CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Bureau Beke 'Misdadige invloed' over de invloed van criminele netwerken op jongeren in drie Arnhemse wijken

Politieke Avond 8 februari 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: 18.45 uur - 20.00 uur: Uiteenzetting over ondermijnende criminaliteit door Pieter Tops en Henk Ferwerda30.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.1 Over carrières, rekrutering, categorieën plegers en clusters Het werven van nieuwe aanwas is onderdeel van het zogeheten doorcriminaliseren van criminele jeugd.1 Daarmee wordt een criminele carrière bedoeld die van kwaad tot erger gaat. Bijvoorbeeld van drugsrunner naar spil in een dealernetwerk. Op basis van een empirisch onderzoek in een aantal gemeenten worden vijf typen plegers binnen criminele netwerken onderscheiden: de criminele locals, de jonge aanwas, de rising stars, de harde kern en de facilitators.2 Datzelfde onderscheid hanteren we voor de analyse in dit rapport. Om te bepalen wie wat is, zijn de leeftijd en de actieradius doorslaggevend.3 De antecedenten en de positie in het netwerk kleuren de typen nader in. De criminele locals (de naam zegt het al) hebben een beperkte actieradius, en zijn vaak oudere, lokale veelplegers. Het zijn niet bepaald de succesvolle criminelen. Succesvol is wel de harde kern: beroepscriminelen met een stevige verzameling

34 Misdadige invloed

antecedenten én een grote actieradius. Zij zijn vaak bovenlokaal (en zelfs internationaal) actief. Vanuit lokaal en regionaal veiligheidsperspectief zijn de rising stars mogelijk het meest interessant. Het gaat daarbij, kort gezegd, om het lokale aanstormende criminele talent. De kans lijkt groot dat de leden van deze groep zich zullen doorontwikkelen richting de harde kern. Deze groep is nog redelijk zichtbaar in het publieke domein maar naarmate de tijd verstrijkt, wordt de groep steeds minder zichtbaar. Dan de jonge aanwas: dat zijn jongeren die door professionals worden gezien als risicogroep en zich veelal schuldig maken aan overlast, maar ook incidenteel aan ernstige delicten zoals bedreigingen, intimidatie, woninginbraak, straatroof en overvallen. Het betreft daarbij onder meer ‘territoriaal geweld’. 4 Deze jongens – want dat zijn het vooral – claimen een straat of buurt als ‘domein’, voelen zich heer en meester in de wijk en intimideren of bedreigen bewoners die zich hierbij niet neer wensen te leggen. Een wat aparte categorie zijn de facilitators. Zij verlenen hand- en spandiensten aan personen uit het criminele circuit, zoals helers, vaders uit criminele families en katvangers. Vaak gaat het daarbij al lang niet meer om jeugdige criminelen. Hoe dan ook spelen netwerken een cruciale rol bij het doorcriminaliseren.

Overigens wordt in de onderzoeksliteratuur strikt genomen een onderscheid gemaakt tussen netwerken en samenwerkingsverbanden.5 Samenwerkingsverbanden – wij noemen dat clusters – worden gezien als het meest concrete niveau van netwerken. Een netwerk kan strikt genomen uit meerdere clusters bestaan die niet altijd van elkaar weten dat zij opereren in hetzelfde (overkoepelende) netwerk.6 Dat komt ook omdat het etiket netwerk vaak door een criminoloog of politie-analist van buitenaf op een groep samenplegers wordt geplakt.7 De personen in kwestie kunnen hun verband en ook de grootte van hun netwerk heel anders inschatten. Het gaat hoe dan ook om sociale en criminele verbanden die bestaan uit personen en relaties tussen personen.8 In dit onderzoek gebruiken we de termen jonge aanwas, criminele locals, harde kern, rising stars en facilitators, het netwerk en de clusters.

Het netwerk en de clusters In hoofdstuk 1 is aangegeven hoe in een aantal analysestappen het limited netwerk van 484 personen tot stand is gekomen. Dit totale netwerk bestaat uit diverse subnetwerken die we clusters noemen. Om tot clusters te komen, is gebruik gemaakt van de ‘Modularity Class’.9 Modulariteit is een methode om de structuur van netwerken te bepalen. Het is ontworpen om de sterkte van de opdeling van een netwerk in clusters te meten. Netwerken met een hoge modulariteit hebben dichte verbindingen tussen de knooppunten binnen clusters, maar schaarse

De netwerkanalyse 35

verbindingen tussen knooppunten uit verschillende clusters. Modulariteit wordt vaak gebruikt in optimalisatiemethoden voor het detecteren van gemeenschapsstructuren in netwerken. De methode bestaat uit twee fasen. Ten eerste zoekt het naar ‘kleine’ gemeenschappen door de modulariteit op een lokale manier te optimaliseren. Vervolgens verzamelt het knooppunten van dezelfde gemeenschap en bouwt het een nieuw netwerk op waarvan de knooppunten de gemeenschappen zijn. Deze stappen worden iteratief herhaald totdat een maximale modulariteit is bereikt

Actieradius In eerder onderzoek naar de kenmerken, achtergronden en ontwikkelingen van problematische jeugdgroepen werd geconstateerd dat jeugdgroepen en hun leden die zich schuldig maken aan hinderlijk gedrag vooral wijkgebonden zijn. Groepen die overlast veroorzaken, zijn in hun gedrag wijkoverstijgend, terwijl criminele jeugdgroepen de grootste actieradius hebben en ook regionaal en landelijk opereren.10 Naarmate de actieradius toeneemt, trekken de groepen zich terug uit het publieke domein, maken zij zich minder schuldig aan zichtbare overlast en gaan ze zich meer toeleggen op criminaliteit. Criminele jeugdgroepen verdwijnen in dit ontwikkelingsstadium langzaam maar zeker uit het straatbeeld en ontwikkelen zich tot bovenlokale criminele netwerken. Politie, justitie en andere veiligheidspartners verliezen het zicht op deze groepen, omdat het politieel toezicht vooral wijkgericht georganiseerd is. Regelmatig wordt dan ten onrechte gesuggereerd dat ‘het probleem is opgelost’, waarop de aandacht wordt verlegd naar een nieuwe jeugdgroep die (wel) in beeld is.11

Van jonge aanwas tot harde kern Voor de criminele classificatie – jonge aanwas, rising stars, criminele locals, harde kern en facilitators – gebruiken we de actieradius per persoon en de leeftijd.12 Dat gaat als volgt: ƒ Per strafbaar feit wordt op basis van de berekende afstand tussen woonen pleegplaats de actieradius bepaald. De actieradius kent drie categorieën: lokaal, regionaal en landelijk. Indien de afstand tussen de woon- en pleegplaats 0-5 km betreft, krijgt het de categorie lokaal. Is de afstand tussen de 5 en de 30 km dan krijgt het de categorie regionaal en is de afstand groter of gelijk aan 30 km krijgt het de categorie landelijk;

36 Misdadige invloed

ƒ Naast dat per strafbaar feit de actieradius wordt berekend, wordt deze ook per persoon bepaald. Per persoon wordt bepaald hoeveel procent van alle, door de persoon gepleegde strafbare feiten lokaal, regionaal of landelijk hebben plaatsgevonden. Daarnaast kan het ook voorkomen dat de woonof pleegplaats onbekend is. Indien 70 procent of meer van alle strafbare feiten lokaal zijn gepleegd krijgt de persoon het label ‘lokaal’. Bij 70 procent of meer regionaal krijgt de persoon het label ‘regionaal’ en bij 70 procent of meer landelijk krijgt de persoon het label ‘landelijk’. Bij 70 procent of meer onbekend krijgt de persoon het label ‘onbekend’. Vervolgens ontstaat er ook een overige categorie, namelijk wanneer geen van bovenstaande logica op gaat. Indien bijvoorbeeld een persoon een verhouding heeft van 60 procent lokaal, 20 procent regionaal en 20 procent landelijk of zelfs meer evenredig verveeld in 33, 33 en 34 procent dan krijgt de persoon het label ‘diffuus’; ƒ Aan de hand van de actieradius per persoon en de leeftijd wordt de criminele classificatie per persoon bepaald. Dat wordt gedaan op basis van systeeminformatie bij de politie. De classificatie vindt plaats volgens onderstaande matrix. Tabel 3.1 – Criminele classificatie op basis van leeftijd en actieradius

Actieradius Leeftijd

Lokaal

Regionaal

Landelijk

Diffuus

Onbekend

t/m 17

Jonge aanwas

Rising stars

Harde kern

X

X

18 t/m 21

Rising stars

Rising stars

Harde kern

Rising stars

X

22 t/m 29

Criminele ‘locals’

Harde kern

Harde kern

Harde kern

X

30 t/m 39

Criminele ‘locals’

Criminele ‘locals’

Harde kern

Criminele ‘locals’

X

40 en ouder

Facilitator

Facilitator

Harde kern

Criminele ‘locals’

X

Het kan voorkomen dat er op basis van de beschikbare informatie in de politiesystemen geen duidelijke classificatie gemaakt kan worden. Deze worden in de matrix aangegeven met een ‘X’.

De netwerkanalyse 37

3.2 Eerste opbrengst: next generation Om in het uiteindelijke netwerk – dat we hierna beschrijven – opgenomen te worden, is gekeken naar criminele activiteit. Het gaat om personen die in de afgelopen drie jaar tenminste tien registraties bij de politie hebben waarvan tenminste drie keer in de rol als verdachte. Op basis daarvan krijgen de personen een criminele classificatie zoals weergegeven in tabel 3.1 en worden ze opgenomen in het limited netwerk. Een nadere analyse op de ‘1.151 afvallers’ leert dat het gaat om 319 jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, waarvan er 226 woonachtig zijn in Arnhem en 128 in een van de drie wijken in Arnhem-Oost. Deze jongeren zijn te typeren als de next generation omdat ze wel onderdeel uitmaken van het extended netwerk waarbinnen personen zich schuldig maken aan het plegen van allerhande vormen van (ernstige) criminaliteit. Ze voldoen echter niet aan het criterium van tenminste tien politieregistraties in de afgelopen drie jaar waarvan tenminste drie keer in de rol als verdachte. Het lijkt voor de hand te liggen om deze groep jongeren (preventiegroep) nader in beeld te brengen en na te gaan of ze al in een aanpak zitten of niet. In hoofdstuk 4 komen we hierop terug. In tabel 3.2 zijn de aantallen jongeren die behoren tot de next generation per wijk weergegeven.

Om toevalstreffers uit te sluiten, bestaat de next generation uit jongeren tussen de 12 en 18 jaar die tussen de drie en negen politieregistraties hebben als betrokkene of verdachte in de afgelopen drie jaar.13 Tabel 3.2 – Next generation naar aantal en wijk

Wijk

Aantal

Geitenkamp

27

Malburgen

19

Presikhaaf

19

3.3 Het netwerk: een eerste beschrijving In het limited netwerk – zie figuur 3.1 – zitten in totaal 484 personen. Het netwerk bestaat voor 91 procent uit mannen (439). De 45 vrouwen zijn in de figuur in het roze weergegeven. De gemiddelde leeftijd van de leden van het netwerk is 27 jaar. De leeftijden van de personen in het netwerk lopen van 13 tot 65 jaar.

38 Misdadige invloed

Figuur 3.1 – Limited netwerk naar geslacht

Man Vrouw

Nadere analyse leert dat het netwerk zich niet beperkt tot Arnhemmers. Ruim de helft (59%) van de leden van het netwerk (n=285) is namelijk woonachtig in Arnhem en 41 procent (n=199) komt van elders. Relatief veel personen komen uit Gelderland, maar daarnaast vallen ook Rotterdam, Den Haag, Steenwijk en Amsterdam op als woongemeenten van de leden van het netwerk. In figuur 3.2 is te zien dat er ook lijnen zijn met personen uit andere delen van het land.

De netwerkanalyse 39

Figuur 3.2 – Leden van het netwerk naar woongemeente

0 1 2 tot 5 5 tot 10 10 tot 25 25 tot 50 > 50

Arnhem

In de afgelopen drie jaar komen de leden van het netwerk in 10.311 politieregistraties voor als betrokkene of verdachte bij incidenten (overtreding, misdrijf of aandachtsvestiging). 14 Dat is gemiddeld 21 incidenten per persoon, waarvan gemiddeld 6 keer als betrokkene en gemiddeld 15 keer als verdachte. In tabel 3.3 staat een overzicht van de aard en omvang van de door de politie geregistreerde incidenten.

40 Misdadige invloed

Tabel 3.3 – Aard en omvang van de incidenten van de leden in het netwerk

Incidentcategorie15

Aantal

Percentage

Vermogensmisdrijven

1.117

11

Vernielingen en openbare orde incidenten

2.391

23

Geweldsmisdrijven

1.969

19

Seksuele misdrijven

31

0

Verkeersmisdrijven

1.200

12

Drugsmisdrijven

208

2

Wapenmisdrijven

84

1

Overige incidenten

3.311

32

Totaal

10.311

100

In tabel 3.3 is het volgende te zien: ƒ Overige incidenten komen met 32 procent het meest voor. Het gaat dan vooral om verdachte situaties, algemene mutaties en afhandelingen overige mutaties. Ook de 32 overtredingen van de justitiële voorwaarden vallen op; ƒ Vernielingen en openbare orde incidenten (23%) staan op twee. Daarbinnen vallen vooral de meldingen overlast jeugd, geluidshinder overig en overlast in verband met alcohol en drugs op; ƒ Geweldsmisdrijven (19%) staan op de derde plaats. Ruzie/twist, eenvoudige mishandeling en bedreigingen scoren hier hoog; ƒ In het netwerk komen relatief veel (12%) verkeermisdrijven voor. Overige verkeerszaken, rijden zonder rijbewijs en rijden onder invloed drugs/ geneesmiddelen al dan niet in combinatie met alcohol staan hierbinnen in de top drie; ƒ 11 procent van de incidenten betreft een vermogensmisdrijf. Het gaat daarbij vooral om winkeldiefstal, heling en fraude; ƒ Drugsmisdrijven (2%) bestaan onder andere uit het bezit en de handel in harddrugs; ƒ Misdrijven in het kader van de Wet Wapens en Munitie (1%) betreffen vooral het bezit van (vuur)wapens; ƒ Bij seksuele misdrijven gaat het om 31 gevallen waaronder mensenhandel en verkrachting.

De netwerkanalyse 41

Verhalen en verbalen In het kader van BOTOC bevreemdt het wellicht dat het percentage drugsmisdrijven relatief laag is. De systeeminformatie (registraties bij de politie) wijst dus in een andere richting dan de verhalen in de wijken. Die gaan – zoals we later zullen zien (3.7) – vooral in de richting dat de drugscriminaliteit voor jongeren in de wijken in Arnhem-Oost niet alleen lonkt, maar dat ze daar soms waarschijnlijk ook al bij betrokken zijn. Ditzelfde zagen we overigens ook in het veel zwaardere netwerk in de Wildemanbuurt in Amsterdam (daar 5% drugsregistraties).16 Met betrekking tot drugscriminaliteit is er een discrepantie tussen verhalen en verbalen. Dit is op zich logisch want er is sprake van een slachtofferloos misdrijf c.q. een haalzaak. De burger doet nauwelijks aangifte waardoor de cijfers vooral bepaald worden door de prioriteit en capaciteit bij de politie. Complicerende factor daarbij is dat het doen van druggerelateerde aanhoudingen lastig is vanwege de werkwijze die de dadergroepen hanteren.

3.4 Het netwerk en de categorieën Om het netwerk beter te kunnen begrijpen en als input voor de aanpak, hebben we de 484 personen met behulp van de systeem- en straatinformatie getypeerd op basis van de aard en het stadium van hun criminele activiteiten. Bepalend voor toewijzing aan één van de zes typen zijn leeftijd, actieradius (lokaal, regionaal of landelijk actief) en criminaliteitsprofiel. Allereerst wordt een overzichtstabel gepresenteerd om de typen binnen het netwerk daarna te duiden. Tabel 3.4 – Categorieën in het netwerk naar aantal en percentage

Categorie

Aantal

Percentage

Harde kern

102

21

Rising stars

116

24

Criminele locals

128

26

Facilitators

43

9

Jonge aanwas

54

11

X-subjecten

41

8

Totaal

484

100

42 Misdadige invloed

Aard netwerk In vergelijking met een recente analyse in een buurt in Amsterdam17 is dit netwerk minder ernstig, echter zijn er overeenkomsten met netwerken van andere gemeenten. Er zitten relatief veel harde kerners, criminele locals en rising stars in het netwerk terwijl het aandeel van de jonge aanwas relatief klein is. De rest van deze paragaaf staat in het teken van de duiding van de categorieën. In figuur 3.3 zijn de categorieën in het netwerk weergegeven. Figuur 3.3 – Categorieën in het netwerk

Criminele locals Rising star Harde kern Jonge aanwas Facilitator X

De netwerkanalyse 43

Harde kern Van de personen in het netwerk behoren er 102 tot de zogenoemde harde kern. Ze zijn vooral regionaal en landelijk crimineel actief. De gemiddelde leeftijd van deze personen is 26 jaar en in deze groep zitten 96 mannen en 6 vrouwen. In de afgelopen drie jaar zijn ze betrokken bij 2.382 door de politie geregistreerde incidenten en dat is een gemiddelde van 23 incidenten per persoon. Deze groep heeft een breed criminaliteitspatroon: van verkeersmisdrijven tot gewelds- en drugsmisdrijven. Professionals geven in de interviews aan dat deze personen lokaal steeds minder in beeld zijn omdat ze veelal elders hun strafbare feiten plegen. Bijna de helft van de harde kerners woont in Arnhem (n=45), waarvan 15 in de drie wijken in Arnhem-Oost.

Rising stars Het netwerk telt 116 rising stars waarvan 13 vrouwen. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 19 jaar. Dit is illustratief voor de beschrijving die deze groep typeert, namelijk die van aanstormend crimineel talent. Deze jongens en meiden zijn carrière aan het maken in de misdaad en hebben of zoeken aansluiting bij de harde kern. De leden van deze groep bevinden zich vaak in een overgangsfase. Aan de ene kant zijn ze (als groep) nog zichtbaar op straat en veroorzaken ze de nodige overlast, maar dan vaak in de rol van regisseur. Dat strategische gedrag is aan de andere kant een teken van een omslag, want hun criminele activiteiten worden voor hen belangrijker. Aandacht van de politie is niet gewenst en dat is een reden om uit het publieke domein te verdwijnen en ‘ondergronds’ c.q. ‘bovenlokaal’ te gaan. Ze zijn vanwege hun gedrag en rijzende positie te typeren als negatieve rolmodellen voor de jonge aanwas en de daarop volgende generatie. Vanuit lokaal en regionaal veiligheidsperspectief zijn de rising stars dan ook zeer interessant, maar tot nu toe vaak nog een vergeten groep. Ze zijn te ‘groot voor de wijk(agent) en nog te klein voor de recherche’.18 Het criminaliteitspatroon van de rising stars in dit netwerk typeert zich door vermogensmisdrijven, openbare orde incidenten en drugsmisdrijven.

Per persoon zijn ze in de afgelopen drie jaar bij gemiddeld 19 incidenten betrokken geweest. Ruim de helft (n=64) van de rising stars zijn woonachtig in Arnhem, waarvan 27 in de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost.

Criminele locals De minder ‘succesvolle’ criminelen uit het netwerk noemen we criminele locals. Zij opereren vooral lokaal, lopen mee en voeren klusjes uit. Ze hebben niet de stap gezet naar regionale en bovenlokale misdaadpraktijken. In deze groep

44 Misdadige invloed

bevinden zich 128 personen (13 vrouwen en 115 mannen). De gemiddelde leeftijd van de groep is 32 jaar. Ze houden zich vooral bezig met lokale drugscriminaliteit en geweldsmisdrijven. Ook staan ze relatief vaak geregistreerd voor hun betrokkenheid bij ‘verdachte situaties’. Ze waren per persoon in de afgelopen drie jaar gemiddeld betrokken bij 23 door de politie geregistreerde incidenten. Van deze groep woont 75 procent in Arnhem, waarvan 46 personen in de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost.

Jonge aanwas In het netwerk zitten 54 jongeren – waarvan 6 meisjes – met een gemiddelde leeftijd van 16 jaar die we typeren als jonge aanwas. Zij vormen een risicogroep voor het starten van een criminele carrière. Ze claimen een plek of plekken in de buurt als ‘domein’ en voelen zich de baas. Ze zijn regelmatig betrokken bij ruzies en vechtpartijen, rijden zeer frequent zonder rijbewijs, zijn soms in het bezit van wapens en drugs, veroorzaken overlast en verstoren de openbare orde. Ook maakt deze risicogroep zich regelmatig schuldig aan vermogensdelicten en dan met name heling en fietsdiefstal. In de afgelopen drie jaar zijn ze betrokken bij 857 door de politie geregistreerde incidenten en dat is een gemiddelde van 16 incidenten per persoon. Ruim twee derde (n=37) van deze jongeren wonen in Arnhem, waarvan 15 in de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost.

Facilitators De 38 mannen en 5 vrouwen die in de categorie facilitators vallen, verlenen hoogstwaarschijnlijk hand- en spandiensten aan personen in het criminele netwerk. Denk aan de rol van katvanger of het regelen van zaken en spullen. De gemiddelde leeftijd van deze groep is relatief hoog, namelijk 49 jaar. In de afgelopen drie jaar zijn ze gemiddeld per persoon betrokken geweest bij 22 incidenten en dat betreft vooral geweldsmisdrijven, bezit harddrugs, overlast door alcoholen druggebruik én vermogensmisdrijven, zoals winkeldiefstal, heling en fraude. De meeste (n=34) personen wonen in Arnhem, waarvan acht in de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost.

X-subjecten De laatste categorie personen zijn de X-subjecten. Dit zijn personen die zich wel in het criminele netwerk bevinden, maar niet aan een van de bovengenoemde categorieën gekoppeld kunnen worden. Het gaat om 41 personen (39 mannen en 2 vrouwen) met een gemiddelde leeftijd van 27 jaar. Gemiddeld zijn ze in de afgelopen drie jaar betrokken geweest bij 24 incidenten. Binnen deze categorie hou-

De netwerkanalyse 45

den de mensen zich bezig met vermogensmisdrijven, vernielingen en openbare orde incidenten en geweldsmisdrijven. In de laatste categorie zien we relatief veel bedreigingen en eenvoudige mishandelingen. Van deze categorie wonen slechts drie personen in de drie wijken in Arnhem-Oost en zeven in de rest van Arnhem. Het grootse deel (n=31) woont dus in een andere gemeente buiten Arnhem.

3.5 De clusters binnen het netwerk In het netwerk onderscheiden we op basis van de analyse diverse clusters. Clusters zijn te zien als kleine gemeenschappen c.q. subnetwerken met eigen kenmerken binnen het grote netwerk. Clusters kunnen via een of enkele sleutelpersonen weer aan andere clusters gekoppeld zijn zodat er sprake kan zijn van samenwerking en beïnvloeding. Omdat wij in dit onderzoek vooral kijken naar de rol van Arnhemse jongeren en jongvolwassenen in de lokale en bovenlokale criminaliteit maken we in deze paragraaf een selectie van clusters inzichtelijk. Het selectiecriterium voor de clusters die we hierna beschrijven, is dat er tenminste twee Arnhemse jongeren (tussen de 12-18 jaar) in zitten. Dit betreft acht clusters. Daarnaast hebben we een drietal grote clusters waarin ook Arnhemse jongvolwassen zitten (18-25 jaar) inzichtelijk gemaakt. In figuur 3.4 zijn de elf clusters in verschillende kleuren binnen het totale netwerk weergegeven. In totaal maken 322 personen deel uit van één van de elf clusters. De overige personen uit het netwerk zitten niet in een cluster maar hangen wel aan het netwerk of zitten in een cluster waar niet tenminste twee Arnhemse jongeren tot 18 jaar in zitten. Van de 322 personen in de elf clusters komen er 84 uit de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost, 120 uit de rest van Arnhem en 118 van buiten Arnhem.

In het vervolg van deze paragraaf zullen een aantal relevante kenmerken van een aantal clusters getypeerd worden, om zodoende een beeld te geven van de subnetwerken in het grote netwerk.

46 Misdadige invloed

Figuur 3.4 – De elf clusters binnen het netwerk

Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7 Cluster 8 Cluster 9 Cluster 10 Cluster 11

De netwerkanalyse 47

Cluster 4 is met een gemiddelde leeftijd van 37 jaar het oudste cluster. De 26 mannen en 3 vrouwen in dit cluster komen zowel uit de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost (n=8) als uit de rest van Arnhem (n=11) en van buiten Arnhem (n=10). Het gaat vooral om criminele locals, facilitators en harde kerners die een breed criminaliteitspatroon hebben, bestaande uit geweldsmisdrijven, overlast in verband met alcohol en drugs, diefstal en heling, relatief veel verdachte situaties, maar ook drugs- en wapenbezit. Met gemiddeld 28 registraties is dit ook een actief cluster. Cluster 9 is met een gemiddelde leeftijd van 18 jaar een van de jongste clusters. De 14 jongens en 3 vrouwen wonen in de drie onderzochte wijken in ArnhemOost (n=6), de rest van Arnhem (n=1) en buiten Arnhem (n=10). In het cluster zitten jonge aanwas en rising stars maar telt ook één harde kerner. Meldingen overlast jeugd, rijden zonder rijbewijs, verdachte situaties en een enkel wapenen drugsmisdrijf zijn aan dit cluster te koppelen. De jongeren hebben gemiddeld 17 politieregistraties in de afgelopen drie jaar. Dit cluster is kenmerkend voor de jonge clusters (net zoals de clusters 3 en 10) met roots in Arnhem(-Oost) en contacten daarbuiten en (nog) een relatief mild criminaliteitspatroon. Deze clusters kunnen overigens wel in contact staan met oudere en meer doorgewinterde criminelen in het netwerk.

Cluster 8 telt 45 leden waarvan één vrouw en bestaat nagenoeg alleen uit rising stars (n=24) en harde kerners (n=15). De gemiddelde leeftijd is 23 jaar en ruim driekwart van de leden woont in de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost en de rest van Arnhem. Tien leden van het cluster komen van buiten Arnhem. De gemiddeld 19 politieregistraties typeren zich vooral door overlast meldingen in relatie tot jeugdoverlast maar ook alcohol en drugs, verdachte situaties, geweldsmisdrijven, relatief veel verkeersmisdrijven zoals rijden zonder rijbewijs, drugsfeiten, wapenbezit en heling. Cluster 11 is een voorbeeld van een cluster waarin alle categorieën – van jonge aanwas (n=8) tot harde kern (n=5) – vertegenwoordigd zijn. De 19 mannen en 4 vrouwen hebben een gemiddelde leeftijd van 27 jaar en zijn woonachtig in de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost (n=12), de rest van Arnhem (n=8) en van buiten Arnhem (n=3). Gemiddeld hebben de leden van dit cluster 20 politieregistraties en een breed criminaliteitspatroon. Dit laatste past bij de diverse samenstelling van jong tot oud en van lokaal actief tot bovenlokaal actief. Dit is overigens qua samenstelling het meest ‘Arnhemse’ cluster.

48 Misdadige invloed

Cluster 5 is wat betreft het criminaliteitspatroon te typeren als een drugscluster. De 36 mannen en 5 vrouwen hebben een gemiddelde leeftijd van 28 jaar en zijn afkomstig uit de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost (n=8), de rest van Arnhem (n=17) en buiten Arnhem (n=16). Criminele locals, harde kerners, rising stars en facilitators trekken samen op. Dat er ook één jonge aanwas in het cluster zit zou zorgelijk kunnen zijn. Ook deze leden hebben gemiddeld 20 politieregistraties waarbij registraties voor drugshandel en -gebruik (zowel hard- als softdrugs) en geweldsmisdrijven – in vergelijking met de andere clusters – relatief vaak voorkomen. Resumerend illustreren voorgaande typeringen van een selectie van clusters in het netwerk dat er verschillen zijn in de kenmerken van de clusters. Leeftijd, aard van de criminaliteit maar ook de actieradius van samenwerking zijn verschillend. Wel valt op dat de leden van alle clusters – en dus ook de jongeren – vanuit de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost in contact staan met leden uit de rest van Arnhem en daarbuiten: samen plegen ze strafbare feiten. Tot slot is de constatering dat clusters binnen het netwerk verschillen wat betreft ernst, maar daarnaast is het ook goed om te beseffen dat clusters via sleutelpersonen in het netwerk met elkaar verbonden zijn.

Op die manier kunnen criminele kennis en middelen worden uitgewisseld en kunnen bepaalde jongeren doorgroeien of gerekruteerd worden.

3.6 Inzoomen op Arnhem en drie wijken in Arnhem-Oost Uit de vorige paragrafen komt naar voren dat het netwerk waar ook Arnhemmers deel van uitmaken, vooral leden heeft uit de rest van de provincie Gelderland maar ook uit de randstad en kleinere gemeenten van ons land. In figuur 3.5 (pag. 50) is inzichtelijk gemaakt wat de herkomst van de leden van het netwerk is. We onderscheiden daarbij de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost (Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf), de overige Arnhemse wijken en andere gemeenten.

De netwerkanalyse 49

Figuur 3.5 – Leden van het netwerk naar woongemeente

Malburgen Presikhaaf Geitenkamp Arnhem overige wijken Buiten Arnhem

Voor de lokale aanpak is het van belang om in te zoomen op de Arnhemmers en dan specifiek op de leden uit het netwerk die in de drie wijken in Arnhem-Oost wonen. In figuur 3.6 (pag. 51) is weergegeven uit welke Arnhemse wijken de leden van het netwerk afkomstig zijn.

50 Misdadige invloed

Figuur 3.6 - Leden van het netwerk naar Arnhemse woonwijk

0 1 2 tot 5 5 tot 10 10 tot 15 15 tot 20 > 20

Geitenkamp

Malburgen

Presikhaaf

Van de 285 Arnhemmers in het netwerk woont het grootste deel in Malburgen (18%), Presikhaaf (15%), De Laar-Oost en -West (9%), Geitenkamp (7%), Vredenburg (5%) en Elderveld (4%). Naast Arnhem-Oost zijn de personen uit de wijken in Arnhem-Zuid ook behoorlijk vertegenwoordigd in het netwerk. Omdat we ons in deze rapportage vooral richten op de personen uit de drie wijken in Arnhem-Oost geven we hierna weer tot welke categorieën plegers de leden uit het netwerk horen die uit Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf komen.19

De netwerkanalyse 51

Uit figuur 3.7 blijkt dat van de 21 personen uit de Geitenkamp de groep criminele locals relatief groot is. Ook de groepen rising stars en jonge aanwas zijn goed vertegenwoordigd. Er zijn 27 jongeren uit de Geitenkamp schuren aan tegen het netwerk, zo zagen we eerder in tabel 3.2. We noemen ze next generation en ze verdienen vanwege hun jonge leeftijd aandacht. Figuur 3.7 – Geitenkamp (N=21)

Harde kern N=2 Rising stars N=4

Bovenlokaal netwerk

Jonge aanwas N=4

Criminele locals N=6

Facilitators N=3

X-subjecten N=2

Lokaal netwerk

Ook in Malburgen (figuur 3.8) zijn veel criminele locals. Verder zijn hier de groepen rising stars en harde kern redelijk groot. De next generation – zo zagen we eerder in tabel 3.2 – bestaat hier uit 19 jongeren. Presikhaaf (figuur 3.9) lijkt wat betreft de verschillende categorieën delictplegers op Malburgen met ook hier als grotere categorieën de criminele locals, de rising stars en de harde kern. Ook hier bestaat de next generation uit 19 jongeren.

52 Misdadige invloed

Figuur 3.8 – Malburgen (N=50)

Harde kern N=7 Rising stars N =12

Bovenlokaal netwerk

Criminele locals N = 23

Jonge aanwas N=7

Facilitators N=1

Lokaal netwerk

Figuur 3.9 – Presikhaaf (N=43)

Harde kern N=6 Rising stars N =11

Bovenlokaal netwerk

Jonge aanwas N=4

Criminele locals N = 17

Facilitators N=4

X-subjecten N =1

Lokaal netwerk

De netwerkanalyse 53

In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk (paragraaf 3.8) staan we stil bij de vraag wat voorgaande analyse zou kunnen betekenen voor de aanpak. Voordat we dit doen geven we in paragraaf 3.7 eerst meer duiding aan de drugsproblematiek in de drie wijken.

3.7 Inzoomen op de drugsproblematiek in drie wijken in Arnhem-Oost Omdat het programma BOTOC zich vooral richt op het tegengaan van de betrokkenheid van jongeren in de drugscriminaliteit zoomen we hierop nader in. Kenmerkend voor drugscriminaliteit is dat het slachtofferloos is waardoor er weinig aangifte van wordt gedaan bij de politie. Om een beter beeld te krijgen over het thema drugs verdienen de cijfers – waarop we ons hiervoor baseerden – dus aanvulling van wat wij noemen straatinformatie. We geven dit beeld op basis van de interviews met frontline professionals in de wijken. Per wijk komen hierna – indien hier informatie over bekend is – de volgende onderwerpen naar voren: de mate van drugsgebruik en -handel, de motivatie voor jongeren om zich te mengen in de drugscriminaliteit, de wijze waarop jongeren hierbij betrokken raken, de werkwijze die de jongeren vervolgens hanteren, de rol die volwassenen in dit geheel spelen, de rol die de online wereld in dit geheel speelt en – tot slot – de aanpak van de drugscriminaliteit. Na de beelden per wijk sluiten we deze paragraaf af met een resumé (3.7.4).

3.7.1 De wijk Geitenkamp Deze paragraaf begint met het thema betrokkenheid van jongeren bij drugs. Meerdere respondenten vinden het een zorgwekkende ontwikkeling dat de jongeren op steeds jongere leeftijd op straat vaker wel dan niet een joint draaien, blowen en stoned zijn. Als verklaring voor deze normalisering wordt door respondenten aangegeven dat zij zich op straat op dezelfde locaties begeven als waar de oudere jongeren publiekelijk drugs gebruiken. Dit gedrag nemen zij over en dat maakt dat drugsgebruik steeds zichtbaarder in het straatbeeld komt. Een andere verklaring voor de normalisering is dat de ouders van de jongeren over te weinig opvoedings-vaardigheden en pedagogische handvatten beschikken, doordat zij deze zelf op jonge leeftijd ook niet hebben meegekregen van hun ouders. Hierdoor staan ouders niet klaar om in te springen en hun kinderen te behoeden voor drugsgebruik wanneer zij op straat met een joint in hun hand staan. De meningen onder de respondenten zijn verdeeld wanneer zij worden gevraagd naar welke drugs de jongeren gebruiken. Het ene deel geeft aan dat het

54 Misdadige invloed

enkel softdrugs betreft, terwijl het andere deel beweert dat de jongeren ook harddrugs zoals GHB, XTC en cocaïne gebruiken. Politiemedewerkers merken daarbij wel op dat de wijk Geitenkamp met name wordt gekenmerkt door gebruikende jongeren en minder door jongeren die drugs verhandelen. Volgens een Adviseur Veiligheid van de gemeente Arnhem komen er wel geregeld MMA-meldingen en berichten binnen die gaan over de drugshandel, maar daaruit blijkt tot dusverre niet in hoeverre jongeren hierin een rol spelen.

De motivatie De wijk Geitenkamp wordt gekenmerkt door autochtone Nederlanders die in de wijk geboren en getogen zijn. Hun vertrouwen in de overheid is laag en zij willen graag hun problemen zelf oplossen. Regelmatig raakt men slaags met elkaar, maar hiervan worden nooit aangiftes gedaan. Dit is een voorbeeld waaruit het gesloten karakter van de wijk Geitenkamp blijkt. Een respondent omschrijft de wijk als een dorp in de stad Arnhem. Ook de jongeren zijn volgens de respondenten enorm gefocust op hun eigen wijk. Zo moeten de jongeren bijvoorbeeld naar andere wijken reizen omdat daar hun middelbare school is gevestigd. Na schooltijd keren zij echter het liefst zo snel mogelijk terug naar hun eigen wijk. Veel van de huishoudens in de wijk leven in armoede en hebben iedere maand moeite om rond te komen. De weinige jongeren die actief zijn in de drugshandel doen dit volgens respondenten dan ook met name zodat het financieel gezien gemakkelijker wordt. Zij hebben daarentegen niet de intentie om door te groeien tot de nieuwe Redouan Taghi of om rijk te worden. Daarbij wordt aangegeven dat wanneer zij thuis boven op zolder een hennepkwekerij zouden willen hebben, hun ouders dit goed vinden zolang ze maar meeprofiteren van de winst.

De wijze waarop jongeren betrokken raken Volgens de respondenten zijn er in de wijk Geitenkamp dus niet veel jongeren die zich actief bezighouden met het verhandelen van drugs. Het vermoeden bestaat dat met name volwassenen die thuis een hennepkwekerij beheren verantwoordelijk zijn voor de drugshandel in de wijk, mede omdat er in de wijk zelf geen coffeeshop is gevestigd. Verder geven de respondenten aan dat er in de wijk Geitenkamp geregeld dealers aanwezig zijn die niet afkomstig zijn uit het Arnhemse, maar de wijk zien als interessante afzetmarkt. In hoeverre de jongeren door deze dealers worden geronseld voor de drugshandel is onbekend.

De netwerkanalyse 55

De werkwijze van de jongeren Een respondent geeft aan dat hij regelmatig auto’s op parkeerplaatsen van sportterreinen ziet staan, waarbij de inzittenden met name op hun telefoon actief zijn. Regelmatig zijn de inzittenden jongeren uit de wijk Geitenkamp. Het vermoeden van deze frontline professional is dat een deel van de inzittenden vanuit deze auto’s actief is in de drugshandel. Dit wordt beaamd door een politiemedewerker nadat hij verschillende kentekens heeft nagetrokken. Wat de precieze rol van de jongeren hierin is, is tot dusverre onbekend gebleven. Andere hot spots die volgens respondenten naar voren komen omdat daar gebruikt en gehandeld zou worden, zijn jongerencentrum De Sperwer, Sportcentrum Valkenhuizen, het Marktplein en locaties in de wijk die onderdeel zijn van de culturele Hoogte80 wandel- en ontdekroute.

De betrokkenheid van volwassenen In de wijk Geitenkamp komen bepaalde families al generaties lang voor ter zake overlastgevende en criminele gedragingen. Met betrekking tot de criminele gedragingen gaat het niet enkel over de drugshandel, maar bijvoorbeeld ook over het strippen en omkatten van auto’s. Deze families hebben hiermee door de jaren heen een bepaalde reputatie en machtspositie opgebouwd, waardoor zij een grote invloed hebben op wat er in de wijk gebeurt. De hoofdpersonen van deze families worden ook wel wijkkoningen genoemd. De wijkkoningen zijn mannen van om en nabij 25 tot 35 jaar die vaak een uitkering ontvangen en daarnaast thuis een vorm van handel hebben. Het lukt de politie tot nog toe maar moeilijk om een vinger te leggen op hetgeen zich precies afspeelt bij de wijkkoningen thuis. Dit komt onder andere omdat veel inwoners van de wijk geen meldingen durven te maken uit angst voor represailles door de wijkkoningen en hun families. Zo is het wel eens voorgekomen dat er ruiten zijn ingegooid bij mensen die anoniem melding hebben gedaan. Hierdoor blijft de angst regeren en daalt de aangiftebereidheid, waardoor het steeds moeilijker wordt voor de politie om grip op de situatie te krijgen. De respondenten geven daarbij aan dat het doorbreken van deze patronen nodig, maar erg lastig is.

De reputaties en machtsposities van de wijkkoningen heeft ook invloed op de machtsrelaties onder jongeren. Zo komt het voor dat een jongen van 11 jaar ooit een voetbal heeft weten af te pakken van een 16-jarige. Normaal gesproken zou dit een kansloze poging zijn en zou de 11-jarige door de 16-jarige op zijn plek zijn gezet. Echter, één van de ooms van de 11-jarige is een wijkkoning en door deze reputatie durft de 16-jarige niks te zeggen tegen de 11-jarige.

56 Misdadige invloed

Tot slot wordt door respondenten de rol van een volwassen vrouw benoemd. Zij geniet ook enige status in de wijk. Zij zou mensen goed kunnen bespelen. Door haar doen en laten, willen andere meisjes ook een dergelijke status aldus een respondent. Respondenten met zicht op heel Arnhem benoemen overigens dat meisjes/ vrouwen geen actieve rol vervullen in de drugshandel. Daarentegen komen zij wel voor vanwege faciliterende rollen. Zo laten ze voertuigen gebruiken die op hun naam staan, evenals woningen en panden die op hun naam zijn gehuurd.

De rol van de online omgeving Zoals eerder vermeld, bestaat het vermoeden dat de inzittenden in auto’s op de parkeerplaatsen hun mobiele telefoons gebruiken voor de drugshandel. Hoe zij deze precies gebruiken, en wat überhaupt de rol van een online omgeving is in de drugscriminaliteit, is tot dusverre onbekend onder alle respondenten. Wel is bekend dat ten tijde van de avondklok de app Telegram is gebruikt om mensen te werven om te komen rellen in de wijk Geitenkamp.

Drugs en de mobiele telefoon Respondenten die werkzaam zijn bij de politie en een beeld hebben van de situatie in heel Arnhem vertellen dat het heel moeilijk is om grip te krijgen op de drugshandel. Dat komt omdat tegenwoordig vrijwel alles via de mobiele telefoon gebeurt. Dit is een relatief nieuw fenomeen voor de politie waar nog onvoldoende kennis van is, en maakt het lastig om op effectieve wijze de drugshandel aan te pakken. Ook de beperkte bevoegdheden die de politie heeft voor monitoring op afgesloten groepen zoals Telegram maken onderzoek lastig. Als er al een persoon in beeld is, is het vaak zo dat de bijbehorende zaak te klein is voor de recherche. Het gaat dan echt over laaghangende fruit en niet over drijvende krachten achter de drugshandel.

De aanpak Volgens de respondenten is het van belang dat de patronen in de wijk doorbroken gaan worden. Het veranderen van de demografie in de wijk is hierin een belangrijke pijler. Tot dusverre is de wijk Geitenkamp namelijk niet divers en bestaat het overgrote deel van de woningen uit sociale huurwoningen. Het is volgens de respondenten dan ook een belangrijk vraagstuk hoe hogere inkomens verleid kunnen worden om naar de Geitenkamp te verhuizen. Een cruciale voorwaarde

De netwerkanalyse 57

om dit te bereiken, is dat de geldende normen en waarden in de wijk gaan veranderen. Deze nodigen tot dusverre namelijk niet uit voor nieuwkomers. Hiertoe zijn andersoortige interventies nodig, want tot nu toe hebben alle interventies die door verschillende organisaties zijn ingevoerd geen tot weinig effect gehad. Om ervoor te zorgen dat de interventies in de nabije toekomst zullen slagen, is het belangrijk dat het toekomstperspectief van de jongeren op een positieve manier wordt veranderd. Hierin is het gedrag en de houding van de ouders een belangrijke knop om aan te draaien. Tot dusverre beschikken de ouders immers over te weinig opvoedingsvaardigheden en pedagogische handvatten, om hun kinderen op te voeden conform de geldende normen en waarden in de samenleving. Dit leidt er onder andere toe dat de ouders hun kinderen ontmoedigen om een opleiding te volgen en te gaan werken, omdat ze hier toch niets mee zullen bereiken. Hierdoor hebben de jongeren uit de wijk Geitenkamp vaak een laag zelfbeeld van zichzelf. Dit gedrag en de houding van ouders is een groot verschil met de ouders in de hierna te beschrijven wijk Malburgen, want daar is de ambitie van de ouders dat hun kinderen het beter gaan doen en krijgen dan zijzelf. Volgens de respondenten moet er dan ook geïnvesteerd worden in het pedagogische klimaat in de wijk.

De ouders moeten namelijk gaan inzien dat zij verantwoordelijk zijn voor de juiste opvoeding van hun kinderen. Het terugbrengen van het consultatiebureau en het thuis bezoeken van kinderen tot 18 maanden zijn hierin belangrijke pijlers, omdat hiermee ouders begeleid kunnen worden bij het creëren van een positief opvoedklimaat. Hiermee zullen de kinderen van kleins af aan de doorgaande normen en waarden in de samenleving internaliseren, en zal de houding ten aanzien van het volgen van een opleiding en uitvoeren van werk veranderen evenals de normalisering van drugs. Vervolgens is het wel belangrijk dat opvolging wordt gegeven aan deze veranderde houding, namelijk door de jongeren te laten inzien dat hun persoonlijke leefsituatie aanzienlijk verbetert wanneer zij door te werken geld gaan verdienen. Een andere belangrijke interventie om de patronen in de wijk te doorbreken, is dat wijkagenten meer zichtbaar gaan zijn in de wijk. Hierdoor kunnen zij – bijvoorbeeld door aanwezig te zijn bij het jongerencentrum De Sperwer – het contact met jongeren opbouwen en zodoende het gesloten karakter van de wijk deels weghalen. Ook de aanwezigheid van jongerenwerkers en Sociale Wijkteams (SWT’s) is hierin cruciaal.

Lastig is dat de capaciteit van de SWT’s schaars is en de begeleiding daardoor minimaal, en dat er met betrekking tot wijkagenten en jongerenwerkers in een korte periode meerdere wisselingen zijn geweest. Het gevolg hiervan is dat de wijkagenten en jongerenwerkers eerst weer een vertrouwensband moeten opbouwen met de jongeren voordat er resultaten

58 Misdadige invloed

geboekt kunnen worden. Door het gesloten karakter van de wijk zal hier veel tijd overheen gaan. Dit wordt versterkt doordat de kinderen nooit door hun ouders gecorrigeerd worden wanneer zij zich misdragen, waardoor de kinderen al zeker niet luisteren naar de jongerenwerkers. Verder geven de respondenten aan dat het wijkveiligheidsoverleg ook van groot belang is om de patronen in de wijk te doorbreken. Anno 2021 wordt het wijkveiligheidsoverleg met nieuwe energie en nieuwe methodieken opnieuw op poten gezet. Wanneer dit is gelukt, gaat een lijst met jongeren ingebracht worden die in beeld zijn gekomen vanwege overlastsituaties en gepleegde criminaliteit. De respondenten geven aan dat het cruciaal is dat er één convenant komt die door alle partijen die aansluiten bij het wijkveiligheidsoverleg wordt ondertekend. Alleen dan kunnen zij informatie met elkaar delen over de jongeren. Ook moeten de partijen inzage krijgen in nog op te stellen visiedocumenten waarin de doelen op korte en lange termijn staan. Alleen op deze manier kunnen de partijen elkaar onderling aanspreken op hetgeen zij doen en kunnen de doelen eventueel bijgesteld worden. Hierdoor zal de aanpak van de jongeren effectiever zijn. Het opstellen en ondertekenen van een convenant is een getrokken les uit de tijd dat het jeugdoverleg nog bestond.

Tijdens het jeugdoverleg zaten meer partijen aan tafel omdat er ook over andersoortige onderwerpen werd gesproken, maar dit bemoeilijkte wel het delen van gevoelige informatie.

Focus op informatie en drugs Respondenten die werkzaam zijn bij de politie en een beeld hebben van de situatie in heel Arnhem wensen dat de informatiepositie in de online omgeving wordt verbeterd. Ook moet de informatiepositie op en rondom scholen verbeteren door leraren en conciërges meer streetwise te maken. Daarbij is het van belang te benadrukken en uit te leggen dat het delen van informatie door de school niet zal leiden tot imagoverlies. Tot slot zijn de respondenten blij met het ‘drugsteam’ dat sinds kort weer actief is in heel Arnhem. Kern is dat dit geen afzonderlijk team is maar dat er expertise geborgd is binnen de scrumteams. Op die wijze borgt de politie ontschotting in de teams en zorgen ze voor een laagdrempelige deling van informatie. Dit zal de kennis over bestaande netwerken vergroten en dit heeft een enorme meerwaarde in de aanpak van de drugshandel.

De netwerkanalyse 59

3.7.2 De wijk Malburgen We beginnen met de betrokkenheid van jongeren bij drugscriminaliteit. Een deel van de jongeren gebruikt drugs zoals snus20, lachgas, softdrugs en harddrugs (speed en 3-MMC). Een politiemedewerker geeft aan wel eens aan een jongere gevraagd te hebben waarom hij lachgas gebruikt, waarop de jongere antwoordde: Ik heb zoveel problemen, maar niemand om mee te praten. Voor de jongeren die stevig drugs gebruiken, geldt dat het vaak tot twee mogelijke uitkomsten leidt: of ze worden verslaafd, of ze worden dealer. Ze komen namelijk niet uit een milieu waarin het mogelijk is om naar een dure afkickkliniek te gaan in bijvoorbeeld Portugal, onafhankelijk te worden van de drugs en een maatschappelijke carrière op te gaan bouwen, aldus de respondenten.

De motivatie Volgens de respondenten zijn anno 2021 30 tot 40 jongeren in beeld die betrokken zijn bij de drugscriminaliteit. Het betreft een multiculturele probleemgroep bestaande uit onder andere Marokkanen, Somaliërs, Ghanezen en Angolezen. Zij groeien op in grote gezinnen die leven met sociale achterstanden. Het leidt tot onstabiele gezinssituaties waarbij de jongeren in feite aan hun lot worden overgelaten. Wanneer de jongeren besluiten naar buiten de straat op te gaan, hebben hun ouders even rust en doen de ouders ook geen moeite om erachter te komen wat hun kinderen doen op straat. In de gevallen dat zij door de politie op de hoogte worden gesteld van iets wat hun kinderen hebben gedaan, ontkennen ze vaak dat hun kind hierbij betrokken was, bedanken ze de politie wel voor het brengen van het nieuws en doen ze de deur dicht. De ouders willen met andere woorden meestal geen onderdeel zijn van de oplossing waarmee wordt voorkomen dat hun kinderen in de toekomst niet meer in soortgelijke situaties terechtkomen. Een respondent vertelt over een gezin waar de vader erg veel alcohol dronk en de moeder in de schuldsanering zat. Deze ouders hadden vijf kinderen, waarvan één zoon. Deze zoon haalde geld binnen door te handelen in harddrugs. Dit zorgde ervoor dat zijn moeder niet hoefde te werken om van haar schuld af te komen, en zij kon hierdoor voor haar dochters blijven zorgen.

In dit voorbeeld accepteerden de ouders dat hun zoon een drugsdealer was, mede omdat het lonend was voor hunzelf. Andere respondenten herkennen dit voorbeeld en geven aan dat het leven in een onstabiele gezinssituatie zonder sociaal vangnet en/of het hebben van een licht verstandelijke beperking de jongeren kwetsbaar maakt om betrokken te raken in de drugscriminaliteit. Doordat ze met een deal een paar honderd euro kunnen verdienen, dure merkkleding kunnen kopen en er status door krij-

60 Misdadige invloed

gen, is het aanbod om een gram weg te brengen, de telefoon of simkaart af te staan of om geld te pinnen erg verleidelijk en moeilijk te weigeren.

De wijze waarop jongeren betrokken raken De respondenten geven aan dat zij verschillende jongeren kennen die zijn doorgegroeid in de (drugs)criminaliteit. Het betreft jongeren die voorheen voorkwamen ter zake overlastsituaties en als ‘loopjongens’, maar vervolgens een tijd uit beeld zijn geweest. Na verloop van tijd komen deze jongeren weer terug in het straatbeeld en rijden zij vaak in hele dure auto’s. Dit valt op omdat bekend is dat zij geen legale inkomstenbron hebben. Dit wilt overigens niet zeggen dat de dure auto’s gefinancierd zijn door betrokkenheid in de drugscriminaliteit. Ze houden zich ook bezig met andere vormen van criminaliteit gezien de vele politieregistraties ter zake gewelds- en vermogensmisdrijven. Het doorgroeien is een ontwikkeling die volgens de respondenten al generaties lang plaatsvindt. Deze jongeren begeven zich in een bepaald milieu waardoor het extreem moeilijk is om de levensloop van deze jongeren te veranderen en ze op tijd uit een criminele omgeving te trekken. Door verschillende respondenten wordt benoemd dat het doorgroeien in 2021 onder andere gebeurt via zorgbureaus. Wanneer jongeren vanwege drugshandel worden opgepakt, komen zij na de rechtszaak onder reclasseringstoezicht te staan en moeten ze dagbesteding gaan volgen. Vaak stemt een jongere hiermee in onder voorwaarde dat ze de dagbesteding bij een zorgbureau mogen volgen.

De rechtbank gaat daar vaak in mee zonder goed na te gaan wat het voor een zorgbureau is. Daardoor weet de rechtbank niet dat de eigenaar van het zorgbureau bijvoorbeeld de zus is van een grote drugscrimineel. Het gevolg is dat de reclassering hele positieve rapporten ontvangt, terwijl de jongere in werkelijkheid steeds verder het criminele milieu in wordt getrokken en uiteindelijk onder de radar verdwijnt. Volgens de respondenten is het belangrijk om ‘klappen uit te delen’ aan de doorgegroeide jongeren. Ze zijn immers de negatieve rolmodellen voor de jonge jongeren, waardoor er met het aanpakken van de doorgegroeide jongeren een signaal wordt afgegeven aan de jonge jongeren en het een preventieve werking kan hebben. Bovendien werven de doorgegroeide jongeren ook kwetsbare kinderen en jongeren, aldus respondenten. Enkele respondenten geven aan wel eens van leraren gehoord te hebben dat hiervan op de basisscholen al sprake is. Op de middelbare scholen gebeurt het tijdens de pauzes en na schooltijd. De criminelen die de jeugdigen proberen te werven, komen niet altijd uit Arnhem. Het is bekend dat er ook invloeden zijn van buiten Arnhem. Zij gebruiken de Arnhemse jongeren om hun handelsvoorraad in het Arnhemse te verkopen, omdat het in

De netwerkanalyse 61

andere steden te druk begint te worden met aanbieders. Een negatief neveneffect is volgens een respondent dat dit gepaard gaat met ‘geïmporteerde incidenten’, omdat personen die niet uit het Arnhemse komen wel hun vuurwapen meenemen en deze soms ook gebruiken. Anno 2021 gaat het verhaal dat er rivaliserende jeugdgroepen aan het ontstaan zijn en dat dit onder andere heeft geleid tot een schietincident bij het Buurtcentrum The Hobbit. Er is daar door een jeugdgroep vanuit een auto in de lucht geschoten, om duidelijk te maken dat ze uit zijn op een confrontatie. Naast dat kwetsbare jongeren worden geworven, raakt een deel van de jongeren ook betrokken in de drugscriminaliteit doordat zij het gedrag van familieleden die actief zijn in de drugscriminaliteit overnemen.

De werkwijze van de jongeren De meeste van de 30 tot 40 jongeren die betrokken zijn bij de drugscriminaliteit zijn jongens. De rol van meisjes moet echter niet onderschat worden, aldus de respondenten. Uit onderzoek blijken er namelijk aantoonbare banden te zijn tussen de drugshandel en problematische meisjes uit de wijk. De 30 tot 40 jongeren zitten niet in vaste netwerken. Hoewel er volgens de respondenten sprake is van een harde kern, zijn er vooral fluïde netwerken die continu van samenstelling wisselen. Het zijn allemaal losse cellen van jonge en oudere jongeren die bij elkaar komen. Door deze structuur is er ook niet echt sprake van een hiërarchie. Wel blijkt dat (delen van) de groep vaak samen optrekken met de groep jongeren uit de wijk Presikhaaf. Zij voelen een sterke saamhorigheid met elkaar en gaan vaak en bloc ergens naartoe. Dit gaat gepaard met rivaliteit naar andere jeugdgroeperingen uit andere wijken. De jongeren die drugs verhandelen, doen dit vaak in opdracht van de ‘kopstukken’ die vervolgens buiten beeld blijven. De jongeren die in opdracht handelen, worden ook wel ‘loopjongens’ of ‘soldaten’ genoemd. Met betrekking tot de jongere jongeren geven respondenten aan dat hun leeftijd steeds lager wordt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat 14-jarigen tegenwoordig snus verkopen aan 11-jarigen.

Hoewel snus officieel nog niet onder een drug wordt geschaard, benadrukken de respondenten dat de samenleving zich moet afvragen of we moeten willen dat dit gebeurt. De 14-jarige bouwt op deze manier namelijk een netwerk op en leert de benodigde kanalen kennen. De stap om op den duur drugs te verkopen, is dan klein. Dat een dergelijke ontwikkeling plaatsvindt, wordt ondersteund door de respondenten. De jongere jongeren zijn met name actief in de omgeving van tankstation Shell Salvatorplein, het Buurtcentrum The Hobbit, de Parcivalschool en het Olympus College. De oudere jongeren verkopen al rijdende op hun scooters harddrugs op straat. De geografische indeling van de wijk leent

62 Misdadige invloed

zich hier ook voor. Het zijn allemaal kleine straatjes en steegjes, waardoor een scooterrijder snel weg is. Hot spots die door de respondenten worden genoemd waar de oudere jongeren actief zijn, zijn in en rondom winkelcentrum De Drieslag, winkelcentrum Kronenburg, de Immerloo flats en het Immerloo Park. De vraag naar harddrugs komt volgens respondenten ook voort uit het feit dat een verslavingsopvang inclusief verslaafden naar de wijk Malburgen is verhuisd. Verder blijkt uit gegevens van de politie dat de drugshandelaren uit Malburgen niet alleen actief zijn in hun wijk, maar dat zij ook buiten Arnhem – bijvoorbeeld in Ede – een afzetmarkt hebben. Tot slot komt in de wijk Malburgen niet enkel het dealen van drugs voor, want er zijn ook zogenoemde productielocaties. Hiervan is meer sprake in Malburgen-Oost dan in Malburgen-West. Deze productielocaties behoren vaak toe aan volwassenen die over weinig geld beschikken. Zij krijgen geld omdat zij hun ruimte ter beschikking stellen voor de daadwerkelijke producenten. Wie dit zijn, blijft vaak onbekend.

De betrokkenheid van volwassenen Familiaire relaties spelen een belangrijke rol in het feit dat jongeren betrokken raken in de drugscriminaliteit. Eerder gaven we aan dat de 30 tot 40 jongeren die anno 2021 in beeld zijn ter zake betrokkenheid in de drugscriminaliteit uit grote onstabiele gezinssituaties komen. Volgens de respondenten komt het regelmatig voor dat een oudere broer, neef of oom van de jongere al jarenlang actief is in de drugshandel. De jongere ziet dat dit gedrag loont en wordt van huis uit niet opgevoed met de normen en waarden dat dit gedrag niet klopt. Hierdoor neemt de jongere het gedrag van het oudere familielid over en raakt hij of zij ook betrokken in de drugscriminaliteit. Een respondent benoemt hierin het voorbeeld dat hij bij een jongere een blok hasj heeft aangetroffen, terwijl deze jongere eerder nog nooit in beeld is geweest. Later blijkt dat de neef van deze jongere diep in de drugshandel zit.

De rol van de online omgeving De respondenten geven aan dat de wereld van de drugscriminaliteit makkelijk toegankelijk is, en dit komt mede door hetgeen er gebeurt in de online omgeving. De online omgeving is immers continu in bereik van de jongeren. Zo zijn er tal van platforms – zoals WhatsApp, Snapchat, Telegram et cetera – waarop jongeren zich begeven en via waar zij de drugswereld ingetrokken kunnen worden. Op Telegram bestaan bijvoorbeeld groepen waar soms wel 70.000 personen lid van zijn. Dit zijn landelijke netwerken. Een jongerenwerker heeft wel eens 60 Arnhemse jongeren die hij kent in een dergelijke groep gezien. Wanneer een jon-

De netwerkanalyse 63

gere in een kwetsbare situatie zit en er wordt in een dergelijke groep gevraagd om een klusje uit te voeren, is het erg moeilijk om nee te zeggen.

De aanpak Volgens de respondenten is het van belang dat tijd en energie uitgaat naar de groep van 20 tot 30 kwetsbare jongeren die zich op dit moment aan het manifesteren is. Zij hangen rond, spreken mensen vervelend aan, plegen overlast en zijn moeilijk corrigeerbaar. Op basis van ervaringen uit het verleden is het volgens de respondenten wachten tot deze jongeren de stap naar het criminele circuit maken. Dit moet worden voorkomen, aldus de respondenten. Ten eerste blijkt dat deze jongeren uit sociaal zwakkere gezinnen komen waar normen en waarden gelden die niet stroken met de geldende normen en waarden in de samenleving. Daarom is het van belang dat de van belang zijnde partijen achter de voordeur gaan komen, want zodoende kan achterhaald worden wat de aard van de problematiek is en kan hier iets mee worden gedaan. Ten tweede moet nagedacht worden over een alternatief waardoor de verlokking van snel geld verdienen minder wordt of zelfs verdwijnt. Volgens een respondent kan dit bereikt worden door jongeren extrinsiek te motiveren om een startkwalificatie te behalen. Tot nog toe is het vaak zo dat de kwetsbare jongeren voortijdig hun school verlaten en moeten leven van een uitkering. Door daarnaast actief te zijn in de drugshandel, is het voor deze jongeren niet meer interessant om alsnog een startkwalificatie te behalen en een betaald beroep te gaan uitoefenen.

Ten aanzien van het aanpakken van de doorgegroeide jongeren oppert de politie het idee om gebruik te gaan maken van de omgekeerde bewijslast, met name omdat het afpaksysteem onvoldoende werkt. In het kader van de omgekeerde bewijslast is het mogelijk om iemand te controleren wanneer er bepaalde onderbuikgevoelens zijn omdat hetgeen zich voordoet niet past in het straatbeeld. Een persoon moet dan bijvoorbeeld aan kunnen tonen waar zijn auto vandaan komt en van welk geld dit gefinancierd is. Tot dusverre is een dergelijke controle nog niet mogelijk, omdat hiervoor erg veel informatie vereist is en de politie geen capaciteit en tijd heeft om deze informatie te verzamelen. De politie ziet dan ook graag enige ondersteuning in de toekomst, omdat er volgens de politie veel zaken zijn die op een dergelijke wijze aangevlogen kunnen worden. Naast dat de doorgegroeide jongeren op deze manier direct worden aangepakt, kan het er indirect ook toe leiden dat het aantrekkelijke karakter van de betrokkenheid in de drugscriminaliteit afneemt voor de jongere jongeren. Verder is het volgens de respondenten van belang dat kritisch gekeken gaat worden naar de informatiepositie van alle betrokken partijen. Zo zijn er ver-

64 Misdadige invloed

schillende aspecten waar winst in te behalen valt. Ten eerste beschikken de conciërges op basis- en middelbare scholen over veel informatie. Zij zien heel veel gebeuren op de scholen en horen ook veel dingen van de leerlingen, ook ten aanzien van het werven van kinderen voor de drugscriminaliteit. Hier moet meer mee gedaan worden, aldus de respondenten. Ten tweede is het zicht op hetgeen zich in de online omgeving afspeelt onvoldoende. Hier zijn wel enkele positieve ontwikkelingen in gaande. Zo geeft een politiemedewerker aan dat er een digitale wijkagent is aangesteld. Er zou echter ook een webcare-team ingericht moeten worden die de wijkagenten voeden met informatie. Daarnaast geeft een jongerenwerker aan dat zij binnen hun organisatie één persoon hebben aangewezen die zich enkel en alleen bezighoudt met de online wereld waarop de jongeren zich bevinden. Dit levert informatie op waarmee jongeren fysiek aangesproken kunnen worden. Ook kan met het verzamelde bewijs naar ouders toegestapt worden om hen te overtuigen van het gedrag van hun kind, want vaak ontkennen ze dit. Al het bewijs dat door de verschillende organisaties wordt verzameld, moet vervolgens samengebracht en gedeeld worden. Dit verloopt tot dusverre zeer stroef. Om de samenwerking te verbeteren en het vertrouwen te doen laten groeien, moeten de verschillende partijen met elkaar een convenant ondertekenen.

De respondenten geven aan dat er anno 2021 wel een convenant bestaat, maar dat niet alle benodigde partijen dit hebben ondertekend. Wanneer dit in de nabije toekomst wel gebeurt, vergroot dit de informatiepositie en kunnen de organisaties elkaar aanspreken op ieders verantwoordelijkheden. Tot dusverre is het bijvoorbeeld zo dat er tijdens het wijkveiligheidsoverleg nog geen casusoverleg op persoonsniveau maar op abstract niveau plaatsvindt. Door het ondertekenen van een convenant kan er wel meer maatwerkgericht gewerkt gaan worden. De gemeente zal hierin de regierol op zich moeten nemen, aldus verschillende respondenten. Een belangrijke voorwaarde is wel dat het aantal betrokken partijen overzichtelijk blijft want een gehoord kritiekpunt is dat professionals onderling vaak al niet weten wie wat doet, laat staan dat een jongere weet bij welke organisatie hij of zij met zijn of haar hulpvraag terecht kan. Het uiteindelijke doel van een dergelijke samenwerking is dat de jongeren die drie of vier jaar geleden voorkwamen voor overlastmeldingen niet meer zullen doorgroeien en jaren later voorkomen voor bijvoorbeeld betrokkenheid bij schietpartijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=96656919-6a79-4316-9625-f5181c90138b