken bijvoorbeeld naar label C en dan zeggen, over tien jaar doen we wel de volgende stap. Maar als je woningen onder handen neemt kun je het beter goed doen en dan heb je ze ook voor dertig jaar weer in orde. De voorzitter: Aanvullende vraag voor de heer Elfrink.
21
De heer Elfrink: Nou, voorzitter, het is in ieder geval helder dat het gewoon op basis van eigenlijk een onderbuikgevoel dit besluit is genomen. En de raad daar vervolgens niet in de gelegenheid is gesteld daar wat van te vinden, dat neem ik u echt kwalijk. Maar u zegt nou, gaat nu label A zitten verdedigen. Maar label A, dat is toch gewoon, er is toch gewoon gekeken, hoe maken we eigenlijk al het geld op en krijgen we het toch nog verkocht? Want dan blijft er nog zoveel mogelijk waarde in die woning zitten want anders gaat het naar de wijk, anders gaat het naar de wijk. Dat hebben we gehoord. Dus waarom verdedigt u label A terwijl u ook kan zeggen, nou ja, label B is inderdaad bij deze woningen voldoende en dan blijft er ook nog wat geld over voor de wijk. Want in de wijk zijn ook genoeg doelen waar je dat aan zou kunnen besteden. Dat had ook een keuze kunnen zijn, wethouder. De voorzitter: Uw vraag is gesteld. Wethouder. De heer Paping: De vraag is gesteld en die is denk ik ook heel helder. Het is de keus van de vereniging geweest om te zeggen, en de vereniging heeft ook de volledige zeggenschap over dat bezit, om te zeggen, wij willen de woningen naar label A. En het enige, als u de stukken gelezen had dan had u dat ook kunnen zien, dat wij als gemeente hebben gezegd, dat willen wij wel ondersteunen.
De heer Elfrink: Nou, voorzitter, ik wil heel even kort reageren want dit vind ik echt over de grens gaan. De wethouder meent hier te moeten permitteren welke stukken ik wel en niet gelezen zou hebben, alsof hij dat weet, terwijl hijzelf geen enkel stuk naar de gemeenteraad heeft gestuurd uit eigen beweging. Daar heeft de heer Loos, heeft hier een ordedebat moeten starten tijdens de raadsvergadering om überhaupt nog stukken te krijgen. Gaat u schamen zeg. De voorzitter: Dank u wel. Nee, u hoeft daar niet op te reageren. Mijnheer Van der Laak had een aanvullende vraag en daarna heeft mijnheer Loos, ja, het zijn veel … De heer Van der Laak: Ik kan hem ook aanvullend maken, voorzitter. De voorzitter: Ja, nee maar mijnheer Van der Laak maakt hem ook aanvullend naar u, mijnheer Loos. De heer Loos: Mijn termijn is ook aanvullend. De heer Van der Laak: Dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, ik haak even in op wat de heer Elfrink heeft gezegd van dat hij het de wethouder kwalijk neemt dat de raad niet betrokken is bij het besluit. En ik sluit me daarbij aan want wij kunnen elkaar de hand schudden wat dat betreft. Ik vind het, ja, ongelooflijk dat bij een beslissing om risico’s te nemen dan wel aankopen te doen met geld van de gemeente, en daar gaat volgens mij de raad over, dus waarom heeft u niet overwogen om ons daarbij te betrekken? Wij weten helemaal niets.
Wij weten niet eens hoe de verrekening heeft plaatsgevonden, de bedragen kennen we niet. Waarom is de raad er niet bij betrokken want wij gaan toch over het geld? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Ja, voorzitter, ik heb dat proberen duidelijk te maken dat, wij hebben als college gehandeld binnen het woonbeleid wat er op dit moment is en ook binnen ons vastgoed beleid, dat is de belangrijkste reden daarvoor. Overigens wordt er vaker bezit aangeboden aan de gemeente, bijvoorbeeld om strategische redenen en dergelijke, en dat loopt ook niet altijd via de raad.
22
De voorzitter: Mijnheer Loos. De heer Loos: Ja, voorzitter, ik begrijp de wethouder wel enigszins dat die zegt, ja, de vereniging had die bezittingen, die had wensen, die wou in plaats van een badkamer et cetera en goed geïsoleerd, liever ook nog level A. Dat begrijp ik allemaal. Dat is uiteindelijk haar beslissing. Alleen voor ons is de grens, als wij daarna nog over gaan toezien. Dus als de wethouder eventueel daarop wil toezien, in wat voor vorm dan ook, in welk addendum dan ook, dan zou ik dat toch echt als raad eerst willen zien. Want dan nemen wij ook de bewaking van extra risico’s op ons en dat lijkt mij niet verstandig. Dus is de wethouder dat van plan met ons te delen? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, daar ben ik gaarne toe bereid op het moment dat wij in het vervolgtraject, u verwijst een aantal keren al naar het addendum, ik wil daar graag met het bestuur van de vereniging in overleg. Maar zoals het er nu staat hebben wij dat niet ondersteund. Als wij als gemeente een rol daarin willen spelen, dan lijkt het mij prima om dat hier met de raad te delen wat die rol dan is. De voorzitter: Ik ben echt als een razende ‘…’ aan het beschrijven. Volgens mij is D66 nu aan het woord. De heer Dijk: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen, ja, het college heeft gehandeld conform de kaders.
Ben ik wel even benieuwd naar de besluitstukken daarover. Ik heb ze nog niet bij de stukken aan kunnen treffen. Slechts een rondvraagmemo maar geen beslisnota. Dus ik ben even benieuwd op basis van welk collegebesluit deze handelingen al hebben plaatsgevonden? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, het onderwerp is twee keer in het afgelopen jaar aan de orde geweest bij de rondvraag van het college. En bij die rondvraag staan een aantal punten hoe we verder willen wandelen. En bij die rondvraag is ook meegeleverd een brief, ondertekend dacht ik door de heer De Ruiter, die de besluiten of de discussie samenvat zoals wij hem in het college op diezelfde dag gevoerd hebben. De voorzitter: Korte aanvullende vraag, mijnheer Dijk. De heer Dijk: Inderdaad, voorzitter, ik heb inmiddels geleerd, het college gaat natuurlijk over de eigen antwoorden maar de vraag die ik stelde, waar zijn die beslisstukken? En ik hoor de wethouder op geen enkele manier antwoord geven op die vraag. Dus ik geef nog een tweede mogelijkheid om aan te geven waar die beslisstukken zijn. De voorzitter: Wethouder, wilt u nog wat aanvullen of heeft u het voldoende beantwoord? Mijnheer Van den Broek, CDA. De heer Van den Broek: Dank u wel, voorzitter.
Het antwoord van de portefeuillehouder is heel helder, waar het gaat om de keuze, het paste niet binnen ons woonbeleid om dit met de raad te delen of in ieder geval om daarmee aan de gang te gaan. Dus we vonden het niet nodig om met de raad te delen. Echter, daar waar de gemeente normaal panden aangereikt krijgt en daar ook geen rol in heeft gehad begrijp ik die heel goed. Maar deze aanbiednota is natuurlijk opgenomen met een reden en dat is de betrokkenheid die wij als gemeente daar al langdurig hebben. Gelet op, nou ja, de insprekers hier in de raad, de vragen die de portefeuillehouder
23
krijgt, is de portefeuillehouder dan van mening dat in het vervolg bij dit soort materie wellicht de raad wel al vooraf geïnformeerd zou moeten worden over een aanbod van zulk soort? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Ja, voorzitter, als u … Als de statuten bekeken worden dan kunt u zien dat de rol van de gemeente vrijwel nihil is statutair. Wij hebben geen zeggenschap. We hebben alleen inderdaad op het eind, wat in artikel 24 zeg ik uit mijn hoofd, verwezen naar als er bijvoorbeeld een batig saldo is, dan gaat het naar de gemeente die het vervolgens weer in de betreffende buurten moet investeren. Dat is een hele beperkte, dat is gewoon een hele beperkte rol. Die is ook, ik weet niet hoe die in het verleden is geweest, januari 2018 is er nog een statutenwijziging geweest. Maar de rol is niet zodanig dat wij een hele nauwe band hebben met de vereniging. En zowel als je kijkt naar wat er gebeurde sinds 2016, dan zie je ook dat we als gemeente steeds hebben gezegd, wij spelen geen formele rol maar onze rol is met name adviserend. En ik hoop dat de vereniging dat ook op prijs heeft gesteld, dat zowel mijn voorganger als ikzelf en de ambtenaren natuurlijk hebben geholpen om een aantal problemen die er zijn, gewoon met kennis et cetera om daarbij te ondersteunen.
Want het was de vereniging, nou ja, dat heeft mevrouw De Bruyn ook aangegeven, die stond er ook echt niet goed voor en die kon die adviserende rol van de gemeente ook goed gebruiken. De voorzitter: Ik ga heel even met u even wat afspreken. Want ik kijk naar de klok, we hebben nog een kleine tien minuten. Ik zie nog vijf mensen aan, nou, zes aan de microfoon. Ik wil u allen zes toch de gelegenheid geven om kort nog een aanvullende vraag of, nou ja, de prangende vraag te stellen die u nog heeft. We kunnen denk ik al concluderen dat we niet alle vragen in dit agenderingsvoorstel staan afkrijgen. Maar laten we in ieder geval degene die nu aan de microfoon staan krijgen op de door mij genoteerde volgorde het woord en daarna gaan we afronden. Mijnheer Becker. De heer Becker: Dank u wel, voorzitter. Ik wist niet dat ik al aan de beurt was, ik dacht nog tien minuten bij dit paaltje. Maar even een terugkomend antwoord van de wethouder, dat is een mooi haakje namelijk erbij, de statutenwijziging in 2018 is ter goedkeuring voorgelegd aan het college. Vraag A daarbij is, waarom heeft het college dat niet gedeeld met de raad? Want daarin werd juist die belangrijke wijziging aangebracht dat het batig saldo in de betreffende buurt moet worden aangewend.
Waarom zijn we daar niet over geïnformeerd? En vraag B daarbij is, ja, volgens de ChristenUnie is dat juist wel een hele belangrijke statutenwijziging geweest die onze positie ten opzichte van deze Woningbouwvereniging bepaalde, dus waarom daar geen informatie over? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, ik vind de vraag van de heer Becker wat moeilijk te beantwoorden, ik was daar niet bij. Er is wel middels een collegenota is uiteindelijk daarmee het ook wel weer openbaar en inzichtelijk voor de raad geweest wat de statutenwijziging is. Maar ik moet helaas het antwoord schuldig blijven, ik wil anders daar ook wel schriftelijk op antwoorden. Maar waarom de raad destijds niet betrokken is bij de besluitvorming over de statutenwijziging of geïnformeerd is via een raadbrief, dat heb ik zo niet paraat. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Becker, u heeft een toezegging dat de wethouder schriftelijk op uw vraag. Dan, ik ging net iets te snel want ik vergat de mijnheer Van den Broek nog eventjes de kans te geven om op het antwoord op zijn vraag te reageren. Mijnheer Van den Broek.
24
De heer Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Een sympathiek antwoord van de wethouder op mijn vraag echter totaal geen antwoord op de vraag zelf. De vraag is, we hebben een andere rol dan doorgaans gebruikelijk is in deze situatie. Er wordt ons een pand aangeboden statutair, weliswaar niet gratis maar die wordt ons aangeboden. In tegenstelling tot waar normaal vanuit een commercieel perspectief een pand aangeboden wordt en eventueel een andere vorm van een vraag, had de wethouder, vindt de wethouder het niet verstandig om in het vervolg bij dit soort materie de raad wel te informeren op voorhand? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Broek. De wethouder graag met een kort antwoord, dan kunnen we nog, ja, misschien nog een of twee vragen stellen. De heer Paping: Nou, voorzitter, ik zou daar best de toezegging op willen doen maar dit soort materie kennen we volgens mij verder ook niet. Dit is een unieke positie dus als ik dit u zou toezeggen weet ik niet wat ik u toezeg namelijk. Want wij krijgen vaker bezit aangeboden en om dat elke keer dan te melden aan de raad zou ik denk ik niet een goede zaak vinden. Maar als er weer een woningbouwvereniging met meer dan honderd woningen aangeboden worden aan de gemeente, dan ben ik gaarne bereid als dat zich voordoet om dat via de gemeenteraad te laten lopen. De voorzitter: Dank u wel.
Volgens mijn briefje heeft de SP de vraag maar ook graag aan u want als we echt nog drie vragen de kans willen geven. Korte vraag, kort beantwoord, dan gaan we het redden. De heer Elfrink: Ja, nou ja, laat ik dan maar een hele belangrijke vraag stellen, is deze deal op enige wijze nog te hinderen door de gemeente, is die nog te breken? Want dat geeft dan inzicht op de vraag hoeveel tijd hebben wij nog? Want er zijn nog heel veel dingen die opgehelderd moeten worden. De voorzitter: Dank u wel, de vraag is duidelijk. De wethouder. De heer Paping: De verkoop is aan de vereniging. De heer Elfrink: Ja, maar mijn vraag is aan u, kunt u op enigerlei wijze nog verhinderen dat dit kapitale bezit in de handen van de Rozendaalse Vastgoed Groep terechtkomt die dat gewoon gaan uitponden. De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, de gemeente heeft geen instrumenten om de verkoop tegen te houden. De heer Elfrink: Niet meer. De voorzitter: Dank u wel. De heer Paping: Niet. De heer Elfrink: Nou, voorzitter, nee, want u heeft afgezien van aankoop en u had wel degelijk een instrument in handen, laten we dat even vooropstellen. U heeft geen scenario’s ontwikkeld, ook niet het scenario om te zeggen, we gaan knippen. De voorzitter: Mijnheer Elfrink. De heer Elfrink: En we gaan het geliberaliseerde bezit ... 25
De voorzitter: Mijnheer Elfrink, ik ga u onderbreken, de wethouder heeft het antwoord gegeven. Nu is de vraag aan mijnheer Prinsen. U kunt staan maar ik had gezegd, degene die staan, kwart voor tien is kwart voor tien, ik kan er ook niks anders van maken. Mijnheer Dijk, dan mijnheer Loos en dan sluiten we af. De heer Dijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, toch nog even want volgens mij zitten we nog in dat rondje, die vraag over die keuze voor label A. De wethouder geeft nog steeds zijn, ja, dat heb ik zo aangeleverd gekregen maar hij heeft er wel mee ingestemd. In de brief staat die zelfs op een gegeven moment als voorwaarde voor uitponding. Even heel precies, waarom kiezen we hier dan wel voor zo’n label A, om daaraan mee te werken en bijvoorbeeld in de prestatieafspraken met de woningcorporaties niet? Als de heer Paping zegt, ja, in één keer goed, waarom geldt dat hier dan wel en bij de woningcorporaties in de rest van Arnhem niet? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wiggers, u kunt gaan staan maar het rondje is voorbij. Mijnheer Loos krijgt het laatste en dan is het aan de indieners van het agenderingsverzoek te bepalen hoe ze verder willen gaan. Mijnheer Loos, de afsluiting want de volgende groep staat alweer te springen. De heer Loos: Ja, dank u, voorzitter.
Ik had net aan de wethouder gevraagd dat als de wethouder eventuele addendums opstelt en of die deelt, dat wij die als eerste als raad ontvangen. En ik wil daar graag ook als raad eerst over debatteren en eventueel goedkeuren. En ik wil even uitleggen waarom. Beste bewoners, u zit, luistert wellicht, in het verleden zijn afspraken niet waargemaakt. En als er afspraken nu zijn en dat moet opgeknapt worden, dan moet dat ook waargemaakt worden. En als daarvoor uiteindelijk controle of een taak van de gemeente voor nodig is, en wellicht is die niet nodig, maar dan kunnen we dat beter helder op papier hebben op dit moment. Dus indien dat extra verzoek bij de gemeente komt, dan zie ik dat graag terug want u wilt zeker zijn dat uw verbouwing niet vertraagd wordt. De voorzitter: De wethouder. De heer Loos: Kan u dat toezeggen, eerst naar ons sturen? De voorzitter: De wethouder. De heer Paping: Voorzitter, als dat een wens is die breder gedeeld wordt in de raad, kan ik dat toezeggen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Elfrink, het laatste woord. De heer Elfrink: O, nee, ja, dat is meer een punt van orde want daar zijn nog heel veel vragen, volgens mij niet alleen bij mijn fractie maar ook bij andere fracties. Dus wij zouden, dat moet ik even overleggen maar ik kijk even, een vervolg willen op deze behandeling. De voorzitter: Ik ben ervoor dat we als … De heer Elfrink: Ja.
Want ik begrijp dat de interpellatie … De voorzitter: Dat zou … De heer Elfrink: De urgentie daarvoor nu er niet is omdat het point of no return is al voorbij heb ik begrepen, dat is wel ernstig. Maar dat is dan zo. Maar dan hebben we dus genoeg als eerstvolgende stap aan een voortzetting van deze agendering.
26
De voorzitter: Dat was, u bent mij voor, ik had ook gezegd, als de tijd bijna om is dan ga ik de indieners van het agenderingsverzoek de vraag stellen hoe verder? Nou ja, de vraag stellen is misschien het antwoord al geven. Dus mijnheer Loos, u spreekt namens alle indieners, gaat u een reactie geven of gaan we de indieners een voor een af? De heer Loos: Ja, voorzitter, het lijkt mij goed om dit wel een vervolg te geven. De voorzitter: Dat is prima. En dan mijnheer Becker van de ChristenUnie. De heer Becker: Blijkbaar moeten we allen ons woordje doen. Maar de ChristenUnie is ook voor nog een keer agenderen. De voorzitter: Mijnheer Greving. De heer Greving: Partij van de Arbeid ook. De voorzitter: Mijnheer Van der Laak. De heer Van der Laak: Ja, dus we moeten het gewoon. De voorzitter: Dat is vier. De heer Van der Laak: We hebben twee vragen behandeld. De voorzitter: Mijnheer … Ja, precies, tweeënhalf beantwoord. Mijnheer Dijk. De heer Dijk: Ja, vervolgvergadering. De voorzitter: Een vervolg, maar dat het een vervolgvergadering, mijnheer Van den Broek, u gaat vast ook zeggen dat u het nog verder geagendeerd wil hebben. De eerst mogelijke datum is 15 januari. De heer Van den Broek: Er schijnt een grote behoefte aan te zijn. De voorzitter: Ja, helemaal prima. Dan dank ik u allen hartelijk, ook de aanwezigen in de zaal, ook nogmaals de insprekers.
En dan sluiten we deze vergadering. Hartelijk dank.
27