CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Bureau Beke 'Misdadige invloed' over de invloed van criminele netwerken op jongeren in drie Arnhemse wijken

Politieke Avond 5 april 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: 20.30 uur - 22.00 uur: Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening ten behoeve van de aanpak van ondermijnende criminaliteit & Agenderingsverzoek “Ondermijnende Criminaliteit”30.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

MISDADIGE INVLOED De invloed van criminele netwerken op jongeren in drie Arnhemse wijken

Henk Ferwerda Joey Wolsink Nicole Brouwer Juno van Esseveldt

MISDADIGE INVLOED De invloed van criminele netwerken op jongeren in drie Arnhemse wijken

Henk Ferwerda Joey Wolsink Nicole Brouwer Juno van Esseveldt

Colofon In opdracht van De gemeente Arnhem Programma breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC) Oorspronkelijke foto omslag Jakub Brabec on Unsplash Vormgeving Marcel Grotens

Henk Ferwerda, Joey Wolsink, Nicole Brouwer en Juno van Esseveldt

Misdadige invloed De invloed van criminele netwerken op jongeren in drie Arnhemse wijken ISBN 978-94-92255-58-7

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Arnhem. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderzoek berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de gemeente Arnhem. © 2022, Bureau Beke Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors.

Inhoud Voorwoord 7 1 Een onderzoek in drie Arnhemse wijken 9 1.1

Waarom een onderzoek in deze drie Arnhemse wijken? 9

1.2 De probleemstelling en opbrengsten 10 11 1.3 Methoden van onderzoek 1.3.1

Deskresearch 11

1.3.2

Samenstellen basislijst straatprinsen 11

1.3.3

Netwerkanalyse 12

1.3.4

Verdiepende interviews 15

15 1.4 Leeswijzer

2 De context 16 2.1

Jeugd- en jongerencriminaliteit: ontwikkelingen en carrières 16

2.1.1

Stoppen of doorgaan met criminaliteit 17

2.1.2

Doorgroeiers in de criminaliteit 19

2.2 Drie wijken in Arnhem-Oost 21 2.2.1

Geitenkamp 22

2.2.2

Malburgen 24

2.2.3

Presikhaaf 27

Overeenkomsten en verschillen tussen drie wijken in Arnhem-Oost 30

2.2.4

3 De netwerkanalyse 34 3.1

Over carrières, rekrutering, categorieën plegers en clusters 34

3.2 Eerste opbrengst: next generation 38 3.3 Het netwerk: een eerste beschrijving 38 3.4 Het netwerk en de categorieën 42 3.5 De clusters binnen het netwerk 46 3.6

Inzoomen op Arnhem en drie wijken in Arnhem-Oost 49

3.7

Inzoomen op de drugsproblematiek in drie wijken in Arnhem-Oost 54

3.7.1

De wijk Geitenkamp 54

3.7.2

De wijk Malburgen 60

3.7.3

De wijk Presikhaaf 65

3.7.4

Resumé 72

75 3.8 Naar een aanpak

4 De balans opgemaakt 79 Referenties 87 Bijlagen

Bijlage 1 – Incidenten naar hoofd- en subcategorieën 97

Bijlage 2 – Criminele netwerkvorming in de rest van Arnhem 99

Voorwoord

In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de invloed van criminele fluïde netwerken op de jeugd in drie wijken in Arnhem-Oost, te weten Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf. Achtergrond van het onderzoek is dat de gemeente Arnhem de komende jaren op diverse manieren de strijd aan wil gaan met de drugscriminaliteit in de stad. Een van de onderdelen van het meerjarenprogramma is de preventieve, proactieve en repressieve aanpak van jongeren in de drugscriminaliteit in drie wijken in Arnhem-Oost. Binnen de gemeente leven al langere tijd zorgen over de ondermijnende criminaliteit in de wijken en de invloed die daar mogelijk vanuit gaat op de jeugd. In dit rapport presenteren we een analyse die zicht geeft op een crimineel netwerk waarbinnen verschillende categorieën jongeren en jongvolwassenen in contact staan met criminele structuren in deze wijken en daarbuiten. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het programma breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC) en staat nadrukkelijk in dienst van de lokale en eventueel bovenlokale aanpak. Voor het onderzoek gebruikten we diverse bronnen. Zo werd bestaande politie-informatie met een nieuwe analysetechniek geanalyseerd, werden open bronnen en literatuur geraadpleegd en werden 24 Arnhemse professionals bij het onderzoek betrokken.

Het betreft frontline professionals vanuit de gemeente, de politie en het straathoek-, meiden- en jongerenwerk. De gesprekken met de professionals waren verhelderend, nuttig en ook leuk. We zijn hen zeer erkentelijk voor hun inbreng en danken hen daarvoor. Een speciaal woord van dank gaat in de eerste plaats uit naar Eddy Klein Hofmeijer, analist in de Politie Eenheid Oost-Nederland voor het uitvoeren van de analyse. Verder zijn wij Ruben Allen, Birgitt Kromkamp, Frederieke Schilling, Paulien Toonen, Bianca van der Weijden en Trudy Witjes van de gemeente Arnhem en Mikel Kleinpenning, Sanne Pothuizen, Eric Wijnhoud en Gideon

Voorwoord 7

Zandstra van de Politie Arnhem veel dank verschuldigd voor het meedenken, aanleveren van informatie en het organiseren van de verschillende bijeenkomsten met professionals. Tot slot bedanken we de leden van de leescommissie voor hun feedback op het manuscript. Het betreft Frank van Leeuwen, Frederieke Schilling, Monique Willemsen-van de Kamp en Gideon Zandstra.

Henk Ferwerda, Joey Wolsink, Nicole Brouwer en Juno van Esseveldt Arnhem, februari 2022

8 Misdadige invloed

1

Een onderzoek in drie Arnhemse wijken

De gemeente Arnhem gaat de komende jaren op diverse manieren de strijd aan met de drugscriminaliteit in de stad. Een en ander is neergelegd in het meerjarenprogramma breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC). Een van de onderdelen van het meerjarenprogramma is de preventieve, proactieve en repressieve aanpak van jongeren in de drugscriminaliteit in drie wijken in Arnhem-Oost: Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf. Wanneer we het in dit rapport hebben over de wijken in Arnhem-Oost betreft het deze drie wijken. Binnen de gemeente Arnhem heeft men in het kader van BOTOC behoefte aan een heldere analyse hoe de jongeren op straat zich verhouden tot de criminele structuren in de wijk en daarbuiten. In dit rapport doen we verslag van een onderzoek naar de invloed van criminele fluïde netwerken op de jeugd in de drie Arnhemse wijken.1

1.1 Waarom een onderzoek in deze drie Arnhemse wijken? Binnen de gemeente Arnhem leven al langere tijd zorgen over de ondermijnende criminaliteit in de drie wijken in Arnhem-Oost en de invloed die daar mogelijk vanuit gaat op de jeugd. Een combinatie van sociaaleconomische problematiek in de wijken en de aanwezigheid van criminele structuren (en mogelijk negatieve rolmodellen) maakt jongeren namelijk kwetsbaar voor afglijden naar (georganiseerde) criminaliteit. Dit is de reden dat er vanuit BOTOC in 2021 zes deelprojecten in deze drie wijken zijn opgestart. Dit zijn zowel preventieve als repressieve projecten waarin wordt samengewerkt met onder andere scholen, wijkteams, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), het bedrijfsleven, straatcoaches, en jeugden jongerenwerkers.

Een onderzoek in drie Arnhemse wijken 9

Lacune Het ontbreekt tot nu toe echter aan een heldere analyse. Vragen die daarbij gesteld kunnen worden zijn: ƒ Hoe verhouden de jongeren op straat zich tot de criminele structuren in de wijk?; ƒ Heeft de gemeente samen met haar veiligheidspartners wel de juiste doelgroep in beeld?; ƒ Passen de gekozen interventies wel bij deze jongeren wanneer het netwerk om hen heen in beeld is? De gemeente wil derhalve graag in beeld brengen welke negatieve invloed er uitgaat van personen die onderdeel zijn van (bovenlokale) criminele fluïde netwerken: ‘de onzichtbare invloed op het gedrag en de criminele carrièreontwikkeling van jongeren in de wijk’.2 Het in beeld brengen van deze netwerken en de kopstukken (harde kern) en carrièremakers (rising stars) hierbinnen is de basis voor een structurele en effectieve aanpak. De rising stars en de harde kern zijn namelijk voor de jongeren in de wijk te beschouwen als negatieve rolmodellen.

Ambitie De ambitie van dit onderzoek is om inzichtelijk te maken wat de relatie is tussen de overlast en criminaliteit in drie Arnhemse wijken enerzijds en de regionale ondermijnende drugscriminaliteit anderzijds. Op basis van dit beeld wordt nagegaan in hoeverre de bestaande aanpak op problematische jeugd(netwerken) in de wijk, maar ook binnen de persoonsgerichte aanpak (PGA) en de aanpak van ondermijning, afdoende is of bijstelling behoeft.

1.2 De probleemstelling en opbrengsten Voor het onderzoek naar de fluïde criminele netwerken formuleren we de volgende probleemstelling: Hoe is de jeugdcriminaliteit in drie Arnhemse wijken verbonden met en wordt ze beïnvloed door bovenlokale criminele (drugs)netwerken?

10 Misdadige invloed

Uit deze probleemstelling leiden we de volgende concrete onderzoeksvragen af: 1. Hoe ziet het bovenlokale criminele netwerk eruit dat invloed heeft op jongeren in Arnhem-Oost? 2. Welke te onderscheiden categorieën jongeren en ouderen – zoals harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas en facilitators – zitten er in het netwerk, wat is hiervan de omvang, wat zijn hun kenmerken en aan welke vormen van criminaliteit maken ze zich schuldig? 3. Welke clusters zijn er binnen het netwerk te onderscheiden en wat zijn hun kenmerken en criminaliteitspatronen? 4. Wat betekent voorgaande voor de aanpak van de harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas en facilitators? Voor de uitvoering van dit onderzoek is samengewerkt met een politie-analist uit de Eenheid Oost-Nederland. Hierdoor kent het onderzoek een tweeledige opbrengst. Allereerst is er deze geanonimiseerde onderzoeksrapportage, maar daarnaast is er ook een analyse op naamsniveau die door de politie-analist is overgedragen aan en in beheer is bij het basisteam Arnhem-Noord. Binnen de geldende convenanten kan deze analyse gebruikt worden voor de aanpak. Omdat de onderzoekers alleen gebruik hebben kunnen maken van geanonimiseerde informatie en niet van informatie op persoonsniveau is het in de beschrijving van het netwerk niet mogelijk om in te zoomen op criminele families.3

1.3 Methoden van onderzoek Het onderzoek bestaat uit een aantal onderdelen die hierna worden toegelicht.

1.3.1 Deskresearch Om dit onderzoek en de onderzoeksgroep in een context te plaatsen, analyseerden we open bronnen, notities, registraties van de gemeente en literatuur. We geven op basis van deze bronnen in hoofdstuk 2 een beeld van ontwikkelingen en carrières in de jeugd- en jongerencriminaliteit enerzijds en typeren de wijken Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf – de wijken waar de personen in dit onderzoek een band mee hebben – anderzijds.

1.3.2 Samenstellen basislijst straatprinsen De analyse kent het samenstellen van een primaire namenlijst (basislijst) als startpunt. Om te komen tot een dergelijke lijst is informatie/kennis van betrokken ‘streetlevel functionarissen’ uit de wijken aangevuld met informatie van een

Een onderzoek in drie Arnhemse wijken 11

aantal rechercheurs. Omdat er in dit onderzoek voor gekozen is om de onderzoekers geen kennis te laten nemen van informatie op naamsniveau is deze lijst via de politie overgedragen aan de politie-analist. De basislijst van in totaal 132 personen verdeeld over de drie wijken is samengesteld uit twee bronnen die te typeren zijn als straatinformatie: ƒ Straatprinsen of kopstukken: dit zijn de op dit moment crimineel actieve jongeren en jongvolwassenen (vaak vanaf een jaar of 16) uit de wijk die behoren tot de problematische jeugdgroep in de wijk, die veel (criminele) contacten hebben, te beschouwen zijn als informele of formele leiders die zichtbaar zijn of op de achtergrond de touwtjes in handen hebben, die invloed hebben op het gedrag van de jongeren op straat en te zien zijn als de spinnen in het spreekwoordelijke web; ƒ Straatprinsen of kopstukken van toen: dit betreft een aantal twintigers en dertigers met hetzelfde profiel als hierboven maar die uit beeld zijn en volgens professionals op de achtergrond nog steeds een rol spelen.

1.3.3 Netwerkanalyse De netwerkanalyse is in samenwerking met een politie-analist uitgevoerd en ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: op basis van politieregistraties van de afgelopen drie jaar is gekeken wie er in samenhang met de personen op de basislijst staan geregistreerd. 4 Deze informatie is uit de Basisvoorziening Handhaving (BVH) gehaald, middels Blue View. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een breed scala aan politiecontacten zoals staandehoudingen, aanhoudingen (w.o. heterdaad), meldingen openbare orde, verkeerscontroles en (voornamelijk) aandachtsvestigingen (registraties n.a.v. verdachte situaties). Het is overigens goed mogelijk dat er dat er nog meer registraties op personen bij de politie bekend kunnen zijn in het systeem van de recherche (Summ-it). Deze gevoelige informatie kon niet gebruikt worden voor dit onderzoek, maar kan in een latere fase – aanpak – eventueel nog toegevoegd worden.

Extended netwerk Voorgaande analyse geeft zicht op een uitgebreid of extended netwerk zoals in figuur 1.1 is weergegeven. Dit netwerk bestaat uit 1.635 personen die in de afgelopen 3 jaar tenminste één keer voorkomen als verdachte of betrokkene in 14.611 registraties bij de politie. Nadere analyse van dit extended netwerk leert dat 66 procent van de personen uit Arnhem komt. Van de resterende personen woont een groot deel in Gelderland, maar er zijn ook diverse personen in het netwerk

12 Misdadige invloed

actief die uit andere delen van het land komen zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Almere. Dit illustreert de landelijke reikwijdte van dit netwerk. Figuur 1.1 – Extended netwerk

Naar een limited netwerk Om het netwerk van 1.635 personen op inhoud in te perken en te komen tot een limited netwerk selecteren we personen die op basis van politiecontacten als actief te beschouwen zijn. Zij hebben in de afgelopen drie jaar minimaal tien politiecontacten, waarbij ze minimaal drie keer als verdachte geregistreerd zijn.

Een onderzoek in drie Arnhemse wijken 13

Het limited netwerk dat is ontstaan, vormt de basis voor een verdiepende analyse. Allereerst zijn de volgende stappen gezet: ƒ Alle dubbele entiteiten zijn samengevoegd tot één; ƒ Alle NN personen zijn verwijderd5 . Dit levert een limited netwerk op – figuur 1.2 – dat bestaat uit 484 personen. Van deze 484 horen 54 personen tot de basisgroep: de oude en nieuwe straatprinsen. De 484 personen komen in de afgelopen drie jaar in 10.311 politieregistraties voor als verdachte of betrokkene. Het betreft 3.087 registraties als betrokkene en 7.224 registraties in de rol als verdachte. Voor deze personen zijn – naast bijvoorbeeld leeftijd, geslacht en woonbuurt – op basis van bestaande cognos-rapportages die binnen de politie gebruikt worden de volgende gegevens aan de personen in het netwerk toegevoegd: ƒ Rapport 4311, antecedenten; ƒ Rapport 2134, de actieradius van de door hen gepleegde strafbare feiten. Figuur 1.2 – Limited netwerk

14 Misdadige invloed

De 484 personen in het limited netwerk vormen de basis van de beschrijving van het totale netwerk, de categorieën personen binnen het netwerk en de te onderscheiden subnetwerken c.q. clusters. In hoofdstuk 3 gaan we hier nader op in.

1.3.4 Verdiepende interviews In totaal zijn er meerdere groepsgesprekken en individuele gesprekken gevoerd waar in totaal 24 professionals aan hebben meegewerkt. Het betreft frontline professionals vanuit de gemeente (beleid, veiligheid, leefbaarheid en zorg), de politie (blauw en recherche) en het straathoekwerk, meidenwerk en jongerenwerk. In deze sessies in de wijken en daarbuiten is gesproken over de wijken, de jeugd, de context, de overlast en criminaliteit, en de aanpak.

1.4 Leeswijzer In het vervolg van dit rapport gaan we in hoofdstuk 2 in op de context van dit onderzoek. We gaan kort in op een aantal voor dit onderzoek relevante algemene ontwikkelingen in de jeugd- en jongerencriminaliteit en criminele carrières. Verder geven we een beeld van de wijken Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf omdat dit de wijken zijn waar een deel van de personen uit het netwerk wonen en actief zijn. In hoofdstuk 3 beschrijven we het limited netwerk, de categorieën personen binnen het netwerk en de te onderscheiden subnetwerken c.q. clusters. In het afsluitende hoofdstuk 4 – dat te lezen is als een leesvervangende samenvatting – maken we de balans op en reflecteren we op de analyse en opbrengsten.

Eindnoten 1.

2. 3. 4. 5.

In een aparte notitie is op basis van politie-informatie een beeld gegeven van de betrokkenheid van jongeren uit de drie wijken in Arnhem-Oost bij drugscriminaliteit. Zie hiervoor: van Esseveldt & Ferwerda, 2022. Zie ook Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. Zie bijvoorbeeld Ferwerda, de Graaf, Lesscher & Saadat, 2018. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Analist’s Notebook en UCINET. Nomen nescio c.q. ‘naam onbekend’.

Een onderzoek in drie Arnhemse wijken 15

2 De context In dit hoofdstuk staan we stil bij de context van dit onderzoek. Allereerst gaan we in op het onderwerp jeugd- en jongerencriminaliteit waarbij ontwikkelingen en carrières centraal staan. Daarna geven we een beschrijving van de drie onderzochte wijken in Arnhem-Oost, oftewel de context waarin een deel van de jongeren uit dit onderzoek een binding mee hebben.

2.1 Jeugd- en jongerencriminaliteit: ontwikkelingen en carrières Sinds de eeuwwisseling is er sprake van een sterke daling (halvering) van de criminaliteit gepleegd door jongeren en jongvolwassenen1 en van een daling van het aantal problematische jeugdgroepen2. Deze daling heeft overigens vooral betrekking op de offline criminaliteit. Recent onderzoek wijst – na een groot aantal jaren daling – op een stabilisering van de omvang van de jeugdcriminaliteit en van een toename van wapenbezit en geweldsmisdrijven onder jongeren en jongvolwassenen. Gedigitaliseerde vormen van jeugd- en jongerencriminaliteit en cybercrime nemen overigens ook toe. Uit diverse onderzoeken3 komt naar voren dat de daling in de jeugd- en jongerencriminaliteit ons in de eerste plaats overkomen is in de vorm van de ‘Crime drop’ als autonome ontwikkeling in de westerse wereld. Daarnaast zijn er ‘Out of the box’ verklaringen, zoals de afname van het loodgehalte in ons milieu. Dit zou invloed hebben op een afname van afwijkend gedrag van mensen. Ook dient de toename van het smartphonegebruik door jongeren genoemd te worden waardoor het rondhangen op straat (met bijbehorend gedrag) voor een deel vervangen is door digitaal rondhangen. 4 Er zijn ook afgedwongen verklaringen voor de daling van de jeugd- en jongerencriminaliteit die ook opgeld doen voor ons land. Dit zijn onder andere:

16 Misdadige invloed

ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

Stedelijke vernieuwing; Vroegsignalering en de aanpak van risicojeugd en -gezinnen; Ketensamenwerking; Gelegenheidbeperkende en technopreventieve maatregelen; ‘Focused policing’.

‘Focused policing’ lichten we er even uit, want deze categorie afgedwongen verklaringen is zeer relevant voor onderhavig onderzoek. Oorspronkelijk verwees ‘policing’ bij deze categorie naar activiteiten en interventies door de politie.5 Inmiddels betreft het hier ook activiteiten en interventies die door de politie met anderen worden uitgevoerd waarbij de politie niet noodzakelijkerwijs zelf de initiatiefnemer of regisseur is. Kortom, het begrip ‘policing’ is van strikt politiewerk langzamerhand verschoven naar gezamenlijke handhaving. Hoe het ook zij, de grote gemene deler bij ‘focused policing’ is focus, samenwerking, persoons-, doelgroep- en gebiedsgericht. Vanuit onderzoek is bekend dat het aanbrengen van gezamenlijke focus in analyse en een gerichte integrale aanpak op hot times, hot spots, hot groups en hot shots zin hebben in het terugdringen van criminaliteit en overlast.6 In het kader van de aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit zijn de Top X-aanpakken zoals de Top600 in Amsterdam (hot shots) en de aanpak van jeugdgroepen (hot groups) voorbeelden binnen deze categorie. Dit zijn aanpakken waar de politie samen met haar ketenpartners de afgelopen jaren sterk op heeft ingezet.

Onderzoekers7 constateren bijvoorbeeld dat in meer dan de helft (60%) van de door hen bekeken criminele jeugdgroepen sprake is geweest van een integrale aanpak, waarbij duidelijke stappen zijn gezet in de onderlinge samenwerking met positieve resultaten.

2.1.1 Stoppen of doorgaan met criminaliteit In de internationale criminologie bestaan theorieën waarin een relatie wordt gelegd tussen de levensloop van jongeren en hun betrokkenheid bij criminaliteit. Met name Sampson en Laub8 hebben veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen en ook invloed gehad op Nederlands onderzoek9. Bekend is het onderscheid tussen het zogeheten opgroei- en signaalgedrag, en het daarmee verband houdende onderscheid tussen desistance (stoppen) en persistance (doorgaan). We lichten een en ander hierna toe.

Stoppen Veruit het leeuwendeel van de jeugdcriminaliteit kan onder opgroeigedrag worden geschaard en neemt af met het ouder worden.10 Naarmate de jaren vorderen,

De context 17

veranderen de sociale bindingen van jonge mensen ten faveure van een conventionele maatschappelijke carrière. Jongerenwerkers geven bijvoorbeeld vaak aan dat ‘woning’, ‘wijf’ ‘werk’ – en tegenwoordig ‘wifi’ – factoren zijn die invloed hebben op het uiteindelijk stoppen met criminaliteit. Onder invloed van de levensloopcriminologie is er tevens aandacht voor deze desistance en de verklarende factoren die daarbij een rol spelen.11 Bij desistance staat het proces van stoppen met crimineel gedrag en het opbouwen van een nieuwe, niet-criminele identiteit centraal.12 Copp, Giordano en Longmore13 concluderen in een recent artikel dat naast gebeurtenissen in de levensloop zoals trouwen en kinderen krijgen, ook cognitieve processen een rol spelen. Zij duiden met name op de zich rijpende identiteit van de jongere crimineel die eveneens een rol speelt bij het stoppen. Het belang van een ontwikkelende identiteit kan moeilijk los worden gezien van tamelijk recente bevindingen in de neurologie. Ook in de neurologie wordt namelijk bevestiging gevonden in het patroon van een afnemende criminaliteit met het vorderen der levensjaren. Alleen komt de neurologie met een biologische verklaring, namelijk de rijping van de hersenen.14 Het puberbrein maakt dat jongeren de gevolgen van hun handelen niet altijd adequaat kunnen inschatten en dat zou mede het opgroeigedrag veroorzaken.

Uit onderzoek van Weijers15, blijkt dat jonge veelplegers lang afwegen of ze zullen doorgaan of stoppen met criminaliteit. Deze uitkomst weerspreekt de tot nu toe dominante theorie uit de criminologie dat jongeren ongemerkt stoppen met criminaliteit. Degenen die willen stoppen, ervaren volgens Weijers dat het oude leven niet meer bij hen past, dat de inkomsten tegenvallen en dat de lol eraf is. Ze zijn de stress zat, zien geen toekomst meer in hun oude levensstijl en voelen zich er te oud voor. Interessant zijn ook de interventies waarin ex-gedetineerden en/of personen die hun criminele carrière vaarwel hebben gezegd (desisters) een belangrijke rol kunnen spelen om actieve daders er toe te bewegen hun criminele carrière vaarwel te zeggen. Er worden hiervoor ook wel termen gebruikt als ´positive role models´, ´peer support´ en ´mentoring projects´.16 Naast de reeds genoemde verklaringen voor het stoppen met criminaliteit, noemt Geenen17 in het rapport ‘Stoppen is afzien’ de betekenis van professionals bij desistance. Net als Rovers18 gaat zij ervan uit dat de kwaliteit van de relatie van professionals en cliënten effect heeft op de resultaten van interventies.

18 Misdadige invloed

Resisters In Nederland heeft met name Adjiembaks (2018) met haar dissertatie ‘(On)gemerkt bijzonder: levensverhalen van resisters en de betekenis van het uitblijven van een criminele carrière’, aandacht geschonken aan resistentie. Het gaat hierbij om het verschijnsel dat personen in een criminele omgeving die blootstaan aan risicofactoren lang niet altijd zelf crimineel worden. Een categorie weet de verleidingen te weerstaan.

Doorgaan Een klein deel van de jongeren en jongvolwassenen gaat door met hun criminele levenswandel, ook als de jaren vorderen. Ouder worden, veranderende bindingen, een rijpende identiteit en het volwassen worden van de hersenen lijken minder of geen effect te hebben op deze categorie. Vaak betreft het hier het aandeel personen dat al tijdens de jonge jaren signaalgedrag liet zien in de vorm van vroege voorspellers van een (aanhoudende) criminele carrière. Voorbeelden daarvan zijn onder andere spijbelgedrag, pestgedrag en het afkomstig zijn uit een zwak sociaal gezin.19 Ook deelname aan een criminele jeugdgroep is een krachtige voorspeller voor een latere criminele carrière. De jeugdgroep is niet zelden een ‘kraamkamer’ voor de georganiseerde criminaliteit.20 Daarbij moet wel opgemerkt worden dat doorgaan bepaald niet hetzelfde is als doorgroeien. Net als in dit onderzoek hebben we ook in eerder onderzoek onderscheid gemaakt tussen de zogeheten criminele locals en de harde kern.21 Bij eerstgenoemde categorie gaat het bij uitstek om vaak oudere, lokale veelplegers die ooit instroomden als jeugdcrimineel. Het betreft niet bepaald de succesvolle criminelen. Vaak gaat het dan om personen die het op meerdere vlakken maar niet lukt om een conventionele carrière op de bouwen.

Hierbij valt te denken aan verslaafde veelplegers of personen die het om diverse redenen maar niet lukt om afscheid te nemen van de criminele levensstijl. Succesvol in crimineel opzicht is wel de harde kern: beroepscriminelen die vaak in georganiseerd verband en bovenlokaal actief zijn. Daarover gaat de volgende paragraaf.

2.1.2 Doorgroeiers in de criminaliteit We beginnen deze paragraaf met een fragment uit een onderzoek naar de impact van illegale vuurwapens.22

De context 19

Mocro Maffia De ‘Mocro Maffia’ vindt haar oorsprong in een jeugdgroep die aan het begin van deze eeuw actief was in de Diamantbuurt in De Pijp in Amsterdam. De groep die zich in haar beginjaren bezighoudt met overlast en intimidatie groeit door richting bedreigingen, overvallen, inbraken en de handel in coke. Door een ruzie in 2012 over een partij coke van 200 kilo die verdween uit de haven van Antwerpen valt de groep uit elkaar en ontstaan er twee groepen. De eerste staat onder leiding van Gwenette Martha en bij de andere stonden Houssine Ait Soussan (alias Hoes of de burgemeester) en Benaouf Adoui aan het roer. Sinds 2012 zijn er over en weer meer dan twintig liquidaties gepleegd die telkens over drugs gaan. Inmiddels zijn er meerdere groepen bij de drugsoorlog van de ‘Mocro Maffia’ betrokken. Moorden leiden tot nieuwe vetes waar broers, neven en (voormalige) vrienden in verwikkeld raken. Semi-automatische en automatische vuurwapens en PGP-Blackberry’s (Pretty Good Privacy) zijn onderdeel van de bedrijfsuitrusting van deze gewelddadige drugscriminelen. De term ‘Mocro Maffia’ is overigens vreemd omdat er niet alleen mannen van Marokkaanse komaf bij betrokken zijn en ze met de aanduiding ‘maffia’ teveel status krijgen. Topcrimineel Gwenette Martha kwam in 2014 om het leven. Hij had maar liefst 80 ‘schotwonden’.

Benaouf Adoui is veroordeeld voor een liquidatie in Antwerpen en zou in 2020 voorwaardelijk in vrijheid komen. Hij blijft echter langer vastzitten omdat men hem linkt aan een verijdelde bevrijdingspoging met een helikopter uit de gevangenis in Roermond, waarna hij is overgeplaatst naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Hij geldt al jaren als een sleutelfiguur in de aanhoudende oorlog in de onderwereld. Houssine Ait Soussan is op vrije voeten en zit in Marokko en behoort samen met Ridouan Taghi (alias Kleine) en Richard Riquelme (alias Rico de Chileen) tot de belangrijkste erfgenamen.

Voorgaand fragment illustreert hoe de – hoogstwaarschijnlijk – zwaarste criminelen van dit moment vanuit groepen jongeren die zich eerst schuldig maakten aan overlast en intimidatie op straat zijn doorgegroeid richting de drugscriminaliteit. Het fragment is heftig, maar gelukkig ook uitzonderlijk. Slechts een kleine groep jongeren – vaak met specifieke kenmerken en opgroeiend in bepaalde contexten –blijkt door te groeien richting High Impact Crimes en richting zware en soms zelfs georganiseerde criminaliteit, zo blijkt uit diverse onderzoeken.23

20 Misdadige invloed

In een recent artikel24 wordt nader ingegaan op deze groep (potentiële) doorgroeiers. Het betreft de jongeren die, soms al heel jong (jonger dan 16 jaar), standaard met echte en/of nepwapens buurtbewoners bedreigen, medepassagiers aanvallen in het openbaar vervoer of een overval (proberen te) plegen op straat, op een benzinestation of een winkel. Deze jongens zijn vaak al enige tijd actief op straat – op typische ‘hot spots’ – met overlast, bedreiging en geweld. Daarnaast vertonen ze wangedrag, spijbelen ze en worden ze weggestuurd van school. Vaak zijn er problemen in de thuissituatie en wordt handel in drugs in het milieu als een voor de hand liggende bron van inkomsten beschouwd. Doorgegroeide criminelen die deel uitmaken van de ‘Mocro Maffia’ zijn hun (negatieve) rolmodellen. De doorgroeiers of rising stars lopen vanwege hun meestal opvallende gebrek aan empathie en besef van de afschuwelijke gevolgen van hun gedrag ernstig risico om snel door te groeien richting criminaliteit als routine, met name richting routineuze gewelddadige misdrijven in het kader van betrokkenheid bij drugscriminaliteit. Daarmee dreigen ze overigens voor zichzelf ook de toegang tot een aangepast, niet crimineel leven verder te blokkeren. De potentiële doorgroeiers zijn enerzijds ‘te groot voor de wijkagent’ en anderzijds ‘te klein voor de recherche’.

Vanuit zorgen om verharding van de jeugdcriminaliteit wordt deze categorie van potentiële doorgroeiers als zeer zorgelijke gezien. Juist hun ‘tussenstatus’ – minder zichtbaar in de wijk en op weg richting de georganiseerde drugscriminaliteit – betekent dat ze door professionals gemakkelijk uit het oog verloren kunnen worden. De politie signaleert deze jongens minder in de wijk omdat hun actieradius groter wordt. Ze plegen hun strafbare feiten namelijk meer regionaal en bovenregionaal. Waar ze ooit onderdeel uitmaakten van een jeugdgroep en begonnen met overlast in de wijk, maken ze nu in de luwte carrière in de zwaardere criminaliteit. In die zin zijn overlastgevende en criminele jeugdgroepen te beschouwen als de ‘kraamkamer van de georganiseerde misdaad’.25

2.2 Drie wijken in Arnhem-Oost Drie wijken in Arnhem-Oost vormen de context waarin een deel van de jongeren uit dit onderzoek een binding mee hebben. Dat is de reden dat we in deze paragraaf achtereenvolgens een schets van de wijken Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf geven. We besluiten met een aantal verschillen en overeenkomsten tussen deze drie wijken in Arnhem-Oost.

De context 21

2.2.1 Geitenkamp De wijk Geitenkamp, in de volksmond ook wel ‘de geitenbult’ genoemd, is ontworpen in 1918 en vernoemd naar een boerderij die voorheen op die plek lag. Ten tijde van het bouwen van de wijk lag deze ver van het stadscentrum af. De wijk is dan ook opgezet als zelfstandige woonwijk met eigen voorzieningen. Centraal in de wijk bevindt zich een marktplein waar van origine verschillende winkels en een café gevestigd zijn. De wijk wordt omschreven als een stadswijk met een dorpsgevoel.26 Geitenkamp ligt in een heuvelachtig gebied waardoor er zich in de wijk grote hoogteverschillen bevinden. Vanwege deze bijzondere ligging en vanwege de bouwstijl uit de jaren 20 en 30 is de wijk aangewezen als beschermd stadsgezicht.27 De wijk Geitenkamp manifesteert zich letterlijk en figuurlijk als een aparte, sterk samenhangende eenheid. Dit komt onder andere vanwege de duidelijke begrenzing van de wijk en het feit dat de meeste gebouwen in een tijdsperiode van tien jaar zijn gebouwd en daarna nooit meer zijn veranderd.28 In tegenstelling tot Presikhaaf en Malburgen, is Geitenkamp géén voormalige ‘Vogelaarwijk’. Wel is Geitenkamp, eveneens als de twee andere wijken, opgenomen in de Arnhem-Oost aanpak.29 In de Arnhem-Oost aanpak staan vijf wijken centraal waar sprake is van sociale problemen in combinatie met overlast en criminaliteit.

Via verschillende initiatieven wordt geprobeerd om de situatie in deze wijken te verbeteren, onder andere op gebieden zoals onderwijs, wonen en veiligheid.30

Demografie In Geitenkamp wonen 3.884 mensen, waarvan het merendeel een Nederlandse achtergrond heeft (73,6%). Ongeveer 10 procent van de inwoners heeft een westerse achtergrond. De overige inwoners hebben een Turkse (3,4%), Surinaamse (2,1%), Antilliaanse (2,0%), Marokkaanse (0,4%) of overige niet-westerse achtergrond (8,5%).31 De wijk wordt dan ook omschreven als een ‘witte volkswijk met weinig allochtonen’.32 De huishoudens bestaan voor iets meer dan de helft uit eenpersoonshuishoudens (53%). Daarnaast zijn er eenoudergezinnen (15%), paren met kinderen (12%) en paren zonder kinderen (20%) in de wijk. De bevolkingsgroei in de wijk is de afgelopen 20 jaar sterk afgenomen. Ongeveer 90 procent van de woningen in Geitenkamp heeft een WOZ-waarde onder de €200.000. Maar liefst 82 procent van de huizen is in het bezit van een woningcorporatie. Mede hierdoor wordt de wijk op de website van de gemeente omschreven als een wijk die als voorbeeld van sociale woningbouw genoemd mag worden.33 Het feit dat de wijk een beschermd stadsgezicht is, kent ook een negatievere kant. Om deze reden mogen de nu relatief kleine huizen namelijk niet worden aangepast

22 Misdadige invloed

door ze bijvoorbeeld samen te voegen of te verbouwen. Dit maakt dat de huizen en daarmee dus de wijk niet interessant genoeg is voor mensen met een hoger inkomen die willen wonen in grotere huizen.34 De sociaaleconomische positie van de inwoners van Geitenkamp is niet altijd even goed. Er is onder andere sprake van laaggeletterdheid, eenzaamheid onder bewoners en schuldenproblematiek. De werkloosheid is hoog en ook de bijstandsdichtheid is op een hoog niveau in de wijk. Zo heeft in 2020 gemiddeld 16 procent van de inwoners tussen de 15 en 64 jaar in Geitenkamp een bijstandsuitkering. Ongeveer 70 procent van deze groep ontvangt de bijstandsuitkering al meer dan drie jaar. Het gemiddelde besteedbaar huishoudensinkomen in de wijk is een stuk lager dan het besteedbaar inkomen dat voor de rest van de stad Arnhem geldt (respectievelijk €25.500 en €37.300). In de wijk is dan ook 24 procent van de huishoudens te omschrijven als een huishouden met een laag inkomen. Dit is twee keer zoveel als het gemiddelde van de stad.35 Veel kinderen groeien op in armoede en er is sprake van generatiearmoede waarbij de armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven. Daarnaast wonen veel kwetsbare mensen bij elkaar in de wijk, zoals mensen die begeleid wonen of mensen die een psychische kwetsbaarheid hebben maar weinig begeleiding krijgen.

Daarnaast stellen bewoners dat er ‘vluchtelingen’ uit de andere wijken in Arnhem, waar de goedkopere woningen zijn gesloopt en deze vervangen zijn door duurdere woningen, naar de Geitenkamp zijn toegekomen. Volgens de bewoners veroorzaakt dit extra spanning in de wijk en volgens hen is de Geitenkamp dan ook ‘het afvoerputje van Arnhem’ geworden.36

Leefbaarheid, veiligheid en maatschappelijke participatie Uit een onderzoek naar de veiligheid, leefbaarheid en het welzijn van de bewoners in Arnhem bleek dat de leefbaarheid in de wijk Geitenkamp een relatief lage score krijgt, namelijk een 6,5. De sociale cohesie in de wijk scoort net iets onder het gemiddelde van de stad (respectievelijk 5,3 en 5,7 gemiddeld). In de wijk wordt door de bewoners overlast ervaren door buurtproblemen waarbij verloedering het meeste voorkomt, gevolgd door verkeersoverlast.37 Daarnaast komen ook sociale overlast, vermogensdelicten, dreiging en overige overlast in grotere mate voor in Geitenkamp dan in de stad in zijn geheel.38 Ten opzichte van 2019 is het aantal delicten in de wijk in 2020 met 25 procent gestegen. Het gaat dan bijvoorbeeld om vermogensdelicten en vernielingen.39 Verder is opvallend dat het aandeel inwoners van Arnhem dat negatief is over de ontwikkeling van hun buurt in het afgelopen jaar het hoogste is in Geitenkamp, namelijk 41 procent. Daarnaast zijn er in de wijk relatief veel mensen die verwachten dat de buurt in

De context 23

de toekomst verder achteruit gaat en zijn de inwoners het meeste negatief over de buurtontwikkeling in het afgelopen jaar. 40 Er komen weinig meldingen vanuit de wijk naar bijvoorbeeld de politie. Buurtbewoners stellen zelf dat het verlinken van iemand in de wijk over criminele activiteiten een taboe is. 41 Wat betreft de beleving van veiligheid, voelen relatief veel bewoners van Geitenkamp zich wel eens onveilig in de eigen woonbuurt (35%). Ze geven de wijk op dit gebied dan ook een 6.1 als rapportcijfer. Dit is onder het gemiddelde van 6,7 dat de stad in zijn geheel krijgt. 42 Tevens zijn zowel sociale eenzaamheid (het missen van sociale contacten) als emotionele eenzaamheid (het missen van een intieme band met personen) in de wijk meer aanwezig dan in vergelijking met andere delen van Arnhem. 43 Ongeveer een derde (30%) van het aantal inwoners heeft tenminste één langdurige beperking (zoals ziekte, aandoeningen en handicaps). Dit is het op één na hoogste percentage van de stad. Alleen MalburgenOost scoort iets hoger op dit gebied. Het aantal vrijwilligers in de wijk en ook het aantal mantelzorgers in de wijk is daarentegen op eenzelfde gemiddelde niveau als de stad in zijn geheel. 44

Geitenkamp in het nieuws De wijk komt de afgelopen jaren regelmatig negatief in het nieuws en de wijk heeft al tijden een slecht imago. Zo is de wijk bijvoorbeeld in het nieuws rondom de jaarwisseling 2020-2021 omdat het dan enkele avonden op rij erg onrustig is vanwege rellende jongeren. De jongeren zijn boos vanwege het vuurwerkverbod wat dat jaar geldt, waardoor ze brandstichten en toch vuurwerk afsteken. 45 Ook wordt een woning gesloten vanwege de handel in zwaar illegaal vuurwerk. 46 Er is niet alleen maar negatief nieuws uit de wijk. Zo zijn er bijvoorbeeld ook inwoners die zich inzetten om het imago van de wijk te verbeteren. Zij proberen de leefbaarheid in de wijk te vergroten door bijvoorbeeld twee keer per jaar opruimacties te organiseren. 47

2.2.2 Malburgen Malburgen is een wijk in het zuiden van Arnhem die bestaat uit drie deelwijken: Malburgen-West, Malburgen-Oost (Zuid) en Malburgen-Oost (Noord). De wijk ligt relatief dicht bij het stadscentrum en wordt met dit noordelijke stadsdeel in verbinding gebracht via twee bruggen over de uiterwaarden en de Rijn. 48 Tijdens de aanbouw van de wijk in de jaren dertig was het oorspronkelijke plan dat de wijk een gebied zou worden met veel ruimte voor groen, maar doordat er na de Tweede Wereldoorlog een groot woningtekort was, werd hier van afgeweken en kwamen er veel goedkope woningen voor in de plaats. Ook in de jaren 50, 60 en

24 Misdadige invloed

70 groeide de wijk en kreeg de wijk het karakter van een klassieke volksbuurt met vooral huurwoningen en -flats. In de jaren 80 en 90 was er sprake van veel sociale problematiek in de wijk en werd er veel overlast ervaren van criminaliteit en drugshandel en -gebruik. Het verloop van de bewoners in de wijk was dan ook hoog. Veel autochtone bewoners verhuisden naar andere delen van de stad en bewoners met een niet-westerse migratieachtergrond kwamen juist naar de wijk toe. 49 Tegenwoordig wonen er relatief veel kwetsbare mensen in Malburgen. Zij hebben sociale of psychische problemen en hebben regelmatig te maken met financiële zorgen.50 Malburgen is een voormalige Vogelaarwijk en maakt – evenals Geitenkamp – deel uit van de Arnhem-Oost aanpak.51 Er zijn veel initiatieven in de wijk. Zo zijn er sinds mei 2021 bijvoorbeeld straatcoaches in de wijk actief die op straat te vinden zijn. Zij proberen contact te leggen met de jongeren in de wijk en hen te helpen bij het weerstaan van de verleidingen van de criminele wereld. Daarnaast zijn de straatcoaches ingezet om het gevoel van veiligheid in de wijk te versterken en de overlast te verminderen.52

Demografie In Malburgen wonen de meeste mensen in Malburgen-Oost (Zuid) (n=8.971), gevolgd door Malburgen-Oost (Noord) (n=6.441) en Malburgen-West (n=4.608). In totaal wonen er 20.020 mensen in Malburgen.53 De samenstelling van de inwoners van Malburgen-West is divers. Zo’n 53 procent van de inwoners heeft een Nederlandse achtergrond, 35 procent heeft een niet-westerse achtergrond (zoals Turks en Marokkaans) en 12 procent een westerse achtergrond. In Malburgen-Oost (Noord) is deze verhouding vergelijkbaar. Hier heeft 57 procent een Nederlandse achtergrond, 31 procent een niet-westerse achtergrond en 12 procent een westerse achtergrond. In Malburgen-Oost (Zuid) ligt de verhouding anders. Hier heeft 45 procent van de inwoners een niet-westerse achtergrond, 44 procent een Nederlandse achtergrond en 11 procent een westerse achtergrond.54 Naar verwachting wordt Malburgen in 2022 qua inwonersaantal de grootste wijk van Arnhem.55 De buurt Immerloo, die ligt in Malburgen-Oost (Zuid), is het kleinste gedeelte van Malburgen maar heeft het meeste aantal inwoners per vierkante meter in Arnhem.56 Vooral in Malburgen-Oost (Zuid) zijn veel woningen het eigendom van een woningcorporatie (75%). In Malburgen-Oost (Noord) en Malburgen-West is dit aandeel minder (respectievelijk 38% en 45%). In deze twee delen van Malburgen staan dan ook relatief veel koopwoningen (43% en 41% van de huizen).

De WOZwaarde van de huizen in heel Malburgen is laag. In Malburgen-Oost (Noord)

De context 25

en Malburgen-West heeft tussen de 61 tot 65 procent van de huizen een waarde tot €200.000. In Malburgen-Oost (Zuid) geldt dit zelfs voor 75 procent van de huizen.57 In Malburgen-West is het gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen €33.200 per jaar en hier is ongeveer de helft van de inkomens laag te noemen. Een kwart van de huishoudens heeft tot 120 procent van het sociaal minimum te besteden. Dit is iets hoger dan het gemiddelde van de stad Arnhem, waar dit bij ongeveer een vijfde van de huishoudens het geval is. In Malburgen-Oost (Noord) is het gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen wat hoger (€35.300 per jaar). Ook hier is ongeveer de helft van de inkomens laag te noemen en heeft ongeveer een vijfde een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. Ongeveer twee derde van de inkomens in Malburgen-Oost (Zuid) is aan te merken als laag. Gemiddeld hebben de huishoudens zo’n €28.100 per jaar te besteden. Bijna 40 procent van de huishoudens heeft tot 120 procent van het sociaal minimum te besteden. Opvallend is ook dat in Malburgen-Oost (Zuid) 41 procent van de kinderen opgroeit in huishoudens die tot 120 procent van het sociaal minimum te besteden hebben. Dit is veel hoger dan het Arnhemse gemiddelde (16% van de kinderen) wat betekent dat relatief veel kinderen in dit deel van de wijk opgroeien in armoede.58

Leefbaarheid, sociale kracht en veiligheid De inwoners van Malburgen zijn redelijk positief over de leefbaarheid en de voorzieningen in hun buurt. Ze geven dit aan in de monitor leefbaarheid, veiligheid en wonen door rapportcijfers te geven die rond de 7,0 gemiddeld liggen. Dit komt overeen met de cijfers die de stad Arnhem in zijn algemeen krijgt. Ondanks deze ‘hoge’ cijfers zijn er verschillende buurtproblemen die de inwoners van Malburgen ervaren. Zo is in Malburgen-West sprake van veel ervaren verkeersoverlast, gevolgd door verloedering en het waarnemen van vermogensdelicten. In Malburgen-Oost (Noord) en Malburgen-Oost (Zuid) speelt vooral verloedering een grote rol voor de inwoners. Daarnaast is er ook sprake van verkeersoverlast en het waarnemen van veel vermogensdelicten in deze twee delen van Malburgen.59 De sociale cohesie in alle drie de delen van Malburgen is laag (scores tussen de 5.1 en 5.3). Daarnaast scoort vooral Malburgen-Oost (Noord) slecht op de sociale buurtkracht in de wijk en zijn de inwoners van deze wijk het minst actief in hun buurt in vergelijking met andere buurten in de stad. Door de inwoners van Malburgen wordt in het algemeen verwacht dat de buurt in de toekomst verder achteruitgaat. Deze verwachting heerst het sterkste bij de inwoners van

26 Misdadige invloed

Malburgen-Oost (Zuid).60 Malburgen in zijn geheel scoort daarnaast hoog op de ervaren sociale eenzaamheid van de inwoners. Vooral in Malburgen-Oost (Zuid) is dit met een score van 3.1 een van de hoogste scores van de stad. Mensen voelen zich hier dus relatief vaak sociaal eenzaam. Voor ervaren emotionele eenzaamheid geldt hetzelfde. Ook hier scoort Malburgen in het algemeen hoog en is het vooral Malburgen-Oost (Zuid) dat er op een negatieve manier uitspringt met de op een na hoogste score van de stad. Alleen de wijk Presikhaaf-West scoort wat hoger. Opvallend is ook dat 34 procent van het aantal inwoners in MalburgenOost (Zuid) te maken heeft met tenminste één langdurige beperking zoals ziekte, aandoeningen, handicaps of andere beperkingen. Dit is het hoogste van alle wijken in de stad en ook een stuk hoger dan het Arnhemse gemiddelde van 24 procent.61 Iets meer dan een derde van de inwoners van Malburgen voelt zich wel eens onveilig in hun eigen woonbuurt. Dit is relatief veel in vergelijking met andere delen van de stad. Vooral de inwoners van Malburgen-West voelen zich wel eens onveilig (38%). Toch geven de inwoners van dit deel de veiligheid in de wijk een 6.2. Malburgen-Oost (Noord) en Malburgen-Oost (Zuid) krijgen beide een 6.1.62

Malburgen in het nieuws Recent kwam Malburgen negatief in het nieuws vanwege de slechte staat van de huizen in de wijk. Er is schimmelvorming, tocht en kou en verschillende bewoners geven aan dat zij ziek(er) zijn geworden van deze slechte omgeving.63 Een ander nieuwsfeit – een heftig incident – heeft te maken met de verloedering (bijvoorbeeld het dumpen van grof vuil) die zichtbaar is in de wijk. Dat dit verstrekkende gevolgen kan hebben, bleek toen een gedumpt bankstel tijdens de nieuwjaarsnacht van 2020 door vuurwerk in brand vloog waardoor er vervolgens brand in een flat uitbrak en er twee mensen omkwamen. Dit incident vond plaats in de buurt Immerloo in Malburgen-Oost (Zuid). In de media wordt deze buurt ook wel de ‘armste buurt van Gelderland’ genoemd.64

2.2.3 Presikhaaf De wijk Presikhaaf is op te delen in twee delen: Presikhaaf-West en PresikhaafOost. Presikhaaf-West bestaat uit de buurten ‘Presikhaaf I’, ‘Presikhaaf II’ en ‘Presikhaaf III’. De buurten ‘Over het Lange Water’ en ‘Elsweide’ maken deel uit van Presikhaaf-Oost. De huizen en gebouwen in Presikhaaf-West zijn omstreeks 1950-1959 gebouwd als gevolg van het woningtekort na de Tweede Wereldoorlog. Deze portiekflats zijn inmiddels voor een groot deel gesloopt en er is veel nieuwbouw van zowel huur- als koopwoningen voor in de plaats gekomen. De buurten

De context 27

in Presikhaaf-Oost zijn eind jaren 60, begin jaren 70 gebouwd. Dit gedeelte van Presikhaaf onderscheidt zich vanwege een ruimere opzet en de aanwezigheid van meer parken. Daarnaast staan in de buurt Elsweide de meeste koopwoningen van Presikhaaf en wonen er relatief veel senioren.65 Presikhaaf ligt dichtbij verschillende uitvalswegen en snelwegen die de wijk deels doorkruizen waardoor deze de verschillende buurten in de wijk als het ware insluiten. De bewoners van de buurten worden op deze manier fysiek van elkaar gescheiden.66 In 1965 werd in de wijk het winkelcentrum Presikhaaf geopend. Toentertijd was dit een unieke plek omdat dit het eerste overdekte winkelcentrum in Europa was. Het centrum is namelijk geïnspireerd op de Amerikaanse shopping malls. Het winkelcentrum is een aantal keer gerenoveerd, zo ook nog recent67 Presikhaaf in zijn geheel is aangewezen als Vogelaarwijk, waardoor er geld beschikbaar kwam om onder andere de sociale infrastructuur in de wijk te verbeteren.68 Er is destijds veel geïnvesteerd in verschillende projecten in de wijk. Hiermee werden echter niet altijd de bewoners zelf gestimuleerd om door te gaan met het bedenken en uitvoeren van duurzame oplossingen en is er nog altijd veel problematiek in de wijk aanwezig.

Zo is er armoede, veel laaggeletterdheid en geven inwoners aan dat zij hun buren niet altijd kennen en weinig contacten hebben in de buurt69. Tegenwoordig is Presikhaaf net als Malburgen en Geitenkamp opgenomen in de Arnhem-Oost aanpak.70

Demografie In Presikhaaf wonen 16.027 mensen waarvan er 8.706 in Presikhaaf-West wonen en 7.321 in Presikhaaf-Oost.71 Ongeveer de helft van het aantal huishoudens in Presikhaaf-West bestaat uit eenpersoonshuishoudens, wat betekent dat de helft van de mensen alleen woont. Dit komt overeen met het gemiddelde van de stad. In Presikhaaf-Oost is dit aantal groter, namelijk 62 procent. Ongeveer 60 procent van de inwoners in Presikhaaf-West heeft een migratieachtergrond. Het gaat dan voornamelijk om mensen met een Turkse (19,5%), overige niet-westerse (15,4%) of westerse (10,4%) migratieachtergrond. Ongeveer 40 procent van de inwoners van Presikhaaf-West heeft een Nederlandse achtergrond.72 In Presikhaaf-Oost wonen, in vergelijking met Presikhaaf-West, meer mensen met een Nederlandse achtergrond (59.6%). Daarnaast wonen er voornamelijk mensen met een westerse (13,8%), overige niet-westerse (13,2%) en Turkse (7,1%) migratieachtergrond.73 Zoals eerder al genoemd staan in Presikhaaf-Oost relatief veel koopwoningen, zo’n 42 procent. Daarnaast is 31 procent van de woningen in het bezit van een woningcorporatie. De overige 26 procent van de huizen valt onder de overige verhuur. In Presikhaaf-West ligt deze verhouding anders. Hier is 68 procent

28 Misdadige invloed

van de woningen in het bezit van een woningcorporatie en valt 13 procent onder de overige huur. Slechts 19 procent van de woningen in Presikhaaf-West is een koopwoning. Zowel in Presikhaaf-West als in Presikhaaf-Oost is ongeveer de helft van de woningen een flat of appartement (respectievelijk 53% en 57%).74 De WOZ-waarde van de huizen is laag. In Presikhaaf-West is de waarde van ongeveer 70 procent van de huizen lager dan €200.000 en in Presikhaaf-Oost geldt dit voor 80 procent van de huizen.75 Ook het gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen in Presikhaaf-West is laag, namelijk zo’n €28.400 per jaar. In Presikhaaf-Oost is het gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen met €31.400 per jaar hoger. Toch is 57 procent van de inkomens in Presikhaaf-Oost laag te noemen. In Presikhaaf-West is dit zelfs 68 procent. Ongeveer 13 procent van de inwoners van Presikhaaf-West (tussen de 15-64 jaar) heeft een bijstandsuitkering. Bijna 70 procent van deze mensen maakt hier al meer dan drie jaar gebruik van. In Presikhaaf-Oost hebben minder mensen een bijstandsuitkering (5,7%) in vergelijking met Presikhaaf-West. Ongeveer 50 procent van deze mensen heeft deze uitkering al meer dan drie jaar.76

Veiligheid en leefbaarheid Uit de monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 blijkt dat de bewoners van Presikhaaf-West de wijk een 6.4 geven op het gebied van woonomgeving. Dit is het laagste cijfer van de gehele stad Arnhem. Presikhaaf-Oost krijgt op dit gebied een 7.0 en scoort dus wat hoger.77 De inwoners van Presikhaaf-West zijn ten opzichte van de andere inwoners van de stad Arnhem ook het minst positief over hun woonbuurt en medebewoners. Ze geven dit het rapportcijfer 5.8. PresikhaafOost scoort op dit gebied een stuk hoger, namelijk een 6.6. Verder is vooral in Presikhaaf-West de sociale cohesie laag. De wijk krijgt de op een na laagste score van de stad (4,9). Wederom is dit in Presikhaaf-Oost hoger (5.2).78 Van alle wijken in de stad Arnhem is de ervaren sociale eenzaamheid in Presikhaaf-West het hoogst. De bewoners van deze wijk missen dus relatief vaak sociale contacten. Ten opzichte van 2017 is in Presikhaaf-Oost de ervaren sociale eenzaamheid juist afgenomen. Hier zijn bewoners minder vaak sociale contacten gaan missen. Op het gebied van ervaren emotionele eenzaamheid scoren zowel Presikhaaf-West als Presikhaaf-Oost hoog.

Bewoners missen hier relatief vaker een intieme band met anderen dan bewoners van andere delen van de stad.79 In Presikhaaf-West voelt 41 procent van de bewoners zich wel eens onveilig in hun eigen woonbuurt, terwijl dit in Presikhaaf-Oost minder het geval is (31%). Het is dan ook niet verrassend dat de bewoners Presikhaaf-West hun woonbuurt een 5.8 geven op het gebied van veiligheid. Presikhaaf-Oost krijgt een 6.5 en ligt

De context 29

qua score dicht(er) tegen het gemiddelde van de stad aan (6,7).80 Qua buurtproblemen zijn vooral verloedering en verkeersoverlast aanwezig in beide wijken.81

De mening van inwoners Presikhaaf Zelf zijn de bewoners wisselend in hun mening over de wijk. Zo stelt de een dat de wijk flink verbeterd is sinds de sloop van de flats, terwijl de ander juist vindt dat de wijk onherstelbaar achteruit is gegaan vanwege verloedering.82 Toch zijn de bewoners van Presikhaaf ook trots op hun wijk vanwege de betrokkenheid van bewoners en de positieve sfeer in de wijk. Ook de jongeren in Presikhaaf zijn trots op de plek waar ze wonen en zetten zich door middel van vrijwilligerswerk in om iets terug te doen voor hun buurt.83

2.2.4 Overeenkomsten en verschillen tussen drie wijken in Arnhem-Oost Uit de schetsen van de wijken blijkt dat Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf drie verschillende wijken zijn, maar tegelijkertijd ook veel overeenkomsten hebben. Elke wijk lijkt een eigen karakter te hebben met verschillende inwonersprofielen. Zo is Geitenkamp van oudsher een volkswijk waar overwegend autochtone Nederlanders wonen. Ook is Geitenkamp in tegenstelling tot Malburgen en Presikhaaf geen voormalige Vogelaarwijk. In Malburgen en Presikhaaf wonen (zeker in vergelijking met Geitenkamp) veel mensen met diverse migratieachtergronden. Echter, waar in Malburgen relatief veel jonge mensen wonen, wonen in Presikhaaf relatief veel senioren. Dit geeft verschillende dynamieken in de wijken. Wat overeenkomt tussen de drie wijken is dat ze aan te merken zijn als kwetsbare wijk. Zowel Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf staan bij de gemeente Arnhem onder de aandacht omdat ze onderdeel zijn van de Arnhem-Oost aanpak. Daarnaast komt overeen dat in alle drie de wijken diverse sociale en maatschappelijke problematiek de boventoon voert. De inkomens in de wijken zijn laag, mensen hebben gemiddeld niet veel te besteden en er heerst armoede. De woningen zijn klein en niet altijd goed onderhouden.

In Presikhaaf en Malburgen staan bijvoorbeeld veel flats met kleine woningen en in Geitenkamp mogen de kleine huizen niet verbouwd worden vanwege het beschermde stadsgezicht. Dit trekt mensen met lagere inkomens aan en zorgt ervoor dat mensen met hogere inkomens verhuizen naar andere delen van de stad. Ook trekt dit vaker mensen aan die kwetsbaar zijn vanwege sociale of psychische problemen en financiële zorgen. Daarnaast zijn in alle drie de wijken veel van de huizen in het bezit van woningcorporaties en zijn er weinig koopwoningen in de wijken te vinden. De

30 Misdadige invloed

wijken vallen verder op vanwege slechte scores op verschillende gebieden wanneer ze vergeleken worden met de stad Arnhem in zijn geheel. Er is sprake van lage sociale cohesie en er is veel eenzaamheid onder de inwoners van de wijken. Ook is er sprake van verloedering van de leefomgeving en voelen veel inwoners zich wel eens onveilig in hun eigen wijk. Kort gezegd: Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf zijn wijken die ‘verkeerde lijsten’ aanvoeren. Al met al zijn Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf kwetsbare – en soms voor de overheid gesloten – wijken waar voor jonge inwoners veel ingrediënten aanwezig zijn die te zien zijn als een voedingsbodem voor een carrière in de criminaliteit. Het Arnhems breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (BOTOC) erkent deze voedingsbodem en streeft ernaar om met een brede, integrale aanpak in te zetten op het voorkomen van het afglijden van jongeren in een crimineel netwerk. Tegelijkertijd bestaat de aanpak uit het opwerpen van barrières voor een potentieel nieuwe generatie. Door middel van een integrale aanpak wordt het gehele netwerk rondom jongeren (thuis, omgeving en onderwijs in de brede zin met alle daarbij behorende sleutelposities) geactiveerd en zo ingericht dat jongeren tot succesvol gaan participeren in de Arnhemse samenleving. Met andere woorden: van beloftevolle crimineel naar maatschappelijk participeren.

Eindnoten 1.

Van der Laan, Beerthuizen & Goudriaan, 2017; Van der Laan & Beerthuizen, 2018; De Waard, Van der Laan & Scheepmaker, 2017; Van der Laan, Pleysier & Weerman, 2020 en Van der Laan, Beerthuizen en Boot, 2021. 2. Ferwerda & Van Ham, 2017. 3. Berkeley & Van Uden, 2009; Vollaard, Versteegh & Van den Brakel, 2009; Bervoets, Ferwerda, Bremmers, Keijzer & Appelman, 2013; Van der Laan, et. al, 2018; Ferwerda, 2019; De Waard, 2019. 4. Weerman, 2017. 5. Skogan & Frydl, 2004. 6. Versteegh, Van der Plas & Nieuwstraten, 2011; Braga & Weisburd, 2012. 7. Van Burik, Hoogeveen, De Jong & Vogelvang, 2013. 8. 1995 en 2017. 9. Onder andere Geenen, 2010; Weijers, 2018; Blokland & De Kruijff, 2020 10. Sampson & Laub, 1995. 11. Bersani & Eggleston Doherty, 2018; Copp, Giordano & Longmore, 2019. 12. Maruna 2001; McNeill 2006. 13. 2019. 14. Crone, 2018. 15. 2018. 16. Lenkens, van Lenthe, Schenk, Magnée, Sentse, Severiens, Engbersen & Nagelhout, 2019.

De context 31

17. 18. 19. 20. 21. 22. 23.

24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58.

2010. 2008. Ferwerda, Jakobs & Beke, 1996; Beerthuizen, Leijsen & Van der Laan, 2019. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. Ferwerda, Wolsink & Van Leiden, 2020. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013; Weijers & Van Drie, 2014; Bervoets & van Wijk, 2016; Van Grinsven & Verwest, 2017; Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017; Van Koppen, Van der Geest & Kleemans, 2017; Weijers, 2018; Fuller, Morgan & Brown, 2019; Campedelli, Calderoni, Comunale & Meneghini, 2020. Weijers, Ferwerda & Roks, 2021a Weijers, Ferwerda & Roks, 2021b. Geitenkamp.net, z.d.; Gemeente Arnhem, z.d. -c Geitenkamp.net, z.d.; Gemeente Arnhem, z.d. -a Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, 2007. Essen, 2007; Gemeente Arnhem, z.d.-b. Gemeente Arnhem, z.d.-b. Arnhem in Cijfers, 2021a. De Cort, 2021. Gemeente Arnhem, z.d.-c. De Cort, 2021. Arnhem in Cijfers, 2021c. De Cort, 2021. Andringa, Warta, De Jong, & Van Straaten, 2020. Andringa et al., 2020. Arnhem in Cijfers, 2021b. Andringa et al., 2020. De Cort, 2021. Andringa et al., 2020. Andringa et al., 2020; Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2019. Andringa et al., 2020. NOS, 2020a. NOS, 2020b. Van Delft, 2021. Lammerse, 2018. Lammerse, 2020. Terpstra, 2019. Van Essen, 2007; Gemeente Arnhem, z.d. Bruinsma, 2021. Arnhem in Cijfers, 2021a. Arnhem in Cijfers, 2021a. Lammerse, 2020. InMalburgen, 2021.

Arnhem in Cijfers, 2021e. Arnhem in Cijfers, 2021c.

32 Misdadige invloed

59. Arnhem in Cijfers, 2021d. 60. Andringa et al., 2020. 61. Andringa et al., 2020. 62. Andringa et al., 2020. 63. Bolwerk, 2021. 64. Terpstra, 2020; Van der Ploeg & Bruinsma, 2020. 65. Arnhem2day, 2021; Team Leefomgeving Presikhaaf, 2021. 66. Team Leefomgeving Presikhaaf, 2021. 67. Mijn Gelderland, z.d. 68. Van Essen, 2007. 69. Team Leefomgeving Presikhaaf, 2021. 70. Gemeente Arnhem, z.d. 71. BRP, 2020. 72. Arnhem in Cijfers, 2021a. 73. Arnhem in Cijfers, 2021a. 74. Arnhem in Cijfers, 2021e. 75. Arnhem in Cijfers, 2021e. 76. Arnhem in Cijfers, 2021c. 77. Andringa et al., 2020. 78. Andringa et al., 2020. 79. Andringa et al., 2020. 80. Andringa et al., 2020. 81. Arnhem in Cijfers, 2021b. 82. De Gelderlander, 2016. 83. Team Leefomgeving Presikhaaf, 2021; Van Alfen, 2021.

De context 33

3 De netwerkanalyse In dit hoofdstuk staan de resultaten van de netwerkanalyse centraal. Vanzelfsprekend worden deze resultaten in geanonimiseerde vorm beschreven. We starten met een korte introductie waarin de gehanteerde categorieën plegers die in de analyse worden gebruikt, worden geïntroduceerd. Daarna bespreken we het beeld zoals dat uit de analyse van het netwerk naar voren komt. Wij maken daarbij telkens een onderscheid naar personen uit de drie wijken in Arnhem-Oost, personen uit de rest van Arnhem en personen van buiten Arnhem. Nadat de netwerkanalyse is beschreven, wordt de problematiek in de wijken Geitenkamp, Malburgen en Presikhaaf nader geduid op basis van interviews met streetlevel professionals. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de huidige aanpak in de wijken en kansen voor de aanpak op basis van de analyse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=b90dbcad-6b28-4c4f-b944-b39425285fe5