Schriftelijke bijdrage op het voorstel - Europarcs Hooge Veluwe d.d. 19-05-2026
Tekst van het document
Van: M. Gideonse | Advocatenkantoor Gideonse Onderwerp: De Hooge Veluwe / Arnhem - reactie behandeling raadsvoorstel vergunningplicht voor campings en vakantieparken bij de gemeenteraad Arnhem EuroParcs heeft begin dit jaar ook al een zienswijzegesprek met de ambtelijke ondersteuning gevoerd en daarbij gewezen op de vraag of het doel in dit geval wel het middel heiligt. De overheid belijdt met de mond weliswaar dat zij de regeldruk wil verminderen, maar in de praktijk stapelt zij juist voortdurend nieuwe regelgeving op nieuwe regelgeving voor de ondernemer met het idee om maar meer grip en controle op allerlei gesignaleerde problemen te krijgen, aangezien bestaande instrumenten daarvoor niet toereikend zouden zijn, meestal vanwege zowel kwantitatieve als kwalitatieve capaciteitsproblemen aan haar kant. Dus dan meer weer nieuwe regelgeving, terwijl op voorhand duidelijk is dat diezelfde capaciteitsproblemen zich in het nieuwe spoor zich evenzeer zullen voordoen. En de lastendruk voor de ondernemers neemt daardoor alleen maar toe. Zo ook in dit geval. In het voorstel blijkt naar de mening van EuroParcs totaal niet waarom de bestaande instrumenten – zoals de Opiumwet, de Gemeentewet, de bestaande APV en de Omgevingswet – niet zouden voldoen. Dat geldt ook voor de effectiviteit en de uitvoerbaarheid van de voorgestelde regeling.
Ook is niet duidelijk wat in het voorstel wordt bedoeld met het door exploitanten weren van ‘niet-bonafide ondernemers’. EuroParcs wijst er bovendien op dat de voorgestelde regeling voor wat betreft het toepassing geven aan weigeringsgronden, veel te rigide is. Ik citeer: "Artikel 2.3a.4 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 weigert de burgemeester de vergunning als: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3a.3 gestelde eisen; b. de exploitant of beheerder de leeftijd van eenentwintig jaar niet heeft bereikt; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan; e. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het vakantiepark, of de openbare orde door de exploitatie van de camping of het vakantiepark op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed."
Dit artikel leidt op deze manier bij 1 van de genoemde weigeringsgronden reeds tot een dwingende, negatieve beschikking, namelijk dat de burgemeester MOET weigeren, bijvoorbeeld als er strijd is met het omgevingsplan. In het geval van EuroParcs zijn de recreatieverblijven grotendeels in eigendom van derden. EuroParcs doet als exploitant overigens zelf al heel veel aan compliancy, maar kan desondanks niet in alle gevallen voorkomen dat mensen bijvoorbeeld niet-recreatief huren/gebruikmaken van een recreatieverblijf op haar verblijfsrecreatieterrein en dat aldus zich strijd met het omgevingsplan voordoet. Sterker, EuroParcs wijst erop dat de gemeente Arnhem in het recente verleden zelf ook recreatieverblijven ten behoeve van tijdelijke niet-recreatieve bewoning bij haar heeft gehuurd voor bepaalde doelgroepen. En in het algemeen: bepaalde zaken houdt ook de voorgestelde regeling niet tegen. Conform geciteerde dwingendrechtelijke bepaling zou dit dan automatisch tot een gebonden beschikking in de vorm van de weigering van de verplichte exploitatievergunning leiden en vervolgens tot veel juridische discussie.
EuroParcs exploiteert zo’n veertig verblijfsrecreatieterreinen in Nederland en weet uit ervaring hoe kostbaar, tijdrovend, langdurig en onnodig een dergelijke discussie kan zijn, waarbij ook het automatisch/arbitrair inzetten van het Bibob-instrument ook niet onvermeld kan blijven. Zij is dan ook van mening dat de voorgestelde regeling inzake het toepassing geven aan weigeringsgronden in elk geval als discretionaire bevoegdheid voor de burgemeester – dus als een zogenaamde kan-bepaling – zou moeten worden opgenomen, zodat – ook uit hoofde van rechtszekerheid - ruimte voor een belangenafweging en een evenredigheidstoets ontstaat. Maar resumerend roept zij de leden van de raad op vooral kritisch naar nut en noodzaak van de voorgestelde regeling te kijken in relatie tot het beoogde doel en de zonder meer dreigende en buitenproportionele lasten voor de recreatieondernemer. Dank voor uw aandacht! Met vriendelijke groet, M. Gideonse advocaat