Schriftelijke inbreng Arnhemse Bomenbond - Biomassacentrale Veolia (IPKW) - 18 juni 2023
Tekst van het document
18 juni 2023, Arnhem
Arnhemse Bomenbond
Omgevingsvisie Arnhem: Biomassacentrale Veolia (IPKW) stoot nog steeds teveel schadelijke gassen uit volgens de Provincie Gelderland.
Aan de Gemeenteraad van Arnhem Beste dames en heren, Eind maart 2023 heeft de provincie Gelderland haar besluit gehandhaafd om de Veolia Industriediensten B.V. dwangsommen op te leggen, omdat deze biomassacentrales nog steeds te veel NH3 (ammoniak) uitstoot. In de vijfde meting werd zelfs geconstateerd dat er 9 mg/m 3 wordt uitgestoten, terwijl de omgevinsgvergunning slechts 5 mg/m3 toelaat (Zie het bijgaande besluit van de Provincie blz. 4). De provincie Gelderland stelt vast: “ dat de gevolgen van de overtredingen van Veolia een aanmerkelijk risico op milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant, dier) tot gevolg heeft” (blz.5). Uit het besluit blijkt eveneens dat Veolia structureel niet in control is over de NH3 emissie van ketel 14 op het IPKW terrein van de Kleefse Waard (blz. 4). Sinds september 2022 verzet Veolia zich hardnekkig tegen de verplichting om regelmatig informatie te verstrekken en de opgelegd dwangsom te betalen aan de Provincie Gelderland. Vandaar dat in het hernieuwde besluit van de provincie Veolia alvast nieuwe dwangsommen in de periode 2023 tot en met 2027 in het vooruitzicht worden gesteld. Het wordt u hopelijk duidelijk dat zo’n multinational als Veolia Industriediensten B.V. niet een rol kan en mag spelen in een toekomstig warmtenet systeem voor Arnhemse wijken.
De nadelen van boshout verbranding- in de vorm van woodpallets - voor de luchtkwaliteit voor de bebouwde omgeving van Veolia en de nabijgelegen N2000- gebieden zijn zeer groot in vergelijking met het verbranden van aardgas. Zie onze eerder brieven dit jaar aan u. Wij vragen u opnieuw in te grijpen in het concept van de Omgevingsvisie Arnhem 2040. Het gebruik van (houtgestookte) biomassaverbranding en mestvergisting als warmtebron in de toekomstige energietransitie door de Gemeente Arnhem dient afgewezen te worden in de Omgevingsvisie. Eveneens dient de biomassacentrale Veolia geen rol te krijgen in de Arnhemse energietransitie. In de tekst van het ontwerp ontbreekt bovendien een bepaling om de verwarming van appartementen en woningen middels (collectieve) houtovens tegen te gaan. Met vriendelijke groet, namens het bestuur van de Arnhemse Bomenbond Joost Blasweiler (voorz.) en Anne Ferwerda (secr). Secretariaat adres Jan Vethstraat 9, 6813 HJ Arnhem
Datum
28 maart 2023 Zaaknummer
2022-002475 Onderwerp
Beslissing op bezwaarschrift Inlichtingen bij
Veolia Industriediensten B.V. T.a.v. de Directie Tupolevlaan 69 1119 PA SCHIPHOL-RIJK
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 6
Geachte heer Peelen, Op 31 oktober 2022, aangevuld bij brief van 11 november 2022, heeft u namens uw cliënte, Veolia Industriediensten B.V. (hierna: ‘Veolia) bezwaar gemaakt tegen ons besluit van 19 september 2022, zaaknummer 2022-002475, waarin wij Veolia een verplichting tot het verstrekken van informatie en een last onder dwangsom vanwege het overtreden van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) hebben opgelegd. Wij hebben dit besluit opnieuw beoordeeld. Daarvoor hebben we advies gevraagd aan de onafhankelijke commissie Rechtsbescherming. Advies
De Commissie heeft op 27 februari 2023 advies uitgebracht. Het advies en het verslag van de hoorzitting zijn bijgevoegd (bijlage). De Commissie is van oordeel dat het bestreden besluit van 19 september 2022 na herstel van de navolgende (motiverings)gebreken in stand zal kunnen blijven. De Commissie adviseert GS om: 1. Het gevaar voor herhaling van de overtreding nader te motiveren; 2. Het toepassen van de landelijke handhavingsstrategie en de interventiematrix te motiveren; 3. Nader te motiveren of en waarom naast de al opgelegde last onder dwangsom op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), een last onder dwangsom op basis van de Wnb evenredig is; 4. Een duidelijkere motivering van de maximaal te verbeuren dwangsom op te nemen; Naar aanleiding van de opgelegde verplichting om informatie te verstrekken, adviseert de Commissie ons om in alle redelijkheid en evenredigheid met de meet-omstandigheden om te gaan bij het eventueel treffen van toekomstige handhavingsmaatregelen.
Datum
28 maart 2023 Zaaknummer
2022-002475 Blad
2 van 6
Besluit
Wij nemen het advies van de commissie Rechtsbescherming over. Dat betekent dat wij ons besluit op onderdelen nader motiveren en de gebreken herstellen. Voor het overige blijven wij in heroverweging wij bij ons (nader gemotiveerde besluit). Dat betekent: Besluit tot het opleggen van een verplichting om informatie te verstrekken 1. U dient met ingang van het eerste kwartaal van 2023, per kwartaal, binnen 1 maand na afloop van het kwartaal, gegevens te overleggen van de N-emissie op basis van de continue NOx meting en een continue of discontinue NH3 meting over het afgelopen kwartaal. Onderdeel van die gegevens moet (een berekening van) vracht/emissie NOx en (een berekening van de) NH3 vracht/emissie over het afgelopen kwartaal zijn. 2. Aan de hand van de door u per kwartaal overgelegde gegevens moet u aan het einde van het kalenderjaar met een AERIUS-verschilberekening laten zien of de stikstofdepositie al dan niet hoger is geweest dan de stikstofdepositie in de vergunde situatie. U dient ook die AERIUSverschilberekening aan ons te overleggen binnen een maand na afloop van het kalenderjaar. 3. U dient deze informatie steeds digitaal en analoog toe te zenden aan Provincie Gelderland, Afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Team Handhaving. De (adres)gegevens vindt u op de eerste pagina van deze brief. Besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom 1.
Wij leggen u een last onder dwangsom op wegens het overschrijden van de N-emissie waardoor de stikstofdepositie hoger is dan toegestaan op grond van de vergunning Wet natuurbescherming van 6 september 2016, gewijzigd op 10 juli 2018 (zaaknummer 2016-006709); 2. Over jaar 2023 en daarop volgende jaren dient u ervoor te zorgen dat geen sprake meer is van een overschrijding van de N-emissie waardoor de jaarlijkse stikstofdepositie hoger is dan de stikstofdepositie in de vergunde situatie. Is dat wel het geval, dan verbeurt u over jaar 2023 een dwangsom van €20.000,- ineens. 3. Indien u over de jaren na 2023 nog altijd niet aan de last voldoet, dan wordt dit bedrag (€20.000,-) steeds verhoogd met €10.000,- per jaar dat sprake is van een jaarlijkse stikstofdepositie die hoger is dan de stikstofdepositie in de vergunde situatie, met een maximum van €50.000,- (zie concretisering in de tabel hieronder)
Datum
28 maart 2023 Zaaknummer
2022-002475 Blad
3 van 6
Indien na 2027 blijkt dat u nog altijd niet aan deze last onder dwangsom heeft voldaan, dan zullen wij een nieuwe last overwegen om de overtreding te beëindigen.
Datum
28 maart 2023 Zaaknummer
2022-002475 Blad
4 van 6
Nadere motivering Hierna geven wij onze nadere motivering op de door de Commissie genoemde (motiverings)gebreken. 1.
Het gevaar voor herhaling van de overtreding nader motiveren
In het advies van de Commissie Rechtsbescherming staat dat de Commissie GS kan volgen in de uitleg dat, nu (nog) geen sprake is van continue metingen, de overtreding van de jaarnorm zal moeten worden vastgesteld op basis van een representatief aantal metingen in een jaar. Ten tijde van het bestreden besluit was sprake van in elk geval vier metingen waarbij in drie gevallen sprake was van overtreding van de (omgerekende jaar)norm. De Commissie overweegt dat de last onder dwangsom ziet op het voorkomen van het herhalen van het overtreden van de (omgerekende jaar)norm. De Commissie merkt in dit verband op dat in het primaire besluit de onderbouwing ontbreekt dat er sprake is van het gevaar van herhaling van de overtreding, gelet op een representatief aantal metingen in relatie tot de inmiddels door Veolia getroffen maatregelen aan ketel 14. De Commissie adviseert GS daarom het gevaar van herhaling van overtreding beter te onderbouwen. De op de zitting door GS genoemde vijfde meting kan volgens de Commissie in heroverweging daarbij mogelijk worden betrokken. Indien en voor zover GS dit in heroverweging nader kunnen onderbouwen, is naar de mening van de Commissie sprake van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom ter voorkoming van herhaling van overtreding van de jaarnorm.
De ter hoorzitting aan de orde gekomen vijfde meting in opgenomen als bijlage bij deze beslissing op bezwaar (gemeten NH3 na correctie: 9 mg/m³, de eis vanuit het maatwerkvoorschrift omgevingsvergunning is 5 mg/m³). In het primaire besluit hebben GS al overwogen dat op drie van de eerdere vier meetmomenten sprake was van substantiële ‘uitschieters’ op grond waarvan is geconcludeerd is dat Veolia niet binnen de bandbreedte van de Wnb-vergunning opereert. Inmiddels is er dus een vijfde meting waaruit volgt dat (nog steeds) sprake is van overtreding van de (omgerekende)jaarvracht en dat significante effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie niet zijn uitgesloten omdat Veolia niet handelt conform, althans binnen de bandbreedte van de vigerende Wnb-vergunning. De vijfde meting bevestigt opnieuw dat Veolia niet eenmalig niet ‘in control’ over de NH3 emissie van ketel 14 was. Deze historie laat zien dat er onvoldoende procescontrole was en is (de maatregelen zijn dus (nog steeds) onvoldoende). Veolia ontkent ook niet dat daar op dit moment nog geen sprake van is (doch dat het in control komen technische complex is).
GS zijn van oordeel dat het feit dat er inmiddels één meting (de vierde) is waaruit volgt dat de emissiegrenswaarde voor ammoniak (= maatwerkvoorschrift omgevingsvergunning) vanuit de DeNox-installatie van ketel 14 niet wordt overschreden, niet maakt dat wij, beslissend op bezwaar, moeten afzien van het opleggen van een last die strekt tot het voorkomen van herhaling van de overtreding van de Wet natuurbescherming. Wij willen herhaling van de overtreding voorkomen.
Datum
28 maart 2023 Zaaknummer
2022-002475 Blad
5 van 6
2.
Het toepassen van de landelijke handhavingsstrategie en de interventiematrix motiveren
Naar de mening van de Commissie zijn de toetsing aan de landelijke handhavingsstrategie en de interventiematrix in het bestreden besluit onvoldoende kenbaar meegewogen. Wij zijn van oordeel dat het besluit tot handhavend logischerwijs volgt uit de LHS. Wij positioneren de overtreding in de geval in het middensegment van de interventiematrix. De gevolgen van de overtreding zijn redelijkerwijs aan te merken als ‘Van belang- er is sprake van aanmerkelijk risico da de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant, dier) tot gevolg heeft’. Het gedrag is onverschillig/reactief. Drie van de vier metingen lieten ten tijde van het primaire besluit al een forse overschrijdingen. Na de vierde meting zou het probleem volgens Veolia zijn opgelost, maar dat blijkt niet het geval. Dit is geobjectiveerd met een vijfde meting. Wij zien een patroon dat het bedrijf onvoldoende doet cq noodzaak ziet om procescontrole te krijgen. Het feit dat er inmiddels een last in het Wabo-spoor is opgelegd (en een dwangsom is verbeurd) heeft blijkens de vijfde meting helaas ook niet tot een ander resultaat geleid. Het belang van de (stikstofoverbelaste) natuur weegt voor ons ook zwaar. 3.
Nader motiveren of en waarom naast de al opgelegde last onder dwangsom op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), een last onder dwangsom op basis van de Wnb evenredig is
In haar advies merkt de Commissie op dat er sprake is van een en dezelfde emissie: in het Wabospoor is sprake van een concentratienorm en in het Wnb-spoor is sprake van een omgerekende jaarvrachtnorm. De Commissie adviseert GS om nader te motiveren of en waarom naast de al opgelegde last onder dwangsom op basis van de Wabo, een last onder dwangsom op basis van de Wnb evenredig is. In de eerste plaats verwijzen wij hier naar wat hiervoor onder al is opgemerkt onder 2. Het feit dat er inmiddels een last in het Wabo-spoor is opgelegd (en een dwangsom is verbeurd) heeft er vooralsnog niet toe geleid dat steeds norm conform wordt gehandeld. Er is bovendien sprake van verschillende normen en verschillende wetten, waarvan afzonderlijk om handhaving is verzocht. Het maatwerkvoorschrift ziet op een concentratienorm en de Wet natuurbescherming, althans de natuurvergunning, gaat uit van een jaarvracht. Ten aanzien van de natuur ziet GS zich op dit moment bovendien geconfronteerd met stikstofoverbelaste habitats in de nabijheid van Veolia. Wij achten de gehanteerde dwangsommen (Wabo en Wnb) ook niet dusdanig hoog, dat het ook daarom onevenredig zou zijn om in beide ‘sporen’ handhavend op treden op een wijze zoals GS dit op dit moment doen. 4.
Een duidelijkere motivering van de maximaal te verbeuren dwangsom op te nemen
De Commissie adviseert GS een duidelijkere motivering van de maximaal te verbeuren dwangsom in de beslissing op bezwaar op te nemen.
Datum
28 maart 2023 Zaaknummer
2022-002475 Blad
6 van 6
In het verweerschrift hadden wij reeds een tabel opgenomen (zie hieronder), waarin de maximaal te verbeuren dwangsom is uitgewerkt. Veolia heeft aangegeven deze toelichting te kunnen volgen. Het besluit is op dit punt nu dus duidelijker gemotiveerd.
Tot slot Gelet op het voorgaande blijven wij dus bij ons besluit. Voor een vergoeding van de kosten die Veolia in het kader van deze bezwarenprocedure heeft gemaakt, zien wij geen aanleiding. Wij hopen dat wij u voldoende hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Caroline van Halteren Teammanager Handhaving Dit document is zowel aangetekend als via de reguliere post verzonden. Eventuele bijlagen worden alleen meegezonden met de aangetekende verzending. Bijlage(n)
advies commissie Rechtsbescherming d.d. 27 februari 2023 verslag commissie Rechtsbescherming rapportage vijfde emissiemeting Veolia d.d. 24 januari 2023
Voor deze brief gelden:
Algemene wet bestuursrecht, artikelen 3:49, 7:11, 7:12 en 7:13, lid 6
Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit in beroep gaan. Richt uw beroepschrift aan: rechtbank Gelderland, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. U kunt uw beroepschrift ook elektronisch indienen door te mailen naar bestuursrecht.sv.overig.gld@rechtspraak.nl. Belanghebbenden kunnen een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van rechtbank Gelderland. Voor het behandelen van het beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u griffierecht. Zie www.rechtspraak.nl.