CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke reactie ARAG (aanvulling zienswijze) namens twee bewoners d.d. 24 maart 2025

Politieke Avond 14 mei 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: 21.45 uur - 23.15 uur: Vaststellen 'TAM-Omgevingsplan Schaapsdrift e.o.' en omgevingskwaliteitsplan ‘Schaapsdrift e.o.'3.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad van de gemeente Arnhem Postbus 9029 6800 EL ARNHEM

ARAG SE Nederland Postbus 230 3830 AE Leusden

Uitsluitend per e-mailbericht aan: raadsleden@arnhem.nl en fractievolgers@arnhem.nl

Kastanjelaan 2 3833 AN Leusden T (033) 4342342 F (033) 4342300 www.arag.nl

Datum Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

24 maart 2025 01595772 Schaapsdrift

Reactie op voorgestelde vaststelling

Behandeld door

mr.

Telefoonnummer Faxnummer E-mail

@arag.nl

Geachte leden van de Raad, Naar aanleiding van het voorstel tot vaststelling van het ‘TAM-Omgevingsplan Schaapsdrift e.o.’, wensen mijn cliënten, en , wonende aan te Arnhem, een nadere reactie in te dienen. Naar de mening van mijn cliënten zijn met de voorgestelde vaststelling een aantal belangrijke onderwerpen die zij in hun aanvullende zienswijze van 29 januari jl. naar voren hebben gebracht, onderbelicht gebleven. De aanvullende zienswijze wordt hier voor de zekerheid als bijlage 1 toegevoegd. Bouwhoogte - algemeen Het college heeft nu voorgesteld om aan artikel 58 van het Omgevingsplan een onderdeel g. toe te voegen dat luidt: “Het is toegestaan om af te wijken van de bepalingen uit de beleidsregels ‘Omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift e.o.’ ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken, het aantal bouwlagen en de geleding van bouwwerken indient dit van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit of indien het voldoen aan de regels door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit”. Cliënten verzoeken u deze nieuwe bepaling niet op te laten nemen in het Omgevingsplan. Want, met deze afwijkingsregel wordt een nieuw afwegingskader gecreëerd voor het afwijken van de toegestane bouwhoogte zoals die in de beleidsregels zijn opgenomen.

Het omgevingsplan zelf voorziet als in toegestane bouwhoogten, waarvan uitsluitend kan worden afgeweken indien dit past in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit toetsingskader geldt op grond van de Omgevingswet. Het is niet noodzakelijk en zelfs in strijd met de rechtszekerheid, een afwijkend kader te stellen die afbreuk doet aan de uitgangspunten van het Omgevingsplan zelf. Gevolgen bezonning bouwhoogte In de voorgestelde wijziging is specifiek ingegaan op de situatie van bezonning op de woning en in de tuin van cliënten. Er wordt erkend dat de bezonning in de tuin afneemt. Daarvoor wordt voorgesteld om de achtertuin van cliënten te vergroten, om zo het verlies van bezonning te compenseren.

ARAG SE Nederland statutair gevestigd te Düsseldorf (Duitsland) KvK 55794173 · IBAN NL38 RABO 0385 2844 38 · BTW NL851862731B01

Pagina

2 van 2

Onderwerp

Opmerkingen t.b.v. vaststelling BP

Allereerst merken cliënten op dat het terrein achter de achtertuin van cliënten niet in eigendom is van de gemeente. Het omgevingsplan voorziet niet en kan ook niet voorzien in een eigendomsoverdracht van het terrein aan mijn cliënten. Het voorstel om cliënten te compenseren voor de vermindering van bezonning is daarmee uiterst rechtsonzeker. Hoewel cliënten positief tegen het voorstel aankijken om hun achtertuinen te vergroten, is dit voorstel louter gebaseerd op een onzekere toekomstige gebeurtenis. De facto voorziet het Omgevingsplan uitsluitend in een verslechtering van de bezonning van cliënten. Dat maakt dat niet is voldaan aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het verwijzen naar de lichte TNO-norm is niet voldoende, nu die norm niet ziet op bezonning in tuinen. Het voorstel is daarom in strijd met de rechtszekerheid. Cliënten gaan er met vaststelling van onderhavig plan ontzettend op achteruit. Aan drie zijden van hun woning worden cliënten geconfronteerd met grote bouwhoogten, waardoor er teveel bezonning en daglicht weg wordt genomen om van een aanvaardbaar plan te kunnen spreken. Daglicht en bezonning is essentieel voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat en voor een goede gezondheid.

Doordat het plan daar voor mijn cliënten niet in voldoende mate in voorziet, handelt de raad in strijd met de opdrachten zoals die zijn neergelegd in artikel 2.1. van de Omgevingswet. Verzoek Cliënten verzoeken u nogmaals hun standpunten zorgvuldig en behoorlijk af te wegen en deze mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het omgevingsplan, met dien verstande dat Uw Raad aan de wensen van cliënten tegemoet zal komen. Met vriendelijke groet,

mr.

Bijlage: 1) Aanvullende zienswijze van 29 januari 2025.

Bijlage 1

AANGETEKEND Raad van de gemeente Arnhem Postbus 9029 6800 EL ARNHEM

ARAG SE Nederland Postbus 230 3830 AE Leusden Kastanjelaan 2

Per beveiligd e-mailbericht vooruit aan: schaapsdrift@arnhem.nl

3833 AN Leusden T (033) 4342342 F (033) 4342300 www.arag.nl

Datum Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

29 januari 2025 01595772 TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.

Behandeld door

Aanvulling zienswijze

E-mail

Telefoonnummer

0

Faxnummer

Geachte leden van de Raad, Bij brief van 15 januari 2025 diende ik namens mijn cliënten, en de , wonende aan te [ ] Arnhem (hierna: cliënten) een pro-forma zienswijze in met het verzoek de zienswijze op een later moment aan te vullen. U stelde cliënten in de gelegenheid hun zienswijze aan te vullen tot en met 30 januari. Met onderstaande zienswijzen maken cliënten van de door u geboden gelegenheid gebruik. Inleidende opmerkingen; geen evenwichtige toedeling van functies aan locaties Cliënten zijn eigenaar van het perceel en de woning aan en wonen daar ook. Het plangebied grenst direct aan de achterzijde van het perceel van cliënten. Ook grenst het plangebied direct aan de berging van cliënten, die is gesitueerd achter de woning en berging achter het perceel . Het voorliggende ontwerp-omgevingsplan ‘Schaapsdrift e.o.’ (hierna: het omgevingsplan) voorziet in wijziging van de planologische mogelijkheden van het plangebied en de omliggende gronden. Deze ontwikkeling raakt ook de belangen van mijn cliënten. Cliënten zullen gevolgen ondervinden van verwezenlijking van de beoogde bestemming en menen daarom belang te hebben bij het indienen van deze zienswijzen. Cliënten zijn van mening dat geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Cliënten lichten dat aan de hand van de navolgende zienswijzen toe.

Onduidelijkheid stedenbouwkundig plan en onduidelijke relatie met omgevingsplan In de toelichting bij het omgevingsplan en in het ‘Stedenbouwkundig plan Schaapsdrift e.o.’ (hierna: het stedenbouwkundig plan) is opgenomen dat aansluiting wordt gezocht met de omgeving. Hierbij wordt specifiek de afstemming van bouwhoogten van de nieuwbouw met de bouwhoogte van de bestaande bebouwing aan onder andere de Schaapsdrift bedoeld. Cliënten kunnen zich vinden in deze uitgangspunten, maar zij missen de waarborgen daarvan in het omgevingsplan zelf. De woning aan met een kap.

is een twee-onder-één kapwoning van twee bouwlagen

ARAG SE Nederland statutair gevestigd te Düsseldorf (Duitsland) KvK 55794173 · IBAN NL38 RABO 0385 2844 38 · BTW NL851862731B01

Pagina

2 van 6

Onderwerp

Aanvulling zienswijze

De valt onder de reikwijdte van het bestemmingsplan ‘Velperweg e.o.’, dat op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan valt. Op dit perceel geldt een maximale bouwhoogte van 11 meter. Op de omliggende percelen die onder de reikwijdte vallen van het omgevingsplan, geldt een maximale bouwhoogte van 4 of 5 bouwlagen. Voor het kopgebouw bij het station aan dat in de toelichting bij het omgevingsplan is aangeduid als ‘bouwveld E' (hierna: het kopgebouw) en voor de bebouwing dat in de toelichting bij het omgevingsplan is aangeduid als ‘bouwveld F’ geldt een maximale bouwhoogte van 5 bouwlagen, voor de atelierwoningen op de hoek van de Schaapsdrift met de Eleonorastraat, eveneens gelegen in ‘bouwveld F’, geldt een maximale bouwhoogte van 4 bouwlagen. Deze toegestane bouwhoogten kunnen een significante impact op het woon- en leefklimaat van mijn cliënten hebben, want in het omgevingsplan is niet gedefinieerd wat de maximale bouwhoogte van de bouwlagen precies inhoudt. Bouwhoogte atelierwoningen De atelierwoningen zijn ten zuiden van de woning van cliënten gelegen. Deze woningen grenzen direct aan de berging van cliënten dat is gelegen achter het perceel . Voor de atelierwoningen geldt volgens het stedenbouwkundig plan dat de eerste bouwlaag bestaat uit een plint, gereserveerd voor werkruimten met een levendige uitstraling.

Voor elk pand met een plint geldt dat deze levendig dient te zijn. Elders, op pagina’s 50 en 58 van het concept ‘Omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift e.o.’ (hierna: het omgevingskwaliteitsplan) wordt gesproken over een bouwhoogte van een levendige plint van minimaal 3,5 meter en zelfs hoger in het geval van niet-woonfuncties. Gaat het om een bedrijfsfunctie dan geldt een minimale bouwhoogte van 5 meter hoog. In het stedenbouwkundig plan wordt op pagina 50 een afbeelding getoond waarbij in de Eleonorastraat zelfs een plint met een bouwhoogte van 6 meter wordt gepresenteerd. Hoewel het stedenbouwkundig plan voorschrijft dat de bouwhoogten van de atelierwoningen aan de Eleonorastraat moeten aansluiten bij de bouwhoogte van de , wordt dat op geen enkele wijze gewaarborgd in het omgevingsplan. De bouwhoogte kan variëren van minimaal 12,5 meter tot 15 meter, in het geval elke bouwlaag vanaf de tweede bouwlaag maximaal drie meter bedraagt. Daarmee is in alle gevallen sprake van een significante afwijking van de (toegestane) bouwhoogte van de Schaapsdrift en wordt niet voldaan aan de eis in het stedenbouwkundig plan om aansluiting te vinden bij de bestaande bouwhoogten. De maatvoering op de plankaart dat maximaal 5 bouwlagen zijn toegestaan is te onzeker en geeft geen blijk van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bouwhoogte kopgebouw bij het station Het bouwvlak waarin het kopgebouw is gelegen bevindt zich ten zuidwesten van de woning van cliënten, op een afstand van 15 meter. Voor het kopgebouw geldt volgens het stedenbouwkundig plan ook dat deze bebouwing aan dient te sluiten bij de bestaande bebouwing aan de Schaapsdrift. Verder is, blijkens de inhoud van het amendement dat onderdeel uitmaakt van het stedenbouwkundig plan, nog niet bekend wat er precies met het kopgebouw moet gebeuren. In de toelichting bij het omgevingsplan wordt in hoofdstuk 3.1 enerzijds gesteld dat het kopgebouw wordt behouden en kan worden opgetopt, anderzijds wordt in hoofdstuk 5.2.3 gesteld dat de bouwhoogte wordt teruggebracht naar 5 meter. In elk geval is in de verbeelding van het omgevingsplan opgenomen dat een maximum bouwhoogte van 5 bouwlagen geldt. Voor dit gebouw geldt dat de bouwhoogte nu ca. 12 meter bedraagt en drie bouwlagen heeft. Toevoeging van twee bouwlagen met een bouwhoogte van 3 meter per bouwlaag resulteert dan in een toegestane bouwhoogte van 16 meter.

Pagina

3 van 6

Onderwerp

Aanvulling zienswijze

Ook voor deze bouwhoogte geldt dat deze significant afwijkt van de bestaande bouwhoogten en dus duidelijk niet aansluit bij de aanwezige bebouwing. De eis zoals die is opgenomen in het stedenbouwkundig plan wordt derhalve niet geborgd in het omgevingsplan. Cliënten zijn van mening dat deze eis alsnog geborgd dient te worden in het omgevingsplan, zeker nu het omgevingsplan en de toelichting daarop op dit moment teveel onduidelijkheden kent om ongewijzigd in stand te blijven. Bebouwing bouwveld F Aan de oostzijde van het perceel van mijn cliënten wordt, grenzend aan de achtertuin bebouwing mogelijk gemaakt. Volgens de plankaart wordt over een afstand tussen 0 en 10 meter van de perceelsgrens van cliënten bebouwing met maximaal één bouwlaag toegestaan, met de functie ‘gemengd-gemengd gebied’. Vanaf een afstand van 10 meter vanaf de perceelsgrens van cliënten wordt bebouwing met maximaal vijf bouwlagen toegestaan. Ook voor deze bebouwingsmogelijkheid is in het geheel niet duidelijk om welke bouwhoogten het gaat. In het stedenbouwkundig plan en in de bezonningsstudie is ervan uitgegaan dat op een afstand vanaf 10 meter van de perceelsgrens van cliënten tot en met een afstand van ca. 60 meter de zogenaamde ‘buurthub’ wordt gesitueerd.

Volgens de plannen wordt die buurthub gedeeltelijk ondergronds gesitueerd, althans is het dak van die buurthub op gelijke hoogte gesitueerd als de begane grond van het perceel van cliënten. Maar het omgevingsplan is hier niet duidelijk in. Weliswaar is het gebied op de plankaart gemarkeerd als ‘overige zone - activiteit entree buurthub’, toch wordt een bouwhoogte van maximaal vijf bouwlagen toegestaan. In het geval het beoogde bouwplan op de nu voorgestelde wijze wordt uitgevoerd, is er in het geheel geen noodzaak om een bouwhoogte van maximaal vijf bouwlagen op te nemen. Dat maakt het plan uiterst onzeker en laat cliënten ongewis over de mogelijke toekomstige bebouwing. De toetsing op aanvaardbaarheid die nu heeft plaatsgevonden is uitsluitend toegespitst op de beoogde bouwplannen en niet op de planologische mogelijkheden. Aanvaardbaarheid en verdraagzaamheid met de gebruiksmogelijkheden op het perceel van cliënten is niet aangetoond en niet aannemelijk gemaakt. Daarom is de nu voorgestelde planologische bouwmogelijkheid op dit punt niet in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vergroting van de tuinen In het amendement in het stedenbouwkundig plan is opgenomen dat de tuinen van o.a. worden vergroot.

Cliënten lezen de verbeelding op de plankaart zo dat in deze mogelijkheid is voorzien door op de eerste 10 meter grenzend aan het perceel van cliënten een maximale bouwhoogte van één bouwlaag toe te staan. Dat doet echter in het geheel geen recht aan de voorgestelde situatie en houdt de onzekerheid in stand. In het geval het de uitdrukkelijke wens is van de planwetgever dat op die 10 meter de achtertuin van cliënten wordt vergroot, dan is het in het kader van de rechtszekerheid van belang dat die strook dan de bestemming ‘Wonen’ krijgt, gelijk aan de bestemming die op het perceel van cliënten rust, althans dat wordt voorzien in een bestemming of wijziging van de bestemming die mogelijk maakt dat cliënten dat stuk grond ook als onderdeel van hun achtererfgebied kunnen gebruiken. In de nu beoogde ontwikkeling rust er op de strook grond achter het perceel van cliënten de bestemming ‘Gemengd – gemengd gebied’ met daarop meerdere gebiedsaanduidingen. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – activiteit wonen’ rust niet op dat stuk. Dat houdt in dat die bestemming niet gebruikt mag worden voor woondoeleinden en daaraan ondergeschikte activiteiten.

Pagina

4 van 6

Onderwerp

Aanvulling zienswijze

In zoverre worden cliënten beperkt in de vergunningsvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden op het perceel, nu uit het begrip ‘gebouwerf’ zoals dat is geformuleerd in Bijlage 1.A van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) volgt dat het omgevingsplan de inrichting voor woondoeleinden en daaraan ondergeschikte gebruiksmogelijkheden verbiedt voor zover het gaat om vergunningsvrije gebruiks- en bouwmogelijkheden. Het is cliënten dan niet toegestaan hun tuin daadwerkelijk als tuin c.q. achtererfgebied te gebruiken, waardoor geen recht gedaan kan worden aan het amendement in het stedenbouwkundig plan. Cliënten verzoeken dan ook de bestemming zodanig te wijzigen dat cliënten het te vergroten deel van de tuin ook als zodanig kunnen inrichten en gebruiken, zijnde in overeenstemming met de aanwezige woonfunctie op de rest van hun perceel. Geen waarborg van stedenbouwkundig plan in omgevingsplan Cliënten constateren dat de planwetgever met onderhavig plan alle opties open houdt over hoe het plangebied vervolgens feitelijk ingericht gaat worden, zonder dat aan cliënten enige duidelijkheid en zekerheid kan worden geboden. Het omgevingsplan is veel te ruim opgezet.

En, in het geval de eisen uit het stedenbouwkundig plan niet worden opgenomen of in het geval het stedenbouwkundig plan geen onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan, is het stedenbouwkundig plan slechts een lege huls waarop geen rechtsgeldig beroep op kan worden gedaan. Nu in het stedenbouwkundig plan ook wensen van de bewoners zijn opgenomen, is het van belang dat het stedenbouwkundig plan geïntegreerd wordt in het omgevingsplan. In het kader van de rechtszekerheid hebben cliënten belang bij duidelijke contouren en duidelijke vastlegging van bouw- en gebruiksmogelijkheden. Zonder integratie van het stedenbouwkundige plan in het omgevingsplan is geen sprake van waarborging van een evenredige toedeling van functies aan locaties. Toename bebouwing heeft gevolgen voor het woon- en leefklimaat van cliënten Cliënten hebben hierboven toegelicht dat het omgevingsplan niet duidelijk is over de toekomstige bebouwing en over de maximale bouwhoogten van die bebouwing. Cliënten hebben belang bij zekerheid, nu toename van de bebouwing en toename van bouwhoogten een significante en nadelige heeft op hun woon- en leefsituatie.

Waar cliënten aan de achterzijde van hun woning nu vrij zicht hebben op de bomen in Park Presikhaaf en op de bomen in het Sacré Coeur park, zullen zij met realisatie van hetgeen planologisch mogelijk wordt gemaakt, rechtstreeks tegen een gebouw op een afstand van minder dan 20 meter met een bouwhoogte van minimaal 15 meter aan kijken. Ook zal er ten zuiden van hun perceel in de hoogte worden gebouwd, op een afstand van 10 meter van hun perceel en zelfs op een afstand van 4 meter vanaf hun berging. Op deze wijze worden cliënten vanuit het perspectief van de achterzijde van de woning voor twee derde ingebouwd. Dat heeft niet alleen een beklemmend gevoel en tast hun waardevolle woon- en leefsituatie onaanvaardbaar aan, maar heeft ook gevolgen voor de privacy en de bezonning. Aantasting privacy Cliënten worden aangetast in hun privacy. Vanwege de nu voorgestelde planologische bouwmogelijkheden kunnen woningen gerealiseerd worden die rechtstreeks bieden op het perceel en in de woning van cliënten. Cliënten zijn van mening dat deze verslechtering van hun situatie onrechtmatig is en dat er op zijn minst maatregelen getroffen moeten worden om de privacy van cliënten te waarborgen. Uit de verbeelding en de planregels blijkt niet dat rekening is gehouden met deze belangen van cliënten.

Dat had wel gemoeten in het kader van de toetsing op aanvaardbaarheid met de woon- en leefsituatie van cliënten.

Pagina

5 van 6

Onderwerp

Aanvulling zienswijze

Bezonning Niet alleen heeft de geplande bebouwing rondom het perceel van cliënten gevolgen voor de privacy en het uitzicht, ook heeft de bebouwing, aan weerszijden van het perceel van cliënten aanzienlijke gevolgen voor de inval van zonlicht en van daglicht in de woning en in de tuin van cliënten. Cliënten menen dat de schaduwwerking van de bebouwing een onevenredige inbreuk maken op hun woon- en leefklimaat. Vanwege de ligging van de woning en tuin ten opzichte van de beoogde bebouwing is het zonlicht een belangrijke licht- en energiebron voor de woning van cliënten. Cliënten hebben op het voordakvlak van de woning zes zonnepanelen liggen en op het achterdakvlak acht zonnepanelen. De hoge bebouwing zal het zon- en daglicht op veel momenten wegnemen. De hoge bebouwing van het kopgebouw is niet aantoonbaar meegenomen in het onderzoek. Uit het bezonningsonderzoek volgt dat ten opzichte van de woning wordt voldaan aan de zogenoemde lichte TNO-norm. Uit het onderzoek volgt dat ten opzichte van de woning van cliënten in de huidige situatie al niet aan de TNO-norm wordt voldaan en dat levert voor de toekomstige situatie geen verbetering op. In zoverre is volgens het onderzoek voldaan aan de TNO-norm.

Maar, uit de beoordeling of aan de lichte TNO-norm wordt voldaan volgt niet noodzakelijkerwijs dat wordt gehandeld in overeenstemming met het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het is namelijk duidelijk dat de bezonningssituatie aanzienlijk verslechterd. De raad heeft niet voldoende onderbouwd en toegelicht dat met de bebouwing een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gecreëerd. Ook is in het onderzoek niet aantoonbaar rekening gehouden met de schaduwwerking op de rest van het perceel van cliënten. In het onderzoek wordt daar wel aan gerefereerd, maar daar is in het onderzoek niet op getoetst. De TNO-norm houdt immers ook geen rekening met daglichttoetreding, alleen met de zonlichtinval. En daarbij wordt slechts gekeken naar de zonlichtinval op de binnenkant van het glas midden op de vensterbank van het raam. Het uitsluitend toepassen van de TNO norm is dan ook onvoldoende om te veronderstellen dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast. Want, de TNO norm biedt alleen een minimum voor wat er overblijft aan zonlicht. Daardoor wordt niet gekeken naar de daadwerkelijke achteruitgang van een situatie. Zo ook in het geval van cliënten. Bovendien volgt uit de resultaten van het onderzoek niet hoe het onderzoek tot stand is gekomen en met welke uitgangspunten het onderzoek is verricht.

Er is bijvoorbeeld niet aantoonbaar rekening gehouden met de mogelijkheid van aanwezigheid van vergunningsvrije bouwwerken en/of onderdelen in de achtertuin van cliënten en ook is niet duidelijk van welke bouwhoogte men is uitgegaan. Duidelijk is wel dat het onderzoek niet is uitgevoerd op basis van de maximale planologische bouwmogelijkheden. Alleen als een onderzoek plaatsvindt waarin de maximale planologische bouwmogelijkheden zijn meegenomen kan pas worden getoetst of het voorliggende omgevingsplan aanvaardbaar is en niet in strijd is met het woon- en leefklimaat van cliënten. Het onderzoek is daarom niet bruikbaar, althans de resultaten uit het onderzoek kunnen niet de stelling onderbouwen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Parkeren Uit de voorliggende plannen volgt dat, om aan de parkeerbehoefte te voldoen, voor maximaal 50% moet worden voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein en voor de overige 50% wordt voorzien in parkeerplaatsen in de buurthub. In de buurthub zou plaats moeten zijn voor 250 plaatsen, waardoor de gemiddelde parkeernorm voor het gehele omgevingsplan iets meer dan 1 bedraagt. Dit ziet echter uitsluitend op parkeervoorzieningen voor bewoners (incl. eventuele bezoekers). Daarbij is geen rekening gehouden met parkeervoorzieningen ten behoeve van nietwoonfuncties.

Pagina

6 van 6

Onderwerp

Aanvulling zienswijze

De levendige plinten zijn bedoeld voor bedrijvigheid met een zekere aantrekkende werking. In die parkeerbehoefte is niet aantoonbaar voorzien, reden waarom met onderhavig plan niet aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. Uit de verbeelding op de plankaart noch uit andere plannen/tekeningen is inzichtelijk gemaakt op welke wijze wordt voorzien in de parkeervoorzieningen op eigen terrein. Cliënten achten het niet aannemelijk dat met het voorliggende plan aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. Bovendien is niet aangetoond dat de voorgestelde parkeernorm in lijn is met de parkeernormen uit de ‘Beleidsregels parkeren Arnhem 20222’ en met de CROW-normen. Dat in de gemeente wordt ingezet op verlaging van de parkeernorm betekent niet dat daarmee ook daadwerkelijk een lagere parkeerbehoefte aanwezig is. Het gaat hier hoogstens om een beleidsvoornemen voor gereguleerd parkeren in de vorm van parkeervergunningen waarvan niet is onderbouwd en niet aannemelijk is gemaakt dat deze werkelijkheid wordt. Er ligt geen concreet beleid voor. Zonder geldend beleid ten aanzien van parkeervergunningen en/of betaald parkeren is in het geheel niet aan te nemen dat (toekomstige) bewoners worden ontmoedigd in autobezit. Het beleidsvoornemen zelf is onvoldoende om de verlaagde parkeernorm en de gestelde lagere parkeerbehoefte te kunnen dragen.

Cliënten zijn daarom van mening dat het omgevingsplan niet in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verzoek Gelet op vorenstaande zienswijzen verzoeken cliënten u hun standpunten zorgvuldig en behoorlijk af te wegen en deze mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het omgevingsplan, met dien verstande dat Uw Raad aan de wensen van cliënten tegemoet zal komen. Met vriendelijke groet,

mr.

.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=93392866-52e4-431c-a171-3e7cadb7273c