Ruimtelijke onderbouwing Zorgvlietstraat 4 met bijlagen - geanonimiseerd
Tekst van het document
Pade TV Pres
Cluster Beleid en Regie, Gemeente Arnhem
Omgevingsvergunning Ruimtelijke Onderbouwing
Colofon Plan: Gemeente: Plannummer: IMRO-identifi c atie: Huidige status: Plantype:
Padelbanen TV Presikhaaf Arnhem
Locatie:
Projectleider: Datum:
6-6-2024
Padelbanen TV Presikhaaf
Padelbanen TV Presikhaaf
Inhoudsopgave Hoofdstuk1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Het besluitgebied
5
1.3
Geldende planologische regeling
6
1.4
Leeswijzer
7
Hoofdstuk2
Het initiatief
9
2.1
Bestaande situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
10
2.3
Ruimtelijke effecten
11
Hoofdstuk3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.1.1 (Barro)
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
13
3.1.3
Toetsing rijksbeleid
14
3.2
13
Provinciaal beleid
14
3.2.1
Omgevingsvisie
14
3.2.2
Omgevingsverordening
14
3.2.3
Toetsing provinciaal beleid
15
Gemeentelijk beleid
15
3.3.1
Structuurvisie Arnhem 2020 - 2040
15
3.3.2
Omgevingsvisie Arnhem
16
3.3.3
Sportvisie - Arnhemse visie op sport & bewegen
16
3.3.4
Toetsing gemeentelijk beleid
16
Hoofdstuk4
Milieu- en omgevingsaspecten
17
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
17
4.1.1
Algemeen
17
4.1.2
Toetsing
17
4.1.3
Conclusie
17
Bodem
17
4.2.1
Algemeen
17
4.2.2
Toetsing
17
4.2.3
Conclusie
17
Geluid (Wet geluidhinder)
18
4.3.1
Algemeen
18
4.3.2
Toetsing
18
4.3.3
Conclusie
18
Luchtkwaliteit
18
4.4.1
Algemeen
18
4.4.2
Toetsing
19
4.4.3
Conclusie
19
3.3
4.2
4.3
4.4
2
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
4.5
Externe veiligheid
19
4.5.1
Wettelijk kader
19
4.5.2
Toetsing
20
4.5.3
Conclusie
21
Bedrijven en milieuzonering
22
4.6.1
Algemeen
22
4.6.2
Toetsing
22
4.6.3
Conclusie
23
Water
23
4.7.1
Beleid
23
4.7.2
Situatie besluitgebied
24
4.7.3
Watertoets
25
4.7.4
Overleg
26
4.7.5
Conclusie
26
Archeologie en cultuurhistorie
26
4.8.1
Algemeen
26
4.8.2
Toetsing
26
4.8.3
Conclusie
26
4.6
4.7
4.8
4.9
Ecologie
26
4.9.1
Algemeen
26
4.9.2
Toetsing
26
4.9.3
Conclusie
27
Verkeer en parkeren
27
4.10.1
Algemeen
27
4.10.2
Toetsing
27
4.10.3
Conclusie
29
Kabels en leidingen
29
4.11.1
Algemeen
29
4.11.2
Toetsing
29
4.11.3
Conclusie
29
4.10
4.11
4.12
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
29
4.12.1
Algemeen
29
4.12.2
Economische uitvoerbaarheid
29
4.12.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
29
Conclusie
31
Hoofdstuk5
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
3
Padelbanen TV Presikhaaf
4
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De tennisvereniging in Presikhaaf heeft samen met de gemeente Arnhem het initiatief genomen voor het aanleggen van vier padelbanen op en aansluitend aan het bestaande tenniscomplex. De padelsport is een relatief nieuwe sport waarvoor veel belangstelling is. De gemeente beschikt over onvoldoende banen om te kunnen voorzien in de behoefte. Door de aanleg van de banen wordt voorzien in een vraag en worden de inwoners van Arnhem gestimuleerd om te bewegen. Dit is onderdeel van een bredere samenwerking tussen de tennisverenigingen, sportbedrijf Arnhem en de gemeente Arnhem om padel als sport op een goede manier toe te voegen aan het Arnhems sportaanbod. De gemeente wil een goed 'padel-klimaat' realiseren door o.a. de investeren in goed kader, samenwerking tussen verenigingen en sportbedrijf en het laagdrempelig en toegankelijk houden van de padelsport voor alle Arnhemmers. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de aanleg van de banen niet toegestaan. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om, ondanks de strijdigheid met het bestemmingsplan, een omgevingsvergunning te verlenen voor het initiatief. Hierbij wordt als voorwaarde gesteld dat de betreffende activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing toont aan dat het initiatief hieraan voldoet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem heeft daarom het voornemen om met toepassing van artikel 2.10 in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van de padelbanen.
1.2
Het besluitgebied
Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de aanleg van padelbanen op het terrein van Tennisvereniging Presikhaaf aan de Zorgvlietstraat 4 in Arnhem. Het tenniscomplex is gelegen in de wijk Elsweide. Aan de noordkant is het tenniscomplex begrensd door de snelweg A12. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het besluitgebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het besluitgebied wordt verwezen naar Bijlage 1.
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
5
Padelbanen TV Presikhaaf
Besluitgebied op topografische kaart
1.3
Geldende planologische regeling
Het besluitgebied valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Elsweide - Over het Lange Water' vastgesteld op 29 juni 2009 door de gemeenteraad van Arnhem. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het besluitgebied de bestemmingen 'Sport' en voor een klein gedeelte de bestemming 'Groen Park'. Daarnaast is op de noordelijke grens de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' aanwezig. Op de navolgende verbeelding is het besluitgebied (rood omlijnd) weergegeven op een uitsnede van het geldende bestemmingsplan.
Besluitgebied weergegeven op verbeelding geldend bestemmingsplan
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor sport, groen- en speelvoorzieningen alsmede watergangen, waterpartijen en andere voorzieningen voor de waterhuishouding en voorzieningen voor het verkeer en straatmeubilair, alsmede voor ondergeschikte horeca. De voor 'Groen - Park' aangewezen gronden zijn bestemd voor park- en groenvoorzieningen, waaronder recreatieve- en speelvoorzieningen, het behoud of herstel van de op deze gronden voorkomende dan wel 6
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
daaraan eigen landschappelijke-, ecologische- en natuurwaarden, watergangen, waterpartijen, waterinfiltratievoorzieningen en andere voorzieningen voor de waterhuishouding. De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het transport van vloeibare brandstoffen aardgas door een hoofdtransportleiding. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd tot een hoogte van maximaal 2 m. Voor de gronden binnen het besluitgebied gelden tevens de volgende bestemmingsplannen: 'Facetplan parkeren' Dit bestemmingsplan is opgesteld om het gemeentelijk parkeerbeleid integraal te regelen. 'Facetplan woningsplitsing en verkamering' Hierin is het het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningsplitsing en verkamering integraal is geregeld. De realisatie van de padelbanen zijn op basis van de regels van het geldende bestemmingsplan 'Elsweide - Over het Lange Water' grotendeels wel toegestaan qua gebruik (binnen de bestemming 'Sport), maar niet voor wat betreft de bouwregels. Om het initiatief alsnog mogelijk te maken, moet door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem op basis van artikel 2.10 in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3, van de Wabo een omgevingsvergunning worden verleend.
1.4
Leeswijzer
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing bestaat uit deze toelichting en kaart van het besluitgebied. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. In Hoofdstuk 3 volgt de haalbaarheid van het plan op het gebied van beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten zoals water, ecologie, archeologie en verkeer en parkeren. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de afweging ten aanzien van het initiatief en de uiteindelijke conclusie.
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
7
Padelbanen TV Presikhaaf
8
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het besluitgebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.
2.1
Bestaande situatie
Het initiatief voorziet in de aanleg van vier padelbanen op het terrein van Tennisvereniging Presikhaaf aan de Zorgvlietstraat 4 in Arnhem. Twee bestaande tennisbanen (smashcourt) maken plaats voor de vier padelbanen. Het tenniscomplex is gelegen in de wijk Elsweide. Aan de noord(oost)kant is het tenniscomplex begrensd door de snelweg A12.
Besluitgebied op luchtfoto
Vogelvlucht huidige situatie, gezien vanuit het westen
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
9
Padelbanen TV Presikhaaf
2.2
Toekomstige situatie
Twee bestaande tennisbanen maken plaats voor de vier padelbanen. De padelbanen worden aangelegd op de tennisbanen die de grootste afstand hebben tot de omliggende woningen aan de Zorgvlietstraat en Moersbergenlaan. De banen hebben elk een afmeting van circa 20 m bij circa 10 m. De wanden van de banen hebben een hoogte variërend van circa 3 m tot circa 4 m. De constructie van de wanden bestaat deels uit gehard glas en deels uit een staal in gaaspatroon. De bodem van de banen bestaat uit een drainbeton (waterdoorlatende) fundering met kunstgras. Bij de padelbanen worden tevens lichtmasten geplaatst (vier per baan). Deze hebben een hoogte van circa 6 m. Deze hoogte is beduidend lager dan de hoogte van de huidige masten bij de tennisbanen. Op navolgende afbeeldingen is de situering van de padelbanen op het bestaande tenniscomplex weergegeven.
Bovenaanzicht toekomstige situatie
10
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Vogelvlucht toekomstige situatie
Aanzicht toekomstige situatie
2.3
Ruimtelijke effecten
De padelbanen worden op een bestaand sportpark gerealiseerd, daardoor vindt er geen nieuw ruimtebeslag plaats en kan er gebruik worden gemaakt van reeds aanwezige faciliteiten. De maximale bouwhoogte van de wanden van circa 4 m zorgt niet voor een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. De wanden zijn transparant en niet aan openbaar toegankelijk gebied gelegen. Ze zijn dus vanuit de openbare ruimte niet zichtbaar. De wanden rondom de padelbanen tasten de ruimtelijke structuur niet aan en hebben geen negatieve invloed op het omliggende woongebied. De padelbanen worden op de bestaande tennisbanen gerealiseerd, zodat er geen groen (oppervlak, bomen en struiken) hoeft te worden verwijderd. Ook is er reeds verlichting aanwezig. De nieuwe verlichting is lager en zal minder uitstraling hebben naar het naastgelegen groen, wat positief is voor lichtgevoelige faunasoorten. "Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
11
Padelbanen TV Presikhaaf
12
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken voor voorliggende initiatieven, worden in dit hoofdstuk behandeld. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor de ontwikkelingen.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; Steden en regio's sterker en gezonder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
13
Padelbanen TV Presikhaaf
3.1.3
Toetsing rijksbeleid
Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Op basis van de 'Handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking' van het ministerie van I en M worden onder 'andere stedelijke voorzieningen' accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure geschaard. Omdat sprake is van de realisatie van padelbanen op een bestaand sportpark wordt het initiatief niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Om die reden is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Met het initiatief zijn geen overige nationale belangen gemoeid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie
Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor de initiatieven zijn de ambities voor het woon- en leefklimaat van toepassing. Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen.
In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. 3.2.2
Omgevingsverordening
De provincie Gelderland beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening is op 24 september 2014 vastgesteld en daarna meerdere malen geactualiseerd. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in 14
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend initiatief zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'bescherming gronden drinkwater' en 'klimaatadaptatie' relevant. Bescherming grond- en drinkwater Het besluitgebied bevindt zich in een 'intrekgebied'. In artikel 2.38 is opgenomen dat in ruimtelijke plannen die plaatsvinden in een intrekgebied, geen functies zijn toegestaan die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. Instructieregelklimaatadaptie (art. 2.65b) Voor zover een initiatief een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. 3.2.3
Toetsing provinciaal beleid
Met de realisatie van de padelbanen wordt een impuls gegeven aan het sportvoorzieningenniveau en het verenigingsleven in de wijk Elsweide. Doordat de padelbanen op een bestaand sportpark worden gerealiseerd, vindt er geen nieuw ruimtebeslag plaats en kan er gebruik worden gemaakt van reeds aanwezige faciliteiten. Het initiatief voorziet niet in de winning van fossiele energie. In het kader van klimaatadaptie wordt opgemerkt dat de bodem van de padelbanen bestaan uit een drainbeton fundering. Deze heeft goede waterdoorlatende eigenschappen waardoor wateroverlast wordt voorkomen. De aspecten waterveiligheid, droogte en hitte zijn gezien de aard en ligging van het initiatief niet van toepassing. Het initiatief is in overeenstemming met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Arnhem 2020 - 2040
Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en initiëren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het besluitgebied maakt geen deel uit van één van deze koersgebieden. Tevens zijn er in de structuurvisie geen thema's opgenomen die relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling. Karakteristiek bestaand ruimtelijk milieu In de structuurvisie wordt een karakteristiek geschetst van de bestaande ruimtelijke milieus in de stad. De karakterisering bestaat uit een korte beschrijving van de historische context, de ligging in de stad en de ruimtelijke kenmerken. Het gaat daarbij om ruimtelijke kenmerken die karakteristiek zijn voor die milieus en daarmee bepalend voor de diversiteit van de stad. Het besluitgebied is aangeduid als 'Stad van licht, lucht en ruimte'. De oorlog leidt tot vele verwoestingen in Arnhem.
Het Wederopbouwplan voor Arnhem van Leupen en Van der Laan is opgezet volgens het principe van licht, lucht en ruimte dat wordt bepleit door het C.I.A.M. (Congrès Internationaux d’Architecture Moderne). Het wederopbouwplan omvat onder meer de herbouw van een groot deel van de binnenstad, grote verkeersdoorbraken, het doorzetten van door de oorlog gestaakte uitbreidingsplannen zoals in Malburgen, en de bouw van een grote nieuwe wijk in Presikhaaf. De basisgedachte van het C.I.A.M. is in de basis nog steeds die van de tuinstad, maar dan met een industriële benadering van "Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
15
Padelbanen TV Presikhaaf
bouwen, een strikte scheiding van functies, scheiding van voetganger en fietser van automobilist en een puur functionele benadering van architectuur en stedenbouw. De zoektocht naar de ideale, meest efficiënte verkaveling beheerste in deze periode gedwongen door de grote woningnood het debat onder stedenbouwers. Hoogbouw was hierbij onvermijdelijk. Met name Presikhaaf zal uitgroeien tot een schoolvoorbeeld van een C.I.A.M.-wijk. Ruimtelijk kenmerkt de 'Stad van licht, lucht en ruimte' zich door: Verkeer bepaalt de structuur van wijk of stadsdeel; Scheiding van wonen, werken, verkeer en ontspanning; Orthogonaal stratenpatroon met bebouwing in groene setting; Veel openbaar groen zoals wijkparken, in plaats van privégroen; Geen klassieke bouwblokken, maar experimentele verkavelingsvormen zoals strokenbouw en hofverkaveling; Stempelbouw: variatie van grondgebonden en gestapelde woningen binnen clusters, die identiek herhaald worden; Flatbouw en andere hoogbouw met name aan invalswegen en belangrijke singels; Openbare gebouwen solitair in de ruimte (geldt ook voor historische monumenten in de oude stad); Seriematige woningbouw productie, beton, prefab en eenvormigheid; Radicale breuk met tradities en het verleden. Uiterlijke vorm volgt uit de functie van een gebouw; Architectuurstijlen: modernisme, functionalisme. Geen ornamentiek. Meer platte daken. 3.3.2
Omgevingsvisie Arnhem
De gemeente Arnhem heeft inmiddels een ontwerp Omgevingsvisie opgesteld. De omgevingsvisie gaat over de toekomst en de leefomgeving van Arnhem. De omgevingsvisie geeft een beeld van Arnhem in 2040. In 2040 wil de gemeente een groene, vitale stad zijn met ruimte voor meer inwoners en bedrijvigheid. Omdat de omgevingsvisie ten tijde van schrijven nog in de ontwerpfase is, wordt voor dit initiatief getoetst aan de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. 3.3.3
Sportvisie - Arnhemse visie op sport & bewegen
De belangrijkste ambitie van de Sportvisie – Arnhems visie op sport & bewegen (2011) is: meer Arnhemmers aan het sporten en bewegen krijgen. Dit wil de gemeente onder andere bereiken door sportverenigingen te stimuleren om 'vitale verenigingen' te worden, aantrekkelijk te zijn voor diverse doelgroepen, hun zaken goed op orde te hebben en ondernemend te zijn. Deze ambitie heeft de gemeente kracht bijgezet in het beleidsplan 'Gezond & Fit' (2021). Ook in dit plan wordt het essentiële belang van bewegen en sport als onderdeel van een gezonde leefstijl en van een gezonde stad benadrukt. 3.3.4
Toetsing gemeentelijk beleid
Voorliggend initiatief voorziet in het aanleggen van vier padelbanen op het tenniscomplex van Tennisvereniging Presikhaaf. De gemeente beschikt over onvoldoende banen om te kunnen voorzien in de behoefte. Door de aanleg van de banen wordt voorzien in een vraag en worden de inwoners van Arnhem gestimuleerd om te bewegen. Tennisverenigingen zijn, net als andere sportverenigingen, één van de 'instrumenten' om Arnhemmers in beweging te krijgen. Door middel van het toevoegen van nieuw, aantrekkelijk aanbod in de vorm van padel wordt verwacht dat nieuwe doelgroepen naar de tennisvereniging komen en dat er meer mensen gaan bewegen. Met het initiatief wordt tevens een impuls gegeven aan het sportvoorzieningenniveau en het verenigingsleven in de wijk Elsweide. Doordat de padelbanen op een bestaand sportpark worden gerealiseerd, vindt er geen nieuw ruimtebeslag plaats en kan er gebruik worden gemaakt van reeds aanwezige faciliteiten. Het initiatief is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
16
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet de uitvoerbaarheid van het initiatief worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, water, externe veiligheid, archeologie en economische haalbaarheid. In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre dit initiatief haalbaar is in het kader van milieu- en omgevingsaspecten.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.1.1
Algemeen
Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld. 4.1.2
Toetsing
Met de realisatie van padelbanen op een bestaand sportpark worden geen activiteiten mogelijk gemaakt uit bijlagen C en D van het 'Besluit milieueffectrapportage'. Gezien de aard en omvang van het initiatief en de voorheen aanwezige functie op de locatie worden de initiatieven niet als een nieuw 'stedelijk ontwikkelingsproject' beschouwd. Om die reden is geen sprake van een (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht. Overigens wordt in de toelichting in de paragrafen 4.3 tot en met 4.10 wel nader ingegaan op de eventuele nadelige gevolgen van de ontwikkelingen voor het milieu. Uit deze paragrafen komt naar voren dat de ontwikkelingen geen negatieve gevolgen voor het milieu heeft. 4.1.3
Conclusie
De omgevingsvergunning kan zonder (vormvrije) m.e.r.-(beoordeling) worden verleend.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik. 4.2.2
Toetsing
Het initiatief heeft betrekking op de aanleg van padelbanen. De padelbanen worden aangelegd op een bestaand sportpark. De functie van de gronden ter plaatse van de huidige tennisvelden verandert niet met de omvorming tot padelbanen. Bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Aangenomen kan worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende geschikt is voor de toekomstige functie. 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
17
Padelbanen TV Presikhaaf
4.3
Geluid (Wet geluidhinder)
4.3.1
Algemeen
De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. 4.3.2
Toetsing
Deze paragraaf heeft betrekking op de Wet geluidhinder. Het initiatief heeft betrekking op de aanleg van padelbanen. Padelbanen zijn geen geluidgevoelige functies. Daarnaast is een padelbaan geen geluidshinderveroorzakende functie op basis van de Wet geluidhinder (geen gezoneerd industrieterrein). Voor de toetsing van mogelijke geluidhinder van de padelbanen wordt daarom verwezen naar de toetsing bedrijven en milieuzonering (paragraaf 4.6). 4.3.3
Conclusie
Het aspect geluid in het kader van de Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Algemeen
De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.
Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. 18
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. 4.4.2
Toetsing
Het initiatief betreft de realisatie van vier padelbanen. De ministeriële regeling NIBM kwantificeert de (N)IBM-grens niet voor deze functie. Om die reden is met behulp van de 'NIBM-tool' (versie 23-04-2022) een berekening gemaakt1. Uit paragraaf 4.10.2 komt naar voren dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling naar verwachting per saldo met circa 49 toeneemt. Hiervan zal naar verwachting bij maximaal 2% sprake zijn van een vrachtwagen in verband met bevoorrading.
Uit de berekening blijkt dat de bijdrage door verkeer aan de luchtverontreiniging minder bedraagt dan de grenswaarde van 1,2 microgram per m3. Het initiatief draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Er is geen sprake van een significante blootstellingsduur ter plaatse van het besluitgebied. Daarnaast worden er geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk. 4.4.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Wettelijk kader
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum "Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
19
Padelbanen TV Presikhaaf
beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstandenLPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb).
Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 4.5.2
Toetsing
Het initiatief voorziet in de realisatie van vier padelbanen. Padelbanen betreffen een kwetsbare locatie. In de huidige situatie is de locatie reeds in gebruik voor twee tennisbanen. Het gebruik van de locatie intensiveert, omdat het aantal speelbanen toeneemt. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart van Nederland. Het besluitgebied is gelegen bij de blauwe druppel.
20
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Uitsnede risicokaart van Nederland
Stationaire bronnen In de nabije omgeving van het besluitgebied zijn geen stationaire risicobronnen aanwezig.
Mobiele bronnen Op circa 25 meter ten noorden van het besluitgebied ligt de snelweg A12 (wegvak G11). Over deze weg worden brandbare en toxische vloeistoffen en brandbare en toxische gassen vervoerd. Het besluitgebied ligt binnen het explosieaandachtsgebied, maar buiten het brandaandachtsgebied. Het grootste invloedsgebied is >4000 meter. Het besluitgebied ligt daardoor binnen het invloedsgebied van de snelweg en binnen de toetsingsafstand van 200 meter. Een nadere afweging met betrekking tot het groepsrisico is daardoor noodzakelijk. Op circa 515 meter ten noordwesten van het besluitgebied ligt de spoorlijn Ressen Noord - Zutphen (route 62). Over dit spoor worden brandbare en toxische vloeistoffen en brandbare en toxische gassen vervoerd. Het grootste invloedsgebied bedraagt >4000 meter. Het besluitgebied ligt daardoor binnen het invloedsgebied van het spoor, maar buiten de toetsingsafstand van 200 meter. Op de noordelijke grens van het besluitgebied ligt een buisleiding van Gasunie. De buisleiding heeft de volgende kenmerken. Naam leiding
Uitwendige diameter
Werkdruk
N-568-10
8,35 inch
40,00 bar
Invloedsgebied groepsrisico 99 meter
Het besluitgebied ligt binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Het initiatief betreft de aanleg van padelbanen op bestaande tennisbanen. Op de padelbanen zullen mensen aanwezig kunnen zijn, maar niet gedurende een groot gedeelte van de dag. Het groepsrisico zal om die reden niet wijzigen. Het groepsrisico hoeft daarom niet te worden verantwoord. 4.5.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief. "Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
21
Padelbanen TV Presikhaaf
4.6
Bedrijven en milieuzonering
4.6.1
Algemeen
Indien door middel van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd.
De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies. 4.6.2
Toetsing
Bij padelbanen kan hinder naar de omgeving optreden in de vorm van geluidsoverlast en lichthinder. Lichthinder treedt op bij inschijnend licht als gevolg van de lichtmasten die bij de padelbanen worden geplaatst. Om voorgaande redenen is voor de locatie onderzoek uitgevoerd naar de aspecten geluidshinder en lichthinder. In het besluitgebied bevinden zich geen milieuhindergevoelige functies. Er hoeft daarom niet worden onderzocht of de functies in het besluitgebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het besluitgebied. Akoestisch onderzoek Door Geluid op Nivo is in januari 2024 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de toekomstige padelbanen. Het onderzoek is als Bijlage 2 bijgevoegd. In een ander onderzoek (uit december 2023) is de geluidsituatie van het bestaande tennispark in beeld gebracht. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3. De uitgangspunten zijn gebaseerd op de situatie dat de padelbanen tot 23.00 uur en de tennisbanen tot 23.30 uur in gebruik kunnen zijn. De gehanteerde akoestische gegevens zijn gebaseerd op uitgebreide metingen (padel) en gebruikelijke kengetallen (tennis). In het akoestisch onderzoek zijn ook de randverschijnselen van een tennispark onderzocht (bladblazer, stemgeluid buitenterras, gebruik en afzuiging keuken clubgebouw).
De geluidniveaus van het bestaande tennispark met tien tennisbanen zijn hoger dan de wettelijke geluidnorm van het Activteitenbesluit. Vastgesteld is dat dit vooral een planologisch probleem is dat in het verleden is ontstaan doordat woningen te dicht op het tennispark zijn gebouwd (of andersom). In het rapport van de huidige situatie is voorgesteld om hiervoor maatwerkvoorschriften op te nemen omdat voorzieningen vergaand en kostbaar zijn. Er zijn geen klachten over het huidige gebruik van het tennispark en de gevelwering van de woningen voldoet aan 20 dB(A) zodat er voldaan wordt aan de vereiste binnenwaarde van 30 dB(A) (avondperiode). Het geluidbeleid van de gemeente Arnhem biedt ruimte voor het stellen van een hogere norm in Presikhaaf waar de invloed van het geluid van wegverkeer van de Europaweg (A12) en de andere sportvelden een hoger geluidniveau in een maatwerkvoorschrift lijkt te rechtvaardigen. Voorgesteld wordt om in het kader van de goede ruimtelijke ordening in de situatie met vier padelbanen uit te gaan van de geluidniveaus die ook al in de huidige situatie met tien tennisbanen optreden. Dan is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, net als in de huidige situatie. Door twee tennisbanen om 22.00 te sluiten worden de geluidniveaus in de huidige situatie niet overschreden.
Voor enkele woningen is er nog steeds een beperkte toename van het geluid maar wordt voldaan aan de richtwaarde voor een goede ruimtelijke ordening (45 dB(A) in de avondperiode). De maximale 22
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
geluidniveaus voldoen aan de richtwaarde voor een goede ruimtelijke ordening (65 dB(A) avondperiode). De geluidbijdrage van stemgeluid op het buitenterras, bladblazers e.d. zijn akoestisch niet relevant. Er wordt ruim voldaan aan de voorkeurswaarde voor indirecte hinder. Lichthinderonderzoek Voor de aanleg van de padelbanen is een lichthinderonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is Bijlage 4 bijgevoegd. Uit het onderzoek komt naar voren dat er op de gevels van de omliggende woningen geen sprake is van lichthinder. 4.6.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.7
Water
4.7.1
Beleid
Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het oppervlaktewater in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering.
Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s: Klimaatrobuust gebied, veilig gebied, circulaire economie en energietransitie en gezonde leefomgeving. Voor dit initiatief zijn de thema's klimaatrobuust gebied en gezonde leefomgeving Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. Gemeente Arnhem Het waterbeleid van de gemeente Arnhem is vastgelegd in de volgende beleidsplannen.
Het geactualiseerde Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) vastgesteld op 14 november 2018. Het plan richt zich op een verbetering van de kwaliteit van het rioleringsstelsel door het verminderen van de "Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
23
Padelbanen TV Presikhaaf
vuiluitworp naar het oppervlaktewater, de bodem en het grondwater, op het voorkomen van overlast door klimaatverandering en op het vasthouden van schoon hemelwater in stedelijk gebied. Aanpak wateroverlast Arnhem-Noord (vastgesteld 2 november 2015). Het plan heeft tot doel om Arnhem en vooral Arnhem-Noord, beter waterbestendig te maken tegen zware regenbuien. Daarom zal over elk plan een waterscan worden gelegd. Tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte worden ruimtelijke maatregelen genomen die wateroverlast verminderen dan wel beperken. Strategie Klimaatadaptatie "Groen, Slim en Samen" In januari 2021 is de Strategie Klimaatadaptatie "Groen, Slim en Samen" vastgesteld. In de Strategie geeft Arnhem aan hoe zij zich in dit decennium klimaatbestendig wil maken op de thema's die voor de klimaatadaptatie van belang zijn: Droogte, Hitte, Wateroverlast en Waterveiligheid. De belangrijkste ambities zijn: de klimaatopgave is een gezamenlijke opgave voor alle bewoners, bedrijven en instellingen in Arnhem; de verdichtingsopgave wordt gecombineerd met de klimaatadaptatie; 10% minder verharding, meer groen en water; de ambities voor het thema Water is de schade en overlast door extreme buien zoveel mogelijk te voorkomen, door onder meer: bij nieuwbouw al het hemelwater af te koppelen; bij renovatie maximaal af te koppelen, waarbij de haalbaarheid per geval beoordeeld zal worden.
(In beide situaties geldt de minimale eis van 40 mm. neerslag op eigen terrein verwerken); in 2030 in ieder geval 90% van de huidige openbare ruimte afgekoppeld te hebben; voorkomen van wateroverlast bij toename bebouwing en /of verharding; voor het thema Hitte en Droogte geldt dat de negatieve effecten van hitte worden tegen gegaan; aanvullend voor het thema Droogte geldt dat meer inzicht nodige is in de effecten van droogte ook op de waterkwaliteit; en voor het thema Waterveiligheid sluit de gemeente aan bij de waterschappen en RWS, de verantwoordelijke organisaties voor dit thema. Resumé Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap en provincie is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer.
Dit betekent dat: negatieve verstoring van de grondwaterstanden en –stromingen niet toegestaan zijn om grondwateroverlast en/of verdroging op de locatie en het boven- en benedenstrooms gelegen gebied te voorkomen; maatregelen getroffen moeten worden ter voorkoming van (grond)watervervuiling; bij nieuwbouw het regenwater binnen het plangebied afgekoppeld moet worden van de riolering en worden verwerkt op eigen terrein; voldoende oppervlaktewater aanwezig is en op de goede locatie; het verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt wordt; het gebruik van uitloogbare materialen en chemische bestrijdingsmiddelen niet is toegestaan; ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verminderen of beperken van wateroverlast; ontwikkelingen en herinrichtingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht worden. 4.7.2
Situatie besluitgebied
Bodemopbouw en grondwater Het maaiveld van de tennisvelden bedraagt circa 11,7 m +NAP. Er zijn geen monitoringsbuizen voor het grondwater in de directe omgeving aanwezig. In 2007 is er ter plaatse van het kantinegebouw van de VV Elsweide een bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is de bodemopbouw tot circa 2,5 m-mv beschreven als 'matig fijn, matig siltig en humeus zand'. In deze zandlaag zijn resten veen aangetroffen. Tijdens de bemonstering op 19 december 2007 is het grondwater aangetroffen op 1,2 m-mv. De maaiveldhoogte van deze peilbuis bedraagt circa 11,6 m +NAP, het grondwaterniveau bedraagt derhalve circa 10,4 m +NAP. In 2015 is ter plaatse van het oostelijk gelegen hoogspanningsstation een bodemonderzoek uitgevoerd. 24
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
Hierbij is vastgesteld dat de bodem matig grof en grindig zand betreft, waarbij in de ondergrond humus en plaatselijk veen aanwezig is. Tijdens het bodemonderzoek (april 2015) is een grondwaterstand van circa 0,9 m-mv aangetroffen. De maaiveldhoogte op deze locatie bedraagt circa 12,2 m +NAP, wat resulteert in een grondwaterstand van 11,3 m +NAP. Uit boringen langs de watergang blijkt dat de boven- en ondergrond plaatselijk uit slechtdoorlatende kleien veenlagen bestaat. Op basis van het voorgaande wordt aangenomen dat ter plaatse van de sportvelden en het hoogspanningsstation vermoedelijk gondverbetering is toegepast. De stromingsrichting van het grondwater is zuidoostelijk. Oppervlaktewater De tennisbaan is gelegen direct langs het leidingvak LV2414009, met een talud van 1 op 2 (linkeroever) of 1 op 2,5 (rechteroever). De hoogte van de waterbodem ligt tussen de 9,2 m +NAP (benedenstrooms, ten oosten van het sportcomplex) en 10,8 m +NAP (bovenstrooms). Volgens opgave van het waterschap Rijn en IJssel heeft deze watergang een zomerpeil van 9,5 m +NAP, en een winterpeil van 9,3 m +NAP. Watercompensatie De huidige inrichting van het terrein betreft twee tennisvelden, waarbij deze velden voorzien zijn van gravel. De vier padelbanen bestaan uit een ondergrond van goed doorlatend beton, waarop een (goed doorlatende) mat van kunstgras op aangebracht zal worden.
Ten opzichte van de huidige situatie is er nagenoeg geen wijziging in de doorlatendheid van de bodem. Naast de vier padelbanen zal er een klein zitje gerealiseerd worden, wat leidt tot een toename van verhard oppervlak van circa 30 m2. Vanuit het Waterschap Rijn en IJssel is er voor een toename aan verharding van minder dan 500 m2 geen compensatie vereist. Beoordeling initiatief Op basis van het voorgaande wordt aangenomen dat ter plaatse van de sportvelden en het hoogspanningsstation vermoedelijk gondverbetering is toegepast. Op basis van de bodemopbouw ter plaatse van de padelbanen (zand) wordt verwacht dat infiltratie van hemelwater redelijk mogelijk is. In de humeuze en venige ondergrond is deze mogelijkheid waarschijnlijk minder. Ter plaatse van de tennisbanen wordt op basis van het peil van de noordelijk gelegen watergang een grondwaterstand van maximaal circa 1,3 m-mv verwacht. Echter zal er door opbolling van de grondwaterspiegel een hogere grondwaterstand te verwachten zijn. Door de slechte doorlatendheid van de bodem zullen er in natte periodes beduidend hogere grondwaterstanden te verwachten zijn, zoals deze ook zijn aangetroffen bij de eerdere bodemonderzoeken. Door de fabrikant van de padelbanen is aangegeven dat hoge grondwaterstanden, tot direct onder de betonnen ondergrond geen negatieve invloed hebben op deze constructie.
Voor het vervangen van de huidige twee tennisbanen door vier padelbanen worden er op het gebied van de waterhuishouding geen negatieve effecten verwacht. 4.7.3
Watertoets
Het besluitgebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, provincies, inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruikt het waterschap de (digitale) watertoets. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat er sprake is van een korte procedure. De digitale watertoets is bijgevoegd als Bijlage 6. Mede vanwege de nabije ligging van het besluitgebied tot een watergang die in het beheer is van het waterschap is contact gezocht met het waterschap. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
25
Padelbanen TV Presikhaaf
4.7.4
Overleg
Met het waterschap Rijn en IJssel heeft overleg plaatsgevonden. Het waterschap heeft aangegeven dat de vervanging van de tennisbanen voor padelbanen geen tot weinig effect hebben ten aanzien van wateroverlast. Van belang is dat er geen afschot wordt gecreëerd naar naastliggende leggerwatergang. Anders is compensatie nodig en tevens een Omgevingsvergunning Wateractiviteit. 4.7.5
Conclusie
Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
4.8.1
Algemeen
Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. 4.8.2
Toetsing
Archeologie Uit de archeologische maatregelenkaart blijkt dat het besluitgebied is aangewezen als gebied met een lage verwachtingswaarde voor archeologische vondsten. Bij ingrepen met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.000 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De oppervlakte van het besluitgebied bedraagt circa 1.400 m2 en de oppervlakte van de padelbanen zelf bedraagt gezamenlijk circa 1.200 m2. Om die reden is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Cultuurhistorie De wijk Elsweide is volgens een specifieke stedenbouwkundige filosofie opgezet en vormt een gaaf voorbeeld van naoorlogse wijkenbouw (zie de beschrijving in paragraaf 3.3). De realisatie van de padelbanen vindt plaats op het bestaande tenniscomplex en legt geen nieuw ruimtebeslag. De bestaande stedenbouwkundige structuur blijft behouden. Met de voorgenomen ontwikkeling vindt geen aantasting aan cultuurhistorisch waardevolle lijnen of elementen plaats. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie. 4.8.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
4.9
Ecologie
4.9.1
Algemeen
Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten. 4.9.2
Toetsing
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het meest nabijgelegen Nederlandse Natura 2000-gebied betreft de Veluwe, dat op circa 2 kilometer ten 26
"Padelbanen TV Presikhaaf" (ontwerp)
Padelbanen TV Presikhaaf
noorden van het plangebied ligt. Het enige andere Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand van het plangebied betreft de Rijntakken (ca. 2,5 km). Storingsfactoren die plaats kunnen vinden door de werkzaamheden zijn verstoring door geluid, verstoring door trillingen, verstoring door licht (indien 's nachts gewerkt wordt), optische verstoringen en verzuring/vermesting door stikstofdepositie. De werkzaamheden zijn beperkt van aard en worden op enige afstand uitgevoerd van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Om die reden zijn verstoringen door geluid, trillingen, licht en optische verstoringen niet van toepassing. Bij de aanleg van de padelbanen komt stikstof vrij doordat er met machines gewerkt gaat worden. De Natura 2000-gebieden liggen niet buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden, waardoor er qua stikstofdepositie mogelijk negatieve effecten zullen zijn op stikstofgevoelige habitattypen binnen de Natura 2000-gebieden. Om die reden is door Buro Ontwerp & Omgeving in oktober 2023 een voortoets stikstof uitgevoerd. De voortoets is als Bijlage 5 toegevoegd. Uit de uitgevoerde voortoets blijkt dat de realisatie van vier padelbanen niet leidt tot een toename in stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden.
Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen significante negatieve effecten zijn en dat er geen passende beoordeling nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone De locatie ligt buiten de zones van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). De kernkwaliteiten worden met de ontwikkeling niet aangetast. Soortenbescherming De padelbanen op deze locatie worden aangelegd op een bestaande tennisbaan. Het realiseren van padelbanen op een bestaande tennisbaan leidt niet tot mogelijke aantasting van verblijfplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten. De reeds aanwezige dagelijkse activiteiten en aanwezige verlichting sluiten de aanwezigheid van nest- en verblijfplaatsen van verstoringsgevoelige soorten in de omgeving van het besluitgebied uit. Groen en houtopstanden Door het initiatief verdwijnen er geen bomen of groenstructuren. 4.9.3