Schriftelijke inspraakbijdrage van mw. M. van Mechelen
Tekst van het document
Behoud en restauratie van het AKU ensemble Gele Rijdersplein (inspreektekst) 15/09/2021 Korte bio Marga van Mechelen. Tot mijn pensionering ben ik verbonden geweest aan de Universiteit van Amsterdam, en nog steeds als onderzoeker werkzaam. Gespecialiseerd in internationale hedendaagse kunst, en kunst in Nederland vanaf de jaren zestig. In een ver verleden ook veel gepubliceerd over de architectuur en stedenbouw van de eind 19e en 20ste eeuw. Was lange tijd bestuurslid van Open Monumentendag Arnhem. Ik wil de uiterst korte vraag voorleggen, in het bijzonder aan de raadsleden: Kiest uw partij voor een Rijksmonument of voor een fietsenstalling? U weet waar B&W voor heeft gekozen: een fietsenstalling en dan heb ik het niet over de voorkeur voor model 2B in het rapport van landschapsbureau Poelmans Reesink. Ik heb het dan over de keuze voor deze vorm van expertise (landschapsarchitectuur) en niet de primaire keuze voor restauratie en de deskundigheid die restauratie vraagt. Er is gekozen voor een bureau gericht op creëren en niet restaureren. Het creëren van een fietsenstalling, mooi gecamoufleerd in model 2B door een geruïneerd monument.
De Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed, de RCE, schreef al: “het is nogal wat om het in het verleden gecreëerde probleem van de fietsenstalling op te lossen in het monument zelf.” Een rapport dat u afleidt van waar u zich primair op zou moeten concentreren: het monument en de waardebepaling daarvan. Die waardebepaling is door de gemeente zelf in eerste instantie gedaan toen het als geschenk werd aanvaard en later door de Rijksdienst voordat het een Rijksmonumentenstatus kreeg. Ongetwijfeld weet u dat het Rijksmonument nooit de functie van fietsenstalling heeft gehad. Dat woord zult u dan ook niet in de motivering van de RCE tegengekomen. Evenmin de daarbij horende waarde van mobiliteit. Wat u wél tegenkomt staat daar haaks op. Het draait bij het ensemble om geborgenheid, het is een ontmoetingsplek, een plek om te verpozen; het is een symbool van gemeenschapszin. We realiseren ons dat deze waarden het monument tot een buitenbeentje maken in een stad als Arnhem die bekend staat om zijn verkeerscongestie, waar de ringweg, Parijzenaren zouden het de periferique intérieur noemen, door het Middeleeuwse stadshart loopt. Uniek ook omdat het deel uitmaakt van de enige geslaagde stedenbouwkundige ingreep in het centrum van Arnhem na de Tweede Wereldoorlog: het Gele Rijdersplein, de Looierstraat, het Johnny van Doornplein met het door Henk Brouwer ontworpen Nillmij gebouw.
Niet voor niets spreekt de Rijksdienst van “situationele en ensemblewaarde”, “van gaafheid en zeldzaamheid”. Nogmaals: kiest u voor behoud van de ensemblewaarde van het Rijksmonument op de daarvoor ideale en geëigende plaats, of kiest u voor een fietsenstalling te midden van wat ooit een gaaf Rijksmonument was?
Marga van Mechelen