CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie “Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie”

Politieke Avond 10 september 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Startnotitie ‘Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie’5.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie Zaaknummer 4358949 11 maart 2025

1

Inleiding .................................................................................................................................1

2

Wat is vastgesteld in de Transitievisie Warmte? ...................................................................1

3

Actuele ontwikkelingen .........................................................................................................2

4

Randvoorwaarden bij rolneming gemeente ..........................................................................6

5

Beslisboom ............................................................................................................................9

6

Vervolg .................................................................................................................................10

7

Financiering en risico's.........................................................................................................11

1

Inleiding

Een van de grootste uitdagingen van deze tijd is het bestrijden van de klimaatcrisis en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Volgens het Klimaatakkoord heeft de gemeente een regierol in de energietransitie. In de Transitievisie Warmte, vastgesteld door de Raad in 2022, staat dat de gemeente per project bepaalt hoe deze regierol wordt ingevuld; wat haar rol is in de energieprojecten. Op basis van de huidige projecten, ontwikkelingen en de komende wet- en regelgeving constateren we dat de gemeente een actievere rol moet kunnen nemen in een aantal van deze projecten. De betaalbaarheid van energie staat onder druk, dit heeft gevolgen voor de bestaanszekerheid van Arnhemmers. De aanpak van de bestaanszekerheid van de Arnhemmers moet verankerd zijn in de aanpak van de energietransitie; daarvoor is het nodig dat we hier als gemeente invloed op kunnen uitoefenen. Ook hebben we te maken met netcongestie. Nu al merken Arnhemse bedrijven en instellingen dan ze niet zomaar kunnen groeien of verduurzamen. Alternatieve energie-oplossingen zijn wel voorhanden, maar komen zonder grote betrokkenheid en/of regie van de gemeente niet voldoende van de grond. In deze startnotitie worden randvoorwaarden voorgesteld, zodat de gemeente transparant en uniform een keuze maakt over het wel of niet deelnemen in energieprojecten.

Dit geldt zowel voor de bestaande stad als ook in nieuwe gebiedsontwikkelingen. Deze randvoorwaarden worden ter goedkeuring aan uw raad voorgelegd, waarbij in deze startnotitie ook wordt toegelicht hoe we via een beslisboom tot een besluit over onze rol komen. Graag gaan wij hierover met u in gesprek. 2

Wat is vastgesteld in NemiA en de Transitievisie Warmte?

Het gemeentelijke beleid op het gebied van energie is vastgelegd in het 'Programmaplan New energy made in Arnhem 2020 - 2030'. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 januari 2020. De uitgangspunten en aanpak van de energietransitie zijn vastgesteld in 'De Arnhemse aanpak van de

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente in de energietransitie

1

wijkgerichte energietransitie' in april 2019. Daarna is in februari 2022 de Transitievisie Warmte door de gemeenteraad vastgesteld. In deze documenten staan de duurzaamheidsdoelen en de aanpak van de energietransitie per wijk beschreven. Duurzaamheid, betaalbaarheid en een aanpak per wijk zijn daarbij belangrijke waarden. In de Transitievisie Warmte staat dat de gemeente per project bepaalt wat haar rol is in de ontwikkeling, uitvoering en het beheer van warmtenetten en warmtebronnen, en dat we deze rol evalueren. In de Transitievisie Warmte is de volgende aanpak gekozen voor de rol van de gemeente: Totdat er wetgeving is, volgen we deze aanpak: • In de kansrijke buurten en de onderzoeksgebieden verkennen we de mogelijke verdeling van rollen in de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van warmtenetten en warmtebronnen. We verkennen wat de knelpunten zijn om tot realisatie te komen. En hoe we knelpunten kunnen wegnemen door een bepaalde rol te pakken. De centrale vraag is of we als gemeente in de rol van ontwikkelaar, investeerder en/of mede-eigenaar van een warmtenet de warmte-transitie kunnen beïnvloeden en versnellen. En of we deze rol willen en kunnen nemen. • We bepalen per project onze rol in de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van warmtenetten en warmtebronnen en evalueren deze.

• We verkennen of de gemeenten als mede-eigenaar van een warmtenet kunnen sturen op duurzaamheid en de kosten kunnen verlagen. Dit doen we samen met de provincie en een aantal Gelderse gemeenten. 3

Actuele ontwikkelingen

Vanuit de ervaring van afgelopen jaren hebben we geconstateerd dat in een aantal projecten een actievere rol vanuit de gemeente nodig is om de volgende redenen. 3.1

Marktfalen in projecten

Onder andere vanuit de Transitievisie Warmte wordt gewerkt aan een aantal kansrijke projecten en zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd. We zien dat de projecten moeilijk te realiseren zijn, door de complexiteit van de projecten en vooral door het uitstappen van betrokken marktpartijen. Met de volgende belangrijke projecten kunnen meer dan 10.000 woningen zonder aardgas verwarmd worden: Malburgen-Oost Uit de haalbaarheidsstudie begin 2024 bleek dat uitbreiding van het warmtenet in Malburgen-Oost haalbaar en betaalbaar is. De raad is hierover geïnformeerd in een raadsbrief van 18 juni 2024. Net voor de zomer van 2024 stapte warmtebedrijf Vattenfall uit dit project. Er is € 25 miljoen investeringssubsidie van NWN! beschikbaar. Deze subsidie biedt een kans om Malburgen-Oost nu betaalbaar aardgasvrij te maken; de voorwaarde is dat er een warmtebedrijf is dat de verdere ontwikkeling en uitvoering oppakt. Uitgangspunt vanuit de Wet collectieve warmte (zie 3.6) is vooralsnog dat een warmtebedrijf voor het merendeel publiek moet zijn. Door het aardgasvrij maken van Malburgen-Oost te combineren met het isoleren van de woningen ontstaat een integrale aanpak van de energietransitie, waarin we samen met de woningcorporaties optrekken. Wijken die onderdeel zijn van het Nationaal Programma Arnhem Oost, zijn over het algemeen geschikt voor collectieve warmteoplossingen.

De aanpak van de warmtetransitie kan geïntegreerd worden en afgestemd met het NPAO, zodat we betaalbare energie en sociale samenhang centraal kunnen stellen in onze verduurzamingsaanpak.

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

2

Smart Polder en Elderveld Na het vertrek van warmteleverancier Equans in 2023, is er een nieuwe stap gezet in de ontwikkeling van deze projecten, samen met Linthorst Energy en Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB). In het project Smart Polder wordt toegewerkt naar één systeem, waar alle gebouwen in het gebied op aangesloten kunnen worden. Omdat het project al lang loopt en het beleid van gebouweigenaren in die periode is veranderd, wisselt de scope van de aan te sluiten gebouwen. Het realiseren van één systeem vraagt om hogere voorinvesteringen met relatief lange terugverdientijden . Tegelijk is er al aan huurders van woningcorporaties toegezegd dat zij aangesloten zullen worden op het warmtenet; zij hebben hier reeds mee ingestemd. In het project Elderveld Noord werken we door aan de verdere ontwikkeling van de eerste fase, die vanaf 2026 gerealiseerd moet worden. Tegelijkertijd onderzoeken we de mogelijkheid om het project uit te breiden naar de hele wijk. Er is voldoende warmte beschikbaar in de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) voor heel Elderveld (ongeveer 6.000 woningen). We nemen de vraag van bewoners daarbij mee als vertrekpunt en ontwikkelen met hen een aanpak waarin verduurzamen, upgraden van de woningen en verbeteren van de openbare ruimte wordt geïntegreerd tot één gezamenlijke wijkaanpak.

Ook binnen dit project zijn al bewoners van de woningen van de eerste fase betrokken. In deze projecten in Arnhem blijkt het moeilijk om een sluitende businesscase te maken met de benodigde rendementen voor de partijen, binnen de door hen gewenste terugverdientijden. Het grootste risico is de onzekerheid over de afzet in verhouding tot de benodigde investeringen (het zogenaamde vollooprisico). Ook blijkt dat de doelen van marktpartijen moeilijk te verenigen zijn met de publieke belangen van de gemeente, zoals betaalbare energie voor de inwoners. Marktpartijen baseren investeringskeuzes op hogere rendementen in kortere terugverdientijden dan dat publieke partijen zouden doen. Zo kan voor een publieke partij een project haalbaar zijn, terwijl dat voor een marktpartij niet het geval is. 3.2

Nieuwbouw en netcongestie

Door netcongestie is er onvoldoende elektrisch vermogen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen. Dit beïnvloedt de mogelijkheden binnen Arnhem voor nieuwbouw, maar ook voor nieuwe lokale warmtesystemen. Daarom is het belangrijk om hier op lokaal niveau actief op te sturen, zowel stadsbreed als gebiedsgericht. Zo kunnen we de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet optimaal en voor alle inwoners, organisaties en ondernemers inzetten. Dit vraagt om duurzaam en netbewust ontwikkelen en bouwen. Dit kan met de ontwikkeling van collectieve energiesystemen waarbij ook lokaal opgewekte energie plaatselijk kan worden opgeslagen en verbruikt. Daarnaast is integratie van onder andere energie- en mobiliteitssystemen (vaak) noodzakelijk. Dit komen we tegen in onder andere de ontwikkeling van Rijnpark; daarnaast zijn er ook kansen om anders met netcongestie om te gaan. Rijnpark Bij de ontwikkeling van Rijnpark fase 1, een mix van wonen en niet-wonen, was al gedacht in een collectief warmte-koude systeem per deelfase. Netcongestie is nu een beperkende factor. Dit vraagt om het nog slimmer benutten van het beschikbare vermogen op het elektriciteitsnet, zodat niet alleen de woningen maar ook alle andere onderdelen van deze ontwikkeling (tijdig) worden voorzien van energie.

Dit slim benutten vraagt integratie of vergaande samenwerking/afstemming van de warmteen koude systemen, laden en mobiliteit, energie opwek en opslag en grootverbruikers. Deze integratie, samenwerking tussen verschillende onderdelen is een nieuwe ontwikkeling in de gebiedsontwikkeling. Deze ontwikkeling vraagt een actieve rol van de gemeente om bij dergelijke projecten tot een haalbare totaaloplossing te komen.

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

3

Netcongestie Door netcongestie komt de realisatie van al geplande projecten in het gedrang. Dit blijkt onder andere uit recente projecten in het onderwijs, de ontwikkeling van het Stadstheater en in de doorontwikkeling van bedrijventerreinen. Ondernemers en organisaties in Arnhem kunnen hierdoor niet onvoorwaardelijk groeien en of verduurzamen. Ontwikkeling van innovatieve energie-oplossingen is in Arnhem mogelijk, maar vraagt een actieve rol van de gemeente. De markt is nog niet ontwikkeld, regelgeving is nog niet aangepast en meer dan ooit is lokale samenwerking voorwaardelijk. Ook het duurzame mobiliteitsplan (DMP) heeft gevolgen voor de energievoorziening van de stad, met de vraag naar onder andere grootschalige laadoplossingen. Een nieuwe aanpak is nodig. Ook dit vraagt om de ontwikkeling van lokale, decentrale energiesystemen met lokale opwek- en opslagmogelijkheden. Dit maakt het mogelijk dat energie lokaal gebruikt kan worden en het net ontlast wordt. Met de ontwikkeling van ‘energy hubs’ kan lokaal energie gedeeld worden. Dit wordt, onder andere vanuit de huidige regeling, nog onvoldoende opgepakt door de markt. In Arnhem lopen al concrete initiatieven om hier stappen in te zetten, waaronder Walstroom in de Nieuwe Haven. Het ziet ernaar uit dat het verder brengen van deze initiatieven afhankelijk is van de rol die de gemeente hierin pakt.

Trolleynet We onderzoeken de mogelijkheden om de gevolgen van de netcongestie in Arnhem te beperken door de inzet van het trolleynet. De onbenutte capaciteit van het trolleynet biedt potentie voor de energievraag in de stad. We maken bij dit onderzoek gebruik van opgedane kennis van bijvoorbeeld HTM (Den Haag) en RET (Rotterdam), die al pilots hebben lopen.

3.3

Integratie warmte en energie

De huidige markt is gereguleerd volgens de afzonderlijke energiestromen; elektra, gas en warmte hebben elk hun eigen kaders en regelgeving. Voor innovatieve toepassingen is regelgeving nog in ontwikkeling en/of zit huidige regelgeving in de weg. Onder andere door de strategische samenwerking met Alliander en contacten met het Rijk wordt experimenteerruimte gezocht. Mede door netcongestie zien we een sterke samenhang en wederzijdse afhankelijkheid tussen elektriciteit en warmte. Om deze wederzijdse afhankelijkheid op een juiste manier te kunnen benaderen is een actievere rol nodig van de gemeente. Het heeft dan ook sterk de voorkeur om bij onze rolneming niet alleen vanuit warmte maar vanuit de hele opgave te werken. Zodat bij warmteprojecten ook meteen gekeken kan worden naar de ontwikkeling van bijvoorbeeld energy hubs en laadpleinen. Het gaat om de wet van behoud van energie, wat bijvoorbeeld het project Saksen Weimar goed laat zien. Saksen Weimar Binnen het Europese onderzoeksproject ACCU onderzoeken we de ontwikkeling van een lokaal energiesysteem in Saksen Weimar. In de relatief nieuwe woningen wordt meer zonne-energie opgewekt dan gebruikt kan worden in deze woningen zelf. De energie die over is wordt opgeslagen in een warmte-batterij en ’s winters gebruikt voor verwarming van de huurwoningen in de voormalige kazernegebouwen.

Essentieel voor het slagen van dit project is de betrokkenheid van bewoners bij het opbouwen van een energiegemeenschap en de integrale benadering van warmte en elektriciteit. Van de gemeente wordt door alle betrokken partijen een actieve rol van de gevraagd in de totstandkoming van dit lokale energiesysteem.

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

4

3.4

Publieke belangen

Uitgangspunt van de gemeente Arnhem is dat de energietransitie eerlijk moet zijn. In de Transitievisie Warmte staat dat de energietransitie moet helpen om energiearmoede te verminderen. Dit botst (te) vaak met de belangen van energiebedrijven en -leveranciers, vooral in energieprojecten waar het moeilijk is om winst te maken. Het ontwikkelen van duurzame energiebronnen vraagt om relatief grote investeringen aan de voorkant, waarbij het rendement vaak pas op lange termijn volgt. Daarmee is de ontwikkeling van duurzame energiebronnen relatief risicovol voor deze ondernemingen. Om ongelijkheid in de energiekosten te verminderen, moet in sommige wijken actief worden ingezet op collectieve systemen, omdat deze de laagste maatschappelijke kosten hebben. Deze systemen moeten per gebied worden ontwikkeld, waarbij 'cherry picking' van financieel gunstige aansluitingen moet worden voorkomen. Alleen als de gemeente zelf invloed of zeggenschap heeft, kan zij de tarieven van energieof warmtebedrijven beïnvloeden, zodat energie betaalbaar blijft voor àlle inwoners van Arnhem. 3.5

Versnelling is nodig

Om de NEMIA-doelstellingen te halen, is versnelling en opschaling van de energietransitie essentieel. Arnhem streeft naar een klimaatneutrale gemeente in 2050, met een tussendoel van 61% CO2-reductie in 2030. Het verwarmen van huizen en bedrijven met duurzame alternatieven voor aardgas is hierbij cruciaal. Volgens de Transitievisie Warmte moeten in 2030 6.500 bestaande woningen aardgasvrij zijn om de CO2reductie te realiseren. Om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn, moet het tempo omhoog naar ongeveer 7.000 woningequivalenten (WEQ) per jaar. Dit vraagt veel van de stad. Zonder versnelling zal het tempo later nog verder omhoog moeten, wat de energietransitie waarschijnlijk duurder en complexer maakt. Als er onvoldoende stappen worden gezet, zal de benodigde CO2-reductie niet worden gehaald. Daarnaast zien we de kosten van energie nu stijgen door verschillende, o.a. geopolitieke, ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft. Bewoners met (financiële) mogelijkheden zullen dan kiezen voor individuele duurzame oplossingen, wat de maatschappelijke kosten van de collectieve investeringen voor de overige inwoners verhoogt en de ongelijkheid tussen inwoners vergroot. 3.6

Wet- en regelgeving

Nieuwe wetten geven gemeenten meer mogelijkheden en regie in de energietransitie. In de regelgeving wordt warmte anders gereguleerd dan elektriciteit en gas. De wetten op warmte helpen de gemeente om publieke belangen in warmtenetten te waarborgen. Dit biedt meer kansen en verplichtingen voor publieke betrokkenheid en eigenaarschap in warmtenetten, maar zorgt ook voor onzekerheid in de huidige energiewereld en voor private partijen. Aankomende regelgeving is een van de redenen waarom marktpartijen uit lopende projecten stappen. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft de gemeente gereedschap om regie te voeren op de warmtetransitie. Met onder andere het opstellen van een warmteprogramma en de aanwijsbevoegdheid om in het omgevingsplan gebieden aan te wijzen waar de levering van aardgas op termijn zal eindigen. Op 23 april 2024 is de Wgiw aangenomen door de Tweede Kamer, op 10 december 2024 door de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026.

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

5

De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de huidige Warmtewet. Het doel van de nieuwe wet is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. Maar ook om betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering te waarborgen. Volgens deze wet krijgt de gemeente de regie over de warmtetransitie. De gemeente wijst zogeheten warmtekavels toe aan warmtebedrijven die voor meer dan 50% in handen moeten zijn van publieke partijen. Verder wordt de tariefregulering aangepast, waarbij de huidige koppeling aan de gasprijs wordt losgelaten. Op woensdag 19 juni 2024 is het wetsvoorstel Wet collectieve warmte aangeboden aan de Tweede Kamer. Het moment van inwerkingtreding is mede afhankelijk van de snelheid van de behandeling door de Eerste en Tweede Kamer. De nieuwe Energiewet, die de huidige Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet gaat vervangen, is 23 januari 2025 gepubliceerd in het staatsblad. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Deze wet biedt een toekomstgerichte marktordening binnen de energiesector, regelgeving wordt verhelderd en versimpeld; de nieuwe regels sluiten bovendien beter aan bij het energiesysteem van de toekomst, met meer duurzame lokale energieproductie, opslag en flexibiliteit.

Ook biedt deze nieuwe Energiewet meer mogelijkheden om problemen met het volle elektriciteitsnet aan te pakken, bijvoorbeeld door bestaande ruimte op het net slimmer en flexibeler te kunnen gebruiken. Ten slotte creëert de wet nieuwe mogelijkheden voor mensen en bedrijven om zelf actief te worden op de energiemarkt, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen die de door leden geproduceerde elektriciteit verkopen en leveren. 3.7

Risicobeheersing en invloed

In lopende projecten zien we dat marktpartijen alleen de door hen gewenste resultaten kunnen behalen als andere partijen de risico's afdekken. Als de gemeente deze risico's afdekt en voorinvesteringen doet, is het van belang dat we ook meer invloed op de projecten krijgen. Met een actievere rol kan de gemeente immers meer grip krijgen op de energietransitie door zelf duurzame Arnhemse energiebronnen, haalbare en betaalbare warmtenetten en lokale energiesystemen te ontwikkelen. Tegelijkertijd kunnen we de risico's bij het aansluiten en de aanleg in de bestaande omgeving beter beheersen en meer rekening houden met de belangen van bewoners dankzij onze lokale kennis en aanwezigheid. 4 4.1

Randvoorwaarden bij rolneming gemeente Toelichting randvoorwaarden

Met de energietransitie werken we aan duurzame, betaalbare en toekomstbestendige energie voor inwoners, organisaties en ondernemers. Alle projecten worden gestuurd vanuit vier kernwaarden: Participatie: Actieve betrokkenheid van inwoners, organisaties, ondernemers en stakeholders vanaf het begin. Financieel: Sluitende businesscases met betaalbare warmte en energie op korte en lange termijn. Techniek: Duurzame en betrouwbare oplossingen. Juridisch: Evenwichtige verdeling van rollen en verantwoordelijkheden. Op basis van deze kernwaarden stellen we de volgende randvoorwaarden vast:

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

6

Energie is betaalbaar voor iedereen - Energieprojecten in Arnhem leiden tot voorspelbare en betaalbare tarieven, ook op de lange termijn. - Betaalbaarheid van energie is ook landelijk onderwerp van gesprek. In Arnhem volgen we de landelijke lijn wat de definitie van betaalbaarheid betreft, waarbij de energielasten uitlegbaar, rechtvaardig en ook bij lage inkomens draagbaar zijn. - De energietransitie mag niet leiden tot (verdere) energiearmoede en schuldenproblematiek. Iedere Arnhemmer heeft recht op toegang tot betaalbare energie. - Rendement in de energieketen wordt bezien in relatie tot voor iedere Arnhemmer betaalbare tarieven. Duurzaam en toekomstbestendig - We ontwikkelen alleen toekomstbestendige duurzame energiesystemen. Naast het aardgasvrij ontwikkelen van de gebouwde omgeving wordt voornamelijk gestuurd op CO2-reductie. Betrouwbaar en leveringszekerheid - Iedere gebruiker kan rekenen op betrouwbare levering van energie. Er is draagvlak onder de bewoners, organisaties, ondernemers en stakeholders - Samen met de stad: bewonersbetrokkenheid wordt verankerd in de plannen; - Een project in de energietransitie wordt alleen doorontwikkeld als Arnhemse inwoners, ondernemers en energiecoöperaties vanaf de start actief betrokken bij de plannen en projecten.

Zij omarmen en dragen bij aan het ontwikkelen van een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem; - De energietransitie wordt meer vraag- dan aanbod gestuurd, met de Arnhemmers als uitgangspunt; - Actieve deelneming door inwoners moet mogelijk zijn. Bij nieuwbouwprojecten en gebiedsontwikkeling zijn de inwoners en ondernemers die ook daadwerkelijk in het gebied gaan verblijven niet altijd bekend. Participatie zal dan anders vormgegeven worden dan bij bestaande bouw. De bovenstaande randvoorwaarden vormen hierbij het vertrekpunt. Gebiedsgericht, iedereen kan meedoen - We werken gebiedsgericht, zodat binnen één gebied de (financieel) aantrekkelijke en minder aantrekkelijke afnemers aangesloten kunnen worden. Iedereen moet mee kunnen doen. Ruimtelijk inpasbaar - Energiesystemen zijn ruimtelijk inpasbaar, zowel in de openbare ruimte als in de gebouwen. Dit betekent dat in de ontwikkeling van systemen de ruimtelijke inpassing integraal beoordeeld moet worden, gezamenlijk met andere opgaves. 4.2

Welke gemeentelijke rol is noodzakelijk?

Als projecten voldoen aan deze randvoorwaarden is het van belang om te bepalen welke rol de gemeente in het project zal nemen. Belangrijk is dat dit op een transparante en uniforme wijze wordt bekeken, waarbij maatwerk natuurlijk mogelijk moet zijn. Projecten kunnen op verschillende wijzen starten. Zo kan het zijn dat er bij een project geen partijen beschikbaar zijn die het project kunnen of willen ontwikkelen en realiseren, of dat niet willen zonder deelneming van de gemeente. In dat geval zou de gemeente hier vanuit doelstellingen of strategische belangen een nadrukkelijke rol in kunnen nemen. Een ander voorbeeld is als het project ontstaat vanuit initiatief van bewoners en deze bewoners ondersteuning vanuit de gemeente nodig hebben. Vanuit één van de volgende aspecten kan gekozen worden voor een actievere rol in het project:

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

7

-

-

-

-

-

-

-

-

Als er geen partijen beschikbaar zijn voor de ontwikkeling en realisatie van projecten, en een project is wel van strategisch belang voor de gemeente, dan is een rol van de gemeente nodig. Wat niet betekent dat delen van een project niet alsnog door de markt gerealiseerd kunnen worden. In dit geval zal de gemeente een belangrijke rol invullen als ‘systeem-integrator’. Omdat in deze rol veel risico’s bij elkaar komen ligt het voor de hand ook de financiële stromen hier bij elkaar te houden. Uitgangspunt is dat we wijk- of gebiedsgericht werken en ‘cherry-picking’ voorkomen. Een actievere rol van de gemeente kan nodig zijn om te voorkomen dat in een gebied alleen de financieel aantrekkelijke aansluitingen worden gerealiseerd. Er zijn (deels) voorinvesteringen nodig vanuit de gemeente. Dit kan verschillende redenen hebben. In projecten zijn bijvoorbeeld voorinvesteringen in bronnen of infrastructuur nodig om later andere buurten of wijken aan te sluiten hierop. Daarnaast zou bij bijvoorbeeld rioolvervanging of andere ingrepen in wijken al, gestart kunnen worden met de aanleg van de benodigde infrastructuur, vooruitlopend op besluitvorming over het project. Er is een vollooprisico, wat (deels) moet worden afgedekt door de overheid. Het vollooprisico is het achterblijven van het aantal aan te sluiten woningen/afnemers waardoor de financiële inkomsten achterblijven.

Als een project vanuit een bewonersinitiatief ontstaat zullen deze bewoners mogelijk (financieel, op het gebied van kennis en/of organisatorisch) ondersteuning vanuit de gemeente nodig hebben; Door zelf deel te nemen kunnen we ook invloed uitoefenen, bijvoorbeeld op de tarieven. Momenteel hebben we deze invloed niet; tarieven worden begrensd door de landelijke ACM-regelgeving. We kunnen er ook voor kiezen om in plaats van zelf deel te nemen, afspraken te maken over tarieven. De ervaringen in de huidige projecten hierover zijn wisselend, onder andere omdat de gemeente veelal geen directe contractpartner is; Momenteel lijkt de markt nog niet ingericht op integratie van energiesystemen, energiemanagement, sturing en lokale opslag. Dit is echter wel nodig om binnen de randvoorwaarden van netcongestie te kunnen bouwen; dit vraagt mogelijk om een actievere rol van de gemeente; Integrale sturing op warmte en energie, in samenhang met de omgeving en mobiliteit, moet mogelijk zijn.

Dit vraagt veelal een actievere rol van de gemeente, enerzijds vanwege de ruimtelijke inpassing en kwaliteit, anderzijds omdat de markt en regelgeving hier momenteel nog onvoldoende op ingericht zijn; Een integrale aanpak en afstemming op de sociale opgave vraagt actieve betrokkenheid van de gemeente, onder andere in het netwerken en koppelen van opgaves; Als er lokale bronnen moeten worden ontwikkeld is veelal ook een actievere rol van de gemeente nodig;

Per bovengenoemde aspecten is er voorkeur voor een minder of meer betrokken rol vanuit de gemeente op allerlei gebieden. Deze rollen worden in de volgende paragraaf toegelicht. Omdat ieder project verschillend is, wordt per project op basis van genoemde argumenten de rolneming bepaald, een organisatievorm gekozen en daarna de governance ingericht. 4.3

Toelichting rollen

De regierol van de gemeente kan op verschillende manieren ingevuld worden. Deze startnotitie is toegespitst op een actievere rol voor de gemeente, of het al dan niet deelnemen in projecten. Hierin is gekozen voor onderscheid tussen de volgende drie rollen: Faciliteren

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

8

Bij een faciliterende rol zijn andere partijen ‘eigenaar’ van het project en kan de gemeente het project vanuit verschillende rollen ondersteunen. Voorbeelden hiervan zijn: - Verzorgen van projectmanagement op projecten; - Ondersteunende rol bij vergunningaanvraag e.d.; - Procesbegeleiding van bewonersinitiatieven, bij bedrijventerreinen of gebiedsontwikkeling met meerdere partijen; - Ondersteuning via project specifieke subsidies; Ook bij invulling van deze rol is het belangrijk dat het project past binnen de vastgestelde randvoorwaarden. Contracteren De gemeente sluit (al dan niet in samenwerking met projectpartners) contracten af, waarbinnen een publieke of marktpartij een energiesysteem ontwikkelt, realiseert en exploiteert. In de contracten worden de voor de gemeente belangrijke randvoorwaarden geborgd. Deze methode wordt veelal toegepast in grootschalige nieuwbouw ontwikkelingen, maar zou ook in de bestaande omgeving kunnen worden toegepast. Gemeente is dan tijdens de exploitatiefase aan zet om de contractafspraken te monitoren en na afloop (vaak 30 jaar) een nieuw contract af te sluiten. Deelnemen In dit geval wordt de gemeente deelnemer in het project; wat betekent dat de gemeente zelf en in samenwerking met projectpartners aan de lat staat voor het ontwikkelen, realiseren en/of exploiteren van een energiesysteem.

In dat geval zal de gemeente deelnemer worden van een uitvoerings- of exploitatieorganisatie. Bij de keuze voor een actievere rol is cruciaal dat we als gemeente in staat zijn om het project werkelijk verder te ontwikkelen en realiseren. Een acceptabel risicoprofiel, voldoende budget, uitvoeringskracht en kennis en kunde zijn belangrijke vereisten. Als deze actievere rol per project verder ingevuld wordt gaan we uit van de volgende randvoorwaarden: - Risico's worden zoveel mogelijk beperkt en gedeeld met andere partijen, met een goede verdeling van rendement en risico’s. - Expertise en realisatiekracht worden zoveel mogelijk bij elkaar gebracht en verbonden, zodat betrouwbaarheid en leveringszekerheid geborgd kunnen worden. - We werken samen in de regio, met gemeenten uit de regio in projecten. Voor het aantrekken van kapitaal, het spreiden van risico’s of het betrekken van kennis en kunde worden samenwerkingen en allianties aangegaan; het GWIB kan een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van lokale warmtenetten. Deze randvoorwaarden zijn belangrijk bij het kiezen van een organisatievorm voor projecten. De genoemde risico’s kunnen in bepaalde gevallen deels beheerst worden door de te kiezen organisatievorm. Zo levert de oprichting van een B.V. voor de gemeente een ander risicoprofiel op dan de financiering van een project uit de algemene middelen.

Ook de oprichting van een (overkoepelend) gemeentelijk energiebedrijf zal daarbij als een mogelijke organisatievorm worden onderzocht. 5

Beslisboom

Vanuit de ervaring in de huidige projecten in de energietransitie zien we dat het belangrijk is dat we als gemeente een actievere rol kunnen innemen, bijvoorbeeld door deel te nemen in projecten. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de noodzakelijke versnelling van de energietransitie en het borgen van de publieke belangen in de projecten. In een aantal projecten zal een actievere rol of deelname

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

9

noodzakelijk zijn. Voor andere projecten is dat niet nodig omdat zij, binnen de gestelde randvoorwaarden door andere partijen ontwikkeld en gerealiseerd kunnen worden. In deze projecten kan de rol van de gemeente beperkt zijn. Een actievere rolneming speelt met name in de planuitwerking, realisatie en exploitatie van een energieproject. In de ontwikkelfase moet een besluit genomen worden over de rollen en verantwoordelijkheden in de verdere ontwikkeling en realisatie van het plan. In samenwerking met betrokken partijen, bewoners, stakeholders en samenwerkingspartners wordt per project bepaald op welke wijze de doelstellingen kunnen worden gehaald. Voor het vaststellen van de gewenste rol van de gemeente in een project zijn de randvoorwaarden zoals benoemd in paragraaf 4.1 bepalend. Deze zijn dan ook onderdeel van de beslisboom, die per project zal ingevuld worden als onderbouwing bij de rolneming door de gemeente.

6

Vervolg

Het is belangrijk of wenselijk om de randvoorwaarden voor de rol van de gemeente in de energietransitie vast te stellen, zodat huidige en toekomstige (warmte)projecten van ontwikkeling naar realisatie kunnen gaan. Met deze startnotitie vragen we de raad akkoord te gaan met de geformuleerde randvoorwaarden voor de rol van de gemeente in de energietransitie inclusief de beslisboom.

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

10

Met het vaststellen van de randvoorwaarden geeft de raad richting aan de afwegingen die bij voorliggende projecten plaats moeten vinden. Naar aanleiding van de uitwerking van het afwegingskader in concrete projecten, wordt de rol van de gemeente bepaald. Afhankelijk van de rol die de gemeente zal vervullen, wordt de gemeenteraad geïnformeerd of wordt een plan ter besluitvorming voorgelegd. In geval de gemeente bijvoorbeeld louter een beperkte faciliterende rol zal vervullen, die binnen de gestelde (financiële) kaders verricht kan worden, zal dit in terugkoppelingen over de stand van zaken over de energietransitie terugkomen. Als er bijvoorbeeld financiële middelen nodig zijn, een rechtspersoon moet worden opgericht of het project ingrijpende gevolgen met zich meebrengt, zal dit besluitvorming vereisen van de gemeenteraad Ondertussen wordt verder gewerkt aan de projecten, waarin we bepalen welke rol we innemen met voorstellen voor een organisatievorm. Voor zover deze projecten besluitvorming van de raad nodig hebben, zullen deze voorstellen vanaf het voorjaar van 2025 aan de raad worden voorgelegd. 7

Financiering en risico's

Voor de uitwerking van onze rol en de organisatievorm per project is een multidisciplinair team nodig met verschillende expertises en competenties. Naast technische en organisatorische expertise worden ook experts op het gebied van risicomanagement en businessontwikkeling toegevoegd. De kosten voor deze uitwerking worden gedekt uit de bestaande middelen voor duurzaamheid. Wanneer we besluiten een actieve rol te nemen als gemeente in energieprojecten zijn de volgende uitgangspunten van belang. Per project wordt bepaald welke rol de gemeente zal nemen. Voor elk project en ontwikkeltraject wordt vooraf een business case opgesteld waarin de benodigde investeringen, financieringsmogelijkheden, terugverdientijden en risico's voor de gemeente zijn uitgewerkt. Ieder project heeft een eigen business case met een eigen risicoprofiel. We zoeken naar samenwerking met andere partijen (bijvoorbeeld het GWIB), zodat externe kennis en uitvoeringskracht betrokken wordt en risico’s en investeringen gedeeld worden. Ook moeten er goede afspraken gemaakt worden met de samenwerkingspartners over het afdekken van eventuele onrendabele toppen in projecten. Voor projecten met een onrendabele top waar een actieve rol van de gemeente noodzakelijk is, is incidenteel € 5.000.000 beschikbaar in de begroting Duurzaamheid van 2025.

Dit bedrag wordt toegevoegd aan het Klimaatfonds (Bestemmingsreserve Duurzaamheid) en specifiek geoormerkt voor ontwikkeling en realisatie van energieprojecten. Indien er aanvullende financiële middelen nodig zijn, zal de raad tijdig worden betrokken. Datzelfde geldt voor de eventuele oprichting van een organisatievorm en de financiële consequenties daarvan. Bijlagen: Bijlage 1. Overzicht wet- en regelgeving Bijlage 2. Beslisboom Bijlage 3. Begrippenlijst

Randvoorwaarden en beslisboom bij rolneming door de gemeente Arnhem in de energietransitie

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=9a8ab2a8-9e48-43e1-a586-c0522ea85007