CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke Inbreng - Hengelsport Federatie Midden Nederland - Dierenwelzijnsvisie & Sportvisserij

Politieke Avond 21 juli 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Visie Dierenwelzijn 2021-2030 en Uitvoeringsagenda 2021-202219.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van: F. Bosman Verzonden: vrijdag 16 juli 2021 13:05 Aan: griffie <griffie@arnhem.nl> Onderwerp: Dierenwelzijnsvisie & Sportvisserij Geachte raadsleden en wethouder, De Hengelsport Federatie Midden Nederland heeft kennis genomen van de dierenwelzijnsvisie die gemeente Arnhem momenteel behandeld. Als vertegenwoordiger van hengelsportverenigingen in het zuiden van Gelderland, waar o.a. de 4 Arnhemse verenigingen onder vallen, zien wij dierenwelzijn en biodiversiteit als een belangrijk onderwerp. Uit onze ervaring merken we vaak dat niet iedereen even goed bekend is met de hengelsport. Graag willen wij u via deze weg informeren over onze organisatie en bijdrage aan de biodiversiteit en dierenwelzijn. De onderwaternatuur is ons specialisme en deze kennis brengen wij graag in om samen met de gemeente de biodiversiteit te verbeteren. De sportvisserij zet zich in voor een goede waterkwaliteit en goede leefomstandigheden voor de vis. Hierbij sluiten wij zoveel mogelijk aan bij de natuurlijke eigenschappen van het water en hiervoor kenmerkende visstanden. Een gezonde visstand is een afspiegeling van een gezond watersysteem en goed ecologisch functioneren. Ook in Arnhem hebben we hier in het verleden onderzoek naar verricht en kennis ingebracht om inrichting te verbeteren.

Als kennisdrager van vis en visserij zien we voor onszelf een belangrijke rol weggelegd in het verbeteren van de biodiversiteit en gezonde visstanden. Zo zijn we al jarenlang partner van de waterschappen Rijn en IJssel en Rivierenland in de visstandbeheercommissies (VBC’s). Naast onze inzet voor vis en water vertegenwoordigd de hengelsport een grote groep mensen die graag buiten recreëren. Zo is de sportvisserij met bijna 700.000 aangesloten leden de 2de grootste sportbond van Nederland aangesloten bij NOC-NSF. Dierenwelzijn in relatie tot hengelsport Het college erkent de intrinsieke waarde van het dier, dus ook van de vis. Vanuit dat standpunt is het college van mening dat pijn, stress en angst bij dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Sportvisserij is echter in Nederland bij Visserijwet toegestaan. Deze vorm van recreatief vissen heeft een groot maatschappelijk draagvlak. Voor het handelingsperspectief vanuit de sportvisserij verwijst het college naar de handvatten voor het borgen van welzijn van vis die worden geadviseerd in de Zienswijze Welzijn Vissen van de Raad voor de Dierenaangelegenheden (RDA Zienswijze 'Welzijn van Vissen' | Zienswijze | Raad voor Dierenaangelegenheden).

Vitale stadsnatuur: onderdeel hiervan is het verbinden van watersystemen om ze te laten fungeren als robuuste, vitale groenblauwe structuren die zorgen voor robuuste populaties van in die natuur levende dieren waaronder vissen. Dit is een van de belangrijkste aanbevelingen die we eerder in ons gezamenlijke rapport hebben opgesteld. Maar ook de inrichting en beheer van stadswateren is bepalend voor de aanwezige flora en fauna waaronder vissen. Belangen sportvisserij en dierenwelzijn in evenwicht De hengelsport en haar beoefenaars erkennen de intrinsieke waarde van vissen en handelen hiernaar. De Visserijwet, de Wet Dieren en de Wet Natuurbescherming hebben geresulteerd in regelgeving en gedragscodes waar sportvissers aan gehouden zijn, over geïnformeerd worden en waar controle en handhaving actief op wordt ingezet. Naast de wettelijke regelgeving heeft de hengelsport aanvullende eisen en beperkingen opgelegd om het welzijn van vissen extra te borgen. De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft in 2018 de hengelsport als sector uitgebreid behandeld

in haar zienswijze en concludeert dat dierenwelzijn, in wet en regelgeving en binnen de voorwaarden van de VISpas, voldoende is geborgd en legt nadrukkelijk haar advies op voorlichting, educatie, controle en handhaving. Zie voorbeeld van onze grote IJsselcontrole van afgelopen najaar (Vissers op de bon bij grote controle langs de IJssel - Omroep Gelderland) maar ook is de federatie een van de partners in het Gelderse Handhavingsconvenant en organiseert hier gezamenlijke milieucontroles. Oren en ogen voor het welzijn van vissen en samenwerkende partner van dierenwelzijnsorganisaties Sportvissers zijn daarbij ook de oren en ogen langs de waterkant om misstanden met betrekking tot het welzijn van vissen te melden, zoals stroperij, dumpen van chemisch afval en signaleren van vissterfte. Lokaal zijn door ons opgeleide vrijwilligers actief bij het inventariseren van het ‘waterhuis’ van de vis. De leefomgeving van de vis bepaalt immers in hoge mate het vissenwelzijn. Onze vrijwilligers constateren misstanden die alleen met ‘kennersblik’ herkend worden, zoals een bij vissterfte wat een aantal keren heeft gespeeld in Arnhem-Zuid (Karpersterfte treft watergangen in Arnhem-Zuid | Arnhem | gelderlander.nl). Vrijwilligers helpen o.a. bij monitoring van de visstand, dit is o.a. gebeurd bij de recent geopende vispassage in Doesburg waar de Oude IJssel in de IJssel uitmond.

In het algemeen werkt de georganiseerde hengelsport werkt actief samen met partijen als bijvoorbeeld het hiervoor al genoemde RAVON, het Wereld Natuurfonds en ARK natuur om het welzijn van vissen te verbeteren. Zo zijn recent bijvoorbeeld elften (zomervis) geherintroduceerd in de Waal bij Nijmegen (80.000 vissen in Waal bij Nijmegen uitgezet: gaat dit zorgen voor herstel? | Nijmegen | gelderlander.nl) en is ook actief meegewerkt aan de herintroductie van de steur in de Rijn. Educatie en voorlichting Jaarlijks bereikt de georganiseerde hengelsport met VISlessen ruim 14.000 kinderen. Binnen het curriculum zijn die VISlessen een erkende aanvulling op de biologieles in het basisonderwijs. Tijdens de VISlessen wordt expliciet ingegaan op bewustwording van kinderen en het omgaan met levende dieren. De juiste technieken worden aangereikt en kennis over de natuur onder water om hiermee de betrokkenheid van kinderen met de waternatuur te verhogen. Meer informatie over de VISles https://www.sportvisserijnederland.nl/actueel/nieuws/21060/vissenschool-nl-vernieuwd-vraag-eenvisles-aan.html Sociaal maatschappelijk draagt de sportvisserij bij aan het verbinden met de natuur, zowel voor jeugd als ouderen. activiteiten kan ik wijzen op het project “Samen Vissen” wat we samen met IVN over heel Nederland uitvoeren. Hiervoor hebben we nu lokaal ook samenwerking met Kruiswerk Achterhoek-Liemers.

Voor meer informatie zie www.samenvissen.nl. Vissen inzetten t.b.v. welzijn van mensen zien we als meerwaarde. Momenteel lopen er ook gesprekken met defensie om veteranen met PTSS te begeleiden op deze manier. Promotie van de hengelsport De hengelsport is een geaccepteerde activiteit, geborgd in wet en regelgeving. Het brengt sportvissers een moment van ontspanning, verbinding met de natuur en sociale interactie. Het is een gezonde tijdsbesteding die volledig past bij gezondheidsdoelstellingen van de Gemeente Arnhem. Met de negatieve impact van Corona op het welzijn van onze burgers, levert de hengelsport een positieve bijdrage. Rol van de Gemeenteraad (en de mogelijke wens van partij voor de dieren om hengelsport te verbieden): Wij respecteren de mening van de Partij voor de Dieren t.a.v. de hengelsport, net als dat wij de mening van andere partijen respecteren.

In Nederland en hier in Arnhem hebben wij te maken met een veelvormige maatschappij waarin wij met elkaar moeten leven. Hierin hebben wij als gemeenteraadsleden een belangrijke taak. Elkaar verboden opleggen hoort hier niet bij. Een kleine groep in onze samenleving heeft moeite met de hengelsport, dat is hun goed recht. De hengelsport is sinds mensenheugenis een geaccepteerde activiteit die in Nederland 1.7 miljoen mensen veel brengt. Door de hengelsportverenigingen in Arnhem worden ongeveer 2.300 vergunningen voor sportvissers uitgegeven. Daarbij is de hengelsport wettelijk verankerd en ook dierenwelzijn is geborgd. Sportvissers zijn gehouden aan gedragscodes en wettelijke bepaling, ook controle en handhaving is hierin gewaarborgd. We hopen dat u hiermee een beter beeld heeft gekregen van de sportvisserij en de inspanningen die zij verricht op het gebied van biodiversiteit, dierenwelzijn en sociaal maatschappelijke positie. Voor vragen over bovenstaande onderwerpen kunt u contact opnemen met mevr. Esther van der Veur (06-53444563 of esther@evdvcommunicatie.nl) Tot slot zouden we u graag eens ontmoeten en in gesprek gaan met u of uw partij na het zomerreces! Met vriendelijke groet, F. Bosman Senior Beleidsmedewerker

www.hfmiddennederland.nl

Rapport Visserijkundig Onderzoek

Stadswateren Arnhem eindconcept

Het visserijkundig onderzoek in de stadwateren van Arnhem is mede mogelijk gemaakt door:

Rapport Visserijkundig Onderzoek

Stadswateren Arnhem Van 1-8 november 2007 uitgevoerd in opdracht van: Hengelsport Federatie Midden-Nederland

Door: Drs. J.S. Peters

Statuspagina Titel Samenstelling

Telefoon Telefax E-mail Homepage

Visserijkundig Onderzoek Stadswateren Arnhem Sportvisserij Nederland Postbus 162 3720 AD BILTHOVEN 030-605 84 00 030-603 98 74 info@sportvisserijnederland.nl www.sportvisserijnederland.nl

Opdrachtgever Telefoon Homepage

Hengelsport Federatie Midden-Nederland 026-3212045 www.hfmiddennederland.nl

Auteur(s) E-mailadres Aantal pagina’s Trefwoorden

Drs. J.S. Peters peters@sportvisserijnederland.nl 82 stadswateren Arnhem visstand visstandbeheer

Versie Projectnummer Datum

eindconcept AVE2007016 2 juli 2012

Bibliografische referentie: Drs. J.S. Peters, 2007. Rapport Visserijkundig Onderzoek; Stadswateren Arnhem. Sportvisserij Nederland, Bilthoven, in opdracht van Hengelsport Federatie MiddenNederland.

© Sportvisserij Nederland, Bilthoven

Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de copyright-houder en de Hengelsport Federatie Midden-Nederland.

Sportvisserij Nederland is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede schade welke voortvloeit uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Sportvisserij Nederland.

Samenvatting Ten behoeve van het op te stellen Visstandbeheerplan voor de gemeente Arnhem is, op verzoek van de Hengelsport Federatie Midden-Nederland, visserijkundig onderzoek uitgevoerd in een negental verspreid gelegen stadswateren van Arnhem (vier in Arnhem-noord en vijf in Arnhem-zuid). In totaal zijn 23 vissoorten gevangen, (drie Flora & Faunawet-soorten, twee Rodelijst-soorten en twee exoten). Arnhem heeft een gevarieerde visstand, maar deze soorten komen niet overal in de stad voor. De wateren in Arnhem-noord zijn soortenarmer dan die in Arnhem-noord. Dit houdt verband met een kleinere dimensies, isolatie in combinatie met een inrichting die onvoldoende is toegesneden op een gevarieerde visstand. De stadswateren met de meeste vissoorten zijn de grotere vijvers in Arnhem-zuid, die bovendien in verbinding staan met singels. Hier is meer ruimte en is de inrichting beter afgestemd op een gevarieerde visstand. Het beste scoorde de vijver bij het Hans Tiemeijerhof met 18 soorten. De roofvis/witvisverhouding in de singels van Arnhem is redelijke evenwichtig (1:1 -1:3) als gevolg van de waterplantenbegroeiing in combinatie met een grote oeverlengte met meer of minder begroeide oever. In de vijvers ligt de roofvis/witvisverhouding veel lager (1:6 1:15), als gevolg van een gebrek aan voldoende beschutting biedende oeverbegroeiingen.

De lagere biomassa in de stadswateren van Arnhem-noord ten opzichte van Arnhem-zuid hangt samen met de van nature voedselarmere toestand van deze wateren. Arnhem-zuid vormt, als gevolg van de ligging in het rivierengebied een voedselrijker milieu. De conditie van de vis is voldoende tot goed. De Singels van langs de Bussumstraat en de Brabantweg maken onderdeel uit van het KRW-waterlichaam “Overbetuwe” . Dit water valt onder het M1-type van ongebufferde wateren. Beide singels scoren op de KRWmaatlat “matig” en voldoen niet aan de doelstelling voor 2015: het GEP (Goed Ecologisch Potentieel). De singels langs de Brabantweg benaderen de doelstelling echter veel dichter dan de singels langs de Bussumstraat. Ten behoeve van het op te stellen Visstandbeheerplan kunnen op voorhand enkele aandachtspunten worden genoemd in relatie tot de visstand, n.l.: • Aandacht voor een gevarieerde en structuurrijke inrichting van de stadwateren en; • Aandacht voor een verbetering van de uitwisselingsmogelijkheden tussen delen van singels en stadwateren onderling. • Aandacht voor een goede zuurstofhuishouding van het water (baggeronderhoud, mogelijk negatieve effecten riooloverstorten) © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

5

Om te komen tot het opstellen van een meer concreet maatregelenplan voor de stadswateren van Arnhem wordt aanbevolen meer zicht te krijgen op onderwerpen als o.a. de waterhuishouding, baggerplannen, waterkwaliteit, riooloverstorten e.d.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

6

Inhoudsopgave 1

Inleiding.................................................................................. 9 1.1 Aanleiding ....................................................................... 9 1.2 Leeswijzer ....................................................................... 9

2

Beschrijving en typering van de wateren ................................... 11 2.1 Gebiedsbeschrijving ........................................................ 11 2.2 Viswater en viswatertypering ........................................... 11

3

Resultaten visserijkundig onderzoek ......................................... 15 3.1 Inleiding........................................................................ 15 3.2 Arnhem-noord................................................................ 15 3.3 Arnhem-zuid .................................................................. 18

4

Bespreking resultaten ............................................................. 27 4.1 Bespreking .................................................................... 27 4.2 Aandachtspunten en aanbevelingen .................................. 30

Literatuur ...................................................................................... 35 Bijlagen ........................................................................................ 37

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

7

Arnhem noord

Topografische ondergrond: © Topografische Dienst, Emmen

Arnhem-zuid

Topografische ondergrond: © Topografische Dienst, Emmen

Figuur 1.1

Onderzochte stadswateren in Arnhem

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

8

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In het Waterplan voor de gemeente Arnhem (Tauw & Arnhemse waterpartners 2003) is opgenomen dat er voor de stad Arnhem een Visstandbeheerplan wordt opgesteld. Voor het opstellen van dit Visstandbeheerplan is een projectgroep opgericht waarin zitting hebben het Waterschap Rijn & IJssel, het Waterschap Rivierenland, de gemeente Arnhem en de Hengelsport Federatie Midden-Nederland. Ten behoeve van het opstellen van dit Visstandbeheerplan is op verzoek van de Hengelsport Federatie Midden-Nederland door Sportvisserij Nederland een visserijkundig onderzoek uitgevoerd in een aantal stadswateren van Arnhem. De opzet en uitvoering van het visserijkundig onderzoek heeft in samenwerking en overleg met alle partijen uit de projectgroep plaatsgevonden. Ten behoeve van het visserijkundig onderzoek zijn, verspreid over de stad een negental locaties gekozen (zie Tabel 1.1 en Figuur 2.1 ). Aan de hand van deze locaties wordt een beeld worden verkregen van de visstand in de stad Arnhem. De visstand wordt daarmee beschouwd als de 0-situatie.

Tabel 1.1

Bemonsterde stadswateren in Arnhem (voor de ligging zie figuur 1.1) datum bemonstering

Arnhem-noord: 1) de grote vijver in park Sonsbeek

1 november 2007

2) de vijver aan de Bosweg

1 november 2007

3) de singel aan de Johan de Wittlaan

6 november 2007

4) de singel aan de Slaakweg

6 november 2007

Arnhem-zuid:

1.2

5) de singels bij de Bussumstraat

5 november 2007

6) de singels langs de Brabantweg

5 november 2007

7) de vijver in park Elderveld

8 november 2007

8) Vijver Hans Tiemeijerhof (Rijkerswoerd)

7 november 2007

9) de Burgemeester Matsersingel

8 november 2007

Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de bemonsterde locaties beschreven aan de hand van een aantal milieuvariabelen, en wordt aan de wateren een © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

9

viswatertype toegekend. Hoofdstuk 3 beschrijft de resultaten van het visstandonderzoek per water. In hoofdstuk 4 worden de resultaten samenvattend besproken en wordt kort ingegaan op een aantal mogelijke verbeterpunten/maatregelen. Deze beschrijving is niet uitputtend, maar gebaseerd op een eerste indruk van de wateren, opgedaan tijdens het visstandonderzoek. In de bijlagen wordt achtereenvolgens ingegaan op de achtergronden van de viswatertypering (bijlage I) het uitgevoerde onderzoek naar de visstand en de gegevensverwerking (bijlage II), gedetailleerde resultaten per water (bijlage III) en profielen van de aangetroffen vissoorten (bijlage IV).

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

10

- Beschrijving en typering van de wateren -

2

Beschrijving en typering van de wateren

2.1

Gebiedsbeschrijving Arnhem-noord Arnhem-noord ligt op de overgang van de Veluwe naar de uiterwaarden van IJssel en Nederrijn. Een aantal stadswateren aan de noordkant, waaronder de vijvers van park Sonsbeek en de vijver aan de Bosweg liggen in sterk hellend gebied, en hebben een zandige bodem. Ze worden doorstroomd met beek/sprengenwater, afkomstig van de Veluwe. Deze stadswateren zijn daarmee van nature voedselarm van karakter. De grote vijver in park Sonsbeek is in ± 1999 gebaggerd. De bemonsterde stadswateren ten noorden en ten zuiden van het station (in Presikhaaf en Broek) liggen in het vlakkere gebied boven de splitsing van de Rijn en de IJssel. De wateren worden gevoed deels door beekwater, deels door kwel en regenwater. Door hun ligging in de oorspronkelijke overstromingsvlaktes van de rivier zijn zij voedselrijker dan de hoger gelegen stadsvijvers. Arnhem-zuid Arnhem-zuid ligt in de Over-Betuwe tussen de Nederrijn en de Linge in. De stadswateren in Arnhem-zuid hebben een ander karakter dan in Arnhem-noord. Rond de nieuwe wijken zijn lange en brede singels aangelegd, plaatselijk afgewisseld met grote vijvers. De bodem hier bestaat voornamelijk uit klei en deels zand. De wateren in Arnhem-zuid worden, naast regenwater, op peil gehouden met rivierwater vanuit de Linge en hebben daardoor een voedselrijk karakter.

Een aantal singels, waaronder de singels langs de Bussumstraat en de Brabantweg maken onderdeel uit van het KRW-oppervlaktewaterlichaam “Sloten Overbetuwe”. Dit waterlichaam behoort tot het M1-type van de gebufferde sloten. Dit betekent dat dit waterlichaam beoordeeld en gerapporteerd wordt volgens de richtlijnen en maatlatten van de Kaderrichtlijn Water. De visstand maakt onderdeel uit van de maatlat van het M1-type. De visstand van deze twee wateren wordt in deze rapportage getoetst aan de KRW-doelstellingen voor vis. Alle watergangen in Arnhem-zuid zijn in de afgelopen paar jaar gebaggerd.

2.2

Viswater en viswatertypering Met ‘viswater’ wordt in dit verband niet bedoeld ‘water om in te vissen’. Onder viswater worden de milieu-omstandigheden besproken die van invloed zijn op het leefgebied en de leefmogelijkheden voor vissen en die daardoor van directe invloed zijn op de visstand. Naast de waterkwaliteit gaat het hier vooral om de aanwezigheid van water- en oeverplanten, de bodemgesteldheid, de inrichting en het onderhoud van het water en de © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

11

- Stadswateren Arnhem-

oevers (onder andere baggeren en op diepte houden van wateren, aanleg en beheer van natuurvriendelijke oevers). Op basis van deze milieukenmerken kunnen wateren ingedeeld worden in verschillende in ‘viswatertypen’ (zie voor een toelichting op de viswatertypen Bijlage I). Een viswatertype beschrijft dus niet een bestaande visstand maar een potentiële visstand op basis van milieukenmerken. Tabel 2.2 geeft een aantal milieukenmerken weer en de daaruit volgende viswatertypering per water. Een deel van de milieukenmerken is tijdens het veldbezoek voorafgaande aan de bemonstering genoteerd, verder aangevuld met waarnemingen tijdens de visserijen. De milieukenmerken zijn niet geheel compleet, omdat er na het 1e veldbezoek enkele wijzigingen zijn doorgevoerd in de te bemonsteren locaties. De milieukenmerken zijn globaal. Een gedetailleerder beeld van bijvoorbeeld doorzicht, de hoeveelheid slib en de diepte zou meer onderzoek vergen, hetgeen niet binnen het kader van dit visserijkundig onderzoek viel. Het verschil in karakter van de stadswateren in Arnhem-noord en Arnhem-zuid uit zich in de geleidbaarheid (een maat voor de hoeveelheid opgeloste zouten en voedselrijkdom). De geleidbaarheid, in het water is in de vijvers in Arnhem-noord lager dan in Arnhem-zuid. De wateren rond Presikhaaf zitten hier tussenin.

Sommige stadwateren zijn recent gebaggerd en hebben nauwelijks een sliblaag, maar in andere wateren, zoals park Sonsbeek en de vijver in park Elderveld hebben plaatselijk veel slib. De stadwateren in Arnhem-noord zijn allen beschoeid met hout en hebben nauwelijks moerasbegroeiing. De wateren in Arnhem-zuid hebben gedeeltelijk geleidelijk aflopende oevers, al of niet met een (vooroever)beschoeiing en hebben meer oeverbegroeiing met moerasplanten. Bijna alle wateren hebben een vrij hoge tot hoge bedekking met ondergedoken waterplanten en vallen daarmee in het ruisvoorn-snoektype (>60% bedekking) of snoek-blankvoornviswatertype (20-60% bedekking). Alleen de singels langs de Bussumstraat hadden een lage bedekking. Hier zijn recent een aantal natuurvriendelijke oevers aangelegd en de oeverbegroeiing is nog in ontwikkeling. Deze singels vallen door de lage plantenbedekking in het blankvoorn-brasem-viswatertype. Wanneer de oevers goed tot ontwikkeling komen zouden ook deze singels over kunnen gaan in een snoek-blankvoorn- of ruisvoorn-snoekviswatertype.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

12

- Beschrijving en typering van de wateren -

Tabel 2.2 mg O2/l Vijver Sonsbeek

Vijver aan de Bosweg Singels J. de Wittlaan

Singels Slaakweg

Milieukenmerken van de bemonsterde stadswateren in Arnhem

O2 geleid Verz. baarh. µS/cm %

pH

zicht diepte cm

diepte cm

bodemca 807,1 zicht 150 > 110 bodem- ca 100zicht 120

bodem

Slib cm

Kleur water

Moeras planten

Ondergedoken planten

Singels Brabantweg Vijver Hans Tiemeijerhof

Burg. Matsersingel

Beschoeiing

zand

plaatselijk 40 -100 cm

helder

geen

veel sterrekroos ca 60%

geen

hout

zand

nauwelijks

helder

geen

veel: haaksterrekroos ca 60%

geen

natuurlijk + hout

~40% sterrekroos gedoornd hoorn- geen blad, waterpest

hout?

~40% sterrekroos gedoornd hoorn- ca 3% blad, waterpest

hout

9,7

100 %

10,1

102% 352

7,0

9,4

99%

410

bodemca 100 7,1 zicht

kleiig/ zanderig

ca 10 cm

helder

variabel ca 0,5 m

9,4

99%

410

7,1

bodemca 100 zicht

kleiig zanderig

ca 10 cm

helder

gering

<5%

<5%

<5% natuurlijk watergen+ hout tiaan

352

Bussumstraat

Vijver Park Elderveld

Drijfblad planten

Overig

plaatselijk overhangende takken en dood hout in en langs oeverzone

Huidige viswatertype op basis van milieukenmerken ruisvoorn-snoek/ snoek-blankvoorn

ruisvoorn-snoek/ snoek-blankvoorn veel rommel en bijna 100% flab Migratiebelemmerende vuilroosters

snoek-blankvoorn

snoek-blankvoorn recent gebaggerd deel oever afgevlakt, moerasvegetatie in ontwikkeling plaatselijk overhangende takken

-

-

-

-

ca 80

tot 2 m

klei

nauwelijks

grijzig helder

-

-

-

-

-

50-120

klei

plaatselijk tot 40 cm

grijzig

plaats. 0,5-1m

veel: flab & sterrekroos ca 60%

geen

hout

3,6

38%

522

7,0 50-100

max 1,30

klei

ca 10 cm

helder

10-15%

>60%

10-20%

natuurlijk + hout

vissterfte begin 2007

ruisvoorn-snoek

grijzig

over ca 60% oeverl.: 0,5-1m

ca 10%

<3%

natuurlijk + hout

veel Amerikaanse rivierkreeftjes

snoek-blankvoorn

helder

éénzijdig ca 0,5 m

ca 60% sterrekroos, stijve waterranonkel, aarvederkruid

geen

hout, eenzijdig plaatse-lijk overhangende verrot takken

9,4

-

101

-

532

-

7,3 ca 50

tot 2 m

klei

ca 10 cm

-

50>100

zanderig /kleiig

recent gebaggerd

-

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

13

blankvoorn-brasem

ruisvoorn-snoek/ snoek-blankvoorn

ruisvoorn-snoek/ snoek-blankvoorn

- Stadswateren Arnhem-

Bevissing van de grote vijver van park Sonsbeek met het elektrovis-apparaat

TV Gelderland kwam bij de singel aan de Bussumstraat opnamen maken voor de regionale televisie

De zeelt, een vis met een voorkeur voor plantenrijk water kwam in bijna alle stadswateren van Arnhem veel voor

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

14

- Resultaten visserijkundig onderzoek -

3

Resultaten visserijkundig onderzoek

3.1

Inleiding Het visserijkundig onderzoek is uitgevoerd met een elektro-visapparaat en met een zegen. Enkele singels waren te klein voor bevissing met de zegen, deze zijn alleen bevist met het elektro-visapparaat. Na het vangen is alle vis gemeten en een deel ervan gewogen. De verkregen gegevens zijn vervolgens ingevoerd PISCARIA, de landelijke databank van de STOWA en Sportvisserij Nederland, waarin diverse onderzoeksbureaus, waterbeheerders en hengelsportorganisaties visserijgegevens invoeren. Het programma Piscaria berekent vervolgens tabellen, aandeelgrafieken, lengtefrequentieverdelingen en conditiegrafieken volgens de door STOWA vastgestelde standaarden, welke aansluiten bij de Kaderrichtlijn water. Een meer gedetailleerde beschrijving van het onderzoek, evenals de exacte locaties van de beviste oevertrajecten en zegentrekken per stadwater zijn beschreven in bijlage II en de in deze bijlage opgenomen kaartjes van Arnhem-noord en Arnhem-zuid.

3.2

Arnhem-noord RESULTATEN ONDERZOEK Vijver park Sonsbeek Tijdens de bemonstering van de vijver in Park Sonsbeek zijn in totaal zes vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voor 96% uit baars. Qua gewicht werd de vangst gedomineerd door vier karpers, waaronder één spiegelkarper. Opvallend was de vangst van drie grote palingen, waarvan één van 92 cm. De conditie van de vis was voldoende tot goed. Relatieve gewichts-aandeel

Relatieve aantals-aandeel

Spiegelkarper 16%

Driedoornige Stekelbaars 2%

Aal/Paling 9%

Karper 1% Baars 96%

Snoek 5%

Spiegelkarper 0% Aal/Paling 1% Snoek 0%

Figuur 3.1

Baars 10% Karper 60%

Driedoornige Stekelbaars 0%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de vijver van park Sonsbeek

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

15

- Stadswateren Arnhem-

Vijver aan de Bosweg Tijdens de bemonstering van de vijver aan de Bosweg zijn in totaal 5 vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voor 73% uit driedoornige stekelbaars. Qua gewicht werd de vangst geheel gedomineerd door de zes gevangen karpers (83%). De conditie van de karpers was voldoende. Relatieve aantals-aandeel

Relatieve gewichts-aandeel

Karper 9%

Snoek 12%

Snoek 3% Zeelt 5%

Zeelt 1%

Driedoornige Stekelbaars 73%

Baars 0%

Karper 83%

Driedoornige Stekelbaars 0%

Baars 14%

Figuur 3.2

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de vijver aan de Bosweg

Singels aan de Johan de Wittlaan Tijdens de bemonstering van de singels aan de Johan de Wittlaan zijn in totaal acht vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voor de helft uit zeelt, gevolgd door snoek, baars en blankvoorn. Ook qua gewicht bestond de vangst voor het grootste deel uit zeelt (68%), gevolgd door snoek (17%). De conditie van de vis was voldoende. Relatieve gewichts-aandeel

Relatieve aantals-aandeel Overig

Overig 1%

4% Baars 13%

Baars 5% Zeelt 68%

Zeelt 51%

Blankvoorn 7%

Blankvoorn 10%

Snoek 16%

Figuur 3.3

Rietvoorn/ Ruisvoorn 6%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 2% Snoek 17%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de singel aan de Johan de Wittlaan Singels aan de Slaakweg Tijdens de bemonstering van de singels aan de Slaakweg zijn negen vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voor de helft uit zeelt. Ook werden veel vetjes gevangen. Qua gewicht werd de vangst geheel gedomineerd door zeelt en snoek. De conditie van de vis was voldoende

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

16

- Resultaten visserijkundig onderzoek -

Relatieve aantals-aandeel Overig 3%

Zeelt Relatieve gewichts-aandeel 55%

Driedoornige Stekelbaars 6%

Baars 3%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 3%

Overig 1% Baars 2%

Zeelt 52%

Snoek 10%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 0%

Vetje 0%

Tiendoornige Stekelbaars 7%

Vetje 16%

Figuur 3.4

Tiendoornige Stekelbaars 0%

Snoek 42%

Driedoornige Stekelbaars 0%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de singel aan de Slaakweg

BESTANDSSCHATTINGEN WATEREN ARNHEM-NOORD Tabel 3.1 geeft een overzicht van de resultaten van de berekeningen aan het visbestand in kilogrammen per hectare1. Het aantal kilogrammen per hectare in de twee vijvers wordt geheel gedomineerd door de in de vijvers aanwezige grote karpers. De rest van het visbestand is laag en kenmerkend voor voedselarm water. Ook de singels rond het station in Arnhem hebben een vrij lage biomassa per hectare, kenmerkend voor voedselarm tot matig voedselrijk water. Tabel 3.1

Bestandsschattingen van de wateren in Arnhem-noord Vijver park Sonsbeek kg/ha

Vijver aan de Bosweg kg/ha

Singels J. de Wittlaan kg/ha

Singels Slaakweg kg/ha

Aal/paling

42

-

-

-

Baars

12

2

5

2

Blankvoorn

-

-

7

0

Driedoornige Stekelbaars

0,0

1

0.0

0

Karper

147

603

-

-

Spiegelkarper

75

-

-

-

Kroeskarper

-

-

1

1

Rietvoorn/Ruisvoorn

-

-

3

0

Snoek

17

65

17

50

Tiendoornige Stekelbaars

-

-

0.0

0

Zeelt

-

12

66

65

Roofvis/witvisverhouding

~1:9

~1:9

~1:3

~1:1

Totaal

293

683

97

118

1

Aangezien bij de berekeningen gebruik wordt gemaakt van bepaalde coëfficiënten om rekening te houden met vangstefficiënties van vistuigen kunnen de verhoudingen in de tabel afwijken van de verhoudingen in de taartpuntgrafieken. © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

17

- Stadswateren Arnhem-

CONCLUSIES VISSTAND ARNHEM–NOORD De twee bemonsterde vijvers herbergen 5-6 vissoorten. Met uitzondering van baars is er geen jonge vis aangetroffen. De aangetroffen visstand komt niet overeen de voor deze vijver vastgestelde viswatertypen (ruisvoorn-snoek/snoek-blankvoornviswatertype). Door het gebrek aan een begroeide oeverzone is er in beide vijvers nauwelijks paai- en opgroeigebied voor vis. Jonge vis kan zich niet verschuilen en is daarmee een makkelijk prooi voor aangetroffen grotere snoek en aalscholvers. Enkele vissen in de vijver van park Sonsbeek vertoonden sporen van (een poging tot) aalscholvervraat. In de huidige situatie is uitwisseling met andere wateren niet/nauwelijks mogelijk. De migratie mogelijkheden zijn praktisch nihil door een cascadesysteem van wateraan – en afvoer. Hooguit met veel wateraan- en afvoer kan jonge vis meegevoerd worden naar stroomafwaarts gelegen stadswater. De roofvis/witvisverhouding is aan de lage kant (in de literatuur wordt uitgegaan van 1:5 1:2,5 of 1:1, voor een evenwichtige opbouw van de vispopulaties, van den Berg & Portielje 2002, Vegter et al 2003). De visstand in de singels van Arnhem-noord is soortenrijker en evenwichtiger van opbouw dan die van de vijvers. De roofvis/witvisverhouding is hier goed en er komen van de aangetroffen soorten zowel jonge als oudere jaarklassen voor.

De ruime aanwezigheid van zeelt, met daarnaast snoek, ruisvoorn en kroeskarper duiden op veel plantengroei in de zomer. Mogelijk was de reële plantenbedekking op bepaalde plaatsen hoger dan tijdens het veldbezoek is ingeschat en is hier zelfs sprake van een ruisvoorn-snoekviswatertype i.p.v. een snoekblankvoornviswatertype. De soortensamenstelling en de lengteopbouw (veel kleinere vis) is kenmerkend voor plantenrijk water: een hoge dichtheid aan waterplanten kan voor periodiek lage zuurstofgehaltes zorgen, vooral in kleiner water. Aangezien kleinere vissen een lagere zuurstofbehoefte hebben dan grote vis komen in dergelijk water relatief weinig grote vissen voor. De verdeling van de soorten over de bemonsterde singeldelen langs de Johan de Wittlaan was ongelijk: in het westelijke deel werd alleen blankvoorn aangetroffen: deze singel had steile taluds zonder enige oever- of watervegetatie. Dit duidt op een gebrek aan uitwisselingsmogelijkheden door de tussengelegen duiker.

3.3

Arnhem-zuid RESULTATEN ONDERZOEK Singels bij de Bussumstraat Tijdens de bemonstering van de singels bij de Bussumstraat zijn in totaal tien vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voornamelijk uit blankvoorn en baars. Qua gewicht bestond de vangst voor het grootste deel uit brasem en karper. De conditie van de vis was voldoende.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

18

- Resultaten visserijkundig onderzoek -

Relatieve gewichts-aandeel

Relatieve aantals-aandeel Karper 1%

Snoek 6%

Blankvoorn 46%

Zeelt 3%

Snoek 12%

Karper 36%

Zeelt 4%

Overig 0% Baars 2%

Overig 7%

Blankvoorn 9%

Figuur 3.5

Brasem 38%

Baars 29%

Brasem 7%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de singels bij de Bussumstraat

In Tabel 3.2 zijn de resultaten van de singels van de Bussumstraat getoetst aan de doelstellingen voor vis voor gebufferde sloten. De percentages zijn gebaseerd op de bestandsschattingen in Tabel 3.4. De singels langs de Bussumstraat scoren op elke onderdeel van de KRWmaatlat “matig” waardoor ook het eindoordeel “matig” is.

Tabel 3.2

Toetsing singels Bussumstraat aan de KRW-doelstelling voor vis van gebufferde sloten (M1-type).* (Evers et al. 2007) beoordeling M1-type gebufferde sloten KRW-beoordeling

aandeel brasem+karper aandeel plantminnende vis aantal plantminnende, O2-tolerante en migrerende vissen

42%

matig

≤ 10%

25%

25-50%

ontoe reikend 50-75%

31%

matig

≥ 80%

50%

25-50%

10-25%

<10%

4

matig

>6

6

4-5

2-3

<2

MEP*

GEP*

matig

slecht >75%

matig KRW- eindoordeel * Toetsing vindt plaats aan de hand van de gewichtsaandelen in de totale visstand en aantallen specifieke soorten. De laagste beoordeling is bepalend voor het eindoordeel. MEP = maximaal ecologisch potentieel, GEP = goed ecologisch potentieel en doelstelling voor het jaar 2015.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

19

- Stadswateren Arnhem-

De grote vijver van park Sonsbeek herbergt een aantal grote palingen, waaronder dit exemplaar van 92 cm

Een karper uit de vijver van park Elderveld

In de singel langs het spoor (Johan de Wittlaan) werden enkele kroeskarpers gevangen. De kroeskarper houdt van een waterplantenrijk milieu en kan tegen lage zuurstofgehaltes.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

20

- Resultaten visserijkundig onderzoek -

Singels langs de Brabantweg Tijdens de bemonstering van de singels langs de Brabantweg zijn acht vissoorten gevangen. De vangst had zowel qua aantallen als qua gewicht een gevarieerde samenstelling. In aantallen werden er relatief veel rietvoorns, zeelten, vetjes en daarnaast ook blankvoorns gevangen. Qua gewicht hielden de aandelen zeelt, snoek en brasem elkaar in evenwicht (ca 25-30 %), met daaropvolgend baars (8%) en rietvoorn (6%). De conditie van de gevangen vis was voldoende tot goed (brasem en rietvoorn). Relatieve gewichts-aandeel

Relatieve aantals-aandeel Vetje 14%

Snoek 3%

Zeelt 17%

Zeelt 31%

Baars 8%

Bittervoorn 0%

Brasem 28%

Baars 13% Bittervoorn 0%

Vetje 0%

Brasem 1% Blankvoorn 5%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 47%

Figuur 3.6

Blankvoorn 2% Rietvoorn/ Ruisvoorn 6%

Snoek 25%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de singel van de Brabantweg

In Tabel 3.2 zijn de resultaten van de singels van de Brabantweg getoetst aan de doelstellingen voor vis voor gebufferde sloten. De percentages zijn gebaseerd op de bestandsschattingen in Tabel 3.4. De singels voldoen voor het aandeel plantminnende vissen aan het GEP, maar scoren voor het aantal plantminnende en migrerende soorten matig. Door een iets te groot aandeel van brasem (3%) wordt ook deze parameter als ‘matig’ beoordeeld. Het eindoordeel is daarmee eveneens ‘matig’. Tabel 3.3

Toetsing singels Brabantweg aan de KRW-doelstelling voor vis van gebufferde sloten (M1-type).* (Evers et al. 2007) beoordeling M1-type gebufferde sloten KRW-beoordeling

aandeel brasem+karper aandeel plantminnende vis aantal plantminnende, O2-tolerante en migrerende vissen

28%

matig

≤ 10%

25%

25-50%

ontoe reikend 50-75%

62%

GEP

≥ 80%

50%

25-50%

10-25%

<10%

5

matig

>6

6

4-5

2-3

<2

MEP*

GEP*

matig

slecht >75%

matig KRW- eindoordeel * Toetsing vindt plaats aan de hand van de gewichtsaandelen in de totale visstand en aantallen specifieke soorten. De laagste beoordeling is bepalend voor het eindoordeel. MEP = maximaal ecologisch potentieel, GEP = goed ecologisch potentieel en doelstelling voor het jaar 2015.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

21

- Stadswateren Arnhem-

Burgemeester Matsersingel Tijdens de bemonstering van de Burgemeester Matsersingel zijn vijf vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voornamelijk uit baars en zeelt. Qua gewicht werd de vangst gedomineerd door een enkele grote brasems van 50-55 cm (47%), gevolgd door snoek en zeelt. De conditie van de vissen was voldoende. Relatieve gewichts-aandeel

Relatieve aantals-aandeel Bittervoorn 1%

Snoek 26%

Brasem 4%

Baars 51%

Snoek 6% Zeelt 19%

Figuur 3.7

Baars 8%

Brasem 47%

Zeelt 38%

Bittervoorn 0%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de Burgemeester Matsersingel Vijver park Elderveld Tijdens de bemonstering van de vijver bij park Elderveld zijn in totaal tien vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen voornamelijk uit brasem, blankvoorn en baars. Qua gewicht werd de vangst geheel gedomineerd door de brasem (65%), gevolgd door karper (28%) en snoekbaars (7%). Opvallend was de vangst van een grote roofblei van 69 cm. De conditie van de vis was voldoende. Relatieve gewichts-aandeel

Relatieve aantals-aandeel Blankvoorn 28%

Karper 3%

Blankvoorn 0%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 4%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 0%

Snoekbaars 4%

Brasem 36%

Figuur 3.8

Karper 28%

Snoekbaars 7%

Brasem 65%

Baars 25%

Baars 0%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de vijver bij park Elderveld bij de Medemblikhof

Vijver in Rijkerswoerd (Hans Tiemeijerhof) De bemonsterde vijver bij de Hans Tiemeijerhof was verreweg het soortenrijkste water van alle bemonsterde wateren in Arnhem. Er zijn in totaal 18 vissoorten gevangen. De vangst bestond qua aantallen vooral uit baars en brasem, maar ook veel bittervoorns. Opvallend waren de vangsten van 48 marmergrondels, de kleine modderkruiper (11exx) en © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

22

- Resultaten visserijkundig onderzoek -

het bermpje (8 exx) en twee roofbleien waarvan één van 69 cm. Qua gewicht werd de vangst volledig gedomineerd door brasem, waarvan veel in de grootteklasse van 45 tot 55 cm. De conditie van de gevangen vis was voldoende. Relatieve aantals-aandeel Karper 0%

Brasem 14%

Bittervoorn 19%

Kolblei 4%

Relatieve gewichts-aandeel

Marmergrondel 4%

Karper 6%

Rietvoorn/ Ruisvoorn 3%

Marmergrondel 0%

Kolblei 0% Rietvoorn/ Ruisvoorn 0% Snoekbaars 2%

Snoekbaars 1% Snoek 1%

Snoek 4%

Brasem 82%

Zeelt 3%

Zeelt 4% Overig 8%

Baars 42%

Figuur 3.9

Bittervoorn 0%

Baars 2%

Overig 1%

Procentuele samenstelling van de gevangen vis in de vijver bij het Hans Tiemeijerhof in Rijkerswoerd

In de vijver van het Hans Tiemeijerhof werden veel Amerikaanse rivierkreeftjes gevangen

BESTANDSSCHATTINGEN WATEREN ARNHEM-ZUID Tabel 3.4 geeft de resultaten van de berekeningen aan het visbestand van de stadswateren in Arnhem-zuid in kilogrammen per hectare1. De vijver bij park Elderveld heeft een extreem hoog aantal kilo’s per hectare, als gevolg van de aanwezigheid van veel karpers en brasem. Wanneer de karper buiten beschouwing worden gelaten valt de visbiomassa van de meeste stadswateren in Arnhem zuid in de te verwachten range van normaal eutroof water (300-600 kg/ha). De Burgemeester Matsersingel heeft een wat lagere biomassa, kenmerkend voor matig voedselrijk water. 1

Aangezien bij de berekeningen gebruik wordt gemaakt van coëfficiënten om rekening te houden met de verschillende vangstefficiënties van vistuigen kunnen de verhoudingen in de tabel afwijken van de verhoudingen in de taartpuntgrafieken. © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

23

- Stadswateren Arnhem-

Tabel 3.4

Bestandsschattingen van de wateren in Arnhem zuid Singels Bussumstraat kg/ha

Singels Brabantweg kg/ha

Burg. Matsersingel kg/ha

Vijver park Elderveld kg/ha

Vijver Hans Tiemeijerhof kg/ha

Aal/paling

-

-

-

-

-

Alver

-

-

-

-

1

Baars

12

28

43

11

39

Bermpje

-

-

-

-

0

Bittervoorn

-

0.0

0.0

-

2

Brasem

75

94

53

373

342

Blankvoorn

79

7

-

5

1

Driedoornige Stekelbaars

-

-

-

-

-

Karper

66

-

-

525

24

Kolblei

-

-

-

-

2

Kleine modderkruiper

-

-

-

-

1

Marmergrondel

-

-

-

-

0.0

Pos

0

-

-

1

1

Roofblei

-

-

-

9

5

Riviergrondel

-

-

-

-

0

Kroeskarper

-

-

-

-

-

Rietvoorn/Ruisvoorn

4

21

-

5

10

Snoek

71

85

83

15

23

Snoekbaars

0

-

-

39

9

Tiendoornige Stekelbaars

-

-

-

-

-

Vetje

0

1

-

-

0.0

Zeelt

27

101

103

70

31

Roofvis/witvisverhouding

~1:3

~1:3

~1:1

~1:15

~1:6

Totaal

334

337

281

1052

490

CONCLUSIES VISSTAND ARNHEM–ZUID De aangetroffen visstand in de singels van zowel de Bussumstraat als de singels van de Brabantweg is redelijk evenwichtig. Er zijn zowel jonge als oudere jaarklassen aangetroffen en de roofvis/witvisverhouding is goed. De samenstelling van de visstand komt bovendien redelijk overeen met de, op basis van waterplantenbedekking vastgestelde viswatertypen (blankvoorn-brasemviswatertype, resp. ruisvoorn-snoekviswatertype ). De singels van de Brabantlaan herbergen slechts een aantal grote brasems zonder jongere jaarklassen. Roofvis (snoek) reguleert de aanwas van jonge brasem, maar mogelijk heeft de vissterfte in 2007 nog meer zijn tol geëist: indien er sprake was van zuurstoftekort/ zuurstofloosheid heeft de jonge brasem dit waarschijnlijk niet overleefd. Bij de KRW-beoordeling komen beide singels als ‘matig’ uit de bus. De singels langs de Brabantweg benaderen, met alle parameters van de maatlat, het GEP (‘Goed Ecologisch Potentieel’) wel dichter dan de singels langs de Bussumstraat. De visstand van de Burg. Matsersingel is soortenarm. Dit heeft zeker te maken met het gebrek een ontwikkelde oeverbegroeiing. Er groeien in de zomer weliswaar veel waterplanten, maar de (toch al smalle) © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

24

- Resultaten visserijkundig onderzoek -

oeverbegroeiing was in de winter praktisch geheel verdwenen (mogelijk door maaien of vogelvraat), waardoor er praktisch geen schuilgelegenheid was voor vis. Ook speelt mogelijk een geïsoleerde ligging van deze singel een rol (hierover is momenteel niet genoeg bekend, aangezien de waterhuishouding niet uitgebreid aan de orde komt binnen deze rapportage). Opvallend is de afwezigheid van blankvoorn en brasem in de lengteklassen 10-40 cm. Aalscholver- en snoekpredatie spelen hierin een belangrijke rol. Jonge brasem verblijft altijd in het open water en zonder structuurrijke oevers kan de jonge blankvoorn zich niet verschuilen. Hoewel de milieukenmerken van het water van de vijvers in het park Elderveld & bij de Hans Tiemeierhof voldoende lijken te zijn voor de ontwikkeling van een visstand behorend bij het snoekblankvoornviswatertype is de visstand hiervan afwijkend, namelijk meer behorend bij een blankvoornbrasem en/of brasem-snoekbaarsviswatertype. Ook de de roofvis/witvisverhouding aan de lage kant. Wat hierbij een belangrijke een rol speelt is dat de aanwezige kragen met waterriet eigenlijk erg smal zijn voor dergelijk grote vijvers (0,5m plaatselijk hooguit 1 meter). Het waterriet in de vijver bij de Hans Tiemeijerhof was bovendien erg dicht en in de winter gemaaid. Hierdoor bieden de rietkragen weinig mogelijkheden voor vis om te paaien, te schuilen en op te groeien.

Vitalere en bredere rietkragen zorgen voor een hoger snoekstand en een lager witvisaandeel. Aanbevolen wordt plaatselijk rietkragen meer de ruimte te geven om breder uit te groeien en gefaseerde te maaien. De aanvoer van rivierwater naar Arnhem-zuid loopt via waterinlaat uit de Linge naar de vijver bij het Hans Tiemeijerhof. Deze inlaat van rivierwater is er de oorzaak van zijn dat er zoveel soorten zijn aangetroffen. De verspreiding van deze soorten naar andere gebieden wordt mogelijkerwijs bemoeilijkt door de aanwezigheid van diverse stuwtjes.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

25

- Bespreking resultaten -

4

Bespreking resultaten

4.1

Bespreking Soortendiversiteit Tijdens het visserijkundig onderzoek zijn in totaal 23 vissoorten aangetroffen (zie Tabel 4.5.), waarvan drie soorten uit de Flora en Faunawet (bermpje, bittervoorn en kleine modderkruiper), drie Rode lijstsoorten (bittervoorn kroeskarper en vetje) en twee exoten (roofblei en marmergrondel). Over geheel Arnhem genomen kan daarmee gesproken worden van een gevarieerde visstand. De verdeling van deze soorten over de stad is niet gelijk. De diversiteit aan vissoorten per individueel stadswater is, op één uitzondering na, niet hoog. In de meeste stadwateren in Arnhem werden acht tot tien soorten gevangen. In de vijver van park Sonsbeek en de vijver langs de Bosweg in Arnhem-noord werden vier, resp. zes soorten gevangen. In de Burgemeester Matsersingel werden vijf soorten gevangen. De soortenrijkdom van de vijver bij het Hans Tiemeijerhof was hoog met 18 gevangen soorten, waarvan drie flora en faunawetsoorten, twee Rodelijst-soorten en twee exoten. De instroom van water uit de Linge speelt hier ongetwijfeld een rol. De meeste stadswateren bezitten een soortensamenstelling die duidt op de aanwezigheid van waterplanten en moerasbegroeiing in de zomer (meerdere plantminnende soorten als zeelt, snoek, rietvoorn e.d.). De vijver in park Sonsbeek en de vijver aan de Bosweg hebben de minste plantenminnende soorten.

Paling werd alleen in de vijver van park Sonsbeek gevangen, in de rest van Arnhem is deze soort niet aangetroffen. De bittervoorn, een soort die zijn eieren legt in zoetwatermosselen, werd aangetroffen in drie wateren in Arnhem-zuid. Roofvis/witvisverhouding In ongeveer de helft van de bemonsterde stadwateren is sprake van een evenwichtige roofvis/witvisstand, en wel met name in de singels zowel in Arnhem-noord als in Arnhem-zuid. Dit heeft te maken met een goede waterplantenbegroeiing in de meeste singels, in combinatie met een relatief grote oeverlengte met oeverbegroeiing. Ook als zijn de oevervegetaties vrij smal, in combinatie met de waterplanten bestaat er voldoende beschutting voor vis. In de vijvers ligt de roofvis/witvisverhouding veel lager. In Arnhem noord hebben de vijvers nauwelijks tot geen beschutting biedende oeverbegroeiingen. De situatie in de vijvers van Arnhem zuid is wat beter, omdat deze vijvers in verbinding staan met singels en meer oeverbegroeiing hebben. Ten opzichte van het totale wateroppervlak zijn de rietkragen te smal.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

27

- Stadswateren Arnhem-

Tabel 4.5

Gevangen vissoorten tijdens het visserijkundig onderzoek van een aantal stadswateren 1-8 november 2008

-

Vijver park Elderveld -

Vijver Hans Tiemeijer hof -

-

-

X

X

X

X

X

-

-

-

X

-

X

X

-

X

X

X

X

X

X X

Vijver park Sonsbeek

Vijver aan de Bosweg

Singels J. de Wittlaan

Singels Slaakweg

Singels Singels Bussum- Brabant straat weg

Aal/paling

X

-

-

-

-

-

Alver

-

-

-

-

-

-

Baars

X

X

X

X

X

Bermpje 1)

-

-

-

-

-

Bittervoorn 1) 2)

-

-

-

-

Brasem

-

-

-

-

Burg. Matsersingel

Blankvoorn

-

-

X

X

X

X

-

X

Driedoornige Stekelbaars

X

X

X

X

-

-

-

-

-

Karper

X

X

-

-

X

-

-

X

X

Kolblei

-

-

-

-

-

-

-

-

X

Kleine modderkruiper 1)

-

-

-

-

-

-

-

-

X

Kroeskarper

-

-

X

X

-

-

-

-

X

Marmergrondel

-

-

-

-

-

-

-

-

Pos

-

-

-

-

X

-

-

X

X

Roofblei 3)

-

-

-

-

-

-

-

X

X

Riviergrondel

-

-

-

-

-

-

-

-

X

Kroeskarper 2)

-

-

-

X

X

-

-

-

-

Rietvoorn/Ruisvoorn

-

-

X

X

X

X

-

X

X

Snoek

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Snoekbaars

-

-

-

-

X

-

-

X

X

Tiendoornige Stekelbaars

-

-

X

X

-

-

-

-

-

Vetje 2)

-

-

-

-

X

X

-

-

X

Zeelt

-

X

X

X

X

X

X

X

X

1)

3)

Flora en fauna wet, 2) Rode Lijst soort, 3) Exoot

Conditie, en predatie De conditie van de gevangen vis was zonder uitzondering voldoende en/of goed te noemen. In de vijver van Sonsbeek, en de vijver bij het Hans Tiemeijerhof werden enkele vissen aangetroffen die sporen van (een poging tot) aalscholvervraat droegen; zij vertonen in de flanken aan weerszijden streepvormige wonden. Ook de lengte-frequentie verdeling van de brasem in de twee bemonsterde vijvers in Arnhem-zuid (weinig brasem met een lengte van ca 15 -35 cm) wijzen op aalscholverpredatie. Biomassa Wanneer het gewicht van de karpers buiten beschouwing worden gelaten weerspiegelen de berekende visbiomassa’s de te verwachten voedselrijkdom van de stadswateren. Binnen dit visserijkundig onderzoek is niet naar de waterkwaliteit gekeken, maar de berekende visbiomassa weerspiegelt de ligging van de wateren; de stadwateren in Arnhem-noord hebben een lagere biomassa (gevoed met voedselarm water) dan de wateren in Arnhem zuid (aanvoer voedselrijk water). Voor sommige vijvers is een hoge biomassa berekend op basis van de gevangen karpers. Het vermoeden bestaat echter dat de werkelijke © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

28

- Bespreking resultaten -

biomassa aan karper lager is dan berekend. De STOWA gaat uit van een rendement van 20% bij het elektrisch bevissen van de oevers voor alle vissoorten (met uitzondering van de snoek: 30%). Aangezien het visserijkundig onderzoek in het najaar is uitgevoerd, een periode waarin karper minder actief is, is het rendement in de praktijk waarschijnlijk veel hoger geweest. Toetsing aan de KRW-maatlat voor gebufferde sloten Zowel de singels langs de Bussumstraat als de singels langs de Brabantweg worden in de KRW-eindbeoordeling voor gebufferde sloten als ‘matig’ aangeduid. De singels voldoen daarmee niet aan het GEP (Goed ecologisch potentieel; de doelstelling voor het jaar 2015). Terwijl de eerste singels op alle parameters van de maatlat ‘matig’ scoren, scoren de laatste alleen op het onderdeel aandeel brasem en karper enkele procenten te hoog en op het aandeel plantminnende/O2-tolerante soorten en migrerende soorten iets te laag. Het aandeel plantminnende vis scoort daarentegen voldoende. De visstand van de singels langs de Brabantweg voldoen daardoor bijna aan de doelstellingen, in tegenstelling tot de singels langs de Bussumstraat. Beide singels behoren echter tot één omvangrijker waterlichaam, namelijk “Sloten Overbetuwe”. Dit waterlichaam wordt in het kader van de Kaderrichtlijn water zijn geheel beoordeeld aan de hand van de laagste score.

Een verbetering van de score voor beide singels moet vooral gezocht worden in een uitbreiding van de moerasvegetatie en een verbetering van migratiemogelijkheden.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

29

- Stadswateren Arnhem-

4.2

Aandachtspunten en aanbevelingen In deze paragraaf wordt kort en globaal ingegaan op een aantal aandachtspunten voor het visstandbeheerplan. De beschrijving van aandachtspunten is niet uitputtend, maar gebaseerd op een eerste indruk van de stadswateren, opgedaan tijdens het visstandonderzoek. Voor een compleet beeld is het nodig dieper in te gaan op onderwerpen als water(bodem)kwaliteit, waterhuishouding, beheer en onderhoud en inrichting van de stadwateren te Arnhem. Deze onderwerpen zullen deel uitmaken van het nog op te stellen Visstandbeheerplan. Het feit dat in een aantal gevallen de roofvis/witvisverhouding aan de lage kant is, de visstand niet overeenkomt met een op basis van globale kenmerken toegewezen viswatertype, de soortenrijkdom in de meeste stadwateren van Arnhem niet hoog is, heeft zeker te maken met de volgende punten; Stadswateren hebben in het algemeen een aantal gemeenschappelijke kenmerken, en de wateren in Arnhem zijn hier geen uitzondering op: - Ze zijn vaak beperkt van omvang en geïsoleerd: vooral in oudere wijken is sprake van kleine, smalle singels (Burg. Matsersingel, Siongels langs de Slaakweg, J. de Wittlaan) - Door de beperkte ruimte in stedelijk hebben zij vaak een abrupte overgang van wateren naar land en zijn daarbij voorzien van beschoeiing (bijna alle stadswateren).

Bijna alle bemonsterde stadwateren hadden moerasvegetaties van <1 meter breed. - Door de vele wegen die zij kruisen zijn er vaak veel duikers aanwezig die belemmerend kunnen zijn voor de uitwisseling van vis tussen singeldelen - Naast deze duikers wordt de waterhuishouding in steden vaak over kleinere peilvakken gedetailleerd geregeld met stuwtjes, gemaaltjes en sluisjes. De geringe omvang en de soms geïsoleerde ligging van het Arnhemse stadwater (met name in Arnhem-noord), tesamen met de aanwezigheid van beschoeiing zorgen ervoor dat de inrichting niet altijd optimaal is voor vis. De meeste vissoorten hebben binnen één watersysteem verschillende habitats1 nodig om te paaien, om op te groeien, zich te verschuilen tegen predatoren en om te overwinteren. Hiervoor is het van belang dat wateren een gevarieerd aanbod hebben van diep en ondiep water, begroeid én onbegroeid open water en plaatsen met een goed ontwikkelende moerasbegroeiing langs de oever. Goed ontwikkelde oevervegetaties en waterriet zijn erg belangrijk voor een evenwichtige roofvis/witvisstand. Door de geringe omvang van stadwateren is hier niet altijd ruimte voor, of rekening mee gehouden in het ontwerp. Het gebrek aan verschillende vishabitats wordt verder versterkt door de aanwezige duikers, die uitwisseling van vis tussen verschillende delen van een watersysteem kunnen belemmeren.

Duikers zijn soms erg lang (bijv. Johan deWittlaan), dichtgeslibd en liggen onder water. Er is dan geen of 1

Habitat: leefgebied van een diersoort, dat voldoet aan de door de soort gestelde specifieke eisen ten aanzien van abiotische en biotische omgevingsfactoren. © 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

30

- Bespreking resultaten -

Vervang ronde duikers…

door vierkante duikers….

of liever nog door bruggen!

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

31

- Stadswateren Arnhem-

weinig uitwisseling tussen verschillende singeldelen. Voor de visstand is veel beter om deze duikers te vervangen door grote vierkante duikers (bovenrand boven water) of - beter nog- een brug. De stadwateren onderling worden vaak weer van elkaar gescheiden door vuilroosters, stuwtjes, sluisjes en gemalen. Hierdoor is het onmogelijk voor vis om te migreren van het éne water naar het andere. In de nieuwere wijken (zoals in Arnhem-zuid) zijn, in verband met de bergingsfunctie van singels, grotere wateroppervlakken aangelegd al of niet in combinatie met grotere vijvers. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste vissoorten zijn aangetroffen in de vijvers in Arnhem-zuid, die een redelijk gevarieerde inrichting hebben én die in open verbinding staan met singels. Hier heeft de vis meer ruimte om zijn verschillende levensfasen te doorlopen. De inrichting van de vijvers is echter ook hier nog niet optimaal. Door plaatselijk bredere moerasvegetaties/rietkragen aan te leggen en met een gedifferentieerd maaibeheer wordt er meer schuilgelegenheid, en paai en opgroeigebied voor vis geboden. Naast de inrichting hebben ook de aanwezigheid van meer of minder dikke sliblagen en/of de aanwezigheid van riooloverstorten effect op de visstand. In de singels langs de Brabantweg heeft begin 2007 een vissterfte plaatsgevonden, terwijl er in de zomer een laag zuurstofgehalte werd gemeten.

Mogelijk is hier sprake van achterstallig baggeronderhoud of de aanwezigheid van een riooloverstort. Het verdient aanbeveling hier nader naar te kijken. Gezien het bovenstaande worden de volgende aandachtspunten geformuleerd voor een gezonde en evenwichtige visstand: -

Aandacht voor een gevarieerde en structuurrijke inrichting van de stadswateren door bijv: o weghalen van beschoeiingen waar mogelijk, en aanleg van geleidelijk aflopende en natuurvriendelijke oevers, liefst op zonnige plaatsen. o gedifferentieerd maaibeheer van oever- en watervegetaties (d.w.z. niet alles tegelijk maar in fasen), o voldoende variatie in diepte creëren: door variatie in diepte ontstaat er afwisseling in de waterplantenbedekking, diepere plekken zijn bovendien belangrijk in de winter voor vis tijdens ijsvorming in verband met de zuurstofhuishouding

-

Aandacht voor een verbetering van de uitwisseling tussen delen van singels en tussen stadswateren onderling door o.a.: o Goed onderhoud bestaande duikers (dichtslibben tegengaan) o Vervanging kleine duikers door ‘visvriendelijke’ duikers (d.w.z. groot, vierkant en met lage onderkant en de bovenrand boven de waterspiegel) of - beter nog - door bruggen o Migratiemogelijkheden creëren bij sluisjes, stuwtje en gemalen

-

Aandacht voor een goede zuurstofhuishouding van de stadwateren: o Regelmatig baggeren van de stadswateren

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

32

- Bespreking resultaten -

o o

Zorgen voor voldoende overwinteringsplaatsen voor vis om wintersterfte te voorkomen Opheffen (negatieve effecten van) riooloverstorten, met name in Arnhem-noord (In Arnhem-zuid is een gescheiden riolering aangelegd)

Voor het opstellen van het visstandbeheerplan en het meer gericht formuleren van maatregelen per stadswater wordt bovendien aanbevolen om inzicht te verkrijgen in een aantal zaken die van invloed zijn op waterkwaliteit en visstand namelijk: o de waterhuishouding (in- en uitlaten, peilbeheer, kunstwerken etc) o bagger(beleids) plannen o waterkwaliteit o bestaand maaibeheer o resultaten eventueel uitgevoerde (water)vegetatie opnames o profielen prioritaire stadswateren o ligging riooloverstorten o inventarisatie mogelijkheden voor vismigratie

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

33

- Literatuur -

Literatuur Berg, M. van den & R. Portielje, 2002. Peilbeheer: interacties met de voedselketen en waterkwaliteit. Hoofdstuk 3 in H. Coops (red.). Ecologische effecten van peilbeheer: een kennisoverzicht. RIZA rapport 2002.040. Eck, G. van, 2007. Interne rapportage visserijkundig onderzoek Stadswateren Arnhem. Sportvisserij Nederland, afdeling Advisering en Begeleiding. Evers, C.H.M., A.J.M. van den Broek, R. Buskens & A. van Leerdam, 2007. Omschrijving MEP en conceptmaatlatten voor sloten en kanalen voor de kaderrichtlijn Water. September 2007, Royal Haskoning i.o.v. de Deelstroomgebieden, STOWA en CSN Klein Breteler, J.G.P. & G.A.J. de Laak, 2003. Lengte-gewichtsrelaties Nederlandse vissoorten. OVB onderzoeksrapport OND00074, 13p. Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, Nieuwegein. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer & Visserij (LNV), directie Openluchtrecreatie, 1990. Vormgeving en inrichting viswater. ’s Gravenhage. Spiegel, A. van der, 1992. Visgemeenschappen van het stilstaande water. In Quak, J. en A. van der Spiegel (eds.). Cursus Visstandbeheer en Integraal Waterbeheer. Nieuwegein, Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij STOWA, 2002. Handboek Visstandbemonstering. Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer. Rapport 2002/07. STOWA, Utrecht. Tauw & Arnhemse waterpartners, 2003. Waterplan Arnhem. Vegter, U., M. Klinge & H. Wanningen, 2003.

Notitie ‘Ecologisch herstel Zuidlaardermeer, voorstel voor aanpak reductie fosfaatbelasting’. Waterschp Hunze en Aa’s. Zoetemeyer, R.B., & B.J. Lucas, 2007. Basisboek visstandbeheer. Sportvisserij Nederland, Bilthoven.

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

35

- Bijlagen -

Bijlagen Bijlage I

Viswatertypering en draagkracht .......................................39

Bijlage II

Uitvoering visstandonderzoek............................................43

Bijlage III Resultaten individuele wateren ..........................................47 Bijlage IV Profiel van de gevangen vissoorten ....................................67

© 2011 Sportvisserij Nederland / Hengelsport Federatie Midden-Nederland

eindconcept

37

- -

Bijlage I

Viswatertypering en draagkracht

Viswatertypering De inrichting van een water bepaalt in sterke mate welke visstand zich uiteindelijk kan ontwikkelen. De aanwezigheid van waterplanten is hierbij een belangrijke sturende factor. Waterplanten vervullen in meerdere opzichten een belangrijke functie voor de aanwezige visstand. De volgende typen waterplanten kunnen worden onderscheiden: • bovenwaterplanten (emerse waterplanten, o.a. riet, lisdodde) • onderwaterplanten (submerse waterplanten, o.a. waterpest, hoornblad) • drijfbladplanten (o.a. gele plomp, waterlelie) Veel vissoorten gebruiken in het voorjaar de (resten van) waterplanten om de eieren op af te zetten. Het zijn vooral de boven- en onderwaterplanten die hiervoor het meest worden benut. De planten bieden de vis daarnaast bescherming tegen predatoren (roofvis, visetende vogels) en beschutting tegen stroming. Vooral voor jonge vis is deze beschutting erg belangrijk. Op en tussen de planten bevinden zich bovendien tal van organismen die een belangrijke voedselbron vormen voor vis. In een natuurlijke situatie is een geleidelijke overgang van land naar water te zien, waarbij oevervegetatie overgaat in bovenwaterplanten, gevolgd door drijfbladplanten en vervolgens onderwaterplanten. De taludhelling en het doorzicht van het water bepalen hierbij de groeimogelijkheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=7e1ebf4c-04ee-4e60-883f-ffa451811bb1