Schriftelijke bijdrage van Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK), d.d. 26-09-2025
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad Arnhem Ede, 26 september 2025 Per email verstuurd - robin.oosthout@arnhem.nl Geachte Raadsleden, De NHK (Nederlandse Haarden- en Kachelbranche) wil allereerst vooropstellen dat zo schoon mogelijke lucht ook de doelstelling van onze brancheorganisatie is. De sector is, meer dan wie dan ook, gebaat bij de schoonst mogelijke verbranding, want het gaat immers om het bestaansrecht van onze industrie. Vandaar dat de NHK ook in Nederland alles doet wat binnen haar mogelijkheden ligt om deze doelstelling te realiseren. Ondermeer ons kenniscenter, de door de overheid geacrrediteerde opleidingen voor installateurs, de inruilprogramma’s van oude toestellen, het trainen van omgevingsdiensten en boa’s en de tientallen stooktrainingen voor consumenten die ieder najaar door onze leden worden gegeven, zijn daar een voorbeeld van. In dit document willen wij, op zo beknopt mogelijke wijze, feitelijke informatie met u delen. Op basis van emoties kunt u geen juiste beslissingen nemen. In dit stuk spreken wij uitsluitend over het stoken van haardhout en houtpellets in openhaarden en toestellen (hout- en pelletkachels). 1.
De emissies van houtstook nemen al jaren sterk af en de nieuwe EU normen ten aanzien van luchtkwaliteit zullen dan ook, wat houtstook betreft, met een zekerheid van 95% worden behaald Volgens de RIVM emissieregistratie is de fijnstofemissie van houtstook tussen 1990 en 2019 met 33% gedaald (van 2,1 naar 1,4 kiloton). Volgens het laatste rapport van het PBL (Emissieraming luchtverontreinigende stoffen 2025) is de kans groter dan 95% dat de emissiedoelen zoals gedefinieerd in het SLA worden gehaald (50% gezondheidswinst in 2030). Het PBL voorspelt een verdere daling van fijnstof door houtstook tussen de 25-33%. Deze daling wordt vooral behaald door het vervangen van oude toestellen door nieuwe en door het saneren van oude openhaarden. Openhaarden zijn open stookplaatsen waaraan geen enkele norm ten grondslag ligt en die door NHK leden al sinds het jaar 2000 niet meer worden aangelegd. Ook volgens de RIVM monitoringsrapportage Luchtkwaliteit 2024 zijn geen aanvullende maatregelen voor houtstook noodzakelijk. Bronnen (links):
-
https://www.emissieregistratie.nl/ https://www.pbl.nl/publicaties/emissieramingen-luchtverontreinigende-stoffen-2025 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/12/20/monitoringrapportageluchtkwaliteit-2024#:~:text=Het%20RIVM%20toetst%20in%20dit,huidige%20Europese%20richtlijn%20voor%20luchtkwaliteit
2. Uit een recent rapport van advies- en ingenieursbureau TAUW blijkt dat de emissies van houtstook al vele jaren worden overschat Uit een recent onderzoek van advies- en ingenieursbureau TAUW uit Deventer in opdracht van de NHK uitgevoerd (zie bijlage), blijkt dat de emissiecijfers van haarden- en kachels jarenlang door de overheid veel te 1
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
hoog zijn ingeschat. De basis voor de cijfers vormt het jaar 2019. In dat jaar kwam het RIVM met nieuwe cijfers. Houtstook door huishoudens zou voor 23% bijdragen aan de fijnstofemissies uit Nederlandse bronnen, een stijging van maar liefst 130% ten opzichte van het jaar daarvoor. Het cijfer viel met name zo hoog uit omdat nu de gasvormige deeltjes (zogenaamde condensables) ook werden meegeteld. Nu blijkt dat door diverse oorzaken de berekeningen waarop dit cijfer gebaseerd was veel te hoog zijn uitgevallen. Door voortdurend naar boven af te ronden, een groot aantal veel te hoog uitgevallen aannames en inconsistenties in de berekeningen, hebben, volgens de onderzoekers van TAUW, tot een significante overschatting van de uitstoot van fijnstof door huishoudens van zeker 40% geleid. TAUW schat de bijdrage op maximaal 15%, aangenomen dat de overige bronnen wel juist in kaart zijn gebracht. Daar wordt momenteel nog onderzoek naar verricht wat binnenkort gepubliceerd zal worden.
Bronnen fijnstof PM 2,5* Buitenland 42% Nederland 31% Noordzee 5% Natuur 18% Overig 4% 100% * volgens CLO
Hierbij dient ook aangetekend te worden dat de grootste bron van fijnstof afkomstig is uit het buitenland (42%) en maar 31% uit Nederlandse bron (bron: Compendium van de leefomgeving). De hierboven genoemde 23% uit de rapportage van het RIVM is dus in feite maar 23% van 31%=7,13% van de totale fijnstoflast waar ons land mee te maken heeft, en indien wij het cijfers van TAUW van 15% toepassen zelfs maar 23% van 15%=3,45% van het totaal. Dit neemt niet weg dat de NHK ten doel heeft de emissies maximaal terug te brengen ook al heeft dat maar een beperkt effect.
Bronnen (links):
-
https://www.rivm.nl/nieuws/definitieve-emissiecijfers-over-2019-bekend https://www.clo.nl/indicatoren/nl047006-herkomst-fijnstof-pm10-en-pm25
3. Emissie versus concentratie versus blootstelling De in Nederland gepubliceerde emissiecijfers zijn theoretische berekeningen die achter het bureau gemaakt worden. In dit verband is het onderstaande schema verduidelijkend. Het RIVM publiceerde in 2019: “Hoewel de fijnstofemissie uit houtstook toeneemt tot ongeveer 23 procent van de landelijke emissie PM2.5, is de relatieve bijdrage van Nederlandse houtstook aan de totale achtergrondconcentratie1 van PM2.5 beperkt, ongeveer 4 procent”. Met andere woorden de hoeveelheid PM 2,5 in onze lucht afkomstig van houtstook is slechts 4 procent. Dat wil zeggen dat 96 procent afkomstig is van andere bronnen. En dan hebben wij het nog niet over blootstelling (de werkelijke inname van die fijnstof door een persoon). NB: RIVM en Milieu Centraal stellen in hun uitleg zelf dat concentratie de enigst juiste parameter is om gezondheidseffecten aan te 2
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
toetsen. De werkelijke blootstelling is volledig onbekend, maar gezien de geringe concentratie zal deze van houtstook bijzonder laag zijn. Bronnen (links):
-
https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-luchtkwaliteit-en-gezondheid/blootstelling-aan-luchtverontreiniging/vaststellen-van-luchtkwaliteit https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/milieuproblemen/luchtvervuiling-en-fijnstof/
4. De EU heeft nieuwe regels geïntroduceerd en werkt aan nieuwe regelgeving Alle hout- en pelletkachels moeten voldoen aan de EU typekeuringseisen voor het verkrijgen van het CE label. Deze eisen zijn onlangs aangescherpt in de nieuwe regeling de EN 16510. De keuring moet uitgevoerd worden door een door de overheid aangewezen Notified Body. In Nederland is dat SGS te Arnhem. De fabrikanten dienen daartoe hun toestellen aan te leveren aan het laboratorium van een Notified Body. Daarnaast moeten alle toestellen vanaf 2022 voldoen aan de Ecodesign eisen. Dit zijn aanvullende eisen op het gebied van emissies (PM, CO, NOx, etc.), rendement en eisen aan installatie- en bedieningshandleidingen. Omdat in onze buurlanden Ecodesign al vanaf 2018 werd ingevoerd, voldoen de meeste toestellen die vanaf die datum in Nederland zijn verkocht al aan de strengere eisen. Momenteel wordt gewerkt aan de nieuwe Ecodesign-eisen en vinden ook steeds updates plaats ten aanzien van de typekeuringseisen. Vanuit Brussel zit men er dus bovenop om voortdurend de lat hoger te leggen. Daarom stopt de ontwikkeling van toestellen niet en zal de emissie van toestellen voortdurend blijven afnemen. Dat zien wij ook duidelijk terug in de daling van de fijnstofemissies, conform rapportages van het RIVM en PBL zoals in nevenstaande tabel.
5. Nederland en Arnhem (bron RIGHT marktonderzoek) Nederland: In Nederland zijn 1,1 miljoen houtgestookte installaties in gebruik. Dat is 25% meer dan 6 jaar geleden. Verreweg de grootste stijging zit in het volume van pelletkachels. Door de subsidie van RVO in de periode 2016-2020 werd de pelletkachel op de kaart gezet. De daarop volgende energiecrises met torenhoge gasprijzen zorgde ervoor dat de groei doorzette. Inmiddels staan er in 140.000 woningen een pelletkachel, welke overwegend als hoofdverwarming wordt gebruikt. Het positieve is dat dit vrijwel allemaal recente toestellen zijn die aan de laatste regelgeving voldoen en een relatief lage uitstoot hebben. De grootste veroorzakers van fijnstof zijn de openhaarden. Daar zijn er nog 250.000 van in gebruik (in 2006 waren er dat nog 645.000). Hoewel deze openhaarden veel minder vaak gestookt worden, zijn zij verantwoordelijk voor 50% van de totale fijnstofemissies. 3
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
Van de in totaal 850.000 toestellen voldoen er circa 250.000 aan Ecodesign. Indien alle 1,1 miljoen installaties aan de Ecodesignnormen zouden voldoen daalt de fijnstofemissie met 66% (berekening conform cijfers RIVM emissieregistratie). In steden staan relatief veel minder houtstookinstallaties dan daarbuiten. Steden hebben meer hoogbouw, meer huurwoningen en minder gelegenheid om hout op te slaan.
ARNHEM 2024 Openhaarden Inzethaarden Houtkachels Pelletkachels
Arnhem: Wat opvalt is dat Arnhem een relatief groot aantal openAantallen % 2.953 41% haarden heeft, namelijk 41% van het totaal. Landelijk is dit maar 22%. 1.008 14% Openhaarden zijn het meest vervuilend omdat deze aan geen enkele wettelijke producteis hoeven te voldoen. Deze openhaarden staan 3.025 42% voornamelijk in oudere wijken met tweekappers of vrijstaande wo288 4% ningen. Hieruit blijkt tevens dat 70% van de totale fijnstof vracht in 7.274 Arnhem afkomstig is van de 2.953 openhaarden en slechts 30% van de overige toestellen (4.321 stuks). Indien alle 7.274 eenheden zouden voldoen aan Ecodesign zou dat een daling betekenen van de totale stofemissie van 85% (berekening conform model RIVM emissieregistratie).
6. Het huidige overheidsbeleid is niet gericht op verbieden maar op voorlichting Het huidige kabinetsbeleid is gericht op het geven van voorlichting op het gebied van houtstook en niet op het verbieden ervan. Zowel het PBL als het RIVM laten in de eerder genoemde rapportages zien dat de doelstellingen gehaald worden. Er is dus geen reden om van het huidige beleid af te wijken. De vorige staatssecretaris van IenW, de heer Chris Jansen, heeft de NHK in een gesprek op 2 april 2025 verzekerd dat er geen sprake is van een wijziging in beleid en er ook niet wordt gestreefd naar een houtstookverbod. De vanuit IenW ingezette en ondersteunde SLA koers is echter gericht op uitfasering, zo blijkt in de praktijk.
7. De Stookwijzer: juridische positie en beperkingen De Stookwijzer wordt vanuit het Schone Lucht Akkoord en door enkele gemeenten naar voren geschoven als beleidsinstrument. Daarvoor ontbreekt echter de noodzakelijke gevalideerde basis. RIVM bevestigt in beantwoording op vragen van de NHK (26 mei 2025) dat meldingen niet worden gevalideerd, dat niet wordt vastgesteld of de melding daadwerkelijk houtstook betreft en dat de bron vaak onbekend blijft. Het kan dus ook afvalverbranding of andere verbrandingsvormen betreffen. Gemeenten zijn volgens RIVM echter het enige bevoegd gezag en beslissen zelf of zij iets met meldingen doen. Daarmee erkent RIVM dat de Stookwijzer slechts een bewustwordingsinstrument is en geen bestuursrechtelijke status heeft. Belangrijk is dat de meldingen uit de Stookwijzer niet functioneren als formele klachten richting gemeenten, maar primair zijn en worden gebruikt om de parameters van het systeem zelf (zoals windkracht en luchtvochtigheid) te bepalen en aan te sturen. RIVM bevestigt dat in antwoorden op gestelde vragen. Daarmee ontstaat een zichzelf versterkend model, waarvan de uitkomsten weer gebruikt worden voor onterecht bevestigende beeldvorming van de ingestelde parameters aan de samenleving.
De vraag is dan ook: zijn deze parameters gebaseerd op voldoende onderzoek, met een directe en aantoonbare correlatie met houtstook? Het antwoord van RIVM luidt: Nee! Men heeft signalen opgehaald zonder directe bronrelatie aan te tonen. Het gevolg is dat gemeenten mede als gevolg daarvan geen objectieve en gevalideerde bodem hebben om op te handhaven. Kleurcodes (code oranje of code rood) die op deze parameters zijn gebaseerd, missen een 4
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
directe relatie met feitelijke houtstook. Laat staan dat een relatie met moderne vormen van houtstook aantoonbaar is. Handhaving wordt daarmee onmogelijk en is onjuist discriminerend, er is immers geen valide overtreding vast te stellen. Zo ontstaat een tandeloze tijger, een verbodsbepaling die niet afdwingbaar is en in feite slechts als ontmoedigingsinstrument fungeert. Uitblijvende handhaving in Amersfoort bevestigt bovenstaande waarneming. Het bestuursrecht vereist namelijk dat normen een deugdelijke wettelijke basis én handhaafbaarheid kennen. Kortom: beleidsvorming of handhaving op basis van de Stookwijzer is juridisch kwetsbaar, inhoudelijk omstreden, bestuurlijk contraproductief en maatschappelijk polariserend. De Amersfoortse wethouder Van Lammeren: “Ik denk dat het verbod het bij een rechterlijke toetsing wel haalt”. Zekerheid heeft ook Amersfoort geenszins, zou dat de reden zijn dat tot op heden nog niet gehandhaafd is? Bronnen (links):
-
https://boa-expertisecentrum.nl/news/view/f48fd2d3-a221-4825-8b71294f894b196b/handhaving-stookverbod-in-amersfoort-blijkt-lastig https://nos.nl/artikel/2539154-amersfoort-eerste-grote-stad-met-stookverbod
8. Milieu Centraal is door de Reclame Code Commissie op de vingers getikt voor haar campagne “Eerlijk over houtstook”. Onlangs stuurde de NHK alle gemeenten een brief over deze campagne “Eerlijk over houtstook” die dus niet zo eerlijk was (zie bijlage).
9. Hernieuwbare energie en betrouwbare lokale energiebron Houtstook levert een belangrijke bijdrage aan de hernieuwbare energie doelstelling van Nederland (en de EU), is een vorm van hernieuwbare energie (94% brandstof uit eigen land) en speelt een belangrijke rol bij energiearmoede en energiezekerheid in onzekere tijden van elektriciteitsproblemen en oorlogsdreiging (de burger dient zich van de overheid voor te bereiden). Hout- en pelletkachels spelen een toenemende rol als bijverwarming in woningen met een warmtepomp (te weinig capaciteit bij koud weer, te lange reactietijd). Nederland heeft een sterke sector van (exporterende) producenten van toestellen en dus ook een economisch belang. De huidige situatie is, dat consumenten in verwarring verkeren doordat verschillende gemeenten uiteenlopende maatregelen nemen zonder eerlijke, transparante en eenduidige onderbouwing. De consument is gebaat bij duidelijkheid en dus een consistent beleid van de overheid. Enkele gemeenten proberen met een houtstookverbod te komen, terwijl ze zelf toegeven dat dit onmogelijk te handhaven is. Dat versterkt het beeld van de onbetrouwbare overheid. Gelukkig zien wij daarin nu een kentering, waarbij meer gemeenten kiezen voor een kwalitatieve en houdbare aanpak. Mocht u nadere toelichting of ondersteuning wensen dan zijn wij daartoe gaarne bereid.
5
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
Met vriendelijke groet,
Rein Gelten
Gert Kooij
voorzitter NHK
vicevoorzitter NHK
De Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) is een brancheorganisatie met als doel, het bevorderen van de kwaliteit en installatie van hout-, pellet-, elektrisch- en (bio)gas- gestookte haarden en kachels voor lokale verwarming met als uitgangspunt maatschappelijke verantwoordelijkheid. De door de overheid geaccrediteerde Vakopleiding Installateur Haarden, Kachels en Rookkanalen en certificeringsregelingen voor installateurs vormen daarvoor een belangrijk fundament. Ook houden wij ons bezig met onderzoek naar marktomstandigheden en (installatie) techniek en zijn wij kennispartner voor diverse stakeholders, zoals de ministeries van EZK, BZK, IenW, gemeenten, PBL, CBS, NEN, RIVM, etc. Internationaal is de NHK ondermeer lid van de CEFACD (Europese brancheorganisatie voor lokale verwarmingsproducten) en benchmarken wij met zusterorganisaties in Europa. Ruim 130 bedrijven zijn aangesloten bij de NHK. De NHK is tevens lid van ONL (Ondernemend Nederland).
6
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
Hoe groot is de bijdrage van houtgestookte haarden en kachels aan de totale uitstoot landelijke fijnstof (PM 2,5) Verkennende studie naar de onderliggende data 29 augustus 2025
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Verantwoording Titel
Hoe groot is de bijdrage van houtgestookte haarden en kachels aan de totale uitstoot landelijke fijnstof (PM 2,5)
Opdrachtgever
Stichting Nederlandse Haardenen Kachelbranche
Projectleider
Berend Hoekstra
Auteur(s)
Huig Bergsma
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Aantal pagina’s
12 (exclusief bijlagen)
Datum
29 augustus 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2
Emissieramingen: berekeningen en aannames ........................................................................ 6 2.1
Houtdichtheid ..................................................................................................................... 7
2.2
Aantal stookinstallaties ....................................................................................................... 8
2.3
Aantal stookdagen ............................................................................................................. 9
2.4
Aantal stookuren .............................................................................................................. 10
3
Conclusie ................................................................................................................................. 11
4
Literatuur ................................................................................................................................. 11
3/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
1 Inleiding Fijnstof in het algemeen is schadelijk voor de gezondheid. Door overheidsbeleid is het gehalte aan fijnstof in de lucht de afgelopen 30 jaar sterk gedaald. Een deel van deze positieve trend is toe te schrijven aan de Europese regelgeving waar houtgestookte toestellen aan moeten voldoen en de daarop gevolgde ontwikkelingen van schonere apparaten. In de afgelopen jaren is daarnaast meer aandacht voor het verantwoord stoken van hout binnenshuis in haarden en kachels. De NHK (Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche) draagt bij aan het verder terugdringen van de fijnstofuitstoot door onder meer, het stimuleren van het uitfaseren van open haarden en het vervangen van verouderde toestellen van voor 2000, het aanbieden van opleidingen voor installateurs (DE erkenning) en het geven van landelijke stooktrainingen aan consumenten. Verder pleit de NHK om, naast de bestaande Ecodesign wetgeving voor nieuwe toestellen, deze ook toe te passen op tweedehands toestellen en verplicht regulier onderhoud door een DE erkende installateur te laten uitvoeren. Deze voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot verbetering van de luchtkwaliteit, maar vragen om een actieve houding en investering van eigenaren en de (lokale) overheden.
Op het moment dat deze inspanning niet geleverd wordt of kan worden, is een verbod op het gebruik van houtgestookte haarden en kachels een eenvoudige oplossing. Volgens de Emissieregistratie is de emissie van fijnstof van haarden en kachels (PM 2,5) tussen 1990 en 2019 met 33 % afgenomen van 2,1 naar 1,4 Kton exclusief condenseerbare. Tot 2030 wordt een verdere daling van 25 -33 % verwacht (RIVM). Ondanks deze forse cijfers daalt de fijnstofemissies van haarden en kachels langzamer dan die van andere bronnen, daardoor is het procentuele aandeel van de uitstoot van deze categorie toegenomen, zeker nu vanaf 2021 het aandeel condenseerbaar fijnstof in de berekeningen is toegevoegd. Door de gemodelleerde afname van fijnstof uit andere bronnen stijgt het relatieve aandeel van fijnstof uit houtgestookte haarden en kachels jaarlijks langzaam van 23 %1 voor 2020 naar ongeveer 25 %2 voor 2022. Berichtgeving hierover is overigens niet consistent, op de site van TNO wordt voor het jaar 2020 een percentage van 26 % genoemd.3 Bij de NHK bestaat twijfel aan de juistheid van het percentage van 25 % PM 2,5 fijnstof dat aan de houtgestookte haarden en kachels wordt toegeschreven. Volgens de data van de NHK komt dit niet overeen met de afname van het aantal open haarden en de toename van de EcoDesign stookinstallaties.
Verder twijfelt NHK aan de juistheid van de omvang van de andere bronnen, het niet voor alle bronnen meenemen van het condenseerbare deel van de de uitstoot en het weglaten van sommige andere bronnen.
1
GERAAMDE ONTWIKKELINGEN IN NATIONALE EMISSIES VAN LUCHTVERONTREINIGENDE STOFFEN 2023 Rapportage bij de Klimaat- en Energieverkenning 2022, Planbureau voor de Leefomgeving 2 EMISSIERAMINGEN LUCHTVERONTREINIGENDE STOFFEN 2025
Rapportage bij de Klimaat- en Energieverkenning 2024, Planbureau voor de Leefomgeving 3 https://www.tno.nl/nl/newsroom/insights/2023/03/extra-beleid-dreigt-overlast-houtrook/
4/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Figuur 1 Bijdrage van houtgestookte kachels en open haarden als onderdeel van "Other Stationary Combustion" in oranje afgezet in de tijd samen met andere fijnstof bronnen. Bron: EMEP Centre on Emission Inventories and Projections
Om inzicht te krijgen hoe de onderbouwing van de geraamde emissie van 25 % kunnen een paar op elkaar aansluitende paden gevolgd worden: • •
Welke data en aannames zijn gebruikt om tot deze raming te komen? In hoeverre wijkt de methodiek van de berekening van de totale emissie van gebruik van houtgestookte haarden en kachels af van de berekening van andere bronnen van fijnstof?
•
In hoeverre wijken de werkelijk gemeten emissiewaarden af van de gemodelleerde emissiewaarden?
In deze rapportage worden resultaten van een eerste verkenning van de openbare publicaties, onderzoeken en databases gegeven en betreft een bureaustudie die bestaat uit: • Het verzamelen en interpreteren van de onderliggende data, methodes en studies die gebruikt zijn als input voor het TNO Emissiemodel Houtkachels
5/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Aan de volgende onderwerpen wordt in dit rapport nog geen aandacht besteed. • •
Het raadplegen van wetenschappelijke en grijze literatuur over uitstoot van verschillende (hout)stookinstallaties en de vorming van secundaire fijnstof Onderscheid maken tussen verschillende type installaties en de invloed op de landelijke
• •
uitstoot Vergelijk van de Nederlandse publicaties met publicaties rond dit thema uit het buitenland Het achterhalen welke bronnen buiten beschouwing worden gelaten en wat hun potentiële bijdrage aan de uitstoot is
Er is al wel veel literatuur rond deze onderwerpen verzameld voor een eventueel aanvullend rapport. Bij de eerste lezing van de door TNO, RIVM, PBL en CBS gepubliceerde rapporten werd duidelijk dat de inschatting van de door het gebruik van houtgestookte haarden en kachels veroorzaakte fijnstofuitstoot een modelberekening is die gebaseerd is op een dataset met zeer veel parameters gebaseerd op subjectieve waarnemingen en inschattingen met een grote onzekerheid.
2 Emissieramingen: berekeningen en aannames De uitstoot van fijnstof (PM 2,5) wordt geschat aan de hand van het TNO Emissiemodel Houtkachels in beheer van TNO dat gebaseerd is op de input van verschillende met elkaar verweven parameters. Aan de basis ligt de hoeveelheid hout die er in Nederland verstookt wordt uitgedrukt in ton per jaar. Deze hoeveelheid wordt bepaald door verschillende factoren zoals herkomst en kwaliteit van het hout, totaal aantal stookinstallaties, percentage van het totaal per type stookinstallatie en stookgedrag. Omdat al deze factoren samen in verschillende combinaties sterk verschillende uitkomsten hebben en de beschikbare data niet uitgebreid genoeg zijn om dit goed te kunnen berekenen heeft TNO dit Emissiemodel Houtkachels gemaakt dat “de precieze samenstelling van het park van houtkachels en openhaarden schat en ook bijhoudt op basis van diverse directe en indirecte statistische basisgegevens (Visschedijk en Droge 2020).” Bovenstaande geeft aan dat het niet eenvoudig is een accurate schatting te maken en dat door meerdere aannames en onzekerheden aan elkaar te koppelen de uiteindelijke uitkomst een zeer grote foutenmarge heeft. Het CBS (Middelkoop 2019) geeft voor het houtverbruik alleen al een foutenmarge voor 2018 van ± 31 % op.
Dit geeft aan dat alleen op het houtverbruik alleen al de daarmee berekende fijnstofuitstoot flink onder- en overschat kan worden. Om nu inzicht te krijgen in de onderbouwing dat fijnstof afkomstig van huishoudelijk houtverbruik 25 % van de huidige totale uitstoot van fijnstof uitmaakt, zijn de rapporten en onderzoeken van CBS, RIVM, PBL en TNO die hieraan ten grondslag liggen kritisch doorgelezen. Vervolgens zijn ook wetenschappelijke studies, databases en modellen geraadpleegd. Het is onmogelijk om in korte tijd een compleet overzicht te krijgen van alle data, aannames en bevindingen die publiekelijk te raadplegen zijn. Wel kunnen in de geraadpleegde rapporten berekeningen en aannames aangewezen worden die voor een kritische evaluatie in aanmerking komen of nadere uitleg behoeven.
6/12
Kenmerk
2.1
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Houtdichtheid
De productie van fijnstof wordt uitgedrukt in g/kg hout. Omdat het houtverbruik meestal wordt uitgedrukt in kubieke meter, hetzij los gestort of strak gestapeld, moet er een rekenstap uitgevoerd worden waarin stapeldichtheid en soortelijk gewicht van het hout wordt meegenomen. In het rapport van Segers uit 2010 wordt nog uitgegaan van 300 kg/m3, terwijl in datzelfde rapport al wordt aangegeven dat de dichtheid van een kuub gestapeld hout kan variëren van 310 tot 500 kg/m3, afhankelijk van houtsoort, vochtpercentage en manier van stapelen. In 2013 wordt door dezelfde auteur gerapporteerd dat voor het berekenen van het houtverbruik in het vervolg 500 kg/m3 zal worden gehanteerd, met de uitleg dat TNO in het voorgaande rapport nog uitging van los gestort en nu van strak gestapeld haardhout. In het rapport van Segers uit 2013 wordt verder veel aandacht besteed aan de uitleg van de berekening van de nieuwe gemiddelde dichtheid van gestapeld hout. Hiervoor zijn de data uit CaRes (2012) gebruikt en voor de dichtheid gecorrigeerd van een vochtgehalte van 20 % naar 25 %. Bij controle van deze berekening door TAUW blijkt de gecorrigeerde dichtheid na herberekening 5 % lager te liggen dan de gecorrigeerde waarde van Segers (2013).
De uitkomst suggereert dat de correctie door Segers (2013) uitgevoerd is zonder rekening te houden met het vochtpercentage van 20 % gegeven door Ca-Res dat al in het hout aanwezig is of geen rekening te houden met de krimp van het hout bij het drogen. Tot slot moet een kanttekening worden gemaakt bij het feit dat Segers zijn grove inschatting baseert op subjectieve waarnemingen ingevuld in enquêtes zonder goede analytische onderbouwing. Feitelijke vochtpercentages worden in het conceptrapport Houtstapelonderzoek 2025 (Hamstra, 2025) wel aangeleverd. In het onderzoek onder 238 consumenten, rapporteerden de onderzoekers bij huisbezoeken in 88 % van de gevallen een vochtpercentage van minder dan 18 %. Tabel 1 Correctie van de dichtheid bij een hoger vochtpercentage door Segers (2013), TAUW en Glasenapp (2021). In de berekening van TAUW wordt rekening gehouden met het vochtpercentage dat door Ca-Res gegeven is. Aandeel
Vocht
Dichtheid
Vocht
Dichtheid
Dichtheid
Dichtheid
(%)
Vast
(%)
Vast
Vast
Glasenapp
Ca-Res
Segers
TAUW
(2021)
(2012)
(2013)
(2025)
kg/m3
kg/m3
kg/m3
kg/m3 689
% Rondhout, loof
71
20
730
25
779
741
Rondhout, naald
13
20
500
25
533
516
Afvalhout
16
10
600
10
600
600
Totaal
100
718
689
Een ander ding dat opvalt is dat de gemiddelde dichtheid van loofhout gegeven door Ca-Res hoog is. Houtsoorten als eik en beuk hebben een dichtheid rond de 700-730 kg/m3 maar maken ongeveer 55% van het aanbod haardhout uit (Segers 2013). Els (530 kg/m3), es (700 kg/m3), en berk (660 kg/m3) zijn ook gangbare haardhoutsoorten maar hebben een lagere dichtheid.
7/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
In het grijze circuit4 en in de wetenschappelijke literatuur (bijvoorbeeld Molinski 2016, Rami 2022) zijn voldoende data te vinden om te onderbouwen dat de door Ca-Res gehanteerde waarde voor loofhout aan de hoge kant is. De rapporten waar Ca-Res zelf naar verwijst voor de onderliggende data zijn niet meer toegankelijk via de links die in het document gegeven zijn. Bij het zoeken naar wetenschappelijke gemiddelde waarden voor Europa komt Glasenapp (2021) met een dichtheid voor loofhout waar na correctie voor het 25% vochtgehalte 689 kg/m3 uitkomt. Uitgaande van de data van Glasenapp (2012) en Hamstra (2025) is het aannemelijk te maken dat de berekende dichtheid door Segers ruim 10% overschat is.
2.2
Aantal stookinstallaties
Door van Middelkoop (2019) wordt het aantal stookinstallaties aanwezig in Nederlandse huishoudens geschat op 1,35 miljoen. Dit getal is gebaseerd op twee datasets verzameld via een via internet/telefonisch gedragsenquête afgenomen door het CBS en een daaraan gekoppelde woningopname door Susteen, gevolgd door een controleopname uitgevoerd door Arcadis. In de enquête hadden omgerekend 1,21 miljoen huishoudens aangegeven een stookinstallatie te bezitten en bij de inspectie van dezelfde groep werden omgerekend 1,1 miljoen houtstookinstallaties aangetroffen. Opvallend is dat deze groepen elkaar maar zeer matig overlappen: bij omgerekend 0,254 miljoen huishoudens werd tijdens de inspectie geen kachel aangetroffen terwijl dit wel door de geënquêteerde is aangegeven. Omgekeerd werden er wel 0,142 miljoen kachels aangetroffen bij huishoudens die hadden aangegeven er geen te hebben. Deze discrepantie is ook al voorgekomen bij een eerder onderzoek (Segers 2010) waarbij werd genoteerd dat “Meer dan 20 procent van de opnames niet bleek te voldoen aan de door VROM vastgestelde kwaliteitseisen.
De mogelijke gebrekkige kwaliteit van een deel van de opnames komt ook terug bij de verderop besproken inconsistenties tussen de woningopname en de gedragsenquête voor de houtkachels.” Destijds werd geconstateerd dat bij de mensen die in de enquête geen houtgestookte installatie hadden ingevuld er in veel gevallen aan de hand van foto’s wel een installatie werd aangetroffen. Hier kunnen twee kanttekeningen worden gemaakt: het gebruik van het woord “veel” en de herkenning van installaties aan de hand van foto’s. Ten eerste “veel” betekent meestal minder dan de helft anders had men wel “de meeste” of “meer dan de helft” gebruikt. Ten tweede, hoe goed is op een foto het verschil te zien tussen een gasgestookte installatie en een op hout gestookte installatie. Bij de mensen die wel een kachel hadden opgegeven die niet bij de inspectie werd aangetroffen werd de aanwezigheid onderbouwd met het opgegeven houtverbruik. Ook hier hadden “verreweg de meeste” mensen iets ingevuld en wordt de fout in zijn geheel geschoven op de lage kwaliteit van de woningopname (Segers 2010). De redenatie is nu dat, omdat beide datasets een onderschatting inhouden van het veronderstelde werkelijke aantal houtgestookte installaties de niet overlappende deelverzamelingen in hun geheel bij elkaar zijn opgeteld.
Hiermee worden de onzekerheden in de dataset genegeerd en is er per definitie sprake van een overschatting. Er wordt hier niet duidelijk gemaakt waarom een overschatting beter is dan een wat conservatievere schatting die aan de hand van deze data wel gemaakt had kunnen worden.
4
Hout | Soortelijk Gewicht
8/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Ook in het rapport van Middelkoop (2019) worden de beide niet overlappende deelverzamelingen bij elkaar opgeteld. Van Middelkoop (2019) voert aan dat de verschillen veroorzaakt kunnen zijn door het niet voorkomen van een aparte categorie “open haard” bij de woninginspectie waardoor deze deels buiten de dataset gevallen zijn. Ook de verwarring tussen een gas- en houtgestookte installatie zou mee kunnen spelen. Om inzicht te krijgen in deze potentiële verwarring wordt de groep van veelstokers (meer dan 20 dagen per jaar) in detail besproken, omdat deze de grootste invloed hebben op het jaarlijks totaal houtverbruik. Nadere analyse wijst uit dat van deze groep bijna 3% geen houtverbruik heeft opgegeven terwijl ook bij de inspectie geen houtstookinstallatie werd aangetroffen. Voor deze groep zou er verwarring kunnen zijn tussen gas- en houtgestookte installatie, ervan uitgaande dat de inspectie bij de overige 10% geen fouten heeft gemaakt bij de identificatie van het toestel. Er wordt niet ingegaan op de groep weinig stokers, terwijl de kans dat fouten worden gemaakt bij de identificatie van het toestel in deze groep aannemelijker lijkt dan bij mensen die regelmatig stoken. Dit is dan minder van invloed op het totaalverbruik aan hout, maar wel van invloed op het aantal houtgestookte installaties in Nederland.
Ook hier is per definitie sprake van een overschatting terwijl de data aanwezig zijn om tot een meer conservatieve schatting te komen.
2.3
Aantal stookdagen
Het totaal aantal stookdagen dat berekend wordt door van Middelkoop wordt berekend aan de hand van twee groepen; de groep die minder stookt dan 20 dagen per jaar en de groep die meer stookt dan 20 dagen per jaar. Voor de groep minder dan 20 dagen wordt het gemiddelde genomen van het aantal stookdagen per categorie, dus voor de categorie 1-5 dagen worden 3 dagen in de berekening meegenomen etc. Voor de veelstokers is de berekening verfijnd naar het aantal geschatte stookdagen per week voor drie seizoenen. In deze groep is het totaal berekend door de som te nemen van het gemiddeld aantal stookdagen per categorie te vermenigvuldigen met het aantal respondenten maal 13 weken en het aantal seizoenen. Om gevoel te krijgen hoeveel dit is: de extreme stokers hebben de kachel 9 maanden (273 dagen) per jaar aan en de veelstokers 4,6 maand (140 dagen). Voor alle bezitters van houtgestookte installaties komt dit neer op bijna twee maanden per jaar (57 dagen).
Aan de hand van de data van de extreme stokers komt de volgende vraag op: hoe reëel is het om te veronderstellen dat mensen aan het eind van de lente en het begin van de herfst hun kachel 5-7 dagen per week aan hebben? Het is zeer onwaarschijnlijk dat mensen eind mei/juni de kachel nog 7 dagen per week opstoken en het lijkt erop dat de mensen bij het beantwoorden van de vragen er geen rekening mee houden dat het eind van de lente en het begin van de herfst vrij warm zijn. Als de lente en de herfst als correctie voor de warme dagen met 1 maand ingekort worden voor de berekening van het aantal stookdagen, dan komen hier 116 dagen voor de veelstokers en 48 dagen voor alle houtgestookte installaties uit. Dit laatste getal komt zeer goed overeen met de 47 dagen voor de alle bezitters van houtgestookte installaties berekend met data uit het rapport van Hamstra (2024). Het is aannemelijk te maken dat de onderzoeksvraagstelling van Middelkoop leidt tot een overschatting in de orde van grootte van 17 %.
9/12
Kenmerk
2.4
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Aantal stookuren
Het houtkachelmodel van TNO rekent met stookuren per jaar terwijl de data van Middelkoop (2019) in stookdagen per jaar worden uitgedrukt. Als met het houtverbruik uit het houtkachelmodel de brandstofhoeveelheden per stookdag worden omgerekend naar stookuren komt dit uit op 6 á 7 uur per dag. Het aantal stookdagen per jaar en de brandstofhoeveelheden per dag variëren tussen de jaren aanzienlijk, mede door de statistische zwakte van de gebruikte dataset in combinatie met de variabele winters (Visschedijk 2020). Om deze reden is voor de berekening van het houtkachelmodel gekozen om de stookduur te koppelen aan de stookduur van aardgas per dag. Deze koppeling wordt zonder verdere toelichting aangevoerd, terwijl een CV gedurende de hele dag uit en aan schakelt en de meeste houtstokers alleen ’s avonds stoken. Ook is het niet reëel om er van uit te gaan dat elke keer dat hout gestookt wordt, dit gedaan wordt om gedurende die dag de CV te vervangen. Aardgas wordt gemiddeld 7 uur per dag gestookt, voor houtstook in inzetharden en vrijstaande kachels neemt Visschedijk (2020) aan dat dit 3 kwartier langer is. De stookduur van pelletkachels wordt gelijkgeschakeld aan die van aardgas omdat pelletkachels snel aan en af schakelen. Voor open haarden die als sfeerverwarming worden gebruikt wordt uitgegaan van 4 uur stookduur.
Om van stookdagen naar stookuren te komen heeft Visschedijk (2020) eenvoudigweg de data van Middelkoop (2019) genomen en die vermenigvuldigt met het getal dat hij gerelateerd aan de stookduur van gas heeft. Dit is duidelijk te zien aan de tabel in paragraaf 3.1.5 die, vermenigvuldigd met een factor 7,75, letterlijk overgenomen is uit tabel 3.16 van Middelkoop (2019). Naast het feit dat de data van Van Middelkoop (2019) overschat zijn door het meenemen van warme maanden in de berekening van de totale stookdagen, vallen er twee dingen aan te merken op de berekening van Visschedijk (2020): 1.
2.
Uit een onderzoek naar het voorkomen van PCDD/F en PCB’s in roet uitgevoerd door TAUW kwam naar voren dat 80 % van de deelnemers in het bezit van een vrijstaande of ingebouwde kachel minder dan 5 uur per dag stookt, en 41 % minder dan 3 uur (Bergsma 2024). De meeste mensen stoken ’s avonds na het werk tot aan vlak voor het naar bed gaan In de lente en herfst gaat de kachel vrijwel nooit vol aan, en vaak kortdurend om de kou uit de lucht te halen
Het is aannemelijk te maken dat de aanname van Visschedijk leidt tot een overschatting in de orde van grootte van 35 %.
10/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
3 Conclusie Zonder direct in de complexiteit van aantallen, type en leeftijd van haarden en kachels te duiken, valt op dat aan de basis van de houtkachelmodellen een aantal berekeningen en aannames gebruikt worden die allemaal lijken uit te gaan van een worstcasescenario voor wat betreft de uitstoot van fijnstof. De vraag is waarom dit nodig is en of dit terecht is, en sommige aannames gaan ruim voorbij aan wat nog voor een worstcasescenario zou kunnen doorgaan. De aangetroffen inconsistenties zijn ook na herhaaldelijk lezen en narekenen niet navolgbaar en vragen om nadere uitleg of verbetering. Het is duidelijk dat de huidige aannames en berekeningen leiden tot een significante overschatting van de uitstoot van fijnstof door houtstook in huiselijke en daarmee ook de gecorreleerde uitstoot van secundaire fijnstof. In het geval dat de relatie tussen gemodelleerd houtverbruik en fijnstofuitstoot in het model lineair is kan deze stapeling van worstcasescenario’s leiden tot een overschatting van ruim 50 %. De relatieve bijdrage van de houtgestookte kachels en haarden aan de totale uitstoot van fijnstof in Nederland in 2022 zou hiermee teruggebracht worden van 25 % naar minder dan 15 %.
4 Literatuur Bergsma, H.L.T, M. de Jong (2024) Aanwezigheid van PCDD/F’s en dl-PCB’s in assen en roeten uit houtkachels., TAUW kenmerk R001-1294993MAJ-V03-los-NL CA-RES (2012), Quality standard for statistics on wood fuel consumption of households. Concerted Action on the implementation of the Renewable Energy Sources Directive. EEA, EMEP/EEA air pollutant emission inventory guidebook 2019: Technical guidance to prepare national emission inventories. EEA Technical Report. Luxembourg: EEA–European Environment Agency, 2019 Glasenapp, S.; Fonseca, M.; Weimar, H.; Döring, P.; Aguilar, F. X. (2021): Conversion factors for residential wood energy in the European Union: an introduction to harmonizing units of measurement. In: Renewable and Sustainable Energy Reviews 138 Hamstra G. (2024) Rapportage onderzoek gebruiksintensiteit haarden en kachels 2024.Right Marktonderzoek. Hamstra G. (2025) Conceptrapportage Houtstapelonderzoek 2025.Right Marktonderzoek. Jansen, B., R. Dröge, (2011) Emissiemodel Houtkachels. TNO-060-UT-2011-00314. Februari 2011 Jansen, B., (2016) Vernieuwd Emissiemodel Houtkachels. TNO-rapport TNO 2016 R10318. Maart 2016
11/12
Kenmerk
R001-1301323HBM-V01-mwl-NL
Molinkski, W., Mania, P. & Tomczuk, G. (2016) The usefulness of different wood species for bow manufacturing. Folia Forestalia Polon. 58, 183 Rami D, Hodi D, Hodi A (2021) Modeling of Infuential machining parameters to the surface quality of wood. International Conference on Applied Sciences ICAS2021 Segers, R. (2010), Houtverbruik bij huishoudens. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Segers, R. (2013), Houtgebruik huishoudens WoON-onderzoek 2012. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Van Middelkoop, M., R. Segers. (2019) Houtverbruik huishoudens WoONonderzoek 2018. CBSsector Leefomgeving (SLO), oktober 2019 Visschedijk , A. & R. Dröge TNO (2020): Aanpassing TNO houtkachelmodel aan de WoON 2018 houtverbranding enquêteresultaten en prognoses van emissies van huishoudelijke houtkachels tot 2030, 24 november 2020. TNO 2020 R10652
12/12
Burgemeester en Wethouders Afschrift: Gemeenteraadsleden Afschrift: Beleidsmedewerker Luchtkwaliteit Ede, 20 augustus 2025
Betreft: Uitspraak procedure Reclame Code Commissie (RCC) van de Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) tegen Stichting Milieu Centraal (MC).
LS, Wij schrijven u naar aanleiding van de uitspraak van de Reclame Code Commissie (RCC) inzake een klacht ingediend door de Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) tegen de campagne van Milieu Centraal (MC): ”Eerlijk over houtstook”. In bovengemelde procedure is de naam van de campagne “Eerlijk over houtstook” door de RCC als misleidend bestempeld en in strijd met artikel 5 van de NRC, ondermeer omdat wetenschappelijk bewijs van gezondheidsschade door houtrook ontbreekt. Ook het in de campagne gebruikte symbool, het weckpotje met daarin zogenaamd fijnstof uit een houtkachel, is door de RCC bestempeld als “een vertekend beeld gevend van de werkelijkheid ”en als zodanig eveneens in strijd met artikel 5 van de NRC. De volledige uitspraak kunt u vinden op de website van de RCC of onder de volgende link. De campagne “Eerlijk over houtstook” is tot stand gekomen door nauwe samenwerking tussen ambtenaren van het ministerie van IenW en MC, op basis van een opdracht vanuit het ambtelijk apparaat. Als fundament voor deze opdracht diende een advies van een gespecialiseerd bureau in consumentengedrag, dat in opdracht van het ministerie van IenW is uitgebracht. Dit advies richtte zich op het ontwikkelen van een gedragsveranderingsprogramma met als doel het uitfaseren van houtstook.
Met andere woorden een veel hardere campagne waar men, zo nu is gebleken, niet geaarzeld heeft om consumenten angst aan te jagen en te misleiden. De NHK vraagt zich af waar deze beleidswijziging vandaan komt en waarom deze noodzakelijk was? Geen enkel beleidsstuk rechtvaardigt een dergelijke aanpak. Wij noemen slechts enkele voorbeelden: 1. In de Uitvoeringsagenda SLA 2024 -2030 is sprake van “ontmoediging” en het geven van “voorlichting”, maar staat niets over uitfasering of gedragsverandering van consumenten. 2. In de laatste emissieramingen van het PBL (Emissieramingen Luchtverontreinigende stoffen 2025) geeft het RIVM aan, dat de kans groter dan 95% is, dat de SLA emissiedoelen voor fijnstof van houtstook in woningen in 2030 wordt gehaald (door openhaarden en verouderde toestellen te vervangen door moderne Ecodesigntoestellen kan de fijnstofemissie met circa 2/3 worden teruggebracht). 3. In de RIVM Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit 2024 wordt met geen woord gerept over noodzakelijke aanvullende maatregelen om de meest recente EU fijnstofdoelstellingen te halen en/of dat aanvullende maatregelen ten aanzien van houtstook noodzakelijk zouden zijn.
1
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
4. De vorige Staatssecretaris, de heer Chris Jansen, heeft ons op 2 april 2025 geïnformeerd dat hij inmiddels had gesproken met MC. Hij benadrukte dat de opdrachtformulering achter de campagne niet overeenkomt met de standpunten van IenW en het huidige kabinetsbeleid, en dat deze daarom herzien moet worden. 5. Uit recente (nog niet gepubliceerde) cijfers blijkt het aandeel van fijnstof afkomstig van openhaarden en houtkachels aanzienlijk lager dan tot dusverre gerapporteerd. De NHK zal spoedig met deze gegevens naar buiten komen. Er lijkt sprake van een ambtelijke koers richting uitfasering van houtstook, zonder dat dit voortvloeit uit kabinetsbeleid of parlementaire besluitvorming. Hierdoor ontbreekt het politieke debat over deze koers en wordt het beleid buiten het zicht van de Kamer verschoven. Dit ondermijnt het vertrouwen in transparant en democratisch beleid. De Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) zet zich in voor verbetering van de luchtkwaliteit, met daarbij een toekomstbestendige houtstooksector. Houtstook levert een belangrijke bijdrage aan de hernieuwbare energie doelstelling van Nederland (en de EU), is een vorm van hernieuwbare energie (94% brandstof uit eigen land) en speelt een belangrijke rol bij energiearmoede en energiezekerheid in onzekere tijden van elektriciteitsproblemen en oorlogsdreiging (de burger dient zich van de overheid voor te bereiden).
Nederland heeft een sterke sector van (exporterende) producenten van toestellen en dus ook een economisch belang. De huidige situatie is, dat consumenten in verwarring verkeren doordat verschillende gemeenten uiteenlopende maatregelen nemen zonder duidelijke onderbouwing. De consument is gebaat bij duidelijkheid en dus een consistent beleid van de overheid. Enkele gemeenten proberen met een houtstookverbod te komen, terwijl ze zelf toegeven dat dit onmogelijk te handhaven is. Gelukkig zien wij daarin nu een kentering, waarbij meer gemeenten kiezen voor een kwalitatieve aanpak. De NHK ondersteunt dit door bijvoorbeeld omgevingsdiensten en boa’s te trainen op de bestaande wetgeving (Bbl, NEN normen, Ecodesign, etc.) en in te spreken op lokale bijeenkomsten. Daarnaast organiseert de NHK vanaf de herfstperiode wekelijks stooktrainingen voor consumenten door het hele land. Wij verzoeken u dringend om het houtstookdossier zorgvuldig te behandelen, gebaseerd op de beschikbare feiten en objectieve gegevens. Het is essentieel dat de communicatie naar burgers toe transparant, eerlijk en duidelijk verloopt, zodat er vertrouwen blijft bestaan en misverstanden en polarisatie worden voorkomen. Een correcte en open communicatie draagt bij aan een beter begrip van de situatie en bevordert de samenwerking tussen alle betrokken partijen.
Mocht u nadere toelichting of ondersteuning wensen dan zijn wij daartoe gaarne bereid. Met vriendelijke groet,
Rein Gelten - voorzitter
Gert Kooij - vicevoorzitter
2
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01
De Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) is een brancheorganisatie met als doel, het bevorderen van de kwaliteit en installatie van hout-, pellet-, elektrisch- en (bio)gas- gestookte haarden en kachels voor lokale verwarming met als uitgangspunt maatschappelijke verantwoordelijkheid. De door de overheid geaccrediteerde Vakopleiding Installateur Haarden, Kachels en Rookkanalen en certificeringsregelingen voor installateurs vormen daarvoor een belangrijk fundament. Ook houden wij ons bezig met onderzoek naar marktomstandigheden en (installatie) techniek en zijn wij kennispartner voor diverse stakeholders, zoals de ministeries van EZK, BZK, IenW, gemeenten, PBL, CBS, NEN, RIVM, etc. Internationaal is de NHK ondermeer lid van de CEFACD (Europese brancheorganisatie voor lokale verwarmingsproducten) en benchmarken wij met zusterorganisaties in Europa. Ruim 130 bedrijven zijn aangesloten bij de NHK. Wij zijn lid van ONL (Ondernemend Nederland).
3
Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche Postbus 404, 6710 BK Ede Telefoon (0318) 55 12 60 Email info@stichting-nhk.nl NL36 INGB 0675 2838 84, KvK 27178099 BTW nr. NL8076.56.616.B.01