CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke reactie van de Arnhemse Bomenbond voor college & raad, d.d. 18-09-2024

Politieke Avond 25 september 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Interpellatieverzoek inzake 'Weer te veel giftig gas bij biocentrale'3.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

18 september 2023, Arnhem

Stop de rijkssubsidie aan Veolia Industriediensten Kleefsewaard BV voor het opwekken van duurzame energie in de biomassacentrale op het IPKW terrein.

Arnhemse Bomenbond

Aan het College van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad van Arnhem Beste dames en heren, Hierbij willen wij u dringend vragen om in het belang van de omwonenden van de Biomassacentrale Veolia en de bossen rondom Arnhem, de Rijksoverheid te verzoeken de jaarlijkse SDE subsidie aan Veolia Industriediensten BV op het IPKW terrein van de projectontwikkelaar Schouten Bosch BV te beëindigen. Al jarenlang voldoet Veolia Industriediensten BV niet aan de voorwaarden en condities om duurzame energie op te wekken in haar biomassacentrale op de Kleefse Waard. De SDE subsidies worden door het ministerie voor Klimaat en Groene Groei uitsluitend uitgekeerd aan instellingen en bedrijven, die voor het opwekken van energie d.m.v. het verbranden van biomassa een omgevinsgvergunning hebben en zich aan de normen en condities van die omgevinsgvergunning houden. Maart 2024 constateerde de ODRA dat Veolia Industriediensten BV opnieuw veel te veel ammoniak (NH3) gas en fijnstof uitstoot dan toegelaten is in de door de Provincie verleende natuur- en omgevinsgvergunningen. Reeds in 2022 oordeelde de ODRA en Gedeputeerde State van de Provincie Gelderland dat het bedrijf de norm van de omgevingsvergunning fors overtreed.

Op 23 maart 2023 nam GS het besluit om Veolia onder last van dwangsommen tot en met 2027 te stimuleren de N-emissie wel halen.1 Dat heeft echter niet mogen baten en het zal ook niet slagen, omdat de dwangsommen te laag zijn vastgesteld in het GS besluit. GS heeft in haar besluit van 23 maart 2023 tevens vast gelegd dat zij pas na 2027 andere maatregelen zullen overwegen, indien het bedrijf niet aan de opgelegde last onder dwangsom zou hebben voldaan. Bekend is dat de rijksoverheid aan Veolia Industriediensten BV 76 miljoen euro aan SDE subsidies in het vooruitzicht heeft gesteld onder de voorwaarden, voorschriften, regelingen en aanwijzingen van het ministerie. De subsidie wordt in twaalf jaarschijven uitbetaald sinds 2020. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beoordeelt jaarlijks of Veolia voldaan heeft aan de voorwaarden en aanwijzingen. Gemiddeld zal dit op jaarbasis een bedrag van ca. 6 miljoen aan SDE subsidie voor Veolia opleveren tot en met 2032. Tot nu toe heeft noch de provincie Gelderland, noch de gemeente Arnhem het Ministerie voor Klimaat en Groene Groei en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geïnformeerd dat Veolia zich niet houdt aan de omgevingsvergunning van haar biomassacentrale. 1

Zie bijlage: Besluit Gedeputeerde Staten 23 maart 2023.

1

Reeds in 2020 oordeelde het MOB dat de huidige vergunning veel te weinig bescherming oplevert voor de omwonenden en de Natura 2000-gebieden van Arnhem.2 En zelfs die lage vergunningsnorm haalt Veolia structureel niet! De gemeenteraad van Arnhem heeft sinds 2019 diverse malen zich uitgesproken tegen het verbranden van grote hoeveelheden boshout in de energietransitie. In 2023 is dit uitgangspunt door het gemeentebestuur In de Omgevingsvisie van Arnhem vastgelegd. De verbranding van houtpellets (versnipperd boshout) in biomassacentrales betekent een twee keer zo grote uitstoot van C02 dan bij warmteopwekking d.m.v. het verbranden van aardgas/vloeibaar gas. Daarbij heeft de biomassacentrale van Veolia een veel grotere uitstoot van schadelijke gassen (NOx, SO2, HCL, HF, fijnstof, ammoniak en dioxinen/furanen) dan bij het verbranden van aardgas/ vloeibaar gas. De biomassacentrale van Veolia op de Kleefse Waard schaadt de gezondheid van omwonenden en heeft een kwalijke invloed op de biodiversiteit in de bosrijke omgeving van Arnhem (Natura 2000-gebied). Tevens is bekend dat een veel te grote houtkap in bossen in Europa en Nederland plaatsvindt om biomassacentrales te voorzien van voldoende houtpellets.

Al in 2016 waarschuwde de bewonersvereniging Stadseiland en de bewoners van AGA/Presikhaaf de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland - middels brieven, zienswijzen en bezwaarschriften voor de ernstige luchtvervuiling, wanneer een vestiging van een biomassacentrale door Veolia Industriediensten op de Kleefse Waard doorgezet zou worden. Vanaf 2019 hebben tal van Arnhemse milieugroepen en bewonersorganisaties eveneens geprobeerd het Arnhems gemeentebestuur meer kritisch te laten kijken naar de effecten van de houtgestookte biomassacentrale van Veolia. Tot nu heeft echter het stadhuis - in zoverre ons bekend - niets ondernomen om de ernstige luchtvervuiling op het IPKW terrein van de projectontwikkelaar Schipper Bosch BV te laten stoppen. We doen daarom een dringende oproep aan u om daadwerkelijk de zaak aan te pakken en in gesprek te gaan met de rijksoverheid en aan te dringen dat de subsidiëring van deze slecht functionerende en gevaarlijke biomassacentrale spoedig wordt beëindigd. In afwachting van uw handelen en optreden, verblijven wij, met vriendelijke groet, namens het bestuur van de Arnhemse Bomenbond Joost Blasweiler

Anne Ferwerda

voorzitter

secretaris

Correspondentie adres: Jan Vethstraat 9, 6813 HJ Arnhem

2

Zie bijlage: Bezwaarschrift MOB aan GS Gelderland 25 augustus 2020.

2

Bezwaarschrift Gedeputeerde Staten van Gelderland Commissie Rechtsbescherming Postbus 9090 6800 GX Arnhem post@gelderland.nl College van G.S. van Gelderland ODRN (info@odrn.nl) t.a.v. de heer A. Sulter

Uw referentie: Onze referentie: Betreft:

2019-007872 VeoliaHandhavingBezwaarschriftAug2020 Veolia Industriediensten B.V. Kleefsewaard te Arnhem/Bezwaarschrift tegen weigering van verzoek tot handhaving van de natuurvergunning, datum bestreden besluit 17 juli 2020 Nijmegen, 25 augustus 2020

Geachte voorzitter, Mede namens Actiegroep Woonboten Nieuwe Haven en Stichting Arnhems Peil/Marloes en Jeroen Spaander, werkgroep Behoud Bomen Arnhem/Mark Bosch dienden wij eerder verzoeken in tot intrekking van de natuurvergunning en actualisatie van de omgevingsvergunning. Dat is geweigerd. Een beroep hierover loopt. In aanvulling hierop dienden wij mede namens bovengenoemde personen/organisaties een verzoek tot handhaving in van de vigerende natuurvergunning. Quote uit ons verzoek: Verzoek tot handhaving Totdat Ketel 14 (BMC) in bedrijf kwam emitteerde Veolia alleen NOx. Met het vergunnen van de BMC startten echter ook de emissies van SO2, HCL, HF, (fijn)stof, ammoniak, metalen en dioxinen/furanen. Op grond van het Activiteitenbesluit zijn de volgende emissies vergund1: 1. NOx 29.080 kg/jaar; 2. SO2 40.110 kg/jaar; 1 Tabel 3.10 en tabel 2.5 van het Activiteitenbesluit

MOB, Waldeck Pyrmontsingel 18, 6521 BC Nijmegen email: info@mobilisation.nl; website: www.mobilisation.nl Tel: 024 3230491, BTW nr.: 8065.51.811

3. 4. 5. 6.

HCl 2.006 kg/jaar; NH3 (Ammoniak) 1.003 kg/jaar; HF 1.003 kg/jaar; Stof 1.003 kg/jaar.

In de natuurvergunning van 10 juni 2018 is alleen sprake van de bovengenoemde NOx-emissie. De emissies van SO2, HCl en HF zijn niet aangevraagd en dus ook niet vergund. In de omgevingsvergunning van 20 maart 2018 is deze emissie ook over het hoofd gezien, zie par. 5.5 van de overwegingen. Ook hier is sprake van alleen stikstofemissies. De vergunde HF-emissie is bijzonder hoog en leidt tot een overschrijding van het MTR voor fluoride van 50 nanogram/m32. Bij de ecologische toets zijn de emissies van SO2, ammoniak, HCl en HF nooit aangevraagd of getoetst. Ze leiden wel tot schade aan de bovengenoemde Natura 2000-gebieden en mogen daarom niet worden geëmitteerd. Veolia heeft deze emissies ook nooit gemeld in de aanvraag om natuurvergunning van 2018. Het maakt daarbij niet uit of dit bewust of onbewust is gebeurd. Feit is dat de emissies van deze stoffen nooit zijn aangevraagd of vergund in het kader van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan verzoeken wij u om tot sluiting van de BMC over te gaan. Deze mag pas weer in werking als met zekerheid is aangetoond dat de inrichting geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden met betrekking to de emissies en deposities SO2, ammoniak, HCl en HF op genoemde Natura 2000gebieden. Wij wijzen u erop dat hier twee Europese richtlijnen van toepassing zijn: RIE en de Habitatrichtlijn.

Geen van beide richtlijnen kennen het typisch Nederlandse fenomeen van gedogen. Het nationale gedoogbeleid is niet van toepassing op inrichtingen die onder één van beide bovengenoemde richtlijnen vallen. Overigens hanteert de Raad van State de beginselplicht tot handhaving. Tevens: “Bij de ecologische toets zijn de emissies van SO2, ammoniak, HCl en HF nooit aangevraagd of getoetst. Ze leiden wel tot schade aan de bovengenoemde Natura 2000-gebieden en mogen daarom niet daarom geëmitteerd”. Afwijzing van ons verzoek onvoldoende c.q. niet onderbouwd In de afwijzing schrijft de provincie dat bovengenoemde stoffen niet in Aerius zijn opgenomen. Dat komt echter doordat Aerius is ontwikkeld voor verspreidingsberekeningen van veehouderijen waar alleen ammoniak en NOx van belang zijn. SO2, HCl en HF komen daar niet bij vrij. Echter, van een professionele organisatie als de provincie zou toch verwacht mogen worden dat ze weet dat SO2, HCl en HF ook natuurschadelijk zijn. Op grond van het Activiteitenbesluit zijn de volgende emissies vergund3: 1. NOx 29.080 kg/jaar; 2. SO2 40.110 kg/jaar; 3. HCl 2.006 kg/jaar; 4. NH3 (Ammoniak) 1.003 kg/jaar; 5. HF 1.003 kg/jaar; 6. Stof 1.003 kg/jaar. Voordat de BMC in werking ging kwam alleen NOx vrij. Met de inwerkingtreding van de BMC komen ook de stoffen 2 t/m 6 vrij, waarvan vooral SO2, HCl en HF problematisch zijn.

2 https://rvszoeksysteem.rivm.nl/stof/detail/269

3 Tabel 3.10 en tabel 2.5 van het Activiteitenbesluit

2

Emissies van SO2 zijn ook natuurschadelijk NOx heeft bij depositie op natuurgebieden een vermestende en verzurende werking. Dit effect wordt versterkt doordat naast NOx en ammoniak ook SO2, HCL en HF in belangrijke hoeveelheden worden geëmitteerd. Hierbij klemt des te meer dat de vergunde SO2-emissie veel hoger is dan de vergunde NOx-emissie SO2 40.110 kg/jaar versus NOx 29.080 kg/jaar. SO2 heeft een sterk verzurende werking bij depositie en slaat ook dichterbij neer dan NOx, met navenant sterke effecten op meer nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De emissie en depositie van SO2 is in de aanvraag om natuurvergunning niet vermeld en in de vergunning nooit aan de orde geweest en daarom ook niet vergund. Emissies van HCl zijn ook natuurschadelijk Zoutzuur is een zeer sterk verzurende stof. Op grond van de voorliggende stukken is berekend dat de vergunde zoutzuuremissie ruim 2.000 kg/jaar bedraagt. Ook de emissie en depositie van zoutzuur is in de aanvraag buiten beschouwing gebleven en dus niet vergund. Emissies van HF zijn ook natuurschadelijk Waterstoffluoride (HF) is niet alleen een verzurende stof maar ook sterk etsend. Het gaat om ruim 1.000 kg/jaar. Er zijn ecologische normen voor HF: MTR (50 nanogram/m3 als jaargemiddelde) en VR (0,05 nanogram/m3) van anorganische fluoriden4. Hierop is totaal niet ingegaan in het bestreden besluit. Dit zijn geen gezondheidskundige normen.

Voor de werkende mens is de maximaal toegestane concentratie 2.000.000 nanogram/m3. Bij de Wabo-vergunningverlening is hier destijds derhalve terecht niet op getoetst omdat als gevolg verdunning in de atmosfeer na de schoorsteen concentraties als laatstgenoemde niet kunnen worden bereikt. Dat ligt echter anders voor de ecologische MTR en VR-normen. Uit metingen op anorganische fluoriden, die door Wageningen in den lande worden uitgevoerd, blijkt dat de MTR-norm lokaal als achtergrondconcentratie al wordt geëvenaard. Het VR wordt overal in Nederland overschreden. Ook de emissie en depositie van anorganische fluoriden is niet aangevraagd noch vergund en mag dus niet worden geëmitteerd. Conclusie Substantiële en natuurschadelijke emissies van SO2, HCl en HF zijn niet vergund. Veolia dient de emissies van SO2, HCl en HF terug te brengen tot nul óf de BMC stil te leggen. Deze brief wordt u gestuurd mede namens Actiegroep Woonboten Nieuwe Haven en Stichting Arnhems Peil/Marloes en Jeroen Spaander, werkgroep Behoud Bomen Arnhem/Mark Bosch. De machtigingen zijn in het dossier van de provincie aanwezig. Een recent uittreksel van MOB van de Kamer van Koophandel is als bijlage 1 bijgevoegd. Verzoek Graag een bevestiging van ontvangst. Hoogachtend,

Drs. Johan G. Vollenbroek Bijlagen: 1. Uittreksel KvK van MOB

4 https://rvszoeksysteem.rivm.nl/stof/detail/269

3

Datum

28 maart 2023 Zaaknummer

2022-002475 Onderwerp

Beslissing op bezwaarschrift Inlichtingen bij

Veolia Industriediensten B.V. T.a.v. de Directie Tupolevlaan 69 1119 PA SCHIPHOL-RIJK

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 6

Geachte heer Peelen, Op 31 oktober 2022, aangevuld bij brief van 11 november 2022, heeft u namens uw cliënte, Veolia Industriediensten B.V. (hierna: ‘Veolia) bezwaar gemaakt tegen ons besluit van 19 september 2022, zaaknummer 2022-002475, waarin wij Veolia een verplichting tot het verstrekken van informatie en een last onder dwangsom vanwege het overtreden van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) hebben opgelegd. Wij hebben dit besluit opnieuw beoordeeld. Daarvoor hebben we advies gevraagd aan de onafhankelijke commissie Rechtsbescherming. Advies

De Commissie heeft op 27 februari 2023 advies uitgebracht. Het advies en het verslag van de hoorzitting zijn bijgevoegd (bijlage). De Commissie is van oordeel dat het bestreden besluit van 19 september 2022 na herstel van de navolgende (motiverings)gebreken in stand zal kunnen blijven. De Commissie adviseert GS om: 1. Het gevaar voor herhaling van de overtreding nader te motiveren; 2. Het toepassen van de landelijke handhavingsstrategie en de interventiematrix te motiveren; 3. Nader te motiveren of en waarom naast de al opgelegde last onder dwangsom op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), een last onder dwangsom op basis van de Wnb evenredig is; 4. Een duidelijkere motivering van de maximaal te verbeuren dwangsom op te nemen; Naar aanleiding van de opgelegde verplichting om informatie te verstrekken, adviseert de Commissie ons om in alle redelijkheid en evenredigheid met de meet-omstandigheden om te gaan bij het eventueel treffen van toekomstige handhavingsmaatregelen.

Datum

28 maart 2023 Zaaknummer

2022-002475 Blad

2 van 6

Besluit

Wij nemen het advies van de commissie Rechtsbescherming over. Dat betekent dat wij ons besluit op onderdelen nader motiveren en de gebreken herstellen. Voor het overige blijven wij in heroverweging wij bij ons (nader gemotiveerde besluit). Dat betekent: Besluit tot het opleggen van een verplichting om informatie te verstrekken 1. U dient met ingang van het eerste kwartaal van 2023, per kwartaal, binnen 1 maand na afloop van het kwartaal, gegevens te overleggen van de N-emissie op basis van de continue NOx meting en een continue of discontinue NH3 meting over het afgelopen kwartaal. Onderdeel van die gegevens moet (een berekening van) vracht/emissie NOx en (een berekening van de) NH3 vracht/emissie over het afgelopen kwartaal zijn. 2. Aan de hand van de door u per kwartaal overgelegde gegevens moet u aan het einde van het kalenderjaar met een AERIUS-verschilberekening laten zien of de stikstofdepositie al dan niet hoger is geweest dan de stikstofdepositie in de vergunde situatie. U dient ook die AERIUSverschilberekening aan ons te overleggen binnen een maand na afloop van het kalenderjaar. 3. U dient deze informatie steeds digitaal en analoog toe te zenden aan Provincie Gelderland, Afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Team Handhaving. De (adres)gegevens vindt u op de eerste pagina van deze brief. Besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom 1.

Wij leggen u een last onder dwangsom op wegens het overschrijden van de N-emissie waardoor de stikstofdepositie hoger is dan toegestaan op grond van de vergunning Wet natuurbescherming van 6 september 2016, gewijzigd op 10 juli 2018 (zaaknummer 2016-006709); 2. Over jaar 2023 en daarop volgende jaren dient u ervoor te zorgen dat geen sprake meer is van een overschrijding van de N-emissie waardoor de jaarlijkse stikstofdepositie hoger is dan de stikstofdepositie in de vergunde situatie. Is dat wel het geval, dan verbeurt u over jaar 2023 een dwangsom van €20.000,- ineens. 3. Indien u over de jaren na 2023 nog altijd niet aan de last voldoet, dan wordt dit bedrag (€20.000,-) steeds verhoogd met €10.000,- per jaar dat sprake is van een jaarlijkse stikstofdepositie die hoger is dan de stikstofdepositie in de vergunde situatie, met een maximum van €50.000,- (zie concretisering in de tabel hieronder)

Datum

28 maart 2023 Zaaknummer

2022-002475 Blad

3 van 6

Indien na 2027 blijkt dat u nog altijd niet aan deze last onder dwangsom heeft voldaan, dan zullen wij een nieuwe last overwegen om de overtreding te beëindigen.

Datum

28 maart 2023 Zaaknummer

2022-002475 Blad

4 van 6

Nadere motivering Hierna geven wij onze nadere motivering op de door de Commissie genoemde (motiverings)gebreken. 1.

Het gevaar voor herhaling van de overtreding nader motiveren

In het advies van de Commissie Rechtsbescherming staat dat de Commissie GS kan volgen in de uitleg dat, nu (nog) geen sprake is van continue metingen, de overtreding van de jaarnorm zal moeten worden vastgesteld op basis van een representatief aantal metingen in een jaar. Ten tijde van het bestreden besluit was sprake van in elk geval vier metingen waarbij in drie gevallen sprake was van overtreding van de (omgerekende jaar)norm. De Commissie overweegt dat de last onder dwangsom ziet op het voorkomen van het herhalen van het overtreden van de (omgerekende jaar)norm. De Commissie merkt in dit verband op dat in het primaire besluit de onderbouwing ontbreekt dat er sprake is van het gevaar van herhaling van de overtreding, gelet op een representatief aantal metingen in relatie tot de inmiddels door Veolia getroffen maatregelen aan ketel 14. De Commissie adviseert GS daarom het gevaar van herhaling van overtreding beter te onderbouwen. De op de zitting door GS genoemde vijfde meting kan volgens de Commissie in heroverweging daarbij mogelijk worden betrokken. Indien en voor zover GS dit in heroverweging nader kunnen onderbouwen, is naar de mening van de Commissie sprake van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom ter voorkoming van herhaling van overtreding van de jaarnorm.

De ter hoorzitting aan de orde gekomen vijfde meting in opgenomen als bijlage bij deze beslissing op bezwaar (gemeten NH3 na correctie: 9 mg/m³, de eis vanuit het maatwerkvoorschrift omgevingsvergunning is 5 mg/m³). In het primaire besluit hebben GS al overwogen dat op drie van de eerdere vier meetmomenten sprake was van substantiële ‘uitschieters’ op grond waarvan is geconcludeerd is dat Veolia niet binnen de bandbreedte van de Wnb-vergunning opereert. Inmiddels is er dus een vijfde meting waaruit volgt dat (nog steeds) sprake is van overtreding van de (omgerekende)jaarvracht en dat significante effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie niet zijn uitgesloten omdat Veolia niet handelt conform, althans binnen de bandbreedte van de vigerende Wnb-vergunning. De vijfde meting bevestigt opnieuw dat Veolia niet eenmalig niet ‘in control’ over de NH3 emissie van ketel 14 was. Deze historie laat zien dat er onvoldoende procescontrole was en is (de maatregelen zijn dus (nog steeds) onvoldoende). Veolia ontkent ook niet dat daar op dit moment nog geen sprake van is (doch dat het in control komen technische complex is).

GS zijn van oordeel dat het feit dat er inmiddels één meting (de vierde) is waaruit volgt dat de emissiegrenswaarde voor ammoniak (= maatwerkvoorschrift omgevingsvergunning) vanuit de DeNox-installatie van ketel 14 niet wordt overschreden, niet maakt dat wij, beslissend op bezwaar, moeten afzien van het opleggen van een last die strekt tot het voorkomen van herhaling van de overtreding van de Wet natuurbescherming. Wij willen herhaling van de overtreding voorkomen.

Datum

28 maart 2023 Zaaknummer

2022-002475 Blad

5 van 6

2.

Het toepassen van de landelijke handhavingsstrategie en de interventiematrix motiveren

Naar de mening van de Commissie zijn de toetsing aan de landelijke handhavingsstrategie en de interventiematrix in het bestreden besluit onvoldoende kenbaar meegewogen. Wij zijn van oordeel dat het besluit tot handhavend logischerwijs volgt uit de LHS. Wij positioneren de overtreding in de geval in het middensegment van de interventiematrix. De gevolgen van de overtreding zijn redelijkerwijs aan te merken als ‘Van belang- er is sprake van aanmerkelijk risico da de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant, dier) tot gevolg heeft’. Het gedrag is onverschillig/reactief. Drie van de vier metingen lieten ten tijde van het primaire besluit al een forse overschrijdingen. Na de vierde meting zou het probleem volgens Veolia zijn opgelost, maar dat blijkt niet het geval. Dit is geobjectiveerd met een vijfde meting. Wij zien een patroon dat het bedrijf onvoldoende doet cq noodzaak ziet om procescontrole te krijgen. Het feit dat er inmiddels een last in het Wabo-spoor is opgelegd (en een dwangsom is verbeurd) heeft blijkens de vijfde meting helaas ook niet tot een ander resultaat geleid. Het belang van de (stikstofoverbelaste) natuur weegt voor ons ook zwaar. 3.

Nader motiveren of en waarom naast de al opgelegde last onder dwangsom op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), een last onder dwangsom op basis van de Wnb evenredig is

In haar advies merkt de Commissie op dat er sprake is van een en dezelfde emissie: in het Wabospoor is sprake van een concentratienorm en in het Wnb-spoor is sprake van een omgerekende jaarvrachtnorm. De Commissie adviseert GS om nader te motiveren of en waarom naast de al opgelegde last onder dwangsom op basis van de Wabo, een last onder dwangsom op basis van de Wnb evenredig is. In de eerste plaats verwijzen wij hier naar wat hiervoor onder al is opgemerkt onder 2. Het feit dat er inmiddels een last in het Wabo-spoor is opgelegd (en een dwangsom is verbeurd) heeft er vooralsnog niet toe geleid dat steeds norm conform wordt gehandeld. Er is bovendien sprake van verschillende normen en verschillende wetten, waarvan afzonderlijk om handhaving is verzocht. Het maatwerkvoorschrift ziet op een concentratienorm en de Wet natuurbescherming, althans de natuurvergunning, gaat uit van een jaarvracht. Ten aanzien van de natuur ziet GS zich op dit moment bovendien geconfronteerd met stikstofoverbelaste habitats in de nabijheid van Veolia. Wij achten de gehanteerde dwangsommen (Wabo en Wnb) ook niet dusdanig hoog, dat het ook daarom onevenredig zou zijn om in beide ‘sporen’ handhavend op treden op een wijze zoals GS dit op dit moment doen. 4.

Een duidelijkere motivering van de maximaal te verbeuren dwangsom op te nemen

De Commissie adviseert GS een duidelijkere motivering van de maximaal te verbeuren dwangsom in de beslissing op bezwaar op te nemen.

Datum

28 maart 2023 Zaaknummer

2022-002475 Blad

6 van 6

In het verweerschrift hadden wij reeds een tabel opgenomen (zie hieronder), waarin de maximaal te verbeuren dwangsom is uitgewerkt. Veolia heeft aangegeven deze toelichting te kunnen volgen. Het besluit is op dit punt nu dus duidelijker gemotiveerd.

Tot slot Gelet op het voorgaande blijven wij dus bij ons besluit. Voor een vergoeding van de kosten die Veolia in het kader van deze bezwarenprocedure heeft gemaakt, zien wij geen aanleiding. Wij hopen dat wij u voldoende hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Caroline van Halteren Teammanager Handhaving Dit document is zowel aangetekend als via de reguliere post verzonden. Eventuele bijlagen worden alleen meegezonden met de aangetekende verzending. Bijlage(n)

  

advies commissie Rechtsbescherming d.d. 27 februari 2023 verslag commissie Rechtsbescherming rapportage vijfde emissiemeting Veolia d.d. 24 januari 2023

Voor deze brief gelden:

Algemene wet bestuursrecht, artikelen 3:49, 7:11, 7:12 en 7:13, lid 6

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit in beroep gaan. Richt uw beroepschrift aan: rechtbank Gelderland, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. U kunt uw beroepschrift ook elektronisch indienen door te mailen naar bestuursrecht.sv.overig.gld@rechtspraak.nl. Belanghebbenden kunnen een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van rechtbank Gelderland. Voor het behandelen van het beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u griffierecht. Zie www.rechtspraak.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=9bfd0b7f-fadf-4c99-b774-3c6e4a9b9ec9