Schriftelijke bijdrage van J. Hassink, d.d. 16-02-2025
Tekst van het document
Verzonden: zondag 16 februari 2025 Onderwerp: Plan van aanpak thuiszitters en mogelijkheden die onderwijszorgboerderij kan bieden Beste raadsleden, Wat goed dat er aandacht is voor het probleem van schooluitvallers en thuiszitters en dat jullie woensdag daar in de raad over praten aan de hand van een plan van aanpak. Graag wil ik jullie attent maken op de bijdrage die onderwijszorgboerderijen in het land leveren aan het terugleiden van thuiszitters naar school. We hebben vanuit Wageningen-UR, Radboud Universiteit, Praktikon en Kohnstamm instituut de afgelopen jaren landelijk onderzoek gedaan naar het functioneren van onderwijszorgboerderijen. De resultaten zijn heel positief. Het onderwijs op onderwijszorgboerderijen wordt gegeven door professionele leerkrachten. Ondanks de vaak complexe problematiek ontwikkelen leerlingen zich en komen ze weer tot leren. Ruim 80% van de leerlingen gaat weer terug naar school. Onderwijszorgboerderijen nemen bij leerlingen belemmeringen voor het leren vanuit het cognitief en sociaal-emotioneel functioneren weg. Hun werkhouding en zelfvertrouwen nemen toe, waardoor een terugkeer naar een voor hen passende vorm van onderwijs mogelijk wordt. Onderwijszorgboerderijen dragen hiermee bij aan het terugdringen van schooluitval en een gunstiger toekomstperspectief van leerlingen met complexe problematiek.
Wat werkt is de combinatie van een niet-schoolse “groene” omgeving en een pedagogische en didactische aanpak met veel aandacht voor ieder kind, waarbij het kind zich veilig en gehoord en gezien voelt. Daarnaast is de afwisseling tussen school- en boerderij-activiteiten helpend, zoals omgang met dieren en buiten zijn. De pedagogische aanpak is erop gericht dat een kind zichzelf leert kennen, leert begrijpen hoe zijn/haar gedrag op anderen overkomt, en dat het handvatten krijgt om ander gedrag aan te leren. De didactische aanpak kenmerkt zich door aansluiting bij ieders niveau en het zetten van kleine stapjes. Er worden dagelijks individuele doelen gesteld die ook worden geëvalueerd. Hierbij krijgen leerlingen veel positieve feedback en complimenten. Dit alles leidt tot een beter zelfinzicht, een betere werkhouding, meer zelfvertrouwen en uiteindelijk tot persoonlijke groei. Een knelpunt dat leerkrachten en onderwijszorgboeren vaak noemen is de belemmering die zij ervaren op het gebied van erkenning en financiering door de gemeente en onderwijspartners voor de onderwijszorgarrangementen die zij bieden. In Arnhem is Hoeve Klein Mariendaal door het onderwijs benaderd om een passend aanbod op gebied van onderwijszorg te bieden aan leerlingen die (dreigen) uit te vallen. Hoeve Klein Mariendaal gaat verbouwen en wil ruimte inrichten om in deze behoefte te voorzien.
Het plan van aanpak van de gemeente zou een mooie kans zijn om te verkennen of dit aanbod een goede bijdrage kan leveren aan het terugdringen van schooluitval en het aantal thuiszitters. In de bijlage vinden jullie een factsheet en het rapport over het landelijke onderzoek. Op dit moment zijn er in Arnhem en omgeving nog geen onderwijszorgboerderijen die professioneel onderwijs en ondersteuning combineren. We hopen dat er met het plan van aanpak ruimte ontstaat om een pilot op Hoeve Klein Mariendaal te starten.
Graag lichten we de plannen verder toe als daar interesse in is. Met vriendelijke groet Jan Hassink Voorzitter Hoeve Klein Mariendaal
Onderzoek naar onderwijszorgboerderijen voor leerlingen die op school zijn uitgevallen Jan Hassink1, Jan Willem Veerman2, Ronald De Meyer3, Marion van Binsbergen4 en Renate Wesselink1 1 Wageningen University & Research; 2 Radboud Universiteit; 3 Praktikon; 4 Kohnstamm Instituut
Wat is de uitdaging en het doel van het onderzoek? Schooluitval is een nog steeds groeiend probleem in onze samenleving. Er zijn de afgelopen jaren verschillende initiatieven ontplooid om hier wat aan te doen. Een van die initiatieven betreft de onderwijszorgboerderij, boerderijen die zowel zorg als onderwijs bieden. Het hoofddoel van het huidige onderzoek was na te gaan op welke manier onderwijszorgboerderijen bijdragen aan het verder voorkomen van uitval en een gunstiger toekomstperspectief van risicoleerlingen. Hiervoor werd gekeken naar de programma’s op verschillende onderwijszorgboerderijen, kenmerken van de leerlingen die instromen, hun ontwikkeling tijdens de boerderijperiode en wat daaraan bijdraagt.
Hoe is het onderzoek opgezet? Aan het onderzoek namen 56 leerlingen deel die startten op één van de 11 deelnemende locaties. Hun ouders vulden bij aanvang, tussentijds en bij afsluiting vragenlijsten in over het sociaalemotioneel functioneren van hun kinderen, de door hen meegemaakte stressvolle gebeurtenissen en door henzelf ervaren opvoedingsbelasting. Leerkrachten of andere begeleiders op de boerderijen vulden vragenlijsten in over het sociaal-emotioneel en cognitief functioneren van de leerlingen. Daarnaast werden voor 21 leerlingen interviews gehouden met leerkrachten, ouders en leerlingen zelf waarbij dezelfde onderwerpen aan bod kwamen, maar vooral werd ingegaan op werkzame elementen. Het onderzoek liep van augustus 2021 tot augustus 2023.
Wat kenmerkt de leerlingen? Bijna driekwart van de leerlingen heeft voor hun komst naar de boerderij een of meerdere perioden thuisgezeten. Meer dan de helft van de leerlingen komt van het speciaal onderwijs. Ruim een derde heeft een licht verstandelijke beperking (IQ < 85). Bijna 60% heeft een grote leerachterstand op de basisvaardigheden lezen, spellen en rekenen, 70% kent tekortschietende executieve functies, zoals grote prikkelgevoeligheid, geringe emotieregulatie en weinig taakgerichtheid. Leerkrachten en ouders zien bij ruim 66% van de leerlingen duidelijke problemen in het sociaal-emotioneel
1 | Onderzoek naar onderwijszorgboerderijen voor leerlingen die op school zijn uitgevallen
functioneren. Voor het merendeel zijn dit internaliserende problemen zoals teruggetrokken gedrag en depressie. Kenmerken van autisme blijken bij meer dan de helft van de leerlingen voor te komen. ADHD, angst en hechtingsstoornis komen bij rond een kwart tot een derde van de leerlingen voor. Ook is er bij bijna 30% van de leerlingen sprake van trauma. Al met al is er sprake van complexe problematiek van vaak langdurige aard.
Hoe ontwikkelen deze leerlingen zich? Tijdens de boerderijperiode trad er een statistisch significante verbetering op in het cognitief en sociaal-emotioneel functioneren van de leerlingen. Leerkrachten gaven aan dat het leren steeds minder belemmerd wordt door tekorten in executieve functies. Problemen in het sociaal-emotioneel functioneren, die eveneens een belemmering vormden voor het leren, namen significant af. Leerachterstanden op de basisvaardigheden werden enigszins ingelopen, maar niet significant. Bij de 41 leerlingen die in de onderzoeksperiode de boerderij verlieten zaten er 26 voor aanvang een of meerdere perioden thuis (63%), op het moment afsluiting betrof het maar 1 leerling (2%). Ruim 80% van de vertrekkers stroomt uit naar een vorm van (speciaal) onderwijs, de overige 20% naar een passende vervolgplek.
70
70
68
60 55
T-score
Percentage
65
50 45 40
64 62
35 30
66
Aanvang
Tussentijds
Afsluiting
Tekorten executieve functies
60
Aanvang
Tussentijds
Afsluiting
Beoordeling ouders Beoordeling leerkrachten
Afname problemen executief functioneren (links) en sociaal-emotioneel functioneren (rechts).
2 | Onderzoek naar onderwijszorgboerderijen voor leerlingen die op school zijn uitgevallen
Wat werkt er voor deze leerlingen? Wat werkt is de combinatie van een niet-schoolse “groene” omgeving en een pedagogische en didactische aanpak met veel aandacht voor ieder kind, waarbij het kind zich veilig en gehoord en gezien voelt. Daarnaast is de afwisseling tussen school- en boerderij-activiteiten helpend, zoals omgang met dieren en buiten zijn. De pedagogische aanpak is erop gericht dat een kind zichzelf leert kennen, leert begrijpen hoe zijn/haar gedrag op anderen overkomt, en dat het handvatten krijgt om ander gedrag aan te leren. De didactische aanpak kenmerkt zich door aansluiting bij ieders niveau en het zetten van kleine stapjes. Er worden dagelijks individuele doelen gesteld die ook worden geëvalueerd. Hierbij krijgen leerlingen veel positieve feedback en complimenten. Dit alles leidt tot een beter zelfinzicht, een betere werkhouding, meer zelfvertrouwen en uiteindelijk tot persoonlijke groei.
Conclusie Onderwijszorgboerderijen nemen bij leerlingen belemmeringen voor het leren vanuit het cognitief en sociaal-emotioneel functioneren weg. Hun werkhouding en zelfvertrouwen nemen toe, waardoor een terugkeer naar een voor hen passende vorm van onderwijs mogelijk wordt. Onderwijszorgboerderijen dragen hiermee bij aan het terugdringen van schooluitval en een gunstiger toekomstperspectief van leerlingen met complexe problematiek. Mogelijk kunnen de leerachterstanden op de basisvaardigheden, die tijdens de boerderijperiode stabiel bleven, verder ingelopen worden. Een knelpunt dat leerkrachten en onderwijszorgboeren vaak noemen is de belemmering die zij ervaren op het gebied van erkenning en financiering door de gemeente en onderwijspartners voor de onderwijszorgarrangementen die zij bieden.
Een uitgebreidere beschrijving van het onderzoek is te vinden in rapport: ‘Iedereen binnenboord door de inzet van de groene leeromgeving; Onderzoek naar onderwijszorgboerderijen voor leerlingen die op school zijn uitgevallen’; rapport WPR-1305; Jan Hassink, Jan Willem Veerman, Ronald De Meyer, Marion van Binsbergen, Renate Wesselink. Dit rapport is gratis te downloaden op https://doi.org/10.18174/647405
Meer informatie
Jan Hassink T +31 (0)317 48 05 76 E jan.hassink@wur.nl www.wur.nl/plant-research
3 | Onderzoek naar onderwijszorgboerderijen voor leerlingen die op school zijn uitgevallen