Schriftelijke inbreng van P. Oomens van de Adviesbrigade, d.d. 13-05-2026
Tekst van het document
Geachte raadsleden,
Mijn naam is Peter Oomens en ik ben adviseur en bestuurslid van de AdviesBrigade in Arnhem. Met zo’n 15 gepensioneerden uit verschillende vakgebieden adviseren wij al 13 jaar vrijwilligersorganisaties over hun bestuurlijke vraagstukken. Wij ontvangen gemiddeld zo’n 50 adviesaanvragen per jaar en hebben zodoende een aardig beeld van waar vrijwilligersorganisaties tegen aan lopen. Het kunnen organisaties zijn die al lang bestaan, maar ook organisaties die in de beginfase zijn. Wij onderscheiden ruwweg 2 typen vrijwilligersorganisaties. 1. Die met vrijwilligers maatschappelijke diensten verlenen aan burgers die daar behoefte aan hebben en daar niet kostendekkend voor kunnen betalen: Bijvoorbeeld: Inloophuizen, Plusbus, Buurtboerderij, Natuur en Milieu voorlichting en educatie, Melorin, Stichting MultiCulturele vrouwen, buurthuizen, etc. 2. Sport- en spel verenigingen met meestal betalende leden. Voetbalclubs, bridgeclub, Schaakvereniging, muziekverenigingen. De belangrijkste problemen waar deze organisaties tegenaan lopen zijn: • •
•
•
•
•
Het is moeilijk vrijwilligers zijn moeilijk te vinden voor bestuursfuncties. Werving in eigen netwerk is het meest effectief. Dat geldt bij wat grotere organisaties ook voor het coördineren/leidinggeven van uitvoerende vrijwilligers en voor de financieel-administratieve taken. Voor die taken zijn ook moeilijk vrijwilligers te vinden. In veel gevallen is een minimum aan betaalde coördinatiecapaciteit een randvoorwaarde voor voortbestaan. (Zoals bij de AdviesBrigade). Subsidie aanvragen bij de gemeente is erg ingewikkeld. Besluitvorming duurt lang. Het is moeilijk contact te krijgen met de juiste ambtenaren. De ambtelijke taal sluit niet goed aan bij de taal van vrijwilligers; vooral bij allochtonen. Gemeentelijke subsidie dekt bij lange na niet de structurele kosten voor de huisvesting, coördinatie en administratie. Dat is vooral een probleem voor vrijwilligersorganisaties, die mensen helpen die zelf geen financiële bijdrage kunnen leveren. Fondsen financieren over het algemeen geen structurele exploitatiekosten, maar alleen tijdelijke projecten. Vrijwilligersorganisaties die op meerdere beleidsterreinen van de gemeenten actief zijn voor burgers (ouderenbeleid, nieuwkomers, kansarmen, daklozen, etc.) lopen er tegen aan dat het heel moeilijk om bij meer beleidsterreinen subsidie aan te vragen.
Het elk jaar aanvragen én verantwoorden van subsidies bij meerdere financiers kost heel veel tijd.
Wat is onze boodschap naar de gemeente: 1. Het is heel positief dat de gemeente als eerste doelstelling heeft geformuleerd: Langere termijn zekerheid bieden voor vrijwilligersorganisaties bij subsidieverleningen. 2. Zorg voor een betere dekking van kosten voor huisvesting, coördinatie en administratie die noodzakelijk is voor hun voorbestaan. Dat geldt vooral voor de vrijwilligersorganisaties die een cruciale rol moeten gaan spelen in de transformatie van het sociaal domein.
3. Maak het aanvragen van subsidie en het verantwoorden eenvoudiger. Zorg voor één integrale ingang naar alle beleidsterreinen. Houd het eenvoudig en beperk de communicatie tot één A4 en ten hoogste 4 kritische prestatie factoren. 4. Beperk de beslistermijn tot 2 maanden. 5. Zorg voor een integrale benadering vanuit de diverse beleidsterreinen. Dat biedt kansen. 6. Let op de verhouding bestede gelden voor vrijwilligerswerk en gelden besteed aan beleid en advies.
Wij kunnen ons ook geheel vinden in doelstelling 3: Werken richting één ondersteuningsplatform voor besturen van vrijwilligersorganisaties. Naar onze overtuiging moet een dergelijk ondersteuningsplatform diensten aanbieden die goed aansluiten bij de vragen en behoeftes van de vrijwilligersorganisaties. Dus vraaggericht en flexibel. Wij lezen dat een onafhankelijke en deskundige partij de opdracht voor de vrijwilligersorganisatieverbinder heeft gekregen van de gemeente. Wij bepleiten dat die partij start met een grondig onderzoek naar de behoeftes aan ondersteuning bij de vrijwilligersorganisaties zelf (en dus niet bij de aanbieders). Dat die van daaruit komt tot een antwoord op de vraag of en in welke mate het aanbod van de huidige ondersteuningsorganisaties aansluit op de behoeftes van vrijwilligersorganisaties én hoe dat aanbod in de toekomst doelmatiger georganiseerd kan worden. Wij zijn uiteraard bereid over de uitwerking nader in gesprek te gaan met de betrokken ambtenaren dan wel genoemde onafhankelijke partij.