Toelichting Bijlage 16 - Watertoets
Tekst van het document
WATERTOETS AKZO-TERREIN TE ARNHEM
Rapportage Watertoets AKZO-terrein te Arnhem Opdrachtgever
SAB Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem
Rapportnummer
7155
Versienummer
D2
Status
Eindrapportage
Datum
6 december 2022
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
De heer ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer R.A.F. Smeets, BASc BEd
Paraaf
Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. 7155
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2
3
WATERBELEID .......................................................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3
4
OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
Planvoornemen............................................................................................................... 14 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 14 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 15
PLANUITWERKING .................................................................................................................. 16 7.1 7.2
7.3 8
Uitvoering ........................................................................................................................ 11 Lokale bodemopbouw .................................................................................................... 11 Grondwaterniveau .......................................................................................................... 11 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ..................................................................... 11 Resultaten ....................................................................................................................... 12 Beoordeling..................................................................................................................... 13
TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING ........................................................................................... 14 6.1 6.2 6.3
7
Hoogteligging .................................................................................................................... 7 Bodemopbouw .................................................................................................................. 7 Hydrogeologie................................................................................................................... 7 Grondwater ....................................................................................................................... 7 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 9 Ontwatering .................................................................................................................... 10 Riolering .......................................................................................................................... 10
GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK ........................................................................... 11 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
6
Rijksoverheid .................................................................................................................... 3 Waterschap Rijn en IJssel ................................................................................................ 3 Gemeente Arnhem ........................................................................................................... 5
Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 16 Hemelwater ..................................................................................................................... 16 7.2.1 Hemelwatervoorziening .................................................................................... 16 7.2.2 Lediging ............................................................................................................ 17 7.2.3 Calamiteit.......................................................................................................... 17 7.2.4 Kwaliteit ............................................................................................................ 18 Vuilwater ......................................................................................................................... 18
CONCLUSIE ............................................................................................................................. 18
7155
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.
- Topografische ligging - Gegevens geohydrologisch veldonderzoek - Berekende k-waarden - Waterhuishoudings- en rioleringsplan ‘Zijdekwartier’ - Resultaat digitale watertoets
7155
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van SAB opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling op een gedeelte van het AKZO-terrein te Arnhem. De initiatiefnemer is voornemens het voormalige AKZO-terrein te ontwikkelen. Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan ‘Velperweg e.o.’ (vastgesteld 27-11-2017). De gronden zijn bestemd als enkelbestemming ‘bedrijf’. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de bestaande bestemmingsstructuur. Om het plan te realiseren is een bestemmingsplanwijziging nodig. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen.
De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Arnhem).
Rapport 7155 versie D2
Pagina 1 van 18
2
LOCATIEGEGEVENS
De planlocatie (± 49.880 m²) betreft een deel van het voormalige AKZO-terrein en is kadastraal bekend gemeente Arnhem, sectie Q, nummer 9272. De coördinaten van een centraal punt zijn X = 192.605, Y = 44.430. De planlocatie is vanuit de voormalige situatie nagenoeg volledig verhard met klinkers, beton en asfalt. De initiatiefnemer is voornemens woningen en appartementen te realiseren. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.
Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie
Rapport 7155 versie D2
Pagina 2 van 18
3
WATERBELEID
3.1
Rijksoverheid
Nationaal Water Programma 2022 - 2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken.
Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaat adaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met klimaat adaptief wordt bedoeld: het klimaat veerkrachtig en robuust inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaat robuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken. 3.2
Waterschap Rijn en IJssel
De waterschappen Groot Salland, Reest en Wieden, Rijn en IJssel en Vechtstromen hebben gezamenlijk de beleidsnotitie 'Water raakt' opgesteld. In 'Water raakt' wordt het stedelijk waterbeleid beschreven en zijn concrete uitgangspunten voor de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (watertoets) opgenomen. Deze uitgangspunten vormen het vertrekpunt voor het overleg tussen waterschap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het watersysteem.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 3 van 18
Het is van belang dat het aspect water vanaf de start van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateraspecten integraal mee te nemen, zodat de doelstellingen van het plan optimaal gerealiseerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlast. De Watertoets is één van de instrumenten om dit te bereiken. De watertoets is het middel om de afweging van waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming met elkaar in gesprek brengt. In het gezamenlijk gesprek kan ook onderzocht worden of er kansen zijn om andere maatschappelijke doelen mee te koppelen. Bij elk ruimtelijkplan dient het watersysteem zo ingericht te worden, dat het beter bestand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden. Bevorderen om bewuste keuzes te maken om risico’s te beperken of accepteren. De klimaatverandering heeft betrekking op onze taken voor waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een ruimtelijk plan is in principe waterneutraal, dus veroorzaakt geen wijziging van waterpeilen of aan-/afvoer van water.
Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Door versnelde afvoer van hemelwater wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar op benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Om versnelde afvoer tegen te gaan hanteert het waterschap bij ruimtelijke plannen de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Dit betekent dat hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden op de plek waar het valt en het vervolgens kan infiltreren in de bodem of vertraagd kan worden afgevoerd naar het watersysteem. In ruimtelijke plannen met een toename van verharding zijn infiltratie- of waterbergende voorzieningen nodig om het plan (grond)waterneutraal te maken. Uitgangspunten voor het ontwerp van infiltratie- en waterbergingsvoorzieningen zijn: In landelijk gebied is een regenbui T=10+10% maatgevend. De hoeveelheid neerslag die valt in deze bui moet in het plangebied worden geborgen, waarna dit kan infiltreren of vertraagd wordt afgevoerd. In bebouwd is een regenbui T=100+10% maatgevend voor de dimensionering van de waterhuishoudkundige voorzieningen. Hierbij mag het waterpeil vanuit het oppervlaktewater tot aan straatpeil stijgen, waarbij geen waterschade aan bouwwerken, hoofdinfrastructuur en spoorwegen mag ontstaan.
Bij ontwikkelingen met een toename van verharding groter dan 1.500 m 2 kan het waterschap vragen om waterhuishoudkundig plan, dat aantoont dat de wijze van berging effectief is, en dat er geen effecten zijn op het omliggende gebied. De waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta hebben een aantal gezamenlijke richtlijnen opgesteld hoe we met stedelijke waterberging om willen gaan en in het bijzonder voor nieuwe stedelijke gebieden, waar onverhard gebied (deels) verhard gebied wordt. Voor het bepalen van de hoeveelheid stedelijke waterberging voor nieuw stedelijk gebied, wordt uitgegaan van de ontwerpuitgangspunten zoals opgenomen in tabel 1.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 4 van 18
Tabel 1.
Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Neerslagstatistiek Nieuwe statistiek (Stowa rapport 2015 – 10a) Klimaatscenario Huidig klimaat +10%
Afvoer T=1 (l/s/ha)
0,8
Afvoer T=100 (l/s/ha)
1,6
Maatgevende buiduur (uur)
48
Totale neerslaghoeveelheid (mm)
111
Afvoer via oppervlaktewater (mm)
28
Berging dak/straat/etc (mm
3
Benodigde berging (mm/m2)
80
Het aantal mm (of m3) benodigde waterberging volgt berekend (zie tabel 1): De totale neerslaghoeveelheid bij de maatgevende buiduur van een bui van 48 uur is 111 mm. De toegestane afvoer vanaf het toegenomen verhard gebied naar het oppervlaktewater bij de maatgevende bui van T=100+10% is 1,6 l/s/ha. Dit komt bij de maatgevende buiduur van 48 uur overeen met een afvoer 28 mm. In aanvulling daarop wordt door het waterschap rekening gehouden met een berging op straat/dak/etc. van 3 mm. Dit resulteert in een restopgave van 80 mm die ten aanzien van de toename in het verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden. De benodigde waterbergingscompensatie kan derhalve berekend worden conform de rekenregel: Aantal m3 berging = 80 mm × oppervlak (m2) toename verharding. Bij afkoppeling van bestaand verhard oppervlak moet minimaal 20 mm hemelwater in een infiltratievoorziening geborgen worden. 3.3
Gemeente Arnhem
De verantwoordelijkheid voor het stedelijk waterbeheer in Arnhem-Noord ligt bij Waterschap Rijn en IJssel. Derhalve dient de gemeente rekening te houden met het vigerende beleid van het waterschap betreffende het Waterbeheerprogramma (2022-2027) en de Keur en legger van het waterschap. Het relevant waterbeleid van de gemeente Arnhem is opgenomen in: Het geactualiseerde Gemeentelijk Rioleringsplan Het plan richt zich op een verbetering van de kwaliteit van het rioleringsstelsel door het verminderen van de vuiluitworp naar het oppervlaktewater, de bodem en het grondwater, op het voorkomen van overlast door klimaatsverandering en op het vasthouden van schoon hemelwater in stedelijk gebied. Waterplan Arnhem (2009-2015). Door de gemeente Arnhem en haar waterpartners is dit tweede Waterplan Arnhem opgesteld. Het waterplan is gebaseerd op de volgende 4 hoofddoelstellingen: 1. 2. 3. 4.
Arnhem aantrekkelijke waterstad; Klimaatbestendig watersysteem en waterketen; Goede kwaliteit water en waterbodem; Bewustwording.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 5 van 18
Aanpak wateroverlast Arnhem-Noord Dit plan heeft tot doel om Arnhem en met name Arnhem-Noord beter waterbestendig te maken tegen zware regenbuien. Daarom zal over elk plan een waterscan worden gelegd. Tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte worden ruimtelijke maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat wateroverlast verminderen dan wel beperken. Uitgangspunt van het huidige beleid van de gemeente, waterschap en provincie is dat de planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Dit betekent dat:
negatieve verstoring van de grondwaterstanden en –stromingen niet toegestaan zijn om grondwateroverlast en/of verdroging op de locatie en het boven- en benedenstrooms gelegen gebied te voorkomen; maatregelen getroffen moeten worden ter voorkoming van (grond)watervervuiling; bij nieuwbouw het regenwater binnen het plangebied afgekoppeld moet worden van de riolering en worden verwerkt op eigen terrein; voldoende oppervlaktewater aanwezig is en op de goede locatie; het verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt wordt; het gebruik van uitloogbare materialen en chemische bestrijdingsmiddelen niet is toegestaan; ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verminderen of beperken van wateroverlast; ontwikkelingen en herinrichtingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht worden.
Met betrekking tot de hemelwaterafvoer wordt in Arnhem het uitgangspunt gehanteerd dat Hemelwater (tot een bui van 40 mm in 45 min,) moet op eigen terrein verwerkt worden. Dit geldt voor afvoer van hemelwater dat op gebouwen en maaiveld (tuin etc) valt. Berging op het dak door middel van een sedum-dak kan hierbij ook een optie zijn. De eigenaar/ontwikkelaar van de locatie heeft zelf de keuze hoe deze verwerking van hemelwater wordt vormgegeven. Strategie Klimaatadaptatie Door het veranderende klimaat neemt de kans op overstromingen, wateroverlast, hitte en droogte toe. Daardoor ontstaan risico’s ten aanzien van veiligheid, gezondheid en economie. In de Klimaatstrategie is omschreven hoe Arnhem omgaat met het veranderende klimaat welke ambities Arnhem heeft om de stad klimaatbestendig te maken. De Arnhemse aanpak richt zich, in lijn met de nationale aanpak, op de vier belangrijkste gevolgen van de klimaatverandering: Wateroverlast door extreme of langdurige regenval; Hitte door langdurige hittegolven; Droogte, inclusief laag water in de rivieren en de Gevolgen voor de waterkwaliteit; Waterveiligheid: zeespiegelstijging en hoog water. Voor de omgang met hemelwater betekent dit Schade en overlast door extreme buien zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
Specifiek betekent dit dat: Bij nieuwbouw al het regenwater wordt afgekoppeld; Bij renovatie maximaal wordt afgekoppeld (de haalbaarheid wordt per geval beoordeeld waarbij geldt dat minimaal 40 mm op eigen terrein moet worden verwerkt); Van alle openbare ruimte 90% wordt afgekoppeld (Hierbij wordt als uitgangspunt een bui van 40 mm aangehouden die ter plaats verwerkt dient te worden). Bij toename bebouwing en/of verharding de toename van wateroverlast wordt voorkomen.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 6 van 18
4
OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater en riolering. 4.1
Hoogteligging
Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland1 bevindt het maaiveld zich op een hoogte van gemiddeld circa 14,4 m +NAP. 4.2
Bodemopbouw
De planlocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland, in een niet-gekarteerd gebied. 4.3
Hydrogeologie
Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. In tabel 2 is de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op schematische wijze weergegeven. Tabel 2. Hydrogeologie Diepte m -mv
Formatie
Typering
Bodem
0-4
Antropogeen
DKL
Opgehoogd
0-15
Boxtel
WVP
Zand
15-18
Kreftenheye
WVP
Zand
18-38
Gstuwde afzettingen
WVP
Complexe eenheid, afwisseling grof en midden zand
38-42
Waalre
SDL
Klei
DKL = deklaag
4.4
WVP = watervoerend pakket
SDL = slecht doorlatende laag
Grondwater
Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). Ten tijde van de doorlatendheidsmetingen, uitgevoerd op 2 en 3 december 2021, is een grondwaterstand gemeten tussen de 2,20 m -mv en de 3,60 m -mv.
1 www.ahn.nl
Rapport 7155 versie D2
Pagina 7 van 18
Op de grondwaterkaart van waterbedrijf Vitens worden alle grondwaterstandsmeetpunten van de provincie Gelderland en Vitens getoond. In de omgeving van het projectgebied zijn enkele grondwatermeetpunten beschikbaar. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de geraadpleegde bronnen in zuidelijke richting. Tabel 3. Overzicht grondwaterpeilputten TNO
grondwaterpeilput
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie (m)
meetperiode
GLG (m +NAP)
GHG (m +NAP)
B40B0128
NW
1.750
14-04-1994 / 26-04-2002
34,5
35,8
B40B0380
NO
1.450
31-12-2011 / 31-12-2019
21,0
21,5
40BB0129
NO
1.450
14-08-1992 / 29-08-2000
20,4
21,0
B40B0423
ZW
1.450
26-10-1995 / 13-11-2003
10,0
10,9
B40B0424
ZO
1.105
01-04-1994 / 01-06-2021
8,7
9,4
Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten Vitens
Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de planlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op circa 12,0 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 2,4 m -mv bevinden. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 8 van 18
4.5
Oppervlaktewater
Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Rijn en IJssel zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Op een afstand van circa 250 meter, ten noorden en westen van de planlocatie, stroomt de Molenbeek. Deze watergang is grotendeels overkluisd. In figuur 3 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.
Figuur 3. Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Rijn en IJsel
Rapport 7155 versie D2
Pagina 9 van 18
4.6
Ontwatering
Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.
Figuur 4. Ontwatering en drooglegging
De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. De normen voor de minimale ontwateringsdiepte zijn:
Bestaand stedelijk gebied, wegen: Primaire wegen: Secundaire wegen: Woningen zonder kruiruimte: Woningen met kruiruimte: Tuinen, openbaar groen, sportvelden:
0,7 m 1,0 m 0,7 m 0,5 m 0,7 m 0,5 m
Bij nieuwbouw geldt dat het vloerpeil (drempelpeil) minimaal 0,20 m boven het hoogste punt van de openbare ruimte moet liggen. Hiermee wordt voorkomen dat water de woning binnenstroomt als er bij heftige buien water-op-straat staat. Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 14,4 m +NAP. De GHG is ingeschat op 12,0 m +NAP (2,4 m -mv). De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. 4.7
Riolering
In de Beeldhouwerstraat is een gescheiden rioolstelsel gelegen. In de Novalaan wordt hemelwater geinfiltreerd maar ligt geen hemelwaterriool.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 10 van 18
5 5.1
GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK Uitvoering
Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering is aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk is uitgevoerd op 2 en 3 december 2021 en omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende boorpunten zijn op kaart vastgelegd. In totaal zijn met behulp van een edelmangrondboor (diameter 10 cm) 10 boringen geplaatst. Hiervan zijn enkele boringen tot maximaal 5,0 m -mv doorgezet teneinde een duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen. Na het verrichten van de boringen zijn de in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. In bijlage 2 zijn de gegevens van het locaties specifiek onderzoek weergegeven. 5.2
Lokale bodemopbouw
De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak grindig. De ondergrond bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot zeer grof zand. De ondergrond is zwak tot matig grindig. Ter plaatse van boring 04 is op een diepte van 2,9 - 3,2 m -mv een sterk zandige leemlaag waargenomen. 5.3
Grondwaterniveau
In de boorgaten is een grondwaterstand2 aangetroffen tussen de 2,20 m -mv en de 3,60 m -mv. 5.4
Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven
Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling head-methode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten.
2 * Opmerking:
Gemeten grondwaterstanden zijn momentopnamen en dienen met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd, omdat waterniveaus gemeten direct na plaatsing van een sondering, boring of peilbuis, significant kunnen afwijken van de heersende grondwaterstand of stijghoogte. Het kan namelijk enige tijd duren voordat een representatieve waterspiegel is ingesteld (enkele seconden in grof zand tot soms enkele uren in slecht doorlatende klei).
Rapport 7155 versie D2
Pagina 11 van 18
Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.
5.5
Resultaten
Tabel 4 geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel 5. Bijlage 3 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. Tabel 4.
Overzicht k-waarde per meting
Boring
Aantal Metingen (*A)
Onderzochte bodemlaag (cm -mv)
Textuur
01
3
100 - 150
02
3
03
(*A)
Opmerkingen
K-waarde (m/dag)
Beoordeling doorlatendheid
Zwak siltig, matig grof zand
2,2
Goed
10 - 60
Zwak siltig, matig grof zand
7,6
Goed
3
70 - 120
Zwak siltig, matig fijn zand
7,5
Goed
04
3
110 - 160
Zwak siltig, zeer grof zand
6,0
Goed
05
3
100 - 150
Zwak siltig, matig grof zand
3,1
Goed
06
3
20 - 70
Zwak siltig, matig grof zand
3,2
Goed
07
3
50 - 100
Zwak siltig, matig grof zand
>10
Zeer goed
08
3
60 - 110
Zwak siltig, matig grof zand
3,8
Goed
09
2
130 - 180
Matig siltig, matig fijn zand
0,5
Vrij goed
10
3
70 - 120
Zwak siltig, matig grof zand
>10
Zeer goed
Zwak kiezelhoudend
De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 12 van 18
Tabel 5.
Classificatie doorlatendheid
K-waarde (m/dag)
Classificatie (*A)
< 0,1
slecht doorlatend
0,1-0,5
matig doorlatend
0,5-1,0
vrij goed doorlatend
1,0-10
goed doorlatend
> 10
zeer goed doorlatend
(*A)
5.6
Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)
Beoordeling
De doorlatendheid is sterk afhankelijk van de bodemsamenstelling (aantal, grootte en vorm van de poriën en de onderlinge verbindingen tussen de poriën). Aangezien een bodem altijd een bepaalde mate van heterogeniteit vertoont en er slechts op enkele punten is gemeten, dienen de afgeleide kwaarden zoals bepaald op de locaties te worden beschouwd als een gemiddelde. De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als vrij goed tot zeer goed doorlatend, waarbij k-waarden 0,5 tot meer dan 10 m/dag zijn aangetoond. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 3,0 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. Bij het vaststellen van de rekenwaarde is voor k-waarden hoger dan 10 m/dag als bovengrens 10 m/dag aangehouden.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 13 van 18
6 6.1
TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING Planvoornemen
De initiatiefnemer is voornemens woningen en appartementen te realiseren. In figuur 5 is een impressie van het planvoornemen weergegeven.
Figuur 5. Ontwerp stedenbouwkundig plan
6.2
Verhard oppervlak
De planlocatie (± 49.880 m²) is vanuit de voormalige situatie nagenoeg volledig verhard met klinkers, beton en eventueel asfalt. Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van gegevens uit het waterhuishoudings- en rioleringsplan ‘Zijdekwartier’3 dat in opdracht van VOF OC BPD/Klok door Evers adviesburo voor civieltechniek bv is opgesteld. Het waterhuishoudings- en rioleringsplan is opgenomen in bijlage 4. In tabel 6 staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven.
3 Waterhuishoudings- en rioleringsplan Zijdekwartier Arnhem 7 oktober 2022 (22003-WHPL)
Rapport 7155 versie D2
Pagina 14 van 18
Tabel 6.
Gegevens toekomstig verhard oppervlak Onderdeel
Verhard (m2)
Dak parkeergarage, groendak
2.350
Daken appartementen, groendak
5.700
Daken grondgebonden woningen, groendak
5.800
Tuinen (100% verhard)
2.790
Voetpaden
6.090
Rijbaan
3.640
Fietspad
477
Wadi
Onverhard (m2)
Verhard niet aangesloten (m2)
5.787
Binnenterrein appartementen
3.520
Binnenterrein grondgebonden
400
Groen
9.206
Totaal
6.3
29.487
14.993
3.920
Waterbergingsopgave
Conform het beleid van Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Arnhem is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een compenserende berging benodigd van minimaal circa 1.200 m3 (29.984 m2 x 0,04 m). Vanuit het initiatief wordt echter gerekend op basis van een bui van 45 mm in 45 minuten. Dit komt neer op een waterbergingsopgave van circa 1.349 m3 (29.984 m2 x 0,045 m).
Rapport 7155 versie D2
Pagina 15 van 18
7
PLANUITWERKING
7.1
Randvoorwaarden en uitgangspunten
In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan waterbelangen van het waterschap raakt. Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. Het resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in bijlage 5. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 29.984 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 45 mm gerekend over het aantal m2. Wateropgave 1.349 m3. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 24 uur. Calamiteit in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG ingeschat op 12,0 m +NAP (2,4 m -mv). Rekenwaarde infiltratiecapaciteit 3,0 m/dag; Klimaat adaptief en waterrobuust bouwen.
7.2
Hemelwater
Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en binnen de planlocatie verwerkt. 7.2.1
Hemelwatervoorziening
Waterberging op percelen Alle daken van de te realiseren woningen en appartementen worden voorzien van een groendak. De groendaken hebben een waterberging van 40mm/m2. De percelen hebben geen aanvullende eigen waterberging. De overstort van de daken geven, bij een neerslag van >40mm, het hemelwater op de perceelgrenzen via een well-kolk af op de aanliggende openbare ruimte. In totaal wordt op de groendaken ca. 554 m3 water geborgen (zie berekening).
Oppervlak daken appartementen, woningen en parkeergarage: 13.850 m 2; Waterberging: 40 mm/m2 x 13.850 m2 = 554 m3.
Rapport 7155 versie D2
Pagina 16 van 18
Binnenterreinen Het hemelwater afkomstig van de mandelige binnenterreinen van de appartementen en het mandelige binnenterrein van de grondgebondenwoningen worden niet direct afgevoerd richting de openbare ruimte. De waterberging van deze oppervlakken vindt plaats op de binnenterreinen zelf. De type waterberging wordt nog nader uitgewerkt. Overstort van deze voorzieningen zal bovengronds worden gerealiseerd. Waterberging openbaar gebied Uitgaande van een totale wateropgave van 1.349 m3 en een berging op de percelen van 554 m3 dient binnen het openbaar gebied nog ca. 795 m3 water geborgen te worden. Gezien de doorlatendheid van de bodem en grondwaterstand is in deze ontwikkeling gekozen voor het toepassen van wadi’s. De wadi’s worden met elkaar verbonden door monolithische roostergoten en bovengrondse overstorten in de vorm van verlagingen in de voetpaden en rijbanen (omgekeerde drempels). De wadi’s worden aangelegd als ecologische wadi’s. De wadi’s hebben, met uitzondering van de wadi bij de overstort op de Beeldhouwerstraat een maximale waterdiepte van 0,30 m. De wadi bij de overstort naar de Beeldhouwerstraat (stroomgebied 16) heeft een maximale waterdiepte van 0,40 m. In totaal kan bij de verschillende maximale waterhoogten in de wadi’s ca. 1.261 m3 water worden geborgen.
In het waterhuishoudings- en rioleringsplan ‘Zijdekwartier’4, dat is opgenomen in bijlage 4, is op tekening de stroomrichting van de wadi’s aangegeven. Daarnaast is per gebied weergegeven hoeveel verhard oppervlak afstroomt en is de benodigde waterberging en inhoud van de bergingsvoorzieningen per afstroomgebied berekend. 7.2.2
Lediging
Op basis van de bodemopbouw en textuur worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. 7.2.3
Calamiteit
Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 45 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt kan overtollig water middels een verlaging in het maaiveld overstorten richting de Beeldouwerstraat. Via de verlaging en het tunneltje onder het spoor kan het systeem uitstromen naar de watergang aan de andere zijde van de spoorlijn. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen.
4 Waterhuishoudings- en rioleringsplan Zijdekwartier Arnhem 7 oktober 2022 (22003-WHPL)
Rapport 7155 versie D2
Pagina 17 van 18
7.2.4
Kwaliteit
Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. 7.3
Vuilwater
Afvalwater wordt gescheiden ingezameld. Voor het afvalwater van de woningen wordt een DWA-riool (DWA = droogweerafvoer) aangelegd met een diameter van 250 mm. Het rioolstelsel wordt op 2 plaatsen aangesloten op de bestaande rioolstreng in de Beeldhouwerstraat. Uitgangspunten DWA:
8
Verhang in het riool: Eerste 100m 4‰, daarna 200 m 3‰, daarna 2‰; Gronddekking op het riool: ≥ 1,60 m; Gronddekking op het riool appartementen: 1,20 m; Verhard oppervlak balkons aansluiten op DWA; Verhard oppervlak parkeerdekken parkeergarage aansluiten op DWA; Dak oppervlak parkeergarage aansluiten op Hemelwaterriool (HWA).
CONCLUSIE
In onderhavige rapportage, de watertoets, zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor het vastleggen van het wateraspect in het ruimtelijk plan. De aanzet tot de waterparagraaf in de rapportage kan aan het bestemmingsplan worden toegevoegd. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging van het plan.
Econsultancy Boxmeer, 6 december 2022
Rapport 7155 versie D2
Pagina 18 van 18
Bijlage 1
Topografische ligging
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2
Gegevens geohydrologisch veldonderzoek
Pagina 1 van 3
Profielen boringen
Boring: Datum veldwerk:
01
Boring:
2-12-2021 0 8
0
klinker
Datum veldwerk:
02 2-12-2021 0 8
0
Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, Edelmanboor
50
100 120
270
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, zwak kiezel houdend, zwak aardewerkhoudend, zwak baksteenhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, gestaakt op massief puin
03
Boring:
2-12-2021 0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, matig kiezel houdend, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
Datum veldwerk: 0
04 2-12-2021 0
50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, beigegrijs, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, Edelmanboor 100
100
110
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, zwak kiezel houdend, grijsbeige, Edelmanboor
140
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak kiezel houdend, Edelmanboor
150
200
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
70
200
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, sterk puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, gestaakt niet door te komen diverse plekken geprobeerd
210
250
Datum veldwerk:
70 80
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, grijsbeige, Edelmanboor
200
Boring:
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, grijsbruin, Edelmanboor
150
Edelmanboor
50
60
100
klinker
150
160
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, matig kiezel houdend, grijsbeige, Edelmanboor
200 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, grijsbeige, Edelmanboor
250
250
250
280
300
300
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak roesthoudend, oranjebruin, Edelmanboor
290
300 320
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak leemhoudend, blauwgrijs, Edelmanboor Leem, sterk zandig, matig grindig, zwak kiezel houdend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, zwak leemhoudend, grijsbeige, Zuigerboor, gestaakt niet dieper te komen
350
400 420
Projectcode: 7155 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 3
Profielen boringen
Boring: Datum veldwerk:
05
Boring:
2-12-2021 0
0
braak
Datum veldwerk:
06 2-12-2021 0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, Edelmanboor 50
braak Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, beigegrijs, Edelmanboor
50 70 90
100
Zand, uiterst grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, beigegrijs, Edelmanboor
100 120
150
150
200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, zwak leemhoudend, licht, Edelmanboor
200
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, grijsbeige, Edelmanboor 250
300
300
250
250
260
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, zwak kiezel houdend, neutraalgrijs, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, licht beigegrijs, Edelmanboor 300
300
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, neutraalgrijs, Zuigerboor, gestaakt op kiezels 350
Boring: Datum veldwerk: 0
360
07
Boring:
2-12-2021 0
braak
Datum veldwerk: 0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, beigegrijs, Edelmanboor 50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, licht grijsbruin, Edelmanboor
150
200
puin
20
Volledig puin, Edelmanboor, gebroken puin fundatie Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, beigegrijs, Edelmanboor
100
150
200
225
250 270
300
0
50
60
100
08 2-12-2021
300
200 Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, zwak kiezel houdend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht witgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, grijsbruin, Edelmanboor
220
250
260 280
300
300
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak plantenhoudend, grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, bruingrijs, Edelmanboor
Projectcode: 7155 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 3 van 3
Profielen boringen
Boring: Datum veldwerk: 0
09
Boring:
2-12-2021 0 8 30
50
50
klinker
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, grijsbeige, Edelmanboor
0
braak
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, grijsbeige, Edelmanboor
50
100
130
130
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, grijsbruin, Edelmanboor
150
10 2-12-2021
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak kiezel houdend, Edelmanboor
100
Datum veldwerk:
150 170
180
200
210
Zand, matig fijn, matig siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, grijsbeige, Edelmanboor
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, Edelmanboor 250
250
250
280
300
Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, matig kiezel houdend, bruingrijs, Edelmanboor, gestaakt op kiezels
350 370
400
410 430
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, grijsbeige, Zuigerboor Leem, sterk zandig, matig grindig, licht beigebruin, Zuigerboor
450
500
Leem, zwak zandig, zwak grindig, matig roesthoudend, licht oranjegrijs, Edelmanboor
500
Projectcode: 7155 Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 3
Berekende k-waarden
Bijlage 4 Waterhuishoudings- en rioleringsplan ‘Zijdekwartier’
MEMO betreft
:
Waterhuishoudings- en rioleringsplan
project
:
opdrachtgever:
:
Zijdekwartier Arnhem VOF OC BPD/Klok 22003 22003-WHPL 7 oktober 2022 DEFINITIEF B. de Jong W. Loeve
projectnummer
:
documentnr.
:
datum
:
status opgesteld door
: :
gecontroleerd door :
Inleiding VOF OC BPD/Klok gaat een gedeelte van het AKZO terrein ontwikkelen tot een woningbouwlocatie. Evers adviesburo voor civieltechniek bv is in opdracht VOF OC BPD/Klok betrokken bij de civieltechnische voorbereiding van deze ontwikkeling. Onderdeel van deze voorbereiding is het opstellen van het ontwerp riolering en waterhuishouding. In deze memo wordt het ontwerp en de bijbehorende de onderbouwing beschreven.
fig. 1 Stedenbouwkundig plan opgesteld door buro Lubbers d.d. januari 2022
Inventarisatie Uitgangsdocumenten • Rapport: voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan november 2021; Zijdekwartier; • Tekening: 220613_BL_2015_akzo arnhem_VOIP A0 liggend; • Tekening: 220510_BL_2015_profielen; • Watertoets Akzo terrein Arnhem, d.d. 15 december 2021; • Situatiemeting bestaande situatie d.d. 10-10-2018; • Gids openbare inrichting Arnhem. Uitgangspunten • • • •
De hoogte van het maaiveld verloopt van ca. 14.60 m +Nap tot ca. 14.20 m +NAP; Op het Akzo terrein zijn de betonvloeren aanwezig van de voormalige opstallen; De Beeldhouwestraat loopt, gezien van noord naar zuid af van ca. 14.30 m +NAP naar ca. 12.70 m +NAP; Vanuit het initiatief wordt gerekend op basis van een bui van 45 mm. Zie ook watertoets d.d. 15 december 2021.
Ontwerpuitgangspunten staan omschreven in watertoets Akzo-terrein, opgesteld door Econsultancy, d.d. 15 december 2021.
Planuitwerking regenwater Keuze bergings- en infiltratiesysteem Het beleid van het waterschap Rijn en IJssel en van de gemeente Arnhem is dat het regenwater op eigen terrein geborgen dient te worden en, wanneer de infiltratiewaarde van de bodem dit toelaat, het regenwater waar mogelijk plaatselijk wordt verwerkt. De infiltratiewaarde van de bodem (k-waarde) is op deze locatie gemeten met een waarden tussen de 0,5 en >10 meter / dag. Dit betekend dat de bodem goed doorlatend is en infiltratie op deze locatie mogelijk wordt geacht. De locatie waar de k-waarde van 0,50 is gemeten wordt vooruitlopend op het bouwrijp maken gesaneerd. Bij de sanering wordt de saneringslocatie aangevuld met zand waarmee de doorlatendheid van de bodem wordt verbeterd. Voorzieningen die worden aangebracht om hemelwater te bergen en te infiltreren dienen boven de grondwaterstand aangebracht te worden. Het GHG is op deze locatie ingeschat op 13,0 m +NAP. Het beleid van de gemeente Arnhem is dat het hemelwater enkel bovengronds mag afstromen naar de infiltratievoorzieningen. Gezien de doorlatendheid van de bodem en grondwaterstand is in deze ontwikkeling gekozen voor het toepassen van wadi’s. De wadi’s worden met elkaar verbonden door monolithische roostergoten en bovengrondse overstorten in de vorm van verlagingen in de voetpaden en rijbanen (omgekeerde drempels).
De wadi’s worden aangelegd als ecologische wadi’s.
Afvoerend verhard oppervlak Het totale bruto oppervlak van het plangebied bedraagt ca. 48.760 m2. Oppervlakken, toekomstige situatie Onderdeel dak parkeergarage, groendak daken appartementen, groendak daken grondgebonden woningen, groendak tuinen (100% verhard) opp. Voetpaden opp. Rijbaan opp. Fietspad opp. Wadi binnenterrein appartementen binnenterrein grondgebonden Groen Totaal
Verhard (m2) 2.350 5.700 5.800 5.790 6.090 3.640 477
Onverhard Verhard niet (m2) aangesloten (m2)
5.787 3.520 400 29.847
9.206 14.993
3.920
Waterberging op percelen Alle daken van de te realiseren woningen en appartementen worden voorzien van een groendak. De groendaken hebben een waterberging van 40mm/m2. De percelen hebben geen aanvullende eigen waterberging. De overstort van de daken geven, bij een neerslag van >40mm, het hemelwater op de perceelgrenzen via een well-kolk af op de aanliggende openbare verharding. Vandaar wordt het hemelwater opgevangen in de wadi’s. - Oppervlak daken appartementen, woningen en parkeergarage: 13.850 m2 - Waterberging: 40 mm/m2 * 13.850 = 554 m3 De mandelige binnenterreinen van de appartementen en het mandelige binnenterrein van de grondgebonden woningen worden niet aangesloten op de wadi’s. De waterberging van deze oppervlakken vindt plaats op de binnenterreinen zelf. De type waterberging zal nader worden uitgewerkt. Overstort van deze voorzieningen zal bovengronds worden gerealiseerd. Benodigde berging in plangebied (45mm) – in retentiemedia Totaal aangesloten verhard oppervlak 29.984 m2 Totaal te bergen in plan 1.349 m3 Aandeel berging in groendaken 554 m3 Aandeel berging in openbaar gebied 795 m3 Waterberging openbaar gebied. De wadi’s hebben, met uitzondering van de wadi bij de overstort op de Beeldhouwerstraat een maximale waterdiepte van 0,30m.
De wadi bij de overstort naar de Beeldhouwerstraat (stroomgebied 16) heeft een maximale waterdiepte van 0,40m Inhoud wadi (stroomgebied 1-15): - Oppervlak bodem wadi’s: 2.115 m2 - Oppervlak wadi’s met peilstijging bij 0,30m water: 4.505 m2 Inhoud wadi’s bij peilstijging van 0,30m: = (2.115 + 4.505)/2 * 0,30 = 993 m3 Inhoud wadi (stroomgebied 16): - Oppervlak bodem wadi’s: 595 m2 - Oppervlak wadi’s met peilstijging bij 0,40m water: 745 m2 Totale inhoud wadi’s bij peilstijging van 0,40m: = (595 + 745)/2 * 0,40 = 268 m3 Totale inhoud wadi’s: = 993 + 268 = 1.261 m3
Op tekening 22003.00-AH is de stroomrichting van de wadi’s aangegeven. Daarnaast is per gebied weergegeven hoeveel verhard oppervlak afstroomt naar een wadi. De benodigde waterberging en inhoud van de bergingsvoorzieningen per afstroomgebied is berekend in de bijlage van deze memo. Indien er in meer water afstroomt naar een wadi dan geborgen kan worden in deze wadi, wordt de benodigde buffer gevonden in de volgende wadi. Dit gebeurt via een monolitische goot of omgekeerde drempel. De totaal benodigde berging wordt gevonden in de onderliggende wadi’s. Het Hemelwatersysteem heeft een overstort op de Beeldouwerstraat. Deze overstort gaat middels een verlaging in het maaiveld. Via deze verlaging en het tunneltje onder het spoor kan het systeem uitstromen naar de watergang aan de andere zijde van de spoorlijn.
Planuitwerking vuilwater Afvalwater wordt gescheiden ingezameld. Voor het afvalwater van de woningen wordt een dwa-riool (dwa = droogweerafvoer) aangelegd. Een kunststof (PVC) buis met een diameter van 250 mm is voor dit aantal woningen ruim voldoende. Er is geen hydraulische berekening gemaakt, omdat bij deze hoeveelheden de stijghoogten nihil zijn. Het rioolstelsel wordt op 2 plaatsen aangesloten op de bestaande rioolstreng in de Beeldhouwerstraat. Verhang in het riool: - Eerste 100m 4‰ - Daarna 200 m 3‰ - Daarna 2‰ Gronddekking op het riool: minimaal 1,60m, conform het PvE van de gemeente Arnhem. Bij de appartementen wordt hiervan afgeweken en wordt een gronddekking van minimaal 1,20m gehanteerd. Daarbij is nog voldoende ruimte voor het realiseren van inlaten op de buis. Het verhard oppervlak van de balkons en het verhard oppervlak van de parkeerdekken in parkeergarage worden op het DWA riool aangesloten, het dak van de parkeergarage wordt aangesloten op het HWA-riool.
Bijlagen: -
Berekening benodigde waterberging en inhoud van de bergingsvoorzieningen per afstroomgebied. Tekening: 22003.00-RWPH, d.d. 07-10-2022 Tekening: 22003.00-DSN, d.d. 07-10-2022 Tekening: 22003.00-AH, d.d. 07-10-2022
blad 1 van 1 printdatum: 7-10-2022
Project: Zijdekwartier Arnhem Berekening Afstoming hemelwater naar wadi bij 45mm neerslag Datum: 7 oktober 2022 stroomgebied
1 opp (m2)
dak garage, 100% verhard, groendak daken appartementen 100% verhard, groendak daken grondgebonden woningen 100% verhard, groendak kavels grondgebonden tuinen (100% verhard) opp. voetpaden 100% verhard opp rijbaan, 100% verhard opp. fietspad, 100% verhard opp wadi totaal binnenterrein appartementen binenterrein grondgebonden groen
bergingseis (45 mm)
750,0
33,8
650,0 590,0
29,3 26,6
320,0
14,4
2.310,0
Benodigde berging bij 45mm
104,0
inhoud wadi opp wadi totaal (m2) opp. wadi bodem (m2) opp wadi bij 0,30m peilstijging (m2) (opp wadi bodem + opp wadi 0,30m water) / 2 inhoud wadi (oppervlak + 1/2 talud) * 0,30 (m3)
252,0 60,0 252,0 156,0 46,8
inhoud groendaken bij berging 40mm/m2 (m3) minimale inhoud waterberging binnenterrein (m3) totale beschikbare berging bij 45mm
30,0
over / tekort (m3)
-27,2
P:\Lopende Projecten\22003 Arnhem - AKZO terrein\09 Plannen en memo's\waterhuishouding\afstroomgebieden Blad1 www.eversadviesburo.nl
76,8
blad 1 van 1 printdatum: 7-10-2022
Project: Zijdekwartier Arnhem Berekening Afstoming hemelwater naar wadi bij 45mm neerslag Datum: 7 oktober 2022 stroomgebied
2 opp (m2)
dak garage, 100% verhard, groendak daken appartementen 100% verhard, groendak daken grondgebonden woningen 100% verhard, groendak kavels grondgebonden tuinen (100% verhard) opp. voetpaden 100% verhard opp rijbaan, 100% verhard opp. fietspad, 100% verhard opp wadi totaal binnenterrein appartementen binenterrein grondgebonden groen
bergingseis (45 mm)
552,0 724,0 172,0 875,0
24,8
477,0 332,0
21,5 14,9
7,7 39,4
2.408,0
Benodigde berging bij 45mm
108,4
inhoud wadi opp wadi totaal (m2) opp. wadi bodem (m2) opp wadi bij 0,30m peilstijging (m2) (opp wadi bodem + opp wadi 0,30m water) / 2 inhoud wadi (oppervlak + 1/2 talud) * 0,30 (m3)
282,0 109,0 282,0 195,5 58,7
inhoud groendaken bij berging 40mm/m2 (m3) minimale inhoud waterberging binnenterrein (m3) totale beschikbare berging bij 45mm
22,1
over / tekort (m3)
-27,6
P:\Lopende Projecten\22003 Arnhem - AKZO terrein\09 Plannen en memo's\waterhuishouding\afstroomgebieden Blad1 www.eversadviesburo.nl
80,7
blad 1 van 1 printdatum: 7-10-2022
Project: Zijdekwartier Arnhem Berekening Afstoming hemelwater naar wadi bij 45mm neerslag Datum: 7 oktober 2022 stroomgebied
3 opp (m2)
dak garage, 100% verhard, groendak daken appartementen 100% verhard, groendak daken grondgebonden woningen 100% verhard, groendak kavels grondgebonden tuinen (100% verhard) opp. voetpaden 100% verhard opp rijbaan, 100% verhard opp. fietspad, 100% verhard opp wadi totaal binnenterrein appartementen binenterrein grondgebonden groen
bergingseis (45 mm)
2.330,0 835,0 1.042,0 207,0 810,0 920,0
104,9 37,6
414,0
18,6
9,3 36,5 41,4
5.516,0
Benodigde berging bij 45mm
248,2
inhoud wadi opp wadi totaal (m2) opp. wadi bodem (m2) opp wadi bij 0,30m peilstijging (m2) (opp wadi bodem + opp wadi 0,30m water) / 2 inhoud wadi (oppervlak + 1/2 talud) * 0,30 (m3)
414,0 16,0 312,0 164,0 49,2
inhoud groendaken bij berging 40mm/m2 (m3) minimale inhoud waterberging binnenterrein (m3) totale beschikbare berging bij 45mm
175,8
over / tekort (m3)
-72,4
P:\Lopende Projecten\22003 Arnhem - AKZO terrein\09 Plannen en memo's\waterhuishouding\afstroomgebieden Blad1 www.eversadviesburo.nl
126,6
blad 1 van 1 printdatum: 7-10-2022
Project: Zijdekwartier Arnhem Berekening Afstoming hemelwater naar wadi bij 45mm neerslag Datum: 7 oktober 2022 stroomgebied
4 opp (m2)
dak garage, 100% verhard, groendak daken appartementen 100% verhard, groendak daken grondgebonden woningen 100% verhard, groendak kavels grondgebonden tuinen (100% verhard) opp. voetpaden 100% verhard opp rijbaan, 100% verhard opp. fietspad, 100% verhard opp wadi totaal binnenterrein appartementen binenterrein grondgebonden groen
bergingseis (45 mm)
1.980,0
89,1
925,0
41,6
995,0
44,8
3.900,0
Benodigde berging bij 45mm
175,5
inhoud wadi opp wadi totaal (m2) opp. wadi bodem (m2) opp wadi bij 0,30m peilstijging (m2) (opp wadi bodem + opp wadi 0,30m water) / 2 inhoud wadi (oppervlak + 1/2 talud) * 0,30 (m3)
995,0 351,0 780,0 565,5 169,7
inhoud groendaken bij berging 40mm/m2 (m3) minimale inhoud waterberging binnenterrein (m3) totale beschikbare berging bij 45mm
248,9
over / tekort (m3)
73,4
P:\Lopende Projecten\22003 Arnhem - AKZO terrein\09 Plannen en memo's\waterhuishouding\afstroomgebieden Blad1 www.eversadviesburo.nl
79,2
blad 1 van 1 printdatum: 7-10-2022
Project: Zijdekwartier Arnhem Berekening Afstoming hemelwater naar wadi bij 45mm neerslag Datum: 7 oktober 2022 stroomgebied
5 opp (m2)
dak garage, 100% verhard, groendak daken appartementen 100% verhard, groendak daken grondgebonden woningen 100% verhard, groendak kavels grondgebonden tuinen (100% verhard) opp. voetpaden 100% verhard opp rijbaan, 100% verhard opp. fietspad, 100% verhard opp wadi totaal binnenterrein appartementen binenterrein grondgebonden groen
bergingseis (45 mm)
640,0
28,8
165,0 575,0
7,4 25,9
193,0
8,7
1.573,0
Benodigde berging bij 45mm
70,8
inhoud wadi opp wadi totaal (m2) opp. wadi bodem (m2) opp wadi bij 0,30m peilstijging (m2) (opp wadi bodem + opp wadi 0,30m water) / 2 inhoud wadi (oppervlak + 1/2 talud) * 0,30 (m3)
193,0 7,0 145,0 76,0 22,8
inhoud groendaken bij berging 40mm/m2 (m3) minimale inhoud waterberging binnenterrein (m3) totale beschikbare berging bij 45mm
25,6
over / tekort (m3)
-22,4
P:\Lopende Projecten\22003 Arnhem - AKZO terrein\09 Plannen en memo's\waterhuishouding\afstroomgebieden Blad1 www.eversadviesburo.nl
48,4
blad 1 van 1 printdatum: 7-10-2022
Project: Zijdekwartier Arnhem Berekening Afstoming hemelwater naar wadi bij 45mm neerslag Datum: 7 oktober 2022 stroomgebied
6 opp (m2)
dak garage, 100% verhard, groendak daken appartementen 100% verhard, groendak daken grondgebonden woningen 100% verhard, groendak kavels grondgebonden tuinen (100% verhard) opp. voetpaden 100% verhard opp rijbaan, 100% verhard opp. fietspad, 100% verhard opp wadi totaal binnenterrein appartementen binenterrein grondgebonden groen