CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke inbreng van het APCG - Aanvulling op motie 22M17 - Kinderen met een beperking moeten kunnen fietsen

Politieke Avond 16 februari 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Jeugdbeleid 2021-20252.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum: 7 februari 2022 Betreft: Aanvulling op motie 22M17 - Kinderen met een beperking moeten kunnen fietsen

Beste raadsleden en raadsvolgers, Raadslid Ria de Vries (PvdA) stelt de raad voor om in de vergadering van 16 februari 2022 te besluiten om een hiaat in de WMO-verordening rondom het verstrekken van aangepaste fietsen aan te passen. Vanuit het Arnhems platform chronisch zieken en gehandicapten (Apcg), en Bijzonder in Arnhem ondersteunen wij deze motie van harte omdat wij in de dagelijkse praktijk de vervelende uitwerking van dit beleid zien bij ouders in onze achterban. We merken daarbij op dat in de discussie rondom dit onderwerp een aantal belangrijke factoren onderbelicht blijven of in de praktijk anders voorkomen. In deze brief willen we daarom graag een nadere uitleg geven op dit onderwerp en het belang voor deze kinderen en hun ouders. We trachten dit bijgaand duidelijk en volledig te doen, mocht er vanuit u als raadslid behoefte zijn voor een nadere toelichting dan zijn wij, samen met betrokken ouders en professionals, uiteraard bereid om deze te geven.

Met vriendelijke groet, Arnhems platform chronisch zieken en gehandicapten (Apcg) & Bijzonder in Arnhem

Hulpmiddel We zouden het op prijs stellen als in deze discussie steeds de juiste term wordt gebruikt. Het gaat namelijk niet over het verstrekken van een fiets, maar een hulpmiddel om te kunnen fietsen. Een fiets kun je in meer dan 20 Arnhemse fietsenwinkels kopen, in alle kleuren, met prinsessen of stoere prints, met keuze uit een veelvoud aan modellen en kleuren. Een aangepaste fiets koop je bij een van de landelijke hulpmiddelenleveranciers, in standaardkleur saai. Wellicht het belangrijkste, bij een nieuwe fiets is er alleen het hoera-gevoel, terwijl bij een fietsvoorziening als hulpmiddel zeker ook gevoelens van verdriet of verlies komen kijken, van weer een mijlpaal die jouw kind niet zal behalen en zelfs soms schaamte en angst om te worden uitgelachen. Er is geen kind wat, als hij de keuze had, zou kiezen voor een fietsvoorziening in plaats van een fiets. Vervoersvraag De wethouder stelt bij de bespreking jeugdbeleid op 26 januari jl. dat als op een andere manier in vervoer kan worden voorzien een fiets geen mogelijkheid is en dat de WMO bedoeld is voor de vervoersvraag. Wij zien de aanvraag van een fietsvoorziening breder, namelijk vanuit een participatie vraagstuk waar de gemeente ook haar verantwoordelijkheid heeft. Artikel 1.2.1.

van de WMO gaat juist over zelfredzaamheid en participatie in geval van een beperking en de verplichting van de gemeente om hierin te voorzien.

Voorbeeld uit de praktijk: De ouders van een jongen van 13 jaar met het zeldzame WSSsyndroom ervaren dagelijks het gemis van een fietsvoorziening. De kosten van eigen aanschaf zijn niet haalbaar voor het gezin. Het gezin heeft een auto, nodig voor artsbezoeken en vervoer naar het speciale onderwijs omdat hun zoon net niet in aanmerking komt voor leerlingenvervoer door het aantal km’s. Door deze auto is de fietsvoorziening meteen afgewezen. Hun zoon kan niet meedoen met kinderen in de buurt. Een boodschap doen of even erop uit is niet mogelijk. Terwijl hij juist rustig wordt van buiten in de natuur zijn. Het gezin heeft geen enkele vorm van oplossingsgericht meedenken ervaren vanuit het Wijkteam. Hun vertrouwen in het wijkteam is daardoor beschadigd, waardoor ze ook voor andere noodzakelijke ondersteuning niet bij hun wijkcoach willen aankloppen.

Verantwoordelijkheid van de ouders De aanschaf van een aangepaste fiets is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Aangepaste fietsen komen in verschillende vormen en maten maar doordat er relatief maar weinig aanbieders zijn hebben ze gemeen dat ze allemaal significant duurder zijn dan de gemiddelde tweewielfiets. De aanschaf van een fiets is een verantwoordelijkheid die bij de ouders ligt geeft de wethouder aan. Maar de hoge kosten zijn ook de reden dat in veel gemeenten aan ouders wordt gevraagd om slechts een bijdrage te leveren ter hoogte van de aanschaf van een reguliere fiets. De meerprijs dan wordt gezien als het deel om de fiets geschikt te maken voor de specifieke medische vraag van het kind, vanuit de WMO. Ons inziens voldoen ouders met een eigen bijdrage aan hun verantwoordelijkheid, en doen zij terecht een beroep op ondersteuning vanuit de WMO voor het hulpmiddel-deel.

Voorbeeld uit de praktijk: betreft de aanvraag van een duo-fietsvoorziening voor een 6-jarige jongen met autisme. Een laag niveau, zeer grote problemen met het richten van aandacht zorgen ervoor dat hij niet veilig zelfstandig kan fietsen. Voorheen zat hij bij zijn moeder achterop, maar nu hij groter en wordt en ook veel beweegt is deze manier niet meer veilig voor hem en voor moeder. Met een duo-fietsvoorziening kan het hele gezin op pad, kunnen er boodschappen gedaan worden met de fiets, kan moeder hem op de fiets naar school brengen.

Maatwerk De wethouder geeft aan dat gemeente en wijkteam meekijkt en meedenkt. Onze ervaring is echter anders. Fietsvoorzieningen worden bij bezit van een auto vaak meteen afgekeurd. Andere argumenten worden afgewezen vanuit sec het vervoersstandpunt en er is geen vervolg als het gaat over meedenken in de situatie of meehelpen met een andere oplossing. Een afwijzing betekent vaak meteen een dichte deur en zoek het zelf maar uit.

Ook wordt aangegeven dat maatwerk mogelijk is. Dit is alleen mogelijk binnen de beleidskaders die een fietsvoorziening afwijst binnen het vervoersvraagstuk. Maatwerk is, ook op dit onderwerp, in de praktijk ver te zoeken. Dit blijkt ook uit het feit dat alle aangevraagde fietsvoorzieningen vanuit Klimmendaal en Lichtenbeek afgelopen jaar zijn afgewezen, waar in de jaren ervoor (voor de strakke beleidsuitvoer van het expertteam WRVH van de Wijkteams) wel toegewezen werd, en waar nu in andere gemeenten in soortgelijke situaties nog steeds voorzieningen van kinderen bij Klimmendaal en Lichtenbeek worden toegekend. Juist dat Arnhem zo’n opvallende negatieve uitzondering is in zowel toekenning zelf, als de wijze waarop, is aanleiding geweest voor deze organisaties om in contact te treden met Bijzonder in Arnhem. Inclusie / VN-verdrag Handicap Net als ieder ander kind kunnen fietsen, mee kunnen doen in de buurt, daar sociale contacten opdoen is wat ons betreft een veel belangrijker punt dan de vervoersvraag. Bij lekker weer zie je in alle Arnhemse buurten kinderen op de fiets. De kleintjes in de straat, de wat grotere kids samen naar de speeltuin en de jongeren naar hun plek om te chillen. Hierbij is er geen vervoersvraag maar een participatievraag.

Het gaat niet om vervoer van lantaarnpaal A naar lantaarnpaal B in de straat waar je ouders je ook wel met de auto heen en weer tussen kunnen rijden. Contact met buurtgenoten krijg je niet vanachter het autoraam op de achterbank. Onze kinderen hebben het recht om in Nederland, wat bij uitstek een fietsland is, mee te kunnen doen. Voorbeeld uit de praktijk: betreft een 7jarig meisje met een progressieve spierziekte. Ze kan niet lopen of zichzelf verplaatsen zonder rolstoel, maar fietsen kan ze wel. Dit zorgt ervoor dat ze spieren gebruikt die ze anders te weinig gebruikt en zo werkt aan haar uithoudingsvermogen, waardoor ze overdag langer kan meedoen met school en activiteiten met het gezin.

Voorbeeld uit de praktijk: betreft een 5jarige jongen met Duchenne. Dit jongetje is in verhouding tot zijn leeftijd al aardig fors aangedaan en het lopen is zichtbaar vermoeiend voor hem. Het tempo is traag. Met een fietsvoorziening zou dit jongetje beter, vaker en meer mee kunnen gaan met zijn omgeving. Dit zou op school kunnen zijn, maar zeker ook thuis. Als de fietsvoorziening thuis zou zijn zou hij samen met zijn moeder en/of grote broer op de fiets naar het speeltuintje kunnen. Het alternatief is nu in een rolstoel of nergens komen.

Nederland telt meer fietsen dan inwoners, en juist bij fietsen is het in onze cultuur (het is zelfs benoemd als immaterieel erfgoed) duidelijk dat het niet alleen gaat om vervoer maar juist ook over sport, recreatie en ontspanning.

Het VN-verdrag Handicap is hier duidelijk over, de overheid heeft de uitvoer van dit verdrag bij de gemeenten neergelegd met het idee dat de gemeente als geen ander het verdrag op een goede manier kan vertalen in beleid. Vasthouden aan bestaand beleid waarin geen rekening is gehouden met inclusie en participatie helpt daarbij niet en strookt ook niet met de opdracht van de overheid om inclusie in het lokale beleid te vertalen. Opvallend vinden we ook uitspraken van het wijkteam in de gesprekken met ouders. Gesproken wordt over andere vormen van participatie, zoals meedoen met een sportclub of gaan spelen bij een vriendje in de buurt, en dat er daarmee voldoende andere mogelijkheden voor participatie zijn. Maar dat is niet hetzelfde als buiten samen kunnen spelen/fietsen. Terwijl ook alle rapporten laten zien dat het juist op dit soort punten schort bij deze doelgroep. Dat zij bij de meeste (sport)clubjes niet welkom zijn, ofwel door toegankelijkheidsproblemen van gebouw of voorzieningen niet in staat zijn om mee te doen. En dat vriendjes vanuit school te ver wonen om bij te gaan spelen, en het juist daarom van belang is om lokaal in je eigen buurt te participeren.

Het VN-verdrag Handicap is een uitzondering op andere verdragen in de zin dat het een zogenaamd programmatisch verdrag is. Een verdrag dat in een land moet leiden tot wetswijzigingen om aan het verdrag te voldoen. Met de ondertekening heeft Nederland aangegeven de inhoud van het verdrag, en daarmee de inclusieve samenleving, te onderschrijven. In Nederland is ervoor gekozen de uitwerking van het verdrag grotendeels bij de gemeenten neer te leggen om lokaal beleid te wijzigen waar nodig. Dit betekent ook dat het langs de ‘huidige maatstaaf van wetgeving en beleid’ leggen geen goede manier is om naar een situatie of verzoek om ondersteuning te kijken of af te wijzen. Een verzoek om ondersteuning zou juist in het licht van het verdrag en inclusie beoordeeld moeten worden. En daar waar beleid tekortschiet het beleid aan te passen. Juist dat dit op landelijk en gemeentelijk niveau onvoldoende gebeurt, de bestaande wetten en beleidsregels worden nageleefd in plaats van aangepast, maakt dat 5 jaar na invoering van het VN-verdrag de situatie in Nederland voor deze doelgroep zelfs is verslechterd. Het begint dus bij de basisvraag.

Vinden wij dat in een inclusieve samenleving het voor kinderen met een beperking mogelijk moet zijn om te kunnen fietsen? Mee te doen in de buurt, te werken aan hun ontwikkeling en waar deze door de beperking stopt ondersteund moeten worden om met hulpmiddelen alsnog verder te ontwikkelen? Als het antwoord op de vraag ‘ja’ is, dan dient dit ook mogelijk te worden gemaakt door aanpassing van beleid en uitvoeringskaders --Het VN-verdrag Handicap spreekt in dit kader over dat het noodzakelijk is voor mensen met een beperking dat zij kunnen beschikken over hulpmiddelen om te participeren in de samenleving en plaatsen te bezoeken. (Artikel 20) Het recht op persoonlijke mobiliteit in VN-verdrag handicap staat niet op zichzelf, maar houdt nauw verband met grondbeginselen en andere rechten die in het VN-verdrag handicap zijn opgenomen. Grondbeginselen die hiermee samenhangen zijn persoonlijke autonomie en de volledige en daadwerkelijke participatie en opname in de samenleving (artikel 3, VN-verdrag handicap).

Toekomstgericht De gemeente vraagt kinderen die gebruik maken van taxivervoer richting middelbare school of zij niet zelfstandig kunnen fietsen in plaats van gebruik maken van kostbaar leerlingenvervoer. Als een kind niet leert fietsen zal dit kind hiervoor niet de benodigde skills aanleren. Een kind wat nu leert fietsen, of samen met de ouders kan deelnemen aan het verkeer met een duo fietsvoorziening, krijgt ook inzicht in verkeerssituaties wat de veiligheid vergroot. Een volwassene die heeft leren fietsen zal minder snel een scootmobiel aanvragen, en als deze wel noodzakelijk is hier op een meer verkeersveilige manier gebruik van maken dan iemand die daarvoor niet heeft deelgenomen aan het verkeer. Een investering in een fietsvoorziening betaalt zich terug in zowel kosten als veiligheid in de toekomst.

Als fysiotherapeut maak ik mij hard voor het bewezen aspect dat een actieve levensstijl bijdraagt aan het zo lang mogelijk uitstellen van een volledig rolstoelafhankelijk bestaan. Uiteindelijk komen sommige kinderen in een rolstoel terecht, maar ik wil dit punt graag zo ver mogelijk in de toekomst houden. Een actief leven waarin bewogen kan worden draagt aan zoveel dingen bij! Een goede algemene gezondheid, fitheid, maar ook geestelijke gezondheid worden allemaal geprikkeld wanneer een mens letterlijk in beweging komt en kan blijven. Tot slot, vanuit de revalidatie is het van belang dat “onze” kinderen op hun eigen manier zoveel mogelijk kunnen participeren in de maatschappij.

Artikel 3 – VN Verdrag Handicap Algemene beginselen De grondbeginselen van dit Verdrag zijn: a) Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen; b) Non-discriminatie; c) Volledige en daadwerkelijke participatie in, en opname in de samenleving; d) Respect voor verschillen en aanvaarding dat personen met een handicap deel uitmaken van de mensheid en menselijke diversiteit; e) Gelijke kansen; f) Toegankelijkheid; g) Gelijkheid van man en vrouw; h) Respect voor de zich ontwikkelende capaciteiten van kinderen met een handicap en eerbiediging van het recht van kinderen met een handicap op het behoud van hun eigen identiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=200742ab-159f-440d-8127-0b2cfef06884