Tekst - Vaststelling bestemmingsplan 'Chw Sperwerstraat 2-4'
Tekst van het document
Chw Sperwerstraat 2-4
Chw Sperwerstraat 2-4
Inhoudsopgave Hoofdstuk1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Situering en begrenzing plangebied
7
1.3
Opzet bestemmingsplan
8
1.4
Geldende plannen
9
1.4.1
Algemeen
9
1.4.2
Bestemmingen en aanduidingen
9
1.4.3
Strijdigheid
9
1.5
Leeswijzer
10
Hoofdstuk2
Beschrijving plangebied
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
11
2.3
Verkeer en parkeren
12
2.4
Groenstructuur
12
2.5
Water
12
2.6
Monumenten en archeologie
13
Hoofdstuk3
Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Uitgangspunten
15
2
3.2.1 Structuurvisie Arnhem 2020-2040 3.2.1.1 Algemeen 3.2.1.2 Wonen 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Arnhem 2020-2040
15
3.2.2 Koersdocument Arnhem 2040 3.2.2.1 Algemeen 3.2.2.2 Toekomstbeeld Arnhem 2040 3.2.2.3 Scenario's 3.2.2.4 Scenario 1: Arnhem als Netwerk 3.2.2.5 Scenario 2: Boulevards van Arnhem 3.2.2.6 Scenario 3: Compact stadshart 3.2.2.7 Toetsing van het initiatief aan het Koersdocument Arnhem 2040
15
3.2.3 De Arnhemse Woonprincipes 2025 3.2.3.1 Algemeen 3.2.3.2 Woonprincipes 2025 3.2.3.3 Wonen, Welzijn en Zorg versus Langer Zelfstandig Wonen 3.2.3.4 Plan van aanpak woningbouwontwikkeling en Woondeal 3.2.3.5 Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025
18
3.2.4 Welstandsnota 2015 3.2.4.1 Algemeen 3.2.4.2 Gebied met lichte welstandstoets 3.2.4.3 Toetsing aan de Welstandsnota 2015
19
3.2.5 Groenbeleid 3.2.5.1 Groenvisie 2017-2035 3.2.5.2 Bomenplan 2020 3.2.5.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid
21
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
3.2.6 Gemeentelijk parkeerbeleid 3.2.6.1 Algemeen 3.2.6.2 Fiets 3.2.6.3 Openbaar vervoer 3.2.6.4 Parkeren
21
3.2.7 Energie en klimaat 3.2.7.1 Beleid 3.2.7.2 Energievisie 3.2.7.3 Strategie Klimaatadaptatie
22
3.2.8
Stadsklimaat
23
3.3
Ruimtelijke opzet en structuur
24
3.4
Programma
26
3.5
Verkeer en mobiliteitsaspecten
26
3.5.1
Gemeentelijke visie
26
3.5.2
Verkeer
26
3.5.3
Parkeren
27
3.5.4
Conclusie
28
3.6
Rijks- en provinciaal beleid
28
3.6.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.6.1.1 Algemeen 3.6.1.2 Vier prioriteiten 3.6.1.3 Afwegingsprincipes 3.6.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI
28
3.6.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) 3.6.2.1 Algemeen 3.6.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking
29
3.6.3 Omgevingsvisie Gelderland 3.6.3.1 Algemeen 3.6.3.2 Stadsregio Arnhem-Nijmegen 3.6.3.3 Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking 3.6.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland
31
3.6.4 Omgevingsverordening Gelderland 3.6.4.1 Algemeen 3.6.4.2 Relevante artikelen 3.6.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland
31
Hoofdstuk4
Milieu- en omgevingsaspecten
33
4.1
Inleiding
33
Milieu- en omgevingsaspecten
33
4.2
4.2.1 Geluid 4.2.1.1 Wettelijk kader 4.2.1.2 Beleidsplan Geluid 4.2.1.3 Situatie plangebied 4.2.1.4 Conclusie geluid
33
4.2.2 Luchtkwaliteit 4.2.2.1 Beoordelingskader 4.2.2.2 Situatie plangebied 4.2.2.3 Conclusie
34
4.2.3 Hinder - milieuzonering 4.2.3.1 Algemeen 4.2.3.2 Gebiedstypen
35
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
3
Chw Sperwerstraat 2-4
4.2.3.3 Geurhinder van industriële bedrijven 4.2.3.4 Situatie plangebied 4.2.3.5 Conclusie 4.2.4 Externe veiligheid 4.2.4.1 Wettelijk kader 4.2.4.2 Situatie plangebied 4.2.4.3 Conclusie
36
4.2.5 Groen en ecologie 4.2.5.1 Algemeen 4.2.5.2 Gebiedsbescherming 4.2.5.3 Soortenbescherming 4.2.5.4 Conclusie
38
4.2.6 Water 4.2.6.1 Beleid 4.2.6.2 Situatie plangebied 4.2.6.3 Conclusie
40
4.2.7 Bodem 4.2.7.1 Algemeen 4.2.7.2 Onderzoeksresultaten 4.2.7.3 Conclusie
43
4.2.8 Cultuurhistorie 4.2.8.1 Algemeen 4.2.8.2 Provinciaal beleid 4.2.8.3 Gemeentelijk beleid 4.2.8.4 Situatie plangebied 4.2.8.5 Conclusie
44
4.2.9 Archeologie 4.2.9.1 Algemeen 4.2.9.2 Gemeentelijk beleid 4.2.9.3 Situatie plangebied 4.2.9.4 Conclusie
44
4.2.10
Stadsklimaat
46
4.2.11 M.e.r.- toets 4.2.11.1 Kader 4.2.11.2 Situatie plangebied
46
4.3
Kabels, leidingen en straalpaden
48
Hoofdstuk5
Planbeschrijving en -verantwoording
49
5.1
Inleiding
49
5.2
Opzet van de regels
49
5.2.1
Inleidende regels
49
5.2.2
Bestemmingsregels
49
5.2.3
Algemene regels
50
5.2.4
Overgangs- en slotbepalingen
50
Verantwoording van de regels
50
5.3.1
Algemeen
50
5.3.2
Afzonderlijke bestemmingen
50
5.3.3
Tuin
51
5.3.4
5.3
Wonen
51
5.4
Handhaving
51
5.5
Exploitatie
52
4
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
Hoofdstuk6
Procedure
53
6.1
Vooroverleg
53
6.2
Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)
53
Hoofdstuk1
Inleidende regels
56
Artikel 1
Begrippen
56
Artikel 2
Wijze van meten
59
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
60
Artikel 3
Tuin
60
Artikel 4
Wonen
60
Hoofdstuk3
Algemene regels
62
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
62
Artikel 6
Algemene bouwregels
62
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
62
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
62
Artikel 9
Overige regels
63
Hoofdstuk4
Overgangs- en slotregels
65
Artikel 10
Overgangsrecht
65
Artikel 11
Slotregel
65
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Stikstofberekening
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
Bijlage 4
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
5
Chw Sperwerstraat 2-4
6
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
Toelichting
bij het bestemmingsplan 'Chw Sperwerstraat 2-4' (plannummer: NL.IMRO.0202.1000-0201)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Sperwerstraat 2-4 in de wijk Monnikenhuizen, in het noordoosten van Arnhem, bevindt zich een voormalig bedrijfspand. Het perceel is in gebruik geweest als garagebedrijf in combinatie met wonen aan de voorzijde van het perceel. Het voornemen is de bestaande bebouwing ter plaatse te slopen en de locatie te herontwikkelen met woningbouw waarbij een appartementengebouw met negentien appartementen wordt gerealiseerd. De doelgroep is een mix van sociale-, midden- en dure huur. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Monnikenhuizen - Klarenbeek", aangezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de te realiseren appartementen ontbreken. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd om het voornemen mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening'. Waarom een 'Chw' plan? Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft onze gemeente aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het 'Besluit uitvoering Crisisen herstelwet'. In een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen meer regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.
In het bestemmingsplan 'Chw Sperwerstraat 2-4' maken we gebruik van de mogelijkheden van de crisis en herstelwet door regels op te nemen in het kader van natuurinclusief bouwen.
1.2
Situering en begrenzing plangebied
Het plangebied bestaat uit het bedrijfsperceel Sperwerstraat 2-4. In afbeelding 1.1 is de situering van het plangebied indicatief ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Opgemerkt wordt dat de begrenzing van het plangebied indicatief van aard is. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
7
Chw Sperwerstraat 2-4
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
1.3
Opzet bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Erfgoedwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.
8
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
1.4
Geldende plannen
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Monnikenhuizen - Klarenbeek", dat op 27 oktober 2005 door de gemeenteraad van Arnhem is vastgesteld. Daarnaast ligt het plangebied ook in de bestemmingsplannen "Facetplan parkeren" en "Facetplan woningsplitsing en verkamering". Deze facetplannen voorzien in een juridisch-planologische doorvertaling van het gemeentelijke parkeerbeleid en het gemeentelijke beleid ten aanzien van woningsplitsing en verkamering. Relevante regels uit deze facetplannen worden in voorliggend bestemmingsplan overgenomen, maar verder is met name het bestemmingsplan "Monnikenhuizen - Klarenbeek" relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan "Monnikenhuizen - Klarenbeek" opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode lijn weergegeven.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Monnikenhuizen - Klarenbeek" (Bron: ruimtelijke plannen) 1.4.2
Bestemmingen en aanduidingen
Op basis van het bestemmingsplan "Monnikenhuizen - Klarenbeek" is het plangebied voorzien van de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden -1' met aan de voorzijde van het gebouw de aanduiding 'wonen'. Aan de voorzijde is een maximum bouwhoogte van 7 meter opgenomen. Aan de achterzijde van het gebouw een maximum bouwhoogte van 5 meter. De voor 'Bedrijfsdoeleinden -1' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor een garagebedrijf en woondoeleinden op de bouwlagen boven de begane grond indien dit zodanig op de verbeelding is aangegeven. 1.4.3
Strijdigheid
Het realiseren van een appartementengebouw met negentien appartementen is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In deze toelichting zal aangetoond worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke onderbouwing.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
9
Chw Sperwerstraat 2-4
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 op de bestaande situatie van het plangebied ingegaan. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de ruimtelijke en programmatische aspecten van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsthema's aan bod. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de plansystematiek. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 op de procedure ingegaan.
10
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren, monumenten en archeologie, groenstructuur en tot slot water.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied ligt in Monnikenhuizen aan de Sperwerstraat 2-4. Monnikenhuizen is een buurt uit de jaren vijftig en ligt rond Hoogte 80, een stadspark 80 meter boven NAP dat één van de hoogste punten van Arnhem vormt. Het is een kleine wijk met zowel laagbouw als flats. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving van het plangebied kenmerk zich vooral door woonbebouwing en groenpercelen. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde door respectievelijk de Sperwerstraat en de Dr. Schaepmanlaan begrensd. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich woonpercelen. Ten westen wordt het plangebied door de Kwartelstraat begrensd. Het plangebied zelf heeft een oppervlakte van circa 950 m2 en bestaat nagenoeg volledig uit bebouwing ten behoeve van een autogarage op de begane grond en een bovenwoning in het noordelijke deel van het plangebied. Afgezien van de bovenwoning, bestaat de locatie uit één laagse bebouwing. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Afbeelding 2.2 bevat een straatbeeld vanaf de Sperwerstraat. Afbeelding 2.3 bevat een straatbeeld vanaf de Dr. Schaepmanlaan.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK)
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
11
Chw Sperwerstraat 2-4
Afbeelding 2.2: Straatbeeld Sperwerstraat (Bron: Google Streetview)
Afbeelding 2.3: Straatbeeld Dr. Schaepmanlaan (Bron: Google Streetview)
2.3
Verkeer en parkeren
De wegen en straten rondom het plangebied zijn typische woonstraten met een snelheidsregime van 30 km/uur.
2.4
Groenstructuur
Ten noorden, aan de overzijde van de Sperwerstraat bevinden zich groenstroken. Daarnaast bevindt er zich een bomenrij ten oosten van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen bomen of ander opgaand groen aanwezig.
2.5
Water
Er bevindt zich in en direct rondom het plangebied geen oppervlaktewater. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 70 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 20 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 50 m-mv bevindt. 12
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
2.6
Monumenten en archeologie
De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangemerkt als rijks- of gemeentelijke monumenten en zijn niet karakteristiek of anderszins beschermingswaardig. Wel grenst het plangebied aan het Rijksbeschermde stadsgezicht Geitenkamp. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.2.8 en 4.2.9.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
13
Chw Sperwerstraat 2-4
14
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1
Inleiding
In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling binnen het plangebied en de uitgangspunten die naar aanleiding van de analyse zijn opgesteld.
3.2
Uitgangspunten
3.2.1
Structuurvisie Arnhem 2020-2040
3.2.1.1 Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het plangebied maakt geen deel uit van een 'koersgebied'. In voorliggend geval is met name het thema 'Wonen' relevant. 3.2.1.2 Wonen Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. Demografische ontwikkelingen treden niet overal in gelijke mate op. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. De gemeentelijke bevolkingsprognoses en de gegevens van het Woningbouw Kompas laten het volgende beeld zien. Voor de periode tot circa 2030 is sprake van een behoefte aan bruto 12.000 nieuw te bouwen woningen, inclusief vervanging en sloop. De feitelijke realisatie in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt.
Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. Dit zijn geen harde getallen. Het geeft de verwachting weer naar huidige inzichten met een inschatting van het bouwvolume dat gedurende deze periode afgezet kan worden op de Arnhemse woningmarkt. Er zal regelmatig worden herijkt. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de StructuurvisieArnhem 2020-2040 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een appartementengebouw ter plaatse van een leegstaand bedrijfspand. Het bestaande leegstaande pand wordt hierbij gesloopt. Hiermee wordt enerzijds tegemoetgekomen aan de woningbouwbehoefte voor met name starters en senioren. Anderzijds draagt het voornemen bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit doordat het bestaande leegstaande bedrijfspand wordt gesloopt en wordt vervangen door een hoogwaardig nieuw appartementengebouw dat voldoet aan alle eisen van deze tijd. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de 'Structuurvisie Arnhem 2020-2040'. 3.2.2
Koersdocument Arnhem 2040
3.2.2.1 Algemeen Het Koersdocument vormt de basis waarop de gemeente Arnhem met inwoners en andere stakeholders in gesprek gaat en geeft input voor de op te stellen Omgevingsvisie.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
15
Chw Sperwerstraat 2-4
3.2.2.2 Toekomstbeeld Arnhem 2040 Arnhem staat de komende jaren voor een aantal belangrijke opgaven gesteld. De stad is in trek bij inwoners, bedrijven en bezoekers. Niet alleen ten opzichte van de regio maar in een steeds groter verband. De daarmee gepaarde groei moet worden benut om de stad aantrekkelijker, vitaler en socialer te maken. Gezien het groene karakter van de stad vergt dit innovatieve oplossingen in het ruimtegebruik van de stad. In afbeelding 3.1 is het Toekomstbeeld Arnhem 2040 schematisch weergegeven.
Afbeelding 3.1: Toekomstbeeld Arnhem (Bron: Gemeente Arnhem) 3.2.2.3 Scenario's Het slim combineren, benutten en afwegen van ambities in de beperkte ruimte van de stad leidt tot dilemma’s. Dilemma’s waar de stad iets van moeten kunnen vinden, omdat deze ook mede bepalen in wat voor stad er wordt gewoond, gewerkt en geleefd. De dilemma’s zijn samengevat in een ‘mengpaneel’ om inzichtelijk te maken welke afwegingen of opgaven op de stad afkomen. Dit mengpaneel is opgebouwd rondom vijf belangrijke opgaven in de stad; sociaal, wonen, economie, mobiliteit, leefomgeving en energie. Elke opgave vergt een afweging voor, en met de stad. Een afweging die ook consequenties heeft voor de ontwikkeling van de stad en hoe deze wordt gebruikt en beleefd. In afbeelding 3.2 is het mengpaneel weergegeven
16
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
Afbeelding 3.2: Mengpaneel scenario's (Bron: Gemeente Arnhem) In voorliggend geval is vooral de opgave ten aanzien van wonen van belang. 3.2.2.4 Scenario 1: Arnhem als Netwerk De groei van de stad wordt vooral opgevangen op en rondom bestaande en nieuwe knooppunten in de stad zoals bij stations, winkelcentra of andere goed bereikbare plekken waar veel mensen samen komen. Bij de OV-knooppunten ontwikkeling zich (hoog)- stedelijke en dynamische centra. De afhankelijkheid van de auto wordt sterk verminderd. Schone en veilige routes verbinden de knooppunten voor langzaam verkeer. De schone bus rijdt elke 5 tot 10 minuten tussen de centra. In de wijken en buurten is het rustig en lommerrijk wonen met een van de knooppunten altijd dichtbij. Wonen Woningbouwopgave hoofdzakelijk in hoogdhynamische knooppunten; de stedelijke knooppunten, wijkcentra en OV-punten zijn dé plekken waar wordt verdicht en verdere functiemenging wordt gestimuleerd. Elke wijk grenst aan een knooppunt en aan groen, de wijken zelf zijn rustig en groen. De woningbouwopgave in buurten en wijken is gericht op maatwerk, inbreiding en transformatie van gebouwen en plekken. 3.2.2.5 Scenario 2: Boulevardsvan Arnhem 3.2.2.5 Scenario 2: Boulevards van Arnhem De groei van de stad wordt vooral opgevangen langs de belangrijk invalswegen van de stad.
Deze invalswegen worden van toegangswegen tot de binnenstad omgebouwd naar boulevards met meer verblijfskwaliteit. Langs de nieuwe boulevards van de stad ontwikkelen zich gemengde stedelijke unieke woon-werkgebieden, goed verbonden met stad en regio. De boulevards worden groen ingericht en zijn goed bereikbaar voor alle vormen van vervoer. De wegen vormen niet langer de bareière tussen stadsdelen, maar vormen bruisende ontmoetingsplekken voor de omliggende buurten. Wonen Woningbouwopgave hoofdzakelijk langs boulevard; de stedelijke knooppunten en HOV-lijnen zijn dé plekken waar wordt verdicht en verdere functiemenging wordt gestimuleerd; Opheffen van anonimiteit van de wijk, door wijken om te keren met het gezicht naar de boulevards, allees en groen. Hier is ruimte voor bijzondere woonmilieus en zoekruimte voor woningbouwopgave. Er is sprake van maatwerk als het gaat om inbreiding of transformatie van de wijken.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
17
Chw Sperwerstraat 2-4
3.2.2.6 Scenario 3: Compact stadshart De groei van de stad wordt vooral opgevangen in het hart van de stad. Hiervoor wordt het centrum over de Rijn vergroot en wordt Arnhem-Noord en Arnhem-Zuid op die manier verbonden. De Rijn stroomt dwars voor het hart van de stad met de uiterwaarden als rivier-klimaatpark. De bruggen vormen een circulaire ring in het grote centrale hart en verbind daarmee Kronenburg en Malburgen met de binnenstad. Het hart kent daarmee een gevarieerd stedelijk milieu met verschillende unieke kwartieren. De wijken en buurten omringen het hart en bieden rust en ruimte. Daarnaast is er ruimte voor bedrijventerreinen binnen de gemeente. Wonen Concentratiebeleid in het hoogstedelijk centrum; hier wordt verdicht en verdere functiemenging gestimuleerd. Autonome ontwikkelingen in wijken, maatwerk als het gaat om inbreiding of transformatie. Woningbouwopgave in buurten en wijken gericht op maatwerk, transformatie van gebouwen en plekken. 3.2.2.7 Toetsing van het initiatief aan het KoersdocumentArnhem 2040 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een appartementengebouw ter plaatse van een leegstaand bedrijfspand. Het bestaande leegstaande pand wordt hierbij gesloopt. Er is daarmee sprake van inbreiding, waar in alle genoemde scenario's ruimte voor is.
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een ruimtelijke kwaliteitswinst gemaakt door de sloop van een pand zonder toekomstfunctie en het realiseren van een hoogwaardig appartementengebouw. Daarnaast wordt voorzien in de woningbouwbehoefte van de stad Arnhem. Al met al wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming met het Koersdocument Arnhem 2040 is. 3.2.3
De Arnhemse Woonprincipes 2025
3.2.3.1 Algemeen In 'De Arnhemse Woonprincipes 2025' en het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling is opgenomen welke strategische koers we volgen die er zorg voor moet dragen dat Arnhem ook in de toekomst een aantrekkelijke woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen. Het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling bevat de marsroute over hoe we de komende jaren de woningbouw vorm willen geven. Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. 3.2.3.2 Woonprincipes 2025 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2.
Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad
18
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
3.2.3.3 Wonen, Welzijn en Zorg versusLanger Zelfstandig Wonen Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Naast het vergroten van de voorraad aan ligt er de opgave om voor bijzondere doelgroepen en m.n. voor mensen in kwetsbare posities meer geschikt en passend kleinschalig aanbod aan woonvormen of (beschutte, beschermde) woonconcepten te realiseren en te faciliteren dat het (langer) zelfstandig wonen, aangevuld wordt met arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of toezicht en andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen in de directe of nabije woonomgeving kan worden geboden. 3.2.3.4 Plan van aanpak woningbouwontwikkeling en Woondeal Vanuit het Plan van Aanpak Woningbouwontwikkeling en de Woondeal moeten er met het oog op de beschikbaarheid en betaalbaarheid meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. Hierbij is in het bijzonder afgesproken dat over de nieuwe projecten 30% uit sociale huur bestaat. In de Woondeal wordt er gevraagd om aandacht voor betaalbaarheid over de gehele breedte.
3.2.3.5 Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025 Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om binnen het plangebied een appartementengebouw met negentien levensloopbestendige appartementen te realiseren. Met het voornemen worden geschikte woningen voor een brede doelgroep gerealiseerd. Het plan komt in deze vorm twee woningen tekort om te voldoen aan de norm van 30%. Omdat het in een wijk ligt met een zeer hoog percentage corporatiebezit en de wijk kwetsbaarheden kent op het gebied van leefbaarheid, is dat in dit geval aanvaardbaar. De appartementen vallen wel in het 'betaalbare' segment. Al met al wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de principes van het gemeentelijke woonbeleid. 3.2.4
Welstandsnota 2015
3.2.4.1 Algemeen De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen, waarbij de locatie van het plangebied indicatief met blauwe stip is aangeduid. Het plangebied ligt in een gebied waar een lichte welstandstoets geldt.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
19
Chw Sperwerstraat 2-4
Afbeelding 3.2: Welstandskaart 2015 (Bron: Gemeente Arnhem) 3.2.4.2 Gebied met lichte welstandstoets In gebieden die zich kenmerken door samenhang in het straatbeeld – bijvoorbeeld door een eenheid in dakvormen, architectuur of materiaalgebruik – is het van belang dat dit eigen karakter bewaard blijft. Welstandsregels voor dit niveau zijn beperkt en gaan alleen over het gevelbeeld en de daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Voor de achterkanten van gebouwen gelden geen regels, die zijn dus welstandsvrij. De regels zijn bedoeld om de kenmerken van het gevelbeeld in relatie tot het openbaar gebied op hoofdlijnen in stand te houden.
20
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
3.2.4.3 Toetsing aan de Welstandsnota2015 Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal het ontwerp van de bebouwing worden getoetst aan de geldende welstandscriteria. Op voorhand wordt geen belemmering verwacht, aangezien het plan zich qua maat en schaal in de omgeving voegt. 3.2.5
Groenbeleid
3.2.5.1 Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen.
De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. 3.2.5.2 Bomenplan 2020 Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Onderdeel van dit plan is het jaarlijks aanplanten van nieuwe bomen en bos. Deze nieuwe bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendiger maken van Arnhem. 3.2.5.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid In voorliggend geval zijn er geen belangrijke landschappelijke waarden in het plangebied aanwezig, aangezien het plangebied in de huidige situatie geheel bebouwd en verhard is. Met het opnemen van regels ten aanzien van het natuurinclusief bouwen wordt invulling gegeven aan de Groenvisie (zie 4.2.2 onder f). Daarnaast wordt er voorzien in 160 m2 sedum dak. Er is daarmee sprake van een positieve groenbalans. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke groenbeleid. 3.2.6
Gemeentelijk parkeerbeleid
3.2.6.1 Algemeen De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. 3.2.6.2 Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 "Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
21
Chw Sperwerstraat 2-4
als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkeld, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. 3.2.6.3 Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0.
3.2.6.4 Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003' In paragraaf 3.5.3 wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen. 3.2.7
Energie en klimaat
3.2.7.1 Beleid Nieuwe gebouwen en woningen moeten volgens landelijke regelgeving voldoen aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit worden de energieprestaties voor nieuwe gebouwen en woningen fasegewijs aangescherpt. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen en woningen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Verder geldt er per 1 juli 2018 voor nieuwbouw van alle soort gebouwen een verbod voor het aansluiten op het aardgasnet. De gemeente Arnhem heeft hoge ambities op het gebied van energie en duurzaamheid. De ambities, koers en actieprogramma zijn vastgesteld in het programma ‘New Energy made in Arnhem 20202030’ (vastgesteld op 29 januari 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in ‘De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie’ (vastgesteld op 17 april 2019). 3.2.7.2 Energievisie Arnhem verplicht ontwikkelaars tot het opstellen van een energievisie bij nieuwbouw van meer dan 50 woningequivalenten. Er zijn vele opties voor duurzame energie. Vanwege de wetswijziging per 1 juli 2018 moeten al deze opties zonder aardgas worden gerealiseerd. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde inzake de ambities voor nieuwbouw. 1. Energieneutraal; 2.
Bijna energieneutraal (BENG); 3. Conform eisen bouwbesluit. De gemeente Arnhem vraagt de ontwikkelende partij om samen met andere eigenaren (bestaande en toekomstige) in het (aangrenzende) gebied te onderzoeken of een collectieve warmteoplossing tot de mogelijkheid behoort. Dit met als doel een deel van de omliggende bestaande gebouwen ook van het aardgas af te halen.
22
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
3.2.7.3 Strategie Klimaatadaptatie In de Strategie Klimaatadaptatie 2020-2030 staat wat er de komende tien jaar, tot 2030, gedaan wordt om de stad klimaatbestendiger te maken. Grootste prioriteit ligt daarbij op het verminderen van de effecten van hittegolven, wateroverlast door extreme regenbuien en droogte. De strategie beschrijft welke ambities er zijn voor de komende 10 jaar en hoe die gerealiseerd worden. Ambities en strategie zijn vertaald in een groot aantal maatregelen die de eerstkomende jaren genomen worden. Deze zijn opgenomen in de voorlopige Uitvoeringsagenda. Deze maatregelen vormen een momentopname: het zijn de maatregelen die de gemeente wil nemen in de eerstvolgende jaren. In de Uitvoeringsagenda staan zowel stadsbrede als gebiedsgerichte maatregelen. Zo worden stadsbreed maatregelen tegen minder verharding ingezet. Via gebiedsontwikkeling en projecten in de openbare ruimte zal worden gestreefd om de verharding in het bebouwde deel van Arnhem met 10% te verminderen. Ook wordt een deel van de beschikbare middelen gereserveerd om bij te dragen bij het verwijderen van overbodig asfalt. Daarnaast zal de uitwerking van plannen voor nieuwe bomen en bos (o.a. in het kader van het Bomenplan) in nauwe samenwerking plaatsvinden met maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie.
Naast het uitvoeren van enkele toonaangevende projecten is het belangrijk dat er ook meer mogelijkheden komen voor het uitvoeren van kleinschalige aanpassingen in de openbare ruimte. Prioriteit krijgen de aanpassingen die bewoners zelf voorstellen; zeker als zij daar zelf aan bijdragen door zelfbeheer of het uitvoeren van maatregelen op eigen terrein. Om de ambitie ten aanzien van wateroverlast te kunnen realiseren moeten in de verschillende deelgebieden van Arnhem verschillende soorten maatregelen genomen worden. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in het heuvelachtige gebied van Arnhem-Noord brongebieden, overgangsgebieden en putgebieden. Brongebieden zijn de hoger gelegen gebieden waar het hemelwater snel naar beneden stroomt en vervolgens overlast veroorzaakt in de lager gelegen putgebieden. Daarnaast is er speciale aandacht voor de hoofdinfrastructuur. 3.2.8
Stadsklimaat
In de Structuurvisie 2020-2040 (vastgesteld december 2012) is de gemeentelijke ambitie verwoord om Arnhem klimaatbestendig te maken onder alle weersomstandigheden. Voor nu en in de toekomst, onder invloed van de klimaatverandering, wordt tenminste gestreefd naar prettig toeven binnen- en buitenshuis en het vermijden van ongewenste gezondheidsrisico's. Voor hitte ligt de nadruk op de toename in de toekomst van het aantal zomerse en zelfs tropische dagen. In het realiseren van een prettig stadsklimaat wil de gemeente optimaal gebruik maken van de (huidige) gunstige uitgangssituatie van natuurlijke luchtstromen die van de hoger gelegen stadsranden en vanuit de rivierzone de stad in stromen en zorgen voor koeling en tevens een goede luchtkwaliteit. Ook het groene karakter van de stad draagt daaraan in grote mate bij. De opwarming van de stad tijdens warme, tropische dagen doet zich voor in de dichtbebouwde stenige gebieden met veel gebouwvolume, verharding en weinig groen. In de Hittekaart van Arnhem is de gevoeligheid van de stad voor opwarming weergegeven. Bepaalde delen van de stad hebben een verhoogde kans op opwarming (stedelijke hitte-eilanden), wat ongewenste gevolgen voor het woon- en leefmilieu en het functioneren van deze gebieden kan hebben. De Arnhemse binnenstad en directe omgeving is zo'n gebied (zie klimaatkaart rode gebieden).
Het plangebied ligt op de Hittekaart van Arnhem in dat deel van de stad dat gevoelig is voor opwarming tijdens langdurige perioden van hitte (oranje tot rood gebied op de Hittekaart). De locatie is daarmee een gebied met een hoge prioriteit om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. De gemeente Arnhem streeft bij ontwikkelingen in deze gebieden naar anticiperende maatregelen om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. Het stadsbestuur heeft deze ambitie in 2014 aangescherpt door te bepalen dat hitteplekken moeten worden bestreden door een effectieve inzet van groen op daken en gevels van gebouwen maar ook op de grond als (bv) bomen. Wordt bij herontwikkeling hiermee geen rekening gehouden dan is de kans groot dat het (locale) stadsklimaat op de locatie verslechterd met gevolgen voor de toekomstige gebruikers en bewoners van het gebied.
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
23
Chw Sperwerstraat 2-4
3.3
Ruimtelijke opzet en structuur
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de herontwikkeling van de bedrijfslocatie Sperwerstraat 2-4 naar woningbouw in de vorm van appartementen. Het voornemen is ter plaatse één appartementengebouw met negentien appartementen en de daarbij behorende (parkeer)voorzieningen te realiseren. De te realiseren nieuwbouw is gesitueerd op de hoek van de Sperwerstraat en de Doctor Schaepmanlaan. Het gebouw bestaat uit 4 woonlagen op een half verdiepte kelder en is L-vormig. Het privé parkeerhof is toegankelijk via de Kwartelstraat. Aan de Sperwerstraat bestaat het bouwdeel uit 4 bouwlagen. Daarmee vormt het een 'wand' aan het Plantsoen Roerdomplaan. De vierde bouwlaag aan de Sperwerstraat springt gedeeltelijk terug ten opzichte van de gevellijn. Daarnaast zakt de bouwmassa van vier naar drie bouwlagen. Hierdoor sluit het gebouw qua hoogte aan bij de hoogte van de aangrenzende bebouwing aan de Kwartelstraat. Ter hoogte van het kruispunt tussen de Sperwerstraat en de Doctor Schaepmanlaan worden stedelijk accent gecreëerd. De bouwmassa bestaat uit 4 volle lagen en is op de rooilijn gesitueerd. Om dit accent te versterken, springen de gevels aan de Sperwerstraat en Doctor Schaepmanlaan terug ten opzichte van de rooilijn. Aan de Doctor Schaepmanlaan bestaat het bouwdeel uit 2 bouwlagen op de half verdiepte kelderlaag.
Deze hoogte sluit aan bij de aangrenzende bebouwing aan de Doctor Schaepmanlaan. Het plangebied wordt groen ingericht. Het voornemen is om een deel van het dak te gebruiken voor de opwekking van duurzame energie door middel van zonnepanelen. Het overige deel van het dak wordt voorzien van sedum en draagt daarmee bij aan het vasthouden van water en tegengaan van hittestress. In het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt een parkeervoorziening met twaalf parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast worden er vier nieuwe parkeerplaatsen aan de Sperwerstraat gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen worden voorzien van een gebakken materiaal in de kleru rood-bruin, zoals de langsparkeervlakken verderop in de Sperwerstraat. Aan de Doctor Schaepmanlaan wordt één extra parkeerplaats gerealiseerd. Deze wordt halfsteens aangelegd, omdat parkeren hier op de rijbaan plaatsvindt. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de inrichtingstekening opgenomen. In afbeelding 3.4 en afbeelding 3.5 zijn voorlopige geveltekeningen opgenomen. Belangrijk hierbij op te merken is dat de komende afbeeldingen indicatieve tekeningen betreffen. Bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen worden pas definitieve tekeningen overlegd.
Afbeelding 3.3: Uitsnede inrichtingstekening (Bron: OpZoom Architecten) 24
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
Afbeelding 3.4: Geveltekening noordgevel Sperwerstraat (Bron: OpZoom Architecten)
Afbeelding 3.5: Geveltekening oostgevel Doctor Schaepmanlaan (Bron: OpZoom Architecten)
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
25
Chw Sperwerstraat 2-4
3.4
Programma
Er wordt een appartementengebouw voorzien met in totaal negentien appartementen. Op zowel de begane grond als de eerste verdieping worden zes appartementen voorzien. Op de tweede en derde verdieping worden respectievelijk vier en drie appartementen voorzien. Het volgende programma wordt voorzien: twee éénslaapkamerappartementen met een gebruiksoppervlakte van 44 m2; twee éénslaapkamerappartementen met een gebruiksoppervlakte van 54 m2; elf tweeslaapkamerappartementen met een gebruiksoppervlakte tussen de 61 m2 en 67 m2; vier tweeslaapkamerappartementen met een gebruiksoppervlakte van 76 m2.
3.5
Verkeer en mobiliteitsaspecten
3.5.1
Gemeentelijke visie
De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040 (vastgesteld 2012). Voor mobiliteit biedt het structuurplan een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. De duurzaamheidsdoelstellingen van het onderhavige plangebied versterken het belang van optimale bereikbaarheid voor duurzame vervoerswijze, met een beperkte milieubelasting: De voetganger, de fiets en het openbaar vervoer. Vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van de binnenstad en centrale voorzieningen in Arnhem ligt hierbij in dit geval het primaat bij de fiets. De fietser heeft vooral behoefte aan een samenhangend fietsnetwerk, directe verbindingen, veiligheid, comfort, snelheid en stallingsvoorzieningen. Om nieuwe fietsers te verleiden wordt vooral ingezet op de aanleg van nieuwe verbindingen met een gegarandeerde korte reistijd naar belangrijke bestemmingen.
De opkomst van de elektrische fiets draagt bij aan meer fietsgebruik. Voor het onderdeel parkeren gelden de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem (Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003; 12 december 2011). 3.5.2
Verkeer
Het voornemen voorziet in het realiseren van een appartementengebouw met in totaal 19 appartementen. Zestien van de appartementen zijn kleiner dan 75 m2 en worden tot het goedkope segment gerekend. Drie appartementen zijn groter dan 75 m2 maar kleiner dan 120 m2 en worden tot het middensegment gerekend. Hiermee wordt aangesloten bij de onderverdeling zoals die geldt op basis van de Beleidsregels Parkeren Arnhem. Om de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling te berekenen wordt gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381, december 2018). Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Functie: huur, appartement, midden/goedkoop; Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom. Functie Verkeersgeneratie Aantal woningen Totale per woning verkeersgeneratie Huur, appartement 3,6 19 68,4 midden/goedkoop De voorgenomen ontwikkeling zorgt naar boven afgerond voor een verkeersgeneratie van 69 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Hier staat tegenover dat de verkeersbewegingen als gevolg van het bestaande garagebedrijf met bovenwoning komen te vervallen. Per saldo zal de toename van het aantal verkeersbewegingen dan ook minder zijn.
Het parkeerterrein ten behoeve van het appartementengebouw wordt op veilig en overzichtelijk de Kwartelstraat , een woonstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur, ontsloten. Daarna wordt het verkeer in het noorden via de Sperwerstraat en in het zuiden via de Zaslaan in het heersende 26
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
verkeersbeeld opgenomen. Deze omliggende wegen zijn van voldoende omvang om de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen veilig en vlot af te wikkelen. 3.5.3
Parkeren
Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het initiatief voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de parkeernormen van de gemeente Arnhem. In navolgende tabel is de parkeerbehoefte als gevolg van het voornemen uiteengezet. Functie parkeerbehoefte per Aantal woningen Totale woning parkeerbehoefte Appartement met 1 15 15 gebruiksoppervlakte tot 75 m2 Appartement met 1,3 4 5,2 gebruiksoppervlakte van 75 tot en met 120 m2 Totaal 20,2 De naar boven afgeronde parkeerbehoefte bedraagt 21 parkeerplaatsen. In afbeelding 3.7 is de parkeersituatie opgenomen. Te zien is dat er 12 parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd worden (niet openbaar parkeerterrein). Daarnaast worden er vier parkeerplaatsen aan de Sperwerstraat gerealiseerd en blijven aan de Doctor Schaepmanlaan vier parkeerplaatsen behouden en wordt er nog één parkeerplaats aan de Doctoro Schaepmanlaan gerealiseerd. Hiermee wordt aan de gemeentelijke parkeernomen voldaan.
Afbeelding 3.7: Parkeersituatie (Bron: OpZoom Architecten) Ten aanzien van fietsparkeren is er op het niet openbare terrein ruimte voor bezoekers om fietsen te parkeren. Fietsen van bewoners kunnen in de kelder worden geparkeerd. De kelder wordt bereikbaar via een trap met fietsgoot. De inrichting van de kelder en trap met fietsgoot wordt nog nader uitgewerkt ten "Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
27
Chw Sperwerstraat 2-4
behoeve van de vergunningaanvraag voor het bouwen. 3.5.4
Conclusie
Verkeers- en mobiliteitsaspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.6
Rijks- en provinciaal beleid
3.6.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.6.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.6.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.6.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies 28
"Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
Chw Sperwerstraat 2-4
vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.6.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.6.2
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening)
3.6.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. De tekst van de ladder (artikel 3.1.6, lid 2 Bro) luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.6.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende vragen van belang: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In voorliggend geval is er sprake van het realiseren van een appartementengebouw met negentien appartementen.
De voorgenomen ontwikkeling is hiermee aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. De laddertoets wordt hierna doorlopen. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de "Chw Sperwerstraat 2-4" (vastgesteld)
29
Chw Sperwerstraat 2-4
omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor woningbouwontwikkelingen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De 'ladder' verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. Voor woningbouwontwikkelingen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De 'ladder' verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. De ontwikkeling van het plan is in de eerste plaats ingegeven om tegemoet te komen aan de lokale vraag naar woningen. Lokaal betekent in dit geval de vraag vanuit de stad Arnhem. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling beperkt zich daarom ook tot de gemeentegrenzen.
Omdat het een kleinschalige ontwikkeling betreft die geen significant gemeentegrens overstijgend effect heeft, is er geen bovengemeentelijke afstemming nodig. Wat is de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. Uit onderzoek blijkt dat er zowel in de regio Arnhem Nijmegen als in de subregio Arnhem nog veel behoefte is aan nieuwe woningen. Vooral in de grote steden is de behoefte aan woningen groot. Voor de subregio is behoefte voor de periode 2017-2027 naar een netto toevoeging van circa 13.500 te realiseren woningen zoals opgenomen in de Subregionale Woonagenda. In dit aantal zit nieuwbouw maar ook woningen die worden gerealiseerd in bijvoorbeeld bestaande leegstaande panden (transformatie). Het aantal wordt niet gezien als hard maximum.
Om de twee jaar wordt dit aantal geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose. Dit bestemmingsplan maakt maximaal negentien woningen mogelijk. Dit plan staat beschreven in de woningbouwplanningslijst die jaarlijks aan de provincie Gelderland wordt aangeboden. De negentien woningen passen binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio is afgestemd (circa 13.500 woningen). Vanuit het Plan van Aanpak Woningbouwontwikkeling en de Woondeal moeten er met het oog op de beschikbaarheid en betaalbaarheid meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. Hierbij is in het bijzonder afgesproken dat over de nieuwe projecten 30% uit sociale huur bestaat. In de Woondeal wordt er gevraagd om aandacht voor betaalbaarheid over de gehele breedte. Vanuit de Arnhemse woonprincipes 2025 wordt aangestuurd op een mix aan woningtypes en doelgroepen. Voor de toekomstbestendigheid en brede inzet van de woningen is het belangrijk dat deze levensloopgeschikt worden gebouwd. Het plan komt twee woningen tekort om te voldoen aan de norm van 30%.