CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke bijdrage van dhr. H. Velvis - Hoogkamp Energie

Politieke Avond 19 januari 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Transitievisie Warmte1.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Arnhem, 29 november 2021 Deze korte notitie bevat de input van Hoogkamp Energie (HE) voor het rondetafelgesprek van 1 december 2021 over de Transitievisie warmte voor de gemeente Arnhem. Deze reactie van HE heeft vooral betrekking op de raakvlakken tussen het gemeentelijke beleid en de ontwikkeling op de Hoogkamp. Aangezien er voor de Hoogkamp in nauwe samenwerking met Gemeente en Alliander een lokaal warmtenet in voorbereiding is zullen veel van de onderstaande opmerkingen op dit onderwerp betrekking hebben. Bij het samenstellen van deze reactie hebben de volgende stukken als basis gediend: • TransitieVisie Warmte Gemeente Arnhem, d.d. oktober 2021 (hieronder aangeduid met TVW) • RaadsVoorstel TransitieVisie Warmte, zaaknummer 607165 (hieronder aangeduid met RVTVW) • WarmteNetStrategie en rolbepaling gemeente Arnhem, d.d. september 2021 (hieronder aangeduid met WNS) De reactie is opgedeeld in een aantal kopjes.

1. Warmtenetten en de rol van de gemeente a. Keuze voor een warmtenetstrategie Warmtenetten krijgen een grote rol toebedeeld in de TVW. Volgens WNS zou ca 40% tot ca 80% van de buurten dit als oplossing kunnen krijgen voor de warmtevoorziening. Het WNS rapport gaat uitgebreid in op warmtenetstrategie (blad 18 bijvoorbeeld). Van de beschouwde strategieën wordt nummer 3 en 4 als meest wenselijk gezien, respectievelijk “Inzet kleinschalige warmtenetten + uitbreiding bestaand warmtenet” en “Inzet op uitbreiding bestaand warmtenet”. Op blad 20 wordt vermeld dat strategie 3 de voorkeur heeft voor de korte termijn en dat voor de langere termijn strategie 3 of 4 nog nader overwogen kan worden. De keuze voor een strategie komt echter in de TVW en het RVTVW niet terug, terwijl dit nu juist duidelijk een visie bevat voor de transitie. Waarom is dit advies vanuit Berenschot niet opgevolgd? Dit zou juist heel richtinggevend zijn en voor de Hoogkamp zou het fijn zijn om te weten in welke grotere gemeentestrategie onze eigen ontwikkeling past. b. Keuze voor de rol van de gemeente in de ontwikkeling van warmtenetten In het WNS (blad 39 bijvoorbeeld) wordt gesproken over de rol van de gemeente in de ontwikkeling van de warmtenetten.

Dit raakt aan de feedback die door bewoners van de Hoogkamp gegeven wordt over het eigeninitiatief vanuit de wijk voor het ontwikkelen van een warmtenet en eventueel het oprichten van een energiecoöperatie. Door veel wijkbewoners worden nutsvoorzieningen zoals gas, elektra, water, riool en ook warmte gezien als een publieke zaak. De ontwikkeling van een warmtenet als publieke voorziening wordt door veel Hoogkampers als logisch en noodzakelijk geacht. Het overstijgt de individuele mogelijkheden van bewoners en raakt bovendien veel andere publieke belangen. Hoewel in de Hoogkamp zeer constructief samengewerkt wordt met gemeente en netbeerder Alliander, zou het van visie getuigen om als gemeente positie te kiezen voor een duidelijke rol. Vanuit HE zou dat dan best een stevige, richtinggevende en participerende rol mogen zijn. Met punt a wordt een duidelijke koers neergezet en met punt b zit er ook nog eens iemand aan het roer om die koers vast te houden. Wat HE betreft dus graag wat meer visie in de visie.

2. Onzekerheid over warmtebronnen Naar het oordeel van HE wordt er teveel onzekerheid gecreëerd over de warmtebronnen die de mogelijk 40% tot 80% van de buurten via warmtenetten van warmte gaan voorzien. Door deze onzekerheid wordt het speelveld onnodig breed gehouden, naar onze mening, en blijft de visie steken in termen als “verkennen” en “onderzoeken”. Nu heeft HE in de afgelopen 5 jaar zelf ook een zoektocht gedaan naar warmtebronnen in samenwerking met diverse adviesbureaus. De Hoogkamp mag dan een groene wijk zijn maar qua

energiebronnen is het meer een woestijn. Binnen HE wordt nu geopteerd voor een, door Alliander ontwikkeld, Buurt Energie Systeem (BES) welke hoofdzakelijk gebruikt maakt van lucht als bron. Deze bron wordt in de WNS als (onbeperkt, blad 71 bijvoorbeeld) bestempeld en is bovendien locatie onafhankelijk in te zetten. Samen met de transitiebrandstof aardgas kan op deze manier een warmtenet lokaal gevoed worden en later ook modulair uitgebreid met technieken van de toekomst. Via deze benadering kan dus, ondanks de onzekerheid over toekomstige bronnen toch gewerkt worden aan de ontwikkeling van de warmtenetten zonder dat toekomstige technieken zoals waterstof, groengas, geothermie etc uitgesloten worden. Sterker nog, met de warmtenetten kunnen bewoners juist “meeliften” op de ontwikkeling van duurzame bronnen in de toekomst en de vergroening van de elektriciteitsproductie. De opmerking op blad 33 van de WNS over “Centrale omgevingslucht warmtepomp” met daarbij “Nader te onderzoek en uit te werken optie” herkennen wij dan ook niet. Vanuit HE perspectief is het wat bevreemdend om te lezen over de grote onzekerheid rond warmtebronnen terwijl er best een modus te vinden is om met deze onzekerheid om te gaan zonder dat dat de warmtenet ontwikkeling hoeft te laten stagneren.

Naar ons idee zou er in de TVW minder onzekerheid terug moeten komen dan nu het geval is ten aanzien van de warmtebronnen. Daarbij zou er meer visie toegevoegd kunnen worden over hoe, ondanks onzekerheden, toch gewerkt kan worden aan duurzame warmtenetten waarbij toekomstige, nog onzekere, bronnen geïncorporeerd kunnen worden.

3. Ruimtelijk impact In de TVW wordt gesproken over de ruimtelijke impact van de energietransitie (ondermeer op blad 26). Voor HE is dit tot nog toe een belangrijkpunt geweest. In de eerste plannen besloeg het ruimtegebruik ca 40.000 m2 (zonnecollectorveld) waarover constructieve gesprekken met Gelders Landschap en Kastelen werden gevoerd. De huidig gekozen oplossing (centrale lucht warmtepomp met warmtenet) vergt slechts ca 120 m² maar inpassing daarvan stuit op conflicten met huidig beleid (kort samengevat “geen voorzieningen in grijs en groen”). Voor HE is dit erg frustrerend, zeker gezien het feit dat er al 5 jaar gewerkt wordt aan de wijk warmtevoorziening en de bewoners ook uitgebreid meegenomen zijn in dit proces. Dat het stoplicht vanuit een gemeenteorgaan nu na 5 jaar en veel vrijwilligersuren op rood (of in elk geval oranje) springt is lastig te accepteren en te verkopen richting de bewoners van de Hoogkamp. De TVW biedt nu vooral mogelijkheden aan decentrale energievoorzieningen als de betreffende buurt toevallig beschikt over een gebouw waarin de voorziening ondergebracht kunnen worden of over parkeerplaatsen die toevallig over zijn (wat waarschijnlijk nooit het geval is). Hoewel we heel prettig en constructief samenwerken met de gemeente, is het van belang dat er binnen de gemeente ook fysieke ruimte gecreëerd wordt om de transitie echt te realiseren.

Wanneer er toch sprake is van een rood stoplicht, van welk gemeenteorgaan dan ook, dan is het zaak dat zo vroeg mogelijk te communiceren zodat de juiste verwachtingen geschapen worden. Als HE in 2016 geweten had dat energie installaties niet geplaatst kunnen worden dan had dat veel tijd, moeite en telleurstelling bespaard. Daarnaast zijn wij van mening dat er qua ruimtebeslag van warmtecentrales een verkeerd beeld wordt geschapen in de TVW. Op blad 26 staat een link gegeven naar “de benodigde ruimte van de energietransitie”, via de link wordt informatie getoond van elektrische middenspanningstations waarbij met ca 16 m² grondoppervlak en ca 2 m bouwhoogte ca 200 woningen van elektra voorzien kunnen worden. Ter vergelijk: een warmtestation voor ca 200 woningen in de Hoogkamp beslaat ca 35 m² en heeft een bouwhoogte van ruim 5 m. De visie van “inpandig of aanpandig” plaatsen van warmte units is naar ons oordeel gebaseerd op een onderschatting van de benodigde ruimte. Het is belangrijk dat in deze visie meer realisme aangebracht wordt.

De tekst in TVW op blad 26 zou naar het oordeel van HE aangepast moeten worden op een aantal fronten: 1.

Bij de link naar de informatie van Liander op blad 26 zou specifiek vermeld moeten worden dat het om ruimtebeslag van elektriciteitsstations gaat. Voor warmtestations zou een separate verwachting van afmetingen op zijn plaats zijn. Daarbij zou er onderscheid gemaakt moeten worden tussen warmte overdrachtsstations (warmte uitwisseling tussen het hoofdwarmtenet en het wijknet) en stations waar

2.

3.

decentraal warmte opgewekt wordt. Deze laatste krijgen de voorkeur in de TVW (zie blad 24) maar vergen wel de meeste ruimte. De verwachte afmeting per aantal woningen voor de warmte units zou aangegeven kunnen worden, voorzien van een minimale en maximale waarde, afhankelijk van te kiezen techniek. Uit 1 zal blijken dat het ruimtebeslag significant is en het dus niet realistisch is om het maar even in of aan een bestaand pand te realiseren of door een paar parkeerplekken op te offeren. Warmte units in woonwijken zullen naar alle waarschijnlijkheid in het groen geplaatst moeten worden, gezien de omvang, waarbij natuurlijke inpassing extra aandacht vergt. De opmerking “Alleen bij hoge uitzondering mogen installaties in het groen geplaatst worden” behoeft daarom aanpassing en vooral meer realisme. De huidige zinsnede sluit een goed en evenwichtig gesprek over warmtetransitie versus groenbehoud bij voorbaat uit en dat is zowel jammer als onnodig. Wij stellen daarom voor om meer te spreken in termen van een groen-balans op buurtniveau waarbij gestreefd moet worden naar een behoud van de vierkante meters groen in de buurt die het betreft. Zo kunnen verharde gebieden in sommige gevallen prima vergroend worden (wat de leefbaarheid zelfs verhoogd) maar diezelfde verharde gebieden zijn lang niet altijd geschikt voor het plaatsen van grote warmte units.

Zo is tenminste de ervaring in de Hoogkamp. Tenslotte zou uit de tekst moeten spreken dat de gemeente er alles aan doet om in samenspraak met de betreffende buurt de fysieke ruimte beschikbaar te stellen die nodig is om de warmtetransitie mogelijk te maken.

4. Midden Temperatuur (MT net) op 70 °C Tenslotte nog een punt wat bij de Hoogkamp veel respons uit de wijk heeft opgeleverd: de temperatuur van het MT net: 70 °C (zie bijvoorbeeld WNS blad 19). Hier wordt ook vanuit gegaan bij het warmtenet in de Hoogkamp. Dit leidt echter tot veel onzekerheid en vragen vanuit bewoners. De angst is dat de woningen niet warm worden bij deze temperatuur of in elk geval niet snel genoeg. Of deze angst terecht is of niet laten we in het midden maar feit is wel dat woningeigenaren alleen akkoord gaan met aansluiting als ze garantie hebben dat deze temperatuur voldoende voor hen is. Dit punt zal dan ook goed onderbouwd moeten worden als deze nettemperatuur op grote schaal ingezet gaat worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=c4ee644f-8a10-4f13-86e8-82304b46d888